Tweeminutendebat Staat van de Volkshuisvesting (CD 11/3) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D14377, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-27 09:28, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-26 10:20: Tweeminutendebat Staat van de Volkshuisvesting (CD 11/3) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Staat van de Volkshuisvesting
Staat van de Volkshuisvesting
Aan de orde is het tweeminutendebat Staat van de
Volkshuisvesting (CD d.d. 11/03).
De voorzitter:
We kunnen nu van start met het tweeminutendebat Staat van de
Volkshuisvesting. Ik geef graag de heer De Hoop het woord, die spreekt
namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. U stond er al
klaar voor; dat waardeer ik. Gaat uw gang.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dank u, voorzitter. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de
betaalbaarheid van het leven. De huurkosten zijn een heel groot deel van
de kosten die mensen hebben. We hebben in het vorige debat gehoord …
Excuus, ik neem even een slok water.
De voorzitter:
Neem uw tijd. Ik zet de tijd stop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Super, dank. We hebben bij het vorige debat van de minister van
Volkshuisvesting gehoord dat zij van plan is om de Wet betaalbare huur
aan te passen voordat de evaluatie is geweest. Ik vind dat zeer
onverstandig. Zeker wanneer we weten dat de inflatie in de komende
periode nog gaat stijgen en mensen moeite zullen hebben om het einde van
de maand te halen, vindt mijn fractie het onwijs belangrijk om eerst de
evaluatie af te wachten en om daarna als Kamer te bepalen wat we
mogelijk met de Wet betaalbare huur zouden willen doen. U weet dat ik er
geen voorstander van ben om die aan te passen. Ik verwacht ook niet dat
ik dat snel zal zijn, maar laten we in ieder geval eerst de evaluatie
goed hebben gedaan. Vandaar dat mijn fractie de volgende motie
heeft.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het coalitieakkoord voorstelt om "voorafgaand aan de
evaluatie van de Wet betaalbare huur" de wet alweer aan te passen;
overwegende dat zonder goede evaluatie van de Wet betaalbare huur de
Tweede Kamer geen oordeel kan vellen over nut en noodzaak van
aanpassingen;
verzoekt de regering eerst een deugdelijke evaluatie van de Wet
betaalbare huur te verrichten alvorens eventuele aanpassingen voor te
stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop, Beckerman en
Grinwis.
Zij krijgt nr. 1408 (32847) (#1).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Grinwis, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. In vervolg op het commissiedebat heb ik één
motie meegebracht.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regelgeving rondom de toewijzing van sociale
huurwoningen aan doelgroepen ruimte laat om de vrije toewijzingsruimte
van 7,5% landelijk lokaal te verruimen naar 15%, zodat er meer sterke
schouders in kwetsbare wijken kunnen komen wonen, maar dat hier nog
weinig gebruik van gemaakt wordt;
overwegende dat voor passend toewijzen (betaalbaarheid) de
afwijkingsmogelijkheid met 5% beduidend kleiner is, wat risico's voor de
leefbaarheid van wijken met zich mee kan brengen als de relatief
goedkope sociale huurwoningen sterk geconcentreerd zijn op één
plek;
overwegende dat sterke en gemengde wijken belangrijk zijn voor
leefbaarheid, kansen voor bewoners en het voorkomen van concentraties
van problematiek;
verzoekt de regering om kwetsbare wijken krachtiger te maken, zeker
binnen de NPLV-gebieden, door gemeenten en woningcorporaties aan te
moedigen om in hun prestatieafspraken en de uitvoering daarvan maximaal
gebruik te maken van de mogelijkheid om middeninkomens een sociale
huurwoning toe te wijzen;
verzoekt de regering tevens met het oog op het krachtiger maken van
kwetsbare wijken de systematiek van en uitzonderingsruimte voor passend
toewijzen tegen het licht te houden;
verzoekt de regering de Kamer over beide zaken voor de eerstvolgende
begrotingsbehandeling van VRO te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Steen.
Zij krijgt nr. 1409 (32847) (#2).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Beckerman, die spreekt
namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. D66 had een duidelijke belofte in de verkiezingscampagne:
kies ons en wij gaan echt de strijd aan met de wooncrisis. Er zouden
grote doorbraken voor de woningmarkt komen, zodat iedereen een passende
woning kan vinden: geen pleisters plakken, maar de hele boel aanpakken.
Dat was de belofte, maar wat is daar nu nog van over? Wat komt daarvan
terecht? Juist om betaalbare woningen te bouwen voor lage en
middeninkomens wordt veel te weinig geld vrijgemaakt. Er zijn vele
miljarden tekort voor de woningbouwafspraken die er nu al zijn, laat
staan voor al die extra woningen of steden die beloofd zijn.
Nu is dan ineens de boodschap van deze minister aan mensen die wachten
op een goede en betaalbare woning: dan moet u maar luxe inleveren. De
minister begint zelfs over het invoeren van douchemuntjes, die ze niet
eens zelf gebruikt heeft in Afghanistan, maar die blijkbaar wel een
metafoor zijn voor het nieuwe D66-woonbeleid. Onbegrijpelijk. Wie moet
er volgens de minister maar wennen aan soberdere woningen en een
soberdere levensstijl? We zien namelijk dat ditzelfde kabinet
ondertussen voor de hoogste inkomens de hypotheekrenteaftrek verhoogt.
Dus de een krijgt villasubsidie en de rest moet maar hopen op een kekke
barak.
Dan de moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran
de betaalbaarheidscrisis voor vele Nederlanders gaat verdiepen;
constaterende dat Nederlanders steeds meer van hun inkomen kwijt zijn
aan woonlasten en jongeren bijna de helft van hun inkomen kwijt zijn aan
huur;
overwegende dat een huurbevriezing de betaalbaarheidscrisis kan dempen,
zoals bewezen wordt door de acties van de Spaanse regering;
verzoekt de regering een huurbevriezing in te voeren zolang de door de
oorlog veroorzaakte energiecrisis voortduurt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1410 (32847) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de betaalbaarheidscrisis door internationale
spanningen gaat verdiepen;
constaterende dat woonkosten een significant onderdeel zijn van de
maandelijkse kosten voor Nederlanders;
verzoekt de regering met een plan te komen om de stijging van de huren
te beteugelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 1411 (32847) (#4).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar mevrouw Steen, die spreekt
namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Voorzitter. Onze woningbouwopgave is een van de grootste opgaven van de
komende tijd. Daar hebben we de afgelopen tijd al veel over gedebatteerd
en dit is vast niet de laatste keer. We hebben het heel vaak over
aantallen en wat het mag kosten. Dat is belangrijk, maar uiteindelijk
bouwen we niet alleen een nieuwe skyline maar bouwen we gemeenschappen.
Meerdere partijen hier in de Kamer heb ik het CDA hierin zien volgen. We
weten dat ontmoetingsplekken en maatschappelijke baten nog te vaak
buiten beeld blijven in de financiële afweging rondom
woningbouwprojecten. Gemeenten en andere overheden lopen vaak vast in
regels.
Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat ruimte voor ontmoeting, sociale cohesie en groen in een
wijk leidt tot maatschappelijke baten als minder eenzaamheid en betere
gezondheid;
overwegende dat met het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw en
de aanpak Samen Slim onder andere wordt ingezet op maatschappelijke
innovaties in gebiedsontwikkeling, maar het ontbreekt aan concrete
methodiek en instrumentarium om hierop te sturen;
overwegende dat medeoverheden hierbij vaak aanlopen tegen
begrotingsregels en administratieve kaders;
verzoekt de regering een methodiek en bijpassend instrumentarium te
ontwikkelen voor het structureel meenemen van maatschappelijke baten in
businesscases van bouwprojecten;
verzoekt de regering samen met medeoverheden te bezien welke
administratieve en begrotingsregels moeten worden aangepast zodat
gemeenten makkelijker met marktpartijen kunnen samenwerken aan projecten
waarin gemeenschapsopbouw een plek krijgt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Steen.
Zij krijgt nr. 1412 (32847) (#5).
Dank u wel. Dan nodig ik nu van harte uit: de heer Nobel, die spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.
