Geannoteerde agenda voor inzet NL bij IMF Voorjaarsvergadering 2026
Bijlage
Nummer: 2026D14661, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-04-01 13:41, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Bijlage bij: Geannoteerde agenda voor de voorjaarsvergadering van het IMF 2026 (2026D14660)
Preview document (🔗 origineel)
Geannoteerde Agenda voor de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds, en ministeriële bijeenkomsten van de G20 en de Coalition of Finance Ministers for Climate Action
13-18 april 2026, Washington D.C.
1. Inleiding
Van 13 tot en met 18 april 2026 vindt de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank (WB) plaats in Washington D.C. Tijdens de voorjaarsvergadering komen het International Monetary and Financial Committee (IMFC) van het IMF, het Development Committee van de Wereldbank, de Finance Ministers and Central Bank Governors (FCMBG) van de G20, en de Coalition of Finance Ministers for Climate Action (CFMCA) bijeen. Het IMFC bestaat uit ministers van Financiën en centralebankpresidenten en is het politieke adviesorgaan van het IMF. Nederland en België vertegenwoordigen op jaarlijks roterende basis de Nederlands-Belgische kiesgroep bij het IMFC. 1 In 2026 vertegenwoordigt Nederland de kiesgroep. Verder draagt Nederland tijdens de bijeenkomst van de CFMCA het co-voorzitterschap over aan Kroatië. Voor de Nederlandse deelname aan het Development Committee van de Wereldbank wordt uw Kamer separaat geïnformeerd.
De IMF-voorjaarsvergadering zal in het teken staan van recente mondiale ontwikkelingen zoals geo-economische fragmentatie en geopolitieke spanningen, waaronder de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, importheffingen en handelsonevenwichtigheden, en het conflict in het Midden-Oosten. Deze ontwikkelingen beïnvloeden de economische vooruitzichten en vormen een risico voor de financiële stabiliteit, terwijl hoge schuldniveaus, begrotingstekorten en lage productiviteitsgroei de ruimte voor overheden beperken om te reageren op economische en financiële schokken. Uitdagingen als klimaatverandering, de noodzaak om defensie-uitgaven te verhogen en de vergrijzing kunnen de overheidsfinanciën verder onder druk zetten. Daarnaast zal er aandacht zijn voor de specifieke uitdagingen en de hoge schuldenlast van kwetsbare ontwikkelingslanden, en de rol van het IMF daarbij.
Deze geannoteerde agenda gaat in op de mondiale economische situatie, de inzet van het Koninkrijk tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF en de inzet voor de ministeriële vergadering van de CFMCA. Tevens bevat deze geannoteerde agenda de Nederlandse inzet voor de G20 in 2026, conform aankondiging in het verslag van de G20-top van regeringsleiders van november 2025.2
2. Internationaal Monetair Fonds
Mondiale economische ontwikkelingen: Geopolitiek, handelsspanningen, en kansen en risico’s van AI
In de meest recente raming uit januari voorspelde het IMF mondiale economische groei van 3,3% in 2026 en 3,2% in 2027, vergeleken met 3,3% in 2025. Dit betekent een lichte opwaartse bijstelling ten opzichte van de raming van afgelopen najaar.3 Voorafgaand aan de Voorjaarsvergadering zal het IMF nieuwe ramingen publiceren, waarin het effect van het conflict in het Midden-Oosten op mondiale groei en inflatie wordt meegenomen. Het conflict in het Midden-Oosten heeft een opwaarts effect op mondiale olie- en gasprijzen. De macro-economische impact is vooralsnog onzeker en afhankelijk van de duur en omvang van het conflict, waaronder de duur van de afsluiting van de Straat van Hormuz en de mate waarin productiecapaciteit wordt beschadigd.
