[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

36863 Nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje

Nota n.a.v. het (nader/tweede nader/enz.) verslag

Nummer: 2026D14551, datum: 2026-03-27, bijgewerkt: 2026-03-30 10:31, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z06439:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 863 Wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje

Nr. Nota naar aanleiding van het verslag

ALGEMEEN

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. Toegankelijkheid

3. VN-verdrag handicap
4. Bijstand door stembureauleden

5. Stembureautraining

6. Uitvoerbaarheid
7. Evaluatie

8. Overig

  1. Inleiding

Graag dank ik de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de schriftelijke inbreng inzake het wetsvoorstel tot wijziging van de Kieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand in het stemhokje. Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van de door de leden van de fracties van D66, VVD, GroenLinks-PvdA, CDA, JA21, SGP en ChristenUnie gestelde vragen en gemaakte opmerkingen over dit wetsvoorstel. Tijdens het commissiedebat verkiezingen in de Tweede Kamer op 14 januari 2026 hebben het lid Tseggai van de fractie van GroenLinks-PvdA en het lid Erkens van de VVD-fractie vragen gesteld over dit wetsvoorstel. Tijdens het debat is door mijn ambtsvoorganger toegezegd om deze vragen mee te nemen in de nota naar aanleiding van het verslag. Ik zal de gestelde vragen beantwoorden langs een aantal hoofdthema’s zoals weergeven in de inhoudsopgave.

2. Toegankelijkheid

Nieuw stembiljet

De leden van de JA21-fractie vragen hoe ‘een ander model stembiljet’, hetgeen in de praktijk een kleiner stembiljet betekent, in verband staat met dit wetsvoorstel. Zij vragen of niet eerst de evaluatie van het kleinere stembiljet afgewacht moet worden alvorens dit wetsvoorstel in werking te laten treden. Dit met het oog op fouten die uit de eerdere experimenten naar voren zijn gekomen. Ook willen zij weten hoe de toegankelijkheid van het verkiezingsproces door ‘een ander model stembiljet’ wordt beïnvloed.

Tijdens de verkiezing van het Europees Parlement in 2024 en de Tweede Kamerverkiezing in 2025 is in vijf gemeenten geëxperimenteerd met een nieuw en kleiner model stembiljet. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 wordt opnieuw geëxperimenteerd met dit stembiljet en wordt het aantal experimenten opgeschaald naar 11 gemeenten. Net als het wetsvoorstel bijstand in het stemhokje draagt een kleiner stembiljet bij aan de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking en mensen met lage basisvaardigheden. Uit evaluaties van de eerste twee experimenten blijkt dat kiezers het makkelijker vinden om met een kleiner stembiljet te stemmen. De toegankelijkheid van het verkiezingsproces wordt dus vergroot als met een kleiner stembiljet gestemd kan worden. Daarnaast is er behoefte aan hulp bij het stemmen, ook als er met een kleiner stembiljet wordt gestemd. Afgezien van het vergroten van de toegankelijkheid van het verkiezingsproces is er geen verband tussen experimenteren met een kleiner stembiljet en het wetsvoorstel bijstand in het stemhokje. Ik acht het daarom niet nodig om de volgende evaluatie(s) van stemmen met een kleiner stembiljet af te wachten alvorens dit wetsvoorstel in werking te laten treden.

Verbetering van toegankelijkheid

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om toe te lichten hoe (soms letterlijke) drempels voor het uitbrengen van een stem weggenomen kunnen worden voor mensen met een beperking. Volgens de leden is het noodzakelijk om blijvend en structureel aandacht te besteden aan het verbeteren van het verkiezingsproces voor mensen met een beperking. Het gesprek met deze groep mensen en hun vertegenwoordigende organen is in de ogen van deze leden dus ook noodzakelijk. De leden vragen of de regering daartoe bereid is. De leden vragen de regering in hoeverre gemeenten worden gevraagd om stembureaus in te richten in verzorgingshuizen en instellingen waar mensen met een beperking wonen. Zou het openen van een stembureau op die locaties (al dan niet voor enkele uren) ook een bijdrage kunnen leveren aan het meer zelfstandig uit kunnen brengen van een stem, zo vragen deze leden. Ook vragen de leden of er gemeenten zijn die dit nu al faciliteren en wat daar de ervaringen zijn met de omvang van het aantal stemmen uitgebracht middels een volmacht.

Ik ben het met de leden eens dat er continu aandacht moet zijn voor het verbeteren van het verkiezingsproces voor mensen met een beperking. Dat is ook de reden dat de toegankelijkheid van het verkiezingsproces een van de speerpunten is uit de Verkiezingsagenda 2030 en dat er voor de komende jaren een Actieplan toegankelijk stemmen is opgesteld.1 Dit actieplan is opgesteld samen met de Kiesraad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken. Doel van dit actieplan is dat mensen met een beperking en mensen met lage basisvaardigheden zo zelfstandig mogelijk moeten kunnen stemmen. In het actieplan staan acties om drempels voor het uitbrengen van een stem weg te nemen. Bijvoorbeeld door bestaande handreikingen voor het toegankelijk maken van stemlokalen bij gemeenten onder de aandacht te brengen en gemeenten te stimuleren om lokale gehandicaptenplatforms en ervaringsdeskundigen te betrekken bij de schouw van stemlokalen. Verder wordt onderzocht hoe de toegankelijkheidscriteria voor stembureaus moeten worden aangepast, zodat ze meer rekening houden met mensen met verschillende fysieke beperkingen en aansluiten bij de nieuwe NEN norm 9120 voor toegankelijke gebouwen.2 Het wetsvoorstel bijstand in het stemhokje draagt er ook aan bij dat drempels voor het uitbrengen van een stem worden weggenomen. De regering is het eens met de leden van de ChristenUnie-fractie dat gesprekken met belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen noodzakelijk zijn om het actieplan goed te kunnen uitvoeren. Het Actieplan toegankelijk stemmen is daarom ook opgesteld na overleg met verschillende (belangen)organisaties. Deze organisatie ondersteunen het actieplan en dragen met hun kennis en ervaring bij aan de uitvoering van het actieplan.

Het aanwijzen en inrichten van stemlokalen is de verantwoordelijkheid van gemeenten. In veel gemeenten worden al stemlokalen ingericht in verzorgingstehuizen of locaties waar mensen met een beperking wonen. De branchevereniging van zorgorganisaties, Actiz, vraagt gemeenten bij elke verkiezing of zij stembureaus in zorglocaties willen inrichten.3 Hier wordt door een aantal gemeenten gevolg aan gegeven. Er is geen overzicht van gemeenten die stembureaus in zorglocaties inrichten. Er is daarom ook geen informatie beschikbaar over de ervaringen met de omvang van het aantal stemmen in zorglocaties dat per volmacht wordt uitgebracht. Uit onderzoek onder kiezers blijkt dat bij 6% van de kiezers die een volmacht heeft afgegeven een beperking hiervoor de reden is.4

Aanbevelingen VN-comité Handicap
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering uitwerking geeft aan de aanbeveling van het VN-comité Handicap uit 2024 om te zorgen voor de toegankelijkheid van verkiezingscampagnes, onder meer door te voorzien in ondersteunende maatregelen voor personen met een verstandelijke handicap door middel van alternatieve en augmentatieve vormen van informatieverstrekking.

De organisatie ProDemos maakt informatie over verkiezingen voor mensen met een verstandelijke beperking, zoals filmpjes en een verkiezingskrant in makkelijke taal. Ook organiseert ProDemos workshops om mensen met een verstandelijke beperking uitleg te geven over verkiezingen en hoe zij hun stem kunnen uitbrengen. Verder heeft ProDemos voor mensen met een verstandelijke beperking de online tool Stembegeleider gemaakt waarin stap voor stap wordt uitgelegd hoe je kunt stemmen en waar je dan op moet letten. Hiervoor ontvangt ProDemos subsidie van het ministerie van BZK. ProDemos brengt het informatiemateriaal onder de aandacht van communicatiemedewerkers van gemeenten, zodat zij hier gebruik van kunnen maken als zij burgers over verkiezingen informeren. Verder zijn er toegankelijke communicatiemiddelen ontwikkeld met beeld, weinig tekst en eenvoudig taalgebruik. Hierdoor is de informatie toegankelijk en begrijpelijk voor mensen met een (verstandelijke) beperking. Deze informatie wordt via de Toolkit verkiezingen van de Kiesraad aan gemeenten beschikbaar gesteld. Ook staat er toegankelijke informatie over verkiezingen op de website www.elkestemtelt.nl van de Rijksoverheid, bijvoorbeeld filmpjes in gebarentaal over hoe stemmen werkt. Deze informatie wordt door belangenorganisaties bij mensen met een (verstandelijke) beperking onder de aandacht gebracht. Verder heeft de organisatie Turkoois subsidie ontvangen om livestreams in Nederlandse gebarentaal te maken over de Europees Parlementsverkiezing in 2024 en de Tweede Kamerverkiezing in 2025.

