[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36920 Voorstel van wet inzake wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie)

Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie)

Voorstel van wet

Nummer: 2026D14265, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-26 16:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van kamerstukdossier 36920 -2 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie).

Onderdeel van zaak 2026Z06324:

Preview document (🔗 origineel)


Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie)

VOORSTEL VAN WET

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk en wenselijk is de wetgeving inzake de omzetbelasting aan te passen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2025/516 van de Raad van 11 maart 2025 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk (PbEU L 2025/516), voor wat betreft de bepalingen inzake de bijzondere regelingen voor belastingplichtigen die diensten voor niet belastingplichtigen, afstandsverkopen van goederen of bepaalde binnenlandse goederenleveringen verrichten;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3b, tweede lid, onderdeel a, wordt voor “de goederen door” ingevoegd “voorafgaand aan of uiterlijk op 30 juni 2028”.

B

In artikel 3c, tweede lid, wordt “aan een andere dan ondernemer” vervangen door “aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen op grond van artikel 1a, tweede lid, niet aan belastingen zijn onderworpen, of aan enige andere niet-ondernemer”.

C

Artikel 6k wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt “verleend” vervangen door “verricht” en wordt “naar een andere dan de lidstaat bedoeld in onderdeel a” vervangen door “vanuit de lidstaat, bedoeld in onderdeel a, naar een andere lidstaat”.

2. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De leverancier of dienstverrichter wordt geacht deze keuze te hebben gemaakt indien hij de bijzondere regeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3, toepast.

3. Het vierde lid komt te luiden:

4. Wanneer de lidstaat, bedoeld in het derde lid, Nederland is en de leverancier of dienstverrichter ervoor kiest artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, en artikel 6h toe te passen, laat hij zijn keuze blijken uit zijn administratie. Deze keuze geldt voor ten minste twee kalenderjaren. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de administratie waaruit deze keuze blijkt.

4. Onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

5. De leverancier of dienstverrichter wordt geacht de keuze overeenkomstig het derde lid te hebben gedaan indien hij de bijzondere regeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3, toepast. Deze keuze geldt voor ten minste twee kalenderjaren en in ieder geval zolang die ondernemer de bijzondere regeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3, toepast.

D

In artikel 28ra vervalt “die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft,”.

E

In artikel 28rc, eerste lid, onderdeel c, wordt “de elektronische adressen” vervangen door “het elektronisch adres, en indien beschikbaar”.

F

Artikel 28rj komt te luiden:

Artikel 28rj

1. De niet in de Unie gevestigde ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, past met betrekking tot zijn aan de niet-Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten geen aftrek toe op grond van artikel 168 van BTW-richtlijn 2006 voor de in de lidstaten van verbruik betaalde voorbelasting. Niettegenstaande artikel 1, eerste lid, van de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PbEG 1986, L 326) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijn. De artikelen 2, tweede lid, en 4, tweede lid, van die richtlijn zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met goederenleveringen of diensten die worden gebruikt voor het verrichten van diensten die onder de niet-Unieregeling vallen.

2. Indien de ondernemer die van de niet-Unieregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor belastbare activiteiten die niet onder de niet-Unieregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de niet-Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten in aftrek in de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.

G

Artikel 28sh komt te luiden:

Artikel 28sh

1. De ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, past met betrekking tot zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten geen aftrek toe op grond van artikel 168 van BTW-richtlijn 2006 voor de betaalde voorbelasting. Niettegenstaande artikel 1, eerste lid, van de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PBEG 1986, L 326) en de artikelen 2, eerste lid, 3 en 8, eerste lid, onderdeel e, van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijnen. De artikelen 2, tweede lid, en 4, tweede lid, van genoemde Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met goederenleveringen of diensten die worden gebruikt voor onder de Unieregeling vallende goederenleveringen.

2. Indien de ondernemer die van de Unieregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor belastbare activiteiten die niet onder de Unieregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de Unieregeling onderworpen belastbare activiteiten in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.

H

In artikel 28tb wordt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

4. Het eerste lid is niet van toepassing op ondernemers die een vrijstelling als bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 1, toepassen.

I

In artikel 28te, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, wordt na “het elektronisch adres” ingevoegd “, en indien beschikbaar”.

