Tweeminutendebat Advies NZa deel 2 budgetbekostiging acute verloskunde (AV) (29247-481) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D14381, datum: 2026-03-26, bijgewerkt: 2026-03-27 09:32, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-26 12:25: Tweeminutendebat Advies NZa deel 2 budgetbekostiging acute verloskunde (AV) (29247-481) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Advies NZa deel 2 budgetbekostiging acute verloskunde
Advies NZa deel 2 budgetbekostiging acute verloskunde
Aan de orde is het tweeminutendebat Advies NZa deel 2
budgetbekostiging acute verloskunde (AV) (29247, nr. 481).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Advies
NZa deel 2 budgetbekostiging acute verloskunde. Ik heet de minister in
vak K van harte welkom. Ik zie de heer Claassen staan; het woord is aan
hem.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Omdat ik vanuit een andere "identiteit" meegedaan heb aan het SO en daar
ook uitgebreid schriftelijke vragen heb gesteld en antwoorden heb
gekregen, moet ik nu vragen om toestemming om mee te doen aan dit
tweeminutendebat. Ik wil daarom bij dezen vragen of ik mee mag doen aan
dit geweldige tweeminutendebat.
De voorzitter:
Voor twee minuten?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb één motie, dus ik hoop het in minder tijd te doen.
De voorzitter:
Ik kijk of daar hartgrondige bezwaren tegen zijn. Ik zie dat dat niet
het geval is. We zetten u erbij op de lijst, meneer Claassen. Het woord
is aan mevrouw Wiersma voor haar inbreng namens de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Ik begin gelijk, want het is een lange motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de bereikbaarheid van acute verloskundige zorg in
meerdere regio's onder druk staat en dat verdere afname van capaciteit
kan leiden tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's voor vrouwen en
(ongeboren) kinderen;
overwegende dat de regering heeft besloten geen budgetbekostiging voor
acute verloskunde in te voeren;
overwegende dat in het regeerakkoord wordt uitgegaan van overheidsregie
op de spreiding en de bereikbaarheid van zorg en dat deze regie moet
gelden voor zowel planbare als acute zorg, met bijzondere aandacht voor
dunbevolkte regio's en ziekenhuizen met minder volume;
overwegende dat bestaande regionale samenwerkingsstructuren onvoldoende
waarborgen bieden voor toekomstbestendige, tijdige toegang tot acute
verloskundige zorg in alle regio's;
verzoekt de regering om, uiterlijk voor 1 januari 2027, in gesprek met
onder meer de KNOV, de verloskundigen, gynaecologen, de SEH-artsen en de
ambulancezorg, in samenwerking met ziekenhuizen, zorgverzekeraars en
regionale netwerken, te komen tot een landelijk actieplan voor
bereikbare acute verloskunde, waarin het volgende wordt uitgewerkt:
hoe tijdige toegang tot acute verloskundige zorg kan worden geborgd, onder andere door het gezamenlijk bepalen van medisch verantwoorde uitgangspunten voor bereikbaarheid en aanrijtijden per auto en openbaar vervoer, in relatie tot diagnose en urgentie;
het maken van heldere regionale afspraken over samenwerking, spreiding en achtervang van acute verloskundige voorzieningen;
het vastleggen van transparante criteria en randvoorwaarden voor het openen, behouden of sluiten van acute verloskundige afdelingen;
het borgen van passende en structurele financiering die ook in dunbevolkte regio's en bij laagvolumeziekenhuizen de beschikbaarheid van acute verloskundige zorg velligstelt;
verzoekt de regering voorts de Kamer jaarlijks te informeren over de
voortgang, met inzicht in bereikbaarheid, capaciteitsontwikkeling en
knelpunten per regio,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 482 (29247) (#1).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank. Het woord is aan mevrouw Maeijer voor haar inbreng namens de
PVV.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank, voorzitter. Mijn motie is iets korter, zeg ik alvast.
De voorzitter:
Heel goed.
Mevrouw Maeijer (PVV):
De doelstelling van de adviesaanvraag aan de NZa voor de invoering van
budgetbekostiging in de acute verloskunde was vierledig: toegankelijke
acute zorg in de regio, het versterken van de samenwerking, ziekenhuizen
meer financiële zekerheid geven en marktwerking verminderen. De minister
heeft nu naar aanleiding van het rapport besloten om geen
budgetbekostiging in te voeren voor de acute verloskunde, omdat dat niet
de oplossing zou zijn om deze doelstellingen te bereiken, maar ze komt
vooralsnog ook niet met een plan om het systeem beter in te richten.
Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat goede en bereikbare geboortezorg essentieel is voor de
veiligheid van moeder en kind;
overwegende dat financiële onzekerheid voor ziekenhuisafdelingen kan
bijdragen aan sluitingen en vertrek van personeel;
overwegende dat acute zorg vraagt om stabiliteit en voorspelbaarheid in
de financiering;
verzoekt de regering om de NZa een aanwijzing te geven om een pilot te
starten voor budgetbekostiging voor de acute verloskunde, gekoppeld aan
andere acute zorg zoals SEH, en de Kamer over de uitkomsten ervan te
rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 483 (29247) (#2).
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Maeijer. Het woord is aan mevrouw Dobbe voor haar
inbreng namens de SP.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal ziekenhuislocaties dat volwaardige acute
verloskunde biedt tussen 2015 en 2025 is afgenomen van 84 naar 71;
overwegende dat de afstand die vrouwen moeten afleggen naar het
ziekenhuis op het moment dat zij moeten bevallen hierdoor steeds groter
wordt;
overwegende dat het kabinet heeft besloten geen budgetbekostiging in te
voeren in de acute verloskunde, maar ook niet met andere maatregelen
komt die het verdwijnen van acute verloskunde uit ziekenhuizen serieus
tegengaan;
verzoekt de regering om met een maatregelenpakket te komen om te
voorkomen dat acute verloskunde uit nog meer ziekenhuizen
verdwijnt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 484 (29247) (#3).
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik kan u vertellen: als je moet bevallen, is het geen pretje als je
langer moet rijden. Ik denk dat dat voor een heleboel vrouwen geldt,
zeker als er acute noodzaak is wanneer je moet bevallen en je een heel
eind moet rijden. Dat is wel waar het nu naartoe gaat. Ik denk dat de
moties die voor de mijne zijn ingediend, heel erg duidelijk laten zien
dat zeggen "we doen geen budgetbekostiging" niet genoeg is. We willen
dan ook weten wat deze minister wél gaat doen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Het woord is aan de heer Bushoff voor zijn
inbreng namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Acute verloskunde is cruciaal, natuurlijk voor
de geboorte van kinderen, maar eigenlijk ook al daarvoor. Het is
ontzettend belangrijk voor een goede start in het leven. Daarom is het
ook zo schrijnend om te zien dat juist nu die acute verloskunde zo onder
druk staat, en dan met name in de regio. Dat probleem constateren we
allemaal. Er werd toen gezegd: dan is het invoeren van budgetbekostiging
wellicht de oplossing. Wellicht bleek dat niet de oplossing te zijn.
Maar nu dat voorstel van tafel is, is er nog geen andere oplossing voor
de problemen die wel degelijk overeind blijven, namelijk dat schrijnende
tekort in de acute verloskunde, en het gegeven dat die met name in de
regio zo onder druk staat.
Voorzitter. Daarom heb ik ook de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de acute
verloskunde onder druk staan, bij uitstek in de regio;
overwegende dat het afzien van budgetbekostiging de problemen in de
geboortezorg niet oplost;
verzoekt de regering de toegankelijkheid van de acute verloskunde te
waarborgen en voor het einde van het jaar, in samenspraak met de
beroepsgroepen, oplossingen aan de Kamer voor te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 485 (29247) (#4).
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik noemde het al volgende al. Ik denk dat die
budgetbekostiging niet de oplossing is voor de problemen die we volgens
mij allemaal constateren in de acute verloskunde. Daarom denk ik dat het
heel belangrijk is om in samenspraak met de beroepsgroep te bekijken wat
oplossingen kunnen zijn om ervoor te zorgen dat de acute verloskunde in
de benen en beschikbaar blijft. Dat is namelijk — ik begon er al mee —
juist zo cruciaal voor de start van het leven van zo veel kinderen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bushoff. Het woord is aan de heer Claassen, als
laatste spreker van de zijde van de Kamer. Hij spreekt namens de Groep
Markuszower.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. In het SO had ik het over de positie van de NZa en wat zij
kan betekenen als het gaat over de zorgplicht. In dat licht heb ik een
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zorgverzekeraars op grond van de Zorgverzekeringswet
een zorgplicht hebben om tijdige en toegankelijke zorg te garanderen, en
dat de NZa belast is met het toezicht hierop;
overwegende dat de zorgplicht in de praktijk een open norm is, waardoor
handhaving complex is en structurele knelpunten onvoldoende worden
opgelost;
overwegende dat structurele schending van de zorgplicht niet alleen
handhaving vereist, maar ook bestuurlijke en parlementaire
opvolging;
verzoekt de regering een escalatiemechanisme in te richten waarbij de
NZa bij structurele schending van de zorgplicht verplicht een bindende
maatregel oplegt en de minister binnen drie maanden concrete
beleidsmaatregelen treft en de Kamer hierover informeert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 486 (29247) (#5).
