[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Voorstel van wet

Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

Voorstel van wet

Nummer: 2026D13449, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-24 12:07, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van kamerstukdossier 36917 -2 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.

Onderdeel van zaak 2026Z05923:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Voorstel van wet tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het nodig is de financiering en de inrichting van het stelsel van de lokale publieke omroepen te herzien en te versterken en daarmee de lokale publieke omroepen voor de toekomst toe te rusten voor de vervulling van hun democratische en maatschappelijke functies, en dat daarvoor wijziging van de Mediawet 2008 noodzakelijk is;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE MEDIAWET 2008

De Mediawet 2008 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:

concessiebeleidsplan NLPO: concessiebeleidsplan NLPO als bedoeld in artikel 2.87e;

lokaal verzorgingsgebied: gebied dat bestaat uit een of meer gemeenten en dat het verzorgingsgebied is van een lokale publieke media-instelling voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau;

NLPO: Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen;

programmabeleid bepalend orgaan: programmabeleid bepalend orgaan als bedoeld in artikel 2.87m;.

2. In de begripsbepaling lokale publieke media-instelling wordt ā€œtitel 2.3ā€ vervangen door ā€œparagraaf 2.4.3ā€.

3. In de begripsbepaling regionale publieke media-instelling wordt ā€œtitel 2.3ā€ vervangen door ā€œparagraaf 2.3.2ā€.

B

Het opschrift van titel 2.3 komt te luiden:

Titel 2.3. Regionale publieke mediadienst

C

Het opschrift van paragraaf 2.3.1a komt te luiden:

Paragraaf 2.3.2. Aanwijzing van regionale publieke media-instelling

D

Artikel 2.61 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervallen ā€œen lokaalā€ en ā€œrespectievelijke lokaleā€.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel b vervallen ā€œrespectievelijk lokaalā€ en ā€œ, een gemeenteā€.

b. In onderdeel c vervalt ā€œof gemeenteā€.

3. In het derde lid vervalt ā€œdan wel de gemeenteraad heeftā€.

E

Artikel 2.63 vervalt.

F

Artikel 2.64 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervallen ā€œof gemeenteā€, ā€œof de gemeenteradenā€ en ā€œof gemeentenā€.

2. In het tweede lid vervallen ā€œen de gemeenteradenā€ en ā€œof gemeentenā€.

G

Artikel 2.65 komt te luiden:

Artikel 2.65

1. Een aanwijzing als regionale publieke media-instelling geschiedt op aanvraag, geldt voor de duur van vijf jaar en vervalt daarna van rechtswege.

2. De duur van de aanwijzing begint met ingang van de concessie, bedoeld in artikel 2.60k, dan wel met ingang van het zesde jaar van die concessie.

H

Artikel 2.66 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervallen ā€œdan wel de gemeenteraad brengtā€, ā€œof lokaleā€ en ā€œof zijnā€.

2. In het tweede lid vervalt ā€œof lokaleā€.

I

In artikel 2.67, eerste en tweede lid, vervalt ā€œof lokaleā€.

J

Artikel 2.68 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdelen a en b, vervalt ā€œof lokaleā€.

2. In het tweede lid vervallen ā€œrespectievelijk het college van burgemeester en wethoudersā€ en ā€œof gemeenteā€.

K

Het opschrift van paragraaf 2.3.2 komt te luiden:

Paragraaf 2.3.3. Regionaal publiek media-aanbod

L

Artikel 2.70 komt te luiden:

Artikel 2.70

Het media-aanbod van een regionale publieke media-instelling bestaat per programmakanaal voor:

a. ten minste vijftig procent uit aanbod dat in het bijzonder betrekking heeft op de provincie of het deel van een provincie waarvoor het aanbod is bestemd; en

b. ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de regionale publieke media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd.

M

Artikel 2.71 vervalt.

N

Artikel 2.72, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel b wordt ā€œ; ofā€ vervangen door een punt.

2. Onderdeel c vervalt.

O

Na artikel 2.74 wordt een titel ingevoegd, die luidt:

Titel 2.4. Lokale publieke mediadienst

Paragraaf 2.4.1. Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen

Artikel 2.75

1. Onze Minister wijst een stichting aan als het samenwerkings- en coƶrdinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, bedoeld in artikel 2.1.

2. De stichting, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als de NLPO.

3. De NLPO wordt belast met de volgende taken:

a. het bevorderen van samenwerking en coƶrdinatie met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau;

b. het behartigen van zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de lokale publieke mediadienst;

c. het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en het overeenkomen van normen voor de honorering van freelancers, mede in naam van de lokale publieke media-instellingen;

d. het bevorderen van een doelmatige inzet van de gelden die bestemd zijn voor de verzorging en verspreiding van het media-aanbod van de lokale publieke media-instellingen en het bevorderen van geïntegreerde financiële verslaglegging en verantwoording;

e. het inrichten, in stand houden, beheren, exploiteren en regelen van het gebruik van organen, diensten en faciliteiten, waaronder studio’s en distributie-infrastructuren, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau;

en

f. andere taken waarmee zij bij de wet wordt belast.

Artikel 2.76

De organen van de NLPO zijn een raad van toezicht, een bestuur en een college van omroepen.

Artikel 2.77

1. De raad van toezicht van de NLPO bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen.

2. Bij een vacature stelt de raad van toezicht profielschetsen voor de vacature en voor de raad als geheel op waarover hij in ieder geval het bestuur van de NLPO en het college van omroepen in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven.

3. Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht de profielschetsen vast en maakt deze openbaar.

4. Voor de selectie van kandidaten stelt de raad van toezicht een onafhankelijke benoemingsadviescommissie in. De benoemingsadviescommissie adviseert de raad van toezicht.