Aanvullend onderzoek en consultatie
De leden van de D66-fractie vragen of de regering ruimte ziet voor aanvullend onderzoek naar de behoeften van mensen, zowel met een fysieke als met een niet-fysieke beperking, aan ondersteuning door derden naar keuze. Tevens vragen deze leden of er contact is geweest met organisaties die deze doelgroepen vertegenwoordigen. Wat vinden de mensen die het betreft zelf van de voorgestelde regeling?

Over het wetsvoorstel zijn gesprekken gevoerd met Ieder(in), Kennis over Zien, Alzheimer Nederland en de Landelijke Federatie Belangenorganisaties (LFB). Verder hebben belangenorganisaties voor mensen met een beperking per brief aangegeven wat zij van het wetsvoorstel vinden. Hieruit blijkt dat de belangenorganisaties het een grote stap vooruit vinden dat assistentieverlening in het stemhokje voor iedereen mogelijk wordt gemaakt. Zij vinden het ook belangrijk dat het recht van mensen met een fysieke beperking op hulp naar keuze in het stemhokje behouden blijft. Wel zijn zij van mening dat hulp naar keuze in het stemhokje ook voor anderen die dat willen mogelijk moet zijn. Zij zijn van mening dat het in strijd is met het VN-verdrag handicap als andere mensen met een beperking geen hulp naar keuze in het stemhokje mogen meenemen. Waarom de regering deze opvatting over het verdrag niet deelt, wordt toegelicht in paragraaf 3. Met het oog op het stemgeheim en de stemvrijheid acht ik het bovendien niet wenselijk alle kiezers hulp naar keuze bij het stemmen te laten ontvangen, dit licht ik verder toe in paragraaf 4. Ik zie dan ook geen meerwaarde in het doen van onderzoek naar de behoefte aan ondersteuning door een persoon naar keuze onder mensen met een fysieke en niet-fysieke beperking. Ook los van dit wetsvoorstel zie ik geen aanleiding om een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren.

3. VN-verdrag handicap

De leden van de D66-fractie vragen of de regering van oordeel is dat het VN-verdrag handicap zwaarder weegt dan het risico op ongelijke behandeling tussen personen met fysieke en niet-fysieke beperkingen. Wat zijn hierin de juridische afwegingen, zo vragen deze leden. De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering de verplichting om hulp van een stembureaulid te gebruiken rechtvaardigt tegen de achtergrond van artikel 29, onderdeel a, subonderdeel iii, van het VN-verdrag handicap. De leden van de fractie van VVD vragen welke voorbehouden Nederland precies heeft gemaakt bij het VN-verdrag handicap en waarom het wordt gezien als een achteruitgang wanneer kiezers met een fysieke beperking niet langer recht hebben op hulp door een persoon naar keuze. Ook vragen zij in hoeverre bij die voorbehouden verschil wordt gemaakt tussen mensen met een fysieke handicap en mensen met een geestelijke handicap. Daarnaast vragen deze leden zich af in hoeverre het volgens het verdrag verplicht is om hulp te bieden gelet op de voorbehouden die Nederland heeft gemaakt. De leden van de JA21-fractie vragen of de regering kan uitleggen welke mogelijkheden er zijn om een aanvullende interpretatieve verklaring op te stellen zodat ook kiezers die bijstand vragen op basis van lichamelijke gesteldheid deze alleen kunnen ontvangen door een lid van het stembureau. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn benieuwd of met voorliggend wetsvoorstel de interpretatieve verklaring bij artikel 29 van het VN-verdrag handicap wordt ingetrokken en zo nee, waarom niet. De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen of de regering in kan gaan op de mogelijkheid om via organisaties van ervaringsdeskundigen trainingen aan te bieden, zodat die personen de bijstand zouden kunnen verlenen. Voorts vragen de leden of de regering kan toelichten hoe het wetsvoorstel zich op dit punt verhoudt tot de bepaling uit artikel 29, onder a, onder ii, van het VN-verdrag handicap. Ook vragen de leden of de interpretatieve verklaring bij artikel 29 van het verdrag in samenhang met deze wetswijziging wordt ingetrokken. Het lid Tseggai van deze fractie heeft tijdens het commissiedebat verkiezingen op 14 januari jl. gevraagd waarom er een verschil bestaat tussen bijstand in het stemhokje voor kiezers met een fysieke beperking en andere kiezers.

Nederland heeft in 2016 het VN-verdrag handicap geratificeerd. In artikel 29, onderdeel a, onder iii van het verdrag is vastgelegd dat staten die partij zijn moeten waarborgen dat personen met een handicap hun stem kunnen uitbrengen, onder andere door “de vrije wilsuiting van personen met een handicap als kiezers te waarborgen en daartoe, waar nodig, op hun verzoek ondersteuning toe te staan bij het uitbrengen van hun stem door een persoon van hun eigen keuze;”

Uit deze verdragsbepaling volgt dat iedereen met een handicap recht heeft op ondersteuning door een persoon naar keuze bij het uitbrengen van hun stem. Bij de ratificatie van het verdrag heeft de Nederlandse regering, met goedkeuring van het parlement, ervoor gekozen om bij deze bepaling een interpretatieve verklaring af te leggen.5 In deze verklaring staat dat Nederland, gelet op het risico op beïnvloeding en de inbreuk op het stemgeheim, het woord ‘ondersteuning’ in artikel 29, onderdeel a, onder iii, interpreteert als ondersteuning buiten het stemhokje. Hierbij kan gedacht worden aan een nadere uitleg in het stemlokaal over hoe men een geldige stem uit kan brengen. Bij het stemmen zelf, in het stemhokje, heeft men geen recht op ondersteuning. Dit geldt niet voor personen met een fysieke beperking. Voor hen wordt het woord ‘ondersteuning’ geïnterpreteerd als ondersteuning buiten én in het stemhokje. Door deze verklaring heeft Nederland zich dus alleen gecommitteerd om kiezers met een fysieke beperking de mogelijkheid te bieden om bijstand in het stemhokje door een persoon naar keuze te ontvangen. Personen met een andere beperking hebben geen recht op ondersteuning in het stemhokje, net als personen zonder beperking.

Hoewel Nederland meerdere interpretatieve verklaringen bij het verdrag heeft afgelegd, is de verklaring bij artikel 29 de enige waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen personen met een fysieke beperking en personen met een andere beperking. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat het recht van personen met een fysieke beperking op bijstand in het stemhokje al sinds 1896 is geregeld in de Kieswet.6

Het was daarom voor Nederland niet nodig om de Kieswet op dit punt te wijzigen na de ratificatie van het VN-verdrag handicap.

Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk dat straks alle kiezers gebruik kunnen maken van ondersteuning in het stemhokje door een stembureaulid. Dit betekent niet dat de interpretatieve verklaring van Nederland bij artikel 29 zal worden ingetrokken wanneer het wetsvoorstel in werking treedt. Na inwerkingtreding zal de situatie voor kiezers met een fysieke beperking namelijk nog altijd anders zijn dan de situatie voor andere kiezers: waar de eerste groep recht heeft op bijstand in het stemhokje door een persoon naar keuze, hebben alle andere kiezers alleen recht op bijstand door een stembureaulid. De interpretatieve verklaring van Nederland bij dit artikel blijft dus onverminderd van toepassing.7 Hoewel het onderscheid tussen groepen personen met een beperking als onwenselijk kan worden beschouwd, heeft de regering na zorgvuldige afweging goede redenen om tot dit voorstel te komen. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.

Het afleggen van een interpretatieve verklaring bij een verdrag gebeurt in beginsel bij de ratificatie van het verdrag. Hoewel het in theorie mogelijk is om later alsnog een interpretatieve verklaring toe te voegen, ligt dat anders voor het maken van een voorbehoud. Conform de regels van het verdragenrecht wordt een voorbehoud afgelegd op het moment van ondertekening of ratificatie van dan wel toetreding tot een verdrag. Met een voorbehoud geeft een staat te kennen het rechtsgevolg van een verdragsbepaling uit te sluiten of te wijzigen. Indien zou worden besloten om de huidige werking van artikel 29, onderdeel a, onder iii, in te perken door kiezers met een fysieke beperking enkel nog bijstand door een stembureaulid toe te staan, dan is er sprake van een voorbehoud. Hoewel het mogelijk is om een voorbehoud op elk moment in te trekken8, kan een voorbehoud niet op een later moment worden gemaakt.

Bovendien noopt het VN-verdrag handicap tot een geleidelijke verwezenlijking van verworven rechten. Kiezers met een fysieke beperking hebben op dit moment recht op hulp in het stemhokje door een persoon van hun keuze. Dit mag dus een stembureaulid zijn, maar bijvoorbeeld ook een partner of familielid. Wanneer de interpretatieve verklaring zou worden gewijzigd en dit recht zou worden teruggebracht naar enkel ondersteuning door een stembureaulid, betekent dat een achteruitgang van de positie van kiezers met een fysieke beperking. Zij zouden dan namelijk niet langer de vrije keuze hebben maar zouden dan enkel nog een stembureaulid mee kunnen nemen. Dit zou een beperking van de toepassing van artikel 29, onderdeel a, onder iii, van het VN-verdrag handicap betekenen ten opzichte van de toepassing waar Nederland zich bij ratificatie aan heeft verbonden. Een dergelijk te laat (aanvullend) voorbehoud is, zoals hiervoor toegelicht, niet toegestaan. Bovendien kan artikel 29, onderdeel a, van het VN-verdrag handicap naar het oordeel van de regering mogelijk als een ieder verbindend worden aangemerkt, waardoor de rechter in voorkomend geval aan naleving van deze bepaling zal kunnen toetsen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de bij ratificatie afgelegde verklaring, maar zal een te laat ingediend voorbehoud buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Het recht van kiezers met een fysieke beperking op bijstand in het stemhokje door een persoon naar keuze is dan ook een gegeven en kan niet worden gewijzigd.

Het voldoen aan internationale verplichtingen weegt in dit geval zwaarder dan het onderscheid tussen personen met een fysieke beperking en personen met een andere beperking. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat dit onderscheid op dit moment ook al bestaat en niet wordt geïntroduceerd met het wetsvoorstel. Het verschil tussen kiezers met een fysieke beperking en een andere beperking wordt juist kleiner gemaakt nu deze laatste groep met dit wetsvoorstel ook recht krijgt op een vorm van ondersteuning in het stemhokje, zij het in een iets andere vorm.

Voor wat betreft de vraag of een aangestelde ervaringsdeskundige ook de bijstand zou kunnen verlenen en hoe zich dit verhoudt tot het VN-verdrag handicap, zij opgemerkt dat artikel 29, onderdeel a, onder iii, van het verdrag ziet op ondersteuning door een persoon naar keuze. Indien op ieder stembureau een persoon aanwezig is die is belast met de taak om bijstand te verlenen aan kiezers die daar behoefte aan hebben, hebben kiezers alsnog niet de mogelijkheid om een persoon naar keuze mee te nemen in het stemhokje. Deze variant is geen optie voor kiezers met een fysieke beperking, omdat zij conform artikel 29, onderdeel a, onder iii, en in lijn met de bij ratificatie afgelegde verklaring recht hebben op ondersteuning door een persoon naar keuze. Voor wat betreft de groep overige kiezers is Nederland niet gehouden om keuzevrijheid te garanderen en is de mogelijkheid van bijstand door een daartoe getrainde ervaringsdeskundige wel een optie, maar verdient dit gelet op de uitvoeringslasten niet de voorkeur. In de volgende paragraaf zal dit nader worden toegelicht.

4. Bijstand door stembureauleden

Afbakening en afwegingen

De leden van de SGP-fractie vragen een nadere onderbouwing waarom de regering verplichte hulp door een stembureaulid niet in meer situaties verplicht wil stellen. Zij vragen daarbij ook de reactie van de VNG en de NVVB te betrekken, die schrijven dat dit onderscheid aan kiezers moeilijk is uit te leggen en dat dit volgens de Kiesraad zelfs tot onbegrip en discussie in het stemhokje kan leiden. De leden vragen in hoeverre de regering wil verkennen of voor specifieke situaties wel andere bijstand mogelijk is op grond van een bijzondere verklaring en waarom de regering de verantwoordelijkheid van de overheid laat domineren boven de verantwoordelijkheid binnen gezinsverband en zorgrelaties. De leden van de fractie van CDA vragen hoe de regering het risico beoordeelt dat het in het wetsvoorstel gemaakte onderscheid tussen kiezers met een lichamelijke beperking en andere kiezers die om bijstand verzoeken in de praktijk leidt tot ongelijke behandeling, mede in het licht van artikel 1 van de Grondwet en artikel 25 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). De leden van de JA21-fractie vragen waarom er een zwaarder gewicht wordt gehangen aan toegankelijkheid en minder gewicht aan andere waarborgen, zoals stemvrijheid en het stemgeheim. Ook vragen de leden of de regering het mogelijk acht dat kiezers eerder om bijstand vragen vanwege hun fysieke gesteldheid, omdat zij dan recht hebben op een hulp door een persoon naar keuze.

De leden van de VVD-fractie vragen of de regering nader kan toelichten waarom er niet voor is gekozen om iedereen die hulp nodig heeft en daarom vraagt bijstand te laten verlenen door een lid van het stembureau. Ook vragen de leden of het risico op oneigenlijk gebruik van bijstand niet wordt vergroot wanneer iedere kiezer bijstand kan ontvangen. Zij vragen zich af hoe wordt beoordeeld of iemand daadwerkelijk hulp nodig heeft. Ook vragen zij zich af hoe wordt beoordeeld of iemand een geestelijke beperking heeft of anderszins hulp nodig heeft, en dus alleen maar geholpen kan worden door een lid van het stembureau. Het lid Erkens van deze fractie heeft tijdens het commissiedebat verkiezingen gevraagd of de voordelen van het wetsvoorstel opwegen tegen de nadelen, bijvoorbeeld gelet op de kans op fraude.

In paragraaf 3 is toegelicht op welke wijze Nederland is gebonden aan het VN-verdrag handicap voor wat betreft het toestaan van bijstand in het stemhokje. Hieruit volgt dat het recht op bijstand bij het stemmen door een persoon naar keuze alleen geldt voor kiezers met een fysieke beperking. Zoals reeds toegelicht kan dit recht niet worden gewijzigd omdat een inperking van de keuzevrijheid voor kiezers met een fysieke beperking een achteruitgang in de rechten van deze groep zou betekenen. Het recht op bijstand door een persoon naar keuze voor kiezers met een fysieke beperking staat dan ook vast en kan niet gewijzigd worden.

Bij het opstellen van dit wetsvoorstel is onderzocht op welke wijze andere groepen kiezers, die op dit moment helemaal geen recht hebben op ondersteuning bij het stemmen, toch hulp kunnen krijgen bij het uitbrengen van hun stem. Daarbij is overwogen dat het lastig kan zijn om te bepalen of iemand een niet-fysieke beperking heeft en om een grens te stellen wanneer iemand dusdanig beperkt is dat hulp bij het stemmen nodig wordt geacht. Bovendien kunnen ook kiezers zonder beperking behoefte hebben aan hulp bij het stemmen, bijvoorbeeld omdat zij het spannend vinden om (voor de eerste keer) te gaan stemmen. Daarom is ervoor gekozen om de voorgestelde wijziging voor alle kiezers in te voeren, ongeacht of iemand een beperking heeft of niet. Op deze manier blijft het huidige onderscheid tussen twee groepen kiezers (met en zonder een fysieke beperking) in stand en wordt er niet nog een derde groep gecreëerd waar andere regels voor gelden. Stembureauleden hoeven enkel te bepalen of een kiezer een fysieke beperking heeft of niet, net zoals nu het geval is. Iedereen die geen fysieke beperking heeft, krijgt met dit wetsvoorstel recht op bijstand door een stembureaulid. Door het handhaven van het bestaande onderscheid tussen kiezers blijft het verlenen van bijstand uitvoerbaar voor stembureauleden en worden discussies in het stemlokaal voorkomen.

Zoals uiteengezet in de vorige paragraaf is Nederland voor deze andere kiezers niet gebonden aan de bepaling uit het VN-verdrag handicap, waardoor het niet verplicht is om dezelfde regels te hanteren als voor de kiezers met een fysieke beperking. Bij het opstellen van dit wetsvoorstel zijn verschillende waarborgen en belangen tegen elkaar afgewogen. Er is in dit geval geen sprake van gelijke gevallen die anders worden behandeld, omdat personen met een fysieke beperking en personen met een andere beperking geen gelijke gevallen zijn en bovendien op dit moment ook al anders worden behandeld. Bovendien is de ongelijke behandeling gerechtvaardigd.

De belangenafweging bij het opstellen van dit wetsvoorstel is eerder toegelicht in de memorie van toelichting en het nader rapport en zal ik hieronder nogmaals kort toelichten.

Wanneer iedere kiezer recht zou hebben op bijstand door een persoon naar keuze is er weliswaar sprake van uniforme regels voor alle kiezers, maar dit zou grote afbreuk doen aan het stemgeheim en de stemvrijheid. Als iedereen een persoon naar keuze mee mag nemen bij het stemmen, of daar een gegronde reden voor is of niet, wordt genormaliseerd dat het uitbrengen van je stem niet langer iets is dat je alleen en in het geheim kunt doen. Het risico op family voting9 wordt daarmee beduidend groter, maar ook het risico op druk vanuit je omgeving om iemand mee te nemen bij het stemmen kan toenemen. Ik wil te allen tijde voorkomen dat kiezers druk kunnen ervaren om een familielid of kennis mee te nemen in het stemhokje, terwijl zij dat zelf eigenlijk niet willen. Voor de buitenwereld, in het bijzonder stembureauleden, is vaak niet te achterhalen of de kiezer zelf graag wil dat iemand meegaat in het stemhokje, of dat de kiezer onder druk is gezet om dit te doen. Eenmaal in het stemhokje is vervolgens niet zichtbaar of er druk wordt uitgeoefend om op een bepaalde partij of kandidaat te stemmen door degene die de bijstand verleent. Ook wanneer geen expliciete druk wordt uitgeoefend, kan alsnog het risico bestaan dat de kiezer zich (achteraf) moet verantwoorden voor zijn of haar stemkeuze. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de kiezer een politieke voorkeur heeft die afwijkt van diens familie of vriendengroep, maar hier niet voor uit durft te komen. Wanneer de bijstand in het stemhokje wordt verleend door een stembureaulid, is dit risico aanzienlijk kleiner omdat er geen persoonlijke band bestaat tussen het stembureaulid en de kiezer. Het is een stuk moeilijker om een vreemde te overtuigen zijn of haar stem uit te brengen op een bepaalde kandidaat, dan iemand waar men een persoonlijke relatie mee heeft en/of een zekere gezagsverhouding aanwezig is. Stembureauleden voeren bovendien hun werk op neutrale wijze uit.

Het stemgeheim en de stemvrijheid zijn twee van de meest fundamentele beginselen voor vrije en eerlijke verkiezingen en wegen zwaar. Ik acht het inbreukrisico op deze fundamentele beginselen aanzienlijk kleiner wanneer de bijstand aan iedere kiezer die dat wil wordt verleend door een stembureaulid dan wanneer deze wordt verleend door een bekende van de kiezer. Hoewel ik begrip heb voor vragen over onderscheid tussen kiezers met een fysieke beperking en kiezers met een andere of geen beperking, weegt het belang van uniformiteit voor alle groepen kiezers in dit geval minder zwaar dan het stemgeheim en de stemvrijheid. Bij deze afweging heb ik tevens het feit betrokken dat er ook op dit moment, al sinds het recht op bijstand voor fysiek beperkte kiezers in 1896 in de Kieswet werd geïntroduceerd, onderscheid wordt gemaakt tussen deze twee groepen. Kiezers met een fysieke beperking hebben momenteel recht op bijstand door een persoon naar keuze (wat ook een stembureaulid kan zijn), terwijl alle andere kiezers in het geheel geen recht hebben op bijstand.

Met dit wetsvoorstel wordt het verschil tussen deze twee groepen juist kleiner, doordat straks alle kiezers recht krijgen op hulp bij het stemmen. Dat deze hulp enkel verleend mag worden door een stembureaulid terwijl fysiek beperkte kiezers hiervoor een persoon naar keuze mogen aanwijzen, neemt niet weg dat het een vooruitgang betekent voor alle kiezers die behoefte hebben aan hulp bij het uitbrengen van hun stem.

Alternatieven

De leden van de fractie van ChristenUnie vragen wat de bezwaren van de regering zijn tegen de in de memorie van toelichting besproken ‘variant 3’. Bij deze variant kan de kiezer een persoon naar keuze meenemen in het stemhokje nadat beide een verklaring ondertekenen in het stemlokaal, waarbij de kiezer verklaart wie hulp aan hem of haar verleent en de begeleider verklaart dat hij of zij het stemgeheim en de stemvrijheid van de kiezer zal respecteren. Ook vragen de leden nader te duiden wat de bezwaren zijn van de verschillende geconsulteerde organisaties tegen ‘variant 4’. Bij die variant wordt de bijstand verleend door iemand naar keuze onder toezicht van een stembureaulid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vernemen graag een nadere toelichting van de regering waarom het onwenselijk zou zijn om specifiek aangewezen derden een training te laten ontvangen om bijstand te verlenen. De leden vragen of de regering hierbij specifiek in kan gaan op de mogelijkheid om bijvoorbeeld via organisaties van ervaringsdeskundigen dergelijke trainingen aan te bieden, zodat specifieke personen de bijstand zouden kunnen verlenen.

Bij het opstellen van het wetsvoorstel zijn gesprekken gevoerd met belanghebbende organisaties om te verkennen hoe bijstand door een persoon naar eigen keuze eruit zou kunnen zien. Tijdens die gesprekken zijn meerdere varianten besproken, zoals toegelicht in de memorie van toelichting. Eén daarvan is variant 3: hierbij wordt de bijstand verleend door iemand naar keuze en wordt in het stemlokaal een verklaring door kiezer en begeleider ondertekend, waarbij de kiezer verklaart wie hulp aan hem of haar verleent en de begeleider verklaart dat hij het stemgeheim en de stemvrijheid van de kiezer zal respecteren. Zoals in de toelichting reeds uiteengezet verdient deze variant niet de voorkeur, omdat hierbij nog altijd een persoon naar keuze mee wordt genomen in het stemhokje. Dit zorgt bovendien nog altijd voor een lastenverzwaring voor stembureauleden, doordat er een extra administratieve handeling uitgevoerd moet worden in het stemlokaal. Het ondertekenen van een verklaring heeft bovendien geen juridische houdbaarheid, omdat niet gecontroleerd kan worden of het stemgeheim en de stemvrijheid daadwerkelijk zijn gerespecteerd door de begeleider. Gelet op de uitvoerbaarheid en de reeds besproken zwaarwegende nadelen van het meenemen van een persoon naar keuze in het stemhokje, is deze variant niet nader onderzocht.

Bij de vierde variant wordt eveneens een persoon naar keuze meegenomen in het stemhokje en zou het stembureaulid erop toezien dat de hulp neutraal wordt gegeven. De gesprekspartners zagen dit niet als een goede optie, omdat dwang en drang dan nog steeds kan plaatsvinden buiten de waarneming van het stembureaulid. Dit vormt dus nog altijd een risico voor het stemgeheim en de stemvrijheid. Zij waren ook van mening dat deze variant praktisch gezien moeilijk uitvoerbaar is. Zo vroegen zij zich af of drie personen überhaupt wel in een stemhokje passen. Daarom is deze variant niet nader onderzocht.

Als de bijstand niet wordt verleend door stembureauleden maar door derden die hiervoor aangewezen zijn, betekent dit dat bij elke verkiezing extra personen geworven en opgeleid moeten worden. Dit brengt veel aanvullend werk en kosten met zich mee. Als er in elk stemlokaal een specifiek aangewezen extra persoon aanwezig moet zijn om bijstand te verlenen, betekent dit dat er rond de 10.000 personen moeten worden geworven en opgeleid die in het hele land stemlokalen moeten bemensen. Stembureauleden worden sowieso al door gemeenten geworven en opgeleid. Zij zullen in hun opleiding worden voorbereid op het geven van bijstand zodat ze deze taak zo goed mogelijk kunnen uitoefenen.

Daarnaast acht ik het kwetsbaar om derden bijstand te laten verlenen, omdat het moeilijk te controleren is of de intenties van de personen die zich hiervoor aanmelden integer zijn. De verantwoordelijkheid voor het bieden van bijstand in het stemhokje wordt daarmee geconcentreerd tot een relatief beperkte groep personen die zich hiervoor aanmelden. In tegenstelling tot het voorliggende voorstel waar alle stembureauleden in alle stemlokalen deze hulp kunnen bieden. Mogelijk melden mensen zich hiervoor aan die er bewust op uit zijn om anderen te beïnvloeden bij het uitbrengen van hun stem. Die kans acht ik minder groot bij stembureauleden die zich aanmelden om alle werkzaamheden op een stembureau uit te voeren, waaronder het verlenen van bijstand.

Keuzevrijheid tussen stembureauleden
De leden van de SGP vragen hoe de regering er rekenschap van geeft dat de bekendheid met stembureauleden onder andere in kleinere gemeenschappen behoorlijk groot kan zijn en dat die situatie juist ook een drempel kan opwerpen om te gaan stemmen. Waarom zou in zulke situaties het inschakelen van een familielid of vriend niet te verkiezen zijn, zo vragen de leden. De leden vragen tevens een reactie op situaties waarin een kiezer met een verstandelijke beperking wel in staat is zijn voorkeur kenbaar te maken aan personen met wie zij bekend zijn, maar niet aan een stembureaulid. De leden van de fractie van VVD merken op dat er een uitzondering kan worden gemaakt op de regel dat de voorzitter een stembureaulid kiest als hulpgevende, als een stemgerechtigde daar zelf om vraagt. Zij vragen of hiermee het stemgeheim feitelijk wordt doorbroken als het stembureaulid een bekende is en er kans is op het ontstaan van (schijn van) beïnvloeding. Daarnaast vragen zij of hiermee niet de neutraliteit en onafhankelijkheid van het stembureau wordt ondermijnd door potentiële schijn van partijdigheid.

Hoewel het denkbaar is, zeker in kleinere gemeenten en gemeenschappen, dat de kiezer een of meer stembureauleden kent, maakt het voorgestelde derde lid van artikel J 28a het mogelijk voor de kiezer om zonder opgaaf van redenen een ander stembureaulid aan te wijzen om de bijstand te verlenen. Wanneer de voorzitter van het stembureau een lid aanwijst waar de kiezer zich niet prettig bij voelt, bijvoorbeeld omdat dit een bekende is, staat het de kiezer vrij om een ander lid aan te wijzen.

De mogelijkheid voor de kiezer om af te wijken van de keuze van de voorzitter, is bedoeld om de kiezer de mogelijkheid te geven een lid aan te wijzen waar de kiezer zich prettig bij voelt. Wanneer de voorzitter bijvoorbeeld een bekende van de kiezer aanwijst om de bijstand te verlenen, kan de kiezer aangeven dat hij liever ondersteuning ontvangt door een ander stembureaulid. Andersom kan een kiezer het soms juist wel prettig vinden als de bijstand door een stembureaulid wordt verleend die de kiezer kent. Het initiatief ligt dan ook bij de kiezer zelf. Deze kan beslissen van wie hij of zij hulp ontvangt bij het uitbrengen van de stem, waardoor de kans op beïnvloeding van de kiezer klein wordt geacht. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat de stembureauleden het geheim van de stemming bewaren, zoals vastgelegd in het voorgestelde artikel 14a, zodat het risico op het (verder) doorbreken van het stemgeheim zoveel mogelijk wordt beperkt. Hoewel het mogelijk is dat er kiezers zijn die beter kunnen communiceren met een bekende dan met een stembureaulid, wegen de voordelen in deze individuele gevallen niet op tegen het belang om het stemgeheim en de stemvrijheid te beschermen. In zulke gevallen kan bijvoorbeeld een begeleider of familielid meegaan naar het stembureau en eventueel nadere uitleg aan het stembureaulid geven hoe het beste gecommuniceerd kan worden met de kiezer.

Toezicht en risico op agressie

De leden van de fractie van JA21 vragen of dit wetsvoorstel de positie van stembureauleden kwetsbaar maakt voor conflict en agressie. Ook vragen de leden wie er toezicht houdt op ondersteuning gevende stembureauleden zodat zij niet kunnen sturen in de keuze van de kiezer.

Zoals hiervoor toegelicht voeren stembureauleden hun taken neutraal uit en hebben zij meestal geen persoonlijke band met de kiezer, waardoor zij ook minder snel in staat zijn om invloed uit te oefenen op de stemkeuze van de kiezer. De Kiesraad is voornemens in overleg met gemeenten en belangenorganisaties te komen tot een handreiking voor de omgang met stemgerechtigden met een beperking. Dit kan bijdragen aan de uniformiteit van de kennis en vaardigheden die stembureauleden moeten beheersen. Ook zorgt dit ervoor dat stembureauleden niet sturen in de keuze van een stemgerechtigde. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen of en hoe er toezicht wordt gehouden op stembureaus en individuele stembureauleden.

Volledigheidshalve zij opgemerkt dat het onderscheid dat op dit moment bestaat tussen kiezers met een fysieke beperking en andere kiezers niet leidt tot veel discussie in de stemlokalen of agressie richting stembureauleden. Wanneer dit wetsvoorstel in werking treedt is de verwachting dan ook niet dat dit tot meer discussies gaat leiden, omdat het een vooruitgang betekent voor alle kiezers die op dit moment helemaal geen recht hebben op hulp in het stemhokje. Het bestaande onderscheid tussen de twee groepen kiezers (met en zonder een fysieke beperking) verandert niet. Wanneer stembureauleden wel te maken krijgen met agressie of ordeverstoring, kunnen zij contact met de gemeente opnemen om te overleggen over de juiste handelswijze in dat geval. Ook is het vanzelfsprekend mogelijk om de politie in te schakelen wanneer de situatie onveilig wordt voor stembureauleden.

Omvang behoefte
De leden van de D66-fractie vragen of er bij eerdere verkiezingen stembureaus zijn geweest waar, onder de huidige regeling, uitzonderlijk veel gebruik is gemaakt van hulp van derden in het stemhokje, vergelijkbaar met stembureaus waar bovengemiddeld vaak bij volmacht wordt gestemd. Heeft de regering daar zorgen over en zouden deze zorgen niet worden weggenomen door uitsluitend hulp van stembureauleden toe te staan, zo vragen deze leden.

Onder de huidige regeling wordt niet bijgehouden hoe vaak er gebruik wordt gemaakt van bijstand in het stemhokje. Het is echter niet de verwachting dat er bij bepaalde stembureaus aanzienlijk veel zal worden verzocht om bijstand bij het stemmen wanneer de nieuwe regels gelden. Naar verwachting zullen vooral kiezers met een (licht) verstandelijke beperking, kiezers met dementie en kiezers die laaggeletterd zijn behoefte hebben aan bijstand bij het stemmen. Deze groepen kiezers zijn niet in één bepaalde regio geconcentreerd. Mocht na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel blijken dat er op bepaalde stembureaus veel behoefte is aan hulp bij het stemmen, dan kan de betreffende gemeente ervoor kiezen om bij de volgende verkiezing een extra stembureaulid op dat stembureau neer te zetten. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de aanvullende financiële middelen die beschikbaar worden gesteld, zoals toegelicht in paragraaf 6.

5. Stembureautraining

Dementie en uniformiteit van trainingen
De leden van de VVD-fractie lezen dat er een training zal worden gegeven aan stembureauleden. Deze leden vragen zich af hoe hulp wordt geboden bij stemgerechtigden met dementie wanneer zij dit niet zelf kunnen of willen aangeven. Deze leden vragen zich af hoe de voorlichting voor omgang hiermee wordt vormgegeven. Ook lezen deze leden dat er voor gemeenten een mogelijkheid is om een eigen training te geven. Zij vragen hoe deze gemeentelijke trainingen zich verhouden tot de algemene trainingen en of er verschillen kunnen ontstaan in interpretatie van de omgang met stemgerechtigden met een beperking.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe de regering borgt dat stembureauleden in alle gemeenten beschikken over voldoende, eenduidige en praktisch toepasbare instructies om deze nieuwe taak zorgvuldig uit te voeren. Hoe wordt voorkomen dat verschillen in training en capaciteit tussen gemeenten leiden tot uiteen lopende uitvoeringspraktijken of onzekerheid in het stemlokaal, zo vragen deze leden.

De Kieswet schrijft voor dat het de verantwoordelijkheid is van gemeenten om stembureauleden te benoemen die over voldoende kennis en vaardigheden beschikken. In elke gemeente worden daarom stembureauleden getraind zodat zij het werk als stembureaulid naar behoren kunnen uitoefenen. Gemeenten zetten hiervoor een e-learning in die hetzij van de Kiesraad, hetzij van een andere leverancier afkomstig is. Sinds de invoering van de Wet kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces op 1 januari 2026 is de Kiesraad verantwoordelijk voor de ondersteuning van gemeenten bij het uitvoeren van hun wettelijke taken. De Kiesraad is voornemens in overleg met gemeenten en belangenorganisaties te komen tot een handreiking voor de omgang met kiezers die behoefte hebben aan hulp bij het stemmen. Dit draagt bij aan de uniformiteit van de kennis en vaardigheden die stembureauleden moeten beheersen. De doelgroep van dementerenden is, net als andere groepen die niet eenvoudig zelf hun wil kunnen uiten, daarbij een zeer kwetsbare doelgroep. Het is bij het verlenen van hulp in het stemhokje van essentieel belang dat de kiezer zelf om hulp vraagt en kenbaar maakt op wie hij zijn stem wil uitbrengen. Dit zal worden meegenomen in de ondersteuning vanuit de Kiesraad aan gemeenten.


Staken van de bijstand
De leden van de CDA-fractie constateren dat stembureauleden een centrale rol krijgen bij het verlenen en eventueel staken van bijstand in het stemhokje. Deze leden vragen de regering welke concrete, toetsbare criteria stembureauleden aangereikt krijgen om vast te stellen of een kiezer zijn wil ‘ondubbelzinnig’ kan uiten en hoe wordt voorkomen dat deze beoordeling leidt tot willekeur of uiteenlopende uitvoeringspraktijken. De leden vragen daarnaast aan de regering welke waarborgen er bestaan voor kiezers van wie de bijstand wordt gestaakt, gelet op het ontbreken van een herstel- of bezwaarmogelijkheid op de verkiezingsdag zelf.

In de training voor stembureauleden zal worden uitgelegd dat een kiezer duidelijk moet kunnen aangeven op welke partij en welke kandidaat deze wil stemmen. Dit kan een kiezer op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld mondeling, schriftelijk of door een partij en kandidaat op het stembiljet aan te wijzen. Zo nodig kan het stembureaulid bij de kiezer checken of de gewenste partij en kandidaat klopt. Als een kiezer niet duidelijk kan aangeven op welke partij en welke kandidaat deze wil stemmen, dan zal het stembureaulid de bijstand in het stemhokje staken. Om vast te stellen of een kiezer ondubbelzinnig zijn wil kan uiten, is alleen nodig dat deze kan aangeven op welke partij en kandidaat gestemd moet worden. Ik acht het daarom niet nodig dat stembureauleden hier criteria voor aangereikt krijgen. Wanneer de bijstand wordt gestaakt krijgt de kiezer de stempas terug en kan hij of zij op een later moment terugkomen, een volmacht geven of alsnog de keuze maken om zelfstandig te gaan stemmen. Er is dan ook geen noodzaak voor een herstel- of bezwaarmogelijkheid, omdat de kiezer de stempas terug krijgt.

6. Uitvoerbaarheid

Financiën
De leden van de VVD-fractie lezen dat er drie miljoen euro structureel per jaar beschikbaar wordt gesteld voor de werving van extra stembureauleden. Deze leden vragen zich af hoe dit zich verhoudt tot al bestaande tekorten aan stembureauleden. Zij vragen zich af waar dit geldbedrag op is gebaseerd.

Als het wetsvoorstel in werking treedt wordt er aan gemeenten drie miljoen euro structureel per jaar beschikbaar gesteld om de druk op de uitvoering bij verkiezingen te verminderen. Gemeenten zijn vrij om te beslissen hoe zij dit geld aanwenden. Zij kunnen bijvoorbeeld ervoor kiezen om met dit geld een extra stembureaulid in te zetten. Het bedrag van drie miljoen is gebaseerd op een berekening van de gemiddelde vergoeding per stembureaulid (€170 euro), het gemiddelde aantal shifts van stembureauleden per stembureau (1,66) omdat een groot deel van de gemeenten in 2 shifts werken en het totaal aantal stembureaus (10.000). Dit komt uit op ruim 2,8 miljoen euro. Rekening houdend met wat hogere vergoedingen door onder andere inflatie is dit bedrag afgerond op drie miljoen euro. Ik heb de afgelopen verkiezingen geen signalen ontvangen dat gemeenten een structureel tekort hebben aan stembureauleden. Wel merken gemeenten dat de aanwas van nieuwe vrijwilligers achterblijft of terugloopt. Om gemeenten te ondersteunen in het werven van nieuwe, extra stembureauleden en tellers heeft het ministerie van BZK in september 2025 en januari/februari 2026 een landelijke wervingscampagne voor stembureauleden gevoerd. Deze wervingscampagne richtte zich op het betrekken van jongvolwassenen bij de democratie en verkiezingen door zich aan te melden als stembureaulid of teller tijdens verkiezingen.

Verwachte uitvoeringsproblemen
De leden van de D66-fractie vragen of de regering uitvoeringsproblemen ziet indien iedereen uitsluitend recht zou krijgen op bijstand van stembureauleden. Zo ja, acht de regering deze problemen groter of kleiner dan de voorziene problemen bij de wet zoals deze thans voorligt. Ten slotte vragen de leden wat nodig zou zijn om deze problemen te ondervangen, bijvoorbeeld door het inzetten van meer stembureauleden. De leden van de fractie van JA21 hebben vragen over de zin “daarom is in het wetsvoorstel opgenomen dat iedere stemgerechtigde die aangeeft hulp bij het stemmen te behoeven daarvoor in aanmerking komt.” Zij vragen of de regering het risico erkent dat hierdoor in potentie alle kiesgerechtigden een beroep op hulp kunnen doen. Ook vragen zij welke negatieve gevolgen de regering ziet in het niet verder afbakenen van de doelgroep en of stembureauleden de impact van het verlenen van ondersteuning in het stemhokje wel aankunnen.

Wanneer alle kiezers recht krijgen op bijstand door stembureauleden zal dit naar verwachting niet tot uitvoeringsproblemen leiden. Het ligt namelijk niet in de lijn der verwachting dat een zeer omvangrijke groep kiezers ook daadwerkelijk gebruik zal maken van deze mogelijkheid. De verwachting is dat vooral mensen met een licht verstandelijke beperking, met dementie en mensen die laaggeletterd zijn een beroep op een stembureaulid zullen doen om hen te helpen bij het uitbrengen van hun stem. Ik acht het niet nodig de doelgroep verder af te bakenen, omdat het aantal mensen dat om bijstand zal vragen naar verwachting niet dusdanig hoog zal zijn dat stembureauleden hun werk niet meer naar behoren zullen kunnen verrichten. Bovendien komt, zoals hiervoor benoemd, bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel structureel extra geld beschikbaar dat gemeenten bijvoorbeeld kunnen gebruiken om een extra stembureaulid in te zetten.