De opwaartse bijstelling voor mondiale groei in de januari-raming wordt met name gedreven door investeringen in artificiële intelligentie (AI) in met name de VS en Azië, ruim begrotingsbeleid en gunstige financieringscondities. Daarnaast waren de wereldwijde handelsspanningen ten tijde van de raming enigszins afgenomen. Zo had de VS met verschillende landen, waaronder China, afspraken gemaakt over het verlagen of voorlopig opschorten van importheffingen en exportcontroles. Opnieuw oplaaiende handelsspanningen vormen echter een neerwaarts risico. Er is veel onduidelijkheid over handelstarieven nu het Amerikaanse hooggerechtshof heeft aangekondigd dat de wederkerige importtarieven van de Amerikaanse regering niet rechtsgeldig zijn.4 Deze onduidelijkheid verhoogt de onzekerheid in mondiale economie.
Voor de eurozone verwachtte het IMF in januari een economische groei van 1,3% in 2026 en 1,4% in 2027. De groei blijft daarmee gematigd, vooral door structurele uitdagingen voor Europese economieën. Als netto-importeur van olie en gas zal het conflict in het Midden-Oosten via hogere energieprijzen van invloed zijn op de groei en inflatie in het eurogebied. Om de Europese economie structureel te versterken erkent het Koninkrijk het potentieel van verdere integratie van de interne markt en steunt het de ontwikkeling van de kapitaalmarktunie en voltooiing van de bankenunie.5 Het IMF verwacht dat de voorgenomen hogere defensie-uitgaven geleidelijk worden opgebouwd. De groei in de VS trekt aan tot 2,6% in 2026, waarna de groei in 2027 weer terugvalt tot 2,1%, aldus het IMF. Daarbij verwacht het IMF aanhoudend hoge begrotingstekorten van 7% à 8% bbp, terwijl het tekort op de lopende rekening iets afneemt van 4% in 2024 tot 3,7% in 2027. Het IMF benadrukt het belang van de geloofwaardigheid en daarmee de onafhankelijkheid van de Amerikaanse centrale bank.6 Voor China en India zijn de groeiverwachtingen voor 2026 in beide gevallen opwaarts bijgesteld tot respectievelijk 4,5% en 7,3%. De opwaarts bijgestelde Chinese groei komt voornamelijk door lagere tarieven als gevolg van de handelsovereenkomst met de VS. Ten opzichte van de 5% groei in 2025 vlakt de Chinese groei naar verwachting wat af. Het IMF adviseert China in de meest recente Artikel IV haar uitgaven aan industriebeleid van 4% bbp te halveren naar 2% bbp. Ook adviseert het IMF om in te zetten op meer binnenlandse consumptie gezien de onhoudbaarheid van het huidige exportgeleide groeimodel.7
Groeivooruitzichten zijn momenteel onderhevig aan grote onzekerheid en neerwaartse risico’s. Het IMF wijst erop dat een escalatie van geopolitieke spanningen, oplopende handelsconflicten en oplopende publieke schulden de wereldeconomie kunnen schaden. Dit geopolitieke risico komt nu tot uiting in het Midden-Oosten. Daarnaast waarschuwt het IMF voor het risico dat investeerders de productiviteitswinst door AI overschatten, wat kan leiden tot verliezen op de aandelenmarkt in het geval van een correctie. Koerswinstverhoudingen in de Tech-sector liggen vooralsnog lager dan tijdens de dotcom bubbel, maar er is wel een hoge concentratie van beurswaarde bij een klein aantal grote Tech-bedrijven. Bovendien neemt schuldfinanciering van AI-investeringen toe en zijn AI-bedrijven sterk onderling verweven. Een aandelenmarktenschok kan via vermogensverlies en verminderd vertrouwen drukken op consumptie en investeringen. In de raming van oktober jl. heeft het IMF een scenario opgenomen waarin een beperkte correctie van AI-aandelenwaarderingen de economische groei 0,4 procent lager uitvalt in 2026. De toegenomen rol van niet-bancaire financiële instellingen kan de doorwerking van onrust op financiële markten versterken.
