Antwoord op vragen van de leden De Kort en Van Eijk over ‘Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom betalen gemeenten mee’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D14090, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-26 15:03, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Mede namens: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z03096:
- Gericht aan: G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Gericht aan: R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1435
Antwoord van minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 26 maart 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1152
Vraag 1.
Heeft u kennisgenomen van het bericht 'Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom betalen gemeenten mee'?1
Antwoord 1.
Ja, dat heb ik.
Vraag 2.
Deelt u de mening dat carnaval onderdeel is van ons culturele immateriële erfgoed?
Antwoord 2.
Ja, die mening deel ik van harte. Carnaval is een levendige traditie die generaties verbindt, gemeenschappen samenbrengt en een onmiskenbaar onderdeel vormt van het culturele leven in Nederland, zeker in de zuidelijke provincies en Twente.
Vraag 3.
Maakt u zich ook zorgen over de toekomst van carnaval doordat verenigingen onder druk staan van regeldruk en bureaucratie?
Antwoord 3.
De signalen in het genoemde artikel kwamen ook naar voren in de evaluatie van het immaterieel erfgoedbeleid, waarvan de uitkomsten zijn meegenomen in de kamerbrief ‘Immaterieel erfgoed van, voor, door en met iedereen’.2
Deze signalen passen in een bredere zorg over verenigingsleven in Nederland. Om de regeldruk te verminderen zijn al acties in gang gezet (zie vraag 8 en 9). Ook de kabinetsvoornemens om de regeldruk voor vrijwilligersverenigingen te verminderen en de aansprakelijkheid van vrijwilligers te beperken, kunnen in dit licht worden gezien.
Ondanks dat er zorgen zijn heb ik ook veel vertrouwen in de kracht van de carnavalsverenigingen. Ik zie dat carnaval onverminderd van grote waarde is in de zuidelijke provincies en Twente, waar gemeenschappen met veel enthousiasme samen wagens bouwen en carnaval vieren.
Vraag 4.
Bent u van mening dat milieuzones in binnensteden geen belemmering moeten vormen voor praalwagens in optochten?
Antwoord 4.
Gemeenten gaan over de invoering en handhaving van milieuzones en zero-emissiezones. Deze zones hoeven geen belemmering te zijn voor praalwagens in optochten.
Praalwagens en carnavalswagens worden vaak getrokken door (landbouw)tractoren. Tractoren vallen niet onder milieuzones of zero-emissiezones, dus worden hier ook niet door belemmerd.
Op dit moment worden alleen de meest vervuilende dieselbestelauto’s en vrachtwagens geweerd in milieuzones en zero-emissiezones. Mocht een dergelijke dieselbestelauto of vrachtwagen nodig zijn voor het trekken van een praalwagen dan kan een ontheffing mogelijk zijn, bijvoorbeeld via de hardheidsclausule van de gemeente. Daarnaast zijn er dagontheffingen aan te vragen via het landelijke Centraal Loket van de RDW. Dit kan tot twaalf keer per jaar per gemeente.
Vraag 5.
Wat vindt u van de toegenomen eisen die gesteld worden aan vrijwillige verkeersregelaars bij optochten?
Antwoord 5.
De ‘Regeling verkeersregelaars’ is niet aangepast waardoor er geen toegenomen eisen voor verkeersregelaars zijn. Deze regeling voorziet in twee soorten verkeersregelaars: de evenementenverkeersregelaar en de beroepsverkeersregelaar.
Evenementenverkeersregelaars kunnen bij evenementen al eenvoudige verkeersregelende taken uitvoeren na het afleggen van een gratis te volgen e-instructie als opleiding. Voorafgaand aan het evenement is de organisatie verplicht het team van verkeersregelaars nadere instructies te geven, zoals waar iedereen moet staan en wanneer een kruispunt weer kan worden vrijgegeven.
Beroepsverkeersregelaars worden ingezet bij onder andere wegwerkzaamheden en het regelen van verkeer bij complexere verkeerssituaties. Deze verkeersregelaars volgen een opleiding en een praktijkexamen, waarmee een aanstelling als beroepsverkeersregelaar kan worden aangevraagd.
