[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over fiche: Verordening betreffende digitale netwerken (Kamerstuk 22112-4281)

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D14428, datum: 2026-03-27, bijgewerkt: 2026-03-27 11:33, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z03945:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


22112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese

Unie

Nr. Verslag van een schriftelijk overleg

Binnen de vaste commissie voor Digitale Zaken hebben enkele fracties de behoefte om enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat inzake ‘Fiche: Verordening betreffende digitale netwerken’ (Kamerstuk 22112-4281).

Bij brief van 

 zijn deze vragen en opmerkingen beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

Voorzitter van de commissie,

Dekker

Adjunct-griffier van de commissie,

Muller

Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie

II Antwoord/reactie van de bewindspersoon

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het BNC-fiche over de voorgestelde Verordening betreffende digitale netwerken (Digital Networks Act; hierna: DNA). Deze leden steunen de doelstelling om het Europese wetgevend kader voor telecom te harmoniseren en te moderniseren, in lijn met het coalitieakkoord. Zij hebben wel hebben enkele vragen.

De leden van de D66-fractie hechten groot belang aan het behoud van de bestaande principes van netneutraliteit en open internet. Deze leden lezen dat het kabinet vragen heeft bij de meerwaarde van het samenvoegen van de bestaande netneutraliteitsregels uit de Open Internet Verordening (OIR) met de DNA. Zij vragen specifiek of het kabinet het risico deelt dat het samenvoegen van deze regels in een breder wetgevend kader de deur opent voor toekomstige verwatering van netneutraliteitsprincipes.

De leden van de D66-fractie constateren daarnaast dat het kabinet weinig noodzaak ziet voor het voorgestelde conciliatiemechanisme, en bezorgd is dat dit mechanisme zich kan lenen voor misbruik ten nadele van kleinere content- en applicatieaanbieders en innovatieve scale-ups. Deze leden delen deze zorg. Het ontbreken van een impact assessment op dit onderdeel vinden deze leden zorgelijk. Is het kabinet bereid in de Raad aan te dringen op een impact assessment voor het conciliatiemechanisme, en zich te verzetten tegen dit onderdeel indien adequate waarborgen voor kleinere aanbieders uitblijven?

Zij vragen hoe het kabinet het risico beoordeelt dat de DNA via wijzigingen in toegang, interconnectie of spectrumbeleid kan leiden tot hogere kosten voor internetgebruikers. Acht het kabinet de betaalbaarheid van digitale basisvoorzieningen voldoende geborgd in het voorstel? In hoeverre heeft het kabinet inzicht in de mogelijke effecten van de voorgestelde verordening op de kosten voor eindgebruikers, en kan het kabinet aangeven welke risico’s het ziet op stijgende prijzen voor internettoegang en digitale diensten voor burgers en bedrijven?

De leden van de D66-fractie merken op dat het DNA-voorstel een nieuw weerbaarheidshoofdstuk bevat. Deze leden vragen hoe dit hoofdstuk zich verhoudt tot de NIS2-richtlijn en de Richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten (CER-richtlijn), die Nederland momenteel implementeert via de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Welke inzet kiest het kabinet in de Europese onderhandelingen om te waarborgen dat de nieuwe verplichtingen onder de DNA aansluiten op bestaande kaders zoals de NIS2- en CER-richtlijn, en hoe wordt voorkomen dat aanvullende regels leiden tot extra regeldruk zonder aantoonbare meerwaarde voor de weerbaarheid van digitale infrastructuur?

Zij merken op dat het voorstel voorziet in noodhulpcommunicatie via de European Digital Identity Wallet (EDI-wallet). De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van brede bereikbaarheid van 112, maar de inzet van de EDI-wallet hiervoor roept vragen op. Hoe wil het kabinet waarborgen dat het gebruik van digitale identiteitsmiddelen niet een voorwaarde wordt voor toegang tot noodcommunicatie?

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het fiche van de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC) betreffende digitale netwerken. Deze leden zijn blij dat er actie wordt ondernomen op een onderwerp wat bijvoorbeeld ook in het belangrijke Draghi-rapport wordt genoemd. Zij hebben over het BNC-fiche nog enkele opmerkingen en vragen.