De heer Nobel (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De woningbouwopgave in Nederland is misschien
wel een van de grootste opgaven van dit kabinet. Terecht denk ik dat
deze coalitie heeft gezegd dat er 100.000 woningen moeten worden
gebouwd. Maar als we dat met elkaar willen bereiken, dan zullen we wat
we de afgelopen jaren hebben gedaan niet moeten herhalen. In de
afgelopen jaren hebben we met name regels gestapeld maar geen stenen.
Namens de VVD zal ik vandaag met voorstellen komen om de stenen die we
gestapeld hebben op het gebied van regelgeving, stuk voor stuk af te
breken, omdat met name het middensegment, de betaalbare koop maar ook
het middenhuursegment, helemaal kapotgaat op deze manier. We hebben het
afgelopen jaar gezien dat tienduizenden woningen zijn verdampt in het
middenhuursegment. Om daar een stokje voor te steken, dien ik de
volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal huurwoningen in het middenhuursegment sinds
de invoering van de Wet betaalbare huur enorm is afgenomen, waardoor de
doorstroming afneemt en de druk op sociale huurmarkt verder kan
toenemen;
constaterende dat de indexatie van het woningwaarderingsstelsel
essentieel is voor nieuwe investeringen in middenhuurwoningen;
overwegende dat in de Wet betaalbare huur geen aanpassingen worden
gedaan aan de jaarlijkse indexatie van het woningwaarderingsstelsel,
waardoor wordt vastgehouden aan de indexatie aan de hand van
inflatie;
overwegende dat het voor investeerders complexer wordt om te investeren
in nieuwbouw en de exploitatie onrendabel wordt;
verzoekt de regering om het woningwaarderingsstelsel te indexeren met de
consumentenprijsindex plus een opslag van één procentpunt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 1413 (32847) (#6).
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik heb vanzelfsprekend inhoudelijke bezwaren tegen deze motie, maar daar
ga ik de heer Nobel geen vraag over stellen. Mijn vraag is meer een
procesvraag. De minister heeft in het debat over de Staat van de
Volkshuisvesting aangegeven dat zij in april met een brief komt. Is deze
motie dan niet een beetje voortijdig en verdient de minister dan niet de
tijd om die brief eerst naar de Kamer te sturen voordat u al pusht op
die aanpassingen? Het lijkt mij binnen een coalitie ook logisch om dan
op de minister te wachten.
De heer Nobel (VVD):
GroenLinks-PvdA heeft bij monde van de heer De Hoop zojuist ook
aangegeven eigenlijk helemaal niets te willen aanpassen in de Wet
betaalbare huur, terwijl we de negatieve effecten daarvan nu wel zien.
Dan vind ik het verstandig en ook goed dat de minister aangeeft dat zij
niet gaat wachten op die evaluatie en dat zij met een brief zal komen.
Tegelijkertijd denk ik dat het aan de Kamer is om gewoon wel voorstellen
te doen om de minister aan te sporen om echt stappen te gaan zetten. In
het debat heb ik de minister twee dingen horen zeggen, namelijk dat zij
met een brief komt, maar ook dat zij gaat kijken en onderzoeken. Wat de
VVD betreft moet er nu echt actie ondernomen worden. Ik denk dus dat dit
vooral als een aansporing moet worden gezien om daadwerkelijk in te
grijpen op die negatieve effecten van de Wet betaalbare huur.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Dit verbaast me toch, want de heer Nobel heeft in het regeerakkoord al
behoorlijk zijn zin gekregen: er zullen aanpassingen komen. De minister
heeft alleen gevraagd om haar tot april de tijd te geven om een brief te
schrijven over de manier waarop dat gebeurt. Die tijd geeft de heer
Nobel de minister niet eens. Hij wil nu al dat er aanpassingen komen. Ik
vind het problematisch als deze minister zelfs binnen de coalitie daar
niet de tijd voor wordt gegeven. Is het dus niet te overwegen om deze
motie gewoon aan te houden tot die brief en om er dan een fatsoenlijk
debat met elkaar over te hebben? Want zo gaat het wel heel hard, zeg ik
tegen de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Uiteraard zal ik de appreciatie van de minister gewoon afwachten. Ik wil
hier nogmaals benadrukken dat dit echt niet meer het moment is om af te
wachten. We zien dat alleen al in het afgelopen jaar ruim 40.000
woningen uit het middenhuursegment zijn verdwenen en dat Nederland wat
dat betreft in Europa het slechtste jongetje van de klas is. Wij hebben
een middenhuursegment van ongeveer 8%, terwijl andere landen tussen 20%
en 30% hebben. Dat zorgt er ook voor dat de doorstroming in de sociale
huur stopt. Dat zou iets moeten zijn wat ook GroenLinks-PvdA tegen wil
gaan. Daarvoor moeten nu echt maatregelen worden genomen. Uiteraard
wacht ik de reactie van de minister geduldig af, maar ik zeg daar ook
bij dat er echt maatregelen moeten worden genomen. Gelukkig heeft de
minister ook gezegd dat zij al in april met een brief komt. Dat moeten
wat de VVD betreft niet alleen onderzoekspunten zijn; er moet echt iets
gebeuren.
Mevrouw Steen (CDA):
We hebben in het debat gewisseld dat er al een aantal wetsvoorstellen of
voorstellen liggen. Daar hebben we ook al schriftelijk overleg over
gehad om een aantal aanpassingen te doen. Deze motie past eigenlijk ook
weer de hele huurregeling aan. Dat gaat dan weer in een andere stap.
Vindt de heer Nobel het niet verstandig om dat in één pakket te doen ten
behoeve van de voorspelbaarheid, waar we volgens mij allebei heel erg
aan hechten, vooral voor de huurmarkt en de investeerders die daarin
moeten investeren, en om de wet vervolgens met dat hele pakket in één
keer op een goede manier aan te passen?
De heer Nobel (VVD):
Als de minister aangeeft dat ze met een heel pakket komt waarin ze niet
alleen gaat kijken naar wat er moet gebeuren om de negatieve effecten
van de Wet betaalbare huur straks te verkleinen en hopelijk ongedaan te
maken, kan dat heus wel een week of twee wachten, omdat die brief in
april komt. Maar nogmaals, ik denk dat we hier vanuit de Kamer ook echt
zelf voorstellen moeten indienen om aan te geven dat we niet alleen een
afwachtende houding moeten aannemen ten aanzien van de negatieve
effecten die we dit jaar hebben gezien en waarvan wordt voorspeld dat
zij volgend jaar verder door gaan zetten.
De voorzitter:
Dat geeft aanleiding tot nog één vraag.
De heer Van Leijen (D66):
Ik hoor de heer Nobel zeggen dat hij bereid is om de minister de kans te
geven om met een brief te komen met concrete maatregelen. Volgens mij
gaat de minister dat ook gewoon doen. Hoor ik u dan ook zeggen dat u
bereid bent om de motie aan te houden als zij dat straks toezegt?
De heer Nobel (VVD):
Ja, volgens mij heb ik net aangegeven dat ik het oordeel van de minister
gewoon afwacht, maar ik verwacht dan wel dat er in dat oordeel ook actie
zit. In het debat dat we met elkaar hebben gevoerd, heb ik de minister
ook heel vaak "ik ga kijken naar" horen zeggen. Dat is voor de VVD echt
te zacht. Dus ik wacht het oordeel straks af. Maar ik verwacht dat de
minister hier ook een reflectie op geeft.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Russcher, die spreekt
namens de fractie van Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
Voorzitter. De staat van de volkshuisvesting: massaal woningen
bijbouwen. Maar voor wie, is de vraag. Het geboortecijfer in Nederland
ligt rond de 1,4 kinderen per vrouw. Dat is ver onder het geboortecijfer
van 2,1 kinderen per vrouw, het geboortecijfer dat nodig is om de eigen
bevolking in stand te houden of te laten groeien. De minister van
Volkshuisvesting zei het zelf ook al in het commissiedebat: de
Nederlandse bevolking groeit voor 95% door migratie. De helft van de
woningen die wij bouwen, zijn voor migranten. Honderdduizenden woningen
voor mensen die hier nog niet eens zijn. Kan de minister hier nogmaals
op reflecteren? Acht zij het wenselijk dat wij nu al een
woningbouwopgave hebben waarbij we ons richten op het bouwen van
woningen voor mensen die hier nog niet eens zijn? En is zij, en ook het
kabinet, het met Forum voor Democratie eens dat we Nederland, nu al een
van de dichtstbevolkte landen van Europa, niet nog voller moeten bouwen
voor migranten? Ik hoor graag haar reactie hierop.