Dank u wel, meneer Claassen. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de zijde van de minister.
De vergadering wordt van 12.42 uur tot 12.47 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank. Ik begin met de motie op stuk nr. 482 van mevrouw
Wiersma. Er staat een heleboel in, maar alles bij elkaar genomen moet ik
deze motie ontraden. Deze motie roept mij namelijk op om in allerlei
rollen, taken en verantwoordelijkheden te stappen die niet van mij zijn.
In dit hele stelsel van de geboortezorg hebben de verzekeraars, de
inspectie en het Regionaal Overleg Acute Zorgketen een rol. Die hebben
ook een rol in de verschillende verzoeken in deze motie, maar het
ministerie van VWS niet. Daarmee ontraad ik de motie.
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 483 van mevrouw Maeijer. Ik deel de
overweging dat goede en bereikbare geboortezorg essentieel is voor de
veiligheid van moeder en kind, zoals ook mevrouw Dobbe en de heer
Bushoff dat formuleerden. Het verzoek moet ik echter ontraden. Dit gaat
over budgetbekostiging. We hebben net gezegd dat we dat niet gaan doen.
Ik ga dus ook geen pilot starten, niet in de laatste plaats omdat de
sector zelf heeft aangegeven dit niet als oplossing te zien. Ik kom zo
nog op wat dan wel de oplossing of de richting zou kunnen zijn.
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 484 van mevrouw Dobbe. Ook deze
motie moet ik ontraden, omdat deze echt vraagt naar maatregelen ten
aanzien van het verdwijnen van aanbod. Ik verwijs naar wat ik ook tegen
mevrouw Wiersma zei: dat is niet een bevoegdheid die bij het ministerie
van VWS ligt.
Voorzitter. Tot slot. Nee, niet helemaal tot slot. Ik kom bij de motie
op stuk nr. 485 van de heer Bushoff. Met de conclusie dat
budgetbekostiging niet een oplossing voor het probleem is, gooien we
natuurlijk niet de handdoek in de ring. Ook de sector zelf zegt namelijk
dat er voor die toegankelijkheid en die beschikbaarheid wel iets moet
gebeuren. Wij gaan daarvoor met elkaar aan tafel. Dat zitten zij ook al.
U kent mogelijk de correspondentie die tussen het ministerie en de
partijen uit de sector heeft plaatsgevonden. De partijen zitten nu aan
tafel en hebben een focus op beschikbaarheid, kwaliteit,
toegankelijkheid en data. Ze zijn daarmee aan het werk. De motie van de
heer Bushoff verzoekt om de Kamer voor het einde van het jaar te
informeren over wat daaruit is gekomen. Die toezegging wil ik graag
doen. Daarmee wil ik de motie dus oordeel Kamer geven. Ik zorg dat de
uitkomsten van wat daar aan tafel besproken wordt, aan het einde van het
jaar met de Kamer gedeeld worden.
De voorzitter:
Tot slot de laatste motie. Daarna geef ik het woord aan mevrouw
Dobbe.
Minister Hermans:
Dat is de motie-Claassen op stuk nr. 486. Deze moet ik ook ontraden. Als
het nodig is, dan kan de NZa handhavend optreden. Dat is wel een
eigenstandige, zelfstandige bevoegdheid van de NZa. Het is niet aan mij
of aan ons om dat als verplichting op te leggen. In algemene zin kan ik
tegen de heer Claassen zeggen dat wij de signalen die we ontvangen,
natuurlijk wel betrekken bij beleidsontwikkeling. Zoals het in de motie
geformuleerd is, moet ik het echter ontraden.
Mevrouw Dobbe (SP):
Ik snap dit niet zo goed. De motie op stuk nr. 485 krijgt oordeel Kamer.
Daarin staat: verzoekt de regering de toegankelijkheid van de acute
verloskunde te waarborgen en met oplossingen te komen. De motie op stuk
nr. 484, waarin wordt gevraagd om met oplossingen te komen via een
maatregelenpakket, wordt ontraden. Betekent dat dan dat de oplossingen
die naar aanleiding van de motie op stuk nr. 485 worden aangedragen,
geen maatregelen zullen zijn? Wat voor oplossingen gaat de minister dan
regelen? Waarom zou de minister niet met maatregelen willen komen? Het
is superbreed geformuleerd, dus dat snap ik echt niet.