Het IMF onderstreept het belang van het versterken van begrotingsbuffers en het waarborgen van schuldhoudbaarheid, zeker voor landen die geconfronteerd worden met verschillende grote uitgavenposten. Landen zouden zich op zijn minst moeten committeren aan consolidatie op de middellange termijn en dit verankeren in hun ramingen voor de ontwikkeling van schuld en tekort. Het IMF adviseert om de doelmatigheid van uitgaven te verbeteren. Automatische stabilisatoren in de vorm van werkloosheidsuitkeringen werken vaak doelmatig, terwijl discretionaire maatregelen alleen zeer gericht ingezet mogen worden bij grote schokken, en dan tijdig, tijdelijk en gericht op specifieke doelgroepen. Het Koninkrijk erkent dat ontwikkelde economieën voor uitdagingen staan die gepaard gaan met stijgende overheidsuitgaven en deelt de visie dat deze verenigd moeten worden met het waarborgen van schuldhoudbaarheid en het opbouwen van buffers.
De mondiale inflatie daalt in de raming uit januari volgens het IMF in 2026 en 2027 tot respectievelijk 3,8 en 3,4 procent waarbij de inflatie in de VS langzamer naar het inflatiedoel beweegt dan in andere grote economieën. Het conflict in het Midden-Oosten kan de inflatie verhogen via een opwaarts effect op energieprijzen. Het IMF benadrukt het belang van onafhankelijke centrale banken voor prijsstabiliteit en financiële stabiliteit.
Hervorming van governance en quota-aandelen bij het IMF
Quota zijn het permanente kapitaal van het IMF en bepalen zowel het stemgewicht van IMF-leden als hun toegang tot IMF-financiering. De omvang en verdeling van quota wordt periodiek herzien. In december 2023 is een akkoord bereikt over de 16e quotaherziening van het IMF, waarbij quota voor alle landen met 50% zullen worden verhoogd en tijdelijke leningen aan het IMF worden verlaagd. Landen moeten individueel instemmen met de quotaverhoging, wat Nederland op 14 oktober 2024 heeft gedaan.8 Het Congres in de VS moet nog instemmen om tot implementatie van de quota-herziening over te kunnen gaan.
Het relatieve quota-aandeel en stemgewicht per land blijft gelijk bij de 16e quotaherziening, maar er is wel afgesproken om opties te verkennen voor een quotaverschuiving zodat quota de relatieve posities van lidstaten in de mondiale economie beter weerspiegelen. Vooral China en een aantal andere opkomende economieën zijn momenteel ondervertegenwoordigd in het IMF, op basis van de formule die hiervoor binnen het IMF is vastgesteld. Het IMFC riep in april 2025 op om principes te ontwikkelen die richting geven aan toekomstige besprekingen over IMF-governance en quota. Deze Diriyah Guiding Principles worden naar verwachting door het IMFC goedgekeurd tijdens de voorjaarsvergadering van 2026 en moeten consensus over verdere hervormingen, o.a. in het kader van de 17e quota herziening, faciliteren.
Het Koninkrijk benadrukt in deze tijden van geopolitieke onzekerheid het belang van multilaterale samenwerking en specifiek van een sterk IMF in het centrum van het mondiale financiële systeem. Met betrekking tot de 17e quotaherziening blijft het Koninkrijk open staan voor een beperkte verschuiving van quota richting ondervertegenwoordigde opkomende economieën zolang dit plaatsvindt op basis van een eerlijke verdeling onder oververtegenwoordigde landen. Het Koninkrijk blijft daarbij optrekken met andere Europese landen en middelgrote, open economieën om posities af te stemmen.
Beleidsherzieningen: scherpere surveillance en betere voorwaarden voor IMF-programma’s
Het IMF voert op dit moment grote periodieke herzieningen uit van zijn surveillance-activiteiten (de Comprehensive Surveillance Review) en van hervormingseisen in IMF-programma’s (de Review of Program Design and Conditionality).
