Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026 (CD 24/3) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D14379, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-27 09:29, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-26 11:15: Tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026 (CD 24/3) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026
Voorzitter: Van Campen
Landbouw- en Visserijraad d.d. 30 maart 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad
d.d. 30 maart 2026 (CD d.d. 24/03).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw-
en Visserijraad. De datum is 30 maart 2026. Ik heet van harte welkom de
minister en de staatssecretaris van het departement van LVVN; dat staat
voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Voordat ik de heer
Lohman het woord ga geven, wil mevrouw Ten Hove nog iets zeggen, zie
ik.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Goedemorgen, voorzitter.
De voorzitter:
Goedemorgen!
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Ik wil graag toestemming vragen om mee te doen aan het tweeminutendebat.
Ik wil geen spreektijd, maar wel graag deelnemen.
De voorzitter:
Ik kijk of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Dan zetten we u
erbij op de lijst.
Het woord is aan de heer Lohman voor zijn inbreng namens de fractie van
het CDA.
De heer Lohman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De vraag naar eiwitten blijft wereldwijd
stijgen. Het is van belang om te diversificeren wat betreft de bron van
eiwitten: dierlijk, plantaardig, van land en uit zee.
Het CDA heeft hier gisteren tijdens het commissiedebat al aandacht voor
gevraagd en wil dit punt, samen met D66 en GroenLinks-PvdA, nadrukkelijk
ondersteunen en aanmoedigen.
Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat eiwitten van land en van zee essentieel zijn voor de
voedselvoorziening, bodemkwaliteit en volksgezondheid;
overwegende dat de eiwitketen van teelt via industrie tot consument
loopt en integraal moet worden benaderd om tot een toekomstbestendig en
autonoom voedselsysteem te komen;
overwegende dat een samenhangende visie op eiwitten, zowel plantaardig
als dierlijk, bijdraagt aan duurzaamheid, strategische autonomie,
dierenwelzijn en verdienvermogen binnen de agrarische sector;
verzoekt de regering om een concrete en samenhangende visie op de
eiwitketen uit te werken als onderdeel van de nationale
voedselstrategie;
verzoekt de regering tevens om deze visie actief in Europees verband in
te brengen en te bevorderen in het licht van de Europese
voedselstrategie en de European protein strategy,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lohman, Podt,
Vellinga-Beemsterboer en Bromet.
Zij krijgt nr. 1767 (21501-32) (#1).
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas voor haar inbreng namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter, ik heb drie moties. Die luiden als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vanuit het European Maritime Fisheries and Aquaculture
Fund (EMFAF) middelen beschikbaar zijn gesteld voor de verduurzaming van
de visserijsector;
overwegende dat de binnenvisserij nog niet in aanmerking is gekomen voor
verduurzamingssubsidies;
verzoekt de regering zich actief in te zetten om ook voor de
binnenvisserij toegang tot de EMFAF-middelen voor verduurzaming te
verkrijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1768 (21501-32) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het vervangen van dierlijke mest door kunstmest binnen
dezelfde stikstofgebruiksruimte geen verbetering van de waterkwaliteit
oplevert;
overwegende dat kunstmest leidt tot extra fossiel energiegebruik en
grotere afhankelijkheid van import van aardgas;
overwegende dat het benutten van dierlijke mest bijdraagt aan
kringlooplandbouw, voedselzekerheid en minder afhankelijkheid van
grondstoffen uit het buitenland, zeker in tijden van geopolitieke
spanningen;
verzoekt de regering in Europees verband actief te pleiten voor meer
ruimte voor het gebruik van dierlijke mest binnen de bestaande
stikstofgebruiksnormen, ter vervanging van kunstmest in de vorm van een
diversenpunt bij de eerstvolgende Landbouw- en Visserijraad,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1769 (21501-32) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Commissie een evaluatie uitvoert van het
gemeenschappelijk visserijbeleid en daarbij expliciet ruimte biedt voor
het voorstellen van alternatieven;
overwegende dat de huidige aanlandplicht in de praktijk voor de
visserijsector niet uitvoerbaar is;
overwegende dat er binnen de sector behoefte bestaat aan werkbare en
handhaafbare alternatieven voor de aanlandplicht;
verzoekt de regering om, in nauwe samenwerking met de visserijsector, de
mogelijkheden voor werkbare alternatieven voor de aanlandplicht uit te
werken en deze in te brengen bij de Europese Commissie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1770 (21501-32) (#4).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een fijne dag allemaal.
