Debat over 4 jaar oorlog in Oekraïne (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D13680, datum: 2026-03-24, bijgewerkt: 2026-03-25 09:09, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-24 17:50: Debat over 4 jaar oorlog in Oekraïne (Plenair debat (debat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vier jaar oorlog in Oekraïne
Vier jaar oorlog in Oekraïne
Aan de orde is het debat over vier jaar oorlog
in Oekraïne.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over vier jaar
oorlog in Oekraïne. Ik heet van harte welkom de afvaardiging van de
zijde van het kabinet: de minister-president, de minister van
Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie. A special word of
welcome, een hartelijk welkom aan een aantal vertegenwoordigers van
Oekraïne: de heer Kostin, ambassadeur van Oekraïne in Nederland, mevrouw
Volkova, adviseur, en de heer Tkachev, tolk bij de Oekraïense ambassade.
Fijn dat u erbij bent om dit debat vandaag bij te wonen.
Dan wil ik het woord geven aan de heer Dassen, als eerste spreker van de
zijde van de Kamer in eerste termijn. Dat doet hij namens de fractie van
Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. In het oosten van ons continent woedt een strijd voor
onze vrijheid en democratie. De moedige Oekraïners hebben zich succesvol
verzet tegen de Russische agressie, met daadkracht en eenheid, maar ook
met veel leed en verlies. Terwijl zij bezig zijn om het Europese geluid
te definiëren, staat de rest van Europa te vaak aan de zijlijn, want na
vier jaar oorlog blijft de vraag: wat is nu de strategie van Europa?
Waarom laten we het speelveld over aan de Verenigde Staten of aan
Rusland? Ik hoor graag een reactie van de minister-president.
Voorzitter. Soms komt het gevaar van binnenuit. In mijn ogen is Orbán de
grootste vijand van de Europese eensgezindheid. Het nieuws deze week dat
Rusland vanuit Orbán en consorten geheime informatie doorgespeeld
krijgt, is een nieuw dieptepunt. Dat premier Tusk aangeeft geen
informatie meer te willen delen in de Europese Raad, lijkt mij zeer
onwenselijk. Daarnaast werd een steunpakket van 90 miljard euro weer
gedwarsboomd. In mijn ogen is dat een blijk van machteloosheid. Wanneer,
vraag ik aan de minister-president, is het genoeg? Wanneer wordt hij uit
de Raad geknikkerd? Of wanneer wordt hem in ieder geval zijn stemrecht
ontnomen? Ziet de minister-president een mogelijkheid om een rechtszaak
over "sincere cooperation" tegen Orbán aan te spannen vanwege deze
hinderingen in onze steun aan Oekraïne? Waarom is de Hongaarse
ambassadeur nog niet ontboden om opheldering te geven? Terwijl Orbán
bezig is ons te verzwakken en onze veiligheid te bedreigen, staat de
leider van de PVV in Hongarije een jubelverhaal te houden over hoe
geweldig deze man is. Dan sta je niet aan de kant van de veiligheid van
Nederlanders, maar aan de kant van de corrupte vriendjes van Viktor
Orbán.
Voorzitter. De steun aan Oekraïne is onzekerder dan ooit. Er liggen in
Europa een aantal voorstellen waar al lang omheen wordt gedraaid. Dat
zijn voorstellen waarop het kabinet nu vol moet inzetten om te zorgen
dat de oorlog sneller tot een einde komt. Hoe apprecieert de minister de
screeningsverslagen van het Oekraïense toetredingsproces tot de Europese
Unie? Kan de minister aangeven hoe hij het vervolg van de
onderhandelingen met Oekraïne zal insteken? Zal Nederland zich
aansluiten bij de oproep van acht lidstaten om een Schengenverbod op te
leggen aan Russische soldaten en veteranen? Wat gaat de
minister-president doen om ervoor te zorgen dat de 210 miljard aan
Russische tegoeden alsnog op tafel komt? Kan de minister aangeven of zij
voornemens is zich in te spannen voor de levering van
deep-precision-strikewapens aan Oekraïne? Heeft de minister-president
aan zijn collega Merz gevraagd wanneer de levering van de Taurusraketten
komt? Kan het kabinet uitleggen waarom een breed aangenomen motie van
deze Kamer, met het verzoek om 2 miljard euro extra steun aan Oekraïne
te sturen, niet wordt uitgevoerd?
Voorzitter. De status van Oekraïense vluchtelingen als ontheemden loopt
volgend jaar af. Momenteel hebben zij geen perspectief, terwijl er uit
de maatschappij juist mooie initiatieven komen. Overweegt de minister de
initiatieven voor microcredentials te steunen? Daarmee kunnen Oekraïense
vluchtelingen door middel van korte opleidingen worden opgeleid om zowel
hier te werken als bij te dragen aan economisch herstel in hun
thuisland. Welk plan is er voor de toekomst van Oekraïense vluchtelingen
in het realistische geval dat deze oorlog nog langer duurt?
Voorzitter. De oorlog in Iran heeft ook directe consequenties voor
Oekraïne. We zien nu al dat de Golfstaten alle Patriotsystemen beginnen
op te eisen. De premier van België riep op om de banden met Rusland te
normaliseren; hij nam het wel terug, maar toch. Vanwege de energie-eisen
is er ook vanuit de media inmiddels minder aandacht voor Oekraïne. Hoe
gaat de minister-president ervoor zorgen dat we aandacht voor Oekraïne
houden en dat de noodzakelijke militaire steun beschikbaar blijft? Hoe
zorgen we ervoor dat de Verenigde Staten aan boord blijven, terwijl we
zien dat ze afhaken?
Voorzitter. We zijn met 450 miljoen Europeanen. Het wordt tijd dat we
ons daarnaar gaan gedragen. Een Europees leger zou groter zijn dan dat
van de VS en dat van Rusland. We hebben alles in huis om een
daadkrachtige stem op het wereldtoneel te hebben, een stem die het vier
jaar durende leed van Oekraïne al had kunnen beëindigen.
De voorzitter:
Wilt u afronden?
De heer Dassen (Volt):
Oekraïne heeft ons vandaag nodig, maar deze oorlog moet ons vooral laten
zien hoe het Europa van morgen eruitziet: met een Oekraïne dat thuis is
in een sterk en onafhankelijk Europa.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Hoogeveen. Hij spreekt namens de
fractie van JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Twee jaar voordat ik werd geboren, sprak president
Ronald Reagan in Berlijn de legendarische woorden: "Mister Gorbachev,
tear down this wall!" Nog geen half jaar na mijn geboorte viel die muur.
Ik ben opgegroeid met het idee dat de wereld dichter naar elkaar zou
groeien. Ik heb nooit geloofd in een wereld zonder grenzen, maar wel in
een wereld waarin het verslaan van het communisme en de opkomst van
vrijhandel zou leiden tot meer welvaart en stabiliteit. Ik geloof nog
steeds dat vrijhandel leidt tot vrede, veiligheid en welvaart. Maar wat
wij met Rusland hadden, was geen handelsrelatie. Onze economische band
met Rusland betrof de afname van goedkope olie en gas, en kende
nauwelijks de wederzijdse verwevenheid die je ziet in echte
handelsrelaties. We deden alsof dat voldoende was.
Vier jaar geleden bracht de grootschalige Russische invasie een schok
teweeg in heel Europa. Oekraïne was geen verre onbekende uithoek, maar
een Europees land dat in 2012 nog samen met Polen succesvol het
EK-voetbal organiseerde. Het was een land met grote problemen, maar ook
met de ambitie zich te hervormen en een Oost-Europees succesverhaal te
worden. Oekraïne houdt al vier jaar stand, met steun uit het Westen. Het
land weet tot op de dag vandaag zelfs bezet gebied terug te veroveren.
Kan het kabinet een toelichting geven op de laatste actualiteiten op dit
gebied?
Voorzitter. De steun van Nederlanders voor Oekraïne is groot, maar we
zien tekenen van vermoeidheid. Het stoppen met de invoer van Russische
energie raakt onze economie, zeker gezien de huidige situatie in het
Midden-Oosten en het sluiten van het Groningenveld. Bij iedere miljard
dat naar Oekraïne gaat, hoor ik steeds vaker de vraag: hoelang duurt dit
nog? Maar dat verandert niets aan de strategische werkelijkheid. Geen
ander conflict raakt zo direct aan onze veiligheid, onze soevereiniteit
en de Europese orde als deze oorlog. Hoe denkt het kabinet die boodschap
effectief te blijven overbrengen aan het Nederlandse volk, nu ook de
Iranoorlog en de constant stijgende benzineprijzen veel aandacht
wegnemen?
Want hoe nu verder? Ik heb al vroeg gezegd dat dit conflict weleens kan
eindigen zoals dat in Korea: als een gewapende wapenstilstand, een
frozen conflict. De huidige staat van de oorlog in Oekraïne heeft
sowieso iets weg van de laatste Koreaanse oorlogsjaren. Het eerste jaar
kende grote verschuivingen: een Noord-Koreaans offensief tot aan Busan
en een Zuid-Koreaanse tegenaanval tot aan de Yalu-rivier. Daarna bleef
het bij zware gevechten rondom de 38ste breedtegraad, waarbij de
partijen elkaar weinig ontliepen. Pas na de dood van Stalin kwam er
schot in de onderhandelingen. Laten we hopen dat Poetin eerder bereid is
tot het doen van concessies. Is er nog nieuws over die opgeschorte
onderhandelingen bij weten van het kabinet?
Tot die tijd moeten wij Oekraïne militair, economisch en diplomatiek zo
sterk mogelijk houden, zodat het aan de onderhandelingstafel iets in te
brengen heeft. Dan helpt het wel als landen evenredig bijdragen aan die
steun. Hoe kijkt het kabinet ernaar dat deze lasten niet eerlijk
verdeeld zijn in Europa? Hoe wenselijk is het om die lasten dan maar te
verwerken in verstopte eurobonds via de Europese begroting?
Voorzitter. Polen laat zien hoe een land uit Oost-Europa zich in enkele
decennia kan ontwikkelen tot een economisch powerhouse. Dat potentieel
heeft Oekraïne ook. Maar wat JA21 betreft betekent dat niet automatisch
EU-lidmaatschap; Oekraïne is daarvoor te groot, te beschadigd en te
kwetsbaar. Toetreding zou het functioneren van de Europese Unie, en ook
van de Europese begrotingen, fundamenteel veranderen. We moeten, naast
de emoties, dus ook rationeel blijven. Er zijn andere manieren om
Oekraïne economisch bij Europa te betrekken, bijvoorbeeld door gerichte
handelsliberalisatie en verbetering van het EU-Ukraine Strategic
Partnership on Raw Materials. Hoe kijkt het kabinet hiernaar?
Voorzitter, tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf voor haar inbreng in
de eerste termijn namens D66.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. Laat ik beginnen met mijn diepe respect uitspreken voor al
die Oekraïners die dit inmiddels al vier jaar volhouden, voor de
soldaten aan het front die onder barre en beangstigende omstandigheden
standhouden tegen de Russische agressiemachine, voor hun kameraden die
zijn gesneuveld en ook voor de duizenden Oekraïense gevangenen die
worden uitgehongerd en gemarteld in Russische gevangenissen. Maar dat
geldt ook voor de duizenden ontvoerde kinderen die nu opgroeien in
Poetins propagandaparadijs. Voor al die gewone Oekraïners, die ondanks
een bitterkoude winter, bom na bom en het gemis van hun dierbaren, hun
land draaiende weten te houden.
Voorzitter. Je zou hopen dat met de komst van de lente voor al deze
mensen hoopvollere dagen aanbreken, maar net nu Oekraïne de snelste
terreinwinst in drie jaar boekt, raakt de wereld in de ban van een
nieuwe crisis: Trumps oorlog in Iran. Oekraïne dreigt daar wederom de
dupe van te worden. We zien nu al de gevolgen. In het Midden-Oosten is
op één dag meer luchtafweer verbruikt dan de VS in een jaar kunnen
produceren. De Verenigde Staten hebben in vier dagen meer
luchtafweerraketten ingezet dan Oekraïne in vier jaar heeft ontvangen.
Er is voor miljarden aan dure Patriots ingezet tegen spotgoedkope
drones. Oekraïense militairen kijken met verbijstering naar de
achteloosheid waarmee schaarse middelen worden verbruikt. Tegelijkertijd
zien zij hoe leveringen van die cruciale raketten, die oorspronkelijk
voor Oekraïne bedoeld waren, nu naar het Midden-Oosten gaan.
We zullen dus zelf een stap naar voren moeten zetten. Er zijn goede
Europese alternatieven, zoals het Frans-Italiaanse SAMP/T, en die zijn
nog goedkoper ook. Maar de productie blijft achter. Daarom heb ik de
volgende vragen aan het kabinet. Wat doet Nederland om de Europese
productie van luchtafweer op te schalen en daarbij aan te sluiten? Wil
het kabinet zich inzetten om Oekraïne te betrekken bij de productie van
Patriotalternatieven zoals SAMP/T, bijvoorbeeld door te pleiten voor het
delen van Frans-Italiaanse productielicenties?
Voorzitter. Misschien nog wel zorgwekkender dan het tekort aan
luchtafweer is de stijging van de olieprijzen. De Russische economie,
die piepte en kraakte, trekt langzaam weer aan, met zo'n 150 miljoen
euro per dag, ruim 4,5 miljard euro per maand. In plaats van dat tegen
te gaan, neemt Trump de onbegrijpelijke stap om sancties te verlichten,
in de naïeve hoop de prijzen te drukken. Poetin is de lachende derde.
Hij helpt Iran met Shahed-drones, speelt coördinaten van Amerikaanse
troepen door en wordt daarvoor feitelijk beloond. Het is alsof we
vergeten dat hij ondertussen nog dagelijks Oekraïense burgers onder vuur
neemt en dat hij onverminderd doorgaat met zijn missie: het ondermijnen
van de vrijheid, veiligheid en democratie in Europa. Maar ook dichter
bij huis horen we zorgwekkende signalen. We horen hoe energieprijzen
worden aangegrepen als argument voor normalisering met Rusland. Er wordt
opeens gesproken over toegang tot goedkope Russische energie.
Voorzitter. Hebben we dan niks geleerd? De gevolgen van Trumps
onbezonnen oorlog mogen niet leiden tot verzwakking van Oekraïne. Is het
kabinet bereid uit te spreken dat Nederland niet zal instemmen met
verlichting van Europese sancties tegen Rusland? België enterde recent
een schaduwtanker en sleepte hem naar de kust, ogenschijnlijk zonder
nieuwe nationale wetgeving. Wanneer grijpt Nederland in op de geldstroom
die dagelijks langs onze kust vaart? Is daar echt nationale wetgeving
voor nodig?
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw betoog?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Bijna.
De voorzitter:
U heeft nog tien seconden. Als u uw betoog afrondt, geef ik daarna
mevrouw Dobbe het woord voor een interruptie.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Hoe kan het dat Nederlandse bedrijven nog altijd diensten aan Russische
schepen leveren, zoals transport en overslag van Russische vis? Is
Nederland bereid die Russische witvis op de sanctielijst te
plaatsen?
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Dobbe. Interrupties zijn kort en
bondig, en in maximaal drie keer.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik ben het eens met de analyse van mevrouw Van der Werf over de rol van
Trump, de invloed die hij uitoefent en hoe dat Poetin in de kaart
speelt. Er zijn namelijk meer inkomsten vanwege de gestegen olieprijzen,
vanwege de oorlog in het Midden-Oosten, vanwege de aandacht die weggaat
van Oekraïne. Maar dan hoor ik mevrouw Van der Werf zeggen dat wij in
ieder geval zelf de sancties niet moeten verlichten. Welke stappen zou
het kabinet volgens haar moeten nemen richting Trump?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij moeten wij als Europa heel erg duidelijk maken dat wij een
andere koers varen en hem niet zomaar achternalopen. We moeten duidelijk
maken dat het een onverstandige zet is om zonder doel zo'n aanval te
beginnen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Vindt mevrouw Van der Werf dat dat voldoende is uitgesproken door dit
kabinet? Het kabinet heeft het starten van die oorlog en het aanvallen
van Iran niet veroordeeld; daar hebben we ook een debat over gehad in de
Kamer. Ik hoor wel signalen dat het verlichten van de sancties
onverstandig is, maar daar blijft het dan ook bij. Dit kabinet doet
eigenlijk niks concreets om Trump aan te spreken, om zijn handelingen in
ieder geval te veroordelen of daar überhaupt een oordeel over te hebben.
Wat vindt mevrouw Van der Werf dan dat we moeten doen? Trump moet het
namelijk toch ook wel horen van ons kabinet?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Volgens mij is het kabinet heel duidelijk geweest toen er gesproken werd
over de Straat van Hormuz en wat de rol van Nederland en andere landen
zou moeten zijn. Toen hebben wij samen met de andere landen niet alleen
maar gezegd: wij vinden dat dit niet kan en dat de manier waarop dit
gedaan is, niet kan volgens het internationaal recht; daar moeten wij
ons ook niet zomaar in mengen. Volgens mij is die boodschap heel goed
begrepen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het zou toch ook wat zijn als we daaraan mee hadden gedaan? Trump start
eerst een oorlog, vervolgens vervalt het hele Midden-Oosten in ellende
en dan moeten wij helpen om het op te ruimen en zelf die oorlog afmaken.
Het is natuurlijk ook heel goed dat het kabinet heeft gezegd dat we daar
niet aan meedoen, maar over de andere zaken die ik net noemde, zoals het
verlichten van de oliesancties tegen Rusland door Trump en de inval in
Iran, hebben we dit kabinet niet gehoord. Als D66 consequent is en zegt
"dit is onwenselijk, niet alleen vanwege het internationaal recht, maar
ook omdat het Oekraïne echt schade toebrengt en omdat het Poetin helpt",
dan moet er toch meer vanuit dit kabinet komen, ook richting Trump?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Mijn partij pleit al heel lang voor een sterker en onafhankelijker
Europa. Dat wij onszelf meer als een grootmacht gaan gedragen, is
uiteindelijk de route om ons te weren tegen dit soort grootmachten met
dit gedrag.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In december, toen D66 en CDA samen met een visiedocument kwamen — ik
weet het niet meer; volgens mij werd het een "positieve agenda" genoemd
— stond er een mooie zin in, namelijk: "Wij zijn voornemens om de hulp
aan Oekraïne te verhogen, ook om te compenseren dat de Amerikaanse hulp
is weggevallen." Wat vindt mevrouw Van der Werf er dan van dat dit
kabinet ervoor kiest om de hulp aan Oekraïne te halveren?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Nou, dan heb ik goed nieuws voor collega Piri, want die hulp wordt niet
gehalveerd. Onder Rutte IV is er, ook met D66, 10,4 miljard uitgetrokken
voor Oekraïne. Met dit kabinet-Jetten — dat is ook een D66'er — wordt
nog eens 9 miljard uitgetrokken. Dat zijn dus hele flinke bedragen. Ik
heb het dan nog niet over het Europese pakket, waarvoor we, zoals we
vorige week hoorden, voor 6 tot 9 miljard garant staan in Europa. Wij
hebben dus heel consequent heel veel geld geregeld voor Oekraïne.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, maar dit is echt een vertekening van de waarheid. Nederland staat
garant voor een Europese lening, die er trouwens nog niet eens is. Er
staat daarvoor nul euro gereserveerd op de Nederlandse begroting. Ik heb
gewoon een concrete vraag. Vorig jaar is er door kabinet-Schoof in
totaal, qua militaire en financiële steun, 6,3 miljard gegeven. Kan
mevrouw Van der Werf bevestigen dat dit kabinet er nu voor kiest, met
het nieuws van gisteren erbij, om op 3,5 miljard te zitten en dat dat
bijna een halvering is?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Het plaatje dat nu door collega Piri wordt geschetst, vind ik niet
helemaal fair. Zij licht nu namelijk een jaar uit waarin we eenmalig
hogere steun hebben geleverd omdat het gat van de Amerikanen gevuld
moest worden. Vervolgens zegt dit kabinet: wij gaan jaarlijks 3 miljard
leveren. Het gat dat er voor dit jaar is, wordt ook nog eens gevuld. Ik
deel die analyse dus niet.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mevrouw Van der Werf kan er mooi omheen praten, maar dit is gewoon een
feit. Dit is geen politieke opvatting. Vorig jaar onder kabinet-Schoof:
6,3 miljard. Dit jaar onder kabinet-Jetten: 3,5 miljard. Vervolgens
kunnen we politieke verschillen hebben, maar dit is een feit.
Tot slot. D66 heeft samen met mijn fractie hier in november een motie
ingediend om 2 miljard extra voor het eerste kwartaal beschikbaar te
stellen. Vindt D66 nog steeds dat het kabinet dat in de Voorjaarsnota
moet regelen?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Wij leveren wat Oekraïne nodig heeft. Als het geld te weinig blijkt, dan
zullen wij daarmee over de brug komen. Wij hebben eerder al gezegd dat
wij dat geld zullen leveren. Ik begrijp niet zo goed waar mevrouw Piri
dan op doelt.
Mevrouw Dobbe (SP):
In de samenleving, ook in Nederland, is er heel veel steun voor het
steunen van Oekraïne, zodat Oekraïne zich kan verdedigen tegen de
illegale oorlog die Poetin is gestart. Die steun is er. Tegelijkertijd
zien we nu dat er wordt bezuinigd op de zorg en de sociale zekerheid van
mensen. Er komt bijvoorbeeld geen cent vrij om mensen te helpen hun
energierekening te betalen. Snapt mevrouw Van der Werf dat mensen zien
dat er wel geld voor het ene is en niet voor het andere, dat dat echt
ondermijnend is voor de solidariteit, ook voor de steun aan Oekraïne, en
dat dat een probleem is?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik deel met de SP dat het heel belangrijk is dat de zorg toegankelijk is
voor iedereen. Dit kabinet heeft gezegd: dat willen wij wel op een
andere manier gaan doen en daarom kiezen we er bewust voor om te
investeren in preventie en te voorkomen dat mensen ziek worden. We nemen
een aantal andere maatregelen en maken andere keuzes dan de SP zou
maken. Ik vraag me af of die discussie in een zorgdebat thuishoort en of
mevrouw Dobbe en ik het hier al dan niet daarover eens gaan worden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Die hoort zeker wel hier thuis, want dit kabinet creëert een
tegenstelling in onze samenleving. Dat zet Oekraïners tegenover de
mensen hier in Nederland die zorg nodig hebben, die sociale zekerheid
nodig hebben en die hun energierekening niet kunnen betalen. Mensen zien
namelijk dat er wel geld is voor het ene en niet voor het andere. Ik
hoef hier niet de zorgbegroting over te doen, want wij verschillen zeker
heel erg van mening over 10 miljard aan bezuinigingen op de zorg, maar
dat is wat mensen zien. Ziet en erkent mevrouw Van der Werf dat hier
door dit kabinet, maar ook door de keuzes die D66 nu hierin maakt, een
tegenstelling wordt gecreëerd?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind het ingewikkeld dat de partij van mevrouw Dobbe altijd doet
alsof alles gratis is en alsof alles tegelijkertijd uitgegeven kan
worden. De keuze die wij hebben gemaakt, is om die enorme groei in de
zorguitgaven te remmen door dat op een verstandige manier te doen. Dat
heeft niets te maken met het geld dat we in Defensie willen investeren.
Wij zeggen al jaren dat we aan de NAVO-norm moeten voldoen en dat doet
dit kabinet ook. Dit kabinet heeft ook aangegeven dat als mensen de
rekeningen niet meer kunnen betalen als gevolg van de energiecrisis, het
daarnaar gaat kijken. Daar hebben we morgen ook een debat over.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
De NAVO-norm is weer een ander debat en daar verschillen wij zeker ook
over van mening. Hier gaat het over solidariteit voor Oekraïne. Ik vroeg
om de erkenning door D66 dat ook de keuzes die de partij van mevrouw Van
der Werf maakt, een tegenstelling creëren. Wij maken andere keuzes,
precies zoals zij zegt. Dat zien mensen ook. Ze zien dat er niet wordt
geïnvesteerd in de zorg. Er wordt bezuinigd; de zorg wordt afgepakt van
mensen. Ze zien dat de sociale zekerheid wordt afgebroken en ze zien dat
er geen steun is voor de energierekening. Ze zien dat er voor het ene
wel geld is en voor het andere niet. Ik vroeg heel duidelijk om de
erkenning, ook door D66, dat hier door D66 en dit kabinet een
tegenstelling wordt gecreëerd. Vindt ze dat niet problematisch?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik ga niet iets erkennen waar ik het gewoon niet mee eens ben. Ik vind
het heel vreemd dat mevrouw Dobbe niet inziet dat deze wereld veranderd
is, dat we een onafhankelijk en sterk Europa nodig hebben, dat dat geld
kost en dat daar investeringen voor nodig zijn. Bij alle voorstellen, of
ze nou weinig of veel geld kosten, of ze nou ver gaan of niet, krijgen
wij nooit de steun van de SP. Dan ga ik ook niet erkennen dat wij het
hier samen over eens gaan worden.
De heer Dassen (Volt):
Ik ga nog heel even door op de financiële steun aan Oekraïne, want
mevrouw Van der Werf zei net: als Oekraïne meer nodig heeft, dan zullen
wij dat geven. Volgens mij heeft Zelensky duidelijk aangegeven dat als
ze niet oppassen, zij op een bepaald moment out of middelen kunnen
komen, dus dat ze te weinig geld hebben voor bijvoorbeeld
dronecapaciteit maar ook voor het betalen van de salarissen. Nou heeft
de Kamer een motie aangenomen van de heer Klaver dat er 2 miljard extra
wordt geleverd. Is dit dan ook niet het moment om te zeggen: die motie
voeren we uit en we zorgen dat die financiële steun opgeschroefd
wordt?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Dit kabinet heeft ervoor gezorgd dat er drie jaar lang 3 miljard voor
Oekraïne in de boeken staat. Het kabinet heeft ook gezegd: er zit nu een
gat in die rekening; dat gaan we oplossen. Ik denk dat het heel
belangrijk is dat we dat doen, maar ik denk dat het voor Oekraïne nog
veel belangrijker is dat we in Europa dat grote pakket erdoor gaan
krijgen en dat die 90 miljard straks naar Oekraïne gaat. Ook daar zal
Nederland een bijdrage aan leveren. Als je dat bij elkaar optelt, kom je
op een nog veel groter bedrag uit dan de motie waar de heer Dassen het
over had.
De heer Dassen (Volt):
Nee, zeker, en als we de Russische bevroren tegoeden eindelijk op tafel
leggen, dan is er een nog veel groter bedrag …
Mevrouw Van der Werf (D66):
Maar daar maakt Nederland geen deel van uit.
De voorzitter:
Ho, ho, mevrouw Van der Werf!
De heer Dassen (Volt):
Maar op dit moment is dat er niet, net als die 90 miljard. Dat is er op
dit moment niet, terwijl de zorgen over de financiële tekorten in
Oekraïne er wel zijn. Als hier een breed aangenomen Kamermotie ligt,
waarom kiezen we er dan niet met elkaar voor om dat geld beschikbaar te
maken? Waarom kiezen we er dan niet met elkaar voor om te zeggen: dat
geld is nu nodig; we maken dat beschikbaar en zorgen dat het naar
Oekraïne gaat?
De voorzitter:
Mevrouw Van der Werf, we laten onze collega's uitspreken.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Helemaal eens. Dit kabinet heeft in één klap 9 miljard toegezegd voor de
komende jaren. Ik zeg het nog maar een keer tegen de heer Dassen. Dat is
meer dan alle steun die het kabinet-Schoof ooit heeft gegeven.
Daarbovenop komt er Europese steun plus eventueel nog het pakket via de
Russische tegoeden. De motie waar de heer Dassen het over had, is dus
ingehaald door een aantal andere feiten, die ik net heb genoemd. Er komt
dus in totaal een groter bedrag.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Mevrouw Van der Werf zei net zelf: op het moment dat Oekraïne het geld
nodig heeft, dan zullen wij zien of we dat leveren. Volgens mij hebben
ze dat geld nu nodig. Ze geven aan dat er tekorten zijn. Is dit dan ook
niet het moment om te zeggen: we doen een stap erbij en we gaan ervoor
zorgen dat dat geld naar Oekraïne komt, juist om ervoor te zorgen dat
zij de strijd die zij op dit moment voeren, kunnen blijven voeren en dat
ze niet met tekorten komen te zitten? Er is een brede Kamermeerderheid
voor.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ik vind dit niet het moment. Ik denk dat we de druk maximaal hoog moeten
houden op het pakket van de 90 miljard. Met wat ik u net zei over
wanneer het nodig is, bedoel ik: mocht het niet lukken om dat pakket
erdoor te krijgen, dan hebben we natuurlijk een hele nieuwe situatie en
dan vindt de heer Dassen mijn partij aan zijn zijde om te kijken hoe we
het dan bilateraal zouden kunnen oplossen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Er staat hier gewoon een hele andere mevrouw Van der Werf dan in
december. We hebben hier gewoon een totaal andere woordvoerder van D66
staan. Er waren op dat moment in Brussel onderhandelingen gaande over
210 miljard. Dat ging over de bevroren tegoeden. Elke keer dat het
kabinet-Schoof daarnaar verwees, zei de D66-woordvoerder: er wordt in
Brussel gezocht naar financieringsopties, maar in Nederland moeten we
niet naar andere landen wijzen en niet de hele tijd nee zeggen. Wat is
er nou precies veranderd? Mevrouw Van der Werf zegt: we zijn ingehaald
door andere realiteiten. Wat is er anders? Vertel.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Ten eerste is er veranderd dat er een nieuw kabinet is aangetreden en
dat dat beloofd heeft dat er de komende drie jaar elk jaar 3 miljard
wordt vrijgemaakt voor Oekraïne. Ook is er veranderd dat er inmiddels
veel concreter zicht is op een Europees pakket van 90 miljard en dat
Nederland, zoals de premier vorige week ook heeft aangegeven, daar een
aanzienlijke bijdrage aan gaat leveren.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dan vraag ik toch even concreet twee dingen. Ten eerste, wat betreft het
kabinet: ja, dat klopt. Dit kabinet heeft er namelijk voor gekozen om
Oekraïnesteun binnen het uitgavenkader te plaatsen, dus dan plaats je
daarin voor elk jaar wat je daaraan wil uitgeven. Het kabinet-Schoof,
waarover ik even in herinnering roep dat het vorig jaar 6,3 miljard
heeft uitgegeven aan Oekraïne, had ervoor gekozen om het buiten het
uitgavenkader te plaatsen. Het is dus helemaal niet iets fantastisch wat
dit kabinet doet. U halveert de steun. Ten tweede heb ik een vraag over
Brussel. Op dat moment … Nee, laat ik het als volgt vragen. Wat is
volgens mevrouw Van der Werf de concrete Nederlandse financiële bijdrage
aan het pakket van 90 miljard?