Surveillance – de analyse van mondiale en nationale economische en financiële ontwikkelingen, met bijhorende beleidsadvisering – is één van de drie kerntaken van het IMF, naast het verstrekken van financiering en capaciteitsopbouw. Met de Comprehensive Surveillance Review, die elke vijf jaar plaatsvindt, evalueert het IMF de volle breedte van zijn surveillance-instrumentarium. Voorbeelden hiervan zijn de jaarlijkse Artikel IV rapporten over de economieën van alle lidstaten of de vijf- tot tienjaarlijkse Financial Sector Assessment Programs (FSAPs), die de stabiliteit en veerkracht van de financiële sector in een land beoordelen. Deze herziening wordt naar verwachting in september 2026 afgerond. Verschillende lidstaten, waaronder de VS, roepen op tot het stroomlijnen van de IMF-surveillance richting macro-economische en financiële stabiliteit, met een focus op de vier kernthema's van het IMF: budgettair en monetair beleid, wisselkoersbeleid, en financiële stabiliteit. Het Koninkrijk steunt die stroomlijning en benadrukt dat ontwikkelingen als klimaatverandering en de digitale transitie structurele uitdagingen vormen voor de macro-economische en financiële stabiliteit, die zich manifesteren in de vier kernthema’s van het IMF. Het Koninkrijk benadrukt daarom het belang van behoud van surveillance op klimaatrisico’s en de digitale transitie. Ook moet worden ingezet op impact van IMF-beleidsadviezen in lidstaten, o.a. door nauwere aansluiting van aanbevelingen op nationale politiek-economische omstandigheden, zodat de tractie van de aanbevelingen wordt verhoogd.
De Review of Program Design and Conditionality volgt op een herziening uit 2018. Conditionaliteiten zijn de voorwaarden waaraan een land met een IMF-lening moet voldoen voordat uitbetalingen plaats kunnen vinden. Dit zijn vaak structurele hervormingen of beleidsaanpassingen, zoals belasting- of anti-corruptiemaatregelen. Ook deze herziening wordt naar verwachting in september 2026 afgerond. Het Koninkrijk zet in op realistische maar ambitieuze IMF-programma’s. Vooral bij aanzienlijke financiering aan de voorkant van een programma is het belangrijk dat hervormingen ook vroegtijdig geïmplementeerd worden. Dat verhoogt de kans op programma-succes en waarborgt de terugbetaalcapaciteit van het ontvangende land. Daarnaast benadrukt het Koninkrijk het belang van realistische aannames in programma-ontwerp en zet het Koninkrijk in op betere implementatie van hervormingen op het gebied van goed bestuur en anti-corruptie, en maatregelen om de sociale impact van programma’s waar mogelijk te mitigeren.
Oekraïne
Sinds 26 februari 2026 heeft Oekraïne een nieuw IMF-programma met een looptijd van 48 maanden en een omvang van USD 8,1 miljard ter ondersteuning van de financieringsnoden als gevolg van de Russische agressieoorlog. Dit programma vervangt het vorige programma dat in 2023 van start ging. Het nieuwe programma gaat gepaard met afspraken over macro-economisch beleid en hervormingen, en is daarmee een anker voor de stabilisering van Oekraïne. Nederland heeft, samen met de G7- en een groot aantal EU-landen, financing assurances afgegeven aan het IMF9 en binnen de Group of Creditors of Ukraine (GCU).10 Hiermee hebben de belangrijkste bondgenoten toegezegd Oekraïne de komende jaren financieel te blijven steunen, zodat de houdbaarheid van de Oekraïense schuld en financiering van het financieringstekort worden gewaarborgd. Nederland werkt via de GCU mee aan het herstructureren van de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne. Dit houdt in eerste instantie in dat de betalingsstop op bilaterale claims wordt verlengd tot begin 2030 (parallel aan de looptijd van het nieuwe IMF-programma).11 De financing assurances worden nader uitgewerkt in een niet-bindend Memorandum of Understanding (MoU) tussen Oekraïne en de GCU. Nederland is voornemens dit MoU en marge van de Voorjaarsvergadering te ondertekenen. Het MoU moet voor eind 2026 worden uitgewerkt in een formeel bilateraal akkoord.12
Verder levert Nederland ook bilateraal en via het IMF technische assistentie aan Oekraïne, waarbij de focus ligt op fiscaal beleid, openbare financiën, monetair en wisselkoersbeleid, goed bestuur en anti-corruptie. Het Koninkrijk zal zich, als vertegenwoordiger van de Kiesgroep waar Oekraïne ook deel van uitmaakt, inzetten voor een adequate verwijzing naar de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de mondiale economische impact daarvan in de gezamenlijke slotverklaringen van het IMFC en DC. Mogelijk wordt wederom geen overeenstemming bereikt over een gezamenlijke slotverklaring, zoals het geval is sinds het begin van de Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne.
Argentinië
Sinds 11 april 2025 loopt een IMF-programma voor Argentinië met een duur van vier jaar en een omvang van ongeveer 20 miljard dollar. Dit is het grootste, lopende programma van het IMF. Argentinië is tevens het land waar het IMF de grootste blootstelling aan heeft, aangezien het huidige programma volgt op eerdere IMF-programma’s.
Er zijn aanzienlijke stappen gezet onder President Milei om de macro-economische balans te herstellen. Hiertoe behoren het gedeeltelijk opheffen van kapitaalrestricties, een eerste uitgave van staatspapier op de internationale kapitaalmarkt en het ombuigen van een begrotingstekort naar een overschot van 0,4% van het bbp in 2025. Het IMF verwacht voor 2026 een reële economische groei van 4% en de inflatie daalde al van 118% in 2024 tot 38% in 2025. Naar verwachting zal de inflatie verder dalen in 2026 tot 10%. Desalniettemin blijven de te hoge waardering van de peso alsook de achterblijvende opbouw van reserves belangrijke aandachtspunten. Het Koninkrijk blijft zich inzetten voor een adequate uitvoering van het huidige programma, waarbij het Koninkrijk het belang van reserve-opbouw benadrukt. Het Argentijnse programma is het grootste van het IMF. Omdat het Koninkrijk zich ook sterkt maakt voor een gezond financieel risicobeheer van het Fonds, is het belangrijk om deze blootstelling van het Fonds goed te blijven volgen.
Schuldenproblematiek in lage-inkomenslanden (LICs)
Veel LICs kampen met hoge publieke schulden. Alhoewel de mediane schuldquote met 49% van het bbp eind-202413 lager ligt dan in schuldencrises in het verleden, en zowel het IMF als de Wereldbank benadrukken dat het risico op een systemische schuldencrisis beperkt lijkt, is er wel sprake van acute liquiditeitsnoden in een aantal landen. Het aflopen van COVID-gerelateerd betalingsuitstel en het wegvallen van concessionele financiering zorgen voor forse druk op de overheidsfinanciën. Nieuwe externe schokken – zoals de verhoging van Amerikaanse importheffingen en vaker voorkomende natuurrampen – verergeren deze kwetsbaarheid. Hogere schuldenlasten verlagen de ruimte voor groeibevorderende investeringen in o.a. onderwijs en gezondheidszorg, en liquiditeitstekorten kunnen tot solvabiliteitsrisico’s leiden.
Om het groeipotentieel te benutten en de liquiditeitsdruk te verlichten, werken het IMF en de Wereldbank aan een driepijlerstrategie die zich richt op structurele hervormingen, aanvullende financiering en verlaging van financieringskosten. Het Koninkrijk steunt deze aanpak en benadrukt het belang van betere belastinginning, ontwikkeling van lokale kapitaalmarkten, versterkt schuldbeheer en meer schuldentransparantie. Nederland financiert IMF-capaciteitsopbouwprogramma’s om schuldbeheer, datakwaliteit en -transparantie te verbeteren en steunt bredere initiatieven om schuldentransparantie te verhogen. Ook zet het Koninkrijk zich in op het beter meenemen van binnenlandse schulden, schuldentransparantie, en klimaatrisico’s binnen de herziening van het IMF-Wereldbank schuldenraamwerk voor lage-inkomenslanden.