De voorzitter:
Dank u wel. U ook. Het beste gewenst. Dan is het woord aan mevrouw
Vellinga-Beemsterboer voor haar inbreng namens D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen moties, maar nog wel een vraag.
Gisteren bij het commissiedebat zei de staatssecretaris dat de verwachte
Ocean Act bij de minister van IenW ligt. Nu kan ik me voorstellen dat de
eindverantwoordelijkheid daar zit, maar ik wil de staatssecretaris toch
graag op het hart drukken zich er wel flink mee te bemoeien.
Vergelijkbaar met de taskforces waar dit kabinet mee werkt, raakt de
Ocean Act aan natuurbescherming, energie, visserijbeleid, defensie,
eilandgemeenschappen en nog veel meer. Daarom hoor ik graag een
bevestiging van beide bewindspersonen dat zij actief meebeslissen over
de Nederlandse inzet, bijvoorbeeld als het gaat om de relatie tussen
bodemberoerende visserij en de natuurbeschermingsdoelstellingen van 30%
in het oceaanpact. Graag een reactie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Den Hollander voor haar inbreng
namens de VVD.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We zien dat er al een hele discussie over de
Food and Feed Safety Omnibus is gevoerd, zelfs al voordat die officieel
uitgekomen was, doordat er een lek was. We zien daar ook wel wat
risico's in, omdat we ook echt wel zien dat er ook goede kanten zitten
aan de Food and Feed Safety Omnibus. Maar we horen ook de zorgen die er
zijn over bijvoorbeeld versnelde toelating en herbeoordeling. Daarom
hebben wij een motie ingediend, waarvoor we brede steun in de Kamer
hopen te krijgen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat versimpeling van wetgeving een goed uitgangspunt is,
maar niet ten koste mag gaan van het veiligheidsniveau;
overwegende dat de huidige versie van het Omnibusvoorstel van de
Europese Commissie geen impactassessment heeft en daardoor de impact
moeilijker is in te schatten;
overwegende dat het nieuwe herbeoordelingssysteem voor werkzame stoffen
ingrijpend wordt aangepast door risicogestuurd te worden en dat hierover
zorgen bestaan of zo’n nieuw systeem wel veilig genoeg is;
overwegende dat dit niet mag leiden tot soepelere toetsing van
schadelijke stoffen die hierdoor op de markt kunnen komen of in het
milieu blijven;
verzoekt het kabinet:
om er zorg voor te dragen dat het Omnibusvoorstel niet tot versoepeling ten koste van veiligheid leidt;
en er hierbij voor te zorgen dat het toetsingskader voor schadelijke stoffen niet wordt afgezwakt, zodat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu gehandhaafd blijft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander en Bromet.