5. De raad van toezicht geeft een zwaarwegend advies aan Onze Minister voor de voordracht, bedoeld in het eerste lid.

6. Het advies, bedoeld in het vijfde lid, is gemotiveerd, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de geschiktheid, de profielschetsen, de positie van de kandidaat in het rooster van aftreden en de procedure die heeft geleid tot het advies.

7. Onze Minister neemt het advies over, tenzij het in strijd is met:

a. deze wet;

b. eisen van zorgvuldigheid; of

c. andere zwaarwegende belangen.

8. Indien Onze Minister het advies niet overneemt, verzoekt hij onder opgave van een schriftelijke motivering de raad van toezicht ervoor te zorgen dat tot een nieuw advies wordt gekomen en informeert hij de Tweede Kamer dat een advies niet is overgenomen en de grond hiervoor.

9. Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van de profielschetsen door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in.

10. Het college van omroepen kan voor benoeming van een van de andere leden, bedoeld in het eerste lid, personen aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie.

11. Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.

Artikel 2.78

1. Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NLPO is onverenigbaar met:

a. het lidmaatschap van het bestuur van de NLPO;

b. het lidmaatschap van het college van omroepen van de NLPO;

c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een publieke media-instelling, de NPO of de RPO;

d. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciƫle media-instelling;

e. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;

f. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een Minister; en

g. het hebben van financiƫle of andere belangen bij bedrijven of instellingen of het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn.

2. Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:

a. ongeschiktheid;

b. disfunctioneren; of

c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.

3. Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.

4. De leden van de raad van toezicht van de NLPO ontvangen van de NLPO een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.

Artikel 2.79

1. De raad van toezicht van de NLPO houdt toezicht op het beleid van het bestuur van de NLPO, de algemene gang van zaken bij de NLPO en staat het bestuur van de NLPO met advies terzijde.

2. De raad van toezicht van de NLPO is verder belast met:

a. het vaststellen van de jaarrekening van de NLPO; en

b. het wijzigen van de statuten van de NLPO, op voorstel van het bestuur van de NLPO.

3. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht van de NLPO zich naar het gemeenschappelijke belang van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.

4. De raad van toezicht stelt een rooster van aftreden voor zijn leden op waarin wordt voorzien dat de leden niet allen gelijktijdig aftreden.

Artikel 2.80

1. Het bestuur van de NLPO bestaat uit ten hoogste drie leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht van de NLPO.

2. Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.

Artikel 2.81

1. Voor het bestuur van de NLPO is artikel 2.78, eerste lid, onder b tot en met g, van overeenkomstige toepassing.

2. De leden van het bestuur van de NLPO zijn in dienst van de NLPO. De raad van toezicht van de NLPO stelt hun arbeidsvoorwaarden vast.

3. Artikel 668a, eerste tot en met vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de leden van het bestuur van de NLPO.

4. Een lid van het bestuur van de NLPO kan niet na beƫindiging van dat lidmaatschap voor een aansluitende periode worden benoemd als lid van de raad van toezicht van de NLPO.

Artikel 2.82

1. Het bestuur van de NLPO is belast met de uitvoering van de taken van de NLPO.

2. Naast de andere taken en bevoegdheden die het bestuur van de NLPO heeft op grond van deze wet, is hij belast met:

a. de dagelijkse leiding over de werkzaamheden van de NLPO;

b. het vaststellen van het concessiebeleidsplan NLPO;

c. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.87g;

d. het vaststellen van de begroting, bedoeld in artikel 2.170b; en

e. het vaststellen van het bestuursverslag.

Artikel 2.83

De volgende besluiten van het bestuur van de NLPO behoeven de instemming van de raad van toezicht van de NLPO:

a. de besluiten, bedoeld in artikel 2.82, tweede lid, onderdelen b tot en met e;

b. het doen van investeringen die een in de statuten van de NLPO vastgesteld bedrag te boven gaan;

c. het door de NLPO aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of vennootschap als die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de NLPO of de lokale publieke media-instellingen;

d. collectief ontslag van een aanmerkelijk aantal werknemers; en

e. het vaststellen van ingrijpende wijzigingen in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers.

Artikel 2.84

1. Het college van omroepen van de NLPO bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden die op voordracht van het college van omroepen van de NLPO door de raad van toezicht van de NLPO worden benoemd, geschorst en ontslagen.

2. Benoeming gebeurt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.

3. De leden wijzen uit hun midden de voorzitter aan.

Artikel 2.85

1. Het college van omroepen van de NLPO vertegenwoordigt de lokale publieke media-instellingen bij de NLPO.

2. Het college van omroepen van de NLPO is zodanig samengesteld dat de lokale publieke media-instellingen representatief worden vertegenwoordigd, met inachtneming van hun verscheidenheid in elk geval naar omvang en geografische ligging.

Artikel 2.86

1. Het college van omroepen van de NLPO adviseert de raad van toezicht van de NLPO en het bestuur van de NLPO desgevraagd of uit eigen beweging over het beleid inzake het media-aanbod van de lokale publieke mediadienst.

2. Het college van omroepen van de NLPO adviseert in elk geval over de besluiten van de NLPO die de instemming behoeven van de raad van toezicht van de NLPO.

Artikel 2.87

1. De NLPO verstrekt Onze Minister desgevraagd alle inlichtingen met betrekking tot de werkzaamheden van de NLPO.

2. Onze Minister kan inzage verlangen in zakelijke gegevens en bescheiden van de NLPO voor zover dat voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Artikel 2.87a

1. De NLPO stelt jaarlijks vóór 1 juni een bestuursverslag over het afgelopen kalenderjaar vast.

2. In het bestuursverslag wordt aandacht besteed aan de werkzaamheden van de NLPO, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkwijze in het bijzonder.