Dan een ander punt, voorzitter. Jongeren en starters zitten lang klem in
een huurwoning met vaak een huur die kan oplopen tot boven de €2.000.
Bij een bewezen goede huurgeschiedenis verdienen zij een kans op de
koopmarkt. Daarover heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat starters met een aantoonbare huurgeschiedenis vaak
geen passende hypotheek kunnen krijgen ondanks bewezen
betaalcapaciteit;
overwegende dat deze huurgeschiedenis een betrouwbare indicator is van
draagkracht;
verzoekt de regering in overleg met financiële instellingen en relevante
toezichthouders een pilot op te zetten waarbij starters op basis van
minimaal drie jaar huurgeschiedenis een hypotheek kunnen verkrijgen ter
hoogte van de gemiddelde maandelijkse huur, en de resultaten hiervan te
evalueren en aan de Kamer te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 1415 (32847) (#7).
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Als u nog een moment heeft …
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Allereerst zijn vrouwen er volgens mij niet alleen voor het krijgen van
kinderen. Maar dat terzijde. De vraag die ik heb, gaat over het voorstel
dat de heer Russcher namens Forum voor Democratie doet: eigenlijk de
huur die je kunt betalen, koppelen aan wat je kunt lenen, dus de
leencapaciteit. Heeft de heer Russcher dan ook een beetje een beeld van
hoe die zich tot elkaar verhouden? Als je de leencapaciteit van mensen
verhoogt, kan dat natuurlijk ook best wel een prijsopdrijvende werking
hebben op de koopmarkt. Dan komen mensen nog moeilijker aan de beurt
voor een betaalbare woning. Heeft de heer Russcher daar ook over
nagedacht?
De heer Russcher (FVD):
Daar heb ik zeker over nagedacht. Vandaar dat ook in de motie staat: "in
overleg met financiële instellingen". De minister heeft in het vorige
debat ook al aangegeven dat die gesprekken gepland staan, om het
daarover te hebben met de financiële instellingen. We hebben de
NHG-pilot in 2022 gezien. Daar is niet heel veel opvolging aan gegeven.
Ik zou graag willen dat het kabinet samen met die financiële
instellingen onderzoekt of het mogelijk is en natuurlijk ook welke
invloed het heeft op de huurmarkt.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Precies. Juist de financiële instellingen, juist de Nederlandsche Bank
zegt eigenlijk al best lang: je moet ervoor zorgen dat de leencapaciteit
niet ruimer wordt, want het heeft een prijsopdrijvende werking. Ik denk
dat we dus eigenlijk al weten dat dit best wel neveneffecten heeft, maar
ik wacht de reactie van de minister af. Ik hoop dat de heer Russcher
deze zorgen tot zich neemt bij dit voorstel.
De heer Russcher (FVD):
Ik zal het meenemen, zeker.
De heer Nobel (VVD):
In het commissiedebat ging het ook even kort over Nederlandse vrouwen en
het aantal kinderen dat Nederlandse vrouwen krijgen. Toen vroeg ik me
af: goh, wat bedoelt Forum hier nu precies mee? Ik was toen door mijn
interrupties heen, dus ik dacht: ik ga vandaag in het tweeminutendebat
toch eens vragen waar u zich zorgen over maakt. Als u zich zorgen maakt
over de migratie … De VVD maakt zich daar ook zorgen over. Daar hebben
we in het coalitieakkoord ook duidelijke afspraken over gemaakt: de
migratie moet fors teruggedrongen worden. Wellicht maakt de heer
Russcher zich namens Forum voor Democratie zorgen over de vergrijzing.
Waar zit nou precies die zorg van Forum voor Democratie op dit punt?
De heer Russcher (FVD):
De zorg van Forum voor Democratie zit 'm erin dat de Nederlandse
bevolking uitsluitend groeit door migratie en niet door de geboorte van
Nederlandse kinderen. Wij zien liever gewoon een Nederland met
Nederlanders, niet met migranten. Het is heel simpel.
De heer Nobel (VVD):
Ik heb toch even een vraag om het goed te begrijpen. Als iemand
hiernaartoe komt, op een gegeven moment een status krijgt en ook
Nederlander wordt, dan doet diegene toch volwaardig mee? Dan gelden er
rechten en plichten. Of ziet Forum hen als een soort
tweederangs-Nederlanders?
De heer Russcher (FVD):
Nou, wij zien liever een asielstop, zodat er geen mensen meer Nederland
binnenkomen, zodat onze sociale voorzieningen niet onder druk komen te
staan, de veiligheid op straat gewaarborgd blijft en Nederland Nederland
blijft. Ja.
De voorzitter:
Kort en afrondend op dit punt.
De heer Nobel (VVD):
Dat was de vraag niet. Ik zie ook dat de druk op de sociale
voorzieningen toeneemt door migratie. Daar zit ook een zorg van de VVD.
Maar ik vraag gewoon: is Forum voor Democratie het met de VVD eens dat
er voor mensen die hier zijn en die ook Nederlander zijn zowel rechten
als plichten moeten gelden? Het lijkt nu namelijk net alsof u
onderscheid wil maken en twee groepen Nederlanders aan het definiëren
bent.
De heer Russcher (FVD):
Als zij Nederlands staatsburger zijn, hebben ze dezelfde rechten en
plichten als alle andere Nederlandse staatsburgers.
De heer Van Leijen (D66):
Ik heb hier toch ook even een vraag over. Ik hoorde de heer Russcher
spreken over de vervangingswaarde, het aantal kinderen dat Nederlandse
vrouwen of buitenlandse vrouwen moeten krijgen. Snapt u ook dat mensen
die dat horen zich doodschrikken en denken: wat is dit in hemelsnaam
voor extremistisch gedachtegoed?
De heer Russcher (FVD):
Nee, dat snap ik niet. Overigens was het gewoon een citaat van het CBS,
waarin zij duiden dat de bevolking uitsluitend groeit door migratie,
omdat Nederlandse vrouwen gemiddeld maar 1,4 kinderen krijgen, waardoor
de Nederlandse bevolking krimpt. Ik snap niet dat dat als extremistisch
zou worden opgevat.
De heer Van Leijen (D66):
Als u het politiseert, spreekt over vervangingswaarde en het op deze
manier in het debat brengt, dan zijn het toch geen hondenfluitjes
meer?
De heer Russcher (FVD):
Ik denk dat dit heel belangrijk is bij dit debat, want we hebben het
over het aantal woningen dat we moeten gaan bouwen. Het gaat om 1
miljoen woningen. Mijn vraag is gewoon: voor wie zijn die woningen als
onze bevolking niet op een natuurlijke wijze groeit?
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Van Leijen (D66):
Heeft de heer Russcher dan ook ideeën over hoe er meer woningen bij
kunnen komen?
De heer Russcher (FVD):
Ja. Bouwen en afzien van de stikstofregels en andere duurzaamheidseisen
die de bouw vertragen, zodat Nederlanders gewoon snel een woning
krijgen.
Mevrouw Steen (CDA):
Mijn vraag aan de heer Russcher is de volgende. U begint eerst over het
aantal kinderen per vrouw. Dan heeft u het over statushouders. Ik wil u
vragen: wilt u voor mij nou eens een helder verband leggen tussen het
aantal kinderen per vrouw en woningen die we toewijzen aan Nederlanders
die hulp nodig hebben bij het vinden van een huis? Ik hoor u namelijk
zeggen dat er meer buitenlanders binnenkomen dan dat er kinderen geboren
worden. Maar dat is natuurlijk een drogredenering. Wat ik graag van de
heer Russcher wil horen is wat nou precies het verband is tussen de
woningnood, het aantal kinderen per Nederlandse vrouw en de mensen die
hier een status hebben.