J

Artikel 28tl, eerste lid, komt te luiden:

1. De ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt, past met betrekking tot de voorbelasting die verband houdt met zijn aan de invoerregeling onderworpen belastbare activiteiten geen btw-aftrek toe in de lidstaten van verbruik op grond van artikel 168 van BTW-richtlijn 2006. Niettegenstaande artikel 1, eerste lid, van de Dertiende Richtlijn 86/560/EEG van de Raad van 17 november 1986 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting – Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (PbEG 1986, L 326) en de artikelen 2, eerste lid, 3 en 8, eerste lid, onderdeel e, van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijnen. De artikelen 2, tweede lid, en 4, tweede lid, van genoemde Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met goederenleveringen of diensten die worden gebruikt voor onder de invoerregeling vallende goederenleveringen.

K

In artikel 32n, vierde lid, wordt “vierde lid” vervangen door “derde lid”.

ARTIKEL II

Een levering van gas via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte-of koudenetten als bedoeld in artikel 5b, derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt voor de toepassing van artikel 28sa van die wet van 1 januari 2027 tot en met 30 juni 2028 beschouwd als een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel w, van die wet indien de goederen worden geleverd aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen op grond van artikel 1a, tweede lid, van die wet niet aan belastingen zijn onderworpen, of aan enige andere niet-ondernemer door een ondernemer die niet is gevestigd in de lidstaat waar de goederen aan belasting zijn onderworpen.

ARTIKEL III

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt met ingang van 1 juli 2028 als volgt gewijzigd:

A

In artikel 12 wordt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot vijfde en zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

4. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt de belasting geheven van degene aan wie de ondernemer de levering verricht of de dienst verleent, indien:

a. het een levering, niet zijnde een levering waarop de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, van toepassing is, of een dienst, niet zijnde een dienst als bedoeld in het tweede lid, betreft;

b. de ondernemer die de levering verricht of de dienst verleent niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend;

c. aan de ondernemer die de levering verricht of de dienst verleent geen btw-identificatienummer in Nederland is toegekend; en

d. aan degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend een btw-identificatienummer in Nederland is toegekend.

B

In artikel 15, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, wordt “vijfde lid” vervangen door “zesde lid”.

C

In artikel 25b, derde lid, onderdeel a, wordt “en vijfde lid” vervangen door “, vierde en zesde lid”.

D

Artikel 28g komt te luiden:

Artikel 28g

Artikel 12, derde en vierde lid, is niet van toepassing op goederenleveringen door een wederverkoper indien deze goederenleveringen zijn onderworpen aan de toepassing van de artikelen 28b, 28c of 28d.

E

Aan hoofdstuk V, afdeling 7, opschrift, wordt toegevoegd ”, of een overbrenging van een eigen goed verrichten”.

F

Artikel 28rg wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. Indien wijzigingen in een reeds ingediende btw-melding vereist zijn vóór de datum waarop deze overeenkomstig artikel 28rf moet worden ingediend, worden deze wijzigingen in die btw-melding opgenomen voor het desbetreffende kalenderkwartaal.

2. In het derde lid (nieuw) wordt “naderhand moet worden gewijzigd” vervangen door “moet worden gewijzigd na de datum waarop de btw-melding moest zijn ingediend overeenkomstig artikel 28rf, eerste lid, tweede zin”.

G

Hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3, opschrift, komt te luiden:

Paragraaf 3. Bijzondere regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, voor bepaalde leveringen van goederen binnen een lidstaat door een ondernemer, en voor diensten verricht door in de Unie doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemers (Unieregeling).

H

Artikel 28s wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b, onder 4°, komt te luiden:

in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft: de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt; of.

2. Aan onderdeel b worden drie subonderdelen toegevoegd, luidende:

5°. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft en indien een levering van goederen plaatsvindt zonder verzending of vervoer of indien de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt, of in het geval van een levering als bedoeld in de artikelen 37 of 39 van de BTW-richtlijn 2006: de lidstaat waarin de levering plaatsvindt; of

6°. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft en indien er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, vermeldt de ondernemer welke van deze lidstaten de lidstaat van identificatie is, waarbij de ondernemer gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze is gebonden; of

7°. in het geval de ondernemer reeds gebruikmaakt van de overbrengingsregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 5: de lidstaat waar deze ondernemer voor die bijzondere regeling reeds is geïdentificeerd.