3. De NLPO zendt het verslag aan Onze Minister en maakt het openbaar.

Artikel 2.87b

1. Wijzigingen in de statuten van de NLPO behoeven de instemming van Onze Minister.

2. De raad van toezicht van de NLPO en het bestuur van de NLPO kunnen niet besluiten tot ontbinding van de NLPO.

Artikel 2.87c

De verdere werkwijze van de raad van toezicht van de NLPO, het bestuur van de NLPO en het college van omroepen van de NLPO wordt geregeld in de statuten en reglementen van de NLPO.

Artikel 2.87d

Voor de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau wordt bij koninklijk besluit aan de NLPO een concessie verleend die geldt voor tien jaar en in werking treedt met ingang van een in het koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 2.87e

1. Voorafgaand aan de concessieverlening en vóór aanvang van de tweede periode van vijf jaar van de concessieperiode dient de NLPO een concessiebeleidsplan NLPO voor de komende vijf jaar in bij Onze Minister.

2. Het concessiebeleidsplan NLPO bevat in elk geval:

a. een beschrijving van de wijze waarop in de komende vijf jaar de publieke mediaopdracht op lokaal niveau wordt uitgevoerd, tevens uitgewerkt in kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de lokale publieke mediadienst;

b. een onderbouwd overzicht van de naar verwachting benodigde organisatorische, personele, materiƫle en financiƫle middelen; en

c. een beschrijving van de samenwerking met de landelijke en regionale publieke media-instellingen en anderen.

3. Onze Minister kan bij ministeriƫle regeling regels stellen over de inrichting van het concessiebeleidsplan NLPO en het tijdstip van indiening.

4. De NLPO stelt het concessiebeleidsplan NLPO, voor zover het de samenwerking betreft, vast na overleg met de betrokken landelijke en regionale publieke media-instellingen.

Artikel 2.87f

1. De NLPO maakt het concessiebeleidsplan NLPO openbaar.

2. Over het concessiebeleidsplan NLPO vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur.

Artikel 2.87g

1. Mede op basis van het concessiebeleidsplan NLPO sluiten Onze Minister en de NLPO een prestatieovereenkomst voor de duur van het concessiebeleidsplan NLPO.

2. De prestatieovereenkomst bevat afspraken over:

a. de inzet van de NLPO ten behoeve van het media-aanbod van de lokale publieke media-instellingen;

b. de rapportage over de inzet, bedoeld in onderdeel a, alsmede de maatregelen bij niet naleving van de over die inzet gemaakte afspraken; en

c. tussentijdse wijziging in verband met veranderende inzichten of omstandigheden.

3. De prestatieovereenkomst heeft geen betrekking op de inhoud van het media-aanbod van de lokale publieke media-instellingen.

Paragraaf 2.4.2. Lokale verzorgingsgebieden

Artikel 2.87h

1. Nederland is ingedeeld in ten hoogste tachtig lokale verzorgingsgebieden.

2. Gemeenten in een lokaal verzorgingsgebied zijn onderling nabijgelegen.

3. Een lokaal verzorgingsgebied is wat betreft de oppervlakte of het aantal inwoners aanmerkelijk kleiner dan de provincie of elk van de provincies waarmee het lokale verzorgingsgebied grondgebied deelt.

4. Een lokaal verzorgingsgebied is zoveel mogelijk een gebied dat een kenbare identiteit heeft of waarbinnen het algemene leefpatroon van de inwoners zich in belangrijke mate afspeelt.

5. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de indeling in lokale verzorgingsgebieden vastgesteld.

Paragraaf 2.4.3. Aanwijzing van lokale publieke media-instelling

Artikel 2.87i

1. Voor de verzorging van publieke mediadiensten op lokaal niveau kan het Commissariaat instellingen als lokale publieke media-instelling aanwijzen volgens de bepalingen van deze paragraaf.

2. Per lokaal verzorgingsgebied kan ƩƩn lokale publieke media-instelling worden aangewezen.

Artikel 2.87j

1. Een aanwijzing als lokale publieke media-instelling geldt vijf jaar en vervalt daarna van rechtswege.

2. De aanwijzing begint met ingang van de concessie, bedoeld in artikel 2.87d, dan wel met ingang van het zesde jaar van die concessie.

3. In geval van intrekking van een aanwijzing kan het Commissariaat, in afwijking van het eerste en tweede lid, voor de resterende duur van de vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, voor hetzelfde lokale verzorgingsgebied een lokale publieke media-instelling aanwijzen.

Artikel 2.87k

1. Aanwijzing gebeurt op aanvraag.

2. Voor aanwijzing gelden de criteria die zijn opgenomen in de artikelen 2.87l tot en met 2.87o.

3. Als er meer dan ƩƩn aanvraag is voor hetzelfde lokale verzorgingsgebied, beslist het Commissariaat na onderlinge afweging van de aanvragen.

Artikel 2.87l

De instelling heeft statuten die bepalen dat de instelling:

a. rechtspersoon is naar Nederlands recht, met volledige rechtsbevoegdheid;

b. zich uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stelt het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die leven in het lokale verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en

c. een programmabeleid bepalend orgaan heeft.

Artikel 2.87m

1.De instelling heeft een orgaan dat het beleid voor het media-aanbod van de instelling bepaalt. Dit orgaan wordt programmabeleid bepalend orgaan genoemd.

2. Het programmabeleid bepalend orgaan:

a. is representatief voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die in het lokale verzorgingsgebied voorkomen;

b. is een afzonderlijk orgaan van de instelling; en

c. bestaat uit ten minste vijf leden, onder wie de voorzitter.

Artikel 2.87n

1. De instelling heeft een beleidsplan dat is afgestemd op het concessiebeleidsplan NLPO voor dezelfde periode.

2. Het beleidsplan bevat in elk geval:

a. de voorgenomen aanbodkanalen;

b. het voorgenomen beleid ten aanzien van het media-aanbod;

c. de voornemens en afspraken over samenwerkingen binnen het publieke mediabestel; d. de voornemens over het bedienen van de geografische en sociaal-culturele verscheidenheid binnen het lokale verzorgingsgebied;

e. de voornemens over de zichtbaarheid en vindbaarheid van het media-aanbod binnen het lokale verzorgingsgebied; en

f. de voornemens en afspraken over de inzet van vrijwilligers en over samenwerking met partners in het lokale verzorgingsgebied.