Zij krijgt nr. 1771 (21501-32) (#5).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Russcher namens Forum voor Democratie. Gaat uw gang.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik voer even het woord in plaats van Van
Duijvenvoorde, want die is verhinderd. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Unie bij de vaststelling van de totale
toegestane vangst (TAC) binnen de door ICES geschetste bandbreedte heeft
gekozen voor het meest conservatieve scenario, dat leidt tot een extreme
krimp van 70% en een maximale TAC van slechts 174.357 ton;
constaterende dat andere kuststaten, te weten Noorwegen, het Verenigd
Koninkrijk, IJsland en de Faeröer-eilanden, een veel pragmatischer
ICES-scenario hanteren met een aanzienlijk hogere TAC van 299.010 ton,
wat gelijk staat aan een krimp van slechts 48%;
overwegende dat deze eenzijdige Europese krimp leidt tot een volstrekt
ongelijk speelveld, waarbij de Nederlandse pelagische visserij wordt
geconfronteerd met een desastreuze quotumkorting van circa 69%, wat onze
vloot en onafhankelijke voedselvoorziening in gevaar brengt;
verzoekt de regering om zich er in Europees verband hard voor te maken
dat de EU daadwerkelijk overgaat tot het loslaten van het meest
conservatieve scenario, en, ter bescherming van een gelijk speelveld
voor onze vissers, de TAC bijstelt naar het minder negatieve
ICES-scenario van 299.010 ton dat ook door de andere kuststaten wordt
gehanteerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Russcher en Van
Duijvenvoorde.
Zij krijgt nr. 1772 (21501-32) (#6).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Europese Unie historisch een aandeel van circa 23%
heeft in de makreelvangst;
constaterende dat Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, IJsland en de
Faeröer in een eenzijdig akkoord buiten de EU om, 80% van de
makreelvangst voor zichzelf opeisen, waardoor er slechts 20% overblijft
voor de EU, Groenland en Rusland gezamenlijk;
overwegende dat deze kuststaten zich hiermee een onevenredig groot
aandeel toe-eigenen ten koste van de Europese en Nederlandse visserij,
en dat de EU hiertegen onvoldoende een vuist maakt;
verzoekt de regering om zich er in Brussel voor in te zetten dat de EU
vasthoudt aan het historische aandeel van circa 23%, en, indien nodig,
inzet op effectieve Europese maatregelen om dit aandeel af te
dwingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Russcher en Van
Duijvenvoorde.
Zij krijgt nr. 1773 (21501-32) (#7).
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Chris Jansen voor zijn inbreng namens de Partij voor de Vrijheid.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb geen moties, maar wel twee vragen voor beide
bewindspersonen. Gisteren in het debat heb ik enigszins geprobeerd een
uitspraak te ontlokken over het feit dat de PVV van mening is dat het
Nederlands belang altijd boven het EU-belang gaat. Ik wil graag van
beide bewindspersonen hier onomwonden horen dat zij die mening delen.
Het Nederlands belang gaat altijd boven het EU-belang, omdat het niet
altijd gelijke tred houdt. Graag een reactie.
Dan de tweede vraag. Gisteren was er natuurlijk een teleurstellend debat
over onder andere de brandstofaccijnzen en de prijzen waar de mensen mee
geconfronteerd worden. Ik wil graag van de bewindspersonen weten of ze
dit onderwerp ook onder de aandacht willen brengen in de Europese Raad.
Wij zijn vast niet het enige land dat hiermee te maken heeft. Ik zou
graag willen weten hoe zij hiermee omgaan en hoe zij de vissers toch op
de een of andere manier hierin tegemoet kunnen komen, want op deze
manier krijgen we natuurlijk een verlenging van het probleem dat we deze
week hebben gezien, namelijk dat de helft van de vloot gewoon niet eens
meer kan uitvaren, omdat die anders verlies maakt. Graag ook daar een
reactie op.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jansen. Ik schors tot 11:49 uur, dus dat is 5
minuten.
De vergadering wordt van 11.44 uur tot 11.49 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de minister voor de
beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de ingediende
moties.
Minister Van Essen:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een tweetal vragen te beantwoorden.
De eerste was: gaat het Nederlandse belang altijd boven het EU-belang?
Ik denk dat dat een valse tegenstelling is. Nederland profiteert van de
EU. Wat het kabinet betreft is het niet zo zwart-wit. Als je naar het
Verenigd Koninkrijk kijkt, dan zie je wat je kunt krijgen als je daar op
een andere manier in gaat zitten. Wij zijn van mening dat als de zon
schijnt in de EU, die ook in Nederland schijnt. Het helpt niet om daar
heel geharnast in te zitten. Tegelijkertijd …
De voorzitter:
Ik sta één … Excuses, minister.