Wanneer schulden toch onhoudbaar blijken, is snelle en gecoördineerde herstructurering noodzakelijk. Het G20 Common Framework, waarin de Club van Parijs samenwerkt met relatief nieuwe crediteuren als China en India, is hiervoor het centrale platform. Recente gevallen laten zien dat het Common Framework in steeds kortere tijd tot schuldverlichting over kan gaan, waardoor landen sneller perspectief hebben op economisch herstel. Desalniettemin blijven lage-inkomenslanden zeer terughoudend met het aanvragen van een schuldherstructurering onder het Common Framework. Het blijft daarom voor het Koninkrijk een prioriteit om de transparantie en duur van het Common Framework-proces te verbeteren, alsook de coördinatie tussen crediteuren.
Caribische landen van het Koninkrijk
Het Koninkrijk heeft bijzondere aandacht voor de noden van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, die net als andere eilandstaten kampen met specifieke sociaaleconomische uitdagingen. Zo zijn de eilanden bijzonder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Als open economieën zijn zij bovendien meer blootgesteld aan ontwikkelingen in de mondiale economie. Het beleidsadvies en de technische advisering vanuit het IMF en de Wereldbank leveren een belangrijke bijdrage aan het versterken van de veerkracht en economische ontwikkeling in deze landen.
3. Coalition of Finance Ministers for Climate Action
En marge van de voorjaarsvergadering vindt de 15e ministeriële bijeenkomst van de Coalition of Finance Ministers for Climate Action (CFMCA) plaats. Aan het begin van de bijeenkomst zal Nederland het co-voorzitterschap overdragen aan Kroatië, die samen met Oeganda tenminste de komende twee jaren de co-voorzittersrol op zich zal nemen. Tijdens de bijeenkomst zullen aanwezige ministers ervaringen uitwisselen over de raakvlakken tussen klimaatactie en economische groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen. Tot slot zal het Strategisch Werkprogramma 2026-2028 dat strategische sturing geeft voor de komende drie jaren door de aanwezige ministers worden aangenomen.
4. G20
De Verenigde Staten is in 2026 de voorzitter van de G20. De drie overkoepelende prioriteiten van het Amerikaanse voorzitterschap zijn: 1) het wegnemen van lasten van regulering, 2) het ontsluiten van betaalbare en veilige energie toeleveringsketens en 3) het komen tot innovaties op het gebied van kunstmatige intelligentie en opkomende technologieën. De VS heeft werkgroepen opgericht over handel, economische groei en deregulering, innovatie en energie overvloedigheid.
Nederland heeft een vooraankondiging van een uitnodiging van de VS ontvangen voor de G20-top van regeringsleiders in Miami in december 2026. Nederland heeft tevens een uitnodiging ontvangen voor de bijeenkomsten van het G20 Finance Track voor ministers van Financiën en centralebankpresidenten.
Het is voor Nederland belangrijk om aangesloten te zijn bij de G20 als open en internationaal georiënteerde economie die voor zijn welvaart afhankelijk is van andere landen. Afspraken die de grootste economieën op aarde binnen de G20 maken hebben internationale impact en raken aan de effectiviteit van het Nederlands beleid. Daarnaast is deelname aan de G20 een gelegenheid om banden met grote economieën buiten de EU te versterken.
De eerste ministeriële vergadering van de Finance Track vindt plaats en marge van de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank. Binnen de Finance Track van de G20 heeft de Verenigde Staten een aantal onderwerpen geprioriteerd, waaronder economische groei en mondiale onevenwichtigheden (global imbalances). Deze onderwerpen zullen naar verwachting centraal staan tijdens de ministeriële bijeenkomsten van de Finance Track. De VS heeft ook financiële geletterdheid op de G20-agenda gezet, waarover naar verwachting een speciaal side-event plaatsvindt tijdens de voorjaarsvergadering.