Artikel 2.87o

De instelling heeft een begroting voor de periode van het beleidsplan waarin in elk geval zijn opgenomen:

a. een overzicht van de baten en lasten in verband met de uitvoering van het beleidsplan; en

b. een toelichting.

Artikel 2.87p

1. Over de aanvragen van instellingen die voldoen aan artikel 2.87l, vraagt het Commissariaat advies aan de NLPO en de gemeenteraad van de gemeente of de gemeenteraden van de gemeenten binnen het lokale verzorgingsgebied.

2. De NLPO adviseert over een aanvraag aan de hand van de criteria, bedoeld in de artikelen 2.87n, eerste en tweede lid, onderdelen a tot en met c, en 2.87o.

3. De gemeenteraad adviseert over een aanvraag aan de hand van de criteria, bedoeld in de artikelen 2.87m en 2.87n, tweede lid, onderdelen d tot en met f. Het advies heeft geen betrekking op de inhoud van het media-aanbod.

4. Als advies wordt gevraagd over meer dan ƩƩn aanvraag voor hetzelfde lokale verzorgingsgebied brengen de NLPO en de gemeenteraad of gemeenteraden in hun adviezen per criterium een rangorde aan van de geschiktheid van de aanvragen.

5. In het geval van adviezen van meer dan ƩƩn gemeenteraad in het kader van ƩƩn aanwijzing wordt door het Commissariaat aan elk advies per criterium gewicht toegekend naar rato van het aantal leden van elke gemeenteraad, met toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Gemeentewet.

Artikel 2.87q

1. Het Commissariaat wijst een aanvraag af als de weging, bedoeld in artikel 2.87k, derde lid, uitvalt ten gunste van een andere aanvraag voor dezelfde aanwijzing.

2. Het Commissariaat kan een aanvraag afwijzen als:

a. de instelling niet voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 2.87l;

b. de instelling in onvoldoende mate voldoet aan ten minste ƩƩn van de criteria waarover de NLPO dan wel de gemeenteraad of gemeenteraden om advies wordt gevraagd; of

c. uit de aanvraag overigens blijkt dat het door de instelling te verzorgen media-aanbod in onvoldoende mate voldoet aan de daaraan bij of krachtens deze wet gestelde eisen.

3. Het Commissariaat kan een aanvraag verder afwijzen als er mede gelet op de handelwijze van de instelling in een voorafgaande periode waarin zij een aanwijzing heeft gehad gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de instelling zich niet zal houden aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Artikel 2.87r

Als tijdens de aanwijzingsperiode bij het Commissariaat ernstige twijfel bestaat of een lokale publieke media-instelling nog voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 2.87m, kan het Commissariaat daarover tussentijds advies vragen aan de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden.

Artikel 2.87s

1.Het Commissariaat kan een aanwijzing intrekken, als de lokale publieke media-instelling niet meer voldoet aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 2.87l of 2.87m.

2. Het Commissariaat kan een aanwijzing verder intrekken als:
a. de lokale publieke media-instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste twee maanden geen media-aanbod heeft verzorgd dat voldoet aan de eisen van deze wet; of

b. het Commissariaat aan de lokale publieke media-instelling binnen een periode van een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in titel 7.2 heeft opgelegd.

3. Het Commissariaat vraagt de NLPO en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente of gemeenten binnen het lokale verzorgingsgebied om een zienswijze over een voorgenomen intrekking als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.87t

Ten behoeve van het bepaalde in deze paragraaf, voor zover dit betrekking heeft op het programmabeleid bepalend orgaan, kunnen het Commissariaat en de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden de volgende bijzondere persoonsgegevens, bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming, verwerken: persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen of het lidmaatschap van een vakbond blijken of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid.

Artikel 2.87u

1. Bij ministeriƫle regeling worden regels gesteld over de gegevens of bescheiden die in elk geval bij een aanvraag voor aanwijzing als lokale publieke media-instelling worden gevoegd.

2. Bij ministeriƫle regeling worden regels gesteld over het aanvraagtijdvak voor een aanwijzing als lokale publieke media-instelling, alsmede de advies- en beslistermijnen ter zake.

3. Bij ministeriƫle regeling kunnen regels worden gesteld over de overige advies-, beslis- en zienswijzetermijnen in deze paragraaf.

4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2.87t, en over passende en specifieke maatregelen ter bescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van de betrokkenen, waaronder in elk geval:

a. een verbod op verdere verwerking van bijzondere persoonsgegevens;

b. maximale bewaartermijnen; en

c. een verbod op het delen van de bijzondere persoonsgegevens met derden.

Artikel 2.87v

1. Het Commissariaat kan regels stellen over de wijze waarop per criterium een rangorde als bedoeld in artikel 2.87p, vierde lid, wordt aangegeven.

2. Het Commissariaat kan regels stellen over de wijze waarop de adviezen van de NLPO en de gemeenteraad of gemeenteraden worden verstrekt.

Paragraaf 2.4.4. Overige bepalingen over lokale publieke mediadienst

Artikel 2.87w

Het programmabeleid bepalend orgaan stelt een reglement vast over samenstelling en werkwijze. Het reglement geeft in elk geval voorschriften over functies die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van het programmabeleid bepalend orgaan.

Artikel 2.87x

Het media-aanbod van een lokale publieke media-instelling bestaat per programmakanaal voor:

a. ten minste vijftig procent uit aanbod dat in het bijzonder betrekking heeft op het lokale verzorgingsgebied waarvoor het aanbod is bestemd; en

b. ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de lokale publieke media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd.