Minister Van Essen:
Tegelijkertijd: natuurlijk gaan de staatssecretaris en ik naar Brussel
toe met het Nederlandse belang in ogenschouw. Maar het gaat ons in de
komende tijd helpen, zeker op onze dossiers, als we daar constructief
gaan zijn, omdat het Nederlandse belang daar uiteindelijk mee is
gediend.
De voorzitter:
Ik sta één vervolgvraag toe, want u heeft allen een technische briefing
om 12.00 uur over doelsturing.
De heer Chris Jansen (PVV):
Laten we heel eerlijk zijn: vanmorgen had ik nog sneeuw en hagel, dus
als de zon ergens schijnt, dan schijnt hij niet direct overal.
Deze bewindspersonen zitten hier namens de Nederlandse bevolking voor
het belang van Nederland. Daar komt mijn vraag ook vandaan. Ik wil graag
dat zij beiden uitspreken dat zij dat belang altijd als eerste zullen
stellen, en niet het EU-belang. Het is altijd het Nederlandse belang
eerst. Ik wil graag dat dat hier bevestigd wordt.
Minister Van Essen:
Daar heb ik net geprobeerd mee af te ronden. Het Nederlands belang is
erbij gediend als we ons op een bepaalde manier opstellen in de EU. En
ja, wij gaan met het Nederlandse belang in ogenschouw naar Brussel
toe.
De voorzitter:
U vervolgt.
Minister Van Essen:
Dan de vraag van D66 over het Ocean Pact. Bemoeien beide
bewindspersonen, zowel de staatssecretaris als ik, zich met de invulling
daarvan, voor zover dat de beleidsterreinen raakt, zoals natuur en
visserij? Die vraag kan ik in ieder geval namens mij, maar ik denk ook
namens de staatssecretaris, positief beantwoorden. Vanuit onze
portefeuilles dragen wij actief bij aan het Ocean Pact. We volgen die
ontwikkelingen nauwgezet. Daar kunt u ons zeker op aanspreken.
De voorzitter:
De moties.
Minister Van Essen:
De motie over de Eiwitstrategie zou ik graag aan het oordeel van de
Kamer willen laten.
De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 1767.
Minister Van Essen:
Ja, dank u wel. Ik heb de nummers nu goed op een rij, voorzitter.
Die motie vraagt om een actieve inzet in Brussel op dit thema. Als de
visie is uitgewerkt, zullen we die uiteraard in Europa inbrengen en
bevorderen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1767 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Essen:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 1769 over mest. Die motie zou ik
willen ontraden, maar niet omdat ik de ambitie van mevrouw Van der Plas
niet deel om waar mogelijk het gebruik van circulaire meststoffen op een
verantwoorde manier te vergroten. Daarom is het voorstel RENURE met veel
inzet naar voren gebracht door het vorige kabinet. Dat hebben we
gisteren ook besproken in het debat. Europa heeft dat voorstel ook
aangenomen. We zitten nu in de notificatiefase. Het lijkt ons niet
opportuun om nu als Nederland te gaan pleiten voor meer ruimte om
kunstmest te vervangen, ook niet gezien de brief die we van
Eurocommissaris Roswall hebben gehad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1769 wordt ontraden. Ik dank de minister. Het woord
is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter. Ik heb nog één vraag gekregen van de heer Jansen, over de
accijnzen op brandstof en het onder de aandacht brengen in de Europese
Raad. Op dit moment betalen vissers geen accijns, maar ik ben wel bereid
om de huidige energieprijzen daar onder de aandacht te brengen. Ik zal
de Kamer na de LVR informeren over wat die gesprekken hebben
opgeleverd.
Voorzitter. Daarnaast zijn er een aantal vragen blijven liggen in het
schriftelijk overleg, omdat we geen tweede termijn hadden. Het lid
Kostić vroeg naar pfas en gewasbeschermingsmiddelen. Ik zal zorgen dat
we daarop terugkomen in de antwoorden in het schriftelijk overleg
hierover. Dan kunnen we vrij uitgebreid alle nuances meenemen. We komen
er dus op terug.