Aan welke eisen een carnavalsvereniging qua verkeersregelaars moet voldoen, is aan de gemeente die de evenementenvergunning verleent. Ook kan het zijn dat bij afgesloten gebieden geen of minder beroepsverkeersregelaars nodig zijn dan wanneer een carnavalsoptocht drukke wegen passeert.
Vraag 6.
Bent u bereid om in gesprek te treden met verzekeraars om deregulering te bewerkstelligen, aangezien de verzekeringsvoorwaarden en bureaucratie in relatie tot praalwagens is toegenomen?
Antwoord 6.
Alle motorrijtuigen, dus ook praalwagens, moeten op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verzekerd zijn voor schade die het motorrijtuig aan derden veroorzaakt. Deze verzekeringsplicht geldt al sinds 1965 en heeft als doel om derden, zoals toeschouwers en personen die op de wagen meerijden, te beschermen.
Ik deel de mening dat onnodige bureaucratie vermeden moet worden. Met dit doel is het voor praalwagens en carnavalsoptochten mogelijk om een collectieve verzekering af te sluiten; een optochtverzekering. Deze optochtverzekering is bedoeld om het bezitters en kentekenhouders van praalwagens makkelijker te maken om een verzekering af te sluiten.
Voor verzekeraars is het mogelijk in de verzekeringsovereenkomst aanvullende voorwaarden te stellen, bijvoorbeeld met het oog op beperking van het risico. Daarbij geldt dat als zich een ongeval met een praalwagen voordoet, dit al snel ernstige gevolgen heeft, nu hierbij veel slachtoffers betrokken kunnen zijn; zowel personen die op de wagen meerijden als omstanders. Het is dan ook van belang dat het risico op een ongeval zo beperkt mogelijk blijft. Er is daarom op dit moment geen aanleiding voor een gesprek met verzekeraars.
Vraag 7.
Deelt u de mening dat er een uitzonderingsmogelijkheid op de kentekenplicht kan gelden voor praalwagens?
Antwoord 7.
In Nederland geldt een kentekenplicht voor een groot gedeelte van de voertuigen die zich op de openbare weg begeven. Het gaat daarbij onder andere om personenauto’s, bedrijfsauto’s/ bestelauto’s, vrachtwagens landbouw- en bosbouwvoertuigen, landbouwaanhangwagens en mobiele machines. Voor praalwagens is de kentekenplicht afhankelijk van het type voertuig dat gebruikt wordt. Dit zorgt ervoor dat de verkeersveiligheid voor zowel bestuurders als omstanders wordt geborgd.
Ik verwijs graag naar de beantwoording van eerder gestelde Kamervragen, waarin verder inhoudelijk op dit vraagstuk wordt ingegaan.3
Vraag 8.
Deelt u de mening dat de stapeling van lokale regels, vergunningseisen en aanvullende voorschriften ertoe leidt dat carnavalsverenigingen onevenredig veel tijd en middelen kwijt zijn aan administratie in plaats van aan het organiseren van optochten? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om deze regeldruk te verminderen?
Antwoord 8.
Uit onderzoek van het Netwerk Levend Erfgoed, mede in het kader van de motie Oostenbrink4, blijkt dat gemeenschappen met festiviteiten in de openbare ruimte, waaronder carnavalsverenigingen, veel vergunningsdruk ervaren. Deze conclusie wordt ook ondersteund door het rapport van het Nationaal Klimaatplatform over de toekomstbestendigheid van de evenementensector, ‘De Toon maakt de muziek’5. Ik ben over dit advies in gesprek met de minister van Klimaat en Groene Groei en de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Binnen de Bestuurlijke Afspraken Cultuurbeoefening 2025-2028 verkennen OCW, VNG en IPO samen met de sector de mogelijkheden om wet- en regelgeving voor vrijwilligersorganisaties -met behoud van veiligheid- laagdrempeliger te maken. Naar aanleiding van de motie Oostenbrink zijn er specifiek voor streekevenementen, zoals carnaval, werksessies met VNG, gemeenten en vrijwilligersorganisaties om te komen tot een werkvorm waarin gemeenten en vrijwilligersorganisaties met elkaar in gesprek gaan over knelpunten die door deze organisaties ervaren worden bij vergunningverlening.