Artikel 2.87y

Een lokale publieke media-instelling verstrekt desgevraagd aan de raad van toezicht van de NLPO, het bestuur van de NLPO en de door hem aangewezen medewerkers dan wel door hem ingestelde commissies alle inlichtingen voor zover dat voor de vervulling van de taken van de raad van toezicht van de NLPO en het bestuur van de NLPO redelijkerwijs nodig is.

P

Artikel 2.93 vervalt.

Q

In artikel 2.99c, derde lid, en artikel 2.99d, eerste lid, onderdeel b, wordt ā€œhet overlegorgaan, bedoeld in artikel 2.146, aanhef en onder lā€ vervangen door ā€œde NLPOā€.

R

In artikel 2.122, eerste lid, wordt ā€œlandelijke en regionaleā€ vervangen door ā€œlandelijke, regionale en lokaleā€.

S

In artikel 2.132, eerste en vijfde lid, wordt na ā€œDe NPOā€ ingevoegd ā€œ, de RPO en de NLPOā€.

T

In artikel 2.134, eerste lid, wordt na ā€œde NPOā€ ingevoegd ā€œ, de RPO en de NLPOā€.

U

In artikel 2.135, eerste lid, wordt na ā€œde RPOā€ ingevoegd ā€œ, de NLPOā€.

V

In artikel 2.141, eerste lid, wordt na ā€œde RPOā€ ingevoegd ā€œ, de NLPOā€.

W

In artikel 2.142, eerste lid, wordt na ā€œde RPOā€ ingevoegd ā€œ, de NLPOā€.

X

In artikel 2.142a, eerste lid, wordt ā€œDe NPO, de RPO, de landelijke en regionale publieke media-instellingenā€ vervangen door ā€œDe NPO, de RPO, de NLPO en de landelijke, regionale en lokale publieke media-instellingen".

Y

In artikel 2.143, eerste lid, wordt ā€œDe NPO, de RPO en de publieke media-instellingenā€ vervangen door ā€œDe NPO, de RPO, de NLPO en de landelijke, regionale en lokale publieke media-instellingenā€.

Z

In artikel 2.144, eerste lid, wordt ā€œvoor het jaar 2025 € 1.040.379.000ā€ vervangen door ā€œvoor het jaar 20xx € 1.126.491.000ā€.

AA

Artikel 2.146 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel b wordt een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

b1. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau volgens afdeling 2.6.5a;

2. Onderdelen l en m vervallen.

BB

Artikel 2.167 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel a komt te luiden:

a. de NPO, de RPO, de NLPO en de landelijke, regionale en lokale publieke media-instellingen.

b. In onderdeel b vervalt ā€œhet overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.146, onder l,ā€.

2. In het derde lid wordt ā€œde RPO, de regionale publieke media-instellingenā€ vervangen door ā€œde RPO, de NLPO, de regionale en lokale publieke media-instellingenā€.

CC

Artikel 2.168, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a, komt te luiden:

a. de NPO, de RPO, de NLPO en de landelijke, regionale en lokale publieke media-instellingen;.

2. In onderdeel b vervalt ā€œhet overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen, bedoeld in artikel 2.146, onder l,ā€.

DD

Het opschrift van afdeling 2.6.5 komt te luiden:

Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale publieke mediadienst

EE

Na artikel 2.170a wordt een opschrift ingevoegd, dat luidt:

Afdeling 2.6.5a. Bekostiging lokale publieke mediadienst

FF

Artikel 2.170b komt te luiden:

Artikel 2.170b

1. De NLPO dient jaarlijks vóór 15 september een begroting voor de lokale publieke mediadienst in bij Onze Minister en het Commissariaat. De NLPO maakt de begroting openbaar.

2. Het Commissariaat zendt vóór 15 oktober daaropvolgend zijn opmerkingen over de begroting aan Onze Minister.

3. De begroting bevat in elk geval:

a. een beschrijving van de wijze waarop door de NLPO en de lokale publieke media-instellingen invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod;

b. een overzicht van de aanbodkanalen van de lokale publieke media-instellingen;

c. de financiƫle middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens voor de lokale publieke mediadienst te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar;

d. een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; en

e. een beschrijving van de samenwerking met de landelijke en regionale publieke media-instellingen en anderen.

4. De financiƫle middelen worden als volgt onderverdeeld:

a. de financiƫle middelen voor de uitvoering van de taken van de NLPO;

b. de financiƫle middelen voor de uitvoering van de taken van de lokale publieke media-instellingen, die kunnen bestaan uit:

1°. eigen inkomsten;

2°. de rijksbijdrage;

3°. gemeentelijke subsidies als bedoeld in afdeling 2.6.6a; of

4°. overige subsidies.

5. Het derde lid, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op de begroting voor het eerste jaar van de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid.

6. Onze Minister kan bij ministeriƫle regeling nadere regels stellen over de inhoud en inrichting van de begroting.

GG

Artikel 2.170c komt te luiden:

Artikel 2.170c

1. Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het budget vast voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de NLPO.

2. Onze Minister kan aan een besluit tot het vaststellen van het budget schriftelijke voorwaarden verbinden.

3. Het budget, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de NLPO.

4. Onze Minister stelt het budget vast op tachtig procent van het budget van het voorgaande jaar als de NLPO de begroting niet volgens de daarvoor geldende regels heeft ingediend.

5. Het budget, bedoeld in het eerste lid, besteedt het bestuur van de NLPO aan de daar genoemde doelen.

HH

Artikel 2.170d komt te luiden:

Artikel 2.170d

Onze Minister stelt vóór 1 augustus van het tweede jaar dat voorafgaat aan de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid, het totaalbudget vast dat gedurende die periode jaarlijks ten minste beschikbaar is voor de bekostiging van de lokale publieke media-instellingen.

