Reactie op de brief van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) over het wetsvoorstel inzake Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (Kamerstuk 36677)
Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie
Brief regering
Nummer: 2026D14086, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-26 13:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
- Publiekssamenvatting wetswijziging Embryowet
- Beslisnota bij Kamerbrief over reactie de brief van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) over het wetsvoorstel inzake Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (Kamerstuk 36677)
Onderdeel van kamerstukdossier 36677 -7 Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie.
Onderdeel van zaak 2026Z06248:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-03-31 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-08 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 26 maart 2026
Betreft Verzoek om reactie op brief over wetsvoorstel Wijziging van de Embryowet naar aanleiding van de derde wetsevaluatie (36677)
Geachte voorzitter,
Op 11 februari heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport de toenmalig minister van VWS verzocht te reageren op een brief van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV). De brief van de NPV bevat een reactie op het wijzigingsvoorstel van de Embryowet van de regering. Allereerst wil ik de NPV bedanken voor de brief en de betrokkenheid bij het maatschappelijk debat over de Embryowet. In onderstaande reactie ga ik in op de reflecties van de NPV over verschillende onderdelen van de Embryowet en het wijzigingsvoorstel van de regering. Als bijlage bij deze brief voeg ik de publiekssamenvatting over de wetswijziging bij. Hierin staan de aanleiding van het wijzigingsvoorstel en de belangrijkste aanpassingen samengevat.
Nieuwe ontwikkelingen
De NPV schrijft in haar brief over verschillende nieuwe technieken om zogenaamde ‘embryomodellen’ te maken. Dit zijn structuren van cellen die sterk lijken op embryo’s, maar die op een andere manier tot stand komen. De aanleiding van het wijzigingsvoorstel van de regering ligt bij deze nieuwe wetenschappelijke mogelijkheden. Op grond van de huidige wet is het namelijk niet duidelijk in hoeverre voor onderzoek met embryomodellen dezelfde regels gelden als voor onderzoek met ‘klassieke’ embryo’s.
De NPV legt in haar brief de belangrijkste nieuwe technieken kort uit. Zo beschrijft de NPV de mogelijkheid om stamcellen om te vormen tot ei- en zaadcellen (in vitro gametogenese, IVG) waarmee – in theorie – een embryo tot stand kan worden gebracht. Ook beschrijft de NPV de techniek waarbij stamcellen bijeen worden gebracht en samen een embryo-like structure (ELS) vormen.
Het wijzigingsvoorstel van het kabinet beoogt om duidelijkheid te bieden over de regulering van dergelijk onderzoek. De juridische definitie van ‘embryo’ wordt in het wetsvoorstel aangepast, zodat embryomodellen onder de Embryowet worden gereguleerd wanneer ze een ‘klassiek’ embryo volledig nabootsen. Een ‘intacte’ ELS valt daarmee onder de Embryowet, een ELS die een embryo slechts gedeeltelijk nabootst (‘niet-intact’) niet.
De huidige en voorgestelde definitie van embryo
In het eerste deel van de brief stelt de NPV dat de huidige definitie in de Embryowet onjuist is. De huidige Embryowet definieert een embryo als ‘een cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens’. De NPV schrijft dat dit niet klopt omdat een embryo al een mens (in ontwikkeling) is. Later in de brief benoemt de NPV ook dat bepaalde embryomodellen met de definitiewijziging in het wetsvoorstel worden gelijkgesteld aan een embryo, en dus aan beginnend menselijk leven.
Het kabinet erkent dat er vanuit verschillende levensbeschouwelijke perspectieven verschillende antwoorden zijn op de vragen wanneer menselijk leven begint en in hoeverre entiteiten die (sterk) lijken op embryo’s gelijkwaardig zijn aan ‘klassieke’ embryo’s. In de Embryowet staat aangegeven wanneer er volgens de wet sprake is van een embryo. De juridische definitie heeft primair als doel om het toepassingsbereik van de wet te bepalen en duidelijkheid te bieden over welke regelgevende kaders op welke entiteiten van toepassing zijn. De definities in de huidige Embryowet en in het wetsvoorstel van de regering zijn niet bedoeld om levensbeschouwelijk te duiden wat beginnend menselijk leven is. De Embryowet creëert dit juridische kader weliswaar mede op basis van een morele belangenafweging, maar definieert daarmee nog geen morele gelijkwaardigheid.