Naar aanleiding van eerder gestelde Kamervragen6 verricht het ministerie van VWS onderzoek naar de regeldruk omtrent praalwagens. Onderzocht wordt hoe tot een lastenverlichting voor carnavalsverenigingen gekomen kan worden. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het tweede kwartaal van 2027 gepubliceerd.
Tot slot wordt de motie Yesilgöz-Zegerius en Bontenbal uitgevoerd7. Deze motie verzoekt de regering om voor eind 2025 een brede inventarisatie op elk departement te doen van welke 500 regels geschrapt of de regeldruk verminderd kan worden8. Hierover worden ministerie-overstijgende overleggen gevoerd.
Vraag 9.
Bent u bereid om, in overleg met gemeenten en veiligheidsregio’s, te bezien hoe meer ruimte kan worden geboden aan initiatieven voor carnavalsoptochten, bijvoorbeeld door het vereenvoudigen van procedures en het creëren van proportionele en werkbare kaders, zodat verenigingen worden gestimuleerd in plaats van belemmerd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9.
Proportionele kaders voor evenementenvergunningen zijn een kabinetsbrede opgave. Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor immaterieel erfgoed pleit ik ervoor dat carnaval en vergelijkbare tradities een herkenbare plek krijgen in deze bredere vereenvoudigingsoperatie. Daarnaast komt veel van de voor carnavalvieringen relevante regelgeving vanuit gemeenten. Via de Bestuurlijke Afspraken Cultuurbeoefening 2025-2028 ben ik in gesprek met gemeenten. Deze gesprekken sluiten ook aan bij de lopende uitvoering van de motie Oostenbrink.
Vraag 10.
Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om carnaval actiever te promoten als immaterieel cultureel erfgoed van Nederland, teneinde het draagvlak en de waardering voor deze traditie te vergroten?
Antwoord 10.
Bewustwording van de culturele en maatschappelijke waarde van immaterieel erfgoed, zoals carnaval, is een belangrijk onderdeel van mijn beleid voor immaterieel erfgoed. Het door mij gefinancierde Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) heeft als een van haar kerntaken het vergroten van de zichtbaarheid van immaterieel erfgoed bij gemeenten, provincies, instellingen en het brede publiek. Een voorbeeld hiervan is de door KIEN gecoördineerde Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland, die de diversiteit van Nederlandse tradities zichtbaar maakt.
Vraag 11.
Kunt u, indachtig het belang van het behoud van Nederlandse tradities, toezeggen dat u zich ervoor zal inzetten dat carnaval niet ten onder gaat aan een overmaat aan regels en bureaucratie, zodat ook toekomstige generaties – van Prins Carnaval tot Raad van Elf – onbezorgd de polonaise kunnen blijven lopen?
Antwoord 11.
Carnaval leeft door de mensen die er jaar in jaar uit hun schouders onder zetten; de wagenbouwers, de bestuursleden en de verkeersregelaars. Het is mijn taak en die van het kabinet om ervoor te zorgen dat de overheid hen daarin ondersteunt en niet belemmert. Dat is de richting die het coalitieakkoord "Aan de slag" bevestigt met de aandacht voor verenigingsleven en het terugdringen van regeldruk voor maatschappelijke organisaties.
NOS, d.d. 1 februari 2026, Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom betalen gemeenten mee https://nos.nl/artikel/2600505-carnavalswagen-bouwen-steeds-duurder-daarom-betalen-gemeenten-mee↩︎
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/04/04/immaterieel-erfgoed-van-voor-door-en-met-iedereen↩︎
2025Z00613&did=2025D05492">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2025Z00613&did=2025D05492↩︎
2025Z16475&did=2025D38150">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2025Z16475&did=2025D38150↩︎
https://www.nationaalklimaatplatform.nl/nieuws12/3198967.aspx?t=Festivals-belangrijke-aanjager-van-verandering-maar-zorgen-over-de-toekomst↩︎
2025Z00613&did=2025D05492">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2025Z00613&did=2025D05492↩︎
Kamerstuk II, 2025/2026, 36800, nr. 16↩︎
Kamerstuk II, 2025/2026, 32637, nr. 741↩︎