3. Onderdeel c, onder 3°, komt te luiden:

3°. in het geval van de levering van goederen aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enige andere niet-ondernemer, en de levering geschiedt zonder verzending of vervoer van de geleverde goederen, of indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt: de lidstaat waar de levering wordt verricht;.

4. Aan onderdeel c wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

4°. in het geval van levering van goederen overeenkomstig de artikelen 36, 37 of 39 van de BTW-Richtlijn 2006, waarbij deze levering wordt verricht aan een ondernemer, of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enige andere niet-ondernemer: de lidstaat waar de levering wordt geacht plaats te vinden.

I

Artikel 28sa wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt “indien het vervoer” vervangen door “zonder verzending of vervoer of indien de verzending of vervoer”.

2. Aan het eerste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:

d. een ondernemer die niet is gevestigd in de lidstaat waar de btw verschuldigd is ter zake van een levering van een goed als bedoeld in de artikelen 36, 37 of 39 van de BTW-richtlijn 2006 aan een ondernemer, of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enige andere niet-ondernemer;

e. een ondernemer die niet is gevestigd in de lidstaat waar de btw is verschuldigd ter zake van een levering, voor zover de levering geschiedt zonder verzending of vervoer, of de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt, aan een ondernemer, of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enige andere niet-ondernemer;

f. een ondernemer die niet is gevestigd is de lidstaat waar de goederen zijn overgebracht met toepassing van de overbrengingsregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 5, en ter zake waarvan btw is verschuldigd overeenkomstig de artikelen 16, 18 of 26 van de BTW-richtlijn 2006 of waarvoor een herziening van het recht op aftrek nodig is overeenkomstig titel X, hoofdstuk 5, van de BTW-richtlijn 2006.

J

Artikel 28se wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. goederenleveringen overeenkomstig de artikelen 36, 37 of 39 van de BTW-richtlijn 2006 indien verricht aan een ondernemer, of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enige andere niet-ondernemer;.

2. Aan het eerste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. goederenleveringen, met inbegrip van leveringen die overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, worden gefaciliteerd, indien de levering geschiedt zonder vervoer of verzending, of de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt, aan een ondernemer, of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enige andere niet-ondernemer;

e. goederenleveringen en diensten die overeenkomstig de artikelen 16, 18 of 26 van de BTW-richtlijn 2006 worden verricht na een overbrenging van een goed onder de overbrengingsregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 5.

3. In het tweede lid wordt “achtste lid” vervangen door “zevende lid”.

4. Het derde lid, aanhef, komt te luiden: Wanneer goederen worden geleverd zonder vervoer of verzending, of wanneer goederen worden geleverd met vervoer of verzending vanuit een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie, bevat de btw-melding ook:.

5. Het derde lid, onderdeel d, onder i en ii, wordt vervangen door:

i. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen;

ii. goederenleveringen, met inbegrip van leveringen die overeenkomstig artikel 3c, tweede lid, worden gefaciliteerd, indien de levering geschiedt zonder verzending of vervoer, of de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt, aan een ondernemer, of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enig andere niet-ondernemer;

iii. goederenleveringen overeenkomstig de artikelen 36, 37 of 39 van de BTW-richtlijn 2006, indien verricht aan een ondernemer, of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwerving van goederen krachtens artikel 3, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 niet aan belasting is onderworpen, of enige andere niet-ondernemer; en

iv. goederenleveringen en diensten die overeenkomstig de artikelen 16, 18 of 26 van de BTW-richtlijn 2006 worden verricht na een overbrenging van een goed onder de overbrengingsregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 5.

6. Het vierde lid komt te luiden:

4. De btw-melding bevat het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elke van de desbetreffende lidstaten is toegekend met betrekking tot leveringen als bedoeld in het derde lid, indien beschikbaar.

7. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde tot en met achtste lid tot vijfde tot en met zevende lid.

8. In het vijfde lid (nieuw) wordt “derde, vierde en vijfde lid” vervangen door “derde en vierde lid”.

9. In het zevende lid (nieuw) wordt “naderhand moet worden gewijzigd” vervangen door “moet worden gewijzigd na de datum waarop de btw-melding moest zijn ingediend overeenkomstig artikel 28sd, eerste lid, tweede zin”.

