[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Beoordeling wetenschapstoets draagmoederschap

Bijlage

Nummer: 2026D13923, datum: 2026-03-25, bijgewerkt: 2026-03-25 22:12, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Bijlage bij: Wetenschapstoets wetsvoorstel Wet kind, draagmoederschap en afstamming (2026D13922)

Preview document (🔗 origineel)


Beoordeling wetenschapstoets draagmoederschap

Diederik van Dijk, maart 2026

De betrokkenheid van de rapporteurs ten behoeve van de verdere behandeling in de commissie J&V richt zich niet op een politiek oordeel over de thematiek van draagmoederschap, maar op een tweetal kernvragen ten aanzien van de inhoud van de wetenschapstoets:

  1. Is de inhoud van de toets begrijpelijk?

  2. Is de toets bruikbaar voor de commissie?

Op grond van deze vragen heb ik in een viertal blokjes in totaal acht vragen over de wetenschappelijke navolgbaarheid en houdbaarheid van bepaalde zinnen en constateringen en de bruikbaarheid van de toets om een voldoende representatief beeld van de thematiek te geven richting de commissie. Beide punten houden overigens vaak verband.

  1. Status VN-rapporteur

Aangezien de commissie bij het verzoek om een wetenschapstoets uitdrukkelijk heeft gevraagd aandacht te schenken aan de VN-rapportage, vraag ik hier allereerst aandacht voor. De wijze waarop in de tekst en de voetnoten wordt omgegaan met het werk van de VN-rapporteur roept fundamentele vragen op vanuit het perspectief van wetenschappelijke standaarden:

  • In de voetnoot worden zorgen benoemd over de wetenschappelijke onderbouwing door de VN-rapporteur en daarmee wordt twijfel gezaaid over de betrouwbaarheid. Voor die zorgen wordt enkel verwezen naar een blog van Emilie Weidl:
    https://ohrh.law.ox.ac.uk/transphobia-at-the-highest-level-un-special-rapporteur-reem-alsalems-report-on-violence-against-women-and-girls-in-breach-of-the-special-mandate-code-of-conduct/
    Weidl is een eerstejaars promovendus rechtsgeleerdheid in Engeland.
    De blog van Weidl gaat, in de eerste plaats, over een ander rapport van de VN-rapporteur dan dat over draagmoederschap.
    Weidl gebruikt het scheldwoord TERF (trans-exclusionary radical feminist) om het werk van de VN-rapporteur weg te zetten. Weidl kiest uitdrukkelijk kant in de strijd over genderideologie en bekritiseert op basis daarvan de VN-rapporteur.

  • Opvallend is dat het EU-instituut voor gendergelijkheid (EIGE) juist een positieve kwalificatie geeft van het werk van de VN-rapporteur:
    “Reem Alsalem is an independent consultant on gender issues, the rights of refugees and migrants, transitional justice and humanitarian response. She has consulted extensively for UN departments, agencies and programmes such as UN-Women, OHCHR, UNICEF and IOM, as well as for non-governmental organizations, think tanks and academia. Previously, she worked as an international civil servant, serving with the UNHCR in thirteen countries.”
    https://eige.europa.eu/newsroom/events/eige-gender-equality-forum-2022/speakers/reem-alsalem?language_content_entity=en

  • De VN-rapporteur verwijst overigens naar belangrijke bronnen die de TK-wetenschappers ook gebruiken.

  • Te generaliserend wordt gesproken over de wetenschappelijke literatuur en onduidelijk is op welke plaatsen het VN-rapport zou afwijken en hoe die afwijkingen gewogen moeten worden. De volgende zin lijkt tendentieus: “De bevindingen in het rapport rusten sterk op bijdragen van belangenorganisaties of individuele personen en zijn niet allemaal in overeenstemming met de wetenschappelijke literatuur.” Het miskent allereerst dat het VN-rapport en de inbreng van belangenorganisaties ook op heel veel andere internationaal erkende bronnen berusten, terwijl de wetenschappers op hun beurt juist ook bepaalde literatuur buiten beeld laten en de beperkingen van de geciteerde literatuur achterwege laten. Bovendien is de achtergrond van belangenorganisaties divers; de VN-rapporteur baseert zich bijvoorbeeld ook op lhbt-organisaties.

