Ontwerp-Nota Ruimte (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D15030, datum: 2026-03-30, bijgewerkt: 2026-03-31 15:56, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-30 14:00: Ontwerp-Nota Ruimte (Notaoverleg), vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, Ontwerp-Nota Ruimte
VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG
Concept
De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft op 30 maart 2026 vervolgoverleg gevoerd met mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over:
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 26 september 2025 inzake publicatie Ontwerp-Nota Ruimte (29435, nr. 269);
de brief van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening d.d. 3 maart 2026 inzake stand van zaken na publicatie Ontwerp-Nota Ruimte (29435, nr. 271).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening,
Bromet
De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening,
De Vos
Voorzitter: Bromet
Griffier: Beekmans
Aanwezig zijn dertien leden der Kamer, te weten: Van Asten, Beckerman, Bromet, Clemminck, Flach, Grinwis, Mooiman, Nobel, Russcher, Steen, Teunissen, Wiersma en Zalinyan,
en mevrouw Boekholt-O'Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Aanvang 14.00 uur.
De voorzitter:
Welkom bij het notaoverleg Ruimte. Welkom aan de minister en de
ondersteuning. Welkom aan de Kamerleden, aan het publiek en aan de pers.
Dit is de voortzetting van het notaoverleg dat plaatsvond op 9 maart
2026. We gaan zo meteen beginnen aan de tweede termijn van de Kamer. De
spreektijd is tweeënhalve minuut per fractie. We hebben tot 16.00 uur,
dus ik wilde het aantal interrupties niet inperken. Even kijken of we
dat gaan redden. Als eerste is het woord aan de heer Flach van de
SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Het is alweer drie weken geleden. Er zijn zelfs
een aantal andere sprekers dan drie weken geleden, onder wie ikzelf.
Dank voor alle antwoorden in een goed en breed debat. De Nota Ruimte is
wat ons betreft niet in beton gegoten, maar moet inspelen op
ontwikkelingen. We gaan daar de komende maanden ongetwijfeld vaker over
spreken. De SGP heeft toen ook aangegeven dat de ambities optellen tot
een stuk grond dat groter is dan Nederland nu is. Dubbel ruimtegebruik
is daarom essentieel.
Ik heb drie moties, waarvan de eerste over dat dubbele ruimtegebruik
gaat.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat dubbel ruimtegebruik essentieel is om de ambities uit de
Ontwerp-Nota Ruimte te verwezenlijken, maar dat hiervoor soms nog
obstakels bestaan;
overwegende dat bijvoorbeeld agrarische activiteiten kunnen samengaan
met de opwek van energie (agri-PV), maar dat voor gemeenten, agrariërs
en andere betrokkenen nog veel onduidelijk is, waardoor dit soort
projecten lastig van de grond komen;
van mening dat agri-PV de voorkeur heeft boven enkelvoudige zonneparken
op landbouwgronden;
verzoekt de regering in gesprek te gaan met betrokkenen, zoals
provincies, om te bezien waar ingezet kan worden op dubbel
ruimtegebruik, en specifiek voor de toepassing van agri-PV obstakels weg
te nemen en passende randvoorwaarden te scheppen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Wiersma en Grinwis.
Zij krijgt nr. 272 (29435) (#1).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte meer ruimte wordt geboden
aan het bouwen van "een wijkje erbij", aansluitend op bestaande kernen,
gemaximeerd op 100 woningen;
overwegende dat dit in sommige gemeenten en dorpen te beperkt is,
waardoor er kansen blijven liggen;
verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte de mogelijkheden voor
"een wijkje erbij" uit te breiden naar 200 woningen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Grinwis.
Zij krijgt nr. 273 (29435) (#2).
De heer Flach (SGP):
En dan, als fervent wandelaar — de voorzitter zal dat deugd doen — is
dit voor mij wel het hoogtepunt van het debat.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte weliswaar aandacht is voor
het stimuleren van wandelen, maar dat hier geen of nauwelijks concrete
doelen en uitvoeringsplannen voor zijn opgenomen;
overwegende dat wandelen bijdraagt aan de volksgezondheid en het welzijn
van mensen, en dat de Nota Ruimte kansen biedt om een goede
wandelinfrastructuur te stimuleren;
verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte meer in te zetten op
het verbeteren van de wandelinfrastructuur, en hier samen met betrokken
instanties concrete doelen en uitvoeringsplannen voor op te
stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.
Zij krijgt nr. 274 (29435) (#3).
Dank u wel. Voor de goede orde: de heer Flach en ik delen de liefde voor
de langeafstandswandelpaden, vandaar de verwijzing. Voor de rest geef ik
geen oordeel nog! Het woord is aan de heer Van Asten van D66.
De heer Van Asten (D66):
Allereerst dank, voorzitter, en dank aan de minister voor de
beantwoording in eerste termijn van een lange reeks vragen. Fijn dat we
weer regie nemen over de ruimtelijke ordening van Nederland. Dat juichen
wij van harte toe. We zijn namelijk ook druk aan de slag om die 100.000
woningen per jaar te gaan bouwen, om zo iedereen weer een woning te
kunnen bieden. Dat kunnen we alleen op het moment dat we Nederland van
het stikstofslot af halen en dus echt iets doen voor
natuurherstel.
Omwille van de tijd ga ik even wat rapper door de tekst heen. Ik heb
namelijk twee moties en één vraag. Die ene vraag is gericht op die
100.000 woningen en de mogelijkheid om dat te doen. Dat hangt van vele
factoren af. Stikstof noemde ik al, maar er zijn ook de
verkeersontsluiting en de netcongestie. Zo zijn er nog een aantal te
noemen. Eén die wat minder belicht is, is de beschikbaarheid van
onmisbare grondstoffen zoals zand, grind en klei. Die worden nu nog in
Nederland gewonnen, maar noodzakelijke nieuwe vergunningen blijven uit
of lopen grote vertraging op. Vaak wil een gemeente of provincie niet
zo'n groot project op eigen grond. Maar het is wel cruciaal voor de
woningbouw. Daar is in de ontwerpnota eigenlijk vrij weinig aandacht
voor — het is echt een heel klein zinnetje — terwijl het zo cruciaal is.
Ik hoor dus graag de reflectie van de minister hierop. Kan zij toezeggen
de benodigde ruimteclaims in de definitieve nota en de
uitvoeringsstrategie mee te nemen?
Op basis van mijn inbreng in eerste termijn en de beantwoording daarop
dien ik twee moties in. Ik teken ook enkele moties van anderen graag
mee. De eerste motie gaat over het stikstofslot, dat de bouw in een
houdgreep houdt. Met een gedegen aanpak van natuurherstel kunnen we dan
ook weer huizen gaan bouwen. Om dit goed in de Nota Ruimte te verankeren
heb ik de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het PBL concludeert dat de Nota Ruimte onvoldoende
ruimte biedt voor de uitbreiding en aanleg van nieuwe natuur;
overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken om in een bredere
overweging met economie en ruimte de Natuurherstelverordening uit te
voeren, het Natuurpact uit te voeren, en nieuwe afspraken te maken voor
de periode na 2027;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de Nota Ruimte de
benodigde wijzigingen aan te brengen die noodzakelijk zijn om aan de
natuurdoelen te voldoen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten en Kostić.
Zij krijgt nr. 275 (29435) (#4).
De heer Van Asten (D66):
Voorzitter. Gemeenten willen aan de slag met de woningbouw. We hebben
daar onlangs nog mooie resultaten van gezien. In Eindhoven komen 5.400
extra studentenwoningen. In de Haarlemmermeer is nu een deal gesloten
voor 4.580 extra woningen. Maar gemeenten hebben nog vaak te maken met
allerlei verschillende overlegtafels, contactpersonen,
subsidieregelingen en budgetten. Dat kan makkelijker door het in één
keer goed te doen, daarom de motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte samenwerking met
medeoverheden van groot belang wordt geacht;
overwegende dat de uitvoering van de Nota Ruimte bij verschillende
ministeries zal worden belegd;
overwegende dat de integrale aanpak van de Nota Ruimte ook vertaald moet
worden naar een integrale aanpak bij de uitvoering van deze nota;
verzoekt de regering in de uitvoeringsstrategie in te gaan op de
samenhang tussen de bestaande overlegstructuren met medeoverheden, zoals
de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving en de overleggen in het kader
van het MIRT, en daarbij een integrale aanpak te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Asten.
