36920 Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport inzake wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie)
Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie)
Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport
Nummer: 2026D14268, datum: 2026-03-20, bijgewerkt: 2026-03-26 16:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: Th.C. de Graaf, vicepresident van de Raad van State
- Mede ondertekenaar: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Onderdeel van kamerstukdossier 36920 -4 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie).
Onderdeel van zaak 2026Z06324:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 18 december 2025, nr. 2025002901, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van
State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan
mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 4 februari 2026, nr.
W06.25.00366/III, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2025, no.2025002901, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de bijzondere regelingen voor ondernemers die diensten verrichten voor andere dan ondernemers, of goederen op afstand verkopen, of bepaalde goederen binnenlands leveren (Wet implementatie Richtlijn Btw in het digitale tijdperk - enkele btw-registratie), met memorie van toelichting.
Inhoud en achtergrond van het voorstel
Het wetsvoorstel implementeert een deel van de Richtlijn (EU) 2025/516 van de Raad van 11 maart 2025 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk, ook wel de ViDA-richtlijn genoemd. 1
Deze richtlijn bevat drie onderwerpen:
1. elektronisch factureren en digitale rapportage
2. platformeconomie en
3. enkele btw-registratie.
Het wetsvoorstel richt zich op de enkele btw-registratie. De overige onderwerpen worden op een later moment door middel van afzonderlijke wetsvoorstellen geïmplementeerd. Het doel van de enkele btw-registratie is het verminderen van de administratieve lasten die voortvloeien uit btw-registraties in meerdere lidstaten. Daartoe wordt het aantal gevallen verminderd waarin een onderneming zich in meerdere lidstaten moet registeren. Dit gebeurt via uitbreiding en aanpassing van zogenoemde éénloketregelingen, ook wel One Stop Shops (OSS) genoemd.
Naast de implementatie van het betreffende onderdeel van de ViDA-richtlijn is volgens de toelichting van de gelegenheid gebruikgemaakt om in het wetsvoorstel enkele wettechnische verbeteringen aan te brengen in de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968), die niet de inhoud raken van het voorliggende wetsvoorstel. 2 Hiermee lijkt bedoeld te zijn dat deze wijzigingen losstaan van de implementatie van de ViDA-richtlijn. Elders vermeldt de toelichting dat het voorstel de gelegenheid biedt om enkele verduidelijkingen en aanpassingen in de bestaande éénloketregelingen door te voeren. 3
Onderscheid implementatie en onderhoud
In implementatiewetgeving kunnen kleinere technische onderhoudswijzigingen4 worden meegenomen. Dit in afwijking van het uitgangspunt dat hierin geen andere regels worden opgenomen dan voor implementatie noodzakelijk zijn. 5 Voor de kenbaarheid is het daarbij belangrijk om tot uitdrukking te brengen dat het voorstel niet is beperkt tot implementatie6 en in de toelichting duidelijk te maken welke wijzigingen zien op implementatie en welke op onderhoud. Dit onderscheid ontbreekt in de toelichting. De toelichting bevat ook geen Europeesrechtelijke paragraaf die ingaat op de eventuele beleidskeuzes en hoe daar uitvoering aan wordt gegeven.
Als onderhoudswijzigingen meer inhoudelijk7 of omvangrijker zijn, ligt het meer in de rede deze op te nemen in een van de jaarlijkse fiscale onderhoudswetten. De toelichting maakt niet duidelijk hoe de in het voorstel opgenomen onderhoudswijzigingen in dat kader geduid moeten worden en zich verhouden tot de Btw-richtlijn 20068 waar de Wet OB 1968 uitvoering aan geeft.
De Afdeling adviseert in de toelichting het onderscheid tussen implementatie en onderhoud tot uitdrukking te brengen en het wetsvoorstel en de toelichting waar nodig hierop aan te passen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal opmerkingen bij het voorstel en adviseert daarmee rekening te houden voordat het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt ingediend.
Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling advisering van de Raad van State (de Afdeling) is de toelichting aangevuld. Daarbij is onder meer een aanvullende overzichtstabel opgenomen en zijn nadere toelichtingen opgenomen in de artikelsgewijze toelichting om inzichtelijk te maken welke onderdelen van het voorstel noodzakelijk zijn voor de implementatie van het betreffende onderdeel van de Richtlijn btw in het digitale tijdperk en welke onderdelen daarvan losstaan en als onderhoudswijzigingen moeten worden aangemerkt. Tevens is toegelicht om welke redenen juist het onderhavige wetsvoorstel het passende wetsvoorstel is voor deze onderhoudswijzigingen.
Het voorliggende wetsvoorstel bevat drie onderhoudswijzigingen die in beginsel geen substantiële beleidswijzigingen behelzen, maar wel een inhoudelijk karakter kunnen hebben. De eerste onderhoudswijziging betreft het laten vervallen van de meldingsverplichting inzake de toepassing van de tegemoetkoming voor kleinere ondernemers, zoals neergelegd in artikel 6k, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968). Deze wijziging is niet noodzakelijk voor de implementatie van het betreffende onderdeel van de Richtlijn btw in het digitale tijdperk (hierna ook: Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie). De richtlijn geeft aanleiding om artikel 6k Wet OB 1968 op andere punten te wijzigen onder meer doordat intracommunautaire afstandsverkopen van goederen vanuit een voorraad in een andere lidstaat niet langer worden meegerekend voor de drempel van € 10.000. Daarom is ervoor gekozen om in dit wetsvoorstel tevens de meldingsverplichting te laten vervallen, ook al schrijft de wijzigingsrichtlijn deze wijziging niet dwingend voor, en volgt deze meldingsverplichting ook niet uit de BTW-richtlijn 2006 zelf. Zoals reeds in de memorie van toelichting is uiteengezet, komt deze meldingsverplichting te vervallen omdat zij niet noodzakelijk is voor controledoeleinden. Het gebruik van de regeling kan reeds voldoende blijken uit de administratie van de ondernemer.
De tweede onderhoudswijziging betreft het schrappen van het vestigingsvereiste in artikel 37c, onderdeel b, Wet OB 1968 met betrekking tot de toepassing van de vereenvoudigde A-B-C-regeling. Ook deze wijziging is niet noodzakelijk voor de implementatie van de Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie. Aan de toepassing van de vereenvoudigde A-B-C-regeling is evenwel de verleggingsregeling van artikel 12, derde lid, Wet OB 1968 verbonden. Het vervallen van het vestigingsvereiste in artikel 37c, onderdeel b, Wet OB 1968 vergt daarom een samenhangende aanpassing van de vereisten van artikel 12 van die wet. De Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie voorziet in een wijziging van genoemd artikel 12 die toereikend is om, na het vervallen van het vestigingsvereiste, de correcte werking van artikel 37c, onderdeel b, Wet OB 1968 te waarborgen. Tegen deze achtergrond is besloten om de wijziging van artikel 37c, onderdeel b, Wet OB 1968 in samenhang met de wijziging van artikel 12 van die wet in dit wetsvoorstel op te nemen.
Ten slotte is een onderhoudswijziging opgenomen in artikel 32n, vierde lid, Wet OB 1968. Daarin wordt de verwijzing naar eerste tot en met vierde lid vervangen door een verwijzing naar het eerste tot en met derde lid, aangezien de oorspronkelijke verwijzing abusievelijk mede naar zichzelf verwees en daarmee niet correct was. Deze wijziging is dus van zuiver redactionele aard.
Voorts merkt de Afdeling op dat in de bij het wetsvoorstel behorende toelichting geen afzonderlijke Europeesrechtelijke paragraaf is opgenomen waarin wordt ingegaan op de beleidsruimte van de Richtlijn btw in het digitale tijdperk– enkele btw-registratie. In de transponeringstabel is toegelicht welke beleidsruimte de richtlijn biedt en op welke wijze daarvan gebruik is gemaakt. Daarbij wordt opgemerkt dat de richtlijn in wezen slechts beleidsruimte laat ten aanzien van de toepassing van de verleggingsregelingen. Deze beleidsruimte is bovendien niet nieuw, maar vloeit voort uit de bestaande BTW-richtlijn 2006 waarvan Nederland reeds gebruik heeft gemaakt. Het voorliggende voorstel maakt geen gebruik van aanvullende of nieuwe beleidsruimte. Gelet hierop is ervan afgezien een afzonderlijke Europeesrechtelijke paragraaf op te nemen en is volstaan met een toelichting in de transponeringstabel.
Ten slotte zijn in het voorstel van wet en de memorie van toelichting nog enkele overige wijzigingen aangebracht. Dit betreft redactionele verbeteringen, waaronder correcties van abusievelijk onjuist vermelde data van inwerkingtreding in het algemeen deel.
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de
gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te
zenden.
De Staatssecretaris van Financiën,
Eelco Eerenberg
ViDA staat voor VAT in the Digital Age.↩︎
Memorie van toelichting, algemeen, paragraaf 1.↩︎
Memorie van toelichting, algemeen, paragraaf 3.↩︎
Zoals het aanpassen van een verwijzing.↩︎
Aanwijzing 9.4 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.↩︎
Dit kan in het opschrift en de considerans van het voorstel en in de toelichting.↩︎
Zoals het wijzigen van terminologie.↩︎
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.↩︎