De voorzitter:
De moties.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1768 van mevrouw Van der Plas vraagt om ons er
actief voor in te zetten om voor de binnenvisserij toegang te krijgen
tot de EMFAF-middelen voor verduurzaming. Ik heb begrip voor de wens om
steun te krijgen voor verduurzaming. Ik vind het ook moeilijk uitlegbaar
dat dat nu niet goed kan. Onder het EMFAF is dat niet mogelijk. Mijn
voorganger heeft dat uitgezocht. We hebben daarom in overleg met de
sector een aantal andere subsidieregelingen open kunnen zetten.
Aangezien het EMFAF een route is die niet zou kunnen werken, ontraad ik
de motie. Maar als mevrouw Van der Plas bereid is om "EMFAF" te
vervangen door "MFK", zou ik de motie oordeel Kamer kunnen geven. Dat
lijkt me de meest kansrijke route om dit mogelijk te maken. Ik zie haar
knikken.
De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Van der Plas daartoe bereid is. De huidige motie
krijgt de appreciatie ontraden. Indien het dictum wordt gewijzigd naar
"MFK-middelen", dan krijgt de motie oordeel Kamer, maar dat moet dan wel
voor vanmiddag gebeuren, want de stemmingen zijn vanmiddag, zeg ik tegen
mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Om mijn eigen oordeel over de motie te kunnen vormen, de volgende vraag.
De staatssecretaris zegt aan de ene kant dat er andere subsidiemiddelen
beschikbaar zijn. Wordt dit dan een nieuwe subsidie of valt het dan
binnen die bestaande middelen?
Staatssecretaris Erkens:
Nee. De subsidies die nu beschikbaar zijn, draaien specifiek om de inzet
om paling over dijken te kunnen zetten en rivierkreeft weg te vangen.
Voor verduurzaming is er nog weinig mogelijk. Het zou mogelijk om nieuwe
regelingen gaan, maar uiteraard moeten we eerst in Brussel de ruimte
vinden met elkaar om dat te kunnen aanbieden. Voordat er een nieuwe
regeling is, zal uw Kamer uiteraard geïnformeerd worden. Het wordt dus
wel een langer traject.
Dan de motie op stuk nr. 1770. Gezien de technische briefing die zo
begint, zal ik beknopt zijn: die krijgt oordeel Kamer; dat zal ook de
inzet van het kabinet zijn.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1770: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr.
1771.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1771 krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 1772.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1772 is overbodig, want het voorstel in de motie is
al van tafel. De Nederlandse inzet was al wat de motie ons vroeg om te
doen ten aanzien van die minder conservatieve scenario's. Dat hebben we
al aangepast, en het voorstel van de Commissie is ook aangepast. Die
motie is dus overbodig.
De voorzitter:
Tot slot.
Staatssecretaris Erkens:
De motie op stuk nr. 1773 krijgt oordeel Kamer, met twee kleine
kanttekeningen. Het historische aandeel is 21,85% en niet 23%. Dus als
ik me daarop kan richten, dan kan ik daarin meegaan. Bovendien willen we
dit ook voor elkaar krijgen middels een breed akkoord met de andere
kuststaten, want dan krijg je ook langjarige zekerheid. Met die
interpretatie zou de motie oordeel Kamer krijgen. Anders ...
De voorzitter:
Kan de heer Russcher daarmee leven? Dat is het geval. Dan krijgt de
motie op stuk nr. 1773 oordeel Kamer. Ik dank beide bewindspersonen voor
hun aanwezigheid.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen over de moties ingediend in dit tweeminutendebat zullen
bij aanvang van de middagvergadering plaatsvinden. Ik schors de
vergadering voor een kort ogenblik. Daarna gaan we verder met het
tweeminutendebat Fiscaliteit.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.