Zij krijgt nr. 276 (29435) (#5).
De heer Van Asten (D66):
Tot slot, voorzitter. We kunnen 100.000 woningen per jaar gaan bouwen.
Daarvoor moeten we nu de juiste keuzes maken. Ik kijk ernaar uit om dat
samen met de minister en deze commissie te doen. Aan de slag!
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mooiman van de PVV.
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Inderdaad is dit, zoals gezegd, een voortzetting
van de eerste termijn die we eerder met elkaar hebben gehad. Vandaar dat
ik, gelet op de tijd, gelijk doorga met de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Ontwerp-Nota Ruimte wordt gewerkt met een
strategie waarbij regio's worden ingedeeld in een vijftal categorieën,
welke gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van regio's;
overwegende dat er verschillen zitten tussen de ambitieniveaus van
regio's en de toegekende categorie binnen de VISTA-strategie, en dat er
geen bandbreedte is opgenomen waardoor de eigen kenmerken, opgaven,
ambities en ontwikkelmogelijkheden mogelijkerwijze niet tot hun recht
komen;
verzoekt de regering om de verschillende categorieën binnen de
VISTA-strategie verder uit te werken en te verdiepen, teneinde de
ambities en potentie van de verschillende regio's zo veel als mogelijk
te faciliteren en te benutten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 277 (29435) (#6).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte regio's zijn ingedeeld in
categorieën op basis van de VISTA-strategie;
overwegende dat het niet bevorderlijk is voor het tegengaan van de
wooncrisis als er belemmeringen ontstaan voor regio's inzake
woningbouwambities op basis van de categorie waarin een regio is
geplaatst;
verzoekt de regering om met name voor de woningbouwambities geen
belemmeringen op te werpen gebaseerd op in welke categorie een regio is
geplaatst, maar om regio's juist te ondersteunen in gewenste
woningbouwontwikkelingen teneinde het woningtekort op te lossen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 278 (29435) (#7).
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter. Vervolgens wil ik het hebben over de New Towns. Daar willen
we graag aandacht voor vragen. Dat hebben we in de eerste termijn ook
gedaan.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er grote behoefte en potentie is in de zogeheten New
Towns voor de realisatie van meer woningen met nieuwbouw, optoppen en
splitsen;
overwegende dat het van belang is dat leefbaarheid, sociale ontwikkeling
maar ook zaken als energiearmoede in de bestaande wijken worden
meegenomen in relatie tot woningbouw in genoemde locaties, maar dat dit
nog niet in de Ontwerp-Nota Ruimte is opgenomen;
verzoekt de regering niet alleen te komen met een
verstedelijkingsstrategie voor grote steden, maar ook met een strategie
ten bate van de leefbaarheid, sociale ontwikkeling en energiearmoede in
de New Towns,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis en
Clemminck.
Zij krijgt nr. 279 (29435) (#8).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nota Ruimte een zelfbindend karakter heeft voor het
Rijk, maar dat de nota richtinggevend zal zijn voor medeoverheden;
overwegende dat goede samenwerking met regionale en lokale overheden van
groot belang is om de ambities zoals vastgesteld in de Nota Ruimte te
realiseren, maar dat de uitvoering van de nota ook adequaat geborgd
dient te worden;
verzoekt de regering om richting de definitieve versie van de Nota
Ruimte in beeld te brengen hoe het richtinggevende karakter van de Nota
Ruimte voldoende geborgd kan worden in bijvoorbeeld de
uitvoeringsstrategie, teneinde de ambities en doelen vanuit de
definitieve nota te realiseren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman en Grinwis.
Zij krijgt nr. 280 (29435) (#9).
De heer Mooiman (PVV):
Tot slot, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Nota Ruimte belangrijke keuzes worden gemaakt
voor de toekomstige ruimtelijke indeling van Nederland;
overwegende dat de keuzes zoals gemaakt in de Nota Ruimte nog wel forse
uitdagingen kennen en dat er aan de uitvoering van de Nota Ruimte geen
investeringsagenda gekoppeld is;
verzoekt de regering om voor de behandeling van de definitieve versie
van de Nota Ruimte een overzicht te ontwikkelen voor de benodigde
middelen om de ambities uit de Nota Ruimte te realiseren, en dit met de
Kamer te delen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.
Zij krijgt nr. 281 (29435) (#10).
De heer Mooiman (PVV):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Nu is het woord aan de heer Clemminck van JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag en twee moties voor de
minister. Mijn vraag stel ik naar aanleiding van een interessant
interruptiedebat in de eerste termijn tussen, volgens mij, de heer
Grinwis en de minister over het doorrekenen van de Nota Ruimte op het
punt van ruimtegebruik. Dat ging onder andere over een tabelletje met
hectaren. We voelen volgens mij namelijk allemaal aan dat als je alle
kaarten over elkaar heen legt, dat nooit gaat passen in Nederland, maar
een goeie doorrekening ontbreekt eigenlijk nog. De minister gaf volgens
mij in een toezegging aan dat zij zo'n doorrekening probeerde te maken
en erop terug zou komen. Ik zou de minister willen vragen om toe te
zeggen om de doorrekening uit mijn vraag in de eerste termijn mee te
nemen in de doorrekening in die brief die is toegezegd.
Mijn vraag was of de minister de impact van demografische groei kan
doorrekenen in verschillende scenario's, bijvoorbeeld wat een toename
van het aantal inwoners betekent in termen van meer auto's, meer
verplaatsingen, meer CO2-uitstoot, de extra ruimte voor
woningbouw en de extra werkgelegenheid die voor die inwoners nodig zijn,
meer energieverbruik en de hogere druk op de waterkwaliteit. Ik wil de
minister er ook even op wijzen dat de rapportage van het Planbureau voor
de Leefomgeving niet in die scherpte antwoord geeft op die vraag. Het is
dus echt een andere vraag dan die in de rapportage van het Planbureau
voor de Leefomgeving. Dat is de eerste vraag.
Voorzitter. Ik heb naar aanleiding van de eerste termijn twee
moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland door politieke keuzes zoals de keuzes op het
gebied van circulaire economie, energietransitie, natuur- en
waterkwaliteit en migratie een grote druk kent op de beschikbare
ruimte;
overwegende dat slim ruimtegebruik door functiestapeling, ontwerpkracht
en technische oplossingen noodzakelijk is;
verzoekt de regering bij keuzes over de energietransitie en de
toekomstige energiemix ruimte-efficiëntie sturend te maken en daarmee de
ruimtelijke impact van de energietransitie te beperken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 282 (29435) (#11).
De heer Clemminck (JA21):
De tweede motie gaat over het dorp Moerdijk en dien ik ook in naar
aanleiding van de eerste termijn.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland door politieke keuzes zoals de keuzes op het
gebied van circulaire economie, energietransitie, natuur- en
waterkwaliteit en migratie een grote druk kent op de beschikbare
ruimte;
overwegende dat vanuit het perspectief van brede welvaart het opheffen
van een dorp of gemeenschap nooit de uitkomst kan zijn;
verzoekt de regering om in de Nota Ruimte te borgen dat keuzes nooit
kunnen leiden tot het opheffen van hele dorpen en gemeenschappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 283 (29435) (#12).
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Wiersma van de BBB.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Ik ben heel blij met de toezegging van de minister
aangaande de nadeelcompensatie en de peilverhogingen. Ik ben dus heel
benieuwd naar die juridische uitvraag. Ik hoop dat we die snel tegemoet
kunnen zien. Ik heb een drietal moties. Ik begin om wille van de tijd
gelijk maar. De eerste is als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte inzet op hogere
grondwaterstanden in veenweidegebieden om bodemdaling tegen te
gaan;
overwegende dat deze maatregelen grote gevolgen kunnen hebben voor
agrarische bedrijven, dorpsgemeenschappen en de toekomst van jonge
boeren in deze gebieden;
constaterende dat in de huidige plannen wordt gesproken over
"marktconforme vergoedingen" en "perspectief voor agrariërs", maar dat
concrete uitwerking en financiële onderbouwing nog onvoldoende
inzichtelijk zijn;
verzoekt de regering om vóór definitieve besluitvorming over
peilverhoging in veenweidegebieden helder inzicht te geven in de
financiële gevolgen per hectare voor betrokken agrariërs, inclusief de
verwachte waardedaling en exploitatieschade;
verzoekt de regering te garanderen dat agrariërs volwaardig worden
betrokken bij de gebiedsprocessen en daadwerkelijke zeggenschap krijgen
over maatregelen die hun bedrijfsvoering raken;
verzoekt de regering de Kamer hierover tijdig en volledig te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma, Van der Plas en
Flach.
Zij krijgt nr. 284 (29435) (#13).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik heb nog een motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet in de Nota Ruimte inzet op het hergebruik
van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) voor onder andere
woningbouw;
overwegende dat transformatie van voormalige agrarische erven naar
woningen kan leiden tot nieuwe gevoeligheden voor geur, geluid en
landbouwverkeer;
overwegende dat hierdoor bestaande agrarische bedrijven in hun
bedrijfsvoering en ontwikkelruimte kunnen worden beperkt;
overwegende dat boeren die vaak al generaties lang in het gebied wonen
en werken niet de dupe mogen worden van nieuw beleid of
functiewijzigingen in hun omgeving;
verzoekt de regering bij de transformatie van VAB-locaties naar woningen
te borgen dat bestaande agrarische bedrijven niet worden beperkt in hun
huidige bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelruimte;
verzoekt de regering tevens te onderzoeken op welke wijze beter kan
worden geborgd dat nieuwe bewoners in het buitengebied zich bewust zijn
van het agrarische karakter van de omgeving,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma, Van der Plas en
Flach.
Zij krijgt nr. 285 (29435) (#14).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dan heb ik nog één motie, die ik in mijn spreektekst niet heb aangehaald
maar die wel belangrijk is. Ik wil de minister eigenlijk de gelegenheid
geven om 'm over te nemen. Anders dien ik 'm in als motie. Ik hoor dus
graag in de tweede termijn van de minister wat ze daarmee doet. Die
motie gaat over bouwblokken.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er een wettelijke opdracht ligt hoge eisen te stellen
aan dierwaardigheid en die te hanteren als uitgangspunt voor de
ontwikkeling van de veehouderij;
overwegende dat strengere eisen ook in de praktijk toepasbaar moeten
zijn, zowel financieel als ruimtelijk, en dat veehouders om aan extra
eisen te voldoen dus ook minimaal hun huidige veestapel moeten kunnen
houden;
verzoekt de regering om in de definitieve Nota Ruimte te borgen dat
invulling gegeven moet worden aan het vergroten van het bouwblok op een
agrarisch bedrijf als randvoorwaarde voor de eisen met betrekking tot
dierwaardige veehouderij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Van der Plas.
Zij krijgt nr. 286 (29435) (#15).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft de motie ingediend. Dat betekent dat er zo meteen
ook een oordeel volgt van de minister. Als u wilt, kunt u 'm dan daarna
aanhouden. Het is dus niet "indienen indien", maar het is net even
andersom. Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Steen van het
CDA.
Mevrouw Steen (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor haar beantwoording in
de eerste termijn. Ik maakte daar wel uit op dat landbouw en natuur
eigenlijk nog te veel worden gezien als twee losse brokken die door de
minister van LVVN moeten worden aangeleverd en dan worden gekopieerd in
de Nota Ruimte. Het CDA vindt het wel echt belangrijk dat we keuzes
maken die in samenhang met elkaar zijn, en dat de verschillende
onderdelen met elkaar kunnen communiceren. Op het moment dat er een
integrale ruimtelijke ordening komt, moet er ook echt regie en overzicht
zijn. Kan de minister toezeggen dat het departement van VRO de regie
pakt op het eenduidige verhaal rondom ruimte en dat daarin landbouw en
natuur worden meegenomen, dus dat die niet losstaan?
Ik heb in mijn eerste termijn ook aandacht gevraagd voor een behoefte
aan ruimte voor lokale mkb'ers. We hebben het ook gehad over de grote
economische brokken in het land. De minister zei daarover in overleg te
gaan met de minister van EZK, maar ik heb nog niet veel gehoord over de
ruimte voor het mkb. We zien dat provincies en gemeenten hierop
inzetten, maar er is echt meer aandacht en sturing nodig. Kan de
minister toezeggen dat zij waar mogelijk de lokale overheden steunt in
het creëren van ruimte voor lokale mkb'ers, zodat zij onderdeel kunnen
blijven van de gemeenschap, en dat ze daaraan expliciet aandacht
besteedt in het raamwerk in de Nota Ruimte?
Ik heb één motie. Die gaat over water en bodem sturend.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet water en bodem weer sturend wil laten zijn
bij de afweging van ruimtelijke keuzes;
overwegende dat de Nota Ruimte kaderstellend is voor ruimtelijke keuzes
die provincies, gemeenten en waterschappen moeten maken;
overwegende dat inhoudelijke beleidskeuzes alleen kunnen worden gemaakt
en opgevolgd als de definitie van "water en bodem sturend" helder en
eenduidig is en die eenduidigheid nu nog ontbreekt;
overwegende dat een eenduidige definitie en een eenduidig kader een kans
is om wederzijds begrip te bewerkstelligen tussen bijvoorbeeld de
overheid en de agrarische sector, alsmede tussen overheden onderling,
bijvoorbeeld ten behoeve van de woningbouw;
draagt de regering op in de Nota Ruimte een heldere definitiebepaling
van "water en bodem sturend" op te nemen, in lijn met het
coalitieakkoord,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Steen en Van Asten.
Zij krijgt nr. 287 (29435) (#16).
Mevrouw Steen (CDA):
Ik vraag dit omdat zowel in de eerste termijn als in de technische
briefing en de rondetafel die we hebben gehouden, eigenlijk niet
duidelijk werd wat nou het verschil is tussen water en bodem die sturend
zijn, dan wel een onderdeel zijn waarmee rekening wordt gehouden. Ik zou
daar graag een heldere definitie van zien.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Zalinyan van
GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb zes moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat datacenters en hyperscales leiden tot maatschappelijke
onrust, maar verschillende overheden aangeven weinig hieraan te kunnen
doen;
overwegende dat deze ruimte- en milieu-intensieve bedrijvigheid vraagt
om planning en regie op de ruimte;
verzoekt de regering een nationale aanpak datacenters en datakabels op
te stellen en die op te nemen in de Nota Ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan en Grinwis.
Zij krijgt nr. 288 (29435) (#17).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie wil
realiseren;
overwegende dat deze transitie ook ruimtelijke randvoorwaarden vraagt en
dat de Nota Ruimte hier nog beperkt aandacht aan besteedt;
verzoekt de regering in de Nota Ruimte expliciet te borgen hoe
ruimtelijke voorwaarden voor een circulaire economie worden
meegenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan en Grinwis.
Zij krijgt nr. 289 (29435) (#18).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel gemeenten een tekort aan sportaccommodaties en
buitensportruimte hebben en dat sportvoorzieningen bij
gebiedsontwikkeling vaak te laat worden meegenomen;
overwegende dat nieuwe wijken alleen gezond en leefbaar kunnen groeien
wanneer er ruimte is voor sport;
verzoekt de regering om ruimte voor sport, bewegen en spelen onderdeel
te maken van de definitieve Nota Ruimte en gemeenten te stimuleren de
VWS-richtlijnen hiervoor te benutten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 290 (29435) (#19).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel ruimtelijke opgaven samenkomen;
overwegende dat gebiedsgericht werken bijdraagt aan een integrale aanpak
van ruimtelijke opgaven;
verzoekt de regering om binnen de uitvoering van de Nota Ruimte te
onderzoeken hoe via gebiedsgerichte arrangementen middelen van
verschillende ministeries kunnen worden gebundeld, zodat de minister van
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening regie kan voeren op integrale
ruimtelijke afwegingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan, Van Asten en
Steen.
Zij krijgt nr. 291 (29435) (#20).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regio Noord-Holland Noord grote groeipotentie
heeft, zowel voor de woningvraag als voor arbeidsplaatsen;
constaterende dat er in de Nota Ruimte geen aandacht is voor de
Energiehaven IJmond;
overwegende dat de regio Noord-Holland Noord alsook de energiehaven
belangrijk zijn voor grote ruimtelijke vraagstukken;
verzoekt de regering aan Noord-Holland Noord het ontwikkelperspectief
Stimuleren toe te kennen;
verzoekt de regering om de Energiehaven IJmond expliciet te benoemen in
de Nota Ruimte en de uitvoeringsagenda,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 292 (29435) (#21).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
De laatste, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het toetsingsadvies van de Commissie mer recent is
gepubliceerd, waarin valt te lezen dat veel doelen niet worden
gehaald;
verzoekt de regering om in de Nota Ruimte uit te werken hoe de doelen
voor natuur, waterkwaliteit, landschap en erfgoed wel gehaald kunnen
worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.
Zij krijgt nr. 293 (29435) (#22).
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Russcher van Forum voor
Democratie.
De heer Russcher (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Ontwerp-Nota Ruimte nationale en regionale
grootschalige woningbouwlocaties worden voorzien voor in totaal circa 1
miljoen woningen tot 2035;
constaterende dat dezelfde nota stelt dat zorgvuldig moet worden
omgegaan met landbouwgrond en dat een sterke, toekomstbestendige
landbouw van belang is;
overwegende dat vruchtbare landbouwgrond een schaars en strategisch
nationaal bezit is dat van groot belang is voor voedselzekerheid,
economie en het Nederlandse landschap;
overwegende dat boeren niet mogen worden verdrongen door de
woningbouwopgave;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de Nota Ruimte te
waarborgen dat landbouwgrond niet wordt opgeofferd voor
woningbouw,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 294 (29435) (#23).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte grote ruimtelijke reserveringen
bevat voor wind- en zonne-energie;
overwegende dat kernenergie een betrouwbare energiebron is met een zeer
beperkte ruimtelijke en ecologische footprint;
overwegende dat Nederland een klein en dichtbevolkt land is waarin
ruimte schaars is;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de Nota Ruimte
kernenergie als voorkeursoptie te hanteren voor de nationale
energievoorziening vanwege het beperkte ruimtebeslag,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 295 (29435) (#24).
Moment, want er is een interruptie van de heer Van Asten.
De heer Van Asten (D66):
Ik heb een vraag over de eerste motie die werd ingediend. Die ging over
totaal geen landbouwgrond inzetten om woningbouw te laten plaatsvinden.
Ik wil even voor de zekerheid weten of dat absoluut is. Elk dorp dat nu
grenst aan weilanden en graag een straatje erbij zou willen hebben voor
starters of senioren mag dat dus niet?
De heer Russcher (FVD):
In de motie stond "niet op te offeren". Dat wil zeggen: boeren niet
verplicht onteigenen. Ik sta wel sympathiek tegenover het voorstel van
de heer Flach om het uit te breiden van 100 naar 200 woningen. Ik zeg
dus niet: nooit. Maar het moet zeker niet verplicht gebeuren.
De heer Van Asten (D66):
Oké, dank voor die verduidelijking. Ik geef zelf een andere betekenis
aan de woorden "opofferen van land", maar u wil dus eigenlijk zeggen dat
er geen gedwongen uitkoop van boeren moet zijn. Dan is deze motie
duidelijk. Dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.
De heer Russcher (FVD):
Dit is mijn laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Nota Ruimte wordt beschreven dat de bevolking
richting 2050 kan groeien tot circa 22 miljoen inwoners;
constaterende dat volgens de nota de bevolking in 2070 kan doorgroeien
tot circa 24 miljoen inwoners;
constaterende dat de natuurlijke bevolkingsgroei in Nederland negatief
is en bevolkingsgroei derhalve hoofdzakelijk het gevolg is van
migratie;
overwegende dat deze bevolkingsgroei leidt tot een grote
woningbouwopgave en toenemende druk op ruimte, landschap en
leefomgeving;
overwegende dat het wenselijk is dat de bevolking van Nederland zich
stabiliseert en niet verder groeit;
verzoekt de regering om in de verdere uitwerking van de Nota Ruimte
volwaardig uit te werken hoe Nederland ruimtelijk wordt ingericht bij
een stabiele bevolking van circa 18 miljoen inwoners,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.
Zij krijgt nr. 296 (29435) (#25).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Nobel.
De heer Nobel (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Nederland is een klein land als je kijkt naar de
oppervlakte, maar er zijn grote ruimtelijke ambities. Daarom heb ik de
volgende vier moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland blijft groeien en dat hierdoor de druk op de
woningmarkt groot blijft;
overwegende dat er de komende jaren minstens 30 grootschalige
woningbouwlocaties moeten worden ontwikkeld om het woningtekort terug te
dringen;
verzoekt de regering om grootschalige woningbouwlocaties expliciet als
zwaarwegend nationaal belang te verankeren in de ruimtelijke keuzes van
het Rijk, met name in de Nota Ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nobel, Peter de Groot en Van
Asten.
Zij krijgt nr. 297 (29435) (#26).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet het uitgangspunt hanteert dat water en
bodem sturend zijn bij ruimtelijke keuzes;
overwegende dat dit uitgangspunt niet mag leiden tot onnodige
beperkingen voor woningbouw en economische ontwikkeling;
overwegende dat technische oplossingen en innovatieve bouwmethoden
kunnen bijdragen aan veilige ontwikkeling in gebieden waar water en
bodem een aandachtspunt vormen;
verzoekt de regering bij de toepassing van het principe "water en bodem
sturend" te borgen dat water en bodem belangrijke randvoorwaarden zijn,
maar geen absolute beperkingen vormen voor ruimtelijke
ontwikkeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 298 (29435) (#27).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederland een open economie is, met een sterke en
innovatieve industrie en logistiek en een sterk en innovatief
bedrijfsleven, die afhankelijk is van voldoende ruimte voor
bedrijvigheid;
overwegende dat bedrijventerreinen cruciaal zijn voor economische groei,
innovatie, energiehubs, circulaire economie en
data-infrastructuur;
overwegende dat economische clusters van groot belang zijn voor de
Nederlandse economie en autonomie;
overwegende dat bestaande bedrijventerreinen door lokale ruimtelijke
afwegingen, zoals woningbouw, vaak onder druk komen te staan;
overwegende dat Nederland zich geen nettoafname van
bedrijventerreinoppervlak kan permitteren;
verzoekt de regering het uitgangspunt te hanteren dat er geen
nettoafname van bedrijventerreinoppervlak plaatsvindt en dit
uitgangspunt ruimtelijk te borgen, in het bijzonder rondom belangrijke
economische clusters,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 299 (29435) (#28).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regio Emmen in het ontwerp van de Nota Ruimte valt
onder de strategie "versterken";
overwegende dat de betere bereikbaarheid dankzij de komst van de
Nedersaksenlijn, de wegcorridor A28-A37-E233, en de ligging tussen
kennispoorten Zwolle, Twente en Groningen de ontwikkelpotentie van de
regio Emmen aangeven;
overwegende dat het kennis- en innovatienetwerk van de regio Emmen wordt
versterkt door de beschikking over een groot industriepark en de
voorgenomen vestiging van onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van de
Rijksuniversiteit Groningen bij Greenwise Campus;
verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte de regio Emmen onder
de strategie "initiëren" te laten vallen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.
Zij krijgt nr. 300 (29435) (#29).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Teunissen, van de Partij
voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het PBL concludeert dat de gezonde, schone en veilige
leefomgeving nog onvoldoende geborgd is in de ruimtelijke ordening en
dat het daarom nodig is om duurzaamheid en omgevingskwaliteit in de
definitieve Nota Ruimte te benutten als toetssteen;
verzoekt de regering in de Nota Ruimte, gehoord het advies van het PBL,
duurzaamheid en omgevingskwaliteit als toetssteen expliciet te borgen,
bijvoorbeeld binnen het derde leidende principe "zo veel mogelijk
voorkomen van afwentelen",
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Kostić en Van
Asten.
Zij krijgt nr. 301 (29435) (#30).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het PBL vaststelt dat de optelsom van ruimteclaims in
de Ontwerp-Nota Ruimte groter is dan de ruimte die in Nederland
beschikbaar is, en dat er daarom scherpe keuzes moeten worden gemaakt,
waarbij dilemma's en trade-offs expliciet worden benoemd;
constaterende dat het PBL adviseert om niet alleen aandacht te hebben
voor de groeiende ruimtebehoefte voor diverse functies, maar ook voor
waar het met minder ruimte kan, en om ruimteclaims kritischer te
beschouwen;
verzoekt de regering om in de definitieve Nota Ruimte dit advies van het
PBL op te volgen en dus zo veel mogelijk te expliciteren waarop ruimte
bespaard gaat worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostić.
Zij krijgt nr. 302 (29435) (#31).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de milieueffectrapportage stelt dat met de
Ontwerp-Nota Ruimte op het gebied van natuur- en waterkwaliteit
(wettelijke) afspraken niet worden gehaald;
verzoekt de regering de Nota Ruimte ten minste juridisch houdbaar te
maken en in lijn met de bestaande afspraken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostić.
Zij krijgt nr. 303 (29435) (#32).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om het in het regeerakkoord verwoorde principe
"water en bodem sturend" integraal te borgen in de Nota Ruimte, met de
duidelijke richtlijnen die daarbij horen, zo veel mogelijk in lijn met
de adviezen van het PBL,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostić.
Zij krijgt nr. 304 (29435) (#33).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de stijgende zeespiegel effect heeft op de inrichting
van ons land;
constaterende dat de Unie van Waterschappen stelt dat zeespiegelstijging
en extreem weer vragen om nu ruimte te reserveren voor onder andere
rivieren, waterberging en waterbeperking;
verzoekt de regering om in de Nota Ruimte genoeg ruimte te reserveren
voor rivieren en dijken op de lange termijn en om meer ruimte te maken
voor natuurlijke vormen van kustverdediging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostić.
Zij krijgt nr. 305 (29435) (#34).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Nota Ruimte wel de infrastructuur van mobiliteit
wordt geborgd maar niet de natuurinfrastructuur, die volgens de Raad
voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) cruciaal is om Nederland
gezond en leefbaar te houden en die volgens het PBL belangrijk is om
natuurversnippering tegen te gaan;
constaterende dat in het regeerakkoord is opgenomen om natuurgebieden
beter met elkaar te verbinden;
verzoekt de regering om in de Nota Ruimte een duidelijke definitie en
invulling van "natuurinclusiviteit" op te nemen, de verbinding van
natuurgebieden (natuurinfrastructuur) beter te borgen en de kansen van
slimme natuurlijke oplossingen (nature-based solutions) maximaal te
benutten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostić.
Zij krijgt nr. 306 (29435) (#35).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
De laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het PBL op basis van onderzoek aangeeft dat om aan
onze nationale en Europese natuurafspraken te voldoen minstens 100.000
hectare extra natuur nodig is boven op de huidige
uitbreidingsafspraken;
verzoekt de regering om het advies van het PBL over minstens 100.000
hectare voor extra natuur, mee te geven aan de taskforce stikstof en om
bij de definitieve versie van de Nota Ruimte terug te koppelen in
hoeverre het advies is meegenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostić.
Zij krijgt nr. 307 (29435) (#36).
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u.
De voorzitter:
Dank u. Ook dank aan de bode, die vanavond niet meer naar de sportschool
hoeft. Mevrouw Beckerman van de SP.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. In de eerste termijn heb ik gezegd: "Dit debat
gaat voor velen over de strijd om ruimte. Welke ruimte gebruiken we voor
welk doel of liefst voor welke doelen?" Maar voor de SP gaat deze strijd
juist ook over de vraag voor wie de ruimte is. De strijd om ruimte is
ook een klassenstrijd. We hebben het gehad over wonen, recreatie,
energie en vervuiling. In de tweede termijn wil ik daarom drie moties
indienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat plannen voor herstructurering van campings regelmatig
leiden tot omzetting naar recreatieparken met recreatiewoningen of
chalets;
constaterende dat dergelijke herstructureringen vaak leiden tot een
afname van traditionele kampeerplaatsen;
overwegende dat het wenselijk is dat vooraf inzichtelijk wordt gemaakt
wat de gevolgen zijn van zulke plannen;
overwegende dat dit kan bijdragen aan betere besluitvorming door
gemeenten;
verzoekt de regering in de uitwerking van de Nota Ruimte een divers
aanbod aan recreatie expliciet op te nemen;
verzoekt de regering voorts te verkennen hoe kan worden geregeld dat bij
plannen voor herstructurering van recreatieterreinen eerst een
haalbaarheidsonderzoek verplicht wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld in het
kader van ruimtelijke besluitvorming of wijziging van het omgevingsplan,
waarin wordt bekeken wat de gevolgen zijn voor de diversiteit van het
recreatieaanbod en het aantal kampeerplaatsen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 308 (29435) (#37).
Mevrouw Beckerman (SP):
De tweede motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat recreatie en het belang van een divers recreatieaanbod
nog beperkt zichtbaar zijn in de Nota Ruimte;
overwegende dat gemeenten worstelen met de toename van luxe
vakantieparken die traditionele campings vervangen, en zoeken naar
middelen om dit tegen te gaan;
overwegende dat hierdoor het aanbod van betaalbare kampeerplaatsen voor
tenten, caravans en seizoensplaatsen onder druk komt te staan (of al
onder druk staat);
overwegende dat het maken van onderscheid tussen verschillende vormen
van recreatie kan helpen om een divers recreatieaanbod te
behouden;
verzoekt de regering te bevorderen dat gemeenten in omgevingsplannen
binnen het kader van de Omgevingswet onderscheid kunnen maken tussen
traditionele kampeerterreinen en recreatiewoning- of chaletparken, met
als doel het behoud van bestaande kampeerterreinen en kampeerplaatsen te
ondersteunen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 309 (29435) (#38).
Mevrouw Beckerman (SP):
De laatste, kortere motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat wooncoöperaties bijdragen aan betaalbaar wonen,
sociale cohesie en duurzaam beheer van woningen;
overwegende dat het regeerprogramma coöperatief wonen benoemt als een
mogelijke derde woonsector;
overwegende dat wooncoöperaties momenteel niet expliciet zijn opgenomen
in de Nota Ruimte;
verzoekt de regering wooncoöperaties expliciet te benoemen in de
definitieve Nota Ruimte als structureel instrument voor betaalbare
woningbouw, sociale cohesie en lokaal eigenaarschap,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.
Zij krijgt nr. 310 (29435) (#39).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot de heer Grinwis van de ChristenUnie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Na een prachtig bezoek aan De Nederlandsche Bank
met de commissie Financiën moest ik me even hierheen spoeden, maar dat
is gelukt. Dank voor deze mogelijkheid.
Ik steek maar meteen van wal met mijn moties. Naar aanleiding van een
gesprek met de minister in de eerste termijn heb ik de volgende
motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte een groot aantal ruimtelijke
ambities bevat op het gebied van onder andere woningbouw, defensie,
natuur, landbouw, energie en infrastructuur;
overwegende dat het voor een goede beoordeling van de Nota Ruimte van
belang is om inzicht te hebben in de ruimtelijke consequenties van deze
ambities;
verzoekt de regering om de Kamer in aanloop naar de vaststelling van de
definitieve Nota Ruimte concreter inzicht te geven in de som van de
ruimteclaims die voortvloeit uit de ambities in de Nota Ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van Asten.
Zij krijgt nr. 311 (29435) (#40).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte een groot aantal ruimtelijke
opgaven bevat die meerdere departementen raken;
overwegende dat een effectieve uitvoering van deze opgaven vraagt om
duidelijke regie en coördinatie vanuit de minister van VRO;
overwegende dat verschillende partijen, waaronder provincies, hebben
gewezen op het belang van voldoende regie en doorzettingsmacht bij de
minister van VRO voor de uitvoerbaarheid van de Nota Ruimte;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken op welke wijze wordt geborgd
dat de minister van VRO over voldoende coördinerende bevoegdheden en
doorzettingsmacht beschikt ten opzichte van andere departementen, ten
behoeve van een voortvarende uitvoering van de Nota Ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van Asten.
Zij krijgt nr. 312 (29435) (#41).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Een land dat leeft, bouwt aan zijn toekomst; dat zei
Cornelis Lely al. Omdat de Nota Ruimte nog wat terughoudend is over het
concept landaanwinning heb ik twee moties meegebracht. Die luiden als
volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het peilbesluit uit 2018 de
zoetwatervoorzieningscapaciteit van IJsselmeer-Markermeer heeft vergroot
met enkele tientallen procenten, en dat de Nota Ruimte de mogelijkheid
wil behouden om deze capaciteit verder te vergroten met enkele
tientallen procenten, door meer peilopzet, peiluitzakking en/of een
andere afvoerverdeling van de grote rivieren;
constaterende dat klimaatverandering en extra zoetwaterbehoefte in de
21ste eeuw een omvang van enige tientallen procenten zullen hebben ten
opzichte van de zoetwatervoorzieningscapaciteit;
constaterende dat landaanwinning in het Markermeer/IJmeer, zoals voor
IJstad, de waterbergingsruimte slechts zeer beperkt zou verminderen,
zeker in de wetenschap dat er minder water verdampt vanaf land dan vanaf
open water;
overwegende dat er in Nederland meer ruimteclaims zijn dan beschikbare
ruimte, en dat het Markermeer/IJmeer in het hart van de Metropoolregio
Amsterdam ligt, waar de vraag naar wonen groot blijft;
verzoekt de regering onafhankelijk onderzoek te doen naar de
mogelijkheden en consequenties van ruimtelijke ontwikkelingen in het
Markermeer/IJmeer, zoals voor IJstad en uitbreiding van de Marker
Wadden, en voor deze ruimtelijke ontwikkelingen ruimte te laten in de
Nota Ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Peter de Groot en Van
Asten.
Zij krijgt nr. 313 (29435) (#42).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ten slotte, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in de Nota Ruimte staat dat kustuitbreiding
vooralsnog niet toegestaan wordt, met als onderbouwing "geen onnodige
druk op de zandvoorraad";
constaterende dat 9% van het Nederlandse Noordzeegebied is aangewezen
voor zandwinning, daar 0,3% per jaar van wordt gebruikt voor de huidige
kustsuppleties en dat het bodemleven na zes jaar alweer hersteld is van
zandwinning;
overwegende dat er in Nederland c.q. de Ontwerp-Nota Ruimte meer
ruimteclaims zijn dan beschikbare ruimte;
verzoekt de regering onafhankelijk onderzoek te doen naar de
mogelijkheden en consequenties van landaanwinning in de kustzone, zoals
voor een Derde Maasvlakte, een initiatief als Delta21 en extra strand en
duinnatuur, en voor deze landaanwinning ruimte te laten in de Nota
Ruimte,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Peter de Groot en Van
Asten.
Zij krijgt nr. 314 (29435) (#43).
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Tot slot. Ik vraag mij af hoe wij over twintig jaar
terugkijken op deze Nota Ruimte. Hebben we dan vooral gebouwd, of hebben
we onze leefomgeving ook goed beschermd? Zijn veel opgaven en ambities
uiteindelijk opgaven en ambities op papier gebleven, of zijn we in staat
geweest te leveren? Zaten we aan het stuur, of is het ons overkomen en
is ons mooie land verder verrommeld? Is "Het kan wél" slechts een vibe
en een leuze gebleven, resulterend in een teleurstellend kabinet, of was
2026 daadwerkelijk het jaar van de ommekeer, het jaar waarin we met
nieuw elan ons land gingen bebouwen en bewaren?
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Met deze stichtelijke woorden sluiten wij de tweede termijn
van de Kamer af. De minister heeft aangegeven een kwartier nodig te
hebben om de Kamermoties te beoordelen en de beantwoording van de
resterende vragen voor te bereiden. We schorsen de vergadering dus tot
14.50 uur.
De vergadering wordt van 14.36 uur tot 14.50 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder met het debat over de Nota Ruimte. Het woord is aan
de minister.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met het beantwoorden van de vragen.
Daarna doe ik de moties.
Een vraag van D66 over de ruimte voor grondstofwinning. Ik erken het
belang van voldoende grondstoffen volledig. De Ontwerp-Nota Ruimte
besteedt daar ook aandacht aan. De heer Van Asten vraagt mij om een
ruimteclaim te doen voor grondstofwinning. Dat is niet aan mij.
Provincies zijn verantwoordelijk voor het aanwijzen en vergunnen van
projecten voor grondstofwinning. Tegelijkertijd begrijp ik de vraag om
hiervoor aandacht te hebben. Ik wil hem toezeggen dat we in de
definitieve Nota Ruimte meer aandacht zullen besteden aan het feit dat
grondstofwinning ruimte vraagt in Nederland.
Een vraag van JA21 over demografische druk. Ook deze vraag begrijp ik
goed, want demografische ontwikkelingen hebben grote effecten op de
ruimtelijke ordening. Het bepaalt onder andere hoeveel en wat voor
woningen er nodig zijn. Bij het opstellen van de Nota Ruimte is
gebruikgemaakt van de WLO-scenario's van PBL en CPB. Die hebben een
bandbreedte van ongeveer 18 tot 22 miljoen Nederlanders in 2070. In de
Ontwerp-Nota Ruimte is uitgegaan van een scenario met grip op migratie
en een gematigde groei naar 20 miljoen inwoners met een bijbehorende
extra behoefte van 1,65 miljoen woningen tot 2050. Dit scenario is
politiek breed omarmd en sluit aan bij houdbare
woningbouwambities.
Naast bevolkingsgroei hebben we ons ook te verhouden tot de toename van
het aantal kleine huishoudens en de vergrijzing. Die zorgen voor een
verschuiving van de woningvraag richting compact wonen en ook met meer
voorzieningen nabij. Daarbij past ook de inzet van het kabinet op een
totaalaanpak bij woningbouw: wonen, werken, bereikbaarheid, groen en
andere voorzieningen worden samen ontwikkeld. We kunnen dat niet in
detail gaan doorrekenen.
De vraag van mevrouw Steen, CDA, over ruimte voor bedrijvigheid, met
name voor het mkb. Ja, dat kan ik toezeggen. In de Ontwerp-Nota Ruimte
is veel aandacht voor voldoende ruimte voor de economie om bijvoorbeeld
ambities van weerbaarheid en circulariteit te realiseren. Dit draagt ook
bij aan het toekomstperspectief van de mkb'er. De gemeenten ondersteunen
dit en we gaan kijken hoe we hier invulling aan kunnen geven. Vooralsnog
is het niet financieel geborgd.
De heer Clemminck (JA21):
De beantwoording van de minister is een beetje zoals te verwachten was.
Ik constateer dat de minister allerlei zaken tot in details kan
berekenen, zoals het aantal hectare dat nodig is voor natuurversterking
en -herstel, het minimale dat nodig is op het gebied van stikstof en
allerlei doorrekeningen wat betreft het klimaat. De simpele vraag
beantwoorden vanuit de Kamer of de minister de demografische scenario's
kan doorrekenen met het oog op de ruimtelijke impact, dat zou de
minister wel kunnen doen maar wil ze gewoon niet. Ik snap dat niet goed.
Ik kan natuurlijk altijd nog een motie indienen of een schriftelijke
vraag stellen, maar ik zou de minister toch nog eens willen vragen om in
alle eerlijkheid te kijken waarom dat dan niet gebeurt. Technisch kan
het, want we weten gewoon wat het aantal inwoners van een land en het
aantal kerncijfers doen met netcongestie, met filedruk of met
CO2-uitstoot. Ik wil dus toch nog eens aan de minister vragen
om aan te geven waarom zij dat dan niet wil. Wat is daar de verklaring
voor?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit gaat niet zozeer over willen, maar over de uitgangspunten die we
hebben gebruikt om te komen tot de Ontwerp-Nota Ruimte die nu voorligt.
We maken daarin gebruik van het scenario voor grip op de migratie en een
gematigde groei tot 20 miljoen inwoners.
De voorzitter:
Een vervolgvraag. Kort, graag.
De heer Clemminck (JA21):
Laat ik proberen om het als een simpele vraag te verwoorden. Is het
technisch wel mogelijk om zo'n berekening te maken?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik weet niet naar welke berekening meneer Clemminck verwijst. Ik geef
aan dat wij met het scenario van 20 miljoen inwoners werken. Dat
scenario is omarmd en daar geven we invulling aan. We hebben daar op
basis van een prognose van Primos tot 2050 extra berekeningen mee
gemaakt. Dit is de wijze waarop we hiermee om zijn gegaan. Dit zijn de
uitgangspunten van de Ontwerp-Nota Ruimte.
De voorzitter:
Ik wil dit eigenlijk stoppen nu. U zult het met dit antwoord moeten
doen, meneer Clemminck. Ik wil de minister vragen om door te gaan. O, er
is ook nog een vraag van mevrouw Steen. Neem me niet kwalijk, ik zag het
niet.
Mevrouw Steen (CDA):
Geen probleem. Ik wil nog even terugkomen op het antwoord op mijn vraag
over het mkb. Ik hoor de minister net zeggen dat ze oog heeft voor
circulariteit en groei. Het gaat mij ook om familiebedrijven die willen
uitbreiden in het dorp of in de stad waar ze gevestigd zijn en die dit
nu niet kunnen. We zien dat het daarbij vaak niet alleen om een
financiële vraag gaat, maar ook om ruimteclaims en een gesprek dat toch
vaak vastloopt op waar het wel en niet kan. We kunnen dan juist de regie
gebruiken van een minister van VRO. Mijn vraag ziet daar dus op: niet
alleen op het financiële, maar ook op ervoor zorgen dat het
instrumentarium goed is, zodat die familiebedrijven en mkb'ers kunnen
blijven zitten en kunnen uitbreiden. Ik hoorde dat nog niet heel erg
duidelijk terug. Kan de minister bevestigen dat ze daarmee aan de slag
wil?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat kan ik toezeggen.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan ga ik door met de moties. De motie op stuk nr. 272 krijgt oordeel
Kamer.
De motie op stuk nr. 273 ontraad ik. De term "een straatje of wijkje
erbij" hanteren we om echt kleinschalige ontwikkelingen aan te duiden
die we in principe bij iedere kleine kern mogelijk willen maken, passend
binnen de ruimtelijke context. De term "een wijkje erbij" wordt
omschreven als tot 100 woningen die in heel Nederland binnen of
aansluitend op een bestaande kern gerealiseerd kunnen worden, passend
binnen de ruimtelijke context. Hier is bewust voor gekozen. Met 200
woningen hebben we het niet meer over "een wijkje erbij" maar over een
kleinschalige of middelgrote woningbouwlocatie. Daarom ontraad ik deze
motie.
De heer Flach (SGP):
Ik probeer er geen koehandel van te maken, maar 100 is ook een
willekeurig gekozen getal. Is 200 gewoon een te grote stap of is er
überhaupt niets mogelijk boven de 100?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Het is niet zo dat er niks mogelijk is boven de 100, maar we hebben van
"een wijkje erbij" aangegeven dat dat gaat om tot 100 woningen. Dat wil
niet zeggen dat alles daarboven niet kan; het valt alleen niet onder de
noemer van "een wijkje erbij".
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik doe toch nog een poging, want dit heeft wel grote consequenties,
althans, in sommige provincies. Een provincie als Zuid-Holland zal onder
de noemer van "een wijkje erbij is maximaal 100" nog steeds het hele
platteland op slot kunnen zetten. Dat is het concrete gevolg van de
keuze die wij hier maken. 100 erbij beperkt onze dorpen in bijvoorbeeld
een provincie als Zuid-Holland tot een maximale ontwikkeling van 100
woningen erbij, want meer wil de provincie in veel gevallen niet. Als we
dat hier oprekken, geven we onze lokale plattelandsgemeenten iets meer
armslag. Voelt de minister daarin mee? Wij kijken namelijk met zorgen
naar de ruimtelijke ontwikkeling in sommige provincies en hoe die op
slot wordt gezet, bijvoorbeeld in Zuid-Holland.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Natuurlijk voel ik mee met deze vraag. Dit is ook aan de orde geweest
bij verschillende werkbezoeken. Ik ben er door u en meerdere van uw
collega's ook op gewezen dat dit een probleem is, met name in die
provincie. Of nou ja, ik zeg "met name", maar het is eigenlijk: in die
provincie. Maar ik wil een visiedocument eigenlijk niet gebruiken om een
gesprek met een provincie te voeren. Ik zou daarvoor liever gewoon het
gesprek voeren. Dan houden we voor heel Nederland, waar dit
visiedocument over gaat, vast aan een wijkje van 100 woningen. Maar ik
hoor uw punt. Ik heb ook afgesproken, in ieder geval met uw collega van
de PVV, dat ik hierover zou gaan spreken. Dat staat ergens in de agenda;
ik weet niet uit mijn hoofd wanneer.
De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 273 is ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 274 krijgt ook ontraden. Natuurlijk ben ik het met
het lid Van Dijk eens dat wandelen bijdraagt aan de volksgezondheid en
het welzijn van mensen, zelfs die van mij. De inrichting van de
leefomgeving is van grote invloed op de mate waarin mensen bewegen door
te lopen. De Ontwerp-Nota Ruimte besteedt hier op hoofdlijnen aandacht
aan. Ook stimuleert het Rijk het verbeteren van de wandelinfrastructuur,
onder andere via het Nationaal Masterplan Lopen en door het delen van
handreikingen voor een goed ingerichte leefomgeving. Daarnaast werkt het
ministerie van IenW aan een uitvoeringsagenda Lopen, die naar
verwachting eind dit jaar aan uw Kamer wordt gestuurd. Het is echter de
verantwoordelijkheid van medeoverheden om in hun ruimtelijke inrichting,
waaronder nieuwbouw, de wandelinfrastructuur goed mee te nemen en echt
te komen tot concrete doelen en uitvoeringsplannen. Deze
verantwoordelijkheid kan ik niet overnemen. Om die reden ontraad ik deze
motie.
De voorzitter:
Dit is een motie van de heer Flach. Hij wil daar graag een vraag over
stellen.
De heer Flach (SGP):
Ik zou haast zeggen: loop eens een etappe mee. Dan wordt het heel snel
toch wel een rijksverantwoordelijkheid. Er zijn veel langeafstandspaden
die het hele land doorkruisen. Je ziet dat die wandelpaden in de loop
van de tijd steeds verder omgeleid worden door grote nationale
infrastructuren heen. Door die bij lokale overheden te beleggen, raken
ze juist zo versnipperd. Je ziet dat het voor het aantrekkelijk houden
van dit soort wandelpaden echt nodig is dat er van het begin af aan ook
in de Nota Ruimte al rekening mee wordt gehouden. De minister geeft in
haar beantwoording aan dat er bepaalde trajecten rondom lopen zijn, maar
lopen is echt nog iets anders dan wandelen. Lopen doen we ook in dit
Kamergebouw, maar dit gaat echt om tientallen kilometers door het
landschap. Daar heb je rijksregie bij nodig. Hoewel dit niet het meest
wezenlijke punt is in de Nota Ruimte, is het dat voor veel wandelaars
wel.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ga graag op de uitnodiging in om een wandeling te maken. De
uitvoeringsagenda van IenW richt zich niet op het lopen in dit gebouw;
die richt zich echt op wat u met "wandelen" bedoelt. Ik kan wel
toezeggen dat ik met de minister van IenW hierover zal spreken om te
bekijken wat ik eventueel kan bijdragen aan zijn uitvoeringsagenda op
dit onderwerp.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 274 is ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 275: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 276: overnemen. In de uitvoeringsstrategie van de
Nota Ruimte zal uitgebreid aandacht worden besteed aan het beschikbare
instrumentarium en de wijze waarop dat wordt ingezet om de Nota Ruimte
richting uitvoering te brengen. Het beschrijven van de samenhang tussen
bestaande overlegstructuren met medeoverheden en daarbij een integrale
aanpak hanteren, past hier heel goed in. Ik zal deze motie dan ook
overnemen.
De voorzitter:
Even een vraag aan de heer Van Asten. Vindt hij het goed dat de motie
wordt overgenomen?
De heer Van Asten (D66):
Dat is prima. Dank.
De voorzitter:
De motie-Van Asten (29435, nr. 276) is overgenomen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 277: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 278: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 279: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 280: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 281: ontraden. Deze motie vraagt mij om een
overzicht te maken van de benodigde middelen voor doelrealisatie en dit
bij de definitieve Nota Ruimte te verstrekken. Ik snap de wens achter
deze motie natuurlijk goed, maar moet deze motie ontraden, omdat het
niet mogelijk is. De Nota Ruimte bevat een visie voor Nederland voor
2050 met een doorkijk naar 2100. Het is niet mogelijk om daar nu al een
kostenplaatje bij te maken.
De heer Mooiman (PVV):
Ik begrijp inderdaad wat de minister zegt, namelijk dat het niet
realistisch is om over zo'n termijn voor de gehele Nota Ruimte een
kostenplaatje te realiseren. Tegelijkertijd vraag ik me wel het volgende
af. Een aantal van de opgaven die we nu met elkaar hebben, zijn een stuk
tastbaarder. Die lopen ook door 2030 en 2050 heen. Dat is vooral het
geval wanneer we kijken naar grote infrastructurele, maar ook naar
volkshuisvestelijke opgaven. Die realiseren zich natuurlijk niet
vanzelf. Naast de inzet die het Rijk natuurlijk al doet, zal daar ook
gewoon het een en ander voor nodig zijn. Voor ons als Kamer is het
lastig — althans, ik spreek natuurlijk voor mezelf — om nu te duiden wat
de inzet en ook de eventuele inzet van middelen nou is om alle doelen
uit deze nota te realiseren voor die termijn. Misschien kan de minister
wel meenemen of zij er in een brief een reflectie op kan geven hoe er nu
in ieder geval aan de kortetermijndoelstellingen, tot 2050, toch wat
meer duiding gegeven kan worden, ook voor de manier waarop we die nou
echt gaan realiseren, zodat het niet enkel een ambitiedocument
blijft.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Wat ik kan doen, is bij de uitvoeringsagenda die we hierna oplopen,
zorgen dat inzichtelijk wordt gemaakt welke beschikbare middelen er
vanuit de fysieke leefomgeving zijn.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Mooiman.
De heer Mooiman (PVV):
Dan zal ik de motie op stuk nr. 281 intrekken.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Mooiman (29435, nr. 281) is ingetrokken, maakt zij
geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 282: oordeel Kamer. Ik ben het met de heer
Clemminck eens dat de energietransitie een forse ruimtelijke impact met
zich meebrengt en dat de Nota Ruimte moet inzetten op
ruimte-efficiëntie, bijvoorbeeld door slimme functiecombinaties. Deze
benadering zit ook al in de Ontwerp-Nota Ruimte en het Programma
Energiehoofdstructuur. Wel moet worden opgemerkt dat ook met slimme
keuzes de energietransitie onverminderd een enorme ruimtelijke opgave
blijft. We kunnen de ruimtelijke impact waar mogelijk beperken, maar
niet voorkomen. Verder gaat het Rijk vooral over de nationale
energiehoofdstructuur. Het is aan gemeenten en provincies om decentrale
keuzes te maken. Als ik de motie zo mag lezen, geef ik deze oordeel
Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 283: oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat was de motie op stuk nr. 282.
De voorzitter:
O, neem me niet kwalijk.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 283. Die wordt ontraden. De heer
Clemminck roept in zijn motie op om in de Nota Ruimte te borgen dat
keuzes nooit kunnen leiden tot het opheffen van hele dorpen en
gemeenschappen. In de huidige vorm moet ik deze motie ontraden. Ik kan
dit niet op deze manier toezeggen. Tegelijkertijd snap ik de zorgen van
de heer Clemminck. Het opheffen van een dorp is ongelofelijk ingrijpend,
met grote gevolgen voor de inwoners en ondernemers. Dat zien we nu ook
in Moerdijk. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat er nu geen
soortgelijke situaties zijn voorzien. Als de heer Clemminck zijn motie
zo kan aanpassen dat het opheffen van een dorp altijd een allerlaatste
optie is en alleen het resultaat kan zijn van gebiedsgerichte afwegingen
samen met de regio, kan ik deze motie oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De heer Clemminck gaat de motie niet aanpassen. Daarmee is de motie op
stuk nr. 283 ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 284: ontraden. De Nota Ruimte is een visie voor de
middellange en lange termijn. Hieruit volgt per definitie geen
uitwerking in exacte hectares of financiële claims. Het is dan ook niet
mogelijk om de financiële gevolgen per hectare inzichtelijk te maken in
het kader van de Nota Ruimte. Medeoverheden, in het bijzonder de
waterschappen, die verantwoordelijk zijn voor de peilbesluiten, geven
gebiedsgericht invulling aan de peilopzet in veenweidegebieden. Dit doen
zij met betrokkenheid van agrariërs en andere stakeholders in het
gebied. Het inzichtelijk maken van de financiële gevolgen is op dat
moment onderdeel van deze processen en vindt daarmee dus wel plaats,
voorafgaand aan de definitieve besluitvorming over peilaanpassingen in
gebieden. Als gevolg van een peilbesluit kan een betrokkene op grond van
de Omgevingswet nadeelcompensatie vragen. Ik ontraad deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 284: ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 285: ontraden. VRO en LVVN zijn met een
interbestuurlijk actieleerprogramma gestart om tot zorgvuldige sturing
te komen op functiewijzigingen van vrijkomende agrarische bebouwing.
Hierbij is de inzet om de kansen die worden geboden door
multifunctionele ontwikkelingen, dus het combineren van woningen met
natuur-, zorg- en landbouwfuncties, optimaal te benutten. Samen met de
minister van LVVN informeer ik de Kamer later dit jaar graag over de
opbrengsten van dit actieleerprogramma. Een belangrijk onderdeel van dit
leertraject is hoe overlast en beperkingen voor zittende agrarische
ondernemers voorkomen kunnen worden. Hierbij kijken we ook naar een
zonering voor gebieden waar landbouw de ruimte krijgt en gebieden waar
meer functiemenging mogelijk is. Hiermee stellen we medeoverheden in
staat om zorgvuldig te sturen op waar erftransformaties mogelijk zijn.
Ik zie buiten deze inzet om geen noodzaak voor een nationale inzet
richting nieuwe bewoners in het buitengebied. Inwoners, oud of nieuw,
hebben overal dezelfde rechten, evenals ondernemers. Het is aan
gemeenten om de participatie en de communicatie rondom ruimtelijke
ontwikkelingen te begeleiden. Ik ontraad deze motