Gewijzigd amendement van het lid Boomsma c.s. ter vervanging van nr. 33 over een expliciete uitzonderingsgrond voor het onderzoeken van persoonlijke gegevensdragers van vreemdelingen
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026)
Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)
Nummer: 2026D14658, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-04-01 12:07, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.T. Boomsma, Tweede Kamerlid (JA21)
- Mede ondertekenaar: D.J.H. (Diederik) van Dijk, Tweede Kamerlid (SGP)
- Mede ondertekenaar: S. Ceulemans, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van kamerstukdossier 36871 -60 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) .
Onderdeel van zaak 2026Z06486:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-03-31 15:05 â Ingetrokken. (Besluit)
- 2026-03-31 15:05: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 871 | Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering en implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 (Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026) | |
| Nr. 60 | gewijzigd AMENDEMENT VAN Het lid Boomsma c.s. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 33 | |
| Ontvangen 30 maart 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
I
Artikel I, onderdeel AS, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor âIn het eerste lidâ wordt de onderdeelsaanduiding â1.â geplaatst.
2. Er worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:
2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de eerste zin wordt na âzijn bagageâ ingevoegd âen andere zaken van deze persoonâ.
b. Na de eerste zin wordt een zin ingevoegd, luidende: Deze bevoegdheid kan tevens worden gebruikt om vast te stellen of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en voor onderzoek indien er concrete aanwijzingen zijn dat er ten aanzien van de vreemdeling sprake is van het gebruik van routes die gebruikt worden voor mensenhandel of mensensmokkel of betrokkenheid hierbij, voor zover dat onderzoek noodzakelijk is voor en in een redelijke verhouding staat tot het doel om vast te stellen of die aanwijzingen kloppen.
3. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:
4. De gegevens die worden verzameld bij het gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, mogen slechts gebruikt worden voor het onderzoek naar het land van herkomst en het gebruik van of betrokkenheid bij die routes. Indien deze gegevens niet meer nodig zijn voor het doel waar ze voor zijn verzameld, worden deze verwijderd, tenzij er sprake is van noodzaak deze gegevens te bewaren indien uit dat onderzoek blijkt dat er strafbare feiten zijn begaan waarvoor het langer bewaren van de gegevens noodzakelijk is.
5. De verwerking van persoonsgegevens die betrekking hebben op persoonsgegevens waaruit iemands godsdienst of levensovertuiging, ras of etnische afkomst, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of geaardheid of lidmaatschap van een vakvereniging blijkt, kan slechts plaatsvinden als dit onvermijdelijk is voor een van de doelen in het tweede lid..
6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe de ambtenaren bedoeld in het tweede en derde lid waarborgen dat het onderzoek van gegevensdragers geen grotere inbreuk maakt op het privéleven van de vreemdeling dan noodzakelijk is voor de in die leden genoemde doelen. De ambtenaren motiveren schriftelijk wat de concrete aanwijzingen zijn en op welke wijze de afweging naar de noodzaak van de inbreuk in het concrete geval heeft plaatsgevonden.
7. De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
II
Aan artikel I, onderdeel AV, worden twee onderdelen toegevoegd:
3. Het achtste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de tekst wordt âalsmede zakenâ vervangen door âalsmede diens bagage en andere zakenâ.
b. Er wordt een zin toegevoegd, luidende: Deze bevoegdheid kan tevens worden gebruikt om vast te stellen of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en voor onderzoek indien er concrete aanwijzingen zijn dat er ten aanzien van de vreemdeling sprake is van het gebruik van routes die gebruikt worden voor mensenhandel of mensensmokkel of betrokkenheid hierbij, voor zover dat onderzoek noodzakelijk is voor en in een redelijke verhouding staat tot het doel om vast te stellen of die aanwijzingen kloppen.
4. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:
9. De gegevens die worden verzameld bij het gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, mogen slechts gebruikt worden voor het onderzoek naar het land van herkomst en het gebruik van of betrokkenheid bij die routes. Indien deze gegevens niet meer nodig zijn voor het doel waar ze voor zijn verzameld, worden deze verwijderd, tenzij er sprake is van noodzaak deze gegevens te bewaren indien uit dat onderzoek blijkt dat er strafbare feiten zijn begaan waarvoor het langer bewaren van de gegevens noodzakelijk is.