10. Na het zevende lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:

8. Indien een btw-melding moet worden gewijzigd, maar voorafgaand aan het moment waarop de btw-melding uiterlijk moet worden ingediend overeenkomstig artikel 28sd, worden de wijzigingen in die desbetreffende btw-melding opgenomen.

11. Onder vernummering van het negende lid tot elfde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende:

9. Wanneer herziening van recht op aftrek nodig is ter zake van een overbrenging van goederen en ter zake waarvan de overbrengingsregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 5, wordt toegepast, bevat de btw-melding:

a. de relevante informatie naar aanleiding waarvan de herziening heeft plaatsgevonden;

b. de verschuldigde btw; en

c. voor zover van toepassing, het moment van aanvang van de herzieningsperiode na de overbrenging van een roerende zaak waarop de ondernemer afschrijft voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.

10. De btw-melding bevat geen vrijgestelde goederenleveringen of dienstverrichtingen.

K

Artikel 28te wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. de hoedanigheid van de ondernemer die geacht wordt goederen te hebben ontvangen en geleverd als bedoeld in artikel 3c, eerste lid.

2. Aan het derde lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

f. de hoedanigheid van de ondernemer die geacht wordt goederen te hebben ontvangen en geleverd als bedoeld in artikel 3c, eerste lid.

L

Artikel 28ti wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid, onderdeel c, wordt toegevoegd “, voor zover van toepassing”.

2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. Indien een btw-melding moet worden gewijzigd, maar voorafgaand aan het moment waarop de btw-melding uiterlijk moet zijn ingediend overeenkomstig artikel 28th, worden de wijzigingen in die desbetreffende btw-melding opgenomen.

3. In het derde lid (nieuw) wordt “naderhand moet worden gewijzigd” vervangen door “moet worden gewijzigd na de datum waarop de btw-melding moest worden ingediend overeenkomstig artikel 28th, eerste lid, tweede zin”.

M

Aan hoofdstuk V, afdeling 7 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:

Paragraaf 5. Bijzondere regeling voor overbrenging van eigen goederen (overbrengingsregeling)

Artikel 28to

1. Voor de toepassing van deze paragraaf en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:

a. overbrenging van eigen goederen: een overbrenging van goederen naar een andere lidstaat als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 of artikel 3a, eerste lid, met uitzondering van overbrengingen van goederen ter zake waarvan in die lidstaat geen volledig recht op aftrek bestaat voor de betaalde voorbelasting;

b. lidstaat van identificatie:

1°. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in de Unie heeft gevestigd: de lidstaat waar die zetel zich bevindt;

2°. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd: de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft;

3°. in het geval de ondernemer niet in de Unie is gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft: de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt en waarin de ondernemer meldt dat hij van de overbrengingsregeling gebruikmaakt, waarbij de ondernemer gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze is gebonden;

4°. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft: de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt;

5°. in het geval de ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Unie heeft gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft en indien er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, vermeldt de ondernemer welke van deze lidstaten de lidstaat van identificatie is, waarbij de ondernemer gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze is gebonden; of

6°. in het geval de ondernemer reeds gebruikmaakt van de Unieregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 6, paragraaf 3: de lidstaat waar deze ondernemer voor die bijzondere regeling reeds is geïdentificeerd;

c. overbrengingsregeling: de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.

2. Indien de ondernemer niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor identificatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt de identificatie door de inspecteur geweigerd, respectievelijk beëindigd. De weigering of beëindiging geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel 28tp

Een ondernemer die een overbrenging van eigen goederen verricht, kan gebruikmaken van de overbrengingsregeling. Deze overbrengingsregeling is van toepassing op alle aldus verrichte overbrengingen van eigen goederen.

Artikel 28tq

1. De ondernemer die van de overbrengingsregeling gebruikmaakt, doet aan de lidstaat van identificatie opgave van het begin en de beëindiging van zijn activiteit in het kader van de overbrengingsregeling, alsmede de wijziging ervan waardoor hij niet langer voldoet aan de voorwaarden om van de overbrengingsregeling gebruik te mogen maken. Deze informatie wordt langs elektronische weg verstrekt.