De leden van de VVD-fractie zijn teleurgesteld dat er op onderdelen geen impact assessment is uitgevoerd bij dit voorstel van de Europese Commissie. Deze leden steunen dan ook het kabinet in haar voornemen om hier tijdens de Raad wel op aan te dringen.

Zij lezen verder dat het kabinet constateert dat met de door de Europese Commissie voorgestelde aanpak in potentie de situatie kan verslechteren voor landen die op dit moment excellent presteren, zoals Nederland. Graag ontvangen de leden van de VVD-fractie een toelichting op deze zorg van het kabinet en hoe zij er concreet voor wil zorgen dat dit niet gebeurt.

Deze leden lezen dat het kabinet in het fiche constateert dat “met name in de buitengebieden van Europa” de netwerkkwaliteit achterblijft en dat dit ongunstig kan zijn voor de Europese en daarmee ook de Nederlandse economie. Zij vragen aan het kabinet of het een actuele stand van zaken kan verschaffen van de netwerkkwaliteit in Nederland en of zij nog mogelijkheden ziet om de netwerkkwaliteit in Nederland te verhogen.

De leden van de VVD-fractie hebben daarnaast zorgen ontvangen vanuit de markt over de gevolgen van dit voorstel voor de investeringsbereidheid. Kan het kabinet toelichten wat volgens haar, per saldo, de gevolgen van dit voorstel zijn op de investeringsbereid vanuit de markt? Gaat het kabinet tijdens de behandeling van dit voorstel in de Raad voorstellen doen die volgens het kabinet de investeringsbereidheid voor de markt in Nederland vergroten en zo ja, om welke voorstellen gaat dit dan?

Vragen en opmerkingen van de leden van GL-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over de Verordening Digitale Netwerken (DNA). Deze leden hebben suggesties, opmerkingen en vragen over de inzet van het kabinet over autonomie en betaalbaarheid. Deze zullen zij hieronder uiteenzetten. Eerst delen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hun eigen visie op een open en betaalbare digitale infrastructuur.

Ten eerste onderschrijven deze leden de unieke positie van Nederland op het gebied van telecommunicatie en de digitale infrastructuur. Het netwerk in Nederland is stevig. Zij onderkennen echter ook dat deze positie niet vanzelfsprekend is. Daarom vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie aan het kabinet welke prioriteiten zij de komende jaren stelt op het gebied van telecommunicatie, connectiviteit en spectrumbeleid. Welke rol ziet het kabinet voor zichzelf weggelegd en welke voor de markt?

Deze leden zijn van mening dat internet en connectiviteit een nutsvoorziening is. Net als water, gas en licht, zou niemand afgesloten moeten kunnen worden van het internet. Dit moet volgens deze leden het uitgangspunt zijn van de Nederlandse inzet op het gebied van connectiviteit. Deelt het kabinet deze analyse van de deze leden? Welke keuzes kunnen er gemaakt worden in zowel de DNA-Verordening als de Gigabit Infrastructure Act om de principes van openheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid in heel Europa te versterken?

Zij wijzen op verschillende voorbeelden van bouwprojecten waar betaalbaar internet is gerealiseerd door een proactieve rol van woningcorporaties en vastgoedeigenaren. Zo heeft woningcorporatie Patrimonium Groningen betaalbaar internet voor 15 euro gerealiseerd voor ouderenwoningen, door in samenwerking met Fiber NL eigen infrastructuur aan te leggen in een hoogbouwproject. Woonstad Rotterdam heeft een soortgelijk project gerealiseerd in een studentenpand, net als beheerder Sipkema, ook in Rotterdam.1 Is het kabinet bekend met deze voorbeelden? Wat is de visie van het kabinet op betaalbaar internet en de verantwoordelijkheid die woningcorporaties, vastgoedeigenaren en (kleinschalige) leveranciers van digitale infrastructuur daarin spelen?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien met de DNA-Verordening een kans om deze succesvoorbeelden op te schalen en te stimuleren. Deze leden vragen het kabinet of zij bereid is om in gesprek te gaan een vertegenwoordiging van kleine aanbieders, woningcorporaties, vastgoedeigenaren en andere experts om te verkennen welke obstakels in de weg staan om bij meer bouwprojecten kosten voor eindgebruikers te besparen door zelf infrastructuur aan te leggen. Het verzekeren van betaalbaar internet voor zo veel mogelijk huishoudens is volgens deze leden een verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Economische Zaken. Zij verzoeken bovendien om de uitkomsten te betrekken bij de Nederlandse inzet voor de DNA-Verordening en de Gigabit Infrastructure Act.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Europese Commissie constateert dat de uitrol van 5G achterloopt in de Europese Unie (EU). De Commissie veronderstelt negatieve gevolgen voor consumenten, concurrentie en innovatie in de EU. Waarop baseert de Commissie deze analyse? Deelt het kabinet dit oordeel? Kan het kabinet de onderzoeken waar dit uit blijkt met de Kamer delen?