Randvoorwaarden voor ELS
De NVP stelt dat het wetsvoorstel van de regering geen bescherming zou bieden aan ELS die onder de nieuwe definitie van embryo vallen, omdat het kweekverbod1 daarop niet van toepassing is verklaard. Het kweekverbod is echter niet de enige waarborg voor een zorgvuldige omgang met embryo’s. Het wetsvoorstel biedt verschillende waarborgen die ook voor betreffende ELS zullen gelden, waaronder de ontwikkelingsgrens en de medisch-ethische toetsing.
Daarnaast wijst de NPV op de mogelijke gevolgen van het initiatiefwetsvoorstel van de leden Paternotte en Bevers,2 dat recent is aangenomen door de Tweede Kamer. Dit initiatiefwetsvoorstel dient ertoe om het kweekverbod op te heffen. De NPV wijst erop dat, als dit initiatiefwetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, embryo’s tot stand mogen worden gebracht voor transplantatiedoeleinden. Voor dit doel zouden dus, in theorie, ook intacte ELS tot stand mogen worden gebracht. De NPV noemt in dit verband het mogelijke streven van onderzoekers om vanuit deze ELS complexe organen te kweken. Dit is echter om verschillende redenen geen reële mogelijkheid. In de eerste plaats omdat voor deze ELS een ontwikkelgrens van veertien dagen geldt, en er een veel verdere mate van ontwikkeling nodig zou zijn voor het ‘oogsten’ van weefsels of organen. Ook voor het ‘oogsten’ van lichaamseigen stamcellen voor transplantatiedoeleinden is het tot stand brengen van ELS geen logische route. Immers, juist voor het tot stand brengen van deze ELS zijn diezelfde pluripotente stamcellen nodig.
Klonen
De NPV benoemt dat een ELS kan worden gezien als een kloon van het individu wiens lichaamscellen zijn gebruikt. Het valt de NPV op dat de regering het woord ‘kloon’ desondanks niet gebruikt bij het omschrijven van ELS. Het kabinet gebruikt het woord ‘kloon’ inderdaad vooral wanneer het gaat om reproductieve doeleinden (het tot stand brengen van een zwangerschap). Dit is immers waar het ‘kloneringsverbod’3 in de Embryowet zich op richt: het verbieden van handelingen met geslachtscellen of embryo's met het oogmerk van de geboorte van genetisch identieke menselijke individuen.
Het toepassen van kloneringstechnieken voor onderzoeksdoeleinden (bijvoorbeeld het tot stand brengen van bepaalde ELS) is geen ‘klonen’ in de context van dit ‘kloneringsverbod’. Als het ooit mogelijk wordt om een zwangerschap tot stand te brengen met een intacte ELS, zou sprake zijn van reproductief klonen, wat verboden is. Dat staat ook expliciet uitgelegd in de memorie van toelichting bij het wijzigingsvoorstel.4
Onderscheid tussen ‘intacte’ en ‘niet-intacte’ embryomodellen
De NPV schrijft dat de categorieën ‘intact’ en ‘niet-intact’, waarop het wetsvoorstel zich baseert, inmiddels zijn komen te vervallen. De NPV verwijst hierbij naar de richtlijn van de International Society for Stem Cell Research (ISSCR).5 De ISSCR adviseert inderdaad om dit onderscheid los te laten. De reden die de ISSCR hiervoor heeft is dat – met de huidige stand van de wetenschap – het aannemelijk is dat er embryomodellen kunnen worden gemaakt die een vergelijkbaar ontwikkelpotentieel hebben als een ‘klassiek’ embryo, maar waarin sommige celtypen ontbreken.6 Deze zouden, volgens de voormalige ISSCR-richtlijnen, als ‘niet-intact’ worden gekwalificeerd terwijl ze dezelfde ontwikkelpotentie kunnen hebben als een ‘klassiek’ embryo.