De heer Russcher (FVD):
Het verband is dat wij op dit moment een woningtekort hebben van 400.000
woningen en dat dit woningtekort niet zal oplopen als wij de grenzen
dichtgooien en geen migranten meer binnenlaten. De Nederlandse bevolking
groeit niet van nature, dus op een gegeven moment heb je ook minder
woningen nodig.
Mevrouw Steen (CDA):
Als ik mag, voorzitter, heb ik de volgende vraag. Wat gaat dan het
aantal kinderen per vrouw oplossen om dat woningtekort ook op te
lossen?
De heer Russcher (FVD):
Volgens mij begrijp ik de vraag niet helemaal. Het is gewoon zo dat
Nederlandse vrouwen gemiddeld 1,4 kinderen krijgen, waardoor de
Nederlandse bevolking niet op een natuurlijke wijze groeit. Er komen
gemiddeld wel 100.000 migranten per jaar bij — er is een positief
migratiesaldo — waardoor extra woningen gebouwd moeten worden. Maar dat
is niet voor de mensen die hier al zijn en kinderen krijgen. Dat is voor
mensen die nu nog in het Midden-Oosten of in Afrika zitten.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Mevrouw Steen (CDA):
Wat maakt het dan uit dat vrouwen in Nederland volgens Forum voor
Democratie meer kinderen zouden moeten krijgen, om vervolgens de
woningnood in Nederland op te lossen? Waarom is het krijgen van kinderen
een oplossing voor de woningnood? Dat vraag ik voor de derde keer aan de
heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Dat is geen oplossing voor de woningnood. Het is gewoon een gegeven dat
de Nederlandse bevolking niet op een natuurlijke wijze groeit, dus het
is gewoon een duiding van het woningprobleem dat wij nu hebben en een
vooruitblik op het woningprobleem, dat alleen maar groter gaat worden
als de meeste partijen hier de grenzen gewoon wagenwijd open willen
laten voor de hele wereld.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Flach, die spreekt namens de
fractie van de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Afgelopen vrijdag bezocht ik Huize Nijevelt in
De Meern. Dat is een wooncomplex waarin mensen vanuit het Leger des
Heils een woning kunnen huren. Wij werden daar rondgeleid in een
prachtig gebouw, door Jimmy, die dolblij was met de mogelijkheden die
hij daar had gekregen. Dit soort bezoeken laten mij elke keer weer zien
dat huizen bouwen en een plekje creëren voor woningzoekenden er echt toe
doet. Overigens stond het complex jaren leeg en werd het een aantal
jaren geleden omgebouwd. Dat laat maar weer zien dat er ook in de
bestaande woningvoorraad grote kansen liggen. Daarom ben ik ook heel
blij dat het amendement dat ik heb ingediend om 20 miljoen extra vrij te
maken voor de Regeling huisvesting aandachtsgroepen is aangenomen. Dat
geld kan hiervoor namelijk worden ingezet.
Voorzitter. Ik heb vandaag geen moties, maar ik stip nog kort enkele
belangrijke onderwerpen aan.
Tijdens het commissiedebat heb ik opnieuw de vinger gelegd bij de
oorzaken van de stijgende huizenprijzen. Die zijn namelijk deels ook het
gevolg van beleidskeuzes. Specifiek benoem ik nogmaals de ruimere
leennormen. Er ligt inmiddels een rapport daarover. Dank voor de
toezegging om hier voor de zomer op te reageren in een Kamerbrief.
Ten tweede dank ik de minister voor de toezegging om binnenkort eens
langs te gaan op een vakantiepark. Er ligt een instructieregel, maar ik
proefde tijdens het debat de bereidheid van de minister om zich er goed
over te laten informeren of het wel zo goed is om bewoning op álle
vakantieparken toe te staan.
Ten slotte. Tijdens het debat ben ik ingegaan op de stroperige
vergunningverlening. Soms is die verklaarbaar, maar te vaak duren dit
soort procedures te lang door problemen die te voorkomen zijn. Gisteren
is daarover een motie van mij aangenomen. Voor de zomer moet de minister
met een oplossing komen, en daar ben ik heel blij mee. Wij hopen dat te
zijner tijd weer op te pakken, zodat dit soort knelpunten zo snel
mogelijk worden opgelost. Dank u wel.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
In het commissiedebat had collega Flach wederom een terechte inbreng
over de vraag welke zaken nou zorgen voor die stijging van de
huizenprijzen. Hij had het bijvoorbeeld over de leencapaciteit, en die
noemt hij nu ook weer. Een onderdeel waarover we het wat minder hebben
gehad, is bijvoorbeeld de grond, die echt zorgt voor een prijsstijging
van woningen. Wij hebben in de Kamer eerder voorstellen gedaan om een
planbatenheffing in te voeren. De SGP heeft daar eerder ook
voorgestemd.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Vindt de heer Flach niet met mij dat we de minister nu moeten oproepen
om ook daarmee aan de slag te gaan, omdat dat ook iets is wat de
huizenprijzen zou kunnen dempen in de komende periode?
De heer Flach (SGP):
Ik denk dat de heer De Hoop hier een terecht punt heeft. Grond is een
belangrijke factor in de huizenprijs. Inmiddels is dat niet meer de
belangrijkste maar wel een drijvende factor. Ik denk dat je het op
verschillende manieren kunt aanpakken. Een planbatenheffing kan er één
zijn, maar als het gemeenten echt ernst is en ze echt huizen willen
bouwen voor hun eigen jonge starters, dan zullen ze ook concessies
moeten doen op het vlak van de grondprijzen. Ik heb dat zelf als
wethouder ook ooit gedaan. Daar krijg je geen spijt van, want daardoor
kun je op mooie plekken gewoon betaalbare appartementen of woningen
bouwen. Het is niet de enige oplossing, maar ik ben het wel met de heer
De Hoop eens dat we de grondprijs echt serieus als factor moeten
aanpakken.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Leijen, die
spreekt namens de fractie van D66.
De heer Van Leijen (D66):
Voorzitter, dank. Ik ben blij dat ik van de vorige sprekers inhoudelijke
plannen heb gehoord over hoe zij willen zorgen voor meer en betere
woningen. Daar moeten wij als Kamer mee aan de slag, want daar zijn die
woningzoekenden allemaal mee geholpen. D66 ziet grote kansen in wat
lokaal al werkt. In Utrecht zien we wat het effect kan zijn van het
schrappen van regels. Daar kunnen mensen die een woning willen delen met
een paar anderen, dat ook makkelijk doen. Daarom dien ik de volgende
motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Nederland een groot woningtekort is en dat het
efficiënter benutten van de bestaande woningvoorraad noodzakelijk
is;
overwegende dat woningdelen een laagdrempelige en effectieve manier kan
zijn om meer mensen te huisvesten binnen de bestaande
woningvoorraad;
overwegende dat het wenselijk is om woningdelen landelijk te stimuleren
en te vereenvoudigen, onder andere door het verminderen van
regeldruk;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het Utrechtse model, waarbij
woningdelen met maximaal drie personen zonder omzettingsvergunning is
toegestaan, landelijk kan worden ingevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leijen.
Zij krijgt nr. 1416 (32847) (#8).
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie de heer Mooiman staan, maar volgens mij doet hij
gewoon aan extra beweging. Dat is altijd goed. Dan gaan we nu luisteren
naar mevrouw Van der Plas. Zij spreekt namens de fractie van de BBB.
Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Wij vragen al ruime tijd aandacht voor mensen die permanent
wonen op een recreatiepark. Zij zitten daar niet uit luxe, maar uit pure
nood, omdat zij geen betaalbare of beschikbare woning kunnen vinden. Er
zijn nog steeds berichten van mensen die in deze situatie zitten. Hun
verhalen zijn schrijnend. Ondanks de oproep van minister Keijzer blijven
gemeenten handhaven. Ik heb dan ook een motie hierover. Die luidt als
volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat mensen door het woningtekort noodgedwongen permanent
in recreatiewoningen wonen;
constaterende dat deze bewoners, ondanks hun langdurige verblijf,
geconfronteerd worden met dreigende uitzettingen en dwangsommen;
overwegende dat het onacceptabel is dat mensen zonder alternatief op
straat dreigen te belanden;
verzoekt de regering om opnieuw gemeenten met klem op te roepen per
direct te stoppen met handhaving op permanente bewoning van
recreatiewoningen;
verzoekt de regering de instructieregel voor het zomerreces in werking
te laten treden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1417 (32847) (#9).
Dat geeft aanleiding tot een vraag. Meneer Flach, gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Ik ken ook de verhalen van mensen die zo op vakantieparken leven. In
heel veel gemeenten kan dit een prima oplossing zijn. Is mevrouw Van der
Plas zich er ook van bewust dat er parken zijn waar er sprake is van een
hoge mate van ondermijning en waar niet aan het bouwbesluit wordt
voldaan? Kortom, dat zijn parken waar het gewoon heel abominabel wonen
is en waar er grote vraagstukken zijn op het vlak van veiligheid, omdat
er maar één ontsluitingsroute is. Zou het niet veel beter zijn als we
dit gewoon aan de gemeente laten? Per gemeente wordt dan beslist: op dit
vakantiepark kan permanente bewoning wel en op dat andere kan het niet,
gezien de omstandigheden. Als je dit overal toestaat, krijg je toch een
chaos?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, ik weet niet of er een chaos ontstaat. Ik zie gemeenten ook
onjuistheden opschrijven in e-mails. De gemeente Urk geeft bijvoorbeeld
aan dat er nog gestemd moet worden over de instructieregel. Dat klopt
helemaal niet. De veiligheid staat natuurlijk altijd voorop, zeker! Maar
waar er onveilige situaties zijn, kan er gewoon worden gehandhaafd op
die onveilige situaties. Dat kan nu ook gewoon. Wij horen van bewoners
in recreatiewoningen dat er heel schrijnende situaties zijn. Diezelfde
geluiden krijgt de heer Flach ook. Mensen worden geconfronteerd met
dwangsommen van tienduizenden euro's. Er liggen boa's in de bosjes, die
verslag gaan doen van wat de mensen binnen allemaal aan het doen zijn,
bijvoorbeeld: deze mensen drinken een rode vloeistof op de bank. Dat
moeten we gewoon niet willen. De voormalige minister van Wonen, mevrouw
Keijzer, is heel duidelijk geweest over de instructieregel. Die moet zo
snel mogelijk, voor de zomer, ingaan.
De heer Flach (SGP):
Ik ben benieuwd of mevrouw Van der Plas weleens werkbezoeken heeft
gedaan met de stichting Vitale Vakantieparken. De minister heeft
toegezegd dat te gaan doen. Ik heb dat zelf ook een keer gedaan. Dan zie
je heel andere schrijnende taferelen. Dan zie je echt ondermijning,
mensen die met illegale prostitutie op dat soort parken zitten. Als je
daar niet meer op kan handhaven, leidt dat tot grote problemen. Dan heb
ik het nog niet eens over het Bouwbesluit, de veiligheid ten aanzien van
ontsluiting, enzovoorts. Kortom, het is volgens mij een recept voor
ellende als je iets op landelijke schaal verbiedt en daarop moet
handhaven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik neem voor kennisgeving aan wat de heer Flach zegt. Ik heb ook gezegd
dat er nu al gehandhaafd kan worden op veiligheid en ondermijning. Dat
moet gewoon goed in de gaten gehouden worden. Wij zijn er natuurlijk
niet voor dat er allerlei schimmige en criminele dingen gebeuren, maar
wij komen wel op voor de vele duizenden mensen in een recreatiewoning
die nu geconfronteerd worden met schrijnende praktijken, met name vanuit
de gemeente op het gebied van handhaving.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Flach (SGP):
We zijn het niet helemaal eens geworden, maar wellicht is mevrouw Van
der Plas bereid om mee te gaan met de minister op dat werkbezoek om ook
eens even de andere kant goed te bekijken.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeker. Ik ben zeker al op werkbezoeken geweest, maar ik doe dat graag
nog een keer.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Clemminck.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, want ik was nog niet klaar.
De voorzitter:
O, excuus. Ik dacht: u heeft één motie. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee. Ik zou de minister toch willen vragen om een reactie op het
statement van The Guardian. Het verhaal was dat The Guardian een soort
van knip-en-plakwerk had gedaan met de citaten van de minister over
schaarste, de militaire uitzendingen en de douchemuntjes. The Guardian
heeft nu een statement uitgegeven dat dat volstrekt niet het geval is,
dat ze bandopnames hebben en dat wat in The Guardian heeft gestaan over
dat verhaal, een volstrekt juiste weergave is van het gesprek. De
minister heeft vanmorgen ook een brief gestuurd met een uitleg en gezegd
dat ze lering gaat trekken uit wat er deze week is gebeurd. Ik zou
willen vragen of de minister daar zo meteen op wil ingaan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu wel luisteren naar de heer Clemminck, die
spreekt namens de fractie van JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Dakloosheid is een groot probleem in Nederland.
Het is moeilijk te tellen, maar de beste inschattingen geven aan dat
ongeveer de helft van de daklozen in Nederland bestaat uit
buitenlanders. In de grote steden loopt dit percentage makkelijk op naar
zo'n 60% tot 70%. Een groot deel daarvan bestaat uit werkloze
arbeidsmigranten. Vaak hebben ze een verslaving en zorgen zij voor veel
overlast en criminaliteit. Tegelijkertijd mogen we onze ogen nooit
sluiten voor de schrijnende situaties waarin deze dakloze
arbeidsmigranten verkeren.
De Rotterdamse aanpak van het college daar, van Leefbaar Rotterdam, VVD,
D66 en DENK, is uiterst succesvol om deze dakloze arbeidsmigranten terug
te sturen naar het land van herkomst. Het aantal EU-migranten in
Rotterdam dat verplicht werd teruggestuurd, is de afgelopen vijf jaar
met 80% gestegen. Vorig jaar keerden 256 arbeidsmigranten vrijwillig
terug naar het land van herkomst, een stijging van 51%. Afgelopen week
zag ik dat gemeenten als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis de
Rotterdamse aanpak van Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en DENK graag willen
overnemen. Vandaar mijn motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel gemeenten te maken hebben met een groeiende groep
dakloze arbeidsmigranten zonder werk, inkomen of huisvesting;
constaterende dat dit leidt tot druk op gemeentelijke voorzieningen en
tot overlast en onveiligheid in de openbare ruimte;
overwegende dat de gemeente Rotterdam een aanpak heeft ontwikkeld
waarbij dakloze arbeidsmigranten actief worden benaderd en, indien er
geen perspectief is op werk en verblijf in Nederland, worden begeleid
naar terugkeer naar het land van herkomst;
verzoekt de regering te onderzoeken of de Rotterdamse aanpak, inclusief
het actief inzetten op remigratie wanneer arbeidsmigranten geen
perspectief hebben op werk en verblijf in Nederland, landelijk kan
worden toegepast;
verzoekt de regering de Kamer uiterlijk in juni te informeren over de
uitkomsten van dit onderzoek,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 1418 (32847) (#10).
Dank u wel. Dan gaan wij tot slot luisteren naar de heer Mooiman, die spreekt namens de fractie van de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van het commissiedebat heb ik
nog een vijftal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek van de Vereniging Eigen Huis naar
bouwleges blijkt dat de kosten in een aantal gemeenten zeer hoog zijn en
dat deze tussen gemeenten sterk verschillen;
overwegende dat bouwleges volgens het kostendekkingsprincipe niet
bedoeld zijn om extra inkomsten voor gemeenten te genereren;
overwegende dat voorkomen moet worden dat hoge bouwleges een belemmering
vormen voor woningbouw;
verzoekt de regering gemeenten op te roepen terughoudend te zijn met het
verhogen van bouwleges, deze te baseren op het kostendekkingsprincipe en
te voorkomen dat de hoogte van bouwleges de woningbouwopgave
belemmert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1419 (32847) (#11).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 24 doorbraaklocaties voor woningbouw zijn aangewezen
en dat deze locaties zijn geselecteerd uit een bredere groep van
mogelijk kansrijke locaties;
overwegende dat het voor het aanpakken van de wooncrisis van belang is
dat zo veel mogelijk woningbouwlocaties tot ontwikkeling komen;
overwegende dat inzicht in de redenen waarom andere potentiële
doorbraaklocaties niet zijn geselecteerd kan bijdragen aan het alsnog
benutten van deze locaties;
verzoekt de regering de Kamer een overzicht te doen toekomen van de niet
geselecteerde doorbraaklocaties, met per locatie een toelichting waarom
deze niet is aangewezen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1420 (32847) (#12).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat gemeenten hun eigen beleid hanteren bij de toepassing
van de Wet Bibob, waardoor investeerders in woningbouwprojecten met
verschillende procedures en eisen tussen gemeenten te maken
krijgen;
overwegende dat onnodige verschillen in de toepassing van
Bibob-procedures de voortgang van woningbouwprojecten kunnen
vertragen;
overwegende dat meer uniformiteit en duidelijkheid in de toepassing van
Bibob bij woningbouwprojecten kan bijdragen aan snellere
woningbouw;
verzoekt de regering in samenwerking met gemeenten en andere relevante
partners te komen tot landelijke richtlijnen of een modelaanpak voor een
meer uniforme en vereenvoudigde toepassing van de Wet Bibob bij
woningbouwprojecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1421 (32847) (#13).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het vorige kabinet de Ladder voor duurzame
verstedelijking voor woningbouw heeft geschrapt;
overwegende dat het onwenselijk is wanneer provincies beleid ontwikkelen
dat dient ter vervanging van de Ladder voor duurzame
verstedelijking;
verzoekt de regering provincies op te roepen geen alternatief of
vervangend beleid te ontwikkelen dat hetzelfde doel of dezelfde werking
heeft als de geschrapte Ladder voor duurzame verstedelijking bij
woningbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 1422 (32847) (#14).
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de landelijk gelegen gemeente Kaag en Braassem
kleinschalige woningbouw wil realiseren in de dorpen Rijpwetering en Oud
Ade, maar dat dit wordt bemoeilijkt door de Provincie
Zuid-Holland;
overwegende dat er groot lokaal draagvlak is voor genoemde woningbouw,
aangezien het een onmisbare bijdrage levert aan het behouden van de
leefbaarheid en vitaliteit van deze kleine kernen;
verzoekt de regering met de provincie Zuid-Holland in gesprek te gaan
over woningbouwprojecten Straathof te Rijpwetering en Zuidrand te Oud
Ade in de gemeente Kaag en Braassem, teneinde een doorbraak te forceren
voor deze woningbouwprojecten, en hiertoe zo nodig instrumentarium in te
zetten;
verzoekt de regering er tevens zorg voor te dragen dat de provincie
Zuid-Holland haar beroep tegen het woningbouwplan in Rijpwetering
intrekt en gezamenlijk te komen tot een oplossing,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis, Claassen en
Clemminck.
Zij krijgt nr. 1423 (32847) (#15).
Ik wilde u bijna de bokaal voor snellezen overhandigen, tot de laatste motie. Maar dank u voor uw bijdrage. We zijn aan het einde gekomen van de inbreng van de zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven ruim zeven minuten nodig te hebben voor de appreciatie van de moties en de voorbereiding voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik schors ruim zeven minuten.
De vergadering wordt van 11.03 uur tot 11.11 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Staat van
de Volkshuisvesting. Wij zijn toegekomen aan de appreciatie van de
ingediende moties en de beantwoording van de vragen. Ik kijk ook even
naar de klok, dus ik wil, om de vaart er een beetje in te houden,
voorstellen om één interruptie per indiener van een ingediende motie toe
te staan. Dat zegt niks over de vragen die gesteld zijn, mevrouw
Beckerman; ik zie u al signalen geven. Ik geef de minister graag het
woord. Gaat uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 1408 over de Wet betaalbare
huur ontraad ik. Ik zie dat er op dit moment veel particuliere
huurwoningen worden verkocht. Daar ben ik zeker niet blind voor. De
optimalisatie betreft zorgvuldig afgewogen aanpassingen die ongeacht de
uitkomst van de evaluatie verstandig zijn. Daarom ontraad ik deze motie.
Uiteraard volgt in 2027 een gedegen evaluatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1408 wordt ontraden. Dat geeft aanleiding tot één
vraag. Gaat uw gang, meneer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vind de appreciatie moeilijk te rijmen met het feit dat ditzelfde
kabinet heel terughoudend is om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld als
het gaat om de betaalbaarheid van de auto of de energierekening; dat is,
zegt het kabinet, omdat "we in deze onzekere tijd even niet te snel
aanpassingen moeten doen in het verlagen van lasten", maar ondertussen
gaat het kabinet wel op korte termijn de lasten op het gebied van de
huren verhogen. Is deze minister het dan niet met me eens dat je ook op
het vlak van het verhogen van lasten even na moet denken en de
internationale situatie mee moet nemen, omdat die misschien toch reden
geeft om niet in april de Wet betaalbare huur aan te passen?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Op dit moment is al duidelijk dat de wet op verschillende punten knelt.
Daar ga ik met de optimalisatie iets aan doen, zonder afbreuk te doen
aan de wet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1408 blijft ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1409 van de heer Grinwis krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1409 krijgt oordeel Kamer. Dan gaan we naar de
motie op stuk nr. 1410.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1410 ontraad ik. Vorig jaar heeft uw Kamer
uitgebreid met mijn voorganger gewisseld over een huurbevriezing. Toen
is ook duidelijk geworden dat die zonder compensatie, waarvoor deze
motie geen dekking levert, desastreuze gevolgen heeft voor de
investeringscapaciteit van woningcorporaties. Daarom ontraad ik deze
motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1410 wordt ontraden. Dan gaan we naar de motie op
stuk nr. 1411.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1411 is overbodig. Voor alle huursegmenten hebben
we met Aedes maximale huurstijgingen vastgelegd. Hiermee borgen we
betaalbaarheid voor huurders en geven we verhuurders zekerheid. Een
extra plan is daarmee overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1411 krijgt de appreciatie overbodig. Dan gaan we
naar de motie op stuk nr. 1412.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1412 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1412 krijgt oordeel Kamer. Dan gaan we naar de
motie op stuk nr. 1413.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1413 is ontijdig. Het investeringsklimaat staat
onder druk en ik begrijp dat de heer Nobel net als ik op zoek is naar
maatregelen om dit te verbeteren. Zoals u weet, werk ik op dit moment
aan een optimalisatie van de Wet betaalbare huur. Daarover informeer ik
uw Kamer in april. Daarnaast is het breder verbeteren van het
investeringsklimaat ook onderdeel van de Taskforce Versnelling
Woningbouw. Deze motie is daarom op dit moment ontijdig. Daarom doe ik
de suggestie om de motie aan te houden tot ik in april mijn brief over
de optimalisatie heb gestuurd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1413 krijgt de appreciatie ontijdig. Nou rende de
heer Grinwis harder, maar ik wilde voor de volgordelijkheid toch eerst
de heer Nobel het woord geven, omdat het over de motie op stuk nr. 1413
gaat. Dan gaan we terug naar waarvoor de heer Grinwis aan kwam rennen.
Gaat uw gang.
De heer Nobel (VVD):
Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik heb de beantwoording zo
beluisterd dat de minister straks in april niet alleen naar dingen gaat
kijken, maar ook echt de wet op punten gaat aanpassen om het negatieve
effect dat die Wet betaalbare huur heeft ongedaan te maken. Heb ik dat
goed verstaan?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat heeft de heer Nobel goed verstaan.
De voorzitter:
De minister knikt van ja. Meneer Grinwis, over welke motie gaat het?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Over deze, want die heb ik eerder ook ingediend, en die is aangenomen,
althans een vergelijkbare motie. Die is aangenomen bij de behandeling
van de Wet betaalbare huur. Kan ik er dan van uitgaan dat, hoewel de
minister deze motie ontijdig vindt, er in de geest van die vorige,
aangenomen, motie wordt gehandeld? Ik maak me daar namelijk wel wat
zorgen over, want dit was best wel een cruciaal punt bij de behandeling
van de Wet betaalbare huur.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
We gaan zorgvuldig om met eerder aangenomen moties. Dat zal ook blijken
in de brief die in april komt.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de motie op stuk nr. 1415.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1415 krijgt oordeel Kamer. Momenteel ben ik gesprek
met de sector over maatwerk bij hypotheekverstrekking. Hierbij kijk ik
naar de mogelijkheden van een pilot, maar ook naar andere mogelijkheden.
Ik hou graag alle opties open en ik kom erop terug.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1415 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr.
1416.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1416: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1416 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr.
1417.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1417 wordt ontraden. In het coalitieakkoord staat
dat we permanente bewoning willen toestaan. Dat vraagt wel om
uitvoerbare oplossingen. Daar doen we onderzoek naar. Ik kom hier begin
april in een beleidsbrief op terug. Ik verwacht dat gemeenten altijd
zorgvuldig handelen en in deze tijden van woningnood voorkomen dat
mensen op straat belanden. Ik kan niet vragen om nooit over te gaan tot
handhaving.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1417 krijgt de appreciatie ontraden. Mevrouw Steen,
over welke motie van uzelf wilt u een vraag stellen?
Mevrouw Steen (CDA):
Ik had eigenlijk een vraag over de motie op stuk nr. 1416.
De voorzitter:
Ik had net voorgesteld om alleen vragen te stellen over moties die je
zelf hebt ingediend, of — ik was net iets te amicaal — "die u zelf heeft
ingediend". Ook gelet op de tijd en op het debat dat eigenlijk nu al
plaats had moeten vinden wil ik hier eigenlijk geen ruimte voor geven.
Dat geldt ook voor de heer De Hoop.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Mag ik daar een punt van orde over maken?
De voorzitter:
U mag altijd een punt van orde maken.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik vind dit namelijk niet helemaal in lijn met het regeerakkoord. Als
dat zo is, vind ik eigenlijk dat er wel ruimte voor zou moeten zijn om
daar een vraag over te stellen.
De voorzitter:
Maar als ik dit toe ga staan, dan zijn we zo meteen heel veel verder in
de tijd, denk ik. Ik verwacht namelijk nog een aantal andere vragen, en
ik wil ook dat de collega's die nu al in de gangen klaarstaan zo meteen
aan hun debat kunnen beginnen. Dus wat mij betreft gaan we door met de
motie op stuk nr. 1418.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1418 krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1418 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1419 ontraad ik. In algemene zin is het aan
gemeenten om de hoogte van bouwleges te bepalen. Die komen op
democratische wijze tot stand door besluitvorming in de gemeenteraden.
Idealiter zijn deze zo laag mogelijk, aangezien ze de kosten van de
nieuwbouwwoningen verhogen. Ik roep gemeenten op deze zo laag mogelijk
te houden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1419 krijgt de appreciatie ontraden. Dat geeft
aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang.
De heer Mooiman (PVV):
Ik verbaas me toch over het oordeel over deze motie. De minister geeft
aan dat ze de gemeenten al gaat oproepen om de leges kostendekkend of zo
laag mogelijk te houden. Ik denk dat ze dan juist deze motie daarin kan
meenemen en 'm van oordeel Kamer kan voorzien. We hebben het immers over
een situatie waarbij sommige gemeenten €17.000 voor een vergunning
rekenen, terwijl een andere gemeente voor dezelfde vergunning €300
rekent. Het lijkt me dus een serieuze zaak, waar ook de minister zich
zorgen om moet maken.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar maak ik me ook zorgen over. Daarom kan ik wel toezeggen dat ik
gemeenten ertoe ga oproepen, maar ik kan niet veel verder gaan dan
dat.
De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 1420.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1420: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1420 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr.
1421.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1421 krijgt oordeel Kamer als ik het mag lezen als
"onderzoeken".
De voorzitter:
Ik kijk even naar de indiener. Die zegt heel hard ja. Daarmee krijgt de
motie de appreciatie oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1422.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1422: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1422 krijgt oordeel Kamer. Tot slot de motie op
stuk nr. 1423.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 1423: oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1423 krijgt ook oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan zijn er nog drie vragen.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Voorzitter. De vraag van de heer Flach van de SGP ging over in gesprek
gaan met de vakantieparken. Ik ga zeker in gesprek met alle betrokken
partijen, zoals ik eerder ook al heb toegezegd.
Voorzitter. Forum voor Democratie vroeg naar een reflectie op de
demografische ontwikkelingen. Mijn reflectie ziet er als volgt uit: een
aanzienlijk deel, 45%, ontstaat door groei van de bevolking, waarvan 95%
komt door alle vormen van migratie. 25% ontstaat door het kleiner worden
van huishoudens en 14% doordat sloop gecompenseerd moet worden. De
oorzaak voor huishoudensverdunning is deels vergrijzing. Dat betekent
dat er veel twee- een eenpersoonshuishoudens zijn.
Dan het verzoek van de BBB en de SP over het artikel in The Guardian.
Daarover kan ik zeggen dat ik, zoals ook in de brief staat, op 12 maart
op werkbezoek ben geweest in de provincie Utrecht. Het onderwerp van dat
werkbezoek was netcongestie in relatie tot woningbouw. Daar zijn we over
bijgepraat. Het ging over schaarste. In dat interview heb ik inderdaad
gezegd dat er douchemuntjes in Afghanistan zijn gebruikt. Dat was
onzorgvuldig. Dat had ik niet moeten doen. Dat betreur ik. Het was in de
context van de vraag hoe mensen omgaan met schaarste. Daarvan zien we
voorbeelden, waar dat gesprek ook over ging. Bij een camping heb je
muntjes. Voor de telefoon heb je ook muntjes. Om het dan maar heel
precies te maken: in mijn tijd in Afghanistan zat er een tijdslot op
hoelang je naar huis kon bellen en een tijdslot op hoelang je kon
douchen. Dat is niet goed uit mijn mond gekomen, maar wel goed in het
artikel beland. Dat betreur ik, dat was onzorgvuldig en daar leer ik
van.
De voorzitter:
Ik heb niet gezien wie er als eerste bij de microfoon was.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het was mijn vraag.
De voorzitter:
Maar ik ga nog steeds over de orde. U krijgt heel galant het woord van
uw collega's, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit is een beetje minister brekebeen aan het worden. In de korte tijd
dat deze minister hier zit, moet er al zo veel worden teruggenomen. Via
een woordvoerder is afgelopen week eerst gewoon nog een keer gezegd dat
The Guardian het allemaal niet goed heeft opgeschreven, terwijl The
Guardian zegt: we hebben het gewoon opgenomen en het klopt. Ook dat moet
de minister nu alweer terugnemen. Ik word er een beetje moedeloos van,
eerlijk gezegd.
De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn vraag is als volgt. Er zijn nu zo vaak tegenstrijdigheden verteld;
laat ik het zo noemen. De minister lijkt zich er nu toch wat makkelijk
van af te maken. Ik vind het best ernstig dat er steeds dingen worden
gezegd die niet kloppen en weer moeten worden teruggenomen, en dat er
dan weer wat bovenop komt. Het is gewoon een ladder die steeds
omhooggaat. Ik wil aan de minister vragen wat ze er zelf van vindt dat
het steeds op deze manier gaat. Het klopt gewoon continu niet wat er
gezegd wordt.
De voorzitter:
Ik ga alle leden de ruimte te geven hier een vraag over te stellen, maar
ik stel ook voor om hier niet een apart debat over te voeren, ook vanuit
mededogen met de collega's die nog staan te wachten. Ik vind dat ik hier
ruimte voor moet geven, maar let dan ook op de bondigheid van de
vragen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik heb gezegd dat ik zorgvuldiger met mijn woorden had moeten omgaan.
Dat heb ik niet gedaan. Dat betreur ik. Daar leer ik van. Dat is de
reflectie die ik mevrouw Van der Plas kan geven.