Mevrouw Van der Werf (D66):
Tussen de 6 en 9 miljard, hebben wij vorige week begrepen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Waar staat dat op de begroting? Het is namelijk zo dat Nederland garant
staat voor een lening. Je kunt toch niet zeggen dat garant staan voor
een lening hetzelfde is als zelf financiële en militaire steun leveren
aan Oekraïne? Ik weet gewoon echt niet wat er met D66 gebeurd is.
Mevrouw Van der Werf (D66):
De partij van mevrouw Piri wil de NAVO-norm niet eens halen, dus ik vind
het ook vreemd dat ik met haar een discussie voer over een bedrag buiten
de begroting.
De voorzitter:
U heeft het met elkaar uitgedebatteerd. Dank u wel, mevrouw Van der
Werf. Het woord is aan mevrouw Piri voor haar bijdrage namens
GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik constateer in ieder geval het volgende. Een serieuze vraag wordt niet
beantwoord, maar er wordt wel een sneer uitgedeeld over een totaal ander
onderwerp. Dat was ook nog eens een leugen.
De voorzitter:
U heeft het gezegd. U krijgt het woord voor uw eerste termijn namens
GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. We zijn het vijfde jaar ingegaan van de Russische
grootschalige oorlog tegen Oekraïne. De afgelopen maanden stonden in het
teken van onderhandelingen, geleid door de VS. Maar in plaats van vrede
was dit het meest dodelijke jaar voor Oekraïense burgers. Waar Kiev op
veel punten bereidheid toonde om concessies te doen, heeft Poetin niet
bewogen. De VS hebben alle financiële en militaire steun aan Oekraïne
stopgezet. Trump toont meer begrip voor Moskou dan voor Kiev. Echte druk
op het Kremlin vanuit Washington blijft nog steeds uit. Sterker nog, de
VS hebben de sancties op Russische olie opgeheven. Ik heb het dan nog
niet eens over de openlijke steun vanuit het Witte Huis voor
pro-Russische Europese politici zoals Viktor Orbán.
Mijn mond viel dan ook open toen ik premier Jetten op tv hoorde zeggen
dat we dankbaar mogen zijn voor Trumps leiderschap wat betreft Oekraïne.
"Dankbaar". We hebben hier vertegenwoordiging uit Oekraïne, met de
ambassadeur. Mijn vraag aan de premier is dan ook: kan hij concreet
maken waar Oekraïners president Trump dankbaar voor moeten zijn?
Voorzitter. In de Kamer is er brede steun voor Oekraïne. Het kabinet
heeft in het regeerakkoord opgenomen dat het Oekraïne onverminderd zal
blijven steunen. Bewindspersonen reizen een voor een af naar Kiev om die
boodschap over te dragen aan president Zelensky. Maar waarom kiest het
kabinet-Jetten er dan voor om de steun voor Oekraïne te halveren? Zelfs
een kind begrijpt dat als je vorig jaar 6,3 miljard aan steun gaf en dat
dit jaar voor slechts 3,5 miljard doet, het een gotspe is om dat
"onverminderd" te noemen. Hoe viel deze boodschap in Kiev, vraag ik deze
drie bewindspersonen.
Voorzitter. Deze Kamer heeft in november een motie aangenomen om 2
miljard extra steun te geven aan Oekraïne in het eerste kwartaal van dit
jaar. Alle drie de coalitiepartijen die nu in deze regering zitten,
hebben hier voorgestemd en nu weigeren ze de motie uit te voeren.
Sterker nog, ze stellen ook nog eens dat alle extra steun aan Oekraïne
voortaan bekostigd moet worden door elders te bezuinigen. Als er één
manier is om het draagvlak voor Oekraïne in de samenleving snel te doen
verdampen, is dit het wel. Kan het kabinet toezeggen het resterende geld
van de motie-Klaver alsnog in de Voorjaarsnota op te nemen? Vanmorgen is
in deze Kamer gestemd over het amendement van mijn collega Abdi om voor
Oekraïense jongeren in ons land hetzelfde collegegeld te vragen als voor
EU-burgers, als voor hun Nederlandse klasgenoten. Dat is weggestemd door
de coalitie.
Voorzitter. Straffeloosheid is de motor die deze oorlog draaiende houdt.
Nog steeds importeert de EU voor meer geld aan lng en olie uit Rusland
dan het financiële steun geeft aan Oekraïne. Is het kabinet bereid om
zich in Brussel in te zetten voor een versnelde afbouw? Wat heeft het
kabinet gedaan om druk te zetten op de VS om de sancties op Russische
olie niet op te heffen? Nu het toch gebeurd is: welke tegenmaatregel is
Nederland bereid te nemen? Waarom duurt het zo tergend lang om de
Russische schaduwvloot aan te pakken? Is het kabinet bereid om de
artikel 7-procedure in de Raad tegen Hongarije na al die jaren eindelijk
serieus af te dwingen, nu Orbán de lening van 90 miljard aan Oekraïne en
een nieuw sanctiepakket tegen Moskou tegenhoudt?
Voorzitter. Niets mag ons afleiden van de grootste dreiging voor ons
continent, en dat is de Russische agressie. De Oekraïners hebben niets
aan mooie woorden als het kabinet niet levert.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bikker voor haar inbreng namens de
ChristenUnie in de eerste termijn.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Vorig jaar liep ik met Tatjana, een vrouw van
mijn leeftijd, over de militaire begraafplaats in Lviv. Ze vertelde mij
dat deze begraafplaats voor de full scale war een park was, waar ze met
vrienden barbecuede, waar ze het goed hadden, waar ze zich inbeeldde dat
haar dochters er ooit zouden spelen. Onlangs zag ik beelden van deze
begraafplaats. Toen ik er was, was die halfvol. Inmiddels is de
begraafplaats helemaal vol. Ik vroeg aan Tatjana: "Wat betekent het voor
jouw kinderen dat je ze zo moet opvoeden en hoe kijk jij vooruit?" Ze
zei: "Ik hoop dat jullie in Europa ons zullen blijven steunen, want
besef goed dat wij voor jullie vechten en dat Rusland niet zal stoppen
op het moment dat zij hier de baas zijn. Zelfs als jullie dat niet doen,
als jullie wel mooie woorden spreken, maar er geen daden aan koppelen,
dan zal ik mijn dochters opvoeden als rebellen die staan voor diepere
waarden, die staan voor ware vrijheid, voor ware gerechtigheid. Als
jullie akkoord zouden gaan, onverhoopt, onverhoeds, met een vrede
gedicteerd vanuit de Verenigde Staten die geen gerechtvaardigde vrede
is, dan weet ik dat het conflict bevroren zal zijn en dat mijn dochters
zullen vechten. Want dat zal ik ze leren. Wij zullen opstaan voor een
Oekraïne waar ooit weer gespeeld kan worden door onze dochters, of de
dochters van onze dochters." Dat staat op het spel.
Voorzitter. 2025 was het dodelijkste jaar voor Oekraïense burgers sinds
de start van de grootschalige oorlog. Er zijn nu bepaalde partijen niet
aanwezig, geloof ik. Maar ik hoor af en toe de idiote redenatie dat het
aan Oekraïne ligt dat er een oorlog is en dat er zo veel
burgerslachtoffers vallen. Wat is dat voor pertinente onzin? Ieder land
dat een ander land aanvalt en de territoriale grenzen overschrijdt,
overschrijdt daarmee al het internationaal recht. Ieder land dat daarbij
niet alleen het vizier richt op militairen, maar bewust burgers doodt,
begaat bewust oorlogsmisdaden. We zagen net nog dat er een drone in
Lviv, in de stad waar ik Tatjana sprak, in een kerk is gekomen.
Voorzitter. Daarom heb ik drie korte vragen aan het kabinet. Als we de
oorlog willen beëindigen, dan zullen we moeten beseffen dat er meer op
het spel staat dan Oekraïne alleen, want Ruslands hybride oorlog gaat
verder. Daarom vraag ik het kabinet: wat gaat u doen om Rusland verder
onmachtig te maken? Unpower Russia. Dan gaat het om die schaduwvloot,
absoluut. De aangenomen motie van collega Ceder heeft onvoldoende
opvolging gehad. Maar het gaat ook om de hybride oorlog, waarmee hier
geesten rijp worden gemaakt voor allerlei dingen die niet kloppen. Hoe
gaat het kabinet daarmee om?
Voorzitter, de tweede vraag. Wat gaat het kabinet doen richting de
Verenigde Staten en om te laten zien wat Europa waard is? Want juist nu
de blik naar het Midden-Oosten verschuift en we de gevolgen daarvan
zien, ook voor de Russische positie, zal het erop aankomen hoe Europa de
zeilen bijzet, niet alleen in woorden, maar ook in daden. De Europese
praktijk is nu te vaak nog dat we proberen te voorkomen dat Rusland
wint, in plaats van dat we de woorden waarmaken die gesproken worden,
namelijk dat Oekraïne moet winnen.
Voorzitter. Ik wil het kabinet danken dat men snel na aantreden naar
Oekraïne is gegaan. Maar wie op pad gaat, wekt verwachtingen. Ik ga
ervan uit dat u die waar wil maken.
Voorzitter. Ik wil het kabinet ook concreet vragen — dat is mijn laatste
vraag — om in te gaan op de positie van Oekraïners hier in Nederland.
Wat ik in Oekraïne hoor, is de angst dat deze Oekraïners niet terug
zullen komen en wat dat ooit zal betekenen voor het land en de economie
daar. Welke plannen heeft het kabinet op dat punt, ook in het leren van
taal en cultuur aan Oekraïense kinderen hier in Nederland?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. Het woord is aan de heer Van Lanschot voor
zijn inbreng in eerste termijn namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Voorzitter. Vier jaar oorlog in Oekraïne. Vier jaar van Russische
agressie. Vier jaar van verwoesting, kou, angst en verlies. Vier jaar
van ongelofelijke moed van het Oekraïense volk. Dat verdient allereerst
onze erkenning en waardering. De strijd van Oekraïne gaat namelijk niet
alleen over hun vrijheid, maar ook over onze veiligheid, over Europa en
over de internationale rechtsorde. Voor het CDA is het daarom helder: we
mogen niet wennen aan deze oorlog. Juist daarom moeten we Oekraïne
blijven steunen: militair, politiek, economisch en humanitair.
Voorzitter. Het CDA kijkt naar de internationale politiek en deze oorlog
vanuit het perspectief van moraal en macht. Onze waarden doen ertoe:
vrijheid, menselijke waardigheid en internationaal recht. Waarden zonder
macht zijn leeg, maar macht zonder moreel kompas is gevaarlijk. Het CDA
staat ook voor het vinden van het evenwicht tussen waarden en belangen,
met voorrang voor principes, gestut met macht. Dat betekent dat Europa,
met Oekraïne in de frontlinie, weerbaarder en sterker moet worden. Vier
zaken daarover.
Ten eerste: houd de steun aan Oekraïne meerjarig vol. De brief van de
regering is daar helder over. Nederland kiest terecht voor een
geïntegreerde inzet: militaire steun, veiligheidsgaranties, hulp bij
kritiek herstel, steun aan wederopbouw en ondersteuning richting
EU-lidmaatschap. Dat is verstandig, want alleen zo kan een duurzame
vrede ontstaan. Naast de lening van 90 miljard van de EU heeft Oekraïne
voor de jaren 2026-2027 nog ongeveer 45 miljard euro nodig van G7-landen
buiten de EU. Kan de minister aangeven wat de stand van zaken is? Welke
alternatieve methode ziet de regering om de bevroren Russische tegoeden
in te kunnen zetten?
Ten tweede: verhoog de druk op Rusland. Sancties werken niet altijd
snel, maar ze werken wel. De druk op de Russische economie loopt op en
Nederland heeft een voortrekkersrol gespeeld, onder meer bij sancties
tegen de Russische schaduwvloot. Die lijn moeten we aanscherpen. Niet
alleen nieuwe sancties zijn nodig, maar ook betere handhaving. Daarom
vraag ik de minister: hoe staat het met het voornemen om het twintigste
sanctiepakket in te stellen en wordt er gezocht naar mogelijkheden om
het veto te omzeilen?
Ten derde: blijf nauw samenwerken met Oekraïne. Het trainen van
Oekraïense soldaten door Nederlandse militairen is belangrijk. Nu de
trainingslocaties steeds dichter naar Oekraïne lijken te verschuiven,
ziet het CDA kansen om de EU-trainingsmissie in Duitsland — de minister
was daar onlangs, waarvoor complimenten — te verlengen. Hoe denkt zij
daarover? We overwegen een motie.
Ten vierde: zorg voor gerechtigheid. Russische agressie en
oorlogsmisdaden mogen niet zonder gevolgen blijven. Daarom steunen wij
bij de inzet voor gerechtigheid het agressietribunaal en de
claimscommissie. Vrede zonder recht is broos en verzoening zonder
waarheid houdt geen stand.
Voorzitter, ik sluit af. Ook na vier jaar oorlog blijven wij Oekraïne
steunen, want Oekraïne verdedigt niet alleen zijn eigen toekomst, maar
ook die van Europa en die van de vrije wereld.
Dank u wel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik wil eigenlijk de vraag die ik net aan D66 heb gesteld ook stellen aan
het CDA. We zien dat er enorm veel steun is voor Oekraïne in onze
samenleving. Maar we zien nu ook dat, onder leiding van onder andere het
CDA, de zorg en de sociale zekerheid worden afgebroken. Mensen in het
land zien dat er geen geld is voor hun energierekening, als ze die zelf
niet kunnen betalen. Daar is geen geld voor, maar voor Oekraïne wel. Als
het gaat over solidariteit in onze samenleving, wordt hier door dit
beleid een tweedeling gecreëerd. Ziet het CDA dat ook? Herkent de heer
Van Lanschot dat aan de geluiden die het CDA hoort vanuit onze
samenleving?
De heer Van Lanschot (CDA):
Die signalen herken ik niet. Ik zie eigenlijk maar één partij die
polariseert op dit onderwerp; dat is de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wauw. Wat een, ik zou bijna zeggen, onfatsoenlijk antwoord van het CDA.
Ik polariseer niet. Ik zie polarisatie ontstaan op dit onderwerp, door
de keuzes die onder andere door het CDA worden gemaakt. Het CDA moet
toch begrijpen dat mensen dat ook zien. Ze zien dat er geen geld is voor
de zorg, voor sociale zekerheid, voor hun energierekening, maar wel voor
Oekraïne. Hoe denkt het CDA dat dat overkomt op die mensen? Neemt het
CDA dan ook de verantwoordelijkheid voor de tweedeling die het CDA
hiermee creëert in onze samenleving en voor de afbraak van de
solidariteit met Oekraïne die daar het gevolg van is?
De heer Van Lanschot (CDA):
Dit frame wordt door de SP gecreëerd. Gelukkig is er brede steun in de
Kamer voor Oekraïne. Laten wij daar ook volmondig voor staan, in plaats
van dit soort tweespalt te creëren.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, maar een frame? Er wordt toch ontzettend veel bezuinigd op de
zorg? Er gaat toch 10 miljard euro van de zorg af? Dat is toch ook een
keuze van het CDA? Een frame? De sociale zekerheid wordt toch
afgebroken? Er is toch geen steun voor de energierekening van mensen?
Dat zijn toch feiten? Feit is toch ook dat het CDA overal wel geld kan
vinden, bijvoorbeeld voor Oekraïne, maar niet hiervoor? Mensen zien dat
en daardoor wordt er een tweedeling gecreëerd, ook door het CDA. Dat is
toch geen frame? Dat zijn toch feiten? Dit is wel een heel makkelijk
antwoord van het CDA. Het zou het CDA sieren om dit ook te erkennen,
zodat we samen kunnen werken en die solidariteit in onze samenleving
hier niet door het CDA wordt afgebroken.
De heer Van Lanschot (CDA):
Ongeveer hetzelfde punt wordt op een andere manier gemaakt, dus het
antwoord blijft hetzelfde. Daar moet u het mee doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dan ga ik het op een andere manier proberen. De heer Van Lanschot moet
toch erkennen wat het gevolg ervan is als het kabinet ervoor kiest om
uitgaven aan Oekraïne in het uitgavenkader te plaatsen? Stel dat deze
Kamer net als in november weer het initiatief zou nemen en besluit: er
moet 2 miljard extra naar Oekraïne. Het antwoord van dit kabinet, in
tegenstelling tot dat van het kabinet-Schoof, is dan dat dit wel ten
koste moet gaan van andere zaken op de begroting. Het is toch legitiem
om te zeggen dat dat de steun aan Oekraïne in onze samenleving kan gaan
ondermijnen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Er worden nu eigenlijk twee punten gemaakt door mevrouw Piri. Mijn
antwoord blijft hetzelfde: er is brede steun in Nederland en ook in deze
Kamer voor Oekraïne. Het lijkt mij niet verstandig om heel erg te gaan
polariseren en dat tegen andere bezuinigingen af te zetten.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, dat ben ik van harte met de heer Van Lanschot eens. Alleen, mijn
kritiek is dat je de polarisatie juist in de hand werkt door ervoor te
kiezen het in het uitgavenkader te plaatsen. Dat is een verandering ten
opzichte van de laatste twee jaar. Maar goed, ik begrijp dat dit nog een
aantal discussies vergt. Ik heb de heer Van Lanschot vandaag op de radio
gehoord. Daar werden veel vragen gesteld over hoe het nou zit met die 2
miljard, waar het CDA altijd achter is gaan staan. Heb ik het goed
begrepen uit dat interview dat de heer Van Lanschot er nog steeds voor
pleit om dat gewoon in de Voorjaarsnota op te nemen?
De heer Van Lanschot (CDA):
Ik ga de lijn die de collega van D66, mevrouw Van der Werf, net
gebruikte, aan u vertellen. Dat doe ik niet omdat we dat hebben
afgesproken, maar omdat die toevallig hetzelfde is. Die lijn is als
volgt. Er stond ten opzichte van de motie nog 1,3 miljard open. Die
aangenomen motie is een wens van de Kamer. Als je dan kijkt naar wat er
in het regeerakkoord staat, dan zie je dat er 9 miljard bij gekomen is.
Ik zie dat als een nettogroei. In het debat dat u net voerde, ging het
over het jaar 2025. Inderdaad, als je ten opzichte van '25 kijkt, is er
minder in '26. Als je daarentegen het gemiddelde neemt van '23, '24 en
'25, is dat gemiddeld 3 miljard. Dat wordt nu langjarig voortgezet. Dat
is een goede zaak.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nou, ik ben benieuwd wie hier nog iets van begrijpt. Want laten we heel
eerlijk zijn: op het moment dat wij die motie aannamen, stond er in de
boeken nog gewoon 3,5 miljard voor Oekraïne; dat was nog de begroting
van het kabinet-Schoof. Na de verkiezingen — de heer Van Lanschot was
hier dus ook al in de Kamer — kwam er een verzoek van de Kamer: er moet
nu 2 miljard bij. Mijn vraag is dus nogmaals de volgende. Ik heb het
niet over '27, '28 of '29. We hebben het gewoon over het verzoek vanuit
de Kamer, nota bene op initiatief van de heer Derk Boswijk, dat al in
september kwam en toen nog een keer in november. Vindt het CDA nog
steeds dat het resterende bedrag van de motie-Klaver in de Voorjaarsnota
moet worden opgenomen?
De heer Van Lanschot (CDA):
We hebben net ook het briefje kunnen lezen dat naar de Kamer is
gestuurd. Daarin geeft de minister aan dat er waarschijnlijk 400 miljoen
bij komt in '26. Dat lijkt ons een goede ontwikkeling. Terecht zou de
collega dan kunnen opmerken: hé, dan staat er nog een deel van het
bonnetje open, namelijk 900 miljoen. Dat klopt inderdaad. Daar kunnen we
tegenover plaatsen dat er 9 miljard, of 9 miljard min wat er eventueel
vooruit wordt geschoven, in de jaren '27, '28 en '29 staat. Dat was er
eerst nog niet. Daar staat dit kabinet wel voor. Dat is goed.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Lanschot. Dan geef ik het woord aan de heer
Stoffer voor zijn inbreng namens de Staatkundig Gereformeerde Partij.
Gaat uw gang.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Vier jaar oorlog in Oekraïne is tegelijkertijd een tragedie
en een wonder. Experts voorspelden dat Kiev binnen enkele dagen zou
vallen. Terwijl de Russische motor al snel haperde, toonden de
Oekraïners enorme veerkracht.
Oekraïne blijft afhankelijk van steun van bondgenoten. Na vier jaar
oorlog geldt dat evengoed andersom. De VS en Golfstaten maken intensief
gebruik van Oekraïense methoden om goedkope Iraanse drones te
onderscheppen. Ook Israël zoekt samenwerking. Door te leren van Oekraïne
voorkomen we dat goud wordt verspild aan aluminium, niet alleen in de
brandhaarden van vandaag, maar ook in de conflicten van morgen.
Voorzitter. Oekraïne heeft robuuste veiligheidsgaranties nodig, die
politiek en juridisch bindend zijn, in overeenstemming met de Verklaring
van Parijs. De SGP steunt de Nederlandse bereidheid om substantiële
bijdragen te leveren aan een toekomstige multinationale troepenmacht;
dit alles vanzelf onder het voorbehoud van politieke
besluitvorming.
Amerikaanse steun blijft cruciaal, maar die is niet vanzelfsprekend. De
VS zetten veiligheidsgaranties in als drukmiddel richting Oekraïne,
alsof je op hetzelfde moment duwt en trekt, of steun biedt, maar
diezelfde steun gebruikt om concessies af te dwingen. Dat ondermijnt de
onderhandelingspositie van Oekraïne. Tegelijkertijd dreigt Trump steun
afhankelijk te maken van de bereidheid van de Europese partners om de
Straat van Hormuz open te krijgen. Dat is nogal frustrerend. De
kernvraag voor de SGP is echter: hoe krijgt Europa een plek aan de
onderhandelingstafel? Een akkoord gaat immers over ónze veiligheid. Een
geopolitiek volwassen Europa ziet de samenhang tussen de conflicten met
Iran en Rusland eerlijk onder ogen en zegt daarom niet "dit is niet onze
oorlog", maar erkent dat deze dossiers met elkaar verknoopt zijn en
geeft Trump vooral geen aanleiding om te zeggen dat Oekraïne niet zíjn
oorlog is. Vrije doorvaart in de Straat van Hormuz is in ons eigen
belang en kan de VS binden aan Oekraïne. Daarom zegt de SGP: weeg de
toekomst van Oekraïne nadrukkelijk mee bij nationale besluitvorming over
een militaire bijdrage aan een beschermingsmissie in de Straat van
Hormuz. Graag krijg ik een reactie van het kabinet.
Voorzitter. Drones zijn niet meer weg te denken van het moderne
slagveld. Het Oekraïense leger deelt momenteel enorme hoeveelheden data
met het Amerikaanse Palantir om AI optimaal te benutten. Dat is logisch,
omdat er geen tijd te verliezen is. Maar op termijn hebben we een
Europese tegenhanger nodig en daarom vraag ik het kabinet welke rol
Nederland hier gezien onze voortrekkersrol in drone- en
antidronetechnologie in kan spelen. Hoe ondersteunt het kabinet
start-ups zodat ze kunnen uitgroeien tot de Palantirs van de
toekomst?
Voorzitter. Nederlanders voelen de oorlog in Oekraïne in hun
portemonnee. Tegelijk maken de vijf grootste westerse olieconcerns bijna
500 miljard dollar winst. Die winst is uiteraard nodig voor de transitie
naar hernieuwbare energie, maar de schoen wringt wanneer burgers en
ondernemers een forse vrijheidsbijdrage betalen. Daarom vraag ik de
minister of het niet redelijk is om te kijken naar een tijdelijke extra
bijdrage van deze sector.
Tot slot. Vorig jaar boekte Rusland nauwelijks terreinwinst, maar 2025
was ook het dodelijkste jaar voor Oekraïense burgers. Ik heb nog twee
vragen. Graag hoor ik van de minister hoe kleinere kerkelijke en
maatschappelijke organisaties betrokken worden bij de hulp en ook bij de
wederopbouw straks. Hoe geeft de minister uitvoering aan de
motie-Ceder/Diederik van Dijk, waarin wordt gevraagd om partnerschappen
met deze organisaties? Ook wil ik opnieuw mijn respect uitspreken voor
de moedige Oekraïners aan het front. Ik noem daarbij ook graag alle
burgers die hen steunen met drones, inlichtingen en protheses. Zij zijn
cruciaal, maar wat gun ik ze dat hun lijden en gemis plaatsmaken voor
troost, herstel en vrede. Laten we die hoop in deze lijdenstijd
alstublieft levend houden, zoals het lijden van Goede Vrijdag niet het
einde is maar gevolgd wordt door de opstanding met Pasen.
Voorzitter, tot slot één ding. Vanmorgen stond ik hier met 80 jonge
Oekraïners. Dat was naar aanleiding van het amendement van mevrouw Abdi
om jonge Oekraïners, mensen aan het einde van de middelbare school en
aan het begin van hun studie, te kunnen laten studeren. Het amendement
dat hier voorlag, heeft het niet gehaald. Ik zeg u — ik kijk de premier
in de ogen — dat ik van plan was om tegen te stemmen, maar toen ik die
jonge Oekraïners zag, dacht ik: die hoop moeten we levend houden en we
moeten deze mensen perspectief bieden; die kunnen Oekraïne opbouwen.
Mijn vraag is: premier, kabinet, heroverweeg dit. Het kost een paar
miljoen en het geeft heel veel perspectief.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Het woord is aan de heer Brekelmans voor
zijn inbreng namens de fractie van de VVD.
De heer Brekelmans (VVD):
Voorzitter. Terwijl wij hier veilig debatteren, heeft er in het westen
van Oekraïne weer een massale luchtaanval plaatsgevonden, met 550
drones. Het centrum van Lviv is getroffen en een heleboel andere steden
zijn getroffen. De schade is wederom enorm. Het verrast ons al niet eens
meer. Het haalt de voorpagina's niet meer en het leidt niet meer tot
ophef, maar we kunnen natuurlijk niet normaal gaan vinden dat dit in
Oekraïne gebeurt en dat dit in Europa gebeurt. Al vier jaar lang is dit
de realiteit waar Oekraïners in leven: vier jaar verwoesting en
verdriet, gebroken nachten door luchtalarmen, ijskoude winters. Vier
jaar lang staat bij heel veel gezinnen in de keukentafel een lege stoel,
omdat mannen en zonen vechten aan het front voor iedere meter. Of
familieleden zijn in de rouw of weten niet eens of hun geliefde nog
leeft.
Ondanks die vier jaar is de wil van de Oekraïners nog niet gebroken. Een
van de meest indrukwekkende gesprekken die ikzelf heb gehad, was met
generaal Drapatyi in de Donbas. Hij vertelde dat hij al elf jaar lang
leidinggaf aan de troepen en elke dag in oorlog was en dat de gevechten
op dat moment intensiever waren dan ooit: meer zweefbommen, meer drones,
meer artillerie. Hij vertelde dat zijn mensen na een dag vechten,
wanneer de voorraad met munitie op is, maar één ding willen, namelijk
dat er de ochtend daarna weer nieuwe munitie, nieuwe drones en nieuw
voedsel geleverd worden. Hij vertelde ook dat ze er volledig afhankelijk
van zijn dat wij als Europa en wij als Nederland die spullen
leveren.
Voorzitter. De VVD staat vierkant achter Oekraïne, ook na vier jaar. Ook
na vier jaar moet Oekraïne onze focus blijven houden. Kan het kabinet
toezeggen dat de leveringen aan Oekraïne voluit doorgaan? Wat is nu de
inzet om die 90 miljard in Europa op een zo kort mogelijke termijn los
te krijgen?
Voorzitter. De Russische ambities reiken verder dan Oekraïne. De
Russische dreiging vormt ook een gevaar voor ons. Wat Oekraïne doet, is
het verzwakken en op afstand houden van die dreiging. Daarmee is steun
aan Oekraïne niet alleen het juiste om te doen, maar ook een investering
in onze eigen veiligheid. We zien ook dat Oekraïne inmiddels ver op ons
voorloopt op het punt van moderne oorlogsvoering met onbemenste
systemen. Mijn vraag aan de minister van Defensie is hoe we deze lessen
maximaal leren. Wanneer kunnen we joint ventures tussen Oekraïense en
Nederlandse bedrijven verwachten? Wat doet de minister van Buitenlandse
Zaken om Nederlandse bedrijven te helpen en te stimuleren om actief te
zijn in Oekraïne? Inmiddels lopen de Denen en de Britten wat dat betreft
voor op ons.
Daarnaast — het is vaak gezegd — moeten we de druk op Rusland fors
blijven opvoeren. Mijn vraag aan de minister van Buitenlandse Zaken is:
wat doen we nu extra om sancties strenger te handhaven en ontwijking
tegen te gaan? Wanneer kunnen we ook Nederlandse inzet verwachten tegen
de schaduwvloot? We zien dat Frankrijk, België en Zweden inmiddels
hebben ingegrepen. Even los van wat er juridisch nog moet gebeuren: is
Nederland hier ook toe bereid?
Voorzitter. Diplomatiek is er stilstand, omdat Oekraïne op dit moment te
weinig aandacht krijgt. Wat is nu de inzet van de coalition of the
willing? Wat doet Nederland eraan om de veiligheidsgaranties voor
Oekraïne vorm te geven en ervoor te zorgen dat alle plannen klaarliggen,
zodat Oekraïne sterker aan de onderhandelingstafel staat? Het kan toch
niet zo zijn dat we moeten wachten op Trump voordat hier weer
vooruitgang plaatsvindt? Hoe zorgt de premier er ook persoonlijk voor
dat we de Verenigde Staten hierin aan boord houden? Want ja, we kunnen
kritiek hebben op de Verenigde Staten, maar het is Oekraïne die hier als
eerste de prijs voor betaalt.
Voorzitter. Tot slot, want ik zie dat mijn tijd op is. Laten we ons
realiseren dat Rusland nog geen enkel strategisch doel heeft bereikt. De
Donbas is niet veroverd, Zelensky zit nog in het zadel en de NAVO is met
Finland en Zweden groter dan ooit. Zolang we Oekraïne blijven steunen,
blijven ze ons verrassen. Het enige wat wij hoeven doen, is spullen
leveren en onze dankbaarheid aan Oekraïne tonen, voor het opstaan tegen
Poetin, voor het verdedigen van onze veiligheid en voor alle offers die
zij brengen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
In tegenstelling tot bij heel veel andere debatten is dit een onderwerp
waarbij ik het heel erg eens ben met de heer Brekelmans. Fijn om hem
weer terug te zien in de Kamer met dit soort speeches. We hebben deze
week gezien dat de Amerikanen de sancties voor Russische olie hebben
opgeheven. We hebben ook net het bericht gezien van de Europese
Commissie dat ze hebben besloten om de wetgeving uit te stellen waarmee
in Europa een verbod zou gelden op de import van Russische olie. Ik denk
dat de heer Brekelmans het met mij eens is dat dit zeer zorgelijk is.
Wat kunnen we als Nederland doen?