Vragen aan de wetenschappers:

  1. Is (het volstaan met) de verwijzing naar Emilie Weidl wetenschappelijk gezien houdbaar in deze context en doet de toets voldoende recht aan de inhoudelijke inbreng van belangenorganisaties?

  2. Kunnen de gestelde zorgen over wetenschappelijke onderbouwing door de wetenschappers zelf specifiek en uitgebreid worden onderbouwd of, indien nodig of verkieslijk, worden weggelaten?

B. Methodologie

Voor zover de wetenschapstoets zich beroept op wetenschappelijk onderzoek is het van belang een voldoende integraal beeld te schetsen en voldoende rekenschap te geven van de aard en de beperkingen van het onderzoek:

  • De TK-wetenschappers maken geen melding van de methodologische beperkingen van de aangehaalde onderzoeken, waardoor een steviger beeld kan ontstaan dan te rechtvaardigen valt. Ter illustratie: van het toch al beperkte aantal van 42 kinderen in de studies van Golombok bleven op de leeftijd van 14 jaar zelfs nog maar 28 kinderen over. Golombok benoemt onder collega’s de beperkingen van haar onderzoek.

  • De VN-rapporteur geeft wel aan dat veel studies onvoldoende bruikbaar zijn, onder verwijzing naar een overzichtsstudie:
    Viveca Söderström-Anttila and others, ‘“Surrogacy: outcomes for surrogate mothers, children and the resulting families – a systematic review”, Human Reproduction Update, vol. 22, No. 2 (March/April 2016).

  • Ook de WODC-studie uit 2024, waar de TK-wetenschappers zelf ook naar verwijzen, benoemt dat nauwelijks onderzoek bestaat naar de gehechtheid van kinderen geboren via draagmoederschap (p. 173).

Vragen aan de wetenschappers:

  1. Zou het wetenschappelijk gezien niet voor de hand liggen om vooraf meteen uitdrukkelijk een verantwoording opnemen van de wetenschappelijke beperkingen van studies en de nog steeds beperkte kennis op dit gebied?

C. Noodzaak en alternatieven

In samenhang met het voorgaande roept ook de manier waarop de noodzaak van en mogelijke alternatieven voor een wettelijke regeling worden beschreven vragen op:

  • Een wettelijke regeling wordt zonder nadere clausulering als noodzakelijk bestempeld. Het is opvallend dat wetenschappers in dezen stelling betrekken zonder duidelijk te maken in relatie tot welk doel de noodzaak geponeerd wordt. Noodzakelijk waartoe? Is dat enkel de internationale situatie? Is het kennelijk op voorhand geen legitieme keuze om op grond van inhoudelijke overwegingen, waaronder de rechten van vrouwen en kinderen, tegen regulering te zijn? Voor de wetgever is dit kader zeer relevant.

  • De volgende zin roept vragen op: “De benadering in het rapport is dan ook sterk normatief etc.” Dit klinkt als een diskwalificatie. Normativiteit en empirie horen echter hand in hand te gaan. In de wetenschapstoets is juist onduidelijk welke plaats normatieve/ethische en juridische kaders hebben bij de beoordeling van de wenselijkheid van een regeling voor draagmoederschap, juist om de relatie met empirische studies te kunnen afwegen. Wat is voor de wetgever de status van het argument: ‘het gebeurt, dus we moeten het reguleren’?

  • De TK-wetenschappers volstaan met de opmerking dat het de vraag is in hoeverre internationale samenwerking om draagmoederschap te ontmoedigen mogelijk is. Enige duiding van een weg naar alternatieven (langere termijn) en de status van een wettelijke regeling (korte termijn) in relatie daartoe ontbreekt. Onduidelijk is in dit verband ook hoe de wetenschappers kijken naar de resoluties van het Europees Parlement, Richtlijn (EU) 2024/1712 en de Verklaring van Casablanca.

  • In aansluiting bij het voorgaande is niet duidelijk hoe de wetenschappers reflecteren op de lessen die volgens de commissie-Joustra (februari 2021) getrokken moeten worden ten aanzien van draagmoederschap uit de misstanden bij interlandelijke adoptie. Het ontbreekt hierbij ook aan duiding waarom interlandelijke adoptie steeds verder wordt beperkt, terwijl mogelijkheden voor draagmoederschap wettelijk zouden moeten worden erkend en verruimd.

  • De toets suggereert dat draagmoederschap niet stopgezet zou kunnen worden vanwege de rechten van kinderen op erkenning onder het IVRK en EVRM. Dat lijkt geen juiste weergave. Het waarborgen van deze rechten van kinderen noodzaakt overheden niet per se tot het wettelijk regelen van draagmoederschap.

Vragen aan de wetenschappers:

  1. Willen de wetenschappers ten minste de relatie tussen de noodzaak en het beoogde doel expliciet benoemen en de zinnen over het stopzetten van draagmoederschap in relatie tot de rechten van het kind nog eens wegen?

  2. Kunnen de wetenschappers in de toets aangeven hoe een wettelijke regeling zich verhoudt tot alternatieven voor de langere termijn en hoe bestaande rapporten en initiatieven in dat licht moeten worden gewogen?

D. Integraal beeld van effecten draagmoederschap

Het is voor de commissie belangrijk om in voldoende mate kennis te kunnen nemen van de relevante aspecten die te maken hebben met draagmoederschap.

  • Het is opvallend dat de TK-wetenschappers zich in hun onderbouwing concentreren op studies over hechting en sensitiviteit. Voor de wetgever en de politiek zijn ook andere perspectief relevant, zowel vanuit het perspectief van de draagmoeder als het kind. Bijvoorbeeld: Hoe verhoudt draagmoederschap zich tot het recht van het kind om uit de biologische moeder geboren te worden, mede in het licht van de juridische basisnorm over de moeder? Wat betekent een wettelijke regeling voor het recht van de vrouw om niet enkel als middel voor het realiseren van andermans wens gezien te worden? Hoe verhoudt de gestelde noodzaak van een wettelijke regeling zich tot het belang van het kind als primaire overweging op grond van het IVRK?

  • Het is onduidelijk waarop de TK-wetenschappers hun stelling baseren dat de conclusie niet te trekken valt dat snelle overdracht van het kind na de geboorte schadelijk kan zijn voor de gehechtheidsontwikkeling. De verwijzing naar het WODC-rapport is niet concludent, want deze studie zegt niet dat dit risico niet bestaat maar benadrukt vooral de inzet om het risico te neutraliseren. De formulering van het VN-rapport is juist erg genunanceerd (‘kan schadelijk zijn’) en zal wetenschappelijk gezien vermoedelijk moeilijk te bestrijden zijn.

  • Het wordt uit de wetenschapstoets niet duidelijk hoe de opstellers internationale overzichtsstudies wegen die wijzen op het belang van hechting in de prenatale fase, bijvoorbeeld de studie die de VN-rapporteur noemt (2017):
    Thieme E-Journals - American Journal of Perinatology / Abstract.
    Ook Nederlands onderzoek (2023) wijst bijvoorbeeld op het belang van de emotionele moeder-kindbinding die ontstaat tijdens de zwangerschap: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37544195/
    Het is verder niet duidelijk hoe de TK-wetenschappers studies wegen die ingaan op de negatieve effecten van directe neonatale scheiding van moeder en kind.
    Het WODC-onderzoek uit 2024 gaat zeer summier in op de effecten van scheiding tussen draagmoeder en kind en de verwijzing hiernaar lijkt dus niet op voorhand toereikend.

  • De directe medische effecten voor de draagmoeder lijken in de toets niet geadresseerd te worden, terwijl deze voor de wetgever een bijzonder relevant aspect kunnen zijn. Uit verschillende, recente (overzichts)studies blijkt dat die negatieve effecten er kunnen zijn. Zie bijvoorbeeld:
    https://www.mdpi.com/1422-0067/24/18/13945
    https://obgyn.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/1471-0528.13910

Vragen aan de wetenschappers:

  1. Willen de wetenschappers hun bewering over de mogelijk schadelijke gevolgen van snelle overdracht van het kind nog eens wegen?

  2. Op welke wijze geven de wetenschappers rekenschap van de brede kennis die beschikbaar is ten aanzien van medische (waaronder psychologische) effecten van de directe scheiding tussen moeder en kind en de verhoogde risico’s op medische problemen tijdens de zwangerschap?

  3. In hoeverre willen de wetenschappers in de toets rekenschap geven van de risico’s voor vrouwen van hoogtechnologisch draagmoederschap?