[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Memorie van toelichting

Goedkeuring van het op 16 december 2025 te ‘s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne (Trb. 2025, 101 en Trb. 2026, 24)

Memorie van toelichting

Nummer: 2026D14312, datum: 2026-03-25, bijgewerkt: 2026-03-26 17:25, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36921 -3 Goedkeuring van het op 16 december 2025 te ‘s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne (Trb. 2025, 101 en Trb. 2026, 24).

Onderdeel van zaak 2026Z06345:

Preview document (🔗 origineel)


Goedkeuring van het op 16 december 2025 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot oprichting van een internationale Schadevergoedingscommissie voor Oekraïne (Trb. 2025, 101)

MEMORIE VAN TOELICHTING

  1. ALGEMEEN

  1. Inleiding

Op 16 december 2025 kwam te ‘s-Gravenhage het Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne tot stand (Trb. 2025, 101) (hierna: het Verdrag). Het doel van dit Verdrag is de oprichting van een schadevergoedingscommissie1 die vorderingen zal behandelen en compensatie zal kunnen vaststellen voor de geleden schade als gevolg van Russische agressie in Oekraïne. Het Verdrag zal een ‘open verdrag van de Raad van Europa’ zijn (zie de preambule), waardoor ook andere regionale integratie organisaties dan de EU en staten en die geen lid zijn van de Raad van Europa partij kunnen worden bij het Verdrag, hetgeen het internationale karakter benadrukt en de legitimiteit van de schadevergoedingscommissie ten goede komt.

  1. Hoofdlijnen van het voorstel

Internationale veiligheidscontext, probleemschets en juridisch kader

Na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne op 24 februari 2022 is Nederland in november van dat jaar door de Oekraïense president Zelensky gevraagd een voortrekkersrol te nemen op punt 7 (‘herstel van gerechtigheid voor Oekraïne) van Zelensky’s 10-puntenplan voor vrede.2 Volgens Oekraïne past dit goed bij het Nederlandse profiel, nu Nederland algemeen en internationaal wordt gezien als één van de meest vooraanstaande hoeders van het internationale recht en de internationale rechtsorde. Ook was er reeds nauwe samenwerking met Oekraïne op het MH17-dossier, waarin ook recht gezocht wordt voor de nabestaanden, evenals het niet onbestraft laten van de daders.

Nederland heeft hierop instemmend gereageerd en werkt nauw samen met verschillende instellingen en landen op dit terrein. De opdracht sluit aan bij de taak in artikel 90 van de Grondwet, dat Nederland verplicht de internationale rechtsorde te bevorderen. Daarnaast past de rol bij het Nederlandse profiel, met Den Haag als internationale stad van vrede en recht en als vestigingsplaats van inmiddels een brede waaier aan internationale hoven, tribunalen en overige instellingen. Hierbij kan worden gedacht aan het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne (ICPA), dat is ingebed in Eurojust en in juli 2023 is ontstaan om reeds onderzoeken naar het misdrijf agressie in en tegen Oekraïne voor te bereiden en ter hand te nemen. Voor Nederland staat gerechtigheid, de strijd tegen straffeloosheid en compensatie voor geleden schade daarnaast centraal als een belangrijk onderdeel van een duurzame en rechtvaardige vrede in Oekraïne.

Op 14 november 2022 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties resolutie ES-11/5 aangenomen, getiteld ‘Furtherance of remedy and reparation for aggression against Ukraine’. Deze resolutie riep op tot het oprichten van een internationaal mechanisme voor herstel van schade, verlies en letsel in Oekraïne, alsmede een register om schadeclaims en bewijs vast te leggen. Nederland faciliteerde deze resolutie en stond daarmee aan de wieg van het genoemde register. Dit register van schade veroorzaakt door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne’ (hierna: het schaderegister) is bij de top van de Raad van Europa van 16 en 17 mei 2023 opgericht en middels het op 14 juli 2023 tot stand gekomen Gastlandverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Raad van Europa betreffende de zetel van het register van schade veroorzaakt door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne (Trb. 2023, 81) in Den Haag gevestigd. Het is in april 2024 gestart met de registratie van schadeclaims. Het Schaderegister is, conform voornoemde Resolutie ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de eerste pijler onder een volledig compensatiemechanisme voor burgers, bedrijven en de Oekraïense overheid dat vorderingen zal kunnen vaststellen voor de geleden schade als gevolg van Russische agressie, welk mechanisme verder zal bestaan uit een schadevergoedingscommissie. Als derde component wordt een schadefonds voorzien.

Na vier voorbereidende bijeenkomsten zijn eind maart 2025 de daadwerkelijke internationale onderhandelingen in Den Haag over een oprichtingsverdrag voor een schadevergoedingscommissie van start gegaan. Er namen meer dan 50 staten deel, alsmede de Europese Unie en de Raad van Europa, onder wiens auspiciën de laatste onderhandelingsronde plaatsvond. Op 12 september 2025 is op werkniveau de tekst van een oprichtingsverdrag overeengekomen. Op 22 oktober 2025 is het ontwerpverdrag door het Comité van Ministers van de Raad van Europa aangenomen. De schadevergoedingscommissie wordt opgericht bij multilateraal verdrag (een open-verdrag van de Raad van Europa) en zal als zelfstandig internationaal rechtspersoon onder het raamwerk van de Raad van Europa vallen. Het zal worden gefinancierd vanuit verplichte financiële bijdragen van leden van de schadevergoedingscommissie.

Tijdens de voorbereidende bijeenkomsten en de onderhandelingen lag de vraag voor of de schadevergoedingscommissie opgericht zou moeten worden op dezelfde wijze als de oprichting van het Schaderegister (dat wil zeggen via een Enlarged Partial Agreement (EPA), een politiek besluit van het Comité van Ministers van de Raad van Europa) of via een multilateraal verdrag al dan niet binnen het raamwerk van de Raad van Europa.

Uiteindelijk werd bij consensus besloten dat de schadevergoedingscommissie bij multilateraal verdrag opgericht zou moeten worden. Een belangrijke overweging daarbij was dat het instrument bepalingen bevat die verplichtingen bevat voor de Verdragspartijen (zoals op het gebied van contributie en de verplichting tot opheffing van de schadevergoedingscommissie onder bepaalde omstandigheden), maar ook bindende juridische consequenties voor claimanten (de onmogelijkheid om besluiten van de schadevergoedingscommissie op nationaal niveau af te dwingen).

Op grond van overwegingen van effectiviteit en efficiëntie is uiteindelijk tevens bij consensus besloten om de schadevergoedingscommissie in te bedden in het raamwerk van de Raad van Europa. Op die wijze kan gebruik worden gemaakt van het bestaande (juridische en administratieve) kader van de Raad van Europa, zoals financiële- en stafaangelegenheden, waaronder bestaande financiële controle procedures en procedures op het gebied van arbeidsrechtelijke geschillen.

Met de totstandkoming van een schadevergoedingscommissie moet niet uit het oog moet worden verloren dat de totstandkoming van de derde pijler onder het compensatiemechanisme, dat wil zeggen een schadefonds, een uitdagende taak zal worden nu dat met financiële middelen gevuld dient te worden. Dit raakt aan de Russische aansprakelijkheid voor het compenseren van schade. In het onderhavige Verdrag staat uitdrukkelijk vermeld in artikel 21 dat de Russische Federatie de rechtsgevolgen van haar internationaal onrechtmatige handelen moet dragen, met inbegrip van het bieden van rechtsherstel, inclusief het vergoeden van schade. Het artikel bevestigt daarnaast dat de staten die lid zijn van de schadevergoedingscommissie (dus: de Verdragspartijen) niet verplicht zijn om de vastgestelde en verschuldigde schadevergoeding te financieren, met uitzondering van de Russische Federatie indien zij lid wordt van de schadevergoedingscommissie (zie ook hier onder, in de artikelsgewijze toelichting).

  1. Een ieder verbindende verdragsbepalingen

Naar het oordeel van de regering zijn de bepalingen van het Verdrag bestemd om alleen de overheid te binden in haar betrekking tot andere staten. Zoals hieronder toegelicht in hoofdstuk B.II in relatie tot het mandaat van de schadevergoedingscommissie, kunnen natuurlijke of rechtspersonen wel onder de daar genoemde voorwaarden claims indienen bij de schadevergoedingscommissie, maar kan een beslissing niet voor de nationale rechter worden afgedwongen. Naar het oordeel van de regering bevat het Verdrag derhalve geen een ieder verbindende bepalingen in de zin van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, die aan natuurlijke personen of rechtspersonen rechten of bevoegdheden toekennen of plichten opleggen.

  1. Koninkrijkspositie

Het Verdrag zal, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, alleen voor het Europese deel van Nederland gelden.

  1. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Hoofdstuk I: Definities (artikel 1)

Artikel 1 van het Verdrag bevat de begripsomschrijvingen van in het Verdrag gebruikte termen.

Hoofstuk II: Oprichting, mandaat en taken van de schadevergoedingscommissie (artikelen 2-3)

Artikel 2 stelt dat de schadevergoedingscommissie door middel van het Verdrag als onafhankelijk orgaan wordt opgericht binnen het raamwerk van de Raad van Europa. Dit betekent echter niet dat de organisatie door de Raad van Europa zelf wordt opgericht (de Raad van Europa kan ook geen partij worden bij het Verdrag), zoals dat het geval was bij het Schaderegister (opgericht middels een EPA). Het betekent dat de schadevergoedingscommissie institutioneel is ingebed in het raamwerk van de Raad van Europa. Dit komt de effectiviteit en efficiëntie van de organisatie ten goede. Zo zullen bijvoorbeeld de reeds bestaande financiële regels van de Raad van Europa van toepassing zijn op de organisatie (artikel 23, zesde lid) en zullen ook de stafregels van de Raad van Europa gelden voor medewerkers van het Secretariaat van de schadevergoedingscommissie (artikel 14, derde lid). De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa heeft onder het Verdrag eveneens bepaalde verantwoordelijkheden in het kader van de schadevergoedingscommissie (zie hieronder).

Het mandaat van de schadevergoedingscommissie is neergelegd in artikel 3. De schadevergoedingscommissie is een administratieve entiteit die beslist over claims tot compensatie van schade, verlies of letsel veroorzaakt door internationale onrechtmatige handelingen begaan door de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, met inbegrip van de door de Russische Federatie gepleegde agressie in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties evenals alle schendingen door de Russische Federatie van het humanitair oorlogsrecht en het internationaal recht inzake mensenrechten.

Het mandaat van de schadevergoedingscommissie wordt in artikel 3 gelimiteerd door drie cumulatieve criteria. Ten eerste is het mandaat van de schadevergoedingscommissie beperkt in de tijd: een schadeclaim dient betrekking te hebben op genoemde handelingen van de Russische Federatie die hebben plaatsgevonden op of sinds 24 februari 2022 Dit is de datum waarop de grootschalige Russische invasie van Oekraïne plaatsvond en in welk verband de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Resolutie ES-11/5 aannam waarin het handelen van de Russische Federatie als agressie wordt aangemerkt. De preambule van het Verdrag en artikel 33 van het Verdrag laten uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat de leden (Verdragspartijen) van de schadevergoedingscommissie op enig moment besluiten het mandaat van de schadevergoedingscommissie uit te breiden tot het in behandeling nemen van claims vanaf 20 februari 2014 (de datum waarop de Russische Federatie begon met de annexatie van de Krim) door middel van een verdragswijziging.

Ten tweede is het mandaat van de schadevergoedingscommissie beperkt tot de geografische locatie waar de gebeurtenissen plaatsvonden, namelijk binnen het grondgebied van Oekraïne en andere gebieden onder de rechtsmacht van Oekraïne.

Tot slot kan de schadevergoedingscommissie slechts claims in behandeling nemen die afkomstig zijn van natuurlijke of rechtspersonen, alsmede de staat Oekraïne, waaronder Oekraïense regionale en lokale autoriteiten en entiteiten die staatseigendom zijn van Oekraïne of onder de controle van Oekraïne vallen.

Ten aanzien van ingediende claims die niet aan de genoemde criteria voldoen is de schadevergoedingscommissie dus niet bevoegd.

Het is in dit verband van belang op te merken dat de schadevergoedingscommissie geen rechtbank of een andere vorm van een geschillenbeslechtingsinstantie is, maar een administratieve entiteit die beslist over claims voor compensatie van schade, verlies of letsel veroorzaakt door internationale onrechtmatige handelingen begaan door de Russische Federatie in of tegen Oekraïne. In die zin is de schadevergoedingscommissie vergelijkbaar met de United Nations Compensation Commission welke door de Verenigde Naties in 1991 was ingesteld na de Irak oorlog (zie paragraaf 20 van Rapport S/22559 van 2 mei 1991 van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties). De schadevergoedingscommissie zal op basis van het ingebrachte bewijs bepalen of een claim ontvankelijk is op basis van de in artikel 3 genoemde criteria. Wanneer deze ontvankelijk wordt geacht, zal de schadevergoedingscommissie, mogelijk met behulp van externe experts, vaststellen wat de omvang van de toegebrachte schade in het kader van de ingediende claim is en vervolgens het bedrag aan compensatie vaststellen dat in elk specifiek geval of gebundelde gevallen verschuldigd is.

De schadevergoedingscommissie zal in het behandelen van de claims uit gaan van het gegeven dat de Russische Federatie aansprakelijk is voor alle schade die een gevolg is van haar onrechtmatig handelen onder internationaal recht (artikel 3, vierde lid). Dit betekent dat de schadevergoedingscommissie niet per claim behoeft vast te stellen of de schade een gevolg is van een handelen van de Russische Federatie dat onrechtmatig is onder internationaal recht. De schadevergoedingscommissie zal evenwel moeten oordelen of de schade direct of indirect veroorzaakt is door de Russische Federatie en niet onder internationaal recht toerekenbaar is aan een derde partij.

De beslissing van de schadevergoedingscommissie met betrekking tot de omvang van de toegebrachte schade en de daarbij horende compensatie ten aanzien van een ingediende claim is definitief en staat niet open voor beroep (artikel 3, vijfde lid). Een beslissing van de schadevergoedingscommissie kan evenmin worden afgedwongen middels procedures voor nationale rechtbanken en andere nationale quasi-judiciële instanties van partijen bij het Verdrag, tenzij een lid van de schadevergoedingscommissie daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd (artikel 21, derde lid). Nederland heeft tijdens de verdragsonderhandelingen aangegeven niet voornemens te zijn een dergelijke afdwinging in Nederland mogelijk te maken. De tenuitvoerlegging en financiering van de besluiten van de schadevergoedingscommissie wordt geregeld in de artikelen 21 en 22, die hieronder worden toegelicht.

Hoofdstuk III: Juridische status en zetel schadevergoedingscommissie(artikelen 4-6)

Door middel van het Verdrag wordt aan de schadevergoedingscommissie internationale rechtspersoonlijkheid toegekend (artikel 4, eerste lid), hetgeen onder meer betekent dat de schadevergoedingscommissie onder internationaal recht gerechtigd is om zelfstandig verdragen te sluiten met staten en internationale organisaties met betrekking tot het mandaat van de schadevergoedingscommissie (zie ook artikel 14, tweede lid). Artikel 4 bepaalt voorts dat de schadevergoedingscommissie contracten kan sluiten, roerende en onroerende zaken kan verwerven en deel kan nemen aan juridische procedures, hetgeen primair betrekking heeft op de juridische status van de schadevergoedingscommissie onder het nationale recht van de leden van de schadevergoedingscommissie.

Artikel 5, eerste lid, bepaalt dat de zetel van de schadevergoedingscommissie gevestigd zal zijn binnen het grondgebied van één van de leden van de schadevergoedingscommissie. In dit verband heeft Nederland de uitnodiging om gastland te worden van de schadevergoedingscommissie geaccepteerd; Nederland heeft eerder voorwaardelijk gastlandschap aangeboden waarbij het als voorwaarden heeft gesteld dat er sprake zal moeten zijn van voldoende politieke en financiële steun voor de schadevergoedingscommissie en dat er voldoende capaciteit moet zijn om de noodzakelijke veiligheidsgaranties te bieden. De Nederlandse voorwaarden voor gastlandschap zijn nauw verweven met de criteria voor inwerkingtreding van het Verdrag zoals neergelegd in artikel 30. De juridische status (waaronder privileges en immuniteiten) en het functioneren van de schadevergoedingscommissie in het gastland zullen geregeld moeten worden in een zetelverdrag (artikel 5, tweede lid).

De schadevergoedingscommissie zal niet slechts een zetel hebben in een gastland, maar tevens een kantoor in Oekraïne teneinde de schadevergoedingscommissie waar nodig te ondersteunen bij haar werkzaamheden (artikel 5, derde lid). De schadevergoedingscommissie zal bij verdrag en/of via arrangementen met Oekraïne zorgdragen voor een toepasselijk raamwerk voor de juridische status en het functioneren van het kantoor in Oekraïne.

De privileges en immuniteiten van de schadevergoedingscommissie en de medewerkers van de schadevergoedingscommissie ten opzichte van de leden van de schadevergoedingscommissie zijn geregeld in artikel 6 van het Verdrag. Nadat in het eerste lid van artikel 6 verwezen wordt naar de algemene internationaalrechtelijke regel dat een organisatie die wordt opgericht bij multilateraal verdrag, zoals de schadevergoedingscommissie, binnen het grondgebied van de leden in ieder geval die privileges en immuniteiten toekomt die noodzakelijk zijn voor de effectieve uitoefening van het door de leden van de schadevergoedingscommissie benoemde mandaat voor de organisatie en de aan de organisatie opgedragen functies, worden in het tweede lid van artikel 6 een aantal specifieke privileges en immuniteiten genoemd.

Omdat de schadevergoedingscommissie opereert binnen het raamwerk van de Raad van Europa wordt in artikel 6, tweede lid, specifiek verwezen naar relevante privileges en immuniteiten die zijn neergelegd in het op 2 september 1949 te Parijs tot stand gekomen Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa (Trb. 1951, 19) (hierna: Algemeen Verdrag). Deze privileges en immuniteiten dienen door alle leden van de schadevergoedingscommissie gerespecteerd te worden en moeten onderscheiden worden van de privileges en immuniteiten die worden opgenomen in een (bilateraal) zetelverdrag (waarvoor zij niettemin een ondergrens vormen).

De privileges en immuniteiten uit het Algemeen Verdrag waarnaar in het onderhavig Verdrag wordt verwezen, zijn een weergave van internationaal gewoonterecht; deze bepalingen zijn terug te vinden in de meeste oprichtingsverdragen van internationale organisaties die bepalingen over privileges en immuniteiten bevatten. Ze stemmen ook overeen met de privileges en immuniteiten die door Nederland in zetelverdragen worden verleend aan in Nederland gevestigde internationale organisaties. Het is van belang dat de verlening van deze privileges en immuniteiten in het Verdrag ten doel heeft het onafhankelijk en effectief functioneren van de schadevergoedingscommissie binnen het grondgebied van elk lid van de schadevergoedingscommissie te garanderen.

In artikel 6, tweede lid, onderdeel (a), worden de artikelen 3-7 van het Algemeen Verdrag van toepassing verklaard op de schadevergoedingscommissie, inclusief haar kantoren, eigendommen en bezittingen. Deze bepalingen betreffen voornamelijk immuniteit van nationale rechtsmacht (waaronder optreden van administratieve, rechterlijke of wetgevende aard) ten aanzien van de schadevergoedingscommissie, haar kantoren, eigendommen en bezittingen, de onschendbaarheid van gebouwen en archieven van de schadevergoedingscommissie, de vrijheid om fondsen van het ene land naar het andere land over te maken, vrijstelling (met enkele uitzonderingen) van directe belastingen op bezittingen, inkomsten en andere eigendommen van de schadevergoedingscommissie, en vrijstelling van alle douanerechten en verboden en beperkingen van in- en uitvoer met betrekking tot artikelen welke de schadevergoedingscommissie voor officieel gebruik nodig heeft.

Artikel 6, tweede lid, onderdeel (b), verklaart artikel 18 van het Algemeen Verdrag van toepassing op de Uitvoerend Directeur en andere medewerkers van het Secretariaat van de schadevergoedingscommissie. Deze bepaling verleent immuniteit van rechtsvervolging aan de Uitvoerend Directeur en andere medewerkers van het Secretariaat met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle handelingen door hen verricht in hun officiële hoedanigheid en binnen de grenzen van hun bevoegdheid. Voorts bepaalt artikel 18 van het Algemeen Verdrag dat de Uitvoerend Directeur en andere medewerkers van het Secretariaat vrijgesteld zijn van belasting op de salarissen en emolumenten welke aan hen worden betaald door de Raad van Europa. Daarnaast worden de Uitvoerend Directeur en andere medewerkers van het Secretariaat, tezamen met hun echtgenoten en van hen afhankelijke familieleden, vrijgesteld van immigratie-beperkingen en vreemdelingenregistratie, gelden voor hen speciale repatriëringsfaciliteiten in tijden van internationale crisis en worden zij vrijgesteld van invoer- en uitvoerbeperkingen ten aanzien van hun huisraad en goederen.

Onderdeel (c) van artikel 6, tweede lid van het Verdrag stelt tenslotte dat artikel 18, onderdelen (a) en (e), van het Algemeen Verdrag van toepassing zijn op experts die door de schadevergoedingscommissie worden aangesteld. Dit betreft immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot door hen gesproken of geschreven woorden en alle handelingen door hen verricht in hun officiële hoedanigheid en binnen de grenzen van hun bevoegdheid, alsmede speciale repatriëringsfaciliteiten in tijden van internationale crisis.

Artikel 6, derde lid, stelt dat de leden van Panels van de schadevergoedingscommissie (Commissarissen) in aanvulling op de privileges en immuniteiten die worden genoemd in artikel 18 van het Algemeen Verdrag, tevens de privileges en immuniteiten genieten die toekomen aan diplomaten onder internationaal gewoonterecht. Het gevolg hiervan is onder andere dat deze personen absolute immuniteit genieten in plaats van functionele immuniteit. Dit betekent dat er immuniteit van strafrechtelijke, administratiefrechtelijke en civielrechtelijke rechtsmacht geldt ten aanzien van elke handeling van de betreffende persoon, niet alleen officiële handelingen. Deze hogere bescherming ten opzichte van rechtsmachtsuitoefening werd tijdens de verdragsonderhandelingen noodzakelijk geacht, omdat de Commissarissen de personen binnen de schadevergoedingscommissie zijn die de omvang van de schade en de daarvoor geldende compensatie per zaak vaststellen. Dit betreft (politiek) gevoelige beslissingen, waardoor Commissarissen zonder absolute immuniteit mogelijk het risico lopen te worden onderworpen aan juridische procedures in een poging de onafhankelijke taakuitoefening te belemmeren.

Artikel 6, vierde lid, stelt dat de genoemde immuniteiten in de voorgaande paragrafen van artikel 6 zullen voortduren ook nadat een genoemd persoon niet meer werkzaam is voor de schadevergoedingscommissie. Dit geldt echter slechts ten aanzien van officiële handelingen. Eenzelfde regime wordt in artikel 6, achtste lid, van toepassing verklaard wanneer een verdragspartij zich terugtrekt uit het Verdrag, of wanneer het Verdrag ophoudt te bestaan.

Artikel 6, vijfde lid, geeft elk lid van de schadevergoedingscommissie de mogelijkheid om de hierboven genoemde immuniteiten uit te sluiten in het geval van verkeersovertredingen of ten aanzien van die gevallen waar schade is ontstaan als gevolg van een motorvoertuig dat wordt bestuurd of eigendom is van een persoon genoemd in de voorgaande paragrafen van artikel 6. Aangezien Nederland definitief heeft besloten om gastland te worden van de Commissie, zal deze uitsluiting van immuniteit ten aanzien van de genoemde gevallen worden opgenomen in het zetelverdrag.

Artikel 6, zesde en zevende lid, betreffen het opheffen van immuniteit door de Secretaris Generaal van de Raad van Europa of door de vergadering van de schadevergoedingscommissie (zie hieronder).

Hoofdstuk IV: Organisatiestructuur (artikelen 7-15)

De schadevergoedingscommissie bestaat uit een vergadering (artikel 7), een door de vergadering ingesteld financieel comité (artikel 8), een raad (artikel 10), commissarissen (artikel 11) die zitting hebben in panels (artikel 12), en een secretariaat (artikel 13) dat wordt geleid door een uitvoerend directeur (artikel 14).

De vergadering bestaat uit vertegenwoordigers van de leden van de schadevergoedingscommissie en komt minstens één keer per kalenderjaar bijeen. Artikel 7 van het Verdrag benoemt verschillende taken en verantwoordelijkheden van de vergadering. De vergadering is verantwoordelijk voor de vervulling van het mandaat door de schadevergoedingscommissie en houdt toezicht op het werk van de verschillende organen van de schadevergoedingscommissie. Andere taken en bevoegdheden van vergadering betreffen, onder andere, de verkiezing van de leden van de raad en de uitvoerend directeur, en het goedkeuren van de jaarbegroting. De vergadering neemt haar besluiten bij tweederdemeerderheid, tenzij het Verdrag in bepaalde specifieke gevallen een andere stemverhouding vereist (artikel 9). In dit verband stelt artikel 9 dat ten aanzien van het besluit om het Schaderegister te integreren in de schadevergoedingscommissie en ten aanzien van een besluit van de raad om panels in te stellen en commissarissen te benoemen een tweederdemeerderheid waaronder de instemming van de ‘Major Contributors’ vereist is. Omdat in beide gevallen de besluiten belangrijke financiële consequenties hebben, is besloten om instemming van de ‘Major Contributors’ te vereisen.

Het door de Vergadering ingestelde financieel comité bestaat volgens artikel 8 uit alle leden van de schadevergoedingscommissie die het meeste bijdragen aan het budget van de schadevergoedingscommissie (‘Major Contributors’), andere leden en waarnemers waarvan de bijdrage aan het budget minimaal gelijk is aan dat van de verplichte bijdrage van een ‘Major Contributor’, alsmede andere door de Vergadering verkozen leden van de schadevergoedingscommissie. Het financieel comité heeft onder andere tot taak om de jaarlijkse verplichte financiële bijdragen van de leden van de schadevergoedingscommissie vast te stellen, de door het secretariaat opgesteld opgestelde jaarbegroting te controleren en de vergadering van advies te voorzien ten aanzien van andere financiële kwesties.

Op basis van artikel 10 is de raad verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat van de schadevergoedingscommissie en komt de raad regelmatig bijeen. De raad stelt de [anels van de schadevergoedingscommissie in en benoemt de commissarissen van de panels. Voorts stelt de raad verschillende (procedurele) regels vast, waaronder de regels en procedures voor het indienen van, beoordelen van, en de beslissingen die worden genomen over claims, en voor het vaststellen van het bedrag aan schadevergoeding dat in elke zaak verschuldigd is, de bewijsstandaarden en vereisten, de regels voor de beoordeling van schade, verlies of letsel, alsmede de standaarden voor compensatie.

De raad bestaat uit een minimum van 9 en een maximum van 15 leden van de schadevergoedingscommissie die op roterende basis drie jaar lid van de raad blijven. Wanneer Oekraïne of de Russische Federatie (wanneer de laatste partij bij het Verdrag zou worden) lid zijn van de raad, dienen zij zich te onthouden van stemming met betrekking tot de benoeming van commissarissen, alsmede ten aanzien van de vaststelling of wijziging van de hierboven genoemde (procedurele) regels (onderdelen (b), (c)(ii) - (v), en (d) van artikel 10, tweede lid). Tijdens de onderhandelingen over het Verdrag was er overeenstemming tussen de deelnemers dat ten behoeve van de onafhankelijkheid en objectiviteit van de schadevergoedingscommissie noch Oekraïne noch de Russische Federatie zeggenschap over de genoemde kwesties zouden moeten hebben. Indien Oekraïne of Russische Federatie geen lid is van de raad, zal het door de raad als waarnemer worden uitgenodigd, zodat Oekraïne te allen tijde de besluitvorming binnen de raad kan volgen en waar nodig expertise kan inbrengen.

De raad dient bij het nemen van besluiten te streven naar consensus; indien consensus niet mogelijk is dienen besluiten bij tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen te worden genomen. Voor het nemen van besluiten dient een meerderheid van de leden van de raad aanwezig te zijn, hetgeen onverlet laat dat de raad tot een schriftelijke of elektronische besluitvormingsprocedure kan besluiten. Ieder lid van de raad heeft één stem.

Artikel 11 betreft de commissarissen van de schadevergoedingscommissie. Bij de benoeming van commissarissen door de raad dient rekening te worden gehouden met, onder andere, de noodzaak van onafhankelijkheid, onpartijdigheid, integriteit, ervaring en noodzakelijke expertise. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de noodzaak tot een brede geografische vertegenwoordiging en genderevenwicht. Kandidaten kunnen worden voorgedragen door leden, maar zij kunnen zich ook direct tot de schadevergoedingscommissie wenden met een sollicitatie. De raad stelt de duur van de aanstelling van de commissarissen vast, evenals de vergoeding.

Op grond van artikel 12 worden panels door de raad ingesteld om claims te beoordelen en om in elke zaak de verschuldigde schadevergoeding vast te stellen. Panels bestaan uit drie commissarissen. Een panel formuleert in elke zaak een aanbevelingen voor een besluit dat ter goedkeuring aan de raad moet worden voorgelegd. Wanneer de raad een aanbevolen besluit goedkeurt, is daarmee een finaal besluit genomen; er staat geen beroep open tegen dit besluit (artikel 3, vijfde lid).

Artikel 13 stelt dat de schadevergoedingscommissie een secretariaat heeft dat onder leiding staat van een uitvoerend directeur. Het secretariaat biedt inhoudelijke, technische en administratieve ondersteuning voor het functioneren van de schadevergoedingscommissie.

De uitvoerend directeur wordt voor een hernieuwbare termijn van vier jaar verkozen door de Vergadering. leden van de schadevergoedingscommissie kunnen personen nomineren voor de functie. De uitvoerend directeur is de primaire vertegenwoordiger van de schadevergoedingscommissie in de relaties van de schadevergoedingscommissie met andere partijen en is bevoegd tot het sluiten van contracten, verdragen en andere (politieke) arrangementen, zoals memoranda van overeenstemming (artikel 14). Ten aanzien van het sluiten van verdragen dient de uitvoerend directeur vooraf goedkeuring te verkrijgen van de vergadering. Ten aanzien van politiek bindende instrumenten die betrekking hebben op informatie aangaande schadeclaims of bewijs is voorafgaande goedkeuring van de raad vereist.

Artikel 15 benadrukt dat commissarissen, de uitvoerend directeur en de andere medewerkers van het secretariaat hun werkzaamheden onafhankelijk dienen uit te oefenen. Zij zullen noch om instructies verzoeken noch instructies aanvaarden van enige regering of van enige andere autoriteit of entiteit buiten de schadevergoedingscommissie. Ook de leden en de Raad van Europa verplichten zich om het strikt onafhankelijke karakter van de verantwoordelijkheden van de commissarissen, de uitvoerend directeur en de andere medewerkers van het secretariaat te respecteren. De raad dient regels op te stellen aangaande belangenverstrengeling ten aanzien van de genoemde personen.

Hoofdstuk V: Vorderingen en procedure (artikelen 16-22)

Op basis van artikel 16 dienen vorderingen door panels van commissarissen te worden beoordeeld. Conform artikel 12 stelt artikel 16 dat de panels (a) vaststellen of de vorderingen gegrond zijn, (b) bepalen wat het verschuldigde vergoedingsbedrag met betrekking tot elke vordering is en (c) in elke zaak een aanbeveling formuleren voor een besluit dat ter goedkeuring aan de Raad moet worden voorgelegd. De panels streven naar het vaststellen van aanbevelingen bij consensus. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt het besluit bij meerderheid vastgesteld (artikel 17). Artikel 17 schrijft voor dat aanbevelingen dienen te worden beargumenteerd. Op grond van artikel 16 kunnen de panels het secretariaat verzoeken deskundigen te betrekken voor advies of analyse. Het secretariaat verleent administratieve, technische, juridische en andere bijstand aan de panels bij de uitoefening van hun taken. Het secretariaat mag op basis van artikel 16 echter niet betrokken zijn bij de uiteindelijke besluitvorming van de panels.

De raad beoordeelt de aanbevelingen van panels zo snel mogelijk na ontvangst (artikel 18). Een goedgekeurde aanbeveling geldt als het definitieve besluit van de schadevergoedingscommissie, dat niet openstaat voor beroep (artikel 18, zevende lid). Na volledige beoordeling door de raad geldt de aanbeveling als goedgekeurd, tenzij de raad besluit de aanbeveling met motivering en eventuele verdere aanwijzingen terug te verwijzen naar het panel (artikel 18, tweede lid). In dat geval heroverweegt het panel de aanbeveling met inachtneming van de aanwijzingen van de raad (artikel 18, derde lid). In uitzonderlijke gevallen kan de raad aanbevelingen voorleggen aan een ad-hoc panel (artikel 18, vierde lid). Na beoordeling door dit panel wordt de aanbeveling goedgekeurd geacht door de raad, tenzij de raad besluit de zaak voor te leggen aan de vergadering voor een definitief besluit (artikel 18, zesde lid). Het doel van deze procedure is om de objectiviteit van de door de schadevergoedingscommissie genomen beslissingen over compensatie zo goed mogelijk te waarborgen. Bij het nemen van deze beslissingen is het zwaartepunt bij de panels gelegd, waarbij de raad alleen bij zwaarwegende factoren een aanbeveling van een panel kan terugverwijzen of, uiteindelijk, aan alle leden van de schadevergoedingscommissie verenigd in de vergadering kan voorleggen.

Artikel 19 verplicht de schadevergoedingscommissie relevante uitspraken of vonnissen van internationale rechtbanken of tribunalen en andere internationaal rechtsprekende instanties in acht te nemen. Relevante uitspraken of vonnissen van nationale rechtbanken en tribunalen kunnen ook in overweging worden genomen. Op die wijze beoogt het artikel de consistentie in de beoordeling van relevante schadeclaims te waarborgen en te voorkomen dat de beslissingen van de schadevergoedingscommissie op gespannen voet komen te staan met eerder genomen besluiten in andere internationale procedures. Artikel 19 schrijft in dat verband ook voor dat de schadevergoedingscommissie passende maatregelen dient te nemen teneinde dubbele uitbetaling voor dezelfde schade te voorkomen. Leden zijn in dit kader verplicht om zich, voor zover passend, in te spannen ter ondersteuning van de schadevergoedingscommissie, bijvoorbeeld door het uitwisselen van informatie met de schadevergoedingscommissie.

Artikel 20 onderstreept het onafhankelijk, onpartijdig, rechtvaardig en objectief functioneren van de schadevergoedingscommissie en haar organen. Op alle procedures van de schadevergoedingscommissie zijn toepasselijke procedurele waarborgen van toepassing. Het functioneren van de schadevergoedingscommissie dient transparant te zijn en de schadevergoedingscommissie dient het publiek regelmatig te informeren over haar werkzaamheden. Persoonsgegevens dienen ook door de schadevergoedingscommissie naar behoren te worden beschermd. Regels inzake transparantie, het beschermen van persoonsgegevens en vertrouwelijkheid zullen door de raad worden opgesteld.

Artikel 21 betreft de financiering van vastgestelde schadevergoeding en de tenuitvoerlegging van de besluiten van de schadevergoedingscommissie. Artikel 21, eerste lid, stelt dat de Russische Federatie de rechtsgevolgen van haar internationaal onrechtmatige handelen moet dragen, met inbegrip van het bieden van rechtsherstel, inclusief het vergoeden van schade. Artikel 21, tweede lid, bevestigt dat de leden niet verplicht zijn om de vastgestelde en verschuldigde schadevergoeding te financieren, met uitzondering van de Russische Federatie wanneer zij lid wordt van de schadevergoedingscommissie. Met artikel 21, derde lid, wordt beoogd aan te geven dat tenuitvoerlegging van een besluit van de schadevergoedingscommissie via de nationale rechter niet open staat, tenzij de nationale wet- en regelgeving daarin voorziet.

Op grond van artikel 22 heeft de vergadering de discretionaire bevoegdheid om mechanismen voor betaling van toegekende schadevergoeding te overwegen nadat de financiering beschikbaar is gekomen, met inbegrip van betaling uit een schadefonds dat voor dit doel kan worden opgericht of aangewezen op een door de Vergadering passend geacht moment.

Hoofdstuk VI: Financiering van de schadevergoedingscommissie (artikel 23)

Het uitgangspunt is dat de Russische Federatie, na toetreding tot onderhavig Verdrag, de kosten van het functioneren van de schadevergoedingscommissie vanaf de inwerkingtreding van het Verdrag zal dragen (artikel 23, eerste lid). Tot dat moment is aangebroken, wordt de schadevergoedingscommissie gefinancierd door jaarlijkse vastgestelde verplichte bijdragen van leden en vrijwillige bijdragen. Deze financiering kan worden verhaald op de Russische Federatie (artikel 23, tweede lid).

Artikel 23 bevat bepalingen aangaande de financiering en het budget van de schadevergoedingscommissie. Behoudens de bepalingen in het Verdrag, zijn de reeds bestaande financiële regels van de Raad van Europa van toepassing (artikel 23, zesde lid). Het Verdrag bepaalt in artikel 23, vijfde, lid dat de schadevergoedingscommissie een eigen budget heeft binnen het raamwerk van de Raad van Europa. De vergadering keurt elk jaar de begroting voor het daaropvolgende jaar goed. De begroting wordt opgesteld door het secretariaat en gecontroleerd door het financieel comité (artikel 23, vijfde lid).

Het financieel comité stelt de jaarlijkse verplichte bijdragen van de leden vast (artikel 23, derde lid). Dit gebeurt op basis van de criteria die gelden voor de jaarlijkse verdeelsleutel van de algemene begroting van de Raad van Europa. Dit betreft in ieder geval een proportionele bijdrage per lid waarbij rekening wordt gehouden met onder andere het inwonersaantal en het bruto binnenlands product. De bijdrage voor Nederland kan daarom niet precies worden vastgesteld, maar wordt geschat op een bedrag van €10.000 in 2026 tot een bedrag van €300.000 in 2031 wanneer de schadevergoedingscommissie volledig operationeel is. De bijdragen kunnen door de vergadering worden aangepast, mits dit gebeurt volgens de onderliggende principes van de verdeelsleutel van de Raad van Europa. De vergadering kan de rechten van een lid opschorten indien de Vergadering van oordeel is dat het lid zijn financiële verplichtingen voortvloeiend uit dit Verdrag niet is nagekomen (artikel 23, zevende lid).

De schadevergoedingscommissie kan vrijwillige bijdragen, inclusief bijdragen in natura, ontvangen en gebruiken. Bijdragen van andere entiteiten dan leden en waarnemers zijn onderworpen aan voorafgaande goedkeuring van het financieel comité.

Hoofdstuk VII: Het register van schade veroorzaakt door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne (artikelen 24 en 25)

De overdracht van het schaderegister naar de schadevergoedingscommissie bestaat uit twee stappen: de voorbereidende fase en de daadwerkelijke overdracht. Artikel 24 bepaalt dat de uitvoerend directeur, zo snel mogelijk na zijn benoeming en de totstandkoming van de schadevergoedingscommissie, voorbereidingen zal treffen voor de overdracht van werkzaamheden. Van belang is hierbij dat het werk van het register niet wordt onderbroken.

De daadwerkelijke overdracht van de werkzaamheden vindt vervolgens plaats na een besluit van de vergadering (artikel 24, derde lid).

De taken van het register, zoals de organisatie van het indienen van claims, worden voortgezet als onderdeel van de schadevergoedingscommissie (artikel 25, eerste lid). Op voorstel van de uitvoerend directeur stelt de raad daartoe relevante regels en procedures vast (artikel 25, tweede lid).

Hoofdstuk VIII: Slotbepalingen (artikelen 26-37)

Artikel 26 schrijft voor dat een geschil tussen leden inzake de interpretatie of toepassing van het Verdrag op vreedzame wijze dienen te worden beslecht. Hierbij wordt verwezen naar de mogelijkheid van onderhandelingen of bemiddeling door de Vergadering.

De schadevergoedingscommissie staat open voor lidmaatschap van staten, de Europese Unie en andere regionale integratie organisaties. Daarnaast kan de vergadering staten of internationale organisaties als waarnemer uitnodigen. Ook kan een verzoek worden ingediend om waarnemersstatus te verkrijgen (artikel 27, tweede lid).

Waarnemers mogen deelnemen aan de bijeenkomsten van de vergadering, zij het zonder stemrecht. Tijdens deze bijeenkomsten mogen zij schriftelijke of mondelinge verklaringen afleggen (artikel 27, derde lid). Een waarnemer kan echter wél stemrecht verkrijgen als deze een vrijwillige financiële bijdrage heeft geleverd die ten minste gelijk is aan het bedrag dat door de vergadering zou zijn vastgesteld indien de waarnemer lid zou zijn van de schadevergoedingscommissie. Zij mogen dan meebeslissen over belangrijke besluiten zoals de jaarlijkse begroting, het financieel verslag en het activiteitenverslag van de schadevergoedingscommissie — maar alleen in het jaar waarin die bijdrage is gedaan (artikel 27, vierde lid). De achtergrond van deze bepaling is het tegemoetkomen van staten die willen bijdragen aan het werk van de schadevergoedingscommissie, maar wegens een langdurig nationaal ratificatieproces niet binnen korte tijd lid van de schadevergoedingscommissie kunnen worden.

Zowel leden als waarnemers die handelen in strijd met het mandaat van de schadevergoedingscommissie of de werkzaamheden ervan belemmeren, kunnen gesanctioneerd worden (artikel 27, vijfde en zesde lid). De vergadering kan besluiten om de waarnemersstatus te schorsen of te ontnemen. Ten aanzien van de leden kan de vergadering besluiten om de aan het lidmaatschap verbonden rechten te schorsen of hen verzoeken zich terug te trekken als lid van de schadevergoedingscommissie. Indien zij daar geen gehoor aan geven, kan de vergadering besluiten dat dit lid vanaf een door de vergadering vastgestelde datum geen lid meer is.

Wat betreft lidmaatschap en deelname van de Russische Federatie, geldt artikel 28. De Russische Federatie kan ten alle tijden verzoeken om waarnemer te worden bij de schadevergoedingscommissie, overeenkomstig artikel 27 van het Verdrag (artikel 28, vierde lid). Ook kan Rusland op basis van artikel 28, eerste lid, lid worden van de schadevergoedingscommissie, mits de Russische Federatie verklaart dat het zich juridisch gebonden acht aan het Verdrag en een verklaring hecht aan de toetredingsakte die moet worden ingediend conform artikel 31 (zie hieronder). De verklaring dient het volgende te bevatten:

  1. De Russische Federatie verklaart dat het zich juridisch gebonden acht aan het Verdrag en internationale aansprakelijkheid aanvaardt voor de schade, het verlies en het letsel veroorzaakt door haar internationaal onrechtmatige handelingen in of tegen Oekraïne die binnen het mandaat van de schadevergoedingscommissie vallen, waaronder schendingen van het VN-Handvest, het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten;

  2. De Russische Federatie stemt in de beslissingen van de schadevergoedingscommissie inzake schadevergoeding te honoreren en de nodige middelen ter beschikking te stellen voor de betaling;

  3. De Russische Federatie stemt in de bijdragen van leden en de eventuele bijdragen van waarnemers voor de kosten van het functioneren van de schadevergoedingscommissie te vergoeden.

Het artikel bevat ook mechanismen om te waarborgen dat de toetreding van de Russische Federatie te goeder trouw geschiedt. De vergadering dient de verklaring van Rusland goed te keuren (artikel 28, tweede lid). Ook zal de raad, zodra de Russische Federatie belangstelling toont om toe treden, aanvullende regels vaststellen die betrekking hebben op de participatie van de Russische Federatie in het werk van de schadevergoedingscommissie (artikel 28, derde lid).

Artikel 29 stelt dat de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa depositaris van het Verdrag is.

Artikel 30 bepaalt dat ondertekening van het Verdrag slechts kan plaatsvinden door alle lidstaten van de Raad van Europa, andere staten die deelnamen aan de diplomatieke conferentie, en staten die vóór Resolutie ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de VN stemden.

Het Verdrag treedt in werking nadat aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan:

  1. minimaal vijfentwintig ondertekenaars van het Verdrag hebben formeel ingestemd om door dit Verdrag gebonden te zijn door middel van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;

  2. de totale individuele bijdragen van deze ondertekenaars dekken minstens de helft van de begroting van het Schaderegister voor 2025, namelijk € 3.692.150,-.

Deze cumulatieve voorwaarden waarborgen de politieke legitimiteit door een eis te stellen aan het aantal deelnemende staten voor de inwerkingtreding van het Verdrag, en verzekeren ook de benodigde financiële draagkracht voor de voorbereiding van de overdracht van de werkzaamheden van het Schaderegister naar de schadevergoedingscommissie.

Voor elke ondertekenaar die na de inwerkingtreding van het Verdrag zijn instemming om gebonden te zijn kenbaar maakt, geldt dat het verdrag drie maanden na de instemming voor hen van kracht wordt (artikel 30, vierde lid).

De algemene toetredingsprocedure wordt beschreven in artikel 31. De vergadering kan elke staat of regionale integratie organisatie die niet heeft deelgenomen aan de diplomatieke conferentie of vóór Resolutie ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de VN heeft gestemd, uitnodigen om tot het Verdrag toe te treden (artikel 31, eerste lid). De achtergrond van de noodzaak van een uitnodiging door de vergadering is het voorkomen dat staten of regionale integratie organisaties met tegengestelde belangen de werkzaamheden van de schadevergoedingscommissie ondermijnen.

Elk lid kan voorstellen doen om het Verdrag te wijzigen, bijvoorbeeld, zoals in Hoofdstuk II hierboven toegelicht, ten aanzien van de omvang het mandaat van de schadevergoedingscommissie (artikel 33, eerste en tweede lid). De Vergadering dient een voorstel tot wijziging van het Verdrag goed te keuren (artikel 33, vierde lid). Vervolgens wordt het definitieve amendement ter bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring aan de leden gestuurd. Het amendement treedt in werking dertig dagen nadat alle leden hun instemming om gebonden te zijn aan het amendement kenbaar hebben gemaakt.

Artikel 34 bepaalt dat geen voorbehoud kan worden gemaakt ten aanzien van de bepalingen van het Verdrag.

Na de inwerkingtreding van het Verdrag kan elk lid het lidmaatschap op elk moment opzeggen door dit schriftelijk te melden aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa (artikel 35, eerste lid). De opzegging wordt van kracht na een opzegtermijn van twaalf maanden, gerekend vanaf de datum van ontvangst van die kennisgeving. Voor de Russische Federatie geldt een langere opzegtermijn van tien jaar, of loopt het lidmaatschap door tot het einde van het Verdrag conform artikel 36 (zie hieronder) (artikel 35, tweede lid).

Artikel 36 regelt de duur van het bestaan en de beëindiging van de schadevergoedingscommissie. Het Verdrag blijft minimaal tien jaar na inwerkingtreding van kracht (artikel 36, eerste lid). Daarna kan het telkens met periodes van maximaal vijf jaar worden verlengd, mits ten minste driekwart van de leden dit binnen een jaar voor het einde van de lopende periode besluit (artikel 36, tweede lid). Vanaf het tiende jaar na inwerkingtreding van dit Verdrag, kan de vergadering met eenzelfde meerderheid ook besluiten het Verdrag te beëindigen en de schadevergoedingscommissie te ontbinden (vierde lid).

Het Verdrag wordt automatisch beëindigd als het aantal leden onder de vijfentwintig daalt door opzeggingen (artikel 36, vierde lid, onderdeel a), of als er onvoldoende financiële middelen zijn om de werkzaamheden van de schadevergoedingscommissie voort te zetten en geen alternatieve financiering wordt gevonden (artikel 36, vierde lid, onderdeel b). In het eerste geval treedt de beëindiging twaalf maanden na de laatste opzegging in werking, tenzij de vergadering bij consensus anders besluit. Bij financiële tekorten wordt de beëindiging zo snel mogelijk uitgevoerd.

Als het Verdrag wordt beëindigd en de schadevergoedingscommissie wordt ontbonden, zorgt de Vergadering ervoor dat alle informatie, bewijsmateriaal, besluiten en archieven bewaard blijven (artikel 36, zevende lid).

De Minister van Buitenlandse Zaken,


  1. De commissie heet in het Nederlands officieel de ‘schadevergoedingscommissie’, maar is meer bekend als de ‘claimscommissie’.↩︎

  2. Geraadpleegd op 22-10-2025: https://www.president.gov.ua/storage/j-files-storage/01/19/53/32af8d644e6cae41791548fc82ae2d8e_1691483767.pdf↩︎