De heer Brekelmans (VVD):
Ik zeg eerlijk: ik heb dat laatste bericht nog niet gezien. Maar ik ben
het niet eens met de beweging om nu te zeggen dat sancties tegen Rusland
zouden moeten worden verlicht, omdat je daarmee — dat heeft mevrouw Piri
volgens mij in haar inbreng ook gezegd — de Russische oorlogsmachine
financiert. Als we dat doen, krijgen we dat dubbel zo hard terug. Ook de
kosten daarvan krijgen we dubbel zo hard terug. Het is ook niet voor
niets dat ik net aan de minister van Buitenlandse Zaken vroeg: wat doen
wij als Nederland en Europa nu extra om strenger te handhaven en
ontwijking tegen te gaan nu we zien dat op andere plekken in de wereld
de sanctieverlichting wordt bepleit? Ik ken het specifieke bericht niet,
maar als ik dit zo hoor, zou dit niet iets zijn waar ik voorstander van
ben.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat lijkt me evident. Een van de grote problemen binnen de Europese
Unie is het volgende. Dat hebben we, denk ik, afgelopen week bij de
Europese Raad gezien. Dat was een raad om snel weer te vergeten, want
het toonde eigenlijk vooral de enorme verdeeldheid als het gaat om
internationale politiek. Een van de zaken waar The Wall Street Journal,
als ik me niet vergis — misschien was het The Washington Post — van de
week mee kwam, was het bericht dat de heer Brekelmans vast heeft gezien,
namelijk over de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Szijjártó,
die voor en na de Europese overleggen altijd even belt met zijn
Russische counterpart Lavrov. Hij is de afgelopen vier jaar 22 keer in
Moskou geweest. Ook dit is natuurlijk een zeer zorgelijk fenomeen. Wat
moeten we volgens de VVD-fractie in Europa doen als we deze constante
blokkade van Hongarije zien?
De heer Brekelmans (VVD):
Wat mij betreft schieten woorden tekort om dit te veroordelen. Wat mij
betreft voeren we de druk op Hongarije maximaal op om hier iets tegen te
doen. Het is alleen wel een realiteit dat ze hun machtspositie, die ze
ook institutioneel hebben, maximaal gebruiken. We hebben het eerder
gezien met het Defensiefonds met 6 miljard voor Oekraïne, dat ze
blokkeerden, terwijl ze daar zelf helemaal geen geld in hadden zitten.
We zien het nu met die 90 miljard, wat natuurlijk helemaal schandalig is
omdat ze zelf niet eens bijdragen aan die garanties, er al eerder mee
hebben ingestemd en het nu vanwege politieke redenen blokkeren.
Uiteindelijk vind ik het onderaan de streep het belangrijkste dat die
steun gewoon naar Oekraïne gaat. Als het soms nodig is om dan ook met
Hongarije te dealen, omdat er anders 90 miljard of 6 miljard wordt
geblokkeerd, dan moet dat af en toe maar gebeuren, maar mijn opvatting
over Hongarije en hoe het zich opstelt moge duidelijk zijn. Woorden
schieten tekort om dat te veroordelen. Ik denk dat de realiteit is dat
we vaker, net zoals nu ook gebeurt, in coalitions of the willing moeten
werken met Europese landen en ook met landen buiten de EU, zoals het
Verenigd Koninkrijk en Noorwegen, omdat dat effectiever is dan je
afhankelijk maken van iedere EU-lidstaat.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het mee eens, maar het probleem is natuurlijk dat je zo'n
Europees pakket zoals die 90 miljard juist niet met een coalition of the
willing doet. Ja, je kunt het wel weer met een coalition of the willing
doen, maar dan krijgen we natuurlijk ook terecht de kritische vraag
waarom die andere Europese landen niks doen. Szijjártó heeft vandaag in
de media toegegeven dat hij niet alleen elke keer met Lavrov contact
heeft, maar ook met de regering van Trump, met de regering van
Netanyahu, met de regering van Erdogan en met de regering van Vucić. Dus
is de VVD van mening dat we gewoon moeten kijken naar die langlopende
artikel 7-procedure? Moeten we niet eigenlijk gewoon als Nederland
datgene waar Mark Rutte zich ooit hard voor maakte — je kunt het bijna
niet meer geloven, maar het was echt zo — in de Europese Raad doorvoeren
tegen Hongarije?
De heer Brekelmans (VVD):
Ja, maar op dit moment zou ik er ook wel rekening mee willen houden dat
er in Hongarije over — wat is het? — een maand verkiezingen zijn. Alles
wat nu vanuit Europa gebeurt, ook vanuit landen als Nederland, gebruikt
Orbán in zijn campagne om populairder te worden onder de Hongaarse
bevolking. Ik zou dus ook aan mevrouw Piri willen meegeven: laten we
daar ook met enige strategie naar kijken.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Brekelmans. Het woord is aan de heer Struijs voor
zijn inbreng namens de fractie van 50PLUS. Gaat uw gang.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Ik ga toch weer een beetje afwijken van mijn tekst,
dus mijn staf zit alweer hopeloos te kijken. Maar goed. Ik benadruk dat
50PLUS achter Oekraïne en de dappere mensen in Oekraïne staat as long as
it takes. Oftewel: hoelang het ook duurt. Even voor de duidelijkheid:
deze oorlog duurt nu bijna langer dan de Eerste Wereldoorlog. Over twee
maanden en vijftien dagen is het zo ver. Deze oorlog werd uiteindelijk,
net zoals de Tweede Wereldoorlog, gewonnen dankzij een rechte rug, maar
ook dankzij uithoudingsvermogen. Het is helaas een lange weg. Wij hebben
makkelijk praten, want ik geef het je maar te doen als je aan dat front
staat in Oekraïne. Maar er sluipt iets in. Er sluipt iets hier in het
parlement en ook zeker in de mensen. Dat wordt onder de term
"oorlogsmoe" besproken. Wij van 50PLUS zijn niet oorlogsmoe, maar we
moeten ons er wel communicatief tegen wapenen. We moeten het verhaal
blijven vertellen; we moeten blijven vertellen waarom we blijven
vechten. Mijn vraag aan deze regering is dus hoe ze haar
communicatiestrategie hierop aanpast, en hoe ze ervoor zorgt dat we
voldoende ruimte krijgen om te blijven vertellen waarom we dit
doen.
Toch wil ik ook een bijzondere invalshoek belichten. Wij steunen de
regering volledig en wij vinden ook dat we die motie die destijds is
aangenomen, die ik zelf heb meegetekend, wel wat krachtiger terug mogen
zien in aantallen en allemaal van dat soort dingen. Maar wij vragen er,
vanuit die bijzondere invalshoek die ik aangaf, aandacht voor dat in
Oekraïne twee derde van de burgerslachtoffers vlak bij de frontlinie
valt. Daarbij is geconstateerd dat het vooral ouderen zijn die in steden
en dorpen in en rond de frontlinie achterblijven. Het is dan ook niet zo
gek dat juist deze groep een van de grootste slachtoffers is in deze
oorlog, zo stelt de Human Rights Monitoring Mission in Ukraine vast. 45%
van de dodelijke slachtoffers is 60-plus. 28% van de slachtoffers
betreft jongeren. Het Rode Kruis schat in dat in deze gebieden
tienduizenden mensen in kwetsbare posities extra hulp nodig hebben en
dat dit met name ouderen en gezinnen met kinderen zijn. Ik vraag de
regering om hier ook aandacht aan te besteden en om daar waar het kan
bijvoorbeeld instanties als het Rode Kruis bij te staan om de hulp te
intensiveren. Dan hebben we het over humanitaire en medische hulp, maar
ook over mentale hulp.
Dan even naar ons eigen land. Ik ben geschrokken van wat ik hoorde over
de veiligheidsregio's, omdat we de hybride oorlog vanuit Rusland zien
toenemen en we steeds meer aanvallen zien op ons elektriciteitsnet. Het
is niet denkbeeldig dat onze elektriciteit zal wegvallen. Dan houden
sommige veiligheidsregio's het maar zes tot negen uur vol, en niet alle
veiligheidsregio's hebben een inventarisatie gemaakt van de ouderen en
kwetsbaren in de omgeving en van wat ze daarvoor moeten doen. Er zijn
mensen die thuis verzorgd worden en die afhankelijk zijn van medische
apparatuur. Wil deze regering bevorderen dat ook de veiligheidsregio's
betere inventarisaties maken naar aanleiding van deze oorlog, zodat we
iets beter voorbereid zijn wat betreft de kwetsbare ouderen en jongeren
in Nederland als er weer een hybride aanval komt?
Voorts heb ik de brief binnengekregen over de extra Patriots en alle
hulpmiddelen die nodig zijn. 50PLUS gaat alles steunen waarvan Oekraïne
aangeeft dat het nodig is om deze oorlog uiteindelijk te winnen. Ja, ook
mijn achterban is bereid om extra offers te brengen als er meer geld
moet komen en ja, we willen ook de zorg in stand laten. Dan moeten we
dus kijken hoe we hier op een verstandige manier soms snel door de bocht
kunnen. Wij blijven de dappere Oekraïense mensen steunen, want ze
vechten voor onze vrijheid.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Struijs. Het woord is aan de heer Dekker voor zijn
inbreng namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Voorzitter. 21 miljard. Dat is het bedrag dat Nederland de afgelopen
vier jaar direct heeft uitgegeven aan het in stand houden van de oorlog
in Oekraïne. 21 miljard. Let wel, dit zijn nog slechts de directe
kosten. Het is puur belastinggeld dat werd opgebracht door hardwerkende
Nederlanders en linea recta werd overgeboekt naar de bankrekeningen van
corrupte oligarchen in Kiev. Ook dit jaar wil het kabinet middels een
kasschuif de militaire steun aan Oekraïne ophogen met 400 miljoen, zodat
de jaarlijkse militaire bijdrage wederom 3 miljard euro bedraagt. Alsof
het niets is. Daar komen dan nog de indirecte kosten bij: de opvang van
meer dan 100.000 vluchtelingen, de hogere energieprijzen, de inflatie,
de kosten voor exporterende bedrijven die niet meer naar Rusland kunnen
exporteren, de verzwakte eigen krijgsmacht door het weggeven van ons
materieel enzovoorts. Alles bij elkaar zou het me niet verbazen als we
met z'n allen inmiddels al meer 100 miljard hebben verloren aan het
steunen van Oekraïne in deze oorlog met Rusland. Ik heb het over 100
miljard voor Oekraïne, terwijl Nederlanders geen huis kunnen vinden, de
boodschappen niet meer kunnen betalen, de energierekening door het dak
zien gaan, de zorgkosten zien stijgen, de accijnzen zien oplopen
enzovoorts. Waarom doen we dat? Welk ongelofelijk belangrijk doel dienen
we daarmee? Wat kan er zo belangrijk zijn dat we vrijwel de hele
Nederlandse economie en welvaart daarvoor willen opofferen?
Allereerst wordt hier genoemd dat het zou gaan om onze eigen veiligheid.
Als we Rusland niet stoppen in Oekraïne, dan staat het Rode Leger
binnenkort in Scheveningen. Dat is totale kolder, natuurlijk. Het is een
absurd broodjeaapverhaal dat zelfs de meest wereldvreemde James Bondfilm
niet zou halen. Het is krankjorum, gewoon. Er is werkelijk geen enkel
scenario denkbaar waarin Rusland zou overwegen om Nederland te willen
veroveren.
Het is dus niet in ons militaire belang. Het dient niet onze
zelfverdediging. Wat is dan de reden dat we dit doen? Onze bondgenoten,
zoals ze worden genoemd, zouden daarbij gebaat zijn. Maar welke
bondgenoot is ons zo veel waard? Ik doel dan op 100 miljard euro, onze
gehele economie en welvaart en opvang voor meer dan 100.000 Oekraïners.
Werkelijk? Is dat wat we bereid zijn op te brengen voor een
bondgenoot?
Voorzitter. Soms is het goed om even uit te zoomen en stil te staan bij
de vraag waar dit conflict nou eigenlijk allemaal om ging en gaat.
Rusland wil niet dat Oekraïne bij de NAVO komt en wil niet dat de
Russische provincies van Oekraïne worden gederussificeerd. Omgekeerd
willen de Amerikanen dat de Russen zolang mogelijk zoet worden gehouden
in Oekraïne, zodat ze geen kracht hebben om hun belangen in het
Midden-Oosten nog te verdedigen en, ten tweede, dat aan Rusland een al
dan niet symbolische nederlaag wordt toegebracht, omdat Amerika nog
altijd vijandschap zoekt met Rusland. Maar wat hebben wij daarmee te
maken? Waarom zouden wij ons moeten mengen in dit geopolitieke
schimmenspel? Waarom laten wij ons medeplichtig maken aan dit massale
bloedvergieten van Europese jongens, die onder leiding van Oekraïense of
Russische oligarchen elkaar naar het leven moeten staan?
Voorzitter. Het standpunt van Forum voor Democratie is helder. Dat
gebeuren daar in Oekraïne, ver weg, is niet onze oorlog. Het is niet ons
conflict. We hebben er niets mee te maken. Het ruïneert ons land en ons
continent en we moeten stoppen met deze waanzin.
Dank u wel.
De heer Brekelmans (VVD):
We hebben de afgelopen tijd een wat gematigder Forum gezien op sommige
punten, maar door wat de heer Dekker nu zegt, is het weer heel duidelijk
aan welke kant Forum voor Democratie staat. Ik heb hem namelijk allerlei
kritiek horen uiten op Oekraïne, maar ik heb geen enkele vorm van
kritiek gehoord op Rusland. Hij heeft niet gezegd dat Rusland Oekraïne
grootschalig is binnengevallen en al jarenlang massaal oorlogsmisdaden
pleegt en duizenden slachtoffers maakt. Is er iets van kritiek die de
heer Dekker over zijn lippen kan krijgen over Poetin en zijn regime?
De heer Dekker (FVD):
Het staat mij niet bij dat ik Rusland hier aangeprezen heb en Oekraïne
heb bekritiseerd. Ik heb gezegd: dit is niet onze oorlog. We hebben
niets te maken met het conflict tussen Rusland en Oekraïne en tussen
Rusland en de Verenigde Staten over het inrichten van de geopolitieke
verhoudingen. Dat is ons vraagstuk niet. Oekraïne is niet eens onderdeel
van ons bondgenootschap in de NAVO. Dus de vraag is: wat zijn we precies
aan het doen en waarom besteden we hier al onze gelden aan? Dat is mijn
punt.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik kan luisteren. Dat heb ik in uw inbreng gehoord. Maar ik vraag de
heer Dekker heel direct: kan hij één kritische zin over Poetin, zijn
regime en wat Rusland de afgelopen jaren doet over zijn lippen krijgen?
Ik hoor hem hier een beetje sputteren en een beetje eromheen praten,
maar probeer nou eens één kritische zin over Rusland te uiten.
De heer Dekker (FVD):
Zowel Oekraïne als Rusland is bezig met bloedvergieten. Dat wijzen wij
ten zeerste af. Dat geldt voor Rusland evenzeer.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Brekelmans (VVD):
Oekraïne en Rusland staan dus wat dat betreft voor de heer Dekker op
gelijke voet. Hij erkent dus niet dat Rusland de agressor is, dat
Rusland een ander land is binnengevallen en dat Rusland veel meer
slachtoffers maakt en veel meer ellende aanricht dan Oekraïne ook maar
zou kunnen doen? De heer Dekker laat hier weer zijn ware aard en die van
zijn partij zien. Ik geef hem nog een keer de mogelijkheid om dat te
herstellen, maar anders is weer duidelijk waar de sympathie van Forum
ligt: bij Rusland.
De heer Dekker (FVD):
Die woorden zijn voor de rekening van de heer Brekelmans.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Wat vindt collega Dekker ervan dat ook vandaag in Lviv allerlei
burgerdoelen zijn bestookt? Kerken zijn ernstig beschadigd. We zien al
een jaar lang dat vooral vanuit Rusland de drones en raketten op
burgerdoelen terechtkomen. Wat vindt hij daarvan?
De heer Dekker (FVD):
Daar is mij niets van bekend. Natuurlijk is men bij oorlogshandelingen
gericht op het verzwakken van elkaars militaire infrastructuur.
Ongetwijfeld gaat er weleens iets mis. Ik weet niet precies wat de
situatie in Lviv met zich meebrengt. Andersom spelen dezelfde situaties,
heb ik begrepen. Dat is, denk ik, een beetje het risico van zo'n
conflict. Het is altijd vreselijk als burgerdoelen geraakt worden; laat
dat duidelijk zijn. Dat geldt aan beide kanten. Daar ben ik natuurlijk
bepaald niet blij mee.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Collega Dekker doet een beetje alsof er twee kemphanen zijn. Maar ik heb
ooggetuigenverslagen gehoord — zelf, rechtstreeks — van een moeder uit
Boetsja. Dat is een plek waar de Russische verschrikkingen zich
voordeden, waar de lichamen op de straten lagen. Toen deze moeder na een
vlucht door de bossen later terug kon naar Boetsja, was het eerste wat
ze haar kinderen moest leren dat ze geen speelgoed moesten oppakken,
omdat de Russen daar munitie in hadden verstopt. Wat vindt collega
Dekker van dergelijke oorlogsmisdaden? Blijft hij er dan bij weg om
Rusland daarop aan te spreken? Dat zal toch niet?
De heer Dekker (FVD):
Dit zijn gruwelijke anekdotes. Als ze waar zijn, zijn het zonder enige
twijfel oorlogsmisdaden. Daar is geen twijfel over. Er zijn alleen zo
veel verhalen van beide kanten dat het heel lastig is in deze
oorlogssituatie om daar betrouwbare uitspraken over te doen. Met alle
respect, casuïstiek is toch heel moeilijk te beoordelen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voor u staat een volksvertegenwoordiger die naar eer en geweten zelf op
pad is gegaan, die zelf met de mensen heeft gesproken en die dit verhaal
voorlegt. Dat dat dan wordt afgedaan als casuïstiek, als "er kunnen
verschillende verhalen zijn", is de waarheid buiten haken zetten en
willen blijven gaan voor je eigen wereldbeeld. Maar laat ik dan nog één
vraag stellen. Als de Russen daar oorlogsmisdaden begaan, vindt collega
Dekker dan dat we in ieder geval een strafhof zullen moeten hebben dat
al die oorlogsmisdaden, zeker die in Boetsja, zal berechten? Vindt hij
dat de Nederlandse overheid daaraan moet bijdragen en er geld voor moet
vrijmaken?
De heer Dekker (FVD):
Ik vind dat altijd moeilijk. Zo'n speciaal tribunaal voor dat soort
omstandigheden is vaak vreselijk biased in een bepaalde richting. Er
zijn ook verhalen over gruwelijke misdaden die juist de Oekraïners
hebben gepleegd tegen de oorspronkelijke bevolking. Wordt dat dan ook
meegenomen? Dat is één vraag. En het tweede punt is een beetje: is dit
nu op de lijn van Nederland? Moet Nederland zich hier nu mee
bezighouden? We hebben genoeg problemen van onszelf.
De heer Brekelmans (VVD):
De heer Dekker doet net alsof er verhalen van de een tegenover verhalen
van de ander zijn. Onze eigen mensen van de Koninklijke Marechaussee,
die daar heel gespecialiseerd in zijn, hebben al meerdere missies in
Oekraïne gehad. Ze hebben daar minutieus vastgelegd welke
oorlogsmisdaden daar hebben plaatsgevonden en dragen bij aan de
bewijsbank die daarvoor wordt opgezet. Beweert de heer Dekker hier nou
dat datgene wat onze Koninklijke Marechaussee, onze specialisten, daar
vastlegt, zomaar een verhaal is? Als dat zo is, kan de heer Dekker dan
tonen welk bewijs hij heeft om te kunnen zeggen dat het een verhaal is
dat op gelijke voet staat met wat er aan Russische zijde wordt
gezegd?
De heer Dekker (FVD):
Wanneer je met een bepaalde missie het veld in wordt gestuurd, is het
altijd een groot risico dat je vindt wat je wil vinden. Als de missie
andersom was geweest, had je waarschijnlijk andere dingen kunnen vinden.
Dus ik vind het inderdaad heel riskant om op basis van die gegevens,
waarbij je heel gericht zoekt naar een bepaald soort misdrijven,
algemene conclusies te trekken. Dat vind ik inderdaad heel moeilijk te
zeggen. In zijn algemeenheid vind ik overigens dat de informatie die wij
krijgen ongelofelijk gekleurd is. Het is één grote propagandaoorlog,
waarbij we één kant van de zaak voortdurend voor de voeten krijgen en de
andere kant überhaupt niet. Ik denk dat er op die manier een weinig
gebalanceerde informatiestroom op gang komt.
De heer Brekelmans (VVD):
Niet alleen is de heer Dekker hier gewoon Russische propaganda, het
Russische narratief, aan het verspreiden, hij trekt ook de integriteit
van onze Koninklijke Marechaussee en de mensen die naar eer en geweten
hun werk doen in heel moeilijke omstandigheden, in twijfel, alsof zij
niet eerlijk zouden rapporteren over wat zij daar zien en wat zij daar
hebben ervaren, en dat niet eerlijk zouden vastleggen. Dus ik vraag de
heer Dekker nogmaals het volgende. Hij beweert hier dat datgene wat
vanuit Russische zijde wordt gezegd op gelijke voet staat met datgene
wat onze specialisten en onze experts vastleggen. Welk bewijs heeft hij
daarvoor?
De heer Dekker (FVD):
Ik heb niet beweerd dat vergelijkbare verhalen aan de Russische kant
bewijsbaar zijn. Ik weet dat niet. Ik weet alleen wel dat wanneer je een
aantal marechaussees een kant op stuurt om informatie te verzamelen van
een bepaald type, ze dat zonder enige twijfel naar eer en geweten zullen
vinden. Of dat een representatieve weergave is van de hele situatie, is
heel moeilijk te zeggen. In zijn algemeenheid geldt dat je, als je een
missie hebt in een bepaalde richting, niet snel zaken in een andere
richting gaat opzoeken en tegenkomen. Overigens werp ik verre van mij
dat ik hier Russische propaganda sta te verkondigen, zoals de heer
Brekelmans zegt. Ik probeer gewoon een objectief, gebalanceerd beeld te
krijgen van wat er aan de hand is. Ik stel vast dat dat heel moeilijk is
in deze propagandaoorlog. Bovendien, zeg ik nogmaals, is deze oorlog
niet onze oorlog.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Brekelmans (VVD):
Laat ik dan nog één voorbeeld noemen uit het betoog van de heer Dekker
waarmee hij Russische propaganda verspreidt. Hij zei dat de steun die
Nederland geeft — hij noemde bedrag van meer dan 20 miljard — in de
zakken van corrupte oligarchen zou verdwijnen. Bij de steun die
Nederland direct geeft aan Oekraïense bedrijven zijn Nederlandse
auditors betrokken geweest. Die hebben de administratie en de boeken
volledig doorgenomen. Ook hebben zij de afgesloten contracten tot op de
letter en tot in detail bestudeerd. Welk bewijs heeft de heer Dekker
voor de bewering dat Nederland op die manier zou bijdragen aan
corruptie?
De heer Dekker (FVD):
Oekraïne staat nog steeds zéér hoog op de lijst van de meest corrupte
landen ter wereld. Vandaag de dag is het misschien nog wel erger dan
ooit, omdat er enorme financiële stromen binnenkomen, natuurlijk niet
alleen vanuit Nederland, maar vanuit het hele Westen. Die worden voor
een groot deel niet eens geaudit, dus men weet gewoon niet waar deze
gebleven zijn. Er is reden te over om aan te nemen dat er bepaald geen
sluitende audittrail bestaat.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Eén ding is in ieder geval positief: de gemeenteraadsverkiezingen zijn
voorbij en Forum voor Democratie neemt weer deel aan debatten over
buitenlands beleid. Dat is goed nieuws; nu kunnen we eindelijk kritische
vragen stellen. Ik hoor het betoog van de heer Dekker. Hier in Den Haag
hebben we het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof.
Dat laatste heeft een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Poetin voor
het plegen van oorlogsmisdaden: Oekraïense kinderen zijn ontvoerd, er
zijn massagraven — daar is bewijs te over van, bijvoorbeeld in Boetsja —
en mensen zijn verkracht. Vindt de heer Dekker dat Nederland er alles
aan moet doen om ervoor te zorgen dat de heer Poetin hier berecht
wordt?
De heer Dekker (FVD):
Het antwoord is nee. Dat is wat mij betreft een zeer politiek onderzoek.
Nogmaals, waarheidsvinding is in deze context naar mijn overtuiging heel
moeilijk. Iedere partij is maximaal met propaganda bezig. Je kunt al die
zaken niet goed onderzoeken. Wat mij betreft is het absurd om Poetin
hier voor het gerecht te willen dagen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit zegt eigenlijk alles over Forum voor Democratie. Laten we het dan
ontleden: ontkent Forum dat Rusland massaal oorlogsmisdaden pleegt in
Oekraïne?
De heer Dekker (FVD):
Forum kan niet beoordelen of er massale oorlogsmisdaden worden gepleegd
in Oekraïne. Dat er veel verhalen over bestaan, is ongetwijfeld waar,
maar nogmaals, dat geldt ook voor de andere kant. Of dat werkelijk het
geval is, kan ik niet beoordelen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik snap dat de heer Dekker dit niet persoonlijk geverifieerd kan
beoordelen. Ik zou wel zeggen: ga eens een keer mee als de Kamer op zo'n
reis naar Oekraïne gaat. Daar zou Forum het ook met eigen ogen kunnen
zien. Heel veel collega's in deze zaal hebben dat gedaan. Maar er zijn
rapporten van onze eigen mensen, van onze eigen inlichtingendiensten,
van de VN en van de Europese Unie die deze oorlogsmisdaden gewoon
bevestigen. Net zagen we de berichten over Lviv: er worden duidelijk
burgerdoelen getarget. Mag ik dan het volgende vragen: als Forum zegt
dat het Internationaal Strafhof een zeer politiek orgaan is, wat vindt
Forum dan wél objectieve organisaties?
De heer Dekker (FVD):
Op dit moment zijn rondom dit onderwerp bijna alle supranationale
organisaties heel sterk in één hoek terug te vinden: de
anti-Ruslandhoek. Daar word ik achterdochtig van, omdat ik denk: nu
wordt maar één kant belicht; waar is de andere kant? Er is altijd een
balans in die verhalen. Dat kan ik inderdaad niet vaststellen, dus ik
zou het eerlijk gezegd niet weten.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng namens de
SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Vier jaar lang aanvallen, geweld, vernietiging,
oorlogsmisdaden en slachtoffers door de illegale invasie van Rusland in
Oekraïne. Naar schatting gaat het om 600.000 Oekraïners. 1,2 miljoen
Russen zijn door Poetin naar het slagveld gestuurd; zij zijn verwond,
gedood of vermist. Het is niet te bevatten. Deze oorlog moet zo snel
mogelijk stoppen. Om deze oorlog te stoppen moet er onderhandeld
worden.
De inzet voor onderhandelingen is eerder door het kabinet en door bijna
de hele Kamer volledig overgelaten aan Trump. Daarvoor hebben we altijd
gewaarschuwd. We zien nu ook, in plaats van inzet voor vrede, dat Trump
juist de oorlog van Poetin voedt. We zien namelijk dat, door de
aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran, de aandacht voor
Oekraïne wegschuift. We zien dat de Russische staatskas en Russische
oliebedrijven flink profiteren van de gestegen olieprijzen door de
aanvallen van Trump. Poetin kan nu zo'n 150 miljoen dollar extra per dag
uitgeven aan oorlogswapens. Daarbovenop verlicht Trump ook nog de
sancties tegen Rusland. Aan de ene kant krijgt Poetin dus bakken met
extra geld door olie en door het opheffen van sancties door de VS. Aan
de andere kant moeten wij dan meer wapens en geld gaan leveren aan
Oekraïne, zodat die zich hiertegen kan bewapenen.
Wat vindt het kabinet er nu van dat de VS de oorlog van Poetin op deze
manier financiert? Wat doet het kabinet richting de VS om dit te
stoppen, al dan niet via de EU of zelf? Of is er nog steeds enkel en
alleen steun en begrip voor alles wat de Verenigde Staten en Trump doen?
Gaat het kabinet nu met de EU, of met landen zoals India of Brazilië,
een stappenplan maken om tot vrede te komen en om ook zelf het
initiatief te nemen? Wat doet het kabinet nu eigenlijk heel concreet
zelf, of in de EU, om zich in te zetten voor vrede, onderhandelingen en
diplomatie?
Er stond voor dit jaar al 2,6 miljard euro aan steun voor Oekraïne in de
begroting. Nu lezen we, net ook in de brief, dat daar mogelijk 400
miljoen bij komt. Dat is vooruitgeschoven uit 2029. Welke garantie
hebben we dan dat er straks niet wéér honderden miljoenen worden
weggehaald bij de zorg en bij sociale zekerheid? Ziet het kabinet wel
dat het, door steun te geven aan Oekraïne en tegelijkertijd te
bezuinigen op sociale zekerheid en zorg, een tegenstelling creëert?
Iedereen in Nederland ziet namelijk dat er wel geld is voor Oekraïne,
maar niet voor mensen die zorg of sociale zekerheid nodig hebben en ook
niet voor de energierekening van mensen. Dat is de tegenstelling die
door dit kabinet wordt gecreëerd. Er is geen geld om mensen te helpen de
energierekening te betalen en geen geld voor zorg, maar deze 400 miljoen
euro voor Oekraïne weet het kabinet wel weer supersnel te vinden. Waarom
het een wel en het ander niet? Erkent het kabinet de tweedeling die het
hier zelf mee creëert? Ziet het kabinet welke gevolgen dat heeft voor de
solidariteit in onze samenleving met Oekraïne? En wat gaat het kabinet
hier dan aan doen?
Voorzitter. Tot slot de tienduizenden Oekraïense kinderen die door
Rusland zijn ontvoerd. Kun je het je voorstellen? Het gaat door merg en
been. Ons voorstel is aangenomen om organisaties te steunen die deze
kinderen opsporen en met hun ouders herenigen. We lezen dat het kabinet
zich hiervoor inzet, maar hoe effectief is dat nu? Lukt het om kinderen
op te sporen en te herenigen met hun ouders? Lukt het om dit te doen? En
wat kunnen we eventueel nog meer doen om dit te bespoedigen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Tot slot is het woord aan de heer De Roon als
laatste spreker van de zijde van de Kamer. Ik stel voor daarna te
schorsen voor de dinerpauze.
De heer De Roon (PVV):
Dank, voorzitter. De oorlog in Oekraïne heeft al bijna 2 miljoen
slachtoffers geëist en hele dorpen en steden verwoest. Deze oorlog heeft
ook ontzettend veel welvaart gekost, allemaal doordat Poetin zijn
fantasieën over de heropleving van het Russische Rijk vier jaar geleden
niet in bedwang kon houden. Wie de agressor is, en wie daarmee ook onze
belangen schaadt, is dan ook zo helder als kristal. Daarom blijft mijn
fractie Oekraïne steunen tegen de Russische militaire agressie, die
trouwens mede mogelijk wordt gemaakt door China. Het valt op dat we het
kabinet eigenlijk helemaal niet horen over die rol, of in ieder geval
verrassend weinig. Mijn vraag is dan ook: waarom is dat zo? Waarom
spreekt het kabinet zich niet uit over de rol van China bij wat er
gebeurt in Oekraïne? Is er soms Europese verdeeldheid ten aanzien van
hoe we met China moeten omgaan, of is er überhaupt een gebrek aan
strategie op dit punt? Ik hoor graag een toelichting van het
kabinet.
Voorzitter. Na vier jaar zijn er ook wel lichtpuntjes te ontwaren. De
Russen hebben het moeilijk in Oekraïne en betalen een enorm hoge prijs,
met militaire, economische en menselijke slachtoffers. Toch mogen we er
niet van uitgaan dat Rusland zal instorten in deze strijd. Daarom moeten
we blijven investeren in onze krijgsmacht en de NAVO, juist ook voor
onze Nederlandse veiligheid. De berichten dat Rusland probeert het
Iraanse regime overeind te houden met inlichtingen en steun, laten zien
aan welke kant Poetin staat: aan de zijde van het kwaad en dus tegenover
ons.
Voorzitter. Rusland blijft vasthouden aan Poetins absoluut absurde
doelstellingen. De onderhandelingen zitten daardoor muurvast. Ook mogen
we van Oekraïne niet verwachten dat het gedwongen territoriale
concessies doet. Dat zouden wij ook niet accepteren als het over
Nederlands grondgebied zou gaan. Dan zouden wij ook als leeuwen vechten
voor elke vierkante meter en dat niet willen opgeven. De PVV wil dus ook
hierover geen appeasementpolitiek. De druk die er hier en daar ontstaat
om concessies te doen, ook territoriaal, om tot vrede te komen, moet
vooral op Poetins bord worden geschoven. Is het kabinet dat met mij
eens? Ik zie dat mevrouw Piri iets wil zeggen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik wil vooral iets vragen aan de heer De Roon, als dat mag. Wat een
teksten — hartstikke goed! Ik hoor u over het verhogen van de druk op
Poetin. De PVV wijst hier, in tegenstelling tot Forum, heel duidelijk de
agressor aan. Nou was de heer Wilders dit weekend weer bij CPAC in
Hongarije. Ik kom straks op de nogal kinderlijke tweet over de premier,
maar eerst over het onderwerp van vandaag. Orbán is degene die een nieuw
Europees sanctiepakket tegen Rusland en de 90 miljard aan steun, die
lening, tegenhoudt. Wat vindt de PVV daarvan?
De heer De Roon (PVV):
Wij hebben in het Europees Parlement al tegen die lening, zoals u
terecht zegt, van 90 miljard gestemd. Die willen wij niet. Wij willen
financieel niet zwaarder in de knel komen hierdoor. Ik ga daar dadelijk
verder op in.
Wij vinden niet alles wat Orbán doet geweldig, maar hij doet wel dingen
die wij wel geweldig vinden. Denk aan het feit dat hij zich niet door de
Europese Unie laat ringeloren en nastreeft om op te komen voor de
belangen van zijn eigen land. Dan hebben we het bijvoorbeeld over de
levering van Russische olie die hij zegt nodig te hebben voor zijn land.
Daar kun je van alles van vinden, maar wij waarderen het dat Orbán
daarvoor vecht. Hij doet ook andere dingen die de PVV waardeert, zoals
het tegenhouden van asielzoekersstromen. Dat doet hij met veel succes.
We zien dat de criminaliteitscijfers in Hongarije beduidend lager zijn
dan hier. Dan kun je wel zeggen: Orbán doet ook dingen die wij niet goed
vinden. Dat is misschien ook wel zo. Maar dat laat onverlet dat wij
achter Oekraïne staan en van onze kant zullen doen wat wij denken dat
wij moeten doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Laat ik in dit warrige betoog in ieder geval een lichtpuntje zien. De
PVV neemt op het punt van de blokkade van Hongarije ten aanzien van
sanctiemaatregelen tegen Rusland in ieder geval afstand van premier
Orbán. Dat hoorde ik de heer De Roon net zeggen. Ik zag dat als een
lichtpuntje, maar ik hoor al dat het weer de donkere ruimte in gaat. Ik
wil graag het volgende vragen. Ik hoor de heer De Roon net zeggen dat
een van de dingen die hij wel goed vond van Orbán, het blijven afnemen
van Russische olie is.
De heer De Roon (PVV):
Ik zeg niet dat …
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nu komt de vraag. Vindt de PVV dat Nederland dat ook zou moeten
doen?
De heer De Roon (PVV):
Nee, want wij krijgen onze olie ergens anders vandaan. Ik wil helemaal
geen Russische olie. Dat moeten we ook niet doen. Orbán vindt dat hij
dat wel moet doen. Hij vindt dat dat het beste is voor zijn land en daar
vecht hij voor. Dát kunnen we binnen de EU waarderen. Daarom zeggen wij
ook niet: je moet Orbán onthanden binnen de EU, want hij doet niet wat
wij willen. Hongarije is een vrij land en laat hem dan ook in dezen vrij
zijn. Dat betekent niet dat wij steunen wat hij doet, maar hij laat wel
zien dat hij voor zijn land opkomt. Het zou een goede zaak zijn als wij
dat in Nederland ook zouden doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Mooie laatste zinnen van de PVV: we steunen niet wat hij doet, maar hij
mag het wel doen. Nou, daar zijn we het natuurlijk van harte over
eens.
Tot slot zou ik graag, nu we de kans hebben, de volgende vraag willen
stellen. We zagen dit weekend een superkinderachtige tweet, in het
Engels, van de heer Wilders over onze premier, gericht aan president
Trump, die waarschijnlijk niet eens weet wie Geert Wilders is. Moet dit
nou zo? Wat was daar nou de bedoeling van? Kan de PVV dat uitleggen?
De heer De Roon (PVV):
Dat zal mevrouw Piri toch echt aan de heer Wilders moeten vragen. Hij
bepaalt zelf wat hij tweet. Dat overlegt hij niet met mij. Ik ga die
tweets ook niet recenseren, want daar heb ik helemaal geen belang bij.
Dat ga ik dus ook gewoon niet doen.
De heer Dassen (Volt):
De heer De Roon houdt hier een verhaal dat we op moeten komen voor
Oekraïne — daar ben ik heel erg blij om — en dat Rusland de agressor is.
Maar ik wil toch even doorgaan op de vraag van mevrouw Piri. Ik kan het
namelijk niet rijmen met de heer Wilders die ik dit weekend hartjes zie
uitdelen aan Viktor Orbán en die ik hoor zeggen dat Orbán de leeuw van
Europa is, dat wordt geleid door schapen. In datzelfde weekend zien we
dat diens minister van Buitenlandse Zaken geheime informatie over Europa
levert aan Rusland. Hoe rijmt de heer De Roon die twee dingen met
elkaar?
De heer De Roon (PVV):
Ik heb dat laatste waar de heer Dassen nu naar verwijst nog niet
gehoord. Er zijn verhalen over; dat is waar. Dat moet dan maar goed
uitgezocht en aangetoond worden. Ik heb het aantonen van dat verhaal nog
niet gezien. Als dat gebeurd is, dan zijn we daar natuurlijk tegen. Dat
mag niet gebeuren. Dan veroordelen we dat.
De heer Dassen (Volt):
Hij heeft het zelf gezegd. Hij heeft zelf bevestigd dat hij dit gedaan
heeft.
De heer De Roon (PVV):
Ik zou …
De heer Dassen (Volt):
Dat is toch onacceptabel? De leider van de PVV, de heer Wilders, staat
dit weekend op dat podium en zegt hoe goed Orbán is, terwijl hij en zijn
consorten niks anders doen dan de veiligheid en vrijheid van Europa
tegenwerken door de steunpakketten voor Oekraïne tegen te houden en op
hetzelfde moment geheime informatie over de Europese Unie en onze
veiligheid aan Rusland door te spelen. Dat is dan toch niet te verenigen
met elkaar?
De voorzitter:
Meneer De Roon.
De heer De Roon (PVV):
Als meneer Orbán bepaalde dingen doet die hij voor zijn land van belang
vindt en zich daarbij tegengewerkt voelt door de Europese Unie of door
andere Europese landen, dan mag hij opkomen voor zijn visie. Dat mag hij
gewoon doen. Dat doet hij met verve. Dat doet hij sterk. Dat leidt soms
ook tot resultaat. Dat waarderen wij. Moet je dat nou met hartjes
waarderen? Ik laat het graag aan iedereen voor zichzelf over om daar een
mening over te hebben. Maar dat is gewoon een keihard punt. Dat betekent
niet dat we alles wat Orbán doet altijd waarderen. Dat is natuurlijk
niet waar het om gaat. Het gaat erom dat we de dingen waarderen die hij
goed doet voor zijn land. Daar blijf ik bij.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Het was Orbán die vorig jaar bij Poetin op het podium stond. Het is de
regering van Orbán die nu informatie over de Europese Unie doorspeelt
aan de Russen. Dit gaat rechtstreeks in tegen het belang van alle
Nederlanders, van alle Nederlanders die verwachten dat wij opkomen voor
hun vrijheid en veiligheid en dat wij daarbij Oekraïne steunen, zoals de
heer De Roon zelf ook zegt. Dat is niet verenigbaar met het optreden van
de leider van de PVV, de heer Wilders, die op deze manier steun blijft
betuigen, en met de heer De Roon, die hier vandaag ook geen afstand kan
nemen en dit niet keihard kan veroordelen. Dit is namelijk niet in het
belang van Nederland.
De heer De Roon (PVV):
Ik heb zojuist gezegd dat ik het veroordeel als er geheime informatie is
gedeeld. Als de persoon die het betreft dat zelf zegt — ik had dat nog
niet gehoord, maar ik ga af op wat u daarover zegt — dan lijkt me dat
reden voor een strafrechtelijk onderzoek. Laten we dat dus vooral
proberen te bewerkstelligen en dan zien we wel hoe dat afloopt. Ik kan
dat nu hier, zonder dat ik al die informatie tot mij heb genomen,
namelijk niet goed beoordelen. Maar als het waar is, dan deugt dat van
geen kanten.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer De Roon (PVV):
Voorzitter. Oekraïne politiek en militair steunen is natuurlijk nog wel
wat anders dan alleen maar steeds doen wat Oekraïne wil. De PVV wil dat
ook niet doen. Daarom blijven we het standpunt innemen dat Oekraïne niet
mag toetreden tot de EU en de NAVO. De recente discussie over versnelde
toetreding van Oekraïne tot de EU vinden wij dan ook niet oké, maar ook
extreem voorbarig, ten eerste omdat er op dit moment totaal geen zicht
is op de beëindiging van de oorlog en ten tweede — daar heb ik nog niks
over gehoord — omdat er geen enkel benul is van wat dit ons als
Nederland zou gaan kosten. Is het kabinet het daarom met mij eens dat
van EU-toetreding, versneld of gedeeltelijk, op dit moment geen sprake
mag zijn? Hoe ziet het kabinet dat?
Voorzitter. Wat Oekraïne zou helpen, is als andere landen in Europa meer
gaan doen aan militaire steun. Bijvoorbeeld als deze landen meer steun
geven aan dat Prioritized Ukraine Requirements List-initiatief van de
NAVO, waarmee Amerikaanse luchtafweerraketten gekocht worden voor
Oekraïne. Hoe bestaat het dat sommige grotere NAVO-lidstaten niet of
nauwelijks bijdragen aan dat initiatief? Wat zegt dat dan eigenlijk over
de bondgenootschappelijke solidariteit?
Voorzitter. Nederland heeft al ver boven zijn kracht gebokst om steeds
maar weer financiën op te leveren voor Oekraïne. Daar hebben we altijd
achter gestaan, maar we staan nu wel voor 20 miljard aan de lat. Daarom
wil de PVV nu geen cent meer uitgeven ten behoeve van Oekraïne, want wij
vinden, nogmaals, dat andere Europese lidstaten die nu de bal laten
liggen op dit punt, in actie moeten komen. De vraag is dus ook: gaat het
nieuwe kabinet op zoek naar mogelijkheden om meer druk te zetten op de
achterblijvers, zoals Italië en Spanje?
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Roon. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de
eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering tot
20.20 uur voor de dinerpauze.
De vergadering wordt van 19.32 uur tot 20.22 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de eerste termijn van de zijde
van het kabinet bij het debat over vier jaar oorlog in Oekraïne.
Daarvoor geef ik als eerste het woord aan de minister-president.
Minister Jetten:
Dank u wel, voorzitter. Ongetwijfeld zijn er deze dagen heel veel andere
belangrijke debatten in de Kamer, bijvoorbeeld over de oorlog in Iran of
over de nationale impact van alles wat er in de wereld gaande is. We
zijn als kabinet echter ook heel erkentelijk dat uw Kamer vandaag zo
uitgebreid stilstaat bij vier jaar oorlog in Oekraïne. Deze oorlog mogen
we namelijk echt niet uit het oog verliezen en hij moet ook onze volle
prioriteit hebben.
Het is ook mooi dat de ambassadeur van Oekraïne, de heer Kostin, hier
vandaag aanwezig is, zoals hij dat altijd is bij debatten over zijn
land. Ik reisde nu tweeënhalve week geleden met hem samen naar Kyiv om
daar gesprekken te voeren met de president en de premier van Oekraïne,
maar vooral ook om met eigen ogen weer te zien wat die voortdurende
Russische agressie voor impact heeft op de Oekraïense samenleving, al
vier jaar lang.
Niet alleen Oekraïense militairen die aan het front hun leven wagen voor
de vrijheid en veiligheid van alle Oekraïners, maar ook veel gewone
burgers ondervinden de ellende van deze oorlog. Zo bezochten we samen
een woonwijk in Kyiv waar niet zo lang geleden een appartementencomplex
was geraakt. In dat appartementencomplex sloegen Russische raketten in,
en toen de hulpverleners daar ter plaatse waren, werd daar een tweede
golf van Russische raketten op afgevuurd. Daarbij lieten 28 bewoners het
leven. Van het gebouw was bijna niets meer over. Je zou bijna vergeten
dat het een van de vele, vele aanvallen is waarbij Oekraïense burgers om
het leven komen. Omwonenden wilden dat echter niet laten gebeuren, dus
die hadden een herinneringsbord geplaatst in de modderige sneeuw. Daarop
zag je foto's van alle slachtoffers uit die buurt, onder wie een
14-jarig meisje dat duidelijk trots met haar nieuwe Pumatrui aan
zelfverzekerd in de camera kijkt, of een 7-jarig jongetje met in zijn
handen een zelfgemaakte tekening van een onderwaterwereld, of een jong
stel op een foto, nog gemaakt tijdens een vakantie, denk ik, op een
boot, met een 2-jarige peuter op de arm. Voorbeelden van heel jonge
gezinnen die het leven laten, omdat de Russische agressor ook
burgerdoden maakt, elke dag weer, in Oekraïne.
Deze winter zagen we ook voortdurende aanvallen op de Oekraïense
energie-infrastructuur, waardoor die toch al koude en barre winter nog
zwaarder werd. Over zeven maanden staat de volgende winter in Oekraïne
alweer voor de deur. We lopen het risico dat we in alle andere
zorgelijke geopolitieke ontwikkelingen moe worden van deze slepende
oorlog en dat die nieuwe oorlog al onze aandacht opeist, maar dat mogen
we niet laten gebeuren. Ik ben heel blij om te horen dat dat vanavond
ook breed in deze Kamer wordt gedeeld. Het is onze opdracht om niet toe
te geven aan die vermoeidheid, onze aandacht niet te laten verslappen en
er alles aan te doen om als Nederland en Europa Oekraïne te helpen om in
deze oorlog overeind te blijven.
Dan kom ik bij een aantal vragen die daarover zijn gesteld. Wat is dan
de strategie die Europa inzet om Oekraïne daar zo goed mogelijk in te
ondersteunen en ervoor te zorgen dat ze in de onderhandelingen voor het
Oekraïense belang kunnen opkomen? Nederland, de NAVO en de EU steunen
Oekraïne in die continue strijd. Daarbij zijn twee strategieën van
belang. Eén is ervoor zorgen dat met voldoende militaire en
non-militaire steun Oekraïne de strijd aan het front kan voortzetten en
dat de impact van de aanvallen op de energie-infrastructuur beperkt
blijft, door die elke keer weer op te lappen en met nieuwe innovatieve
oplossingen te zoeken naar manieren om toch goed de winter door te komen
en de economie draaiend te houden.
De tweede strategie moet volledig gericht zijn op het opvoeren van de
druk op Rusland zodat er vredesbesprekingen kunnen starten die ook
serieus zijn. Oekraïne moet daarbij zelf kunnen bepalen wanneer die
vredesbesprekingen tot een succesvol eind zijn gekomen. Op dit moment
spelen de Verenigde Staten daar een belangrijke rol in. De afgelopen
dagen zijn er weer gesprekken gevoerd. Daarover gaf president Zelensky
aan dat het ingewikkelde gesprekken zijn, maar dat hij positief gestemd
is over het feit dat die gesprekken überhaupt plaatsvinden en dat ze
daar heel voorzichtig voortgang in kunnen boeken. Het is ook belangrijk
om de Amerikanen daarbij echt betrokken te houden, want zij zullen
uiteindelijk een cruciale partner zijn bij het sluiten van een eventuele
vredesdeal.
Tegelijkertijd zoeken we als Europa ook naar mogelijkheden om een plek
aan tafel te krijgen. De inspanningen daarvoor doen we samen met
Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Commissie.
Dat doen we omdat Europa, als belangrijke steunpilaar van Oekraïne, na
het sluiten van zo'n vredesakkoord waarschijnlijk een hele belangrijke
rol heeft te spelen in het bewaken van zo'n vredesdeal en in het helpen
bij de wederopbouw. We zien dat Oekraïne zich ondanks de tegenwerkingen
van Rusland constructief blijft opstellen en bereid is om compromissen
te sluiten, maar wel zolang dat het Oekraïense belang dient. Tot nu toe
zien we dat helaas niet van Russische zijde. Er zijn eigenlijk weinig
tot geen serieuze stappen vanuit Rusland, vanuit Poetin, om tot een
fatsoenlijk vredesproces te komen. Zolang die Russische houding
voortduurt, kiest Nederland, kiest Europa, voor een voortzetting van het
isolatiebeleid richting Rusland en het verder opvoeren van de druk op
Rusland.
Terecht werd er ook gevraagd hoe Europa ervoor kan zorgen dat er met
extra Europese sancties meer wordt ingegrepen in de economie van
Rusland, die zwaar onder druk staat maar nog altijd wel functioneert.
Door internationaal toenemende energieprijzen ziet die economie nu ook
weer een kleine opleving. Daarom is het ook zo belangrijk dat we ons
blijven inzetten voor het twintigste sanctiepakket en dat we daarnaast
blijven nadenken over wat er op een gegeven moment aan aanvullende
sancties bij kan komen. De 90 miljard die in Europa is afgesproken om
Oekraïne ook dit jaar volop financieel te steunen, is cruciaal. Het gaat
niet alleen om militaire steun, maar ook om non-militaire steun voor
Oekraïne.
Het feit dat Hongarije die steun nu probeert te blokkeren, is volstrekt
onacceptabel. Dat is niet alleen onacceptabel omdat die 90 miljard voor
Oekraïne zo belangrijk is, maar ook omdat Orbán daarmee eigenlijk lak
heeft aan de wijze waarop we in de Europese Raad tot besluitvorming
komen. Ik was er toen nog niet bij. Het was mijn voorganger, premier
Schoof, die bij de Europese Raad was. Er is daar overeenstemming bereikt
over de 90 miljard, als alternatief voor de bevroren Russische tegoeden.
Het kan niet zo zijn dat één regeringsleider vervolgens bij de
implementatie van de Europese besluitvorming alsnog via veto's gaat
proberen om het tegen te houden. Dat is namelijk echt de bijl aan de
wortel van hoe we in de Europese Raad met elkaar zakendoen. Vorige week
is er tijdens de Europese Raad stevig met Orbán over gesproken. De druk
blijft maximaal hoog om ervoor te zorgen dat dit geld in de komende
weken en maanden alsnog vrij kan komen, als een hele positieve steun in
de rug voor Oekraïne.
Er werd ook heel specifiek gevraagd naar informatiedeling vanuit
Hongarije met Rusland en of dat leidt tot een verzwakking van de
Europese positie. We zijn niet naïef over de mogelijkheid dat Hongarije
informatie deelt met de Russische Federatie. Tegelijkertijd moet nu nog
formeel worden bewezen dat het gaat om het lekken van vertrouwelijke
informatie. Het zal heel moeilijk zijn om dat formeel te bewijzen. We
hebben via de geëigende kanalen bij de Europese instellingen onze zorgen
uitgesproken en aanvullende informatie opgevraagd. Het is in eerste
instantie aan de Raad om te beoordelen of de geheimhoudingsplicht is
geschonden en of er vervolgstappen moeten worden ondernomen tegen
Hongarije. Als de berichtgeving klopt, dan is dat natuurlijk volledig
onacceptabel en zullen we dat bilateraal bij Hongarije opbrengen. Er
werden vanuit de Kamer ook een aantal suggesties gedaan voor rechtszaken
die eventueel moeten worden aangespannen. Ik vrees alleen dat zo'n
juridische optie op de korte termijn geen enkele oplossing biedt. Ik
denk dat maximale politieke druk en diplomatieke druk op de korte
termijn het meest in het Oekraïense belang is, niet alleen om
informatiedeling te voorkomen, maar ook om de 90 miljard zo snel
mogelijk vrij te krijgen.
De rol van de VS is natuurlijk een cruciale. Ik zal even pauzeren,
voorzitter, want ik zie dat mevrouw Piri een interruptie heeft.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Even op dit punt. De verkiezingen in Hongarije zijn op 12 april. Ik denk
dat we kunnen stellen dat het uitgesloten is dat er voor 12 april iets
gaat gebeuren in Oekraïne. Als Orbán herkozen wordt, is de kans aanwezig
dat dit niet alleen tot 12 april gaat duren, maar nog vele maanden
langer. Welke opties ziet de premier voor zich?
Minister Jetten:
Laat ik daar twee dingen over zeggen, waarvan één specifiek over de
Oekraïnesteun. Ik denk dat het weetje van mevrouw Piri weleens zou
kunnen kloppen en dat er dus geen beweging gaat komen zolang de
Hongaarse verkiezingscampagne loopt. Tegelijkertijd spelen er wel ook
twee andere zaken mee, namelijk de niet zo zorgvuldig gekozen woorden
van president Zelensky over Hongarije en het hele issue rondom de
Droezjba-pijpleiding. Daar hebben we gelukkig met maximale druk op beide
partijen kunnen zorgen dat er een technische inspectie van die
pijpleiding plaatsvindt, dat er herstelwerkzaamheden plaatsvinden en dat
er waarschijnlijk op korte termijn ook weer olie doorheen gaat stromen.
Daarmee is ook het inhoudelijke argument om die 90 miljard te blokkeren
binnen een paar weken van tafel. Daardoor is mijn inschatting nu dat
medio april de ruimte ontstaat om die 90 miljard toch te implementeren
en Oekraïne daarmee te ondersteunen.
Mocht Orbán worden herkozen, dan is er denk ik ook een hele reële kans
dat het niet bij dit ene voorbeeld blijft. We hebben eerder ook al
voorbeelden gezien. Er komen vast weer nieuwe konijnen uit de hoge hoed.
Dat is ook de reden waarom wij als kabinet voorstander zijn van een
modernisering van de artikel 7-procedure van het treffen van maatregelen
als partijen zich niet houden aan de afspraken binnen de Europese Raad.
We zijn ook voorstander van maximale druk blijven zetten op Hongarije
met alle andere regeringsleiders, omdat Hongarije hier het Europese
belang aan het schaden is.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Wij zagen ook berichten uit Slowakije over Robert Fico, die zeer, zeer
zorgelijk zijn. Hij zegt eigenlijk: als Orbán het niet doet, dan veto ik
het. Nou zijn daar helaas geen verkiezingen. Dit is dus iets waar we
structureel tegen aanlopen. Als ik me niet vergis, lopen in juni ook een
aantal sancties af. Er is weer unanimiteit nodig om die sancties tegen
Rusland te verlengen. Ik snap dat er geen makkelijke oplossingen zijn.
Volgens mij zei Mark Rutte een keer, ook over Hongaarse veto's: we
moeten de EU gewoon een keer opheffen en de volgende dag weer oprichten,
en dan zonder Mark … Nee, niet zonder Mark Rutte, maar zonder Viktor
Orbán. Mark Rutte zit er ook niet meer bij. Dit is natuurlijk een
structureel probleem in de Europese Unie, onze enorme verdeeldheid door
dit soort leiders. Is de premier bereid om te kijken hoe we daar nou
eens nieuwe stappen in kunnen zetten, zodat we niet elke keer op dit
punt belanden?
Minister Jetten:
Ik ben het zeer eens met mevrouw Piri. Dit is ook in lijn met inbrengen
van anderen net in de eerste termijn. Europa functioneert gewoon niet
goed genoeg in dit geopolitieke wereldspel. Het duurt veel te lang
voordat we in actie komen, en als we dan in actie komen, dan zitten we
mekaar aan te kijken en kan één land of kunnen enkele landen de situatie
verder gijzelen. Wij zetten ons als kabinet samen met een paar
gelijkgestemde landen echt in om te komen tot modernisering van hoe we
in Europa tot besluitvorming komen als het gaat om dit soort
buitenlandthema's. Het is echt in ons aller belang dat we van de huidige
spelregels naar moderne spelregels gaan, maar zolang deze spelregels
gelden, vind ik het ook wel mijn taak om te kijken hoe je toch elke keer
weer zo pragmatisch mogelijk een doorbraak kan forceren. Ik heb dus ook
tijdens mijn bezoek aan Oekraïne met de president en premier van
Oekraïne gesproken en gezegd: ik snap alle frustraties, maar hoe kunnen
we met elkaar toch, bijvoorbeeld rondom die pijpleiding, een oplossing
zien te vinden, om ook de argumenten bij Slowakije uit handen te slaan?
Daar proefde ik overigens vorige week een wat constructievere houding
dan we alleen in de media hebben gelezen.
De heer Dassen (Volt):
Deze discussie hebben we natuurlijk vaker in het parlement. Hoe kunnen
we dit verder brengen? Hoe kunnen we de Europese Unie zo hervormen dat
we niet elke keer gegijzeld worden door Orbán? Van de artikel
7-procedure en die modernisering ben ik heel benieuwd hoe we die voor
elkaar kunnen krijgen. Ik heb tot nu toe elke keer begrepen dat het
verder brengen van artikel 7 op dit moment strandt omdat heel veel
andere landen van mening zijn dat het niet opportuun is om dat nu te
doen. Ik ben dus even benieuwd of de minister-president wat meer duiding
kan geven over hoe die discussie nu in Europa ligt.
Minister Jetten:
Dat sluit even aan bij de eerste opmerking van mevrouw Piri dat veel
Europese landen nu wegen en afwachten hoe de Hongaarse verkiezingen gaan
verlopen en op basis van de uitslag met elkaar willen afstemmen over een
nieuwe tactiek, over hoe verder te gaan.
De heer Dassen (Volt):
Dan toch nog even terug naar wat die minister van Buitenlandse Zaken
zelf ook heeft aangegeven. Hij heeft zelf aangegeven: ik heb met Lavrov
gebeld voor die meetings en na die meetings. Dat roept bij mij
natuurlijk meteen de vraag op: wat bespreek je daar dan? Waarom doe je
dat? Hij zegt: dat is de essentie van diplomatie. Dat is natuurlijk een
mooie manier om het te verpakken. Is het niet logisch om te zeggen: hier
maken wij ons zulke grote zorgen over, dat wij dit gesprek in ieder
geval ook gaan voeren met de ambassadeur van Hongarije in Nederland, om
die zorgen te delen?
Minister Jetten:
Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat die zorgen gewoon direct worden
overgebracht in de gesprekken die de minister van BZ met zijn
counterpart heeft, zoals ik die ook heb met de premier van Hongarije.
Daar hebben we de ambassadeur niet voor nodig. Dat zeggen we gewoon
onder vier ogen en direct tegen elkaar.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Dassen (Volt):
Dat is goed om te horen, want dit is, denk ik, een van de knelpunten
waar we zo ongeveer elk debat in de Tweede Kamer tegenaan blijven lopen.
We hopen natuurlijk allemaal vurig dat de verkiezingen in Hongarije
verandering gaan brengen. Tegelijkertijd zien we ook in andere landen
dat daar mensen aan de macht zijn die van mening zijn dat ze Europa
kunnen blokkeren en ons daarmee kunnen blijven gijzelen. Ik ben dus
benieuwd welke andere opties de minister-president nog ziet. Zo is er
bijvoorbeeld een optie om te zeggen: in het Hof, waar nu alleen landen
kunnen procederen, kunnen ook individuen procederen over nationale
wetgeving als die in strijd is met Europese verdragen. Dat zijn ook
manieren om te kijken hoe je dit kunt doorbreken. Ik ben dus benieuwd of
de minister-president ook nog andere mogelijkheden ziet dan de gebaande
paden die we nu eigenlijk altijd met elkaar bewandelen.
Minister Jetten:
Ik denk toch dat veel van de gebaande paden ook opnieuw uitgelopen
kunnen worden door dat met hernieuwde kracht te doen en door met een
aantal Europese partners te kijken hoe we die druk maximaal kunnen
opvoeren. Ik denk dat halverwege april een beter moment is om met elkaar
te kijken wat het meest effectief gaat zijn. Anders zijn we een beetje
roepende in de woestijn. Dat zou zonde zijn. Ik doe dat liever
gezamenlijk met een aantal andere partners.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Het ging in de eerste termijn ook al even over het bericht van Euronews
dat een wetsvoorstel om Russische olie definitief uit de EU te weren als
gevolg van de stijgende prijzen is uitgesteld. Ik las dat artikel net en
daar schrok ik toch een beetje van. Gaan we nou daadwerkelijk een andere
houding richting Rusland aannemen vanwege de stijgende
energieprijzen?
Minister Jetten:
Ik moet eerlijk zeggen dat ik, toen ik de berichtgeving vanmiddag zag,
ook dacht: dit is hopelijk niet waar. Wij willen als Nederland namelijk
gewoon maximale druk op Rusland. Ik wil zelf ook even begrijpen of de
enige weging van de Commissie nu is dat ze het pauzeren vanwege
stijgende prijzen, of dat ze bang zijn dat ze hier onvoldoende steun
voor gaan krijgen bij andere EU-lidstaten. Zelf ben ik in ieder geval de
komende dagen in Finland voor de JEF-meeting met een aantal van de
Scandinavische EU-landen om door te praten over hoe we gezamenlijk druk
kunnen blijven zetten op aanvullende sancties om de Russische oorlogskas
te raken.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Jetten:
Voorzitter. De collega's zullen zo meteen nog het een en ander zeggen
over alles wat raakt aan Defensie, de schaduwvloot en de verdere
diplomatieke verhoudingen met Oekraïne, ook in het licht van de
EU-uitbreiding. Ik focus me nu dus tot slot op de financiële vragen die
nog zijn gesteld.