Deze leden lezen ook dat de Commissie voornemens is om toe te staan dat frequentierechten voor oneindige periode en op EU-niveau worden verleend. Het inperken voor een kortere duur moet alsnog mogelijk zijn. Zij vragen het kabinet om nader uit te leggen onder welke voorwaarden de Commissie zou kiezen voor een kortere duur van verlening. Het is nog onvoldoende onderbouwd waarom dit nieuwe recht waardevol is, en onder welke voorwaarden daarvan wordt afgeweken.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Commissie wil voorkomen dat nationale regulering de groei en vraag van breedbanddiensten belemmert. Echter, deze leden erkennen, net als het kabinet, dat de staat van de digitale infrastructuur in Nederland gunstig is. Deelt het kabinet de mening dat nationale regulering ook gunstig kan uitpakken voor de groei en vraag van breedbanddiensten? Is dit in Nederland het geval geweest? Zij benadrukken bijvoorbeeld dat Nederland vooralsnog het enige EU-lidstaat is dat wettelijk het principe van netneutraliteit in de telecomwetgeving heeft vastgelegd. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dit een waardevolle verankering van open internet principes. Valt dit volgens de Commissie ook onder onwenselijke ‘nationale regulering’?

Deze leden lezen dat de uitfasering van kopernetwerken wordt versneld. Zij vragen het kabinet welke gevolgen dit heeft voor Nederland en wat de huidige stand is van het uitfaseren van koper. Ook vragen zij of het behouden van (enkele relevante) kopernetwerken, in een noodgeval of om de weerbaarheid in tijd van crisis te vergroten, ook gunstig kan zijn.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Commissie in het DNA-voorstel netneutraliteitsregels wil integreren. Deze leden zijn voorstander van het zo veel mogelijk wettelijk implementeren van deze regels in nationaal beleid, als waardevolle tegenmacht om monopolievorming en machtsmisbruik in de digitale sector tegen te gaan. Wat zijn de gevolgen van het integreren van netneutraliteit in het DNA-voorstel? Heeft dit als gevolg dat ook andere EU-lidstaten de open internet principes in nationaal beleid moeten verankeren? Vindt het kabinet dit een goede ontwikkeling, en is zij bereid om daarvoor te pleiten?

Zij hebben kritische opmerkingen over het conciliatiemechanisme. Het lijkt erop dat de macht van de toezichthouder beperkt wordt, omdat zij geen bindende conclusie aan het overleg kan geven. Daarmee kan het mechanisme verworden tot een vrijblijvende en trainerende optie voor partijen in geschil. Welke voorstellen heeft het kabinet om dit risico te vermijden en de doorzettingsmacht van de toezichthouder te bestendigen? Bovendien vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie om een reactie op het risico dat de Single Passport Procedure ertoe leidt dat internationale leveranciers zich vestigen in het land met de laagste kwaliteit van toezicht.

Deze leden maken zich zorgen over de mogelijkheid dat de EDI-wallet een rol gaat spelen bij noodhulpcommunicatie. Zij kunnen zich niet inbeelden welke rol de wallet kan spelen, en hoe dit de betrouwbaarheid en snelheid van noodcommunicatie kan verbeteren. Wat verwacht het kabinet van deze mogelijkheid? Kan zij concreet uitleggen hoe het kabinet gaat voorkomen dat er impliciete dwang ontstaat om de EDI-wallet te gebruiken in een noodsituatie, waarin mensen sneller geneigd zullen zijn om voor de makkelijkste optie te kiezen, en dus ook sneller onder druk gezet kunnen worden?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven de positie van het kabinet om alle consumenten in Nederland toegang moeten hebben tot basistelecomdiensten. Deze leden vragen het kabinet voor welke consumenten dit in Nederland nog niet het geval is, en wat het kabinet gaat doen om álle consumenten hier recht op te geven. Wel wijzen zij er op dat er eerder sprake moet zijn van ‘burgers’ dan ‘consumenten,’ omdat online connectiviteit een randvoorwaarde is voor goed burgerschap en meedoen in de maatschappij. Zij vragen het kabinet welke voorstellen zij proactief doet in de onderhandelingen van het DNA-voorstel en de Gigabit Infrastructure Act om dit uitgangspunt te versterken en in heel Europa uit te dragen.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben twijfels of de DNA-Verordening zal leiden tot het verminderen van regeldruk. Het kabinet stelt dit wel als voordeel. Kan het kabinet hard maken dat er nu grote regeldruk bestaat in de telecom, en dat het DNA-voorstel noodzakelijk is? Vindt Nederland deze Verordening wel nodig?

Deze leden lezen dat voor defensiesystemen nationale ruimte geboden moet zijn, om vanuit veiligheidsbelangen nadere eisen te stellen. Dit achten deze leden verstandig. Zij vragen daarom of het kabinet van plan is om een uitzonderingspositie voor frequentievergunningen in het Defensie-domein te bepleiten. Kan het kabinet verder toelichten wat “flexibiliteit” voor nationale autoriteiten wat haar betreft inhoudt?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ondersteunen het kabinet in de vraag om meer duidelijkheid over het verlengen van al uitgegeven vergunningen. Het moet heel helder zijn welke gevolgen het aannemen van de DNA-Verordening heeft op de huidige telecommarkt, en specifiek wat de gevolgen zijn voor Nederland. Tevens zijn deze leden benieuwd hoe het kabinet zich zal inzetten om “waarborgen voor effectieve mededinging” in het voorstel te behouden. Welke waarborgen staan momenteel onder druk, en met welke gelijkgestemde landen trekt Nederland hier in op?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn voorstander van het stevig verankeren van netneutraliteit en een open internet. Dit is broodnodige zekerheid dat de macht in de digitale wereld eerlijk wordt verdeeld. Deze leden vragen dan ook welke specifieke voorstellen het kabinet zal doen om deze principes het uitgangspunt te maken van het Europese beleid.

Zij begrijpen de zorgen van het kabinet over het conciliatiemechanisme. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet om duidelijk toe te lichten hoe dit mechanisme er volgens haar idealiter uit moet zien. Moet er bijvoorbeeld een drempel gelden voor wanneer aanbieders dit mechanisme in kunnen roepen? Waarop baseert het kabinet haar aanname dat er van dit mechanisme misbruik gemaakt kan worden, en met welke voorstellen komt het kabinet om dit risico te voorkomen?

Deze leden lezen dat het kabinet “niet onwelwillend [staat]” tegenover de nieuwe bestuurlijke inrichting. Zij horen graag concreter waarover het kabinet nog twijfelt en welke voorstellen over de bestuurlijke inrichting wat haar betreft niet nodig of nog onvoldoende van meerwaarde zijn.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet om de kritiek op het harmoniseren van het nummerbeleid nader te onderbouwen. Het kabinet beschrijft dat er een weging van diverse publieke belangen moet plaatsvinden om hier regels over te maken. Welke belangen zijn dat, en hoe weegt Nederland die belangen?

Deze leden ondersteunen van harte de inzet van het kabinet om de privacy beter te waarborgen in de aanpak van online fraude. Telecomaanbieders moeten niet op de stoel van de opsporing gaan zitten om fraudeurs en slachtoffers op te sporen; dit is een verstrekkende bevoegdheid die helder belegd moet worden bij de juiste autoriteiten. Hoe gaat het kabinet zich inzetten voor een transparante en effectieve verdeling van deze taken, en welke taak ziet het kabinet weggelegd voor telecomaanbieders in het aanpakken van online fraude? Met welke landen trekt Nederland hierin op?

Tot slot lezen zij dat het kabinet verwacht dat een meerderheid van EU-lidstaten kritisch zal zijn op de voorstellen van de Commissie. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarom in hoeverre de DNA-Verordening nog zal wijzigen naar aanleiding van deze kritiek. Van welke voorstellen verwacht het kabinet dat deze nog ingrijpend zullen veranderen, of algeheel kunnen verdwijnen? Is er sprake van een Verordening die onvoldoende is afgestemd op de wensen van de EU-lidstaten? Kan het kabinet wat meer vertellen over lidstaten in de totstandkoming van de Verordening zijn betrokken? Als laatste zijn de leden benieuwd wat de voor- en nadelen zouden zijn om de DNA een richtlijn te maken, in plaats van een verordening. Welke rechtsvorm heeft de voorkeur van het kabinet?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen het kabinet om blijvend geĂŻnformeerd te worden over de onderhandelingen voor de DNA-Verordening.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de Verordening betreffende digitale netwerken en het bijbehorende fiche en hebben hierover enkele vragen.

Deze leden vragen of de staatssecretaris kan garanderen dat deze verordening niet zal leiden tot een lager niveau van digitale soevereiniteit en minder regie over kritieke netwerken dan onder deze verordening het geval zal zijn.

Zij vrezen dat Nederlandse providers en burgers te maken gaan krijgen met extra bureaucratie en harmonisatiedwang ten gevolge van deze ‘vereenvoudiging’ van digitale netwerken, terwijl de echte knelpunten zoals een tekort aan technici, afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en trage uitrol blijven liggen. Kan de staatssecretaris garanderen dat Nederlandse burgers en bedrijven niet op kosten worden gejaagd?

Ten slotte vragen de leden van de PVV-fractie of het kabinet expliciet kan pleiten voor een ‘opt-out’ of voor nationale uitzonderingen op de verordening, zodat Nederland niet nog dieper in de Europese digitale eenheid wordt getrokken.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het fiche over de Verordening betreffende digitale netwerken. Deze leden onderschrijven het belang van sterke, veilige en toekomstbestendige digitale netwerken in Europa. Europese samenwerking kan helpen om versnippering tegen te gaan en investeringen te bevorderen. Voor deze leden is wel van belang dat dit niet leidt tot onnodige overdracht van nationale bevoegdheden, extra regeldruk of een verslechtering van het gelijke speelveld voor kleinere partijen.

Zij lezen dat het kabinet kritisch is op verdergaande Europese sturing op het spectrumbeleid. De leden van de CDA-fractie vragen welke inzet het kabinet kiest om voldoende nationale zeggenschap en maatwerk te behouden, juist omdat Nederland op dit terrein goed functioneert.

Deze leden lezen daarnaast dat het voorstel nieuwe regels bevat voor interconnectie, terwijl het kabinet vraagtekens zet bij de noodzaak daarvan. Zij vragen hoe het kabinet voorkomt dat deze nieuwe regels in de praktijk ongunstig uitpakken voor kleinere content- en applicatieaanbieders, waaronder mkb-bedrijven en scale-ups, en hoe daarbij een open en eerlijk internet geborgd blijft.

Voorts lezen de leden van de CDA-fractie dat het kabinet vragen heeft bij mogelijke overlap tussen de weerbaarheidsbepalingen in deze verordening en bestaande kaders, zoals de NIS2- en de CER-richtlijn. Deze leden vragen hoe het kabinet wil voorkomen dat dit leidt tot dubbele verplichtingen, extra administratieve lasten en onduidelijkheid in het toezicht. Zij vragen daarbij in het bijzonder hoe het kabinet de cyberweerbaarheid wil versterken zonder nieuwe stapeling van regels.

Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet aankijkt tegen de Single Passport Procedure. Deze leden vragen welke waarborgen nodig zijn om te voorkomen dat bedrijven gaan shoppen tussen lidstaten met het soepelste toezicht, en hoe wordt geborgd dat effectief toezicht en een gelijk speelveld behouden blijven.


Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie

De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van de Europese Commissie inzake de Verordening digitale netwerken en het bijbehorende BNC-fiche van het kabinet. Deze leden constateren dat het voorstel een ingrijpende herziening behelst van het Europese kader voor digitale connectiviteit en verder reikt dan enkel telecommarktordening. Het voorstel raakt immers ook aan strategische autonomie, digitale infrastructuur, AI, cloud, satellietcommunicatie en crisisbestendigheid. Deze leden onderschrijven het belang van hoogwaardige, veilige en veerkrachtige digitale netwerken, maar hebben naar aanleiding van het voorstel nog de volgende vragen.

Zij lezen dat het kabinet kritisch is op de verschuiving van bevoegdheden richting de Europese Commissie, met name ten aanzien van spectrumbeleid. Kan de staatssecretaris nader toelichten op welke concrete onderdelen van het voorstel nationale bevoegdheden onder druk komen te staan?

In hoeverre acht de staatssecretaris het bovendien wenselijk dat besluitvorming over spectrumgebruik (bijvoorbeeld voor 5G, 6G en satellietcommunicatie) op EU-niveau wordt gecentraliseerd?

Welke risico’s ziet de staatssecretaris verder voor lidstaten die momenteel goed presteren, zoals Nederland?

De leden van de fractie van JA21 constateren dat het kabinet twijfels heeft over de effectiviteit van de voorgestelde EU-aanpak voor het verbeteren van connectiviteit in minder goed ontsloten gebieden.

Op basis van welke aannames of analyses komt de Europese Commissie volgens de staatssecretaris tot haar voorstel? Kan de staatssecretaris concreet aangeven waarom deze aanpak mogelijk niet effectief is? Welke alternatieven ziet het kabinet om connectiviteit in buitengebieden te verbeteren zonder negatieve effecten voor goed presterende lidstaten?

Deze leden constateren dat de DNA nieuwe verplichtingen introduceert rondom netwerkweerbaarheid en crisisparaatheid. Kan de staatssecretaris toelichten hoe deze verplichtingen zich verhouden tot bestaande kaders zoals de NIS2-richtlijn en de CER-richtlijn? Hoe wordt voorkomen dat aanbieders te maken krijgen met dubbele verplichtingen en administratieve lasten? Acht de staatssecretaris de voorgestelde Europese coördinatie op dit punt noodzakelijk of kan dit beter nationaal worden ingericht?

Zij hebben verder vragen over de introductie van het zogeheten “Single Passport”. Kan de staatssecretaris toelichten hoe wordt voorkomen dat aanbieders zich vestigen in lidstaten met het minst strenge toezicht (forumshopping)? Welke rol behouden nationale toezichthouders in het toezicht op aanbieders die via een andere lidstaat opereren? Acht de staatssecretaris het toezicht in de huidige vorm voldoende robuust?

De leden JA21-fractie maken zich zorgen over mogelijke effecten op kleinere aanbieders en het open internet. Kan de staatssecretaris toelichten of het voorgestelde mechanisme voor interconnectie kan leiden tot hogere kosten voor kleinere aanbieders van apps en content? Hoe wordt geborgd dat netneutraliteit niet indirect onder druk komt te staan? Welke waarborgen acht de staatssecretaris noodzakelijk om een gelijk speelveld te behouden? Welke effecten verwacht de staatssecretaris van dit voorstel op de kosten van internet- en communicatiediensten voor burgers en bedrijven?

Deze leden hebben als laatste vragen over de mogelijke inzet van de digitale identiteitswallet bij noodcommunicatie. Acht de staatssecretaris deze inzet noodzakelijk en proportioneel? Hoe wordt geborgd dat de privacy van burgers voldoende beschermd blijft? Welke alternatieven zijn overwogen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het fiche en hebben nog enkele vragen.

Deze leden lezen dat de staatssecretaris erkent dat Nederland een voorloper is, maar dat er in 'buitengebieden' nog uitdagingen zijn. Als we koper verplicht uitfaseren, wie garandeert dan dat de allerlaatste boerderij of afgelegen schuur op het platteland niet zonder betaalbare verbinding komt te zitten als glasvezel daar commercieel niet rendabel blijkt?

Verder constateren zij dat veel agrarische bedrijven gebruik maken van Internet of Things (IoT)-sensoren die mogelijk nog op oudere technologieën vertrouwen. Is er onderzocht wat de kosten zijn voor de eindgebruiker (de boer) om al zijn hardware te moeten vervangen omdat de EU een deadline stelt voor het afschakelen van oude netwerken?