Het is belangrijk om te benadrukken dat de ISSCR het principe hanteerde dat een ‘intact’ embryomodel alle benodigde celtypen bevat. Hoewel in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel de termen ‘intact’ en ‘niet-intact’ wel worden gebruikt, houdt het voorgestelde juridische onderscheid in de Embryowet wel rekening met het door de ISSCR gesignaleerde probleem. Een ‘intact’ embryomodel wordt in het wetsvoorstel namelijk niet gedefinieerd als een model met alle celtypen, maar als een model waarin alle essentiële functies voor doorgaande ontwikkeling ontstaan. In lijn met de rationale van het recente advies van de ISSCR, heeft de regering die essentiële functies bewust niet gedefinieerd. Zo wordt rekening gehouden met de wetenschappelijke ontwikkelingen waar ook de ISSCR naar verwijst. Het is denkbaar dat bepaalde functies door technische ontwikkelingen niet meer als essentieel worden gezien. Bijvoorbeeld: wanneer placentavoorlopercellen kunnen worden vervangen door een artificiële placenta,
vervullen deze cellen geen essentiële functie meer. Dan zou een embryomodel zonder placentavoorloper cellen dus alsnog ‘intact’ zijn op grond van de Embryowet, en onder de Embryowet worden gereguleerd.
De ISSCR schrijft in algemene zin dat voor alle embryomodellen wetenschappelijke en ethische procedures nodig zijn die passen bij de complexiteit van het model. Ook dat is in lijn met de voorgestelde wettelijke kaders. Embryomodellen die niet onder de Embryowet vallen, worden gereguleerd onder het Wetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal (Wzl).7 Dat betekent onder andere dat medisch-ethische toetsing verplicht is. Daarnaast biedt de Wzl ook de mogelijkheid van fijnmaziger regulering, zoals het aanwijzen van sensitieve toepassingen en de mogelijkheid om bepaalde gebruiksdoelen voor lichaamsmateriaal – als dat bijvoorbeeld op basis van ethische of maatschappelijke gronden gewenst blijkt – te verbieden.
Tot slot
De NPV roept in haar conclusies op om de definitie van menselijk leven niet verder te vertroebelen. Ook schrijft de NPV dat het wetsvoorstel leidt tot legalisatie van uiterst onwenselijke (kloon)experimenten. Zoals eerder in deze brief is toegelicht beoogt de Embryowet een duidelijk juridisch kader te bieden, niet om morele gelijkwaardigheid te definiëren. Het wijzigingsvoorstel bevat geen nieuwe verruiming van de Embryowet. Ook is er geen sprake van ‘legalisering’ doordat bepaalde entiteiten onder de definitie worden gebracht. Onderzoek met entiteiten die momenteel niet onder de definitie van embryo vallen, zijn immers op dit moment niet verboden. Kortom: de wetswijziging introduceert juist regulering waar die nu ontbreekt of onduidelijk is. Volgens het kabinet bevat het voorliggende wijzigingsvoorstel een evenwichtige balans tussen de bescherming van beginnend menselijk leven enerzijds en vooruitgang van de wetenschap anderzijds.
Het kabinet hoopt de NPV en de Kamer via deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Sophie Hermans
Het huidige verbod op het tot stand brengen van embryo’s voor onderzoeksdoeleinden↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 36417 nr. 6↩︎
Artikel 24f van de Embryowet↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 36 677, nr. 3, p. 36 hoofdstuk 3, onderdeel 3.1.↩︎
Guidelines for Stem Cell Research and Clinical Translation', International Society for Stem Cell Research (ISSCR), https://www.isscr.org/guidelines/#guidelinesresources (augustus 2025)↩︎
Stem cell-based embryo models: The 2021 ISSCR stem cell guidelines revisited', Stem Cell Reports, https://www.cell.com/stem-cell-reports/fulltext/S2213-6711(25)00118-3 (10 juni 2025)↩︎
Voorstel van Wet houdende Regels voor handelingen met lichaamsmateriaal, welke worden verricht voor andere doeleinden dan geneeskundige behandeling of diagnostiek van de donor (Wet zeggenschap lichaamsmateriaal) (35844).↩︎