Ik begin bij de kleinste, maar niet minder belangrijke, vraag van de
heer Stoffer over studiefinanciering voor Oekraïense studenten. Laat ik
vooropstellen dat goed onderwijs natuurlijk voor iedereen belangrijk is,
maar zeker ook voor Oekraïense kinderen en jongeren die zich in
Nederland bevinden omdat ze met familieleden of anderen hebben moeten
vluchten toen de oorlog uitbrak of de druk in hun regio de afgelopen
tijd enorm toenam. Oekraïense studenten vallen momenteel onder de
Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor ontheemden uit Oekraïne. Op basis
van die richtlijn hebben Oekraïense ontheemden, net als alle andere
EU-studenten, recht op toegang tot het hbo- en wo-onderwijs, maar hebben
ze inderdaad geen recht op het wettelijke collegegeld. Het amendement is
vandaag door de Kamer verworpen. Omdat wij wel de intentie van het
amendement onderschrijven, zullen wij als kabinet in ieder geval afwegen
hoe we de komende jaren omgaan met het beleid ten aanzien van Oekraïense
ontheemden. Ook zullen we kijken hoe we in het langetermijnbeleid
rekening kunnen houden met de belangen van Oekraïense studenten. Dat
betekent dat wij als kabinet daarop zullen terugkomen bij de
Miljoenennota.
De heer Stoffer (SGP):
Eén: dank voor het antwoord Maar twee: vanochtend stonden hier 80 jonge
mensen. Mevrouw Abdi — ze zit daar — heeft ervoor gezorgd dat zij naar
dit huis kwamen. Voor deze mensen is de deadline 1 mei, want dan moet je
je inschrijven. Mijn vraag is dus heel specifiek, mede namens mevrouw
Abdi: kunnen we alstublieft voor deze groep dit jaar iets doen? Dan maar
een keer maatwerk, maar we kunnen hen niet laten zakken. De opbouw van
Oekraïne gaat niet alleen over de dingen straks, maar gaat over de
mensen nú. Ze zijn strak en stevig gemotiveerd om die opleiding te doen
en te helpen in Oekraïne om daar dadelijk de boel op te bouwen. Dan
proberen ze ook nog eens ervoor te zorgen dat de Nederlandse economie
daar een voordeel van kan hebben. Kom zulke jongelui van 15 tot 20 jaar
maar eens tegen. Mijn dringende oproep, mede namens mevrouw Abdi en
uiteraard mevrouw Piri, is dus: alstublieft, laten we hier iets van een
coulanceregeling neerzetten.
Minister Jetten:
Ik zou allereerst het woord willen herhalen dat de heer Stoffer in zijn
inbreng gebruikte, namelijk veerkracht. Ik ben nu in een jaar tijd twee
keer in Oekraïne geweest. Ik ben elke keer weer onder de indruk van de
veerkracht van het Oekraïense volk. Ondanks vier jaar oorlog — eigenlijk
veel langer, maar het is nu vier jaar sinds de grootschalige invasie —
vinden zij elke keer weer wegen om de samenleving draaiende te houden.
Voor al die jonge mensen die zich nu in Nederland bevinden, geldt
inderdaad dat heel veel van hen heel graag terug willen naar Oekraïne
om, zodra dat weer veilig kan, een bijdrage te leveren aan de
wederopbouw van hun land. Een opleiding in Nederland kan ook een manier
zijn om straks nog meer terug te kunnen doen voor je moederland. Daarom
heb ik ook waardering voor de poging om met dat amendement voor een deel
van die studenten al een oplossing te vinden. Als kabinet hebben wij ons
ook te verhouden tot het feit dat de Kamer dat amendement vandaag heeft
weggestemd, maar, zoals ik net al aangaf, onderschrijven we wel de
intentie. We gaan als kabinet dus ook gewoon verder zoeken. Of dat voor
1 mei lukt, durf ik eerlijk gezegd niet te zeggen. Wij moeten namelijk
ook in een breder perspectief kijken hoe we de komende jaren omgaan met
Oekraïense ontheemden in Nederland, want de kans dat deze oorlog binnen
een paar maanden is afgerond en mensen massaal terug kunnen, schatten
we, denk ik, allemaal heel laag in. Hoe gaan we dus om met de opvang van
Oekraïners? Hoe gaan we om met onderwijs voor Oekraïners? Hoe gaan we om
met werk voor Oekraïners? Al die zaken willen we als kabinet in één keer
heel goed wegen, maar ik hoor wat de heer Stoffer zegt. Ook zie ik de
strenge blik van mevrouw Piri, voorzitter.
De heer Stoffer (SGP):
Eén: dank dat er gekeken wordt naar die wat langere termijn. Ik zou toch
graag willen dat de minister-president zegt dat hij samen met de
minister van Onderwijs, die volgens mij een warm hart heeft voor jonge
mensen, wil toezeggen dat hij zich inspant om te voorkomen dat zij de
inschrijving per 1 mei mislopen. Het gaat over een paar miljoen. Laten
we kijken of we dat op de een of andere manier met elkaar kunnen
fiksen.
Minister Jetten:
We gaan ernaar kijken, maar ik ga hier niks beloven waarvan ik niet
zeker weet dat ik het kan waarmaken. Het amendement ziet op 1.000
studenten als ik het goed heb, maar er zijn er waarschijnlijk ook meer.
Dus laten we dit ook even in de volle breedte wegen. Dat ga ik met de
minister van Onderwijs oppakken. Ik kan me voorstellen dat het nuttig is
dat zij daar nog met een aparte brief bij uw Kamer op terugkomt.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Stoffer (SGP):
Heel helder. Ik snap natuurlijk dat de minister-president hier niet
zomaar carte blanche kan geven, maar dit doet goed. Als de
minister-president zich daar samen met de minister van Onderwijs achter
zet, dan kan het haast niet anders dan dat we met elkaar iets goeds gaan
zoeken. Als GroenLinks-PvdA en de SGP elkaar hierop vinden, dan kan het
toch niet anders dan een heel goed idee zijn.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Zo is het. Ik zie dat de premier daar niet op reageert. Even heel
concreet waar we het over hebben. We hebben het over jongeren die hier
vaak al vier jaar zijn en die gewoon naar de middelbare school gingen
met hun Nederlandse klasgenoten, en daarna verder zouden kunnen
studeren. Zij zijn in Nederland en kunnen niet terug. Die Nederlandse
klasgenoten kunnen dat doen tegen betaling van het Nederlandse
collegegeld, maar die Oekraïners moeten €8.000 tot €16.000 per jaar gaan
betalen. Dat is het collegegeld voor mensen van buiten de EU. Dat is
toch oneerlijk? Die mensen kunnen nu niet studeren. Ik heb de afgelopen
maanden zelf ook met die studenten gesproken. Overigens hebben we ons
altijd hand in hand met D66 hard gemaakt voor deze groep. Als we het nu
niet regelen, moeten deze Oekraïense jongeren weer een heel studiejaar
werken of thuiszitten en kunnen ze niet aan hun toekomst werken.
Minister Jetten:
En tegelijkertijd is ook waar dat we in Europa afspraken hebben gemaakt
over hoe we omgaan met Oekraïense ontheemden in Europa. Nederland houdt
zich nu netjes aan de afspraken. Hoe erg ik ook meeleef met de intenties
achter het amendement: we zijn in de volle breedte aan het kijken hoe we
de komende jaren op een zorgvuldige manier verdergaan als dit beleid
voor de opvang van Oekraïense ontheemden afloopt.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Sorry, maar daar laat ik de premier niet mee wegkomen. Onder die
Europese richtlijn hebben landen als Polen, Frankrijk en Spanje namelijk
gezegd: wij laten nationaal gelden — dat kan gewoon onder die richtlijn
— dat we hetzelfde collegegeld dat we van een Poolse of Nederlandse
student vragen, gaan regelen voor de Oekraïners. Dit ligt dus niet aan
Brussel. Dit is een nationale keuze. Nederland kan ervoor kiezen, vooral
voor studenten die nu al drie jaar niet verder kunnen. Dit is de
investering die wij moeten doen en die wij kunnen doen, die ons, maar
ook de mensen die straks hard bezig moeten met de wederopbouw van
Oekraïne, iets oplevert. Ik hou dus toch nog een pleidooi bij de
premier: kijkt u hiernaar; regel dit alsjeblieft voor mei. Het is jammer
dat het niet gewoon gelukt is op de manier waarop het hoort, tijdens een
begroting, doordat de coalitiepartijen tegenstemden. Kom snel alsnog met
de oplossing.
Minister Jetten:
Ik ga niet zelf in herhaling vallen, maar ik zie het pleidooi van
mevrouw Piri als een stevige onderstreping van wat de heer Stoffer mij
net al meegaf.
Mevrouw Dobbe (SP):
We zijn nu naar het blokje Nederland gegaan. Ik wacht eigenlijk nog op
de antwoorden van de premier over de Verenigde Staten en de rol van de
Verenigde Staten. Ik heb de premier namelijk een aantal dingen horen
zeggen over hoe belangrijk de Verenigde Staten zijn voor
vredesonderhandelingen en over de rol die de Verenigde Staten kunnen
spelen. Ik heb hem echter nog niks horen zeggen over het feit dat de
Verenigde Staten nu gewoon een hele foute rol spelen door een illegale
aanval in Iran te starten, waardoor de olieprijzen stijgen en waardoor
Poetin extra inkomsten heeft om een oorlog te voeren, en door vervolgens
de sancties op Poetin te verlichten; dat doet Trump nu allemaal. Dat is
ook een rol die de Verenigde Staten spelen. Het gevolg is dat Poetin
meer geld heeft voor wapentuig, dat er meer doden zullen vallen in deze
oorlog en dat wij meer steun moeten geven aan Oekraïne om zich weer
tegen die extra wapens, die ze van dat oliegeld kunnen kopen, te
bewapenen.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Dobbe (SP):
Wat gaat de heer Jetten, de premier, hieraan doen?
Minister Jetten:
Voor Nederland, maar voor bijna alle Europese partners, geldt dat we
continu in onze contacten met Amerika wijzen op het belang van
voortdurende steun voor Oekraïne, dus ook van Amerikaanse financiële
steun en van wapenleveranties vanuit de Verenigde Staten aan Oekraïne om
op het slagveld de strijd tegen Rusland te kunnen voortzetten, en ook op
het belang van voortdurende sancties op de Russische Federatie om
Poetins oorlogskas te raken. Daarbij proberen we ook aan de Amerikanen
over te brengen dat elke verlichting van sancties inderdaad leidt tot
een versterking van de Russische positie, niet alleen op het slagveld,
maar ook aan de onderhandelingstafel.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik moet even goed luisteren naar de woorden die de premier hier
gebruikt. De premier probeert het "over te brengen", maar ik denk dat er
toch wel een beetje krachtiger houding van ons kabinet hierin verwacht
kan worden. Waar is de veroordeling dan door dit kabinet van al de zaken
die Trump nu doet? Die helpen Oekraïne in de problemen. Ze helpen Poetin
ook. Vervolgens helpen ze allerlei landen in de problemen, zoals in Iran
met de illegale oorlogen die daar gevoerd worden, en in het hele
Midden-Oosten, dat in ongeluk wordt gestort. Waar is dan de concrete
actie en waar zijn de maatregelen die deze premier treft, behalve
aandringen en een gesprek voeren, wat vooralsnog geen effect lijkt te
hebben?
Minister Jetten:
Dit is ook wat we met onze Europese partners en met Oekraïne afstemmen:
hoe zorgen we ervoor dat de Amerikaanse betrokkenheid bij Oekraïne
maximaal blijft, ondanks dat er nu ook elders in de wereld een nieuwe
oorlog snel is geëscaleerd? Het is echt in het Oekraïense en in het
Europese belang dat we de VS aangehaakt houden bij alle inspanningen die
Oekraïne pleegt op het slagveld en bij de vredesonderhandelingen. Daarom
ben ik ook blij om van president Zelensky te horen dat hoe moeilijk het
ook is, hij toch ook weer iets positiever gestemd is nu, na de
gesprekken die volgens mij in Florida hebben plaatsgevonden. Continu dat
belang onderstrepen is, denk ik, het allerbelangrijkste wat wij als
Europese regeringsleiders en als Europese Commissie nu kunnen doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het lijkt mij ook dat als er kritiek te formuleren is op een regime
zoals dat van Trump op dit moment, het belangrijk is dat onze premier
dat ook doet. Dus heeft deze premier ook maar een woord van kritiek
geuit tegenover de Amerikaanse president vanwege al deze acties die zijn
vernomen? Of heeft hij alleen maar aangedrongen op "doe dit niet" of
"het is beter om Oekraïne te blijven steunen"? Is er überhaupt een woord
van kritiek geweest op die aanval op Iran, op het verlichten van de
sancties of op het feit dat Poetin nu wegloopt met meer geld dan hij had
door het handelen van Trump? Welke kritiek is er dan geweest vanuit het
kabinet? Of lopen we hier met allerlei begrip nog steeds achter de VS
aan?
Minister Jetten:
We hebben volgens mij vorige week een uitvoerig debat over de oorlog in
Iran gevoerd, waarin wij drieën ook uitgebreid zijn ingegaan op de
Nederlandse en Europese positie in die oorlog. Het verlichten van
sancties — daar ben ik heel helder over — is echt zéér onverstandig en
helpt uiteindelijk de Russische oorlogskas. Dat moeten we niet doen;
punt. Daar hoef je niet heel veel meer woorden aan vuil te maken.
De voorzitter:
U rondt uw beantwoording af.
Minister Jetten:
Voorzitter. Het kabinet heeft ervoor gekozen om de financiële steun aan
Oekraïne nu meerjarig in te plannen. Dat is ook naar aanleiding van
verschillende Kamerdebatten die eind vorig jaar hebben plaatsgevonden,
waarbij er terechte zorgen over waren of de militaire en non-militaire
steun die Oekraïne vanuit Nederland kan ontvangen voldoende voorspelbaar
is. We gaan de komende jaren, van 2027 tot en met 2029, 3,4 miljard per
jaar aan Oekraïne uitgeven. Dat is in deze kabinetsperiode ongeveer 9
miljard voor militaire steun en 1,2 miljard voor non-militaire
steun.
Daarnaast spannen we er ons richting andere partners binnen en buiten
Europa voor in dat zij een been bijtrekken in hun financiële bijdrage,
want de lasten van die financiële steun voor Oekraïne komen nu vooral
bij een aantal landen terecht. Nederland zit in de top van financiële
donoren. Er zijn zeker ook een aantal EU-lidstaten die veel meer zouden
kunnen en moeten doen om Oekraïne financieel bij te staan. De 90 miljard
waar ik net ook al het een en ander over heb gezegd, komt daarbij; die
kan een grote verlichting van de Oekraïense druk opleveren zodra die
wordt vrijgegeven.
Ook werkt het kabinet momenteel aan de Startnota, zeg maar de eerste
Voorjaarsnota van dit kabinet. In die Startnota wordt het
coalitieakkoord budgettair verwerkt op de rijksbegroting; u wordt daar
op een hele korte termijn over geïnformeerd. Vandaag heeft uw Kamer ook
bij de regeling van werkzaamheden nog om aanvullende informatie
gevraagd. Die zal zo snel mogelijk met uw Kamer worden gedeeld, zodat u
dat totaaloverzicht hebt. Het belang voor ons hierbij is dat we Oekraïne
onverminderd blijven steunen en dat we altijd kijken naar de noden die
er aan Oekraïense zijde voor het grootste deel zijn. Dat heb ik ook
tijdens mijn bezoek aan Kyiv overgebracht aan de president en de premier
en die hebben ons ook bedankt voor het feit dat we die financiële steun
nu meerjarig hebben ingeboekt.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het is goed dat het kabinet bezig is om de druk op andere landen in
Europa om hun financiële steun te vergroten, op te voeren. Ik vraag dit
ook aan de premier omdat hij twee weken geleden nog in Frankrijk was, op
bezoek bij president Macron. Heeft de premier toen ook aangekaart dat
Frankrijk toch echt achterloopt in de bilaterale steun aan Oekraïne?
Minister Jetten:
Ja, ik heb in alle bilaterale contacten die ik tot nu toe met
EU-partners heb gehad, gewezen op het belang van meer financiële steun
aan Oekraïne. Daarbij geef ik dan ook aan wat dit kabinet doet, met
brede steun in de Tweede Kamer, en dat we dus ook van onze
EU-bondgenoten verwachten dat zij een been bijtrekken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Helder, dank, maar dan is het ook van belang om dat specifiek ook bij
Frankrijk te benadrukken. Frankijk is toch een land dat graag aangeeft
dat de oorlog in Oekraïne ook "onze oorlog" is. "L'Ukraine, c'est aussi
notre sécurité!" hoor ik Macron nog zeggen. Kijkend per persoon geeft
Nederland €600 aan steun. Voor Frankrijk is dat ongeveer €115 per
persoon. Ik vind dat toch echt moeilijk te verkopen. Ik hoop echt dat de
premier hier iets meer over kan loslaten dan president Macron in zijn
reactie op het feit dat Nederland zoveel bijdraagt, maar dat een land
als Frankrijk met 50 miljoen meer inwoners in absolute termen minder
bijdraagt dan Nederland.
Minister Jetten:
Het Frans van de heer Hoogeveen is beter dan dat van mij, zoals hij
misschien heeft gezien bij de persconferentie daar, maar u mag er echt
op rekenen dat ik dat niet alleen bij Frankrijk doe, maar ook bij
Italië, Spanje en al die andere landen die verhoudingsgewijs minder
hebben gedaan. U zult begrijpen dat ik hier voor mij hou wat de reactie
van die regeringsleiders is in onze een-op-eengesprekken.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dan een laatste vraag daarover. We zien dus dat de landen die bilateraal
uiteindelijk niet leveren, een grote mond hebben over het feit dat er
een Europese solidariteit moet zijn. Nu zijn we bezig met het erdoorheen
loodsen van die 90 miljard, waarbij je ook weer bezig bent in al die
Europese machinaties; we zien hoe stroperig dat verloopt. Het is
uiteindelijk veel beter om tegen Europese partners te zeggen dat als
iedereen zou leveren zoals Nederland, die Europese gemeenschappelijke
constructies, of je die nou "eurobonds" noemt of niet, helemaal niet
nodig zouden zijn. Ik zou het kabinet dus toch willen meegeven om dit
echt te blijven benadrukken in Europees verband.
Minister Jetten:
Zeker, dat zal ik blijven doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Kan de minister-president bevestigen dat er ten opzichte van vorig jaar,
het laatste jaar van het kabinet-Schoof, in het eerste budgettaire jaar
van het kabinet-Jetten voor wordt gekozen om de hulp voor Oekraïne bijna
te halveren?
Minister Jetten:
Ik vind dat een valse tegenstelling. Vanaf de start van de oorlog en de
grootschalige invasie in 2022 zit datgene wat Nederland de afgelopen
jaren financieel heeft bijgedragen, gemiddeld ongeveer op het bedrag dat
dit kabinet nu meerjarig in de boeken heeft staan. Daarmee is Nederland
een voorspelbare partner, die ook goed kan antwoorden op hulpverzoeken
die vanuit Oekraïne komen op militair vlak, maar zeker ook op
non-militair vlak. Die laatste poot wordt steeds belangrijker, ook
gezien de enorme Russische aanvallen die deze winter op de
energie-infrastructuur hebben plaatsgevonden.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit is volgens mij gewoon een feitelijke constatering, maar laat de
premier dan vooral zeggen wat er niet klopt aan wat ik zeg. Vorig jaar
heeft kabinet-Schoof in totaal, met €700.000 erbij van de motie-Klaver,
6,3 miljard aan militaire en financiële steun gegeven aan Oekraïne. Dit
kabinet — de minister zei het zelf — kiest voor 3,4 miljard. Dat is toch
niet "onverminderd"? Dat is toch "veel minder"?
Minister Jetten:
Vorig jaar — toen stond ik aan de andere kant — heeft de Kamer, heel
begrijpelijk, aan het toenmalige kabinet gevraagd om op dat moment acuut
meer te doen, omdat er op dat moment ook acuut meer nodig was, onder
andere door het wegvallen van de enorme Amerikaanse steun aan Oekraïne.
Om dat mogelijk te maken is daar ook deels geld voor de komende jaren
voor naar voren gehaald. Wij hebben er in de kabinetsformatie heel
bewust voor gekozen om nu ook meerjarige zekerheid te bieden, zodat je
daarmee ook makkelijker kan plannen op de militaire of non-militaire
steun die daar moet worden gegeven. Daarmee lopen we nu in Nederland
vanaf de start van de oorlog in 2022 eigenlijk heel erg geleidelijk in
de pas en zijn we een van de topdonoren. Sinds het debat waar de
genoemde motie is ingediend, is erbij gekomen dat in Europa
overeenstemming is bereikt over die 90 miljard steun. Ja, die moet nog
worden geëffectueerd, maar dat is echt wel een ander speelveld dan ten
tijde van het debat eind vorig jaar. Daarmee is onze inschatting dat we
nu als Nederland echt heel veel doen. Maar we kijken onder andere ook
naar de suggestie om nog wat geld voor dit jaar naar voren te halen en
hoe we ervoor kunnen zorgen dat het goed continu doorloopt. Daar heeft
de minister van Defensie tijdens haar begrotingsbehandeling uitgebreid
bij stilgestaan. Zoals u net ook in de brief heeft gelezen, zullen we
daar ook bij de Startnota op terugkomen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Is dit mijn derde interruptie? Ja? Ik heb vandaag iets met tellen, maar
niet als het gaat om die miljarden, want die kloppen.
De voorzitter:
Dat geeft niets.
Minister Jetten:
Ja, daar telt u goed.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dit was volgens mij een bevestiging. Het was een heel lang antwoord van
de minister-president, maar hij ontkent niet wat ik zeg. Vorig jaar was
het 6,3 miljard en dit jaar 3,4 miljard. Dat is gewoon bijna een
halvering van de Oekraïnesteun. De premier zegt: vorig jaar kwam de
Kamer met de vraag door het wegvallen van Amerikaanse steun. Met alle
respect: de Amerikaanse steun is niet hersteld, die is nog steeds weg.
De afgelopen maanden is de Kamer ook daarom in actie gekomen, met steun
van alle drie de coalitiepartijen. In het eerste kwartaal, uiterlijk bij
de Voorjaarsnota, moet er 2 miljard bij. Tot slot is mijn vraag aan de
premier: kunnen wij in die fabuleuze Startnota uiteindelijk het geld
waar de Kamer om heeft gevraagd, en waar al deze drie partijen voor
hebben gestemd — ik zie vertegenwoordigers van alle drie partijen in vak
K zitten — terugzien in de Voorjaarsnota?
Minister Jetten:
We kijken ook bij de Startnota weer wat mogelijk is. Maar nogmaals: we
kiezen voor meerjarige financiering van 3,4 miljard per jaar, ook in het
licht van de 90 miljard aan Europese steun die erbij is gekomen.
De heer Dassen (Volt):
Als reactie op dat laatste: die is er natuurlijk nog niet, maar daar
wacht Oekraïne nog steeds op. Overigens complimenten voor het gegeven
dat het kabinet ervoor kiest om langjarig te financieren. Ik denk dat
dat heel goed en verstandig is. Ik hoop ook dat meer landen dat
voorbeeld zullen volgen, zodat Oekraïne zelf ook weet dat ze voor de
komende jaren gesteund zijn door de Europese bondgenoten. Tegelijkertijd
is het wel wrang dat het kabinet van een motie uit de Kamer die vraagt
om extra middelen zegt: omdat wij hier langjarige steun geven, zijn wij
niet meer bereid om die motie uit te voeren.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Dassen (Volt):
Daarin wringt het wel een beetje, omdat Oekraïne nu op korte termijn die
financiering juist heel hard nodig heeft.
Minister Jetten:
Ik zeg dit ook even als een van de onderhandelaars tijdens de
kabinetsformatie. We hebben daar heel serieus gekeken naar deze
Kameruitspraak. Deze ligt er. Wat betekent dat voor de opdracht die er
voor zo'n regeerakkoord ligt? Dat hebben we doorvertaald naar een
meerjarige financiering. Daarmee willen we ook afkomen van de continue
ad-hocdiscussies dat er extra geld bij moet komen. Nu organiseren we dat
in één keer goed meerjarig, zodat er ook veel meer voorspelbaarheid zit
in de financiering van de militaire en non-militaire steun.
De heer Dassen (Volt):
Maar het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten. We hebben
te maken met een oorlog en we hebben te maken met wegvallende steun, van
de Verenigde Staten bijvoorbeeld. We zien nu dat die 90 miljard
geblokkeerd wordt, dus we zullen elke keer de afweging moeten maken of
er meer geld bij moet of niet. De Kamer heeft afgelopen jaar een
afweging gemaakt en gezegd: "Er moet meer geld bij op korte termijn.
Waarom? Omdat Oekraïne het op dít moment nodig heeft." Dan kun je dat
niet wegstrepen en zeggen dat de Kameruitspraak is dat we dat langjarig
moesten gaan financieren. Dat houdt in mijn ogen geen stand. De
minister-president kan dan dus zeggen: "We voeren deze motie niet uit.
We hebben de Kamer wel gehoord, maar we hebben een andere keuze
gemaakt." Dat zou ik een slechte zaak vinden, want dan leg je de motie
van de Kamer naast je neer. En anders moet hij zeggen: we zijn toch
bereid om dat geld alsnog beschikbaar te stellen.
Minister Jetten:
Ik denk dat we, in de geest van al die Kamerdebatten van het afgelopen
jaar, een hele serieuze stap hebben gezet met het coalitieakkoord. Wij
blijven ook als kabinet steeds nauwlettend in de gaten houden wat de
behoefte in Oekraïne is waar het gaat om materiële steun of om
non-militaire steun. Daarom zetten we nu juist volle druk op die 90
miljard, omdat dat ook in het kader van de burden sharing de snelste
manier is om eerlijke financiële steun aan Oekraïne te kunnen geven.
Maar mocht er in dit jaar of volgend jaar of het jaar erna — hopelijk
duurt die oorlog niet zo lang — meer nodig zijn, dan gaan we dat elke
keer serieus wegen.
De voorzitter:
Kort en bondig.
De heer Dassen (Volt):
Maar de signalen uit Oekraïne zijn dat ze op korte termijn dat geld
nodig hebben, omdat ze anders niet in staat zijn om bepaalde betalingen
te doen of om de defensie-industrie verder uit te breiden of om drones
te kunnen ontwikkelen. Dat geld is dus nu nodig. Zegt de
minister-president dan nu naar die 90 miljard te gaan kijken en dat hij,
als dat niet lukt, pas het komende jaar verder gaat kijken? Dan is dat
toch te laat?
Minister Jetten:
Je kunt Nederland, denk ik, veel verwijten — dat doet de heer Dassen
niet, hoor — maar wij zijn in Europa toch een van de landen die de
meeste steun verlenen. Ook in dat licht is het gesprek met de Europese
partners hier dus continu van belang, zodat iedereen voldoende doet. Het
is soms niet alleen maar met geld dat die extra Oekraïnesteun kan worden
vormgegeven. Volgens mij hebben de beide collega's bij hun bezoek aan
Oekraïne namelijk ook uitgebreid stilgestaan bij een verdere
intensivering van de samenwerking op industrieel gebied. Er zijn hele
goede kansen om Oekraïense bedrijven en Nederlandse bedrijven veel
nauwer te laten samenwerken in de opschaling van een hele hoop productie
van materieel en middelen die dan op hele korte termijn op het slagveld
door Oekraïense militairen kunnen worden ingezet. Naast de financiële
steun die in de begroting staat kijken we dus ook continu hoe we daar op
andere manieren de capaciteiten verder kunnen uitbouwen.
De heer Struijs (50PLUS):
Momenteel zijn er nog steeds veel vrijwilligers die transporten naar
Oekraïne doen om humanitaire hulp te bieden. Daar ga ik toch even wat
extra aandacht voor vragen. Ik verzoek deze minister-president via de
voorzitter namelijk om bij die 1,2 miljard non-militaire hulp steeds
extra aandacht te geven aan de noden die hoog zijn in Oekraïne, zeker
bij de mensen die in het gebied van de frontlinie wonen en die daar
bewust of onbewust moeten blijven. Mijn vraag is of de
minister-president bereid is om daar namens de regering samen met zijn
partners elke keer extra aandacht voor te vragen. Er is behoefte aan
medicijnen, water: noem het allemaal maar op. We hebben het hier veel
over oorlogsmateriaal, dus raketten en noem het allemaal maar op, en dat
is meer dan terecht, maar we verliezen dit weleens uit het oog. Mensen
hebben het daar moeilijk, dus wil de minister zich inspannen om dat op
de agenda te blijven zetten en daar ook bij de verdeling van gelden naar
te kijken?
Minister Jetten:
Ik ben zelf vorig jaar met een van die Nederlandse ngo's naar Oekraïne
toe gereisd om ambulances, medicijnen et cetera te brengen. Het is
geweldig dat vrijwilligers vanuit Nederland en allerlei andere landen
daar veel tijd en energie in steken. Ik zal de minister van Buitenlandse
Handel en OS vragen om nog eens goed te kijken of al die Nederlandse
ngo's daar voldoende ondersteuning krijgen.
Misschien mag ik nog even van dit moment gebruikmaken. Het was de heer
Struijs die aandacht vroeg voor de vele gemiddeld oudere Oekraïners die
achterblijven in frontdorpen en -steden. Dat is een zeer terecht punt.
Mevrouw Dobbe en mevrouw Van der Werf hebben eerder hard gewerkt voor
meer ondersteuning voor het terughalen van ontvoerde kinderen. En het
was volgens mij mevrouw Yeşilgöz die zich als Kamerlid nog hard maakte
voor feitenonderzoek op de grond om mensenrechtenschendingen en
oorlogsmisdaden goed in kaart te brengen, zodat uiteindelijk kan worden
overgegaan tot het vervolgen van oorlogsmisdadigers. In die volle
breedte blijven we ons ook inzetten. Als de heer Struijs hele specifieke
signalen heeft van zaken die niet goed gaan, vraag ik hem om dat te
laten weten aan mij of aan de minister van BHOS. Dan gaan wij daar
gericht op af.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank. Daar ga ik zeker gebruik van maken, want het gaat soms juist om de
kleine noden. Er zijn door de Oekraïense regering en de Oekraïense
burgers hele lijsten opgemaakt van zaken die ze nu nodig hebben. Daar
zouden we meer oog voor kunnen hebben. Het is vergeleken met de grote
bedragen echt klein bier. Het gaat niet om geld, maar om het op het
juiste moment aandacht geven aan de mensen die heel veel last hebben van
de oorlog. Ik beschouw dit dus als een mooi gebaar naar aanleiding van
mijn interruptie. Dank u wel.