De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, kort alstublieft.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik ben blij dat de minister zegt hiervan te gaan leren. Dat zullen we
inderdaad zien. Ik vraag me gewoon af of deze minister de ernst van de
situatie ook wel echt begrijpt, in plaats van dat ze alleen zegt: ik heb
dit fout gezegd. Het is deze week namelijk gewoon een stapeling
geweest.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik herken geen stapeling. Ik herken wel dat dit niet goed is gegaan.
Zoals gezegd, betreur ik dat. Ik vind het heel vervelend dat ik mijn
woorden onzorgvuldig heb gekozen. Dat had niet mogen gebeuren. Ik leer
daarvan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, dit telt niet als een interruptie. Ik heb een inhoudelijke
vraag gesteld. Die is niet beantwoord. De minister heeft in dat artikel
aangeven dat we soberder moeten leven. Mijn vraag was: wie moet er luxe
inleveren? Ik hoop dat deze vraag niet geteld wordt als interruptie,
want deze is gewoon gesteld in het debat.
De voorzitter:
U heeft groot gelijk.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Mijn excuses voor het niet beantwoorden van uw vraag. Dit hele bezoek
ging niet over inleveren. Dit bezoek ging erover dat je aan de ene kant
kijkt naar een groot eiland waarop deze gemeente een hele grote
woningbouwlocatie zou kunnen ontwikkelen en dat je aan de andere kant
een netcongestietekort ziet. Dit gaat over de vraag hoe je dit met
elkaar oplost als de doelstelling "meer huizen bouwen" is. We moeten met
elkaar slimme oplossingen verzinnen voor hoe we dat tot stand brengen.
Uiteindelijk moet het gaan over voldoende woningen waarbij mensen gewoon
gebruik kunnen maken van energie en elektriciteit. Ik sluit daarbij aan
bij de campagne die erover gaat dat de knop om moet. Daarbij vragen we
mensen om op andere momenten, buiten de piekbelasting, gebruik te maken
van het stroomnet.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar dit is wel het punt, want het hele artikel ging over soberder leven
en luxe inleveren. Mijn vraag was: wie moet dat doen? Ik zie een kabinet
dat een politieke keuze maakt. Aan de ene kant krijgen de hoogste
inkomens er hypotheekrenteaftrek bij; die gaan erop vooruit. Aan de
andere kant is er te weinig geld vrijgemaakt voor de bouw van betaalbare
woningen. Dan zien we een interview met de minister, die zegt: we moeten
soberder leven en luxe inleveren. Wie moet dan inleveren? Dat is een
politieke keuze. Erkent de minister dat zij een politieke keuze maakt
door aan de ene kant villa's te subsidiëren en aan de andere kant tegen
andere mensen te zeggen: minder kamers, minder energieverbruik, kleinere
woningen? Waarom maakt dit kabinet weer deze politieke keuze?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik in mijn brief heb geschreven, ben ik onzorgvuldig geweest in
mijn woorden. Dat had ik niet moeten doen. Tegelijkertijd vraagt u aan
mij: waar gaat het over? Dat "soberder" staat in relatie tot het bouwen.
We kijken naar het delen van woningen, naar het splitsen van woningen en
naar het beter gebruikmaken van reeds bestaande bouw. Dit gaat
uiteindelijk enkel en alleen over mijn eigen opgave, de woningopgave;
daar gingen het gesprek en het werkbezoek ook over. Nogmaals, ik ben
onvoldoende zorgvuldig geweest in het kiezen van mijn woorden. Dat is
niet goed. Dat vind ik niet goed. Dat betreur ik; dat heb ik ook in een
brief geschreven. Dat zeg ik hier ook. Ik leer daarvan.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
De minister zegt: ik ben onzorgvuldig geweest in mijn woorden.
Tegelijkertijd laat zij ook doorschemeren dat dit gewoon beleid wordt.
We zagen het met Sigrid Kaag, die zei: we worden collectief een beetje
armer. En wat gebeurde er? De rijken werden rijker en de armen werden
armer. Deze minister zegt: we moeten luxe inleveren. Ze komt met beleid
waarmee de lage inkomens en de middeninkomens daadwerkelijk luxe moeten
inleveren. Nogmaals mijn vraag: waarom maakt ze die keuze? Waarom kiest
ze ervoor om aan de ene kant de hoge inkomens meer te geven — denk aan
de grote verkiezingsbelofte om de hypotheekrenteaftrek aan te pakken —
en aan de andere kant te weinig geld te reserveren om de wooncrisis echt
op te lossen? Waarom maakt ze die keuze? Het is geen foute woordkeuze;
het is een foute beleidskeuze.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit gaat er uiteindelijk over dat er meer woningen van verschillende
formaten en voor verschillende doelgroepen nodig zijn. Daar hebben we al
verschillende debatten over gevoerd. Ik heb verschillende toezeggingen
gedaan over hoe we daarnaar gaan kijken. Ik kan niet anders zeggen dan
dat er woningen bij moeten. Dat weten we. Daar moeten we hard voor aan
het werk.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat het goed is dat de minister zegt: dit had beter gemoeten.
Laat ik het een beginnersfout noemen. Dat gebeurt af en toe. Waar ik
zelf nog wel een vraag over heb, is het volgende. De minister heeft dat
interview gehad. Dat komt in de krant, dus waarschijnlijk ligt het eerst
op het ministerie en ziet de bewindspersoon dat, of in ieder geval zien
de mensen van communicatie dat. Daar komt dan wat uit. Maar in de eerste
reactie in de Volkskrant zag ik dat vanuit VRO, vanuit het ministerie,
werd gezegd dat de journalist verschillende quotes door elkaar gehaald
zou hebben. Daarmee werd de journalist eigenlijk een beetje onder de bus
gegooid. Dat vind ik wel problematisch. Heeft de minister of hebben haar
mensen op het ministerie het interview gelezen voordat het in de
Volkskrant stond?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, dat interview is niet van tevoren, voordat het is gepubliceerd,
gelezen.
De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):
Helder. Dan ga ik er ook van uit dat de mensen die gezegd hebben dat
deze journalist het citaat geknipt zou hebben of dat het op een
verkeerde manier tot stand is gekomen, dat ook niet gelezen hebben. Dan
ga ik er eigenlijk van uit dat de minister ook richting de journalist
nog een gebaar maakt en zegt: wat wij vanuit het ministerie gezegd
hebben, namelijk dat het verkeerd was opgeschreven, was niet correct.
Het gaat namelijk gewoon over een journalist. Het ministerie sprak alsof
de journalist zomaar geknipt zou hebben. Dit verdient eigenlijk ook iets
van een excuus of in ieder geval een signaal richting de journalist dat
dit niet zo had gemoeten. Dat stond namelijk niet in de brief.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De woordvoerder heeft de context toegelicht aan de journalist van de
Volkskrant. Die heeft het artikel niet gezien voordat het werd
gepubliceerd. The Guardian had van tevoren ook al gezegd dat het dat
niet zou doen; het is daar heel transparant over geweest. Ik heb haar
zelf gebeld. Nadat u de brief heeft ontvangen, heb ik deze ook naar haar
gestuurd. Zij weet ook dat ik daarin mijn eigen verantwoordelijkheid
neem.
De heer Mooiman (PVV):
Dit punt is natuurlijk wel wat breder, omdat de minister vrij heftige
beleidsvoornemens in het krantenartikel op heeft laten tekenen, of daar
in ieder geval over heeft gesproken met de journalist. Mensen maken zich
natuurlijk erg zorgen over die beleidsvoornemens. Ik vraag me af of de
minister het gepast vindt om dat soort voornemens eerst via een
internationale krant kenbaar te maken en de Kamer daarmee te
passeren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, dat is niet gepast. Dat had anders gemoeten. Dat staat volgens mij
ook in mijn brief. Dat heb ik net ook woordelijk herhaald. Dat was
onzorgvuldig. Het was niet goed. Ik reken mezelf dat aan en betreur dat
dit is gebeurd.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik dank de minister en de leden van de Kamer voor hun aanwezigheid. Ik
schors de vergadering enkele ogenblikken.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.