Groei aantal stembureauleden
De leden van de JA21-fractie hebben de vraag in hoeverre de geschatte knelpunten in de uitvoering overeenkomen met de signalen die deze leden hebben ontvangen van organisaties als de VNG. In hoeverre acht de regering het realistisch dat het aantal stembureauleden mee kan groeien met de mogelijk toenemende vraag van hulpbehoevende stemgerechtigden, zo vragen deze leden.

De VNG en NVVB vragen in hun reactie op het wetsvoorstel aandacht voor de uitvoerbaarheid. Zij wijzen hierbij op de extra opleiding voor stembureauleden, het nog steeds kunnen beschikken over voldoende stembureauleden en de inrichting van de stemlokalen. Ook vragen zij aandacht voor extra belasting van de stembureauleden op piekmomenten. In de opleiding voor stembureauleden zal aandacht moeten worden besteed aan hoe stembureauleden hulp in het stemhokje kunnen verlenen. Dit kan worden opgenomen in de training die stembureauleden moeten volgen. Het wetsvoorstel heeft ook niet veel invloed op de inrichting van stemlokalen. Als er genoeg ruimte is, verdient het de voorkeur om bij de inrichting van het stemlokaal één stemhokje iets verder van de andere stemhokjes te plaatsen. Deze kan dan (ook) worden gebruikt als iemand hulp in het stemhokje nodig heeft. Als er niet genoeg ruimte is, dan kunnen de stemhokjes allemaal naast elkaar worden geplaatst. Zoals hiervoor toegelicht is het niet de verwachting dat zoveel mensen om hulp in het stemhokje zullen vragen dat stembureauleden niet meer in staat zijn de rest van hun taken naar behoren uit te voeren. Het is echter denkbaar dat een stemlokaal in een zorginstelling wordt ingericht waar gemiddeld meer mensen om hulp bij het stemmen zullen vragen. Gemeenten kunnen dan beslissen om hier een extra stembureaulid in te zetten. Hiervoor kunnen zij geld inzetten dat bij inwerkingtreding van het wetsvoorstel aan gemeenten beschikbaar wordt gesteld.

7. Evaluatie

De leden van de fractie van ChristenUnie vragen of de regering voornemens of bereid is om bij de eerste twee of drie verkiezingen na inwerkingtreding van voorliggend wetsvoorstel bij te houden hoeveel mensen gemiddeld genomen gebruik willen maken van de aangeboden hulp om vervolgens onderzoek te kunnen doen of variant 3 alsnog mogelijk zou kunnen zijn. De leden vragen de regering ook of zij bereid is om na de eerste verkiezing na inwerkingtreding al een (beperkte) evaluatie uit te laten voeren om kleinschalige verbeteringen te kunnen doorvoeren bij de eerstvolgende verkiezingen. Zij vragen waarom de regering hier tot nu toe niet voor heeft gekozen en of ervaringen van de doelgroep waar het wetsvoorstel op ziet worden betrokken bij de wetsevaluatie. Zij achten dit noodzakelijk voor een volledige evaluatie. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering ook kiezers met een beperking die gebruik maken van de bijstand gaat betrekken bij de evaluatie. De leden van de CDA-fractie hechten eraan dat de evaluatie van deze wet na vijf jaar daadwerkelijk inzicht biedt in de effecten op stemvrijheid, stemgeheim en toegankelijkheid. Deze leden vragen de regering hoe wordt geborgd dat voldoende, uniforme en vergelijkbare gegevens worden vastgelegd om de wettelijke evaluatie na vijf jaar inhoudelijk en juridisch goed te kunnen dragen.

Vijf jaar naar inwerkingtreding van het wetsvoorstel wordt de wet geëvalueerd.

De verwachting is dat in deze periode minstens twee verkiezingen hebben plaatsgevonden waarbij bijstand in het stemhokje kon worden verleend, waardoor er voldoende praktijkervaring is opgedaan om het wetsvoorstel goed te kunnen evalueren. Er is bewust voor gekozen om niet gelijk al na één verkiezing te evalueren, omdat dit naar verwachting onvoldoende informatie oplevert om hier conclusies uit te kunnen trekken. Overigens wordt iedere verkiezing na afloop in zijn geheel geëvalueerd. Daarin wordt ook de toegankelijkheid van de verkiezing meegenomen. Als uit deze evaluatie blijkt dat er kleinschalige verbeteringen nodig zijn om bijstand in het stemhokje te verbeteren, dan zal dat gelijk worden opgepakt. Ik houd er rekening mee dat zowel kiezers als stembureauleden aan de nieuwe regels voor hulp in het stemhokje zullen moeten wennen en dat deze punten in die eerdere evaluaties al aan de orde zullen komen.

Bij de evaluatie na vijf jaar wordt bekeken of de bijstand die wordt geleverd door het stembureaulid in de praktijk goed werkt en geen afbreuk doet aan het stemgeheim ende stemvrijheid van de kiezer. Ten behoeve van de evaluatie worden de stembureauleden geïnstrueerd om bij te houden hoe vaak zij hulp in het stemhokje verlenen en of zich hier bijzonderheden bij voordoen. De voorzitter van het stembureau noteert deze informatie in het proces-verbaal dat online wordt gepubliceerd. Het is de bedoeling om bij de evaluatie ook te kijken naar de ervaringen van kiezers met hulp in het stemhokje. Er zal daarbij expliciet aandacht zijn voor de ervaringen van mensen met beperking met bijstand in het stemhokje. Op basis van de evaluatie kan besloten worden of de wet aanpassing behoeft. Belangenorganisaties voor mensen met een beperking worden betrokken bij het opzetten en het uitvoeren van de evaluatie.

Variant 3 houdt in dat bijstand wordt verleend door iemand naar keuze en dat in het stemlokaal een verklaring door kiezer en begeleider wordt ondertekend, waarbij de kiezer verklaart wie hulp aan hem of haar verleent en de begeleider verklaart dat hij het stemgeheim en de stemvrijheid van de kiezer zal respecteren. De regering heeft in het huidige wetsvoorstel niet voor deze variant gekozen, zoals eerder toegelicht, omdat het risico op afbreuk aan het stemgeheim en de stemvrijheid te groot wordt wanneer iedere kiezer een persoon naar keuze in het stemhokje mag meenemen. Ik ben er daarom ook geen voorstander van om nader onderzoek te doen naar de geschetste variant 3.

8. Overig

Intrekken stempas

De leden van de JA21-fractie lezen dat de regering afwijkt van het advies van de Kiesraad om bij het staken van de bijstandspoging de stempas in te trekken. Kan de regering uitgebreider motiveren waarom zij afwijkt van dit advies?

Uit het advies blijkt dat de Kiesraad geen voorstander is van het teruggeven van de stempas of kiezerspas aan de kiesgerechtigde zodat deze desgewenst nog een volmacht kan verlenen als deze niet duidelijk heeft kunnen aangeven op wie hij of zij wil stemmen. Hierbij overweegt de Kiesraad dat de bijstandsverlener immers tot de overtuiging is gekomen dat de kiezer niet in staat is om zelfstandig zijn wil te bepalen. De Kiesraad vindt het kwetsbaar om erop te vertrouwen dat de kiezer vervolgens wel een volmachtnemer kan instrueren op welke wijze de volmachtstem moet worden uitgebracht. De Kiesraad geeft aan dat voorkomen moet worden dat bij volmacht wordt gestemd zonder de uitdrukkelijke aanwijzing van de kiezer. De regering heeft van dit advies afgeweken, omdat er meerdere redenen kunnen zijn dat het de kiezer niet lukt om in het stemhokje aan te geven op wie deze wil stemmen. De kiezer kan zenuwachtig zijn of het spannend vinden en daardoor even niet meer weten op welke partij en kandidaat deze wil stemmen. Of de kiezer kan tijdsdruk voelen omdat er een rij van stemgerechtigden achter hem of haar staat. Het kan ook zo zijn dat iemand als geheugensteuntje van te voren op een briefje heeft geschreven op wie deze wil stemmen en dit briefje is vergeten mee te nemen. Het hoeft dus niet zo te zijn dat als het niet meteen lukt om te zeggen op wie de kiezer wil stemmen, deze persoon in het geheel niet in staat is om te bepalen op wie deze wil stemmen. Daarom regelt het wetsvoorstel dat de stempas of kiezerspas aan de stemgerechtigde wordt teruggegeven bij het staken van de bijstandspoging, zodat deze het later nog eens kan proberen of een volmacht aan een ander kan verlenen.