II

Na artikel 2.170d worden zes artikelen ingevoegd, die luiden:

Artikel 2.170e

1. Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het totaalbudget vast dat voor het volgende jaar beschikbaar is voor de bekostiging van de lokale publieke media-instellingen. Onze Minister stelt het totaalbudget ter beschikking van het Commissariaat.

2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verdeling van het totaalbudget over de lokale publieke media-instellingen.

Artikel 2.170f

1. Het Commissariaat kan op aanvraag van een lokale publieke media-instelling uit het totaalbudget, bedoeld in artikel 2.170e, een rijksbijdrage verstrekken in de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt.

2. Het Commissariaat beslist jaarlijks vóór 1 januari op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.

3. Aan de verstrekking van de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, worden geen voorwaarden verbonden die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet.

4. De lokale publieke media-instellingen besteden de ontvangen rijksbijdrage aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.

5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor een instelling die als lokale publieke media-instelling is aangewezen met ingang van het volgende kalenderjaar.

Artikel 2.170g

1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.170e gaat vergezeld van een begroting.

2. De begroting is afgestemd op de begroting, bedoeld in artikel 2.170b, eerste lid, voor dezelfde periode.

3. In de begroting, bedoeld in het eerste lid, worden de financiƫle middelen die nodig zijn voor de uitvoering van de taken van de lokale publieke media-instelling onderverdeeld in:

a. eigen inkomsten;

b. de rijksbijdrage;

c. de gemeentelijke subsidie, bedoeld in afdeling 2.6.6a; of

d. overige subsidies.

4. Onze Minister stelt bij ministeriƫle regeling nadere regels over:

a. de inhoud, de inrichting en het tijdstip van indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.170f; en

b. de inhoud en de inrichting van de begroting, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.170h

1. Het Commissariaat verleent voorschotten op de rijksbijdrage.

2. Als een lokale publieke media-instelling de jaarrekening, bedoeld in artikel 2.173b, tweede lid, niet tijdig indient, kan het Commissariaat de bevoorschotting met twintig procent verminderen.

3. Het Commissariaat kan de bevoorschotting verder verminderen of beƫindigen wanneer ondanks herhaalde aanmaningen van het Commissariaat de instelling in gebreke blijft met het indienen van de jaarrekening.

4. Als een lokale publieke media-instelling voorschotten in strijd met het bepaalde bij of krachtens de wet gebruikt, kan het Commissariaat de bevoorschotting verminderen of beƫindigen.

5. Onze Minister stelt bij ministeriƫle regeling nadere regels over de bevoorschotting.

Artikel 2.170i

Onze Minister stuurt telkens na drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de rijksbijdrage, bedoeld in 2.170f, eerste lid, en de gemeentelijke subsidie, bedoeld in afdeling 2.6.6a, in de praktijk.

Artikel 2.170j

1. Als een lokale publieke media-instelling voornemens is na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing als bedoeld in artikel 2.87i is verleend, een commerciƫle omroepdienst te verzorgen of een belang te verwerven in een commerciƫle media- instelling, meldt zij dit aan het Commissariaat.

2. Na de melding kan de lokale publieke media-instelling in het laatste jaar van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, activiteiten verrichten die noodzakelijk zijn om te zorgen dat zij of de rechtspersoon waarin zij een belang verwerft, na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, een commerciƫle omroepdienst kan verzorgen.

3 Als een lokale publieke media-instelling uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. De eindafrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het Commissariaat kan de termijn, bedoeld in de eerste volzin, verlengen met een door hem vast te stellen termijn.

4. Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het derde lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Teruggevorderde bedragen voegt het Commissariaat toe aan de algemene mediareserve, bedoeld in artikel 2.166.

5. In het geval, bedoeld in het derde lid:

a. betaalt de lokale publieke media-instelling de op het moment, bedoeld in het eerste lid, aanwezige gelden die bestemd zijn voor de verzorging van media-aanbod voor de lokale publieke mediadienst, terug aan het Commissariaat;

b. stelt de lokale publieke media-instelling het programmamateriaal dat verspreid is op de programmakanalen van de lokale publieke media-instelling dan wel daarvoor is geproduceerd of aangekocht en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- en gebruiksrecht bij de lokale publieke media-instelling berust, ter beschikking aan de door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief voor gebruik door andere publieke media-instellingen; en

c. onthoudt de lokale publieke media-instelling zich gedurende drie jaar na afloop van de periode waarvoor de aanwijzing is verleend, van gebruik of exploitatie van het programmamateriaal, bedoeld in onderdeel b, en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- en gebruiksrecht bij de lokale publieke media-instelling berust.

6. Voor de toepassing van het derde, vierde en vijfde lid wordt onder lokale publieke media-instelling tevens begrepen haar rechtsopvolger of rechtverkrijgende.

7. Als een lokale publieke media-instelling na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, niet opnieuw voor hetzelfde lokale verzorgingsgebied wordt aangewezen, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening wat betreft de financiƫn die betrekking hebben op de verzorging van media-aanbod voor de lokale publieke mediadienst. Het derde lid, tweede en derde volzin, en het vierde lid, tweede volzin, zijn van toepassing. Het vierde lid, eerste volzin, en het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

8. Als de aanwijzing van een lokale publieke media-instelling wordt ingetrokken als bedoeld in artikel 2.87s draagt zij binnen vier maanden na het van kracht worden van de intrekking zorg voor de vaststelling van een eindafrekening wat betreft de financiƫn die betrekking hebben op de verzorging van media-aanbod voor de lokale publieke mediadienst. Het derde lid, tweede en derde volzin, en het vierde lid, tweede volzin, zijn van toepassing. Het vierde lid, eerste volzin, en het vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

JJ

Het opschrift van afdeling 2.6.6 komt te luiden:

Afdeling 2.6.6. Financiƫle verantwoording landelijke, regionale en lokale publieke mediadiensten.

KK

Na artikel 2.173a wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 2.173b

1. Het Commissariaat is belast met de rechtmatigheidstoetsing van de NLPO en de lokale publieke media-instellingen.

2. De NLPO en de lokale publieke media-instellingen zenden jaarlijks vóór 1 mei de jaarrekening aan het Commissariaat.

3. De artikelen 2.172, eerste en tweede lid, en 2.173 zijn van toepassing.

4. In de jaarrekening van een lokale publieke media-instelling worden de financiƫle middelen voor de uitvoering van haar taken onderverdeeld in:

a. eigen inkomsten;

b. de rijksbijdrage;

c. de gemeentelijke subsidie, bedoeld in afdeling 2.6.6a; of

d. overige subsidies.

5. Het tweede lid is niet van toepassing op lokale publieke media-instellingen in het eerste jaar van de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid, tenzij de lokale publieke media-instelling in het voorafgaande kalenderjaar een aanwijzing had voor hetzelfde verzorgingsgebied.

6. Onze Minister kan bij ministeriƫle regeling nadere regels stellen over de inhoud en inrichting van de jaarrekening van de NLPO en de lokale publieke media-instellingen.

LL

Artikel 2.175 komt te luiden:

Artikel 2.175

1. De regionale en lokale publieke media-instellingen kunnen met toestemming van het Commissariaat en onder door hem te stellen voorwaarden, die per instelling kunnen verschillen, gelden reserveren voor de verzorging van media-aanbod, tot een maximum per kalenderjaar van tien procent van de uitgaven in dat jaar van de media-instelling.

2. De RPO en de NLPO kunnen gelden reserveren die bestemd zijn voor de uitvoering van hun taken en werkzaamheden, tot een maximum per kalenderjaar van tien procent van de uitgaven in dat jaar van de RPO of NLPO.

MM

In artikel 2.176, derde lid, wordt na ā€œregionaleā€ ingevoegd ā€œof lokaleā€.

NN

Artikel 2.177, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede ā€œ2.175, eerste lid,ā€ wordt vervangen door ā€œ2.175,ā€

2. De zinsnede ā€œvan de NPO, de RPO of de landelijke of regionale publieke media-instelling terugā€ wordt vervangen door ā€œterug van de NPO, de RPO, de NLPO, of de landelijke, regionale of lokale publieke media-instellingā€.

OO

Artikel 2.178 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt ā€œlandelijke en regionaleā€ vervangen door ā€œlandelijke, regionale en lokaleā€.

2. In het vierde lid wordt ā€œde landelijke publieke media-instellingen en de regionale publieke media-instellingenā€ vervangen door ā€œde landelijke, regionale en lokale publieke media-instellingenā€.

PP

Na artikel 2.178 wordt een afdeling ingevoegd, die luidt:
Afdeling 2.6.6a. Bijzondere bepalingen voor subsidie van gemeente aan lokale publieke media-instelling

Artikel 2.179

Deze afdeling is van toepassing op subsidie van een gemeente aan de lokale publieke media-instelling in het verzorgingsgebied waartoe de gemeente behoort, voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.

Artikel 2.179a

1. De gemeenteraad maakt voorafgaand aan het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.87u, tweede lid, het budget dat voor subsidie beschikbaar is voor de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid, bekend door opname daarvan in de gemeentelijke begroting.

2. De gemeentelijke subsidiebeschikkingen bevatten geen verplichtingen die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet of die niet passen in het desbetreffende concessiebeleidsplan NLPO of besluit tot aanwijzing als lokale publieke media-instelling.

3. In afwijking van artikel 2.177, tweede lid, worden gelden die het Commissariaat terugvordert van een lokale publieke media-instelling mede terugbetaald aan de gemeente, in verhouding tot het aandeel van de gemeentelijke subsidie in:

a. de gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt; of

b. de reserve van de lokale publieke media-instelling in het jaar waarop de terugvordering betrekking heeft.

4. In afwijking van artikel 2.170j, vierde lid, tweede volzin, mede in samenhang met artikel 2.170j, zevende en achtste lid, worden gelden die het Commissariaat terugvordert van de instelling in verhouding tot het aandeel van de gemeentelijke subsidie in het terug te betalen bedrag mede terugbetaald aan de gemeente.

QQ

Na artikel 2.188 worden twee artikelen ingevoegd, die luiden:

Artikel 2.189

1. Een lokale publieke media-instelling evalueert in het tweede jaar van de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid, de wijze waarop zij uitvoering geeft aan de publieke mediaopdracht op lokaal niveau. Zij brengt het evaluatierapport uit aan de NLPO, die het aan Onze Minister zendt en openbaar maakt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing als toepassing is gegeven aan artikel 2.87j, derde lid.

Artikel 2.190
1. De NLPO kan, voor zover een evaluatie of evaluaties als bedoeld in artikel 2.189 daarvoor aanleiding geven, een onafhankelijke evaluatie laten verrichten van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau. Deze evaluatie kan ook begrensd zijn tot deelonderwerpen van die uitvoering, de NLPO of een deel van de lokale publieke media-instellingen.
2. De onafhankelijke evaluatie gebeurt in het derde jaar van de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid.
3. De NLPO stelt voor de duur van de onafhankelijke evaluatie een commissie in die tot taak heeft de evaluatie te verrichten. De commissie bestaat uit ten minste vijf onafhankelijke deskundigen.
3. De leden van de evaluatiecommissie worden op voordracht van het bestuur van de NLPO benoemd door de raad van toezicht van de NLPO.
4. De evaluatiecommissie kan aanbevelingen doen over de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.
5. De evaluatiecommissie brengt het evaluatierapport uit aan de raad van toezicht van de NLPO, die het aan Onze Minister zendt en openbaar maakt.

