Amendement van de leden Ceder en Westerveld over overgangsrecht voor aanvragen van gezinshereniging die zijn ingediend voor 12 juni 2026
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Amendement
Nummer: 2026D12963, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-20 13:59, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G.M. Ceder, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: E.M. Westerveld, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -20 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .
Onderdeel van zaak 2026Z05690:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 871 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) | |
| Nr. 20 | AMENDEMENT VAN de leden CEDER en westerveld | |
| Ontvangen 20 maart 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
Na artikel IX, zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
6a. Op aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, door een gezinslid als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, ingediend voor 12 juni 2026, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van deze wet.
Toelichting
Indiener beoogt met dit amendement in overgangsrecht te voorzien voor aanvragen ten aanzien van gezinshereniging die zijn ingediend voor 12 juni 2026.
Het voorliggende wetsvoorstel voorziet niet in een overgangsregeling. De keuze voor onmiddellijke werking betekent dat de vraag of het nieuwe recht van toepassing zal zijn, afhankelijk wordt van het moment waarop de IND op een aanvraag beslist. Dat kan willekeurig uitwerken, met grote gevolgen voor individuele aanvragen, zeker gelet op grote zaakvoorraden bij de IND in nareiszaken.
Vreemdelingen die een aanvraag hebben gedaan voor nareis hebben dat gedaan op basis van de bestaande regels, terwijl deze nog niet behandelde aanvraag straks op basis van de nieuwe regels wordt beoordeeld en wellicht wordt afgewezen. Het kan voorkomen dat een vreemdeling die tegelijk een nareisaanvraag heeft gedaan maar al sneller, voor de invoering van het voorliggende wetsvoorstel, is beoordeeld, wÊl een toewijzing krijgt. Dit staat op gespannen voet met de rechtsbeginselen van rechtszekerheid en gelijke behandeling. Daarom stelt indiener voor om de aanvragen die gaan over nareis te laten vallen onder een overgangsregeling.
Ceder
Westerveld