10. De verwerking van persoonsgegevens die betrekking hebben op persoonsgegevens waaruit iemands godsdienst of levensovertuiging, ras of etnische afkomst, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of geaardheid of lidmaatschap van een vakvereniging blijkt, kan slechts plaatsvinden als dit onvermijdelijk is voor een van de doelen in het tweede lid.
11. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald hoe de ambtenaren bedoeld in het achtste lid waarborgen dat het onderzoek van gegevensdragers geen grotere inbreuk maakt op het privéleven van de vreemdeling dan noodzakelijk is voor de in die leden genoemde doelen. De ambtenaren motiveren schriftelijk wat de concrete aanwijzingen zijn en op welke wijze de afweging naar de noodzaak van de inbreuk in het concrete geval heeft plaatsgevonden.
12. De voordracht voor een krachtens het elfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Toelichting
Dit amendement heeft twee doelen. Ten eerste wordt een expliciete en beperkte uitzonderingsgrond gecreĂ«erd om in individuele zaken gegevensdragers van vreemdelingen te kunnen onderzoeken met het oog op het in kaart brengen en bestrijden van routes voor mensensmokkel en mensenhandel, wanneer daar concrete aanwijzingen voor zijn. Ten tweede wordt de bestaande bevoegdheid om gegevensdragers te onderzoeken beter benut voor een feitelijke verificatie van verklaringen over herkomst en doorreis, waaronder de vraag of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst.â
De voorgestelde verduidelijking sluit aan bij ontwikkelingen in andere Europese landen met vergelijkbare of strengere privacykaders. In Duitsland is in 2017 in artikel 15a Asylgesetz vastgelegd dat het Bundesamt fĂŒr Migration und FlĂŒchtlinge gegevens van digitale dragers mag uitlezen ter vaststelling van identiteit en reisroute, indien andere identificatiemethoden niet volstaan. In Denemarken is in de UdlĂŠndingeloven geregeld dat de politie digitale gegevensdragers, in dit geval zelfs zonder toestemming van de betrokkene, mag onderzoeken ten behoeve van de vaststelling van identiteit en reisroute, binnen hetzelfde AVGâkader als in Nederland. In Zweden en Noorwegen bestaan vergelijkbare bevoegdheden, in Zweden doorgaans met een eenvoudig te verkrijgen rechterlijk bevel en in Noorwegen onder toezicht van de nationale gegevensbeschermingsautoriteit. In ItaliĂ« zijn vergelijkbare regels opgenomen in ministeriĂ«le decreten met een vergelijkbare status als het Nederlandse vreemdelingenbesluit. Met dit amendement brengen de indieners de Nederlandse regeling op een vergelijkbaar, maar duidelijker begrensd niveau, met expliciete doelbinding en waarborgen die aansluiten bij de uitspraken van de Afdeling.
De indieners achten het van groot belang dat de Nederlandse autoriteiten over een heldere en juridisch houdbare basis beschikken om in concrete dossiers zicht te krijgen op de gebruikte smokkelroutes en op de juistheid van verklaringen over reisroute en herkomst. Deze informatie is noodzakelijk om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan, mensensmokkelnetwerken te doorbreken en het beleid ten aanzien van veilige landen en doorreislanden effectief te kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd moet elke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de vreemdeling strikt doelgebonden, noodzakelijk en proportioneel zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraken van 3 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1387) en 22 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:132) geoordeeld dat de huidige bepalingen in de Vreemdelingenwet 2000 over het onderzoeken van âzakenâ van vreemdelingen, zowel in artikel 55 als in artikel 59, wel een begin van een grondslag bieden voor het zonder toestemming onderzoeken van bijvoorbeeld mobiele telefoons, maar dat deze grondslag onvoldoende duidelijk en nauwkeurig is en te weinig bescherming biedt tegen willekeur. Zo is in de wet niet vastgelegd in welke omstandigheden en onder welke voorwaarden een telefoon mag worden onderzocht, ontbreekt een expliciete doelbinding en wordt niet voorgeschreven dat in het individuele geval een schriftelijke motivering wordt gegeven, waardoor rechterlijke toetsing wordt bemoeilijkt.
Met dit amendement worden de bepalingen in artikel 55 en 59 langs vier lijnen verduidelijkt en aangescherpt.
