[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Prioriteiten Nederland voor de 15e Conferentie van Partijen voor het Verdrag inzake de bescherming van Migrerende Soorten

Brief regering

Nummer: 2026D13902, datum: 2026-03-25, bijgewerkt: 2026-03-25 17:29, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z06130:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte Voorzitter,

Van 23 tot en met 29 maart vindt de 15e vergadering van partijen (COP: Conference of the Parties) van CMS plaats in Campo Grande, Brazilië. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de prioriteiten van de Nederlandse delegatie naar deze COP. Vanaf november 2025 tot aan de COP is gewerkt aan de Nederlandse en EU posities ten aanzien van de documenten geagendeerd voor CMS COP15. Op 19 maart is een Raadsbesluit vastgesteld over de soortvoorstellen. Doordat deze posities in de laatste week voor de COP pas definitief zijn vastgesteld, kan ik deze Kamerbrief pas zeer laat aan u toesturen.

De status van soorten wereldwijd gaat in zeer hoog tempo achteruit1. Op 5 maart jl. werd een persbericht gepubliceerd over een update van het in 2024 gepubliceerde State of the World’s Migratory Species2 dat tijdens COP15 gepresenteerd zal worden. Dit rapport waarschuwt dat 49% van de populaties van migrerende soorten die beschermd worden door CMS afnemen (5% meer dan twee jaar geleden) en 24% van de soorten worden met uitsterven bedreigd. Dit onderstreept het belang en urgentie van de implementatie van CMS, het enige verdrag ter wereld dat specifiek gericht is op de bescherming migrerende wilde diersoorten.

Algemeen

Het Verdrag inzake de bescherming van migrerende wilde diersoorten (CMS) is het koepelverdrag van een aantal internationale verdragen, overeenkomsten, actieplannen en acties met betrekking tot migrerende soorten. Doordat de secretariaten hiervan in Bonn gevestigd zijn en Duitsland de depositaris is van CMS worden deze verdragen vaak aangeduid als de Bonn-verdragen. Nederland vertegenwoordigt in CMS Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Waar “Nederland” staat vermeld in deze instructie dient in voorkomende gevallen “het Koninkrijk” gelezen te worden.

Nederland is partij van CMS en de volgende dochterverdragen die gaan over migrerende vogelsoorten, zeezoogdieren en vleermuizen:

African-Eurasian Waterbirds Agreement (AEWA); Agreement on the Conservation of Small Cetaceans of the Baltic, North East Altlantic, Irish and North Sea (ASCOBANS); Eurobats; Raptors MoU; MoU Sharks; Wadden Sea Seals Agreement en doet mee in het Actieplan Landbirds overleg.

Het Verdrag bevat twee appendices met beschermde soorten, waarvan appendix I bedreigde soorten bevat die derhalve strikt beschermd worden, wat direct doorwerkt in de Nederlandse wet. Appendix II bevat soorten die kunnen profiteren van gecoördineerde internationale samenwerking. Besluiten in CMS hebben ook raakvlakken met andere verdragen anders dan de CMS-dochterverdragen. Zo wordt CMS gebruikt om soorten die op de Overeenkomst inzake de handel in bedreigde dier- en plantensoorten (CITES) staan ook bescherming te bieden langs hun natuurlijke trekroutes.

Vanaf november 2025 tot aan de COP is gewerkt aan de Nederlandse en EU-posities ten aanzien van de documenten geagendeerd voor COP15. Er vindt EU-coördinatie plaats over alle onderwerpen behalve het budget en diepzeemijnbouw. De EU-coördinatie voor COP15 wordt geleid door Cyprus als EU-voorzitter. EU-coördinatie heeft plaatsgevonden in een drietal expertgroepen, twee informele Raadswerkgroepen en drie formele Raadswerkgroepen. Omdat de bijlagen van dit verdrag een juridische doorwerking hebben voor EU-regelgeving, wordt de positie van de EU ten aanzien van wijzigingen in de bijlagen middels een Raadsbesluit vastgelegd. Op 19 maart is een Raadsbesluit vastgesteld waarin steun wordt uitgesproken voor alle voorstellen, met uitzondering van een enkel voorstel waarmee een soort van de lijst zou worden afgehaald.

In de paragrafen hieronder ga ik in op een aantal onderwerpen die op de agenda staan en de Nederlandse inzet.

Voorstellen aanpassen appendices

Voor COP15 zijn in totaal 17 voorstellen ingediend om soorten, soortgroepen of ondersoorten op appendix I en appendix II te plaatsen. Nederland is vanwege het Caribisch deel van het Koninkrijk Range State voor de kleine geelpootruiter, de voshaaien en hamerhaaien. In lijn met de EU-positie steunt Nederland de voorstellen om soorten op de appendices te plaatsen.

Daarnaast is het eerste voorstel ooit ingediend om de status van een soort, het Bukhara hert, te verlagen van appendix I naar appendix II. Het wetenschappelijke comité heeft echter geoordeeld dat er niet voldoende wetenschappelijk bewijs is geleverd om de beschermingsstatus te verlagen. In lijn met de EU-positie kan Nederland niet akkoord gaan met dit voorstel, tenzij hier adequaat onderbouwde wetenschappelijke informatie voor wordt geleverd.

Vissoorten

Nederland heeft sinds COP14 het initiatief opgepakt om een actieplan op te stellen voor de ruwe haai in de Noordoost-Atlantische Oceaan en Middellandse Zee. Deze soort, die ook in de Nederlandse Noordzee voorkomt, werd in 2020 op initiatief van de EU op appendix II geplaatst en laat een zorgwekkende neerwaartse trend zien, met name in die regio’s. Het plan is in naam van de EU en diens lidstaten ingediend voor COP15. Nederland streeft ernaar dat dit plan met consensus wordt aangenomen en zal bilaterale gesprekken voeren om ook steun en capaciteit voor de uitvoering van het plan in het vervolg te verkrijgen.

Ook voor de Europese aal heeft CMS een actieplan opgesteld, welke al een aantal jaren wordt voorbereid. In lijn met de EU-positie steunt Nederland dit actieplan en mocht er discussie over het plan opkomen, zal de Nederlandse inzet gericht zijn op het in lijn houden van het actieplan met de EU-aalverordening en aalbeheerplannen.

Vogelsoorten

Op de COP worden diverse onderwerpen behandeld met betrekking tot de internationale bescherming van migrerende vogelsoorten. Nederland, en met name de Waddenzee, dient als een belangrijke broed- overwinter- en/of pleister- plaats voor veel migrerende vogelsoorten, waaronder de grutto, waarmee deze onderwerpen hoog op de beleidsagenda staan. Zo steunen Nederland en de EU het voorstel voor het opstellen van een lijst van internationaal erkende belangrijke gebieden voor migrerende roofvogels, om de bescherming van deze soorten te ondersteunen. Daarbij wordt ingezet op het geografisch verbreden van het voorstel zodat deze inzet op het creëren van een mondiale lijst. Ook zal Nederland zich samen met de EU uitspreken voor het voortzetten van een actieplan voor Afrikaans Euraziatisch migrerende landvogels, en de diverse actieplannen voor specifieke vogelsoorten onder CMS en haar dochterverdragen.

Diepzeemijnbouw

Voor diepzeemijnbouw is tijdens de vorige COP een resolutie aangenomen die opriep om geen exploitatie toe te staan of te steunen voordat er voldoende robuuste wetenschappelijke informatie beschikbaar is die vaststelt dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor migrerende soorten, hun prooi en hun ecosysteem. Er staat nu een document geagendeerd met een rapport over de bevindingen in relatie tot deze impact met ook aanbevelingen voor verdragspartijen. Het wetenschappelijke comité heeft geadviseerd om de aanbevelingen in te korten en te veranderen, onder andere omdat zij van mening waren dat het te voorbarig is om over mitigatie te spreken. De Nederlandse positie volgt de aanbevelingen van het wetenschappelijke comité, met name omdat sommige punten niet in lijn zijn met de mandaten van de verschillende organisaties. Voor het Kabinetsstandpunt ten aanzien van diepzeemijnbouw wordt verwezen naar de Kamerbrief die op 4 juli 2023 is gepubliceerd3.

Bijvangst beschermde soorten

Het onderwerp bijvangst van beschermde en bedreigde soorten is voor Nederland een belangrijk onderwerp. Daarom heeft Nederland het initiatief genomen voor het EU LIFE programma CIBBRINA4. Er wordt een nieuwe resolutie voorgesteld die al het werk van CMS samenbrengt. Nederland steunt de EU-positie om de specifieke acties rondom bijvangst van haaien en roggen, onder te brengen in de nieuwe resolutie. Nederland steunt het aannemen van een definitie voor de doeleinden van CMS en zal in de discussies aandacht blijven vragen voor de samenwerking met vissers en andere stakeholders.

Tevens heeft de Nederlandse ambassade in Brasilia het initiatief opgevat voor een workshop om in Nederland opgedane ervaringen en geleerde lessen uit te wisselen rondom het onderwerp bijvangst en het betrekken van vissers. Aanleiding is het door Brazilië, Argentinië en Uruguay gezamenlijk opgestelde beschermingsplan voor de Franciscana dolfijn. Hiervoor zal een voorbereidend overleg plaatsvinden tijdens de COP.

Ook andere onderwerpen als mariene vervuiling, onderwatergeluid, milieueffectbeoordelingen en de achteruitgang van insecten zijn punten van aandacht. De Nederlandse inzet daarbij is in lijn met de EU inzet en met name gericht op het vinden van synergiën met andere verdragen, om dubbel werk te voorkomen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

Jaimi van Essen

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur


  1. https://www.wwf.org.uk/our-reports/living-planet-report-2024↩︎

  2. https://www.cms.int/news/new-report-decline-populations-migratory-species-animals-covered-un-treaty-worsens↩︎

  3. https://open.overheid.nl/documenten/627c6e40-67d4-4af8-97ee-0dd0f9a585ac/file↩︎

  4. www.cibbrina.eu↩︎