Stemgeheim

De leden van de SGP-fractie vragen waarom de regering gekozen heeft voor het begrip ‘het geheim van de stemming’, terwijl in artikel J 15 reeds met het oog op dezelfde context het woord ‘stemgeheim’ gebruikt wordt. De leden vragen tevens of de regering kan toelichten waarom het bewaren van het geheim van de stemming niet eerder als verplichting voor stembureauleden is opgenomen in de Kieswet. Dit kan namelijk nu ook al van belang zijn in het geval dat een stembureaulid bijstand bij het stemmen verleent aan een kiezer met een fysieke beperking.

De regering is het met de leden van de SGP-fractie eens dat het begrip ‘geheim van de stemming’ inhoudelijk dichtbij het begrip ‘stemgeheim’ ligt. Waarom in dit geval toch is gekozen voor het geheim van de stemming, heeft te maken de specifieke taak die stembureauleden toekomt. Het stemgeheim geldt voor iedere kiezer en houdt in dat iedereen het individueel recht heeft om zijn of haar stem geheim te houden. Niemand kan worden verplicht om zijn of haar stem met een ander te delen. Uiteraard hebben stembureauleden ook dit recht wanneer zij zelf hun stem uitbrengen, maar stembureauleden hebben daarnaast de unieke positie dat zij mogelijk ook kennisnemen van de stem van een ander. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de stembureauleden bijstand verlenen aan een kiezer, maar stembureauleden kunnen ook gedurende de rest van de verkiezingsdag onbedoeld te horen krijgen op welke kandidaat een kiezer zijn of haar stem heeft uitgebracht. Het is dan ook van belang dat stembureauleden gedurende hun werkzaamheden het geheim van de gehele stemming bewaren. Het begrip geheim van de stemming moet dus worden gezien als een breder begrip dan enkel het stemgeheim.

De verplichting voor stembureauleden om het geheim van de stemming te bewaren staat momenteel nog niet in de Kieswet en wordt met dit wetsvoorstel gecodificeerd. Dit neemt echter niet weg dat het op dit moment ook al verplicht is dat stembureauleden het stemgeheim van alle kiezers waarborgen. Dit volgt namelijk impliciet al uit andere artikelen in de Kieswet, zoals artikel J 26 (stembureauleden zien erop toe dat een kiezer in afzondering het stembiljet invult) en artikel J 15 (het stemlokaal dient op zodanige wijze te worden ingericht dat het stemgeheim wordt gewaarborgd). Deze artikelen illustreren dat stembureauleden zich ook nu al dienen in te zetten voor het geheim van de stemming. Omdat met dit wetsvoorstel stembureauleden vaker bijstand bij het stemmen zullen moeten verlenen dan nu het geval is, is ervoor gekozen om de ongeschreven regel nu te codificeren in de Kieswet. Zoals gezegd wordt hiermee geen nieuwe verplichting geïntroduceerd, maar wordt verduidelijkt dat stemgerechtigden erop mogen vertrouwen dat alles wat zij betreffende hun stemkeuze aan een stembureaulid toevertrouwen, door deze geheim zal worden gehouden.

Gevoerde taal

De leden van de fractie van JA21 vragen of de regering kan bevestigen dat ondersteuning niet inhoudt dat kiezers die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn kunnen rekenen bijstand in een andere taal dan de Nederlandse taal.

In de meeste gevallen zal er in het stemlokaal in het Nederlands gecommuniceerd worden. Maar als een kiezer de Nederlandse taal niet machtig is, dan is het niet verboden om in een andere taal te communiceren. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een kiezer doof is en Nederlandse gebarentaal spreekt. Als deze kiezer op een stemlokaal komt waar gebarentalige stembureauleden werken, dan kan deze in Nederlandse gebarentaal met de stembureauleden communiceren. Stembureauleden mogen dan ook in Nederlandse gebarentaal bijstand in het stemhokje verlenen. Bovendien is het toegestaan dat in stembureaus in de provincie Friesland de Friese taal wordt gebruikt bij het verlenen van de bijstand. Het is echter niet zo dat kiezers erop mogen rekenen dat zij bijstand in het stemhokje in een andere taal dan het Nederlands kunnen krijgen.

Uiteenlopende beperkingen
De leden van de SGP-fractie vragen in hoeverre stembureaus volgens de regering in staat zullen zijn om behulpzaam te zijn bij de sterk uiteenlopende beperkingen die aan de orde kunnen zijn en de benodigde expertise te kunnen bieden. Wat wordt hierin van gemeenten verwacht? Eveneens vragen deze leden hoe de regering wil voorkomen dat hierin grote ongelijkheid tussen gemeenten ontstaat, bijvoorbeeld doordat sommige gemeenten ervoor zorgen dat stembureauleden wel in gebarentaal kunnen communiceren en andere niet.

Gemeenten kunnen ervoor kiezen om hulp aan bepaalde groepen kiezers met specifieke beperkingen te concentreren in bepaalde stembureaus. Dit is toegestaan mits dit maar duidelijk en tijdig richting kiezers wordt gecommuniceerd. Zo geldt nu al dat sommige gemeenten bepaalde stembureaus aanwijzen waar een stemmal aanwezig is om het stembiljet in te vullen, of een tolk Nederlandse gebarentaal. In andere stembureaus kan de hulp van een digitale gebarentolk worden ingeroepen middels een QR-code.

Vergelijking Europese landen

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van signalen van belangenorganisaties die pleiten voor het toestaan van bijstand door een persoon naar eigen keuze voor alle kiezers en vragen de regering hoe zij de in andere Europese landen gehanteerde modellen weegt in relatie tot de risico’s voor stemvrijheid en stemgeheim.

In de memorie van toelichting is uiteengezet hoe in andere Europese landen hulp in het stemhokje is geregeld. In de meeste van deze landen is het voor mensen met een beperking mogelijk om hulp in het stemhokje te krijgen door een stembureaulid en een persoon naar keuze. In sommige landen is hulp in het stemhokje ook mogelijk voor mensen die laaggeletterd zijn of om andere redenen hulp in het stemhokje nodig hebben. Omdat in de meeste landen degenen die bijstand mogen ontvangen een afgebakende groep betreft, zijn de risico’s voor stemvrijheid en stemgeheim beperkt. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk dat alle stemgerechtigden in Nederland hulp in het stemhokje mogen ontvangen. Hoe meer mensen bijstand mogen ontvangen hoe groter de risico’s voor de stemvrijheid en stemgeheim. Zeker als mensen zelf iemand naar keuze in het stemhokje mogen meenemen. Daarom wordt in dit wetsvoorstel ervoor gekozen de bijstand alleen te laten verlenen door stembureauleden, behalve voor mensen die een fysieke beperking hebben die reeds hulp naar keuze mogen meenemen. Op deze manier worden de risico’s voor de stemvrijheid en stemgeheim beperkt.


  1. Kamerstukken II, 2024/25, 35165, nr. 89.↩︎

  2. Zie onder meer: https://vng.nl/nieuws/norm-voor-toegankelijke-gebouwen-nu-beschikbaar↩︎

  3. Zie ook: https://www.actiz.nl/actueel/zorgorganisaties-openen-hun-deuren-als-stembureau↩︎

  4. Kamerstukken II, 2024/25, 35165, nr.86, bijlage Ervaring kiesgerechtigden bij Europees Parlementsverkiezing 2024.↩︎

  5. Trb. 2016, 105, blz. 20.↩︎

  6. Artikel 79 van de Wet van den 6den September 1896, tot regeling van het kiesrecht en de benoeming van afgevaardigden ter Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Stb. 1986, 154).↩︎

  7. Zie ook MvT, par. 1.4 en 6.2 (36863, nr. 3).↩︎

  8. Zie artikel 46, lid 2, van het VN-verdrag handicap.↩︎

  9. Family voting is een vorm van electorale fraude en houdt in dat een familielid de stemmer vertelt op wie de stem uitgebracht moet worden of de stemmer aanspoort om op een bepaalde kandidaat te stemmen.↩︎