De heer Brekelmans (VVD):
Ik maak mij grote zorgen over de diplomatieke stilstand. Men heeft daar
nu net een hele zware winter achter de rug. Dit voorjaar zou het moment
moeten zijn om iets van momentum te creëren om aan de ene kant Rusland
aan de onderhandelingstafel te dwingen en er ook voor te zorgen dat
Oekraïne sterk aan die onderhandelingstafel zit, met de juiste troeven
op tafel. Ik zie vanuit de coalition of the willing, waarbinnen eerst is
gewerkt aan veiligheidsgaranties, eigenlijk nauwelijks vooruitgang. Het
werk is niet volledig klaar en we moeten er ook voor zorgen dat er weer
momentum gaat ontstaan. Mijn vraag is dus hoe de premier zich hiervoor
persoonlijk wil inzetten.
Minister Jetten:
Dat is een goede vraag. Eerst één opmerking over de diplomatieke
stilstand. De afgelopen maanden hebben we gezien dat de Amerikaanse
onderhandelaars die met Oekraïne bezig zouden moeten zijn, ook heel veel
tijd kwijt waren aan andere conflicten in de wereld. Het is namelijk een
heel klein team, dat meerdere conflicten moet bedienen. Het is, denk ik,
voorzichtig positief nieuws dat er de afgelopen dagen in ieder geval
weer gesprekken met de Oekraïners hebben plaatsgevonden. Ik ben het ook
zeer eens met de heer Brekelmans dat de coalition of the willing wel
door moet gaan met al het huiswerk dat nodig is voor het moment dat er
eventueel een vredesdeal komt. De komende anderhalve dag ben ik bij de
JEF, niet per se in dezelfde samenstelling als die van de coalition of
the willing, maar daar staat wel heel nadrukkelijk op de agenda om met
elkaar ook bij te praten en te kijken hoe die voorbereidingen verlopen,
wat we doen aan de planning en of daar voldoende gebeurt. Mijn inzet is
dat er eigenlijk meer moet gebeuren. Nederland wil daar ook weer een
actievere betrokkenheid bij, omdat we de afgelopen tijd ook zagen dat er
tussen een aantal grote landen wel heel veel overleg was, maar niet in
die volle breedte van de coalition of the willing.
De heer Brekelmans (VVD):
Dat lijkt me inderdaad heel belangrijk. We zien heel duidelijk de
aandacht voor het Midden-Oosten. We zien ook dat de Verenigde Staten
daar hun aandacht op richten, ook met het onderhandelingsteam. Maar je
wil volgens mij niet dat daar, wanneer ze de blik weer richten op
Oekraïne, de perceptie is dat we maandenlang een stilstand hebben gehad
en Europa zijn huiswerk nog niet heeft gedaan. Volgens mij is het goed
dat de premier hier ook toezegt dat hij zich hier ook persoonlijk voor
inzet, want alleen op leiderschapsniveau, leaders' level, kun je dit
volgens mij lostrekken. Ik hoop dus dat de premier zich daar ook echt
persoonlijk voor wil inspannen.
Minister Jetten:
Ja, dat zal ik doen. Daar speelt één ander ding mee naast de coalition
of the willing en dat is: wat is de toekomst van Oekraïne in de Europese
familie? Er zijn verwachtingen gewekt in het verleden die niet
realistisch zijn waar te maken. Ook daar zal dus moeten worden gezocht
naar een alternatief, waardoor er ook voor de Oekraïense president
voldoende perspectief is om aan zijn bevolking terug te geven, zodat hij
kan zeggen: ik sluit een vredesdeal en dit is wat we daarvoor
terugkrijgen. Ook voor dat punt geldt dus dat Europa niet moet gaan
zitten wachten totdat de onderhandelingen een keer klaar zijn. We zullen
ook met een kopgroep van Europese landen moeten nadenken over wat we
Oekraïne dan te bieden hebben en hoe dat onderdeel kan worden van die
vredesonderhandelingen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Brekelmans (VVD):
Mijn laatste vraag. We weten dat de Amerikaanse president nogal gevoelig
is voor het tonen van loyaliteit en dat hij nogal heftig kan reageren
als hij daar een gebrek aan ervaart. Nou zei de Finse president Stubb
laatst: als wij bereidwilligheid tonen om ook in het Midden-Oosten bij
te dragen aan veiligheid en stabiliteit, mogen we daar ook iets van de
Amerikanen voor terugvragen als het gaat om Oekraïne. Hij vond die
gedachte helemaal niet gek.
De voorzitter:
Uw vraag?
De heer Brekelmans (VVD):
Mijn vraag is eigenlijk of de minister-president op zo'n zelfde manier
denkt.
Minister Jetten:
Nederland zit als het gaat om de Straat van Hormuz in weer een andere
coalitie van gelijkgestemde landen om te kijken hoe we kunnen helpen om
die straat weer vrij te krijgen voor de scheepvaart zodra de
vijandigheden daar in de regio afnemen of stoppen. Dat is van belang
voor de hele wereldeconomie. Het is denk ik een heel belangrijk signaal
dat wij als Nederland met een aantal andere landen bereid zijn om onze
verantwoordelijkheid ook in het Midden-Oosten te nemen als dat op een
gegeven moment kan. Dan mag je daar ook weer wat tegenoverstellen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Op dat punt acht ik het niet heel waarschijnlijk dat mijn fractie dit
soort toeren gaat steunen, maar dat zien we tegen die tijd. Ik heb toch
nog even een punt ter afronding. We hadden het nog over het financiële
deel. Het is mij nog niet helemaal duidelijk. Het is me wel duidelijk
dat er een voorjaarsnota aan komt. Het is ook duidelijk dat er een
Kamermotie is geweest. Zegt de premier nou dat die niet wordt
uitgevoerd, zegt hij dat hij ons gaat verrassen en dat we zullen zien of
zij wordt uitgevoerd, of zegt hij dat er gekeken gaat worden hoe dat in
de Voorjaarsnota komt te staan?
Minister Jetten:
In de Startnota zult u zien hoe wij als kabinet invulling geven aan de
financiële steun op korte termijn.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dus dat is de middenvariant? We worden verrast en zullen zien of de
motie wel of niet wordt uitgevoerd. Is dat de conclusie?
Minister Jetten:
Aan dat woordenspel ga ik niet deelnemen.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat is geen woordenspel. De heer Jetten, de premier, heeft veel meer
ervaring hier in de Kamer dan ikzelf. Hij weet dat het helemaal niet zo
raar is om op aangenomen moties gewoon te vragen aan het kabinet: bent u
van plan dit uit te voeren? Dus ik stel nog één keer duidelijk de vraag:
bent u van plan als kabinet de motie-Klaver over 2 miljard extra steun
in het eerste kwartaal, waar twee mensen in vak K als Kamerlid nog voor
hebben gestemd, uit te voeren?
Minister Jetten:
Dan ga ik toch herhalen wat ik net al heb gezegd. Met de aangenomen
motie in het achterhoofd is tijdens de kabinetsformatie bekeken hoe we
in de komende jaren tot stabiele financiering voor Oekraïne kunnen
komen. We zijn uitgekomen op die 3,4 miljard militaire en non-militaire
steun voor 2027, 2028 en 2029. Zoals de minister bij de
begrotingsbehandeling van Defensie al heeft toegezegd, bezien we hoe we
op korte termijn extra kunnen leveren.
De voorzitter:
Ik dank de minister-president voor de beantwoording. Dan geef ik het
woord aan … Nee, mevrouw Dobbe nog. Tot slot, als laatste interrumpant
in de eerste termijn van de minister-president.
Mevrouw Dobbe (SP):
Sorry, ik zag even niet aankomen dat dit al het einde was. Ik had in
mijn inbreng volgens mij vrij uitgebreide vragen gesteld aan de
minister-president. Wij en mensen in het land zien nu dat er wél geld is
voor Oekraïne. We hebben net een briefje gehad waarin staat dat dit
kabinet gaat kijken of er nog 400 miljoen extra te vinden is. Dat moet
nog extra gevonden worden. Mensen zien dat. Maar mensen zien ook dat de
zorg wordt afgebroken, dat er geen geld is voor sociale zekerheid en dat
die wordt afgebroken en dat er geen geld is voor de energierekening. De
vraag die ik meermaals heb gesteld in mijn inbreng is of de
minister-president erkent dat hij nu bezig is met het creëren van een
tweedeling in de samenleving.
Minister Jetten:
Heel eerlijk: ik vind dat deze teksten die tweedeling creëren, niet de
inzet van het kabinet.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat vind ik echt te makkelijk. Het is toch heel logisch dat mensen dat
zo zien? Zij zien toch dat er 10 miljard euro wordt bezuinigd op de
zorg? Zij zien toch dat er enorm wordt bezuinigd op sociale zekerheid?
Ze merken toch dat de energierekening omhooggaat en dat het kabinet er
niks voor over heeft om dat te compenseren? Aan de andere kant zien zij
dat er wel altijd geld is voor Oekraïne. Ook dit jaar wordt er weer geld
gezocht; er wordt gezocht naar geld om 400 miljoen bij te kunnen
plussen. Ze zien ook dat daar nauwelijks discussie over is. Daar is
nauwelijks twijfel over bij dit kabinet. Dat zien mensen toch? Dat is
toch een besluit van dit kabinet? Daarmee creëert dit kabinet toch een
tweedeling? Met het feit dat ik die feiten opsom, doe ik dat toch niet?
Dat doet de minister-president toch?
Minister Jetten:
Nee, ik leg geen enkele verbinding tussen die dossiers. Wij zijn niet
aan het bezuinigen om geld aan Oekraïne te geven. Dat is onzin. Dat ga
ik me ook niet laten aanpraten, ook niet in dit debat. Wij steunen
Oekraïne onverminderd, omdat hun continue strijd tegen de Russische
agressie ook een strijd is voor Europese normen en waarden, voor onze
vrede en veiligheid. In de Nederlandse samenleving is er ook enorme
steun voor om dat te blijven doen.
Daarnaast investeren we fors in de Defensiebegroting, omdat we als
Europa in deze geopolitieke wereld, die nogal op zijn kop staat, ook
beter voor onze eigen veiligheid moeten kunnen zorgen. Dat vraagt extra
geld, maar ook betere Europese defensiesamenwerking. Daarnaast is het
kabinet bezig om op het terrein van de zorg en de sociale zekerheid met
hervormingen te kijken hoe we de verzorgingsstaat ook op de langere
termijn voor iedereen toegankelijk en betaalbaar kunnen houden. Die
realiteiten staan naast elkaar, net als dat we als kabinet de effecten
van de oorlog in Iran continu wegen. We werken heel veel maatregelen
uit, zodat we die ook direct kunnen inzetten zodra we dat gericht kunnen
doen voor de mensen die echt het hardst geraakt worden door de
ontwikkeling van de energieprijzen wereldwijd.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Maar het is wel wegkijken van wat mensen op dit moment ervaren, ook in
Nederland. De minister-president kan toch niet ontkennen dat mensen de
gevolgen merken van het beleid van dit kabinet en de keuzes die dit
kabinet en deze minister-president maken? De zorg wordt afgebroken. De
sociale zekerheid wordt afgebroken. De energierekening stijgt en er is
nauwelijks compensatie voor, ondanks de mooie woorden van het kabinet.
Mensen hebben nog niks gezien. Als ze wat zien, is het veel te laat,
want mensen zitten nu al in de problemen. Aan de andere kant is er wel
ruimte voor geld voor Oekraïne. Ik zeg niet dat deze minister-president
niet moet knokken voor geld voor Oekraïne. Ik zeg dat deze
minister-president meer moet knokken voor geld voor de zorg en de
sociale zekerheid van de mensen in dit land. Dat hij niet erkent dat dit
een tweedeling creëert, vind ik heel zorgelijk. Ik vraag hem dus om ook
te knokken voor de sociale zekerheid en de zorg en om die niet af te
breken, want daarmee breekt hij ook de steun voor Oekraïne af die hij
net omschreef.
Minister Jetten:
We moeten natuurlijk knokken voor alles wat in Nederland speelt. Er
leven zorgen bij heel veel Nederlanders over de betaalbaarheid van de
maand. Maar het is ook een politieke verantwoordelijkheid dat je als
politicus niet zegt, als mensen je erop aanspreken, dat we in Oekraïne
wél extra geld kunnen uitgeven. Want dat is wat mevrouw Dobbe nu in dit
debat doet, namelijk in dezelfde zin de bezuinigingen en hervormingen op
het sociale domein verbinden aan geld voor Oekraïne. Je kunt ook als
politieke leider zeggen: nee, die tegenstelling bestaat niet; die twee
zaken kunnen allebei waar zijn. We steunen Oekraïne onverminderd én we
zorgen ervoor dat mensen in Nederland geholpen worden op de momenten dat
het moet. Dat is een keuze die je als politicus zelf kunt maken.
De heer Dassen (Volt):
Daar sluit ik me volledig bij aan. Ik weet niet of de vragen bij de
minister-president liggen of bij andere bewindspersonen, dus ik check
het even. Ik heb nog vragen gesteld over de ontheemdenstatus van
Oekraïense vluchtelingen. Welk plan ligt er, aangezien volgend jaar die
status afloopt?
Minister Jetten:
We kijken daar in de volle breedte naar. Die status loopt Europees af,
maar de oorlog is overduidelijk niet voorbij. Dus er is structureler
beleid nodig voor Oekraïense ontheemden. Daar wordt u binnenkort
uitgebreider over geïnformeerd.
De heer Dassen (Volt):
Dan had ik nog de vraag of de premier in het gesprek met Merz heeft
gesproken over de levering van Taurusraketten. Ik had ook een bredere
vraag hierover. Die zal de minister van Defensie beantwoorden, maar u
heeft Merz zelf gesproken. Dan komen we daar nog op terug.
Mijn laatste vraag ging over de microcredentials. Je ziet nu veel
alternatieven in het land waarmee Oekraïners korte opleidingen krijgen
waarvoor ze certificaten krijgen. Daarmee kunnen ze in Nederland een
bijdrage leveren, maar kunnen ze mogelijk ook in de toekomst aan de slag
in Oekraïne. Is het kabinet bereid om dat soort initiatieven te
steunen?
Minister Jetten:
Dat komt zo meteen bij de minister van BZ terug.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik had een vraag gesteld over het tv-optreden van de premier bij Eva
Jinek waarin hij zei: we moeten dankbaar zijn voor de steun van
president Trump ten aanzien van Oekraïne. Toen viel mijn mond open, maar
ik heb de premier er nog niet op horen reflecteren.
Minister Jetten:
Ik heb de uitzending nog niet kunnen terugkijken, maar volgens mij legt
mevrouw Piri mij nu de woorden van de heer Rutte in de mond. Zij heeft
wellicht wel het hele transcript van het interview. Zoals ik het mij
herinner, vroeg de interviewster aan mij, nadat ze de heer Rutte
citeerde, of ik het met hem eens was. Toen heb ik geantwoord, zoals
eigenlijk ook wel in dit debat naar voren kwam, dat de rol van de
Amerikanen en de Amerikaanse president om te komen tot voortdurende
steun voor Oekraïne nu en tot uiteindelijk een vredesdeal op langere
termijn, onontbeerlijk is. Dat is wat ik daar heb proberen te
zeggen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké. "Wat ik heb proberen te zeggen." Ik zal heel even citeren wat de
premier zei. De vraag was: bent u het eens met de uitspraak van
NAVO-secretaris-generaal Rutte dat we Trump dankbaar mogen zijn voor
zijn leiderschap? De premier zei daarop: als het aankomt op een aantal
zaken rondom steun aan Oekraïne, zeker. Natuurlijk is het parafraseren,
maar volgens mij hoor ik de heer Jetten zeggen: we moeten dankbaar zijn
voor de steun aan Oekraïne. Ik vroeg gewoon om concrete voorbeelden, en
niet om "het zou belangrijk zijn", "stel, in de toekomst" of "met
veiligheidsgaranties". Ik bedoel gewoon nu, als we zien wat de
Amerikanen doen. Vorige week ging het nog over het opheffen van de
sancties. In de clashes hebben we een aantal keer gezien dat president
Trump toch meer begrip lijkt te hebben voor president Poetin dan voor
Zelensky. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Waar was die uitspraak op
gebaseerd? Of zegt u eigenlijk: ik had het anders moeten zeggen?
Minister Jetten:
Ik zet er gewoon een komma achter. Er zijn namelijk ook een hele hoop
zaken die veel beter kunnen. Daar spreken we de Amerikanen dus ook op
aan, zoals: hef geen sancties op of versoepel geen sancties, want dat
helpt de oorlogskas van Poetin, en zorg dat je bij de onderhandelingen
volledig aan de kant van de Oekraïense president staat in plaats van
zijn onderhandelingspositie te verzwakken. Als je wilt dat er
veiligheidsgaranties voor Oekraïne komen en als de coalition of the
willing, die met name bestaat uit Europese landen, bereid is daar een
hele grote rol in te vervullen, dan zullen we ook de Amerikanen nodig
hebben om die veiligheidsgaranties goed vorm te geven. Wat betreft de
betrokkenheid van de Amerikaanse president en zijn wens om als
onderhandelaar of mediator een hele belangrijke rol te spelen: dat is
een rol die hij kan vervullen. De Europese Unie kan die rol nu
overduidelijk niet vervullen. Dat moeten we dus ook koesteren.
Tegelijkertijd moeten we de Amerikaanse bondgenoot scherp houden en
duidelijk maken dat er meer nodig is dan wat we de afgelopen tijd hebben
gezien.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Ik hoop dat de premier met deze uitspraak deze boodschap over drie weken
in het Witte Huis heel duidelijk kan overbrengen, inclusief het tweede
deel.
Minister Jetten:
Dat zal ik mede namens u doen.
De voorzitter:
Ik dank de minister-president en geef het woord aan de minister van
Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. Op 28 februari jongstleden stapten de minister
van Defensie en ik samen uit de trein in Oekraïne en begon de zon te
schijnen. Dat laatste zou ik niet per se willen toeschrijven aan ons
beiden, maar het deed wel heel veel met de Oekraïners. Voor hun gevoel
betekende dat dat ze wederom een winter hadden overleefd, dat de Russen
hen er weer niet onder hadden gekregen en dat ze inmiddels al vier jaar
lang volhouden en vechten. Dat hebben ze ook uitgesproken. Ze doen dat
niet alleen voor hun veiligheid, maar ook voor onze veiligheid.
Vlak voor dit debat sprak ik mijn collega Andrii Sybiha. Naast zijn
dankbaarheid voor de steun meldt hij ons ook dat zij alweer bezig zijn
zich voor te bereiden op een nieuwe oorlogswinter en dat zij onze steun
daar goed bij kunnen gebruiken. Ik zie het als een opdracht aan onszelf,
aan de hele politiek in Nederland, om de grote steun die er is voor
Oekraïne samen te omarmen en er met de toon die we kiezen naar buiten
voor te zorgen dat we de publieke steun die er is met z'n allen weten
vast te houden. Het is namelijk echt in ons belang.
Voorzitter. Ik heb een aantal mapjes voor me liggen, waarvan al een
heleboel vragen beantwoord zijn. Ondanks het lijstje met vragen in de
hand van de heer Dassen, wist ik toch nog een vraag te ontwaren die hij
net niet van zijn lijstje stelde. Die ging over de 210 miljard aan
bevroren tegoeden. Zoals in het coalitieakkoord is aangegeven, is het
standpunt van dit kabinet dat we ons in internationaal verband blijven
inzetten om die tegoeden te gebruiken. Ik zie dat ik wat heb uitgelokt,
want ik zie de heer Dassen naar voren komen; ik ben nog steeds lerende,
zoals u ziet. Op dit moment heeft de 90 miljard de prioriteit. Zoals bij
de Europese Raad in december bleek, is er geen consensus over de manier
waarop deze tegoeden ingezet moeten worden. Tegelijkertijd blijven wij,
en ook de Europese Commissie, expliciet van mening dat we moeten blijven
proberen om die geïmmobiliseerde Russische tegoeden in te zetten. Dat
blijft ook de inzet van dit kabinet.
De voorzitter:
Was dat het blokje Dassen?
De heer Dassen (Volt):
Dat is goed om te horen, maar ik wil het wel even verduidelijken. Ik heb
nog meer vragen gesteld, maar dit waren de vragen waarvan ik dacht dat
de minister-president ze mogelijk zou beantwoorden.
Minister Berendsen:
Wellicht komt er nog iets langs, maar het zit niet in een speciaal
blokje.
De voorzitter:
Ik denk dat het goed is als de minister van Buitenlandse Zaken enigszins
vordert met zijn beantwoording en dat we daarna op een natuurlijk moment
wat interrupties toestaan. De minister vangt aan met zijn
beantwoording.
Minister Berendsen:
Ik denk dat de minister-president ook al gesproken heeft over die 90
miljard en hoe we die zo snel mogelijk, op korte termijn, loskrijgen.
Daarvoor zijn een aantal stappen benoemd. Ik wil in aanvulling daarop
nog benoemen dat we in de Raad Buitenlandse Zaken en ook in de Europese
Raad wel echt merken dat de toon van collega's, en ook die van onszelf,
richting Hongarije echt aan het veranderen is. We merken ook dat de druk
daar echt opgevoerd wordt richting een hopelijk zo spoedig mogelijke
oplossing.
Dan de stand van zaken wat betreft de benodigde 45 miljard van de
G7-landen. Wij beogen als EU inderdaad twee derde van de macrofinanciële
en militaire noden van Oekraïne te dekken met de lening. Tegelijkertijd
zijn er andere gremia, zoals het Ukraine Donor Platform en de Ukraine
Defense Contact Group, waarin andere landen bijdragen. Wij motiveren hen
ook om dat te doen. Noorwegen, Japan, Canada en Zweden hebben recent
begrotingssteun toegezegd aan Oekraïne. Maar — dit heeft de
minister-president ook gezegd — ook wij voeren continu, ook bilateraal,
het gesprek over dat wij de publieke steun in Nederland voor de bijdrage
die wij doen, alleen overeind kunnen houden als andere landen ook meer
gaan bijdragen. Ik denk dat dat ook heel reëel is.
Dan de screeningsverslagen wat betreft Oekraïne. Wij onderschrijven het
oordeel van de Commissie dat alle onderhandelingsclusters geopend kunnen
worden. Wij zijn bereid om die stappen te nemen. Helaas kunnen we door
de blokkade van Hongarije de clusters nog steeds niet formeel openen.
Wat ons betreft is dat totaal onacceptabel. Wij moeten bijvoorbeeld in
de praktijk een ontbijt vóór de vergadering organiseren om hierover te
kunnen spreken met Oekraïne, omdat Hongarije de formele stappen
blokkeert.
De heer Hoogeveen vroeg of we ook kijken naar alternatieven voor
samenwerking met Oekraïne. Het kabinet is van mening dat de toekomst van
Oekraïne in de Europese Unie ligt. Dat neemt niet weg dat er natuurlijk
allerlei mogelijkheden zijn om Oekraïne ook op een strategische manier
te verbinden aan gezamenlijke initiatieven en aan gezamenlijke belangen.
Het Strategic Partnership on Raw Materials werd genoemd. Ik denk dat dat
ook een hele belangrijke is.
De vragen over druk op Spanje en Italië voor meer steun aan Oekraïne et
cetera heeft de minister-president zojuist beantwoord. Dan heb ik het
blokje afgerond dat we "EU-zaken" hebben genoemd.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Als we kijken naar Oekraïne
en het pad richting de Europese Unie, zien wij als JA21 sowieso wat
bezwaren, alleen al als het gaat om de institutionele inrichting van de
Europese Unie en de macht die Oekraïne dan zal kunnen uitoefenen in de
Raad en het Europees Parlement; die is behoorlijk zwaar. Maar het zal
ook voor druk zorgen op de Europese begroting, de Cohesiefondsen en de
Landbouwfondsen. Het kabinet heeft al aangegeven dat het nu nog geen
tijd is voor een datum voor het lidmaatschap van Oekraïne, maar hoe
kijkt het kabinet dan naar alternatieve manieren, bijvoorbeeld naar de
discussie over een Europa van verschillende snelheden?
Minister Berendsen:
Het antwoord over de toetreding van Oekraïne is volstrekt helder: geen
datum vaststellen en vasthouden aan de Kopenhagencriteria. De positie
van het kabinet is "strikt, eerlijk en betrokken", oftewel een goede
vertaling van "strict, fair and engaged". Dat betekent dat we aan de
criteria vasthouden; die zijn echt leidend. Voor de structuur en de
onderbouwing van wat wij in Europa samen doen, is het ook echt
belangrijk dat we ons daaraan houden. Tegelijkertijd zijn we ook
bilateraal bij Oekraïne betrokken om te bekijken of we kunnen bijdragen
aan het doorlopen van de stappen. Ik denk dat de heer Hoogeveen het
terechte punt opwerpt dat het bij uitbreiding de komende jaren niet
alleen zal gaan over de vraag of Oekraïne en eventuele andere
kandidaat-lidstaten er klaar voor zijn om toe te treden tot de Europese
Unie, maar ook over de vraag: zijn we als Europese Unie voldoende klaar
voor verdere toetredingen? Dat zit precies in een aantal onderwerpen die
de heer Hoogeveen aandraagt. Het gaat om het besluitvormingsmechanisme
en de vraag hoe we budgetten inzetten. Het cohesiebudget is daar een
goed voorbeeld van. Ik denk, zeg ik ook namens het kabinet, dat deze
onderwerpen op tafel moeten liggen in dat hele proces, juist vanwege de
wens van een aantal lidstaten over verdere uitbreiding.
De voorzitter:
Welke kopjes volgen nog? Want dan kunnen we dat ...
Minister Berendsen:
Ik wil natuurlijk niet allerlei dingen uitlokken. Ik heb nu een kopje
vredesbesprekingen, voorzitter.
De voorzitter:
Ja.
Minister Berendsen:
Tegelijkertijd wil ik de verwachtingen niet dusdanig hoog opschroeven
dat wordt gedacht dat ik daar nu in detail op kan ingaan. Goed nieuws is
dat Oekraïne en de Verenigde Staten afgelopen weekend weer hebben
gesproken over het vredesproces. We zien ook dat Rusland op dit moment
op geen enkele manier bereid is om een serieuze stap te zetten. Dat
betekent dat het kabinet van mening is dat de druk op Rusland nog steeds
verder opgevoerd zal moeten worden.
De coalition of the willing is besproken door de
minister-president.
Mevrouw Dobbe vroeg nog of er andere landen zijn, zoals India en
Brazilië, die we kunnen betrekken bij het maken van een stappenplan om
tot vrede te komen. Het vredesproces wordt op dit moment geleid door de
VS. Samen met Rusland en Oekraïne begeven zij zich in dat proces. Als
kabinet roepen we deze landen continu op, ook in onze bilaterale
contacten, om hun verantwoordelijkheid te nemen, om in de eerste plaats
druk op Rusland te houden, om Oekraïne te steunen. Uiteindelijk gaat dit
namelijk niet alleen om het Europese continent, maar om geopolitieke
implicaties die ook die landen zullen ondervinden. Wij hopen op hun
blijvende betrokkenheid daarbij.
De heer De Roon vroeg: is het kabinet het ermee eens dat de druk ten
aanzien van de territoriale concessies bij Poetin moet worden gelegd?
Daar is het kabinet het volstrekt mee eens. Ik ben ook blij dat deze
opmerking gemaakt wordt. De druk moet op Poetin liggen. We kunnen niet
van Oekraïne verwachten dat het land dit soort beslissingen neemt over
zijn eigen grondgebied.
De voorzitter:
U rondt het onderdeel vredesbesprekingen af en dan is er ruimte voor
interrupties.
Minister Berendsen:
Dat heb ik zojuist gedaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Begrijp ik het goed dat dit kabinet en deze minister van Buitenlandse
Zaken alle initiatieven voor vredesbesprekingen nog steeds volledig
overlaten aan Trump?
Minister Berendsen:
Dat vind ik een wat strikte interpretatie van wat ik zojuist heb gezegd.
Uw vraag was of er andere landen zijn, zoals India en Brazilië, die we
kunnen betrekken bij vredesbesprekingen en het vlot trekken van het
vredesproces. Zo heb ik de vraag geïnterpreteerd. Ik heb aangegeven dat
we hopen dat het vredesproces dat nu loopt tot een goed einde komt. Ik
heb ook aangegeven dat wij in bilaterale gesprekken andere landen in de
wereld oproepen betrokken te zijn bij dit conflict en bij een goede
uitkomst daarvan. Wat ik daaraan kan toevoegen, is dat wij ook zelf …
Een aantal elementen die op tafel liggen in dat vredesproces gaan over
de Europese Unie, over Europa, over ons continent. Daar willen wij als
Europa natuurlijk bij aan tafel zitten. Dat begint, ook in relatie tot
de coalition of the willing, met de vraag: zijn wij bereid om mee
verantwoordelijkheid te nemen voor het proces, voor de situatie daarna
en voor eventuele veiligheidsgaranties?
Mevrouw Dobbe (SP):
Kijk, wij vragen al een jaar of twee of dit kabinet meer initiatief wil
nemen om zelf een rol te spelen in de vredesbesprekingen. Ik hoorde net
het antwoord van premier Jetten daarop: "Wij proberen een rol te krijgen
aan de onderhandelingstafel." Welke tafel is dat dan? Dat is de tafel
van Trump. We hebben eerder al gezegd dat je het vredesproces daar niet
afhankelijk van moet maken. We weten dat die vredesbesprekingen vooral
zullen gaan om de belangen van Trump, het Amerikaanse bedrijfsleven, de
wapenindustrie en oliebedrijven. Dat zijn de belangen die daar spelen,
niet de belangen van Oekraïne. We weten dat ook. Het is ook van de ene
op de andere dag: soms heeft Trump zin en soms niet. Dat zien we ook. We
zouden toch veel meer zelf het initiatief moeten nemen, binnen Europa of
samen met die andere landen, om zelf een onderhandelingstafel te
creëren, zodat er echt kan worden gewerkt aan vrede? Is de minister van
Buitenlandse Zaken bereid om dat te doen?
Minister Berendsen:
De onderhandelingen die nu lopen, worden geleid door de VS en zijn samen
met Oekraïne en Rusland. Wij hopen van harte dat die de goede kant op
gaan en dat daar vervolgens een duurzame vrede voor Oekraïne uit komt.
Tegelijkertijd is dit kabinet zich volledig bewust van het feit dat daar
onderwerpen op tafel liggen waar wij groot belang bij hebben. Er is geen
open uitnodiging voor een onderhandelingstafel en er wordt ook geen
andere onderhandelingstafel naast gezet. Wat wij kunnen doen, waar we
ook continu op inzetten, is het volgende. Hoe zorgen we ervoor dat we
onze positie versterken, dat we bijdragen aan eventuele
veiligheidsgaranties in de toekomst, dat we daarvoor aan tafel zitten?
Hoe zorgen we ervoor dat we dus ook als Europese partners laten zien dat
het menens is en dat we verantwoordelijkheid willen nemen voor alles wat
er in het proces loopt en eventueel na het proces gaat plaatsvinden?
De voorzitter:
Afrondend, kort en bondig.
Mevrouw Dobbe (SP):
Vindt de minister van Buitenlandse Zaken het daadwerkelijk een goed idee
om de enige onderhandelingstafel die er is om tot vrede te komen, die zo
ontzettend belangrijk is om een einde te maken aan deze oorlog, waarbij
elke dag weer doden vallen, helemaal over te laten aan Trump? "Er is
geen andere onderhandelingstafel", zegt u. Dan moet de minister van
Buitenlandse Zaken zich daar toch voor gaan inzetten, zodat die andere
onderhandelingstafel er gaat komen? Als Trump er nu mee ophoudt, is er
geen onderhandelingstafel. Dan moeten we dat toch proberen te doen, of
met Europa, of met die andere landen, of samen?
Minister Berendsen:
Dat wij daar graag een grotere rol in willen spelen, is volstrekt
duidelijk. Ik denk dat mevrouw Dobbe hier wellicht onderschat welke rol
de VS spelen in Oekraïne en in de steun aan Oekraïne; daar moeten we met
z'n allen realistisch over zijn. Op het moment dat de VS wegvallen,
hebben we een enorm probleem op ons eigen continent. Ik denk dat het
voor een duurzame vrede erg onverstandig zou zijn om hier de suggestie
te doen dat de VS daar geen rol in zouden moeten spelen of dat er een
onderhandelingstafel zou moeten zijn naast wat de VS op dit moment
doen.
De voorzitter:
U vervolgt met sancties. Dan bedoel ik: het onderdeel sancties.
Minister Berendsen:
Uw informatie klopt, voorzitter. Inderdaad: sancties. Op de schaduwvloot
gaat de minister van Defensie zo dadelijk in. Wat doen we extra om
sancties strenger te handhaven en ontwijking tegen te gaan? Dat heeft
bijzondere prioriteit voor het kabinet. Er wordt ingezet op analyse van
handelsstromen en samenwerking tussen ketenpartners. Ook in de
Voorjaarsnota 2025 is structureel 36 miljoen extra uitgetrokken om de
handhaving te intensiveren. Ik en mijn collega's in het kabinet merken
dat er ook een nieuw momentum ontstaat. Weliswaar komt dat door wat we
in het Midden-Oosten zien gebeuren, maar ook in de Golfstaten, die toch
her en der een rol spelen in eventuele ontwijking, gaat er wellicht meer
steun ontstaan om er gezamenlijk voor te zorgen dat de ontwijking van
sancties wordt tegengegaan.
Voorzitter. Willen we Russische witvis in de EU sanctioneren? Wat het
kabinet betreft liggen alle opties op tafel. Het kabinet spant zich ook
in Europees verband al langer in voor meer sanctiemaatregelen tegen de
Russische vis. Wij blijven daar continu mee bezig. We zijn inmiddels in
gesprek over het twintigste sanctiepakket en over eventuele stappen
daarna. U kunt erop rekenen dat dit de inzet blijft van het
kabinet.
De Russische strijders. Wij delen de constatering dat voormalige
strijders een veiligheidsrisico vormen. We onderschrijven ook de wens om
daar in de EU iets tegen te doen en de EU daartegen te beschermen. Er
worden verschillende opties bekeken. Het probleem is dat het gaat om de
toevoeging van honderdduizenden namen aan de SIS-lijst als je een
Schengenban instelt voor alle Russische strijders. Dat lijkt ons op dit
moment juridisch onuitvoerbaar. We kijken dus naar stappen om dit ook in
gezamenlijkheid met andere landen tegen te gaan, om te kijken hoe we ons
daartegen kunnen beschermen. De Schengenban voor die honderdduizenden
namen is op dit moment een lastige weg om te begaan. Het gesprek blijven
we voeren.
Ik heb hier nog iets over de relatie met het Midden-Oosten. Dat sla ik
niet over, maar daar is de minister-president al volop op
ingegaan.
Dan heb ik nog een mapje humanitaire wederopbouw. Ik denk dat de heer
Struijs een terecht punt maakte over de kwetsbare mensen aan het front
en in dorpen bij het front. Wij delen uw zorg. Nederland steunt ook
Oekraïense inspanningen om goede geestelijke en psychosociale zorg te
bieden. Nou snap ik dat die mensen vooral behoefte hebben aan
bescherming, maar tegelijkertijd zijn er natuurlijk mensen die niet weg
willen of niet weg kunnen. Dat betekent dat dit soort ondersteuning wel
van belang is. Ook stelt het kabinet het Rode Kruis in staat om
humanitaire hulp te verlenen aan mensen in Oekraïne die het hardst door
de oorlog worden getroffen. Daar valt deze groep absoluut onder.
Wat doet het kabinet om Nederlandse bedrijven … Nou, ik moet het anders
zeggen. Hier staat: wat doet de minister van Buitenlandse Zaken om
Nederlandse bedrijven te helpen en te stimuleren om actief te zijn in
Oekraïne? Dat is natuurlijk een belangrijk punt, waar steeds meer druk
op komt en steeds meer ruimte voor komt. Daar liggen ook gewoon kansen
voor Oekraïne, maar ook voor ons bedrijfsleven. We ondersteunen het
Nederlandse bedrijfsleven actief, met wederopbouw via handelsmissies en
publiek-private samenwerking op allerlei onderwerpen. Ook via het
instrumentarium voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking —
dat valt onder mijn collega — zijn diverse financierings- en
ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar. Daar zetten we vol op in en ook
dragen we via internationale financiële instellingen bij aan
grootschalige wederopbouwprogramma's, waar ook Nederlandse bedrijven
gebruik van kunnen maken.
De heer Stoffer vroeg nog hoe kerkelijke en maatschappelijke
organisaties betrokken worden bij de hulp en wederopbouw. Ook de heer
Struijs gaf aan dat er een aantal initiatieven zijn en vroeg hoe we die
kunnen ondersteunen. Daar hechten we veel waarde aan, zeker ook aan het
betrekken van dit soort particuliere initiatieven. Op 1 januari is
daarom het programma CivicFocus van start gegaan. Van het hele
programmabudget gaat 5 miljoen naar initiatieven gericht op Oekraïne.
Ook kleinere maatschappelijke organisaties, kerkelijke organisaties en
religieuze organisaties kunnen van dit programma gebruikmaken. We hopen
dat dat in de loop van 2026 verder op gang komt.
Dan nog over een onderwerp dat niet alleen dit kabinet, maar velen echt
aan het hart gaat, namelijk die tienduizenden ontvoerde Oekraïense
kinderen. Daar heeft de minister-president hier net al iets over gezegd.
Er werd ook nog specifiek gevraagd hoe het daar nou eigenlijk mee staat
en of we daar een beetje inzicht in hebben. Dat is het enige wat ik nog
wil toevoegen. Volgens Oekraïense cijfers zijn er 2.000 kinderen
teruggekomen. Dat is helaas natuurlijk een fractie van het totaalaantal
ontvoerde kinderen. Dat onderstreept alleen maar het belang van onze
inzet.
Dan heb ik nog het illustere mapje overig. Er werd gevraagd naar de rol
van China in de oorlog in Oekraïne. Dit kabinet stelt dit steeds aan de
orde, ook bij onze Chinese bilaterale contacten. De band tussen China en
Rusland en de wijze waarop China er ook aan bijdraagt dat die oorlog kan
voortduren, is ook voor ons een zorg. Er zijn niet voor niets in het
negentiende sanctiepakket ook een aantal maatregelen genomen tegen een
aantal Chinese bedrijven die hierbij betrokken zijn.
Over Oekraïense vluchtelingen is zojuist gesproken.
Een vraag over de Nederlandse veiligheidsregio's, waarbij ik
uitdrukkelijk wil zeggen dat ik daar als minister van Buitenlandse Zaken
natuurlijk wat verder vanaf sta, maar dat ik deze vraag wel namens het
kabinet zal beantwoorden. Netbeheerders en regionale
distributienetwerken zorgen voor de beschikbaarheid van elektriciteit in
Nederland. Ieder beleidsdepartement draagt zelf zorg voor de vitale
infrastructuur, waarbij nagekeken moet worden wat de impact is bij
bijvoorbeeld stroomuitval. Het Crisisplan Elektriciteit is daarnaast een
samenwerking tussen het ministerie van JenV en het ministerie van KGG.
Gezien het feit dat de veiligheidsrisico's onder het ministerie van JenV
vallen, verwijs ik voor verdere beantwoording naar de minister van
JenV.
Dan de microcredentials, voorzitter. Ik ben bang dat ik door mijn
signalen aan de minister-president zojuist de verwachtingen over de
beantwoording van deze vraag misschien wat hoog heb opgeschroefd, maar
ik moet daarbij melden dat bij het kabinet geen initiatieven voor
microcredentials bekend zijn die steun behoeven. Maar mocht een
dergelijk verzoek vanuit Oekraïne komen, dan zullen we dat
vanzelfsprekend bestuderen.
Dat was de beantwoording, in ieder geval van het stapeltje dat ik onder
mijn verantwoordelijkheid heb gekregen.
De voorzitter:
Ik zie nog een interruptie van mevrouw Dobbe. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het gaat over die tienduizenden Oekraïense kinderen. Ik hoor nu dat er
ongeveer 2.000 zijn teruggekomen en dus een veelvoud daarvan niet. Ik
snap dat het heel lastig is. Natuurlijk is dat lastig, maar je kan hier
ook niet al te lang mee wachten. Mijn vraag was wat we nog meer kunnen
doen, want dit is inderdaad best een bedroevend resultaat. Niet alles is
onze handen, maar wat kunnen we nog meer doen? Het resultaat is namelijk
inderdaad bedroevend.
Minister Berendsen:
Het kabinet wil zich daar absoluut voor inspannen. Ik denk dat we, zoals
ik al zei, een gezamenlijke zorg hebben. We zetten ons in voor een
onafhankelijk feitenonderzoek, het versterken van de
onderzoekscapaciteit voor misdaden tegen kinderen, het sanctioneren van
de betrokken personen en het bieden van psychosociale steun. Vorige
maand kondigde het kabinet ook 2 miljoen extra aan voor een project dat
wordt uitgevoerd door UNDP, voor capaciteitsversterking van de
Oekraïense nationale politie om hier ook aan bij te dragen. Het kabinet
steunt ook de International Commission on Missing Persons met 2 miljoen
voor versterking van forensische capaciteit voor het vinden van
vermisten, waaronder kinderen. Ik wil daaraan toevoegen dat voor elk
initiatief dat door partnerlanden ingezet of genomen wordt of voor elke
vraag vanuit Oekraïne om hier verder in te ondersteunen geldt dat het
kabinet van harte bereid is om te kijken hoe we dat kunnen
ondersteunen.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké, dan kunnen we daar misschien op voort, want ik heb natuurlijk
gelezen wat het kabinet allemaal doet, maar ik heb ook geconstateerd dat
het niet genoeg is. Dat constateert de minister natuurlijk zelf ook. Als
deze minister er open voor staat om initiatieven die er eventueel nog
zijn of verzoeken die er zouden kunnen komen, nog te steunen, zouden we
die dan actiever kunnen opzoeken, zodat we kunnen kijken welke extra
inspanning we op dit gebied kunnen leveren? Die inspanning is namelijk
overduidelijk nodig.
Minister Berendsen:
Het kabinet is bereid om ieder voorstel te bestuderen. Tegelijkertijd
denk ik dat we heel realistisch moeten zijn. De conclusie is dat het
niet zomaar lukt om die kinderen terug te halen als die zich op
Russische bodem bevinden. Dat betekent dat onze inspanning moet blijven.
Tegelijkertijd is het zolang deze oorlog woedt zeer de vraag of die
kinderen inderdaad allemaal terug kunnen komen, hoe graag we dat ook
anders zouden willen zien.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dat snap ik ook, minister. Ik snap ook dat het ontzettend lastig is als
die kinderen zich niet alleen op Russische bodem bevinden, maar soms
zelfs ook in kampen in Noord-Korea, zo heb ik begrepen. Dat snap ik dus
allemaal wel, maar mijn vraag is of deze minister dan wacht tot nieuwe
initiatieven zich aandienen. Of zou ik van deze minister kunnen vragen
om een actieve inspanning te leveren in het daarnaar op zoek gaan? Kan
hij ons informeren over wat er eventueel nog extra mogelijk is, zodat we
niet alleen maar afwachten en reageren, maar als Kamer ook kunnen kijken
naar wat er echt nog extra mogelijk is?
Minister Berendsen:
Ik ondersteun deze oproep van harte. Dit gaat ons allemaal aan het hart.
Ik ben zeker bereid om een inspanning te leveren om te kijken wat we op
dit gebied nog meer zouden kunnen doen.
De heer Brekelmans (VVD):
Er liggen echt grote mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven om in
Oekraïne te werken. Dat zijn mogelijkheden die goed zijn voor zowel
Oekraïne als Nederlandse bedrijven. Oekraïners zeggen zelf: waarom zien
we niet meer Nederlandse bedrijven die hier actief zijn? De Britten doen
dat op grote schaal. De Denen hebben er allerlei initiatieven voor. Er
zijn uiteraard allerlei belemmeringen die te maken hebben met
reisadvies, verzekeringen en dat soort zaken, maar ik zou graag zien dat
het kabinet daar nog veel actiever een rol in speelt, om ervoor te
zorgen dat Nederlandse bedrijven die kant op kunnen. De minister van
Buitenlandse Zaken gaf een wat algemeen antwoord. Zou hij iets
specifieker kunnen zijn over welke beperkingen hij wil wegnemen en hoe
hij dit verder wil stimuleren?
Minister Berendsen:
Het beste antwoord daarop is dat ik van harte bereid ben om met het
bedrijfsleven in gesprek te gaan om te bekijken welke belemmeringen zij
dan zien. We zien het bedrijfsleven uit andere landen dat inderdaad al
actiever oppakken. Er zijn natuurlijk een aantal belemmeringen. Het gaat
dan bijvoorbeeld om het reisadvies. Dat heeft ook te maken met
verzekeringen. Ik ben van harte bereid om het gesprek met het
bedrijfsleven te voeren over welke belemmeringen er zijn om de kansen te
pakken, niet alleen voor Oekraïne, maar zeker ook voor het Nederlandse
bedrijfsleven. Ik wil graag de toezegging doen om dat verder uit te
zoeken.
De heer Brekelmans (VVD):
Veel dank daarvoor. Het is natuurlijk een discussie die al een hele tijd
speelt. Ik denk dat er al heel veel informatie is. We zijn echt de boot
aan het missen. Dat is niet alleen voor Oekraïne heel zonde, maar ook
voor onszelf. Zou de minister dan ook willen toezeggen om in een brief
samen te vatten wat hij daaraan wil doen? Kan hij die brief voor het
meireces naar de Kamer doen toekomen?
Minister Berendsen:
Die toezegging wil ik zeker doen.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Misschien heeft de minister vandaag ook tijd gehad om even te kijken
naar het Clingendaelpaper, dat ook naar ons is gestuurd. Zo niet, dan
wil ik de minister in ieder geval drie voorstellen voorleggen, in drie
verschillende interrupties, om te kijken hoe het kabinet daarnaar kijkt.
De eerste is: breng maximale schade toe aan de Russische economie. Dan
hebben we het niet alleen over de schaduwvloot, maar ook over
sanctieontwijking en het echt stoppen met het aankopen van gas, olie en
andere delfstoffen uit Rusland. Steunt het kabinet die aanbeveling?
Minister Berendsen:
Die steunen we. In Europees verband werken we natuurlijk toe naar een
definitieve stop van de import van Russische olie en gas. We zetten ons
inderdaad ook in voor sterkere en strengere sancties. Zoals ik in de
beantwoording aan andere Kamerleden al aangaf, zetten we ons ook in voor
het tegengaan van omzeiling van sancties.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Wat betreft militaire steun is een van de dingen die natuurlijk op tafel
ligt het veel meer helpen van Oekraïne met deep strike capabilities. Dat
gaat dus niet alleen om de Taurusraketten, maar ook om veel meer
samenwerking tussen Europa en Oekraïne op het gebied van inlichtingen,
ook om minder afhankelijk te worden van de Amerikanen. Staat het kabinet
daar ook positief tegenover?
Minister Berendsen:
Zeker als het gaat om kijken wat we daar kunnen doen, maar die
specifieke vraag over de Taurusraket laat ik aan de minister van
Defensie.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Oké. Inlichtingen laat u ook aan de minister van Defensie? Sorry, dat is
niet de derde. Excuus. Nu komt de derde.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Nu komt de derde. Zo gaat het elke keer mis, voorzitter.
De voorzitter:
Neeneenee! Neeneenee, ik tel met u mee!
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Neeneenee, het gaat dit keer niet mis! Nu komt de derde eraan. Een van
de opties die natuurlijk ook op tafel ligt, is dat wij als Europa gewoon
zeggen dat wij geen enkele oplossing gaan accepteren als de VS ermee
instemmen dat Oekraïens grondgebied opeens wordt erkend als Russisch
grondgebied. Is dat iets waarvan het kabinet ook zegt: "Dat gaan wij
gewoon niet doen. Op het moment dat er een akkoord uitkomt, afgedwongen
door de Amerikanen, waarbij van de hele Donbas wordt gezegd dat dat
vanaf nu Russisch soeverein gebied is, gaan we dat gewoon niet
erkennen"?
Minister Berendsen:
Het is volstrekt helder dat het kabinet een duurzame vrede steunt en dat
we ook alleen datgene zouden kunnen steunen wat de Oekraïners kunnen
steunen in een uiteindelijke vredesdeal. Daar zijn dit soort aspecten
onderdeel van.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Ik geef het woord aan de
minister van Defensie voor haar beantwoording in de eerste termijn.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. Er is al heel veel gezegd, dus ik zal het
compact houden. Ik wil de Kamer danken dat die in deze tijden, waarbij
onze aandacht helemaal afgeleid zou kunnen zijn van Oekraïne, vandaag
toch ruim de tijd neemt om stil te staan bij alles wat wij als Nederland
kunnen betekenen en kunnen blijven betekenen voor Oekraïne. Ik heet
natuurlijk ook wederom de ambassadeur en zijn staf van harte
welkom.
Voorzitter. De situatie aan het front. Ondanks enkele lichtpuntjes —
Oekraïne heroverde enkele weken terug zo'n 400 vierkante kilometer, meer
dan Rusland in maanden was gelukt — is de situatie aan het front
kritiek. Elke dag wordt er zwaar gevochten en sterven er honderden
mensen in kapotgeschoten bomenrijen, modderige velden en de ruïnes van
wat vroeger vredige steden en dorpen waren, oftewel de huidige kill
zone, waar iedere beweging onherroepelijk de aandacht van drones trekt.
Wij weten dat Oekraïne niet alleen de eigen vrijheid en veiligheid
verdedigt, maar ook die van ons hier in Nederland en Europa. Poetin is
vastbesloten om zijn wil aan anderen op te leggen en kijkt niet op van
een miljoen doden meer of minder. Daarom blijven wij Oekraïne ook
steunen. Oekraïne is onze first line of defence. Daar zal ik mij
uiteraard met mijn collega's, en met een grote meerderheid in de Kamer,
elke dag voor blijven inzetten.
Voorzitter. Ik wilde direct door naar de vragen en antwoorden. Ik heb
niet echt blokjes, dus ik kan meteen beginnen, denk ik. Ik wil beginnen
met de heer Struijs. Hij vroeg hoe we omgaan met potentiële of huidige
oorlogsmoeheid. Het is ontzettend belangrijk, weten wij hier, voor onze
veiligheid dat we Oekraïne blijven steunen. Dan hebben we wel draagvlak
nodig van Nederlanders, zodat zij ons daar weer in steunen, want anders
werkt het niet. De beste manier waarop wij ons kunnen inzetten en dat
ook zichtbaar kunnen maken, is door trainingen, materieel, economische
steun en andere niet-militaire steun, denk ik. Wij zijn ervan overtuigd,
en ik ben ervan overtuigd in al mijn gesprekken, dat Nederlanders dat
ook heel goed begrijpen en voelen. Het zit in ons DNA dat we weten wat
het is om opeens bezet te zijn en onze vrijheid en veiligheid kwijt te
zijn. Gelukkig hebben velen dat niet meer meegemaakt — de generaties van
nu groeien op in vrijheid — maar we hebben daar een collectief
bewustzijn in.
De situatie is en blijft kritiek. Elke dag blijft Rusland aandringen om
met grof geweld Oekraïens grondgebied in te nemen. Ik zal mijn best doen
vanuit mijn rol om mij in te zetten voor deze boodschap. Ik zal ook
defensiebreed, zeker als het over Oekraïne gaat, continu terugvertalen
naar mijn buurvrouw, naar de mensen op straat, waarom het zo belangrijk
is dat we Oekraïne blijven steunen en dat het ook echt gaat om onze
vrijheid en veiligheid. Veel vragen zijn al gesteld aan mijn collega's.
In die strijd en in die investering in onze defensie zorgen we ervoor
dat onze defensie-industrie groeit. We zorgen ervoor dat we leren van
wat Oekraïners daar leren en meemaken en dat we dat verwerken in onze
eigen aanpak en industrie. In die zin biedt het ons land op
verschillende plekken vooruitgang, en ik hoop dat dat ook geldt voor de
rest van Europa, en zeker voor Oekraïne.
Dan had ik verschillende vragen over ... Eigenlijk moet ik zeggen dat ik
van verschillende partijen dezelfde vraag kreeg, namelijk: wat doen we
om de Russische schaduwvloot aan te pakken? Dat zijn dus Russische
schepen die worden ingezet om onze sancties, westerse sancties, te
omzeilen. Dat is terecht een grote zorg van de Kamer, en ook van ons. Ik
heb eerder aangegeven dat we die urgentie niet alleen delen, maar nu
volop bezig zijn — dat doe ik samen met mijn collega's van Justitie en
Veiligheid en IenW — om ervoor te zorgen dat we met goede wetgeving
komen en ook in de tussentijd kunnen handelen. Ik zal ervoor zorgen dat
we op korte termijn met een brief naar uw Kamer komen over wat dat
betekent en wat de termijn is voor wetgeving. Ook in de tussentijd, voor
zover we dat in detail kunnen delen, kunnen we de Kamer meegeven dat we
niet stilzitten en niet stil gaan zitten.
Voorzitter. Ik zei het al: het is ontzettend belangrijk om mensen te
blijven trainen. Laten we eerst kijken naar de laatste militaire
vorderingen in Oekraïne. De heer Hoogeveen had daar een vraag over.
Vandaag meldde de Oekraïense opperbevelhebber Syrsky dat het Russische
lenteoffensief is begonnen. Naar verwachting zal Moskou zich focussen op
de zogenoemde "fortengordel", de Oekraïense defensieve linie in de
oblast Donetsk. De druk uit Rusland blijft dus heel erg groot. Elke dag
wordt er zwaar gevochten. Dat kost met name aan Russische zijde
tienduizenden slachtoffers per maand. Ondertussen blijft Oekraïne het
initiatief pakken.
Tijdens mijn introductie net gaf ik al aan dat het Oekraïense leger
onlangs 400 vierkante kilometer heroverde. Op andere plaatsen aan het
front houdt Oekraïne ook stand, onder andere vanwege de dronelinie, een
ontzettend belangrijke inzet die wordt gerealiseerd met Nederlandse
steun. Toen ik daar was met de minister van Buitenlandse Zaken heb ik
daar lang gezeten met mijn collega-minister van Defensie. Hij heeft
laten zien hoe dat eruitziet. Het is met onze steun gerealiseerd en zeer
geavanceerd en zeer effectief. Dat helpt ze echt overeind te blijven.
Dat zijn lichtpuntjes. Denk ook aan de succesvolle aanvallen met
langeafstandsraketten diep in Rusland, tegen de Russische militairen en
energie-infrastructuur. Kortom, de situatie is kritiek. Oekraïne heeft
alle steun nodig die het kan krijgen. Wij zullen dat natuurlijk blijven
doen vanuit onze rol.
Dan over het trainen van mensen. Daar had de heer Van Lanschot van het
CDA een vraag over: hoe denkt de regering over het verlengen van de
EU-trainingsmissie in Duitsland? De afkorting daarvan is EUMAM. Ik
probeer afkortingen zo veel mogelijk te vermijden, maar laten we deze
maar gebruiken. We dragen actief bij aan die missie. Ik ben er onlangs
geweest. Het is zeer, zeer indrukwekkend om dat te zien. Daarvoor worden
Oekraïense mannen naar Berlijn gebracht, waar wij ze samen met onze
bondgenoten trainen. Je weet: binnen een paar weken gaan deze mannen
direct door naar de frontlinie en staan ze oog in oog met de Russische
agressie. Ik krijg kippenvel als ik eraan denk, omdat je ook weet dat
niet alle mannen het overleven. Wat daar gebeurt, is dus cruciaal. Ik
was diep onder de indruk van wat onze militairen daar doen. Zaken als
loopgraven ... Ik dacht dat dat iets was uit films. Die zijn nu helaas
weer helemaal actueel. Die worden gebruikt. Daar worden ze getraind om
in die loopgraven te overleven, te schuilen en zich te bewegen.
Er was een vraag over Interflex. Dat is hoe we in Engeland trainen.
EUMAM is hoe we in Duitsland Oekraïense soldaten trainen. In augustus
2025 is Interflex met een jaar verlengd tot eind 2026. Momenteel zijn we
aan het kijken of de Nederlandse bijdrage mogelijk efficiënter ingezet
kan worden als onderdeel van de Nederlandse bijdrage in Duitsland.
Hetzelfde doel en dezelfde inzet, maar we willen kijken of het daar
wellicht efficiënter kan. Dat bespreken we natuurlijk ook met onze
bondgenoten. Mochten dat soort wijzigingen inderdaad plaatsvinden, dan
zullen we de Kamer natuurlijk snel informeren. Precies daar zijn we nu
naar aan het kijken.
Voorzitter, dan de wapens. Die hebben al deze mensen hard nodig. De heer
Dassen vroeg mij: gaat Nederland zich inspannen voor de levering van
deep-precision-strikewapens aan Oekraïne? Wij steunen Oekraïne volop op
allerlei manieren: door zelf materieel te leveren, door de Oekraïense
defensie-industrie te steunen en die zich verder te laten ontwikkelen,
of door partners aan te sporen bepaalde capaciteiten te leveren. Wij
hebben deze wapens zelf niet tot onze beschikking, dus kunnen we deze
niet aan Oekraïne leveren. Ik zeg wel tegen de heer Dassen: u kunt erop
rekenen dat we alles op alles zetten om Oekraïne bij te staan bij
kritieke materiële noden, ook op dit gebied dus. We kunnen natuurlijk
zelf bijdragen aan de versterking van de Oekraïense luchtmacht, zoals we
als Nederland hebben gedaan. We doen daar dus wat we kunnen, wil ik maar
zeggen.
Dan ga ik naar de vraag van de heer Dassen over de Duitse
Taurusraketten. Het kabinet spoort internationale partners aan om de
steun aan Oekraïne op alle mogelijke manieren te intensiveren. Dat is
zojuist ook langsgekomen bij mijn collega's. We hebben een aantal keren
specifiek aandacht gevraagd voor het leveren van deze raketten. Het wel
of niet leveren ligt natuurlijk aan de capaciteit en de interne afweging
in Duitsland. Op de vraag of Nederland zich inzet om ervoor te zorgen
dat hier aandacht voor is, is het antwoord: jazeker. Gelukkig is
Oekraïne ook niet meer volledig afhankelijk van buitenlandse
langeafstandswapens en heeft het eigen capaciteiten ontwikkeld om
Rusland achter de frontlinie aan te vallen. Zo zie je dat in een oorlog
die tergend lang duurt — we zitten in het vijfde jaar — en waarvan
niemand had verwacht dat die zo lang zou duren, het Oekraïne ondertussen
lukt om te blijven innoveren en zelf wapens te produceren, zodat ze
overeind kunnen blijven met eigen materieel. Ik vind dat zelf erg
indrukwekkend.
De voorzitter:
Ik zou eigenlijk willen voorstellen dat de minister van Defensie haar
beantwoording afrondt, zodat we daarna nog gelegenheid kunnen geven voor
interrupties.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Nog een paar, voorzitter.
De voorzitter:
Nog een paar? Dan houden we dat nog even vol. Gaat uw gang.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Oké. Dan had ik een vraag van mevrouw Van der Werf. Zij zei: er zijn
goede EU-alternatieven voor Patriotraketten, maar de productie blijft
achter; wat doen we om die te vergroten? De beschikbaarheid en
geschiktheid van Europese wapensystemen die passen bij het optreden van
onze krijgsmacht heeft natuurlijk onze volle aandacht, want dit is
ontzettend belangrijk. Dat geldt ook voor de geïntegreerde lucht- en
raketverdediging. Dat is ook een van de prioritaire capaciteitsgebieden
in de NAVO en in de EU. Een Europees raketschild kan niet alleen worden
opgebouwd uit in Europa geproduceerde systemen. Voor de voorzienbare
termijn betreft dit systemen van zowel Europese makelij als systemen die
buiten Europa worden geproduceerd. Het is dus voorlopig nog een
combinatie. Wij en andere Europese landen beschikken over onder meer
Patriotsystemen en hebben orders uitstaan voor aanvullende leveringen.
Dat betekent dat we voorlopig ook dit systeem blijven gebruiken.
Ik ga denk ik nog even verder? Yes? Volgens mij moet ik nog even
verder.
De voorzitter:
Nee, mevrouw Van der Werf. De minister van Defensie beëindigt eerst haar
beantwoording en daarna geef ik nog ruimte voor interrupties.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik had nog een vraag van mevrouw Van der Werf, dus dan kan zij ze nog
even opsparen. Zij vroeg of het kabinet zich wil inzetten om Oekraïne te
betrekken bij de productie van Patriotalternatieven. Ja, natuurlijk. Wij
spreken continu met internationale partners over manieren om Oekraïne
van meer luchtverdedigingsmiddelen te voorzien. Dat doen we ook met onze
Franse en Italiaanse collega's, waar mevrouw Van der Werf volgens mij
aandacht voor vroeg. Waar mogelijk zullen we in die gesprekken aandacht
besteden aan het vrijgeven van benodigde licenties door betrokken
overheden en bedrijven.
De heer Stoffer vroeg welke rol Nederland kan spelen bij drone- en
antidronetechnologie en of Nederland start-ups daarin ondersteunt. Ja.
Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik tijdens mijn bezoek aan Oekraïne heel
scherp zag dat wij een heel belangrijke rol spelen in de drone- en
antidronetechnologie voor Oekraïne. Ik denk dat de woordvoerders hier
dat wellicht al heel scherp in beeld hadden, maar daar zag ik de
toegevoegde waarde van Nederland, de hoeveelheid aan kennis en
informatie die we uitwisselen en hoe snel de omlooptijd is: direct
vanuit het veld direct terug naar de backoffice en dan weer die drones
aanpassen. Dat gaat in een echt indrukwekkend tempo — en redt
levens.
Via het Nederlandse model investeert Nederland direct in de Oekraïense
drone-industrie, zonder tussenkomst van de Oekraïense overheid, onder
andere via het Drone Line Initiative, waarmee meerdere Oekraïense
bedrijven worden ondersteund bij een massale droneproductie om de
frontlinie te beschermen. Daarnaast dragen we actief bij aan de Drone
Capability Coalition, waarin landen samenkomen om Oekraïne niet alleen
van drones te voorzien, maar waarin ook gewerkt wordt aan technologische
innovatie en het versterken van toeleveringsketens. Ik heb daar veel
ondernemers gesproken. Op mijn vraag "wat kan ik voor jullie betekenen?"
— het antwoord verbaasde me voor een land midden in een oorlog; dat is
trouwens hetzelfde als wat ik hier hoor — zei men: help ons met de
bureaucratie, met de regels en met het sneller kunnen functioneren. Dat
is een van mijn ambities, niet alleen in Nederland, maar ook met mijn
collega's in Oekraïne.
Voorzitter. De investeringen die ik zojuist vermeldde en de inzet die we
daarop tonen, versterken ook onze eigen Nederlandse drone-industrie. Wij
leren ook fors daarvan. We zorgen ook dat we op die manier continu
steeds meer samen innoveren. Ik zal ook mijn best doen om voor de zomer
wat meer informatie daarover met de Kamer te delen om het meer
inzichtelijk te maken, zodat Kamerleden ook een wat beter gevoel kunnen
hebben bij waar het over gaat.
Ik eindig met de heer Brekelmans, zie ik; dat is per ongeluk. Die zei
wel: hoe kunnen we nou lessen leren over moderne oorlogsvoering met
onbemande systemen? Dat is eigenlijk een vergelijkbare vraag als die van
de heer Stoffer. Ook vroeg hij: wanneer kunnen we joint ventures tussen
verschillende bedrijven uit Nederland en Oekraïne verwachten? Zoals ik
net al aangaf, leren wij echt belangrijke lessen uit deze oorlog. Wij
geven onze expertise mee waar we kunnen, maar ik weet dat de heer
Brekelmans weet dat we ook alles op alles zetten om te leren en dat we
ook actief leren van de inzet van drones. We gebruiken de opgedane
kennis in onze warfarecentra. We hebben ook een lessons-learnedcel
ingericht. Die haalt lessen op en zorgt voor verspreiding in onze
organisaties, zodat concepten, technieken, materieelaanschaf en
ontwikkeling daarop kunnen worden aangepast. Dat is een continu proces.
Ook op het gebied van technologie leren we heel veel, zowel Defensie als
de Nederlandse defensie-industrie. De voortdurende innovatie in Oekraïne
op het gebied van drones, AI en elektronische oorlogsvoering en de
lessons learned direct van het slagveld bieden ons als land natuurlijk
de kans om kennis toe te passen binnen de eigen industrie en
krijgsmacht. Ik zal richting de zomer, natuurlijk samen met de
staatssecretaris, ervoor zorgen dat we de Kamer steeds meer inzicht en
gevoel daarover geven, zodat de collega's, nee, niet de collega's,
sorry, de Kamerleden — ik moet ook nog even wennen — echt weten waar dit
over gaat, zodat ze er wat beelden bij hebben.
Dat was 'm.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Nog even over die luchtafweer van net. Mijn punt is ook niet dat we die
Patriots helemaal overboord moeten gooien en nooit meer moeten
gebruiken. Mijn punt is meer: volgens mij kan je een betere mix maken,
waardoor je minder afhankelijk bent van de Amerikaanse leveranties, mede
omdat we dus weten dat ze heel snel opraken, maar ook omdat ze gewoon
een stuk duurder zijn, ook al kunnen daar in sommige gevallen ook goede
redenen voor zijn. Maar dit is nou zo'n punt waarover je kunt zeggen:
laat die Europese defensie-industrie zich van haar beste kant zien en
niet licenties in de weg zitten.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Dat vindt mevrouw Van der
Werf vast fijn om te horen, maar dan wil ze weten: wat doe je dan? We
zullen dat richting de zomer met de Defensienota en ook als de
staatssecretaris en ik weer samen hiernaartoe komen met wat we nou
binnen die industrie doen, steeds inzichtelijker maken. Dit is echter
ook absoluut de inzet vanuit Defensie. Sowieso investeren we niet zo
veel in onze eigen Defensie om dan maar afhankelijk te blijven van
anderen. We willen dus onze eigen industrie in Europa opbouwen. Dan kom
je tot een mooie mix, waar mevrouw Van der Werf het ook over heeft.
Helemaal mee eens.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter, ik doe meteen even alle vragen. Ik had ook nog iets
openstaan over de schaduwvloot. Wij zaten nog even te kijken naar de
beantwoording over de RBZ, die deze keer schriftelijk was gegaan. Over
het geënterde schip in België geeft het kabinet aan: de juridische
grondslag die België in staat stelt om te handelen is UNCLOS artikel
110d, waardoor boarding is toegestaan wanneer het schip niet over een
nationaliteit beschikt. Nou, wij onderschrijven UNCLOS, dat
VN-zeevaartverdrag, volgens mij ook. Maar dan geldt die wetgeving toch
ook voor Nederland?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Daarom gaf ik ook aan dat ik snel met een brief kom, in ieder geval
vanuit Justitie en Veiligheid, IenW en Defensie, maar daar zullen meer
collega's bij betrokken zijn, om onze eigen wetgeving strak te krijgen.
Er zijn toch verschillende interpretaties vanuit België en … De Belgen
hebben dit samen met de Fransen gedaan. Er zit dus een complexiteit in
de wetgeving. Nou ja, in hun geval ruimte en in ons geval complexiteit,
maar ik zei expliciet: we gaan in de tussentijd niet stilzitten. We zijn
dus precies aan het bekijken waar wij ruimte zien en waar wij kunnen
handelen, want we weten hoelang het soms kan duren om wetgeving voor
elkaar te krijgen. Ondertussen is dit wel gaande en wil niemand dit. We
komen dus snel met een brief, waarin we ook dit punt van mevrouw Van der
Werf zullen adresseren.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Gaat Nederland dan ook in de tussentijd al actie ondernemen? Of gaan we
dan eerst nog wachten op die brief?
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De brief komt snel. We gaan nergens op wachten, maar ik zal ervoor
zorgen dat we de Kamer goed informeren. We zullen alles op alles zetten,
binnen de kaders van ons recht, voor wat we daarop kunnen doen. In die
brief zal meer staan. Ik kan niet precies zeggen wanneer die komt, maar
we zullen ervoor zorgen dat die heel veel duidelijkheid biedt over wat
mevrouw Van der Werf zei. We gaan nergens op wachten, maar we willen wel
graag dat het ook stand houdt op het moment dat we handelen. Dat
proberen we nu in kaart te krijgen.
De heer Dassen (Volt):
Ik had nog een vervolgvraag over de Taurusraketten. Er ligt natuurlijk
een aangenomen motie vanuit de Kamer waarin staat dat Nederland daar een
actieve rol in speelt. Ik had aan de minister-president gevraagd of hij
Merz daar ook op aangesproken had. Ik ben dus benieuwd hoe we inderdaad
proberen los te krijgen waar in Duitsland nog steeds de tegenstand
zit.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Vanuit Nederland is verschillende keren aandacht gevraagd bij onze
buren. Het is daar een interne aangelegenheid. De heer Dassen wees er in
zijn inbreng en bij al zijn vragen ook op dat het goed zou zijn als al
onze buren natuurlijk alles op alles zetten om Oekraïne te steunen en
ook leveren wat ze toezeggen. Wij spreken iedereen daarop aan. Nederland
is een van de leidende landen, dus wij blijven ook andere landen
aanspreken. Ik weet zeker dat als mijn collega's en ik weer contact met
onze Duitse collega's hebben, we hier ook aandacht voor vragen. De heer
Dassen vraagt: hebben jullie dat scherp en leggen jullie dat op tafel?
Het antwoord is: jazeker.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Defensie voor haar beantwoording. Daarmee zijn
we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van het
kabinet. Ik stel voor om meteen door te gaan met de tweede termijn van
de zijde van de Kamer. Daarvoor geef ik graag het woord aan de heer
Dassen voor zijn inbreng namens de fractie van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de bewindspersonen voor de beantwoording
van de vragen. Ik heb een drietal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Estland, Finland, Duitsland, Letland, Polen, Roemenië,
Litouwen en Zweden de Europese Commissie hebben opgeroepen om te
onderzoeken hoe Russische militairen en veteranen een Schengenverbod
opgelegd kunnen krijgen;
verzoekt de regering om zich bij deze oproep aan te sluiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Brekelmans.
Zij krijgt nr. 271 (36045) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de MBO Raad vaststelt dat met microcredentials in
korte tijd kwalificaties en vaardigheden bijgebracht kunnen
worden;
overwegende dat Oekraïense vluchtelingen perspectief geboden dient te
worden om duurzame terugkeer naar Oekraïne mogelijk en succesvol te
maken middels kortstondig mbo-onderwijs;
verzoekt de regering om te onderzoeken of en hoe de overheid financieel
kan bijdragen aan initiatieven in het mbo-onderwijs die Oekraïense
vluchtelingen middels microcredentials op korte termijn opleiden om aan
economisch herstel van hun thuisland te kunnen werken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Stoffer.
Zij krijgt nr. 272 (36045) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oekraïne behoefte heeft aan
deep-precision-strikewapens om legitieme strategische doelen in Rusland
te kunnen bereiken, zoals logistieke hubs, productiefaciliteiten en
energiecentrales;
constaterende dat Europese en Oekraïense defensie-start-ups op korte
termijn opgeschaald kunnen worden om in deze behoefte te voorzien;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de ontwikkeling van
verschillende Europese en Oekraïense dps-systemen versneld kan
worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen, Piri, Van der Werf,
Stoffer, Struijs en Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 273 (36045) (#3).
De heer Dassen (Volt):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Het woord is aan de heer Hoogeveen, die
spreekt namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u, voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor de beantwoording.
Het was een goed debat, denk ik. Ik wil nog wel iets zeggen over betere
samenwerking met Oekraïne en dan met name over waar ik het over had in
mijn bijdrage, namelijk het partnership op het gebied van raw materials.
Ik las onlangs een rapport van de Europese Rekenkamer waarin stond dat
dat eigenlijk helemaal niet van de grond komt. Daarom dus de volgende
motie, ook met het oog op het feit dat de Verenigde Staten hier ook druk
mee bezig zijn.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Unie en Oekraïne sinds 2021 een
strategisch partnerschap hebben op het gebied van kritieke
grondstoffen;
overwegende dat de Europese Rekenkamer constateert dat strategische
partnerschappen op dit terrein nauwelijks tastbare resultaten opleveren
en dat Oekraïne, ondanks significante voorraden, momenteel een beperkte
rol speelt in Europese grondstoffenketens;
verzoekt het kabinet om zich in Europees verband in te zetten voor een
meer resultaatgerichte inzet van het EU-Ukraine Strategic Partnership on
Raw Materials, gericht op het prioriteren van kansrijke
samenwerkingsprojecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 274 (36045) (#4).
De heer Hoogeveen (JA21):
De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland relatief veel bilaterale steun aan Oekraïne
levert;
constaterende dat meerdere (grote) EU-lidstaten in hun relatieve
bijdrage achterblijven;
overwegende dat gezamenlijke Europese leningen in de toekomst niet
bedoeld mogen worden als vervanging van de nationale
verantwoordelijkheid die landen hebben om hun steun aan Oekraïne op peil
te houden;
verzoekt de regering om EU-lidstaten die achterblijven in hun bilaterale
steun aan Oekraïne, hierop aan te spreken alvorens nieuwe gezamenlijke
Europese leningen te overwegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hoogeveen.
Zij krijgt nr. 275 (36045) (#5).
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Werf namens D66. Gaat uw
gang.
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de escalatie in het Midden-Oosten heeft geleid tot
tekorten aan Amerikaanse luchtafweersystemen en -raketten;
constaterende dat herroutering van geplande leveringen ertoe kan leiden
dat Europese bestellingen, waaronder die bestemd voor Oekraïne,
aanzienlijke vertraging oplopen of mogelijk geen doorgang vinden;
overwegende dat het voor de veiligheid van Oekraïne en Europa
noodzakelijk is om op korte termijn aanvullende productiecapaciteit voor
Europese luchtafweersystemen te realiseren;
overwegende dat Oekraïne heeft aangegeven op korte termijn grootschalige
productie van luchtafweersystemen en -componenten te kunnen
faciliteren;
verzoekt de regering zich actief in te zetten voor versnelde opschaling
van de productie van Europese luchtafweersystemen en bijbehorende
raketten, waaronder SAMP/T en Aster, in Oekraïne, en daartoe in Europees
en bilateraal verband aan te dringen op het vrijgeven van benodigde
licenties door betrokken overheden en bedrijven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Belhirch, Van
Lanschot, Dassen, Struijs en Piri.
Zij krijgt nr. 276 (36045) (#6).
Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorzitter. De laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij de recente escalaties in het Midden-Oosten grote
hoeveelheden Amerikaanse luchtafweermunitie zijn verbruikt;
constaterende dat de Verenigde Staten prioriteit geven aan het aanvullen
van voorraden in het Midden-Oosten, wat kan leiden tot langdurige
tekorten in de Europese luchtverdedigingscapaciteit;
overwegende dat daarmee de Nederlandse en Europese veiligheid onder druk
komen te staan;
overwegende dat Europese systemen zoals SAMP/T een alternatief vormen
voor Amerikaanse systemen;
verzoekt de regering aansluiting te zoeken bij Europese
luchtafweerinitiatieven, waaronder SAMP/T,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Belhirch, Van
Lanschot, Dassen, Struijs en Piri.
Zij krijgt nr. 277 (36045) (#7).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Piri voor haar inbreng namens GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de premier en de ministers voor dit
debat, een debat dat we helaas ieder jaar rond deze periode moeten
voeren. Ik hoop echt van harte — dat zeg ik ook tegen de Oekraïense
ambassadeur en zijn collega's achterin, die dit debat vandaag gevolgd
hebben — dat we volgend jaar een ander debat kunnen hebben, waarbij er
een duurzame en eerlijke vrede is voor Oekraïners, want zij verdienen
dat.
Voorzitter. Ik heb een aantal moties meegetekend. Ik dien er nog eentje
in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Oekraïense studenten in het hoger en wetenschappelijk
onderwijs nu niet in aanmerking komen voor het verlaagde wettelijke
collegegeldtarief;
van mening dat de Nederlandse solidariteit met Oekraïne tot uitdrukking
komt óók in het bieden van studiefaciliteiten aan Oekraïense studenten
en daarmee ook aan de wederopbouw van Oekraïne;
verzoekt de regering om voor 1 mei mogelijk te maken dat aan een h.o.-
of wo-instelling ingeschreven Oekraïense studenten in aanmerking komen
voor het verlaagde wettelijke collegegeldtarief,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Abdi en Stoffer.
Zij krijgt nr. 278 (36045) (#8).
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter. Sinds ik in de Kamer zit, is dat tot nu toe altijd
in de oppositie. Dat was bij Rutte IV en bij Schoof I. Met Rutte IV
hadden we zeker punten waarover we het niet eens waren. Met Schoof I
hadden we heel veel punten waarover we het niet eens waren. Maar over
één zaak waren we het altijd eens. Dat is steun voor Oekraïne. Wat dat
betreft hoop ik dat ook in de komende jaren te kunnen vinden. Ik vind
het op dit moment teleurstellend dat het kabinet-Jetten eigenlijk ten
opzichte van vorig jaar komt met een bijna halvering van het budget voor
Oekraïne. Ik hoop echt in de Voorjaarsnota de uitwerking van de
motie-Klaver te zien.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Lanschot namens het CDA.
De heer Van Lanschot (CDA):
Dank, voorzitter. Dank aan de premier en de ministers. Ik sluit me aan
bij de mooie woorden van collega Piri over de intenties voor volgend
jaar. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Europese trainingsmissie EUMAM, EU Military
Assistance Mission, een van de pijlers is van de EU-steun aan Oekraïne,
maar dat deze EU-missie vooralsnog medio november 2026 afloopt;
verzoekt de regering te verkennen of en onder welke voorwaarden de
Europese trainingsmissie EUMAM verlengd kan worden, en de Kamer hier
voor de zomer van 2026 over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Lanschot.
Zij krijgt nr. 279 (36045) (#9).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer namens de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ook van mij uit dank aan de premier en de ministers voor de
beantwoording van de vele vragen. We zijn het niet over alles eens, maar
ik sluit me geheel aan bij de afsluiting van mevrouw Piri. Laat ik daar
maar gewoon "bis" op zeggen. Ik heb nog één motie en die luidt als
volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er samenhang is tussen het conflict tussen de VS en
Iran enerzijds, en het conflict tussen Oekraïne en Rusland
anderzijds;
overwegende dat de president van de VS voortdurend geopolitieke dossiers
verknoopt en het risico niet denkbeeldig is dat Amerikaanse steun aan
Oekraïne verder afkalft bij achterblijvende samenwerking door Europese
NAVO-partners;
overwegende dat een vrije doorvaart in de Straat van Hormuz in ons eigen
belang is én deelname van Europese landen aan een missie in de Straat
van Hormuz de VS kan binden aan Oekraïne;
verzoekt de regering de toekomst van Oekraïne nadrukkelijk mee te wegen
bij besluitvorming over een militaire bijdrage aan een eventuele
beschermingsmissie in de Straat van Hormuz,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Bikker.
Zij krijgt nr. 280 (36045) (#10).
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Dan is het woord aan de heer Brekelmans
namens de VVD. Gaat uw gang.
De heer Brekelmans (VVD):
Dank, voorzitter. We voeren dit debat helaas voor het vierde jaar op
rij. We hopen natuurlijk ieder jaar weer dat er geen volgende keer zal
komen, maar zolang de oorlog voortduurt, moeten we de waarde van dit
debat niet onderschatten. Want ook al krijgt Oekraïne helaas veel minder
aandacht dan het verdient, het feit dat wij dit in het parlement
bespreken en breed onze steun laten zien, en ook het kabinet weer
aangeeft dat het zijn inspanningen voor Oekraïne onverminderd voortzet,
wordt wel degelijk gezien. Het is heel belangrijk om dit te doen. Om die
steun ook vanuit de Kamer nogmaals te uiten, dien ik een hele simpele
motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt uit Oekraïne te steunen tegenover Rusland in de grootschalige
oorlog,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Brekelmans, Van der Werf, Van
Lanschot, Hoogeveen, Bikker, Stoffer, Dassen, Piri, Struijs en
Dobbe.
Zij krijgt nr. 281 (36045) (#11).
De heer Brekelmans (VVD):
Verder heb ik de motie van de heer Dassen medeondertekend over
voormalige Russische militairen, die we niet in onze straten willen
zien.
Ik dank de minister van Buitenlandse zaken voor de toezegging dat hij
binnen een aantal weken duidelijk zal aangeven hoe we gaan stimuleren
dat er meer Nederlandse bedrijven actief worden in Oekraïne.
Ik dank de minister-president voor de toezegging dat hij zich er ook
persoonlijk voor zal inspannen dat er diplomatieke voortgang wordt
geboekt, ook in de coalition of the willing. Als we dit voorjaar
namelijk het momentum verliezen, hebben we een serieus probleem. Dank
dus daarvoor.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Struijs namens 50PLUS.
De heer Struijs (50PLUS):
Dank, voorzitter. Tegen de ambassadeur en tegen het Oekraïense volk, en
zeker ook tegen onze regering zeg ik: we gaan gezamenlijk moedig
voorwaarts en zullen niet verzaken. Ik heb nog één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de meeste burgerslachtoffers als gevolg van de oorlog
in Oekraïne in steden en dorpen rond de frontlinie vallen en het
merendeel van de personen die achterblijven, vaak oudere en kwetsbare
mensen zijn;
constaterende dat een organisatie als Human Rights Monitoring Mission in
Ukraine vast heeft gesteld dat zo'n 45% van de dodelijke slachtoffers in
2025 60-plusser is en ook het Rode Kruis aangeeft dat tienduizenden
mensen, met name ouderen en gezinnen met kinderen, extra hulp nodig
hebben in deze gebieden;
verzoekt de regering om in de humanitaire hulp bijzondere aandacht te
vragen voor ouderen en gezinnen die vlak bij de frontlinie wonen en
leven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Struijs en Van der Werf.
Zij krijgt nr. 282 (36045) (#12).
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Dekker namens Forum voor Democratie.
De heer Dekker (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet voornemens is 400 miljoen euro Nederlands
belastinggeld uit de begroting 2029 over te hevelen naar 2026 om de
militaire steun aan Oekraïne te verhogen van 2,6 miljard naar 3 miljard
euro;
overwegende dat internationale onrust en economische instabiliteit geen
ruimte toelaten om (extra) geld uit te geven aan projecten buiten onze
landsgrenzen;
constaterende dat er in Nederland voldoende noden zijn waaraan deze
miljarden goed besteed zouden zijn;
verzoekt de regering om de 3 miljard euro steun aan Oekraïne niet te
verstrekken en in te zetten in Nederland in de vorm van
lastenverlichting en accijnsverlaging op brandstof,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 283 (36045) (#13).
De heer Dekker (FVD):
Dan de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet middels een kasschuif voornemens is dit
kalenderjaar de steun aan Oekraïne met 400 miljoen euro te verhogen van
2,6 miljard naar 3 miljard euro;
constaterende dat dit een gat in de begroting achterlaat;
overwegende dat brandstof en boodschappen voor Nederlanders alsmaar
duurder worden, terwijl tevens de lasten stijgen;
verzoekt de regering om af te zien van de verhoging van 400 miljoen euro
extra steun,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 284 (36045) (#14).
De heer Dekker (FVD):
En dan de laatste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in een periode van enorme internationale onrust geen
ruimte is voor escalatie in een nodeloze en onwinbare oorlog;
verzoekt de regering te stimuleren gesprekken te openen, via de EU of
bilateraal, met Rusland, zodat er eindelijk zicht komt op het einde van
het bloedvergieten in Oekraïne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dekker.
Zij krijgt nr. 285 (36045) (#15).
Dank u wel. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Dobbe namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de VS sancties op Rusland hebben verlicht;
constaterende dat Rusland hiervan profiteert en dit betekent dat Rusland
meer middelen heeft om de oorlog in Oekraïne te financieren;
verzoekt de regering het besluit van de VS om de sancties op Rusland te
verlichten te veroordelen;
verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor een EU-brede
veroordeling en diplomatieke acties om de druk op Rusland door de VS te
intensiveren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 286 (36045) (#16).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet extra middelen voor Oekraïne wil vrijmaken
voor 2026;
constaterende dat momenteel al grote bezuinigingen op publieke en
sociale voorzieningen, zoals gezondheidszorg en sociale zekerheid,
worden doorgevoerd;
verzoekt de regering te garanderen dat de steun aan Oekraïne niet ten
koste zal gaan van publieke en sociale voorzieningen zoals zorg en
sociale zekerheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 287 (36045) (#17).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het onwenselijk is om vrede in Oekraïne uitsluitend van
Poetin en Trump af te laten hangen;
verzoekt de regering om in Europees verband en/of in samenspraak met
niet-westerse landen, zoals Brazilië, Zuid-Afrika of India, te komen tot
initiatieven voor onderhandelingen en vrede tussen Rusland en
Oekraïne,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 288 (36045) (#18).
Mevrouw Dobbe (SP):
Mijn laatste seconden wil ik nog gebruiken om het kabinet te bedanken.
Ook wil ik de minister van Buitenlandse Zaken vragen of er nog meer
nodig is om de bereidheid die hij net heeft getoond om actief te kijken
naar andere mogelijkheden voor het opsporen en helpen van ontvoerde
kinderen, om te zetten in een toezegging die zo concreet is dat we ook
daadwerkelijk een terugkoppeling daarop krijgen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors de vergadering tien minuten en dan gaan we verder
met de beantwoording van de zijde van het kabinet.
De vergadering wordt van 22.26 uur tot 22.36 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister-president
voor de appreciaties van de ingediende moties.
Minister Jetten:
Voorzitter. Ik zal de moties pakken die met name gaan over de
binnenlandse zaken. De motie-Dassen/Stoffer op stuk nr. 272: er zijn nu
nog geen microcredentials bij het mbo, maar in de geest van de motie
willen we hier wel mee aan de slag, dus de motie op stuk nr. 272 geef ik
oordeel Kamer.
Dan de motie op stuk nr. 278 van mevrouw Piri en de heer Stoffer, maar
eigenlijk van mevrouw Abdi, als ik dat zo mag zeggen. Ik heb er net in
het debat uitgebreid bij stilgestaan. Ik moet eigenlijk heel formeel nu
zeggen dat ik de motie moet ontraden, omdat er geen dekking bij de motie
zit. Ik kan 'm ook ontijdig verklaren. Laat ik nog een keer benadrukken
wat ik net ook al in het debat heb gezegd: wij gaan er echt nog een keer
heel goed naar kijken. Mochten we een oplossing vinden, dan komen we
eerst bij u terug, want dat vind ik wel zo netjes, gezien de inzet die u
erop heeft gepleegd. Wellicht wilt u met die toezegging de motie nog
even aanhouden, zodat wij als kabinet dit nog een keer kunnen
bezien.
De voorzitter:
Mevrouw Piri, tweede interruptie.
Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):
Dat zullen wij doen. Ik waardeer het dat de premier bereid is om hier
nog een keer serieus naar te kijken.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Piri stel ik voor haar motie (36045, nr. 278) aan
te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Jetten:
De motie op stuk nr. 281 is een spreekt-uitmotie. Daar hebben wij
natuurlijk geen oordeel over, maar ik kan wel de warme woorden uit de
motie namens het kabinet volledig ondersteunen.
De motie op stuk nr. 283 ontraad ik, met verwijzing naar het
debat.
De motie op stuk nr. 284 ontraad ik ook, met verwijzing naar dit debat
en het debat dat morgenavond plaatsvindt.
Dan de motie op stuk nr. 287. Of deze twee zaken zo met elkaar
samenhangen, daar maken we echt een andere weging in, dus ook die motie
ontraad ik. Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de minister van Buitenlandse Zaken.
Minister Berendsen:
Voorzitter. De motie-Dassen/Brekelmans op stuk nr. 271 geven we oordeel
Kamer.
De motie-Hoogeveen op stuk nr. 274, over het EU-Ukraine Strategic
Partnership on Raw Materials, krijgt oordeel Kamer.
De motie-Hoogeveen op stuk nr. 275 ontraden we. We denken dat het en-en
moet zijn. Het is beide nodig, bilaterale steun én een gezamenlijke
inzet via de EU.
De motie-Stoffer op stuk nr. 280, over de toekomst van Oekraïne meewegen
bij de besluitvorming over een eventuele beschermingsmissie in de Straat
van Hormuz, krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 282, van de heer Struijs, krijgt ook oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 285 ontraden we, met verwijzing naar het debat en
de woorden "nodeloze en onwinbare oorlog".
Dan de motie op stuk nr. 286, over het veroordelen van de
sanctieverlichting. Zoals we in het debat hebben gemeld, spreken we de
VS hier ook op aan. We geven ook aan dat wij dit onwenselijk vinden,
maar veroordelen in de termen zoals wordt voorgesteld in de motie helpt
daar niet bij.
De voorzitter:
Daarmee krijgt die de appreciatie "ontraden"?
Minister Berendsen:
Ja, sorry, ontraden.
De motie op stuk nr. 288 ontraden we ook; dan begin ik daarmee,
voorzitter. Dat heeft er alles mee te maken dat het kabinet het
realistisch acht dat de VS nog steeds een sleutelspeler blijven, hoewel
ik ook in het debat heb aangegeven dat we er natuurlijk zo veel mogelijk
internationale partners bij willen betrekken.
Dan nog de suggestie of er een toezegging zou kunnen zijn over meer
actie voor de ontvoerde kinderen. Ik verwijs natuurlijk graag naar de 2
miljoen euro die we al uitgeven ten behoeve van de ontvoerde kinderen.
Dus als ik het zo mag lezen dat we graag kijken hoe we het geld het
beste inzetten en welke actie we het beste kunnen ondernemen, dan zijn
we van harte bereid om een brief naar de Kamer te sturen over welke
inzet we kunnen doen. Maar ik geef daarbij wel de winstwaarschuwing dat
meer geld op dit moment helaas niet mogelijk is.
De voorzitter:
Even voor de administratie. Gaat dit over een motie?
Minister Berendsen:
Nee, dit was mijn vrije interpretatie van de vraag die mevrouw Dobbe
stelde over welke toezegging eventueel toegeschreven zou kunnen worden
aan mijn antwoord op de vraag over actie voor de ontvoerde kinderen.
De voorzitter:
En welke appreciatie krijgt de motie op stuk nr. 288?
Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 288 krijgt de appreciatie "ontraden".
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb toch een vraag over de appreciatie van mijn motie, de motie op
stuk nr. 275. Deze is ontraden met de motivatie: het is en-en, dus én
gezamenlijke Europese leningen én nationale verantwoordelijkheid. Ten
eerste strookt dat niet helemaal met de beantwoording die ik van de
premier heb gekregen. De motie verzoekt om landen aan te spreken die
niet leveren, alvorens we overgaan tot nieuwe Europese
gemeenschappelijke leningen, of dat nu in eurobonds is of in andere
semantische discussies. Maar in de motie staat niet dat het een het
ander uitsluit. Er staat: spreek landen aan op hun nationale
verantwoordelijkheid om hun steun op peil te houden; het nalaten van die
steun mag niet leiden tot meer gemeenschappelijke schulden.
Minister Berendsen:
Wat ons betreft zit het 'm in het woord "alvorens". Op dit moment
spreken wij internationale partners in bilaterale contacten continu aan
om meer te doen. Zoals wij de motie lezen, hebben wij wat zorgen over
het woord "alvorens". Het gebeurt nu namelijk al. Er liggen ook al
nieuwe gezamenlijke Europese pakketten op tafel om dingen voor elkaar te
krijgen. Dat betekent dat het woord "alvorens" hier niet passend is. Als
de indiener dat wenst aan te passen, ben ik van harte bereid er nog naar
te kijken, maar dat is de redenering vanuit het kabinet.
De voorzitter:
Ik dank de minister van Buitenlandse Zaken. Ik geef tot slot het woord
aan de minister van Defensie voor de appreciatie van de resterende
moties.
Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u, voorzitter. De motie op stuk nr. 273 van de heer Dassen en een
aantal collega's krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 276 van mevrouw Van der Werf en anderen krijgt
oordeel Kamer. Daar hebben we het in het debat ook over gehad, dus als u
het goedvindt, wil ik met tempo doorgaan.
De motie op stuk nr. 277 van mevrouw Van der Werf en collega's krijgt
oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 279 van de heer Van Lanschot gaat over EUMAM. Deze
krijgt ook oordeel Kamer.
Heb ik daarmee alles gehad, voorzitter? Ik denk het wel.
De voorzitter:
Ik denk het wel. Ik dank ook de minister van Defensie.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde
van het kabinet. Ik dank de bewindspersonen voor hun aanwezigheid en hun
beantwoording, de aanwezige leden voor het gevoerde debat en natuurlijk
de ambassadeur en zijn ondersteuning voor hun aanwezigheid.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van de plenaire vergaderdag
van dinsdag 24 maart. Ik sluit de vergadering.