2. De ondernemer die kiest voor Nederland als lidstaat van identificatie doet de opgave, bedoeld in het eerste lid, bij de inspecteur.

3. De ondernemer wordt bij de opgave van het begin van zijn onder de overbrengingsregeling vallende activiteiten opgenomen in het identificatieregister overbrengingsregeling.

Artikel 28tr

1. De ondernemer wordt door de lidstaat van identificatie uitgesloten van de overbrengingsregeling en verwijderd uit het identificatieregister in elk van de volgende gevallen:

a. hij meldt dat hij niet langer overbrengingen van eigen goederen verricht die onder de overbrengingsregeling vallen;

b. anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan de overbrengingsregeling onderworpen belastbare activiteiten zijn beëindigd;

c. hij vervult niet langer de voorwaarden om van de overbrengingsregeling gebruik te mogen maken; of

d. hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de overbrengingsregeling.

2. De uitsluiting, bedoeld in het eerste lid, geschiedt ingeval Nederland de lidstaat van identificatie is bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur.

Artikel 28ts

1. De ondernemer die van de overbrengingsregeling gebruikmaakt, dient voor elke kalendermaand langs elektronische weg een btw-melding in bij de lidstaat van identificatie, ongeacht of al dan niet overbrengingen van eigen goederen zijn verricht die onder de overbrengingsregeling vallen. De btw-melding wordt vóór het einde van de kalendermaand volgend op het verstrijken van de kalendermaand waarop de melding betrekking heeft, ingediend.

2. De ondernemer die voor Nederland heeft gekozen als lidstaat van identificatie dient de btw-melding, bedoeld in het eerste lid, in bij de inspecteur.

Artikel 28tt

1. De btw-melding bevat het aan de ondernemer toegekende btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat waar de goederen naar zijn verzonden of vervoerd, het totale bedrag exclusief btw van overbrengingen van eigen goederen die onder de overbrengingsregeling vallen en die zijn verricht gedurende de desbetreffende kalendermaand.

2. De btw-melding bevat ook de wijzigingen met betrekking tot voorgaande belastingtijdvakken, bedoeld in het zevende lid.

3. Wanneer een overbrenging van eigen goederen plaatsvindt vanuit een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie, bevat de btw-melding ook het totale bedrag exclusief btw van overbrengingen van eigen goederen die onder de overbrengingsregeling vallen, voor elke lidstaat van waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd.

4. Met betrekking tot de overbrengingen van eigen goederen, bedoeld in het derde lid, bevat de btw-melding ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van de desbetreffende lidstaten is toegekend, indien beschikbaar.

5. De btw-melding bevat de informatie, bedoeld in het derde en vierde lid, uitgesplitst naar lidstaat waarnaar de goederen zijn verzonden of vervoerd.

6. Indien een btw-melding moet worden gewijzigd, maar voorafgaand aan het moment waarop de btw-melding uiterlijk moet worden ingediend overeenkomstig artikel 28ts, worden de wijzigingen in die desbetreffende btw-melding opgenomen.

7. Indien een reeds ingediende btw-melding moet worden gewijzigd na de datum waarop de btw-melding moest zijn ingediend, bedoeld in artikel 28ts, eerste lid, tweede zin, worden de wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke melding moest worden ingediend overeenkomstig artikel 28ts. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaten waar de goederen naartoe zijn vervoerd of verzonden, het belastingtijdvak en het belastbare bedrag waarvoor de wijzigingen nodig zijn, vermeld.

8. Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.

Artikel 28tu

1. De btw-melding wordt in euro verricht.

2. Indien de overbrengingen van eigen goederen in een andere munteenheid luiden, hanteert de ondernemer die van de overbrengingsregeling gebruikmaakt, bij het invullen van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van de desbetreffende kalendermaand. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.

Artikel 28tv

1. Vrijstelling van belasting wordt verleend voor de intracommunautaire verwerving van goederen waarvoor de overbrenging van goederen in de andere lidstaat onderworpen is aan de overbrengingsregeling, bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 5, van de BTW-richtlijn 2006.

2. De ondernemer die ter zake van een intracommunautaire verwerving de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, toepast, wordt, voor de toepassing van de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, en 15, vierde, zesde en zevende lid, ter zake van die intracommunautaire verwerving geacht de belasting verschuldigd te zijn en die volledig in aftrek te hebben gebracht.

Artikel 28tw

1. De ondernemer die van de overbrengingsregeling gebruikmaakt, past met betrekking tot zijn aan de overbrengingsregeling onderworpen belastbare activiteiten geen aftrek toe als bedoeld in artikel 168 van de BTW-richtlijn 2006 voor de betaalde voorbelasting. In afwijking van artikel 1, eerste lid, van Richtlijn 86/560/EEG en de artikelen 2, eerste lid, 3 en 8, eerste lid, onderdeel e, van Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PbEU 2008, L 44) wordt deze ondernemer teruggaaf verleend overeenkomstig die richtlijnen. De artikelen 2, tweede lid, en 4, tweede lid, van Richtlijn 86/560/EEG zijn niet van toepassing op de teruggaaf die verband houdt met goederenleveringen en dienstverrichtingen die worden gebruikt voor onder de overbrengingsregeling vallende goederenleveringen.

2. Indien de ondernemer die van de overbrengingsregeling gebruikmaakt, in een lidstaat moet worden geïdentificeerd voor activiteiten die niet onder de overbrengingsregeling vallen, brengt hij de in die lidstaat betaalde voorbelasting die verband houdt met zijn aan de overbrengingsregeling onderworpen belastbare activiteiten in aftrek op de overeenkomstig artikel 250 van de BTW-richtlijn 2006 in te dienen aangifte.

Artikel 28tx

1. De ondernemer die van de overbrengingsregeling gebruikmaakt, voert van alle onder de overbrengingsregeling vallende handelingen een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat waar de goederen naar zijn verzonden of vervoerd in staat te stellen de juistheid van de btw-melding te bepalen.

2. Desgevraagd moet de boekhouding, bedoeld in het eerste lid, langs elektronische weg aan de lidstaat van waaruit of waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd en aan de lidstaat van identificatie beschikbaar worden gesteld. De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de handeling is verricht.

N

In artikel 32b, onderdeel b, onder 2°, wordt “artikel 12, tweede, derde of vijfde lid” vervangen door “artikel 12, tweede, derde, vierde of zesde lid”.

O

In artikel 32d, eerste lid, onderdeel b, wordt “vijfde lid” vervangen door “zesde lid”.

P

Na artikel 34a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34aa

Indien een ondernemer voor rekening van een andere ondernemer een overbrenging van goederen verricht naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 17, eerste lid, van de BTW-richtlijn 2006 en artikel 3a, eerste lid, dient deze ondernemer de andere ondernemer te informeren dat de goederen worden of zullen worden overgebracht, voor zover deze overbrenging niet geschiedt op uitdrukkelijk verzoek van de andere ondernemer. De ondernemer informeert de andere ondernemer uiterlijk op het moment van verzending of vervoer van de goederen.

Q

Aan artikel 35a, eerste lid, onderdeel d, wordt toegevoegd “, tenzij is gebruikgemaakt van de overbrengingsregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 5”.

R

Artikel 37a wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid, onderdeel a, wordt toegevoegd “, tenzij is gebruikgemaakt van de overbrengingsregeling, bedoeld in hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 5.

2. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

c. aan wie hij goederen heeft geleverd of voor wie hij diensten heeft verricht die niet belastbaar zijn in Nederland en waarvoor ingevolge artikel 194 van de BTW-richtlijn 2006, voor zover de afnemer voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, of ingevolge artikel 196 van die richtlijn in de lidstaat van de afnemer belasting wordt geheven van de afnemer, tenzij het leveren van dat goed of het verrichten van die dienst in die lidstaat is vrijgesteld;.

S

In artikel 37c, onderdeel b, wordt “ondernemer die in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft, of aan een in Nederland gevestigd lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en aan welke afnemer” vervangen door “afnemer aan wie”.

ARTIKEL IV

De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt met ingang van 1 juli 2029 als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3b vervalt.

B

Artikel 34, tweede lid, onderdelen c en d, vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt.

C

Artikel 37a, eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel c door een punt.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2027. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2027, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2027.

ARTIKEL VI

Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Financiën,