Verschillen in strafmaat en kwalificatie bij zaken van bekladding van religieuze instellingen
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D14138, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-26 13:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M.M. Schilder, Tweede Kamerlid (Groep Markuszower)
- Mede ondertekenaar: A.N. Lammers, Tweede Kamerlid (Groep Markuszower)
- Mede ondertekenaar: G. Markuszower, Tweede Kamerlid (Groep Markuszower)
Onderdeel van zaak 2026Z06247:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (π origineel)
(ingezonden 26 maart 2026)
Vragen van de leden Schilder, Lammers en Markuszower (allen Groep Markuszower) aan de minister van Justitie en Veiligheid over verschillen in strafmaat en kwalificatie bij zaken van bekladding van religieuze instellingen
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, onder meer van het Centrum Informatie en Documentatie IsraΓ«l (CIDI), over een uitspraak in een strafzaak rond bekladding van een Joodse instelling[1] en hoe verhoudt deze zich tot een eerdere uitspraak uit 2024 waarbij voor een vergelijkbaar feit tegen een moskee celstraffen zijn opgelegd?[2]
Begrijpt u dat het niet erkennen van een antisemitisch motief in dit soort zaken door de Joodse gemeenschap kan worden ervaren als een gebrek aan erkenning van de ernst van antisemitisme?
Hoe vaak wordt in dit soort zaken uiteindelijk juridisch vastgesteld dat sprake is van antisemitisme en hoe vaak niet? Kunt u concrete cijfers geven?
Deelt u de mening dat het niet vaststellen van een antisemitisch oogmerk in gevallen waarin dat door betrokkenen en de maatschappij in zijn geheel wel zo wordt ervaren juist bijdraagt aan het toenemende antisemitisme in Nederland?
Deelt u de mening dat antisemitisme als motief bij strafbare feiten explicieter en zwaarder meegewogen moet worden in de strafmaat? Zo nee, waarom niet?
Hoe duidt u de verschillen in strafmaat en kwalificatie in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het uitgangspunt van rechtsgelijkheid?
In hoeverre wordt bij incidenten zoals bekladding van Joodse instellingen standaard onderzocht of sprake is van een antisemitisch motief en welke factoren zijn hierbij van belang bij de overweging van de rechter voor het aannemen van een antisemitisch oogmerk? Bent u bereid in overleg met het Openbaar Ministerie en de rechtspraak te bezien of nadere richtlijnen of verduidelijkingen nodig zijn om meer consistentie te bevorderen?
[1] CIDI, 24 maart 2026, Rechter trekt een streep: vernieling van ons pand valt niet onder demonstratierecht (https://www.cidi.nl/rechter-trekt-een-streep-vernieling-van-ons-pand-valt-niet-onder-demonstratierecht/).
[2] NOS, 6 juni 2026, Celstraffen voor bekladden moskee in Heerlen (https://nos.nl/artikel/2523376-celstraffen-voor-bekladden-moskee-in-heerlen).