RR

In artikel 3.29f, onderdelen a, b en c, wordt na ā€œde Nederlandse of Friese taalā€ ingevoegd ā€œ, of een taal die in Nederland is erkend onder deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderhedenā€.

SS

Artikel 6.13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, onderdeel d, wordt ā€œartikel 2.70ā€ vervangen door ā€œartikel 2.87xā€ en wordt ā€œde gemeenteā€ vervangen door ā€œhet lokale verzorgingsgebiedā€.

2. In het vierde lid, onderdeel c, wordt ā€œartikel 2.70ā€ vervangen door ā€œartikel 2.87xā€, en wordt ā€œde gemeenteā€ vervangen door ā€œhet lokale verzorgingsgebiedā€.

TT

In artikel 7.4, onderdeel c, wordt na ā€œde RPO,ā€ ingevoegd ā€œde NLPO,ā€.

UU

In artikel 7.11, eerste lid, onderdeel a, wordt na ā€œ2.60o,ā€ ingevoegd ā€œ2.75 tot en met 2.87, 2.87b tot en met 2.87h, 2.87y,ā€ en wordt ā€œ2.170c, 2.170dā€ vervangen door ā€œ2.170c, eerste tot en met vierde lid, 2.170d, 2.179, 2.179aā€.

VV

Artikel 7.12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na ā€œen 2.170b,ā€ ingevoegd ā€œ2.170e tot en met 2.170f, derde lid, 2.170g, 2.170h, 2.179 en 2.179a,ā€.

2. In het derde lid wordt ā€œ2.71, derde en vierde lidā€ vervangen door ā€œ2.87xā€ en wordt na ā€œen 2.170b,ā€ ingevoegd ā€œ2.170c, vijfde lid, 2.170e, 2.170f, eerste tot en met derde lid, 2.170g en 2.170h,ā€.

WW

In artikel 7.16a, eerste lid, wordt ā€œlandelijke of regionale publieke media-instellingā€ vervangen door ā€œlandelijke, regionale of lokale publieke media-instelling of de NLPOā€.

XX

In artikel 8.5, onderdeel c, wordt na ā€œde NPOā€ ingevoegd ā€œde RPO en de NLPOā€.

YY

Na artikel 9.14h wordt een titel ingevoegd, die luidt:

Titel 9.2b. Evaluatiebepaling en overgangsbepalingen Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx)

Artikel 9.14i

Onze Minister zendt binnen zeven jaar na de inwerkingtreding van de Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx) aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk.

Artikel 9.14j

In afwijking van artikel 2.87a stelt de NLPO het bestuursverslag voor het eerst vast over het eerste kalenderjaar na de aanwijzing, bedoeld in artikel 2.75, eerste lid.

Artikel 9.14k

1. Aanwijzingen als lokale publieke media-instelling op grond van paragraaf 2.3.1a van de Mediawet 2008 zoals die luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx) die gelden op het moment van de inwerkingtreding van die wet blijven gelden tot het begin van de eerste concessie die wordt verleend aan de NLPO op grond van artikel 2.87d, en vervallen daarna van rechtswege.

2. Voor de lokale publieke media-instellingen, bedoeld in het eerste lid, blijft de Mediawet 2008 van toepassing zoals deze luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx).

3. In afwijking van het tweede lid bestaat het college van omroepen van de NLPO tot het begin van de eerste concessie van de NLPO uit het college van omroepen van het overlegorgaan, bedoeld in artikel 2.146, onderdeel l, zoals dat is samengesteld onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx).

4. Op bezwaar en beroep tegen een besluit over aanwijzing als lokale publieke media-instelling dat is genomen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx) blijft de Mediawet 2008 zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx) van toepassing.

Artikel 9.14l

In afwijking van de artikelen 2.170b, 2.170c en 2.173b geldt voor de periode tussen de aanwijzing als NLPO, bedoeld in artikel 2.75, eerste lid, en het begin van de eerste concessie die wordt verleend aan de NLPO op grond van artikel 2.87d, het volgende:

a. De NLPO dient zo snel mogelijk na de aanwijzing als NLPO, bedoeld in artikel 2.75, eerste lid, een begroting in voor de uitvoering van haar taken in het resterende deel van het kalenderjaar.

b. Onze Minister stelt uit de rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster aan de NLPO een bijdrage in de kosten ter beschikking.

c. Onze Minister kan aan een besluit tot het ter beschikking stellen van de bijdrage voorschriften verbinden.

d. Onze Minister kan een besluit tot het ter beschikking stellen van de bijdrage intrekken of wijzigen als de NLPO de aan het besluit verbonden voorschriften niet naleeft.

e. De NLPO dient vóór 15 september een begroting in voor de uitvoering van haar taken in het volgende kalenderjaar. Onderdelen b tot en met d zijn van overeenkomstige toepassing. Onze Minister beschikt ook over de bevoegdheid, bedoeld in onderdeel d, als de NLPO de begroting te laat indient.

Artikel 9.14m

De begroting, bedoeld in artikel 2.170b, eerste lid, voor het eerste jaar van de duur van de eerste concessie die wordt verleend aan de NLPO op grond van artikel 2.87d, voldoet aan de vereisten van artikel 2.170b, derde en vierde lid, naar de mate waarin de desbetreffende informatie redelijkerwijs beschikbaar is voor de NLPO.

Artikel 9.14n

Artikel 2.173b, tweede lid, is voor de NLPO voor het eerst van toepassing in het tweede kalenderjaar na het begin van de eerste concessie die haar wordt verleend op grond van artikel 2.87d.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET NORMERING TOPINKOMENS

De Wet normering topinkomens wordt als volgt gewijzigd:

In Bijlage 1 bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, onder het kopje Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, komt onderdeel 17 te luiden:

17. De landelijke, regionale en lokale publieke media-instellingen, de NPO, RPO, NLPO en de Ster, bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008.

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,