Ten eerste wordt expliciet gemaakt dat de bevoegdheid zich uitstrekt tot de bagage en andere zaken van de vreemdeling, waaronder in de praktijk persoonsgegevens dragende apparatuur zoals mobiele telefoons en laptops. Daarmee wordt aangesloten bij de wetsgeschiedenis, waarin al is aangegeven dat mobiele telefoons onder het begrip âzakenâ vallen, maar wordt dit nu in de wettekst zelf vastgelegd.ââ
Ten tweede wordt de doelbinding van de bevoegdheid concreet gemaakt. In de gewijzigde leden van artikel 55 en 59 wordt uitdrukkelijk bepaald dat de bevoegdheid mede kan worden gebruikt om vast te stellen of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en voor onderzoek indien er concrete aanwijzingen zijn dat er ten aanzien van de vreemdeling sprake is van het gebruik van routes die worden benut voor mensenhandel of mensensmokkel, dan wel van betrokkenheid daarbij, voor zover dat onderzoek noodzakelijk is voor en in een redelijke verhouding staat tot het doel om vast te stellen of die aanwijzingen kloppen. Het gaat daarmee om een uitzonderingsgrond, gericht op de twee omschreven doelen in individuele zaken; verificatie van herkomst en doorreis en het verifiĂ«ren van concrete aanwijzingen over smokkelroutes of betrokkenheid daarbij, en niet om een generieke of statistische gegevensverzameling. De nieuwe leden leggen daarbij vast dat de gegevens die via deze bevoegdheid worden verzameld uitsluitend mogen worden gebruikt voor deze doelen en, zodra zij daarvoor niet meer nodig zijn, worden verwijderd, behoudens de situatie waarin uit het onderzoek blijkt dat er strafbare feiten zijn begaan waarvoor het noodzakelijk is de gegevens langer te bewaren.â
Ten derde wordt rekening gehouden met het feit dat het onderzoeken van gegevensdragers kan leiden tot de verwerking van bijzondere categorieĂ«n van persoonsgegevens in de zin van artikel 9 AVG, bijvoorbeeld gegevens over religieuze overtuiging, gezondheid of politieke opvattingen. In de nieuwe leden wordt daarom bepaald dat verwerking van dergelijke bijzondere persoonsgegevens slechts kan plaatsvinden indien dit onvermijdelijk is voor de in het tweede lid genoemde doelen. De bevoegdheid wordt beperkt tot gevallen waarin sprake is van concrete aanwijzingen in het individuele dossier en wordt slechts gehanteerd voor zwaarwegende algemene belangen zoals omschreven in 3b. De daarbij voorgeschreven strikte doelbinding, noodzakelijkheidstoets, beperkte bewaartermijnen en specifieke procedurele waarborgen waarborgen dat de wezenlijke inhoud van het recht op bescherming van persoonsgegevens wordt geĂ«erbiedigd en dat passende en specifieke maatregelen worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkenen, in lijn met artikel 9, tweede lid, onder g, AVG.â
Ten vierde wordt de noodzakelijkheidstoets en rechterlijke controleerbaarheid versterkt. In de nieuwe leden
wordt vastgelegd dat het onderzoek aan gegevensdragers geen grotere inbreuk mag maken op het privĂ©leven van de vreemdeling dan noodzakelijk voor de in de wet genoemde doelen, en dat ambtenaren schriftelijk motiveren wat de concrete aanwijzingen zijn en op welke wijze de afweging naar de noodzaak en proportionaliteit van de inbreuk in het individuele geval heeft plaatsgevonden. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld hoe ambtenaren deze toets uitvoeren en welke procedurele en organisatorische waarborgen daarbij gelden. De formulering van het doel in de wet, het vaststellen of de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en het verifiĂ«ren van concrete aanwijzingen dat gebruik is gemaakt van smokkelroutes of sprake is van betrokkenheid bij mensensmokkel, is daarbij bewust gekozen om de scope te beperken tot verificatie van concrete aanwijzingen in individuele dossiers, zoals de Afdeling vereist.â
De indieners zijn van oordeel dat met deze aanpassingen een heldere en begrensde wettelijke grondslag ontstaat waarmee enerzijds effectiever kan worden opgetreden tegen mensensmokkel en misbruik van de asielprocedure, en anderzijds de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming van de vreemdeling beter worden beschermd dan onder het huidige, door de Afdeling bekritiseerde kader.
Boomsma
Ceulemans
Diederik van Dijk