[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Nader gewijzigd amendement van het lid Tseggai ter vervanging van nr. 134 over het gelijktrekken van beleid omtrent restitutie van les-, cursus- en collegegeld

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)

Nummer: 2026D13498, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-24 13:13, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VIII-138 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z05941:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 138 nader gewijzigd AMENDEMENT VAN HET LID Tseggai ter vervanging van dat gedrukt onder nr. 134
Ontvangen 24 maart 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

De begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 04 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie wordt het verplichtingenbedrag verhoogd met € 4.500 (x € 1.000).

II

In artikel 08 Internationaal beleid worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 2.500 (x 1.000).

IV

In artikel 25 Emancipatie worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 2.000 (x 1.000)

Toelichting

Met dit amendement stelt de indiener voor om het beleid omtrent restitutie van les-, cursus- en collegegeld tussen alle studenten gelijk te trekken. Als gevolg van het amendement zal het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 en de Regeling Les- en cursusgeldwet moeten worden aangepast. De doorvoering van de wijziging uitvoeringstechnisch kan op zijn vroegst met ingang van het studiejaar 2027/28 mogelijk zijn. Daarbij wordt nu een bedrag van € 4,5 miljoen aan verplichtingen opgenomen, aangezien de rijksbijdrage aan mbo-instellingen voor het jaar 2027 in het najaar van 2026 wordt beschikt. Daarmee wordt de verplichting aangegaan, met welke reden op artikel 4 de verplichtingenruimte in 2026 wordt opgehoogd.

Op dit moment worden mbo-studenten benadeeld ten opzichte van hbo- en wo-studenten als zij stoppen met hun studie. Hbo- en wo-studenten krijgen automatisch en zonder voorwaarden hun collegegeld terug bij tijdige uitschrijving. Mbo-studenten komen alleen in aanmerking voor restitutie van het lesgeld onder hele specifieke voorwaarden, zoals het hebben van een ernstige ziekte. Voor het overgrote deel van de mbo-studenten geldt dus dat zij cursus- en lesgeld moeten betalen voor de resterende maanden onderwijs terwijl zij dit niet meer volgen. Ook moeten zij zelf een aanvraag doen bij DUO (voor lesgeld in het geval van een bol- opleiding of vavo) of bij de onderwijsinstelling (voor cursusgeld in het geval van bbl-studenten), in plaats van automatische restitutie. De indiener leest in het coalitieakkoord Aan de slag! Bouwen aan een beter Nederland van D66, VVD en CDA dat ‘Studeren in het mbo staat gelijk aan studeren in hbo of wo’ (p.48) en neemt daarmee aan dat bovengenoemde ongelijkheid dan ook sowieso wordt rechtgetrokken.

Het niet restitueren van het les- of cursusgeld in het mbo en vavo is oorspronkelijk bedoeld om studenten te stimuleren een startkwalificatie te halen. De indiener acht de financiële prikkel in de vorm van terughoudend restitutiebeleid niet proportioneel voor het doel om voortijdige uitval van mbo-studenten zo veel mogelijk te voorkomen. Indiener is van mening dat voortijdig schoolverlaten zo veel mogelijk moet worden voorkomen maar dat andere maatregelen zoals flexibele instroommomenten, goede voorlichting & loopbaanbegeleiding en orientatiëjaren in het mbo veel effectiever zijn in het aanpakken van voortijdige uitval. Daarnaast kent de studiefinanciering voor bol-studenten niveau 3 en 4 de prestatiebeurssystematiek, die studenten reeds financieel stimuleert om een diploma te behalen.

De kosten voor automatische restitutie les- en cursusgeld komen via een oplopende reeks uit op structureel € 27 miljoen:

x € 1000 -/- = saldoverbeterend
2027 2028 2029 2030 3031 Structureel
Lesgeld 9.000 18.000 18.000 18.000 18.000 18.000
Cursusgeld 4.500 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000
Totaal 13.500 27.000 27.000 27.000 27.000 27.000

Deze reeks is inclusief uitvoeringskosten. Voor de uitvoeringskosten voor DUO (lesgeld) geldt dat deze in het eerste jaar incidenteel € 1 miljoen betreffen. De verminderde lesgeldontvangsten zijn in dat jaar € 8 miljoen. Vanaf het tweede jaar is er een structurele situatie van € 18 miljoen. De aanpassing in het restitutiebeleid kost in totaal 27 miljoen euro structureel. Hiervoor is 18 miljoen bedoeld voor de restitutie van lesgeld en 9 miljoen voor de restitutie van cursusgeld.

Dekking vindt de indiener voor 2026 in de beleidsmatige reserve op de artikelen 8 (€ 2,5 miljoen in 2026) en 25 ((€ 2 miljoen), en daarna op de artikelen 4 (€5,8 miljoen in 2027, daarna €11,6 miljoen), artikel 6 (€ 4,3 miljoen in 2027, daarna €8,6 miljoen) en artikel 7 (€3,4 miljoen in 2027, daarna €6,8 miljoen).

Tseggai