Binnen het thema economische groei zal de G20 stilstaan bij relevante groeibelemmeringen en beleidsaanbevelingen om deze te adresseren. Daarbij zal er onder meer gesproken worden over investeringsbarrières, belemmeringen op de arbeidsmarkt, regelgeving en barrières in de interne markt. Nederland verwelkomt de aandacht voor deze belangrijke thema’s en zal ervaringen en beleidslessen delen.
Binnen het thema onevenwichtigheden zal het gaan over oplopende (handels)overschotten en -tekorten op de lopende rekening. Veel aandacht gaat in deze discussie uit naar China, met een groeiend overschot op de lopende rekening van inmiddels 3% van het bbp. Het overschot van China is met name te wijten aan de lage binnenlandse consumptie aldaar, in combinatie met industriebeleid en een op export en zelfvoorzienendheid gericht groeimodel. Ook de Eurozone heeft een overschot van 2,3% van het bbp in 2025. Het wegnemen van barrières op de interne markt en het ontwikkelen van de kapitaalmarktunie kan in de Eurozone bijdragen aan een hoger investeringsniveau, wat ook kan bijdragen aan een lager overschot op de lopende rekening. De VS hebben een groot tekort, 4% van het bbp, gedreven door relatief lage besparingen van huishoudens en een hoog begrotingstekort.
Voor het analytische werk t.a.v. onevenwichtigheden is een belangrijk rol weggelegd voor het IMF. Dit jaar wordt hun External Balance Assessment (EBA) model herzien, waarmee het IMF beoordeelt of het lopende rekeningsaldo van landen excessief is of in lijn met de onderliggende karakteristieken van de economie. De Nederlandse inzet is het verbeteren van het EBA-model, om zo goed mogelijk inzichtelijk te maken welke onevenwichtigheden excessief zijn en welke niet. Zo is het voor Nederland belangrijk dat in de beoordeling ook rekening gehouden wordt met verschillen in pensioenstelsels, aangezien landen met een kapitaalgedekt pensioenstelsel hogere besparingen kennen wat het overschot op de lopende rekening stimuleert. Daarnaast kijkt Nederland uit naar het werk van het IMF en de OESO om de rol van industriebeleid mee te nemen in hun modellen.
De Nederlands-Belgische kiesgroep bij het IMF bestaat uit Andorra, Armenië, België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Georgië, Israël, Luxemburg, Moldavië, Montenegro, Nederland, Noord-Macedonië, Oekraïne en Roemenië.↩︎
Verslag G20 top Johannesburg 22-23 november 2025 en vooruitblik VS G20 voorzitterschap↩︎
World Economic Outlook Update, January 2026: Global Economy: Steady amid Divergent Forces; World Economic Outlook 2026/003↩︎
https://www.supremecourt.gov/opinions/25pdf/24-1287_4gcj.pdf↩︎
Brief aan Eerste of Tweede Kamer - Kabinetsinzet kapitaalmarktunie↩︎
United States of America: Staff Concluding Statement of the 2026 Article IV Mission↩︎
People’s Republic of China: 2025 Article IV Consultation-Press Release; Staff Report; and Statement by the Executive Director for the People’s Republic of China↩︎
Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2024 (36 550 IX)↩︎
België, Canada, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, IJsland, Ierland, Italië, Japan, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.↩︎
Australië, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Israël, Italië, Japan, Korea, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, Zweden en Zwitserland.↩︎
Kamerstuk 21 501-07, nr. 2163↩︎
De budgettaire consequenties van het verleende schulduitstel zullen bij Voorjaarsnota verwerkt worden als kasschuif.↩︎
Debt Vulnerabilities in Low Income Countries Recent Developments and Trends, October 2025↩︎