Als laatste constateren de leden van de BBB-fractie dat Nederland veel lokale glasvezelinitiatieven kent en dat er kleinere aanbieders zijn die juist in de regio het verschil maken. In hoeverre werkt de 'Single Passport Procedure' schaalvergroting in de hand, waardoor de lokale Friese of Limburgse aanbieder wordt weggevaagd door een Europese gigant die vanuit een ander land gunstigere regels opzoekt?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche Verordening betreffende digitale netwerken. Deze leden onderstrepen het grote belang van het versterken en toekomstbestendig maken van onze digitale infrastructuur, onder meer het oog op het veiliger maken hiervan in een geopolitiek onrustige wereld en het vergroten van het Europese concurrentievermogen. Zij hebben enkele vragen over het Commissievoorstel en het fiche.

Gelet op de snelheid van de digitale ontwikkelingen vragen de leden van de SGP-fractie allereerst of de Nota Frequentiebeleid (2016) en het Nationaal Frequentieplan (2014) nog actueel zijn, of een update behoeven.

Deze leden vragen de staatssecretaris tevens om de bezwaren van het kabinet met betrekking tot voorgestelde maatregelen op het gebied van spectrumbeleid nader toe te lichten. Hoe kan de Digital Networks Act (DNA) Nederland en andere voorlopers op digitale connectiviteit op achterstand zetten? Welke aanvullende maatregelen zou Nederland onder de DNA moeten nemen om te voldoen aan de koperuitfasering? Het verzoek van deze leden is om hierbij ook in te gaan op de gevolgen voor ons landelijk gebied en het aspect van de bezwaren tegenover de inzet op glasvezel als enige vaste-dragertechnologie.

De leden van de SGP-fractie hechten aan de autonomie van nationale autoriteiten om in te kunnen spelen op specifieke spectrumbehoeften. Deze leden erkennen daarom het risico van verstrekken van frequentievergunningen van onbeperkte duur. Kan de staatssecretaris aangeven in hoeverre de nationale veiligheid onder druk kan komen te staan bij een ongewijzigd Commissievoorstel, gelet op het genoemde voorbeeld van defensiesystemen die om flexibiliteit vragen? Heeft de NAVO een standpunt over de wenselijkheid van dit aspect van de DNA?

Met het kabinet hechten de leden van de SGP-fractie aan behoud van de principes van open internet. Dataverkeer moet in beginsel gelijk behandeld worden en burgers gaan zelf over hun mediaconsumptie. Dat laat onverlet dat zij pal staan voor de positie van gefilterde internetdiensten die – op verzoek van huishoudens, scholen en andere afnemers – pornografie, extreem grafisch geweld en online gokken blokkeren. Deelt de staatssecretaris de mening dat deze internetproviders onverkort moeten kunnen blijven opereren, en dat de DNA geen aanleiding mag vormen om hun diensten te beperken of te ontmoedigen? Kan de staatssecretaris bevestigen dat het uitgangspunt blijft dat gefilterde internetdiensten volledig verenigbaar zijn met de beginselen van netneutraliteit, en dat deze aanbieders geen nadelige gevolgen zullen ondervinden van de verdere uitwerking van de Europese regels over open internet?

De leden van de SGP wijzen opnieuw op de grote nadelen en onzekerheden die kleven aan de Europese digitale identiteitsportemonnee (EDI-wallet), met name op het terrein van veiligheid en privacy. Daarom steunen deze leden de kritische opstelling van het kabinet ten aanzien van de DNA in relatie tot het vergroten van bereikbaarheid en toegankelijkheid van 112-oproepen. Zij zien geen toegevoegde waarde in het gebruik van de EDI-wallet voor 112-oproepen. Kan de staatssecretaris toezeggen de Kamer te informeren over de uitkomsten van de gevraagde opheldering en de reactie daarop vanuit de Europese Commissie en betrokken partijen?

II Antwoord/reactie van de bewindspersoon


  1. TBMNet (2025, 19 februari), ‘Betaalbaar internet voor sociale huurders: Sipkema Beheer en Fiber bundelen krachten’, https://tbmnet.nl/betaalbaar-internet-sociale-huurders-sipkema-fiber/.↩