Minister Hermans:
Het zijn twee dingen. Eén. Aan de tafel waaraan de partijen met elkaar
overleggen, worden maatregelen voorgesteld. Zo loopt de volgorde in het
proces. Inhoudelijk vraagt de motie van mevrouw Dobbe, de motie op stuk
nr. 484, om met maatregelen te komen om te voorkomen dat acute
verloskunde uit nog meer ziekenhuizen verdwijnt. Volgens mij zei ik net
in mijn appreciatie, zoals ik ook in de richting van mevrouw Wiersma
zei: voorkomen dat bepaald aanbod uit ziekenhuizen verdwijnt, past niet
in hoe we de afspraken die we hebben gemaakt en de rollen en
verantwoordelijkheden hebben verdeeld. Keuzes over de inrichting van het
zorgaanbod in het ziekenhuis kunnen alleen door het ziekenhuis zelf
worden gemaakt, uiteraard in afstemming met de zorgverzekeraar. Daarin
zit dus het verschil tussen de motie op stuk nr. 484 en de motie op stuk
nr. 485.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Dobbe (SP):
Oké. Dan is de conclusie dat deze minister van Zorg, die ervoor
verantwoordelijk is dat mensen in Nederland gewoon toegang hebben tot
het zorgstelsel — het een en ander wordt gedelegeerd aan
zorgverzekeraars en andere partijen, maar de minister blijft wel
eindverantwoordelijk voor de zorg in Nederland — zegt dat het niet haar
doel is om te voorkomen dat de acute verloskunde uit ziekenhuizen
verdwijnt. Begrijp ik dat goed?
Minister Hermans:
We hebben in Nederland heel duidelijke afspraken over wie waarvoor
verantwoordelijk is in ons zorgsysteem. Het ministerie van VWS is
verantwoordelijk — ik moet zeggen: stelt kaders — voor de kwaliteit, de
toegankelijkheid en de veiligheid van de zorg. Het draagt daarmee een
stelselverantwoordelijkheid. Verschillende partijen hebben een rol in
hoe daaraan invulling wordt gegeven. Ik zei het al: het zorgaanbod wordt
bepaald door ziekenhuizen, uiteraard in overleg met zorgverzekeraars.
Hierbij spelen heel veel factoren een rol. Denk aan het
personeelstekort, waar we het natuurlijk al veel over hebben gehad. Dat
kan ook een effect hebben op het kunnen leveren van kwaliteit van zorg.
Dat kan aan de orde zijn. Dan is het aan het ziekenhuis, in dit geval in
samenwerking met de zorgverzekeraars, om daar afspraken over te
maken.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Door het dictum is er misschien wat onduidelijkheid. De interpretatie
van de minister was dat zij maatregelen moet opleggen, maar dat was niet
de bedoeling. Stel dat het dictum wat eenvoudiger zou klinken, namelijk:
verzoekt de regering een escalatiemechanisme in te richten waarbij de
NZa bij structurele schending van de zorgplicht verplicht een bindende
maatregel oplegt, en binnen drie maanden de Kamer te informeren over
welke maatregelen zijn opgelegd. Dat is eigenlijk de grootste
doelstelling van dit dictum. Het opleggen van een bindende maatregel is
dan wat de NZa moet doen.
De voorzitter:
Een onderhandelingspoging van meneer Claassen.
Minister Hermans:
Dit vind ik een beetje … Ik gaf net aan dat we duidelijke afspraken
hebben over wie welke rol heeft in het stelsel en welke bevoegdheden
daarbij horen. Ik zei net al dat de NZa kan optreden of maatregelen kan
nemen als dat aan de orde is. Als we nu een beetje gaan knutselen in de
formulering — ik zeg het oneerbiedig, maar ik bedoel het niet zo — kan
ik niet helemaal overzien hoe verstrekkend dat is. Ik ga dus niet zomaar
even een oordeel aanpassen. Ik heb gezegd hoe ik erin zit. Ik wil
hierover uiteraard nog op andere momenten langer met de heer Claassen
debatteren, maar ik kan nu even niet zomaar aangeven of dit mijn oordeel
zou wijzigen.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dat gaan we dan zien. Mijn voorstel is dat ik de motie wijzig en dat we
bekijken of de minister misschien bereid is om op basis van die
wijziging met een reactie te komen richting mij of de Kamer.
De voorzitter:
Stel dat de heer Claassen de motie voor de stemming wijzigt. Kunt u dan
een schriftelijke appreciatie aan de Kamer doen toekomen?
Minister Hermans:
Dat kan ik natuurlijk nooit weigeren, dus dat zal ik doen.
De voorzitter:
Dat is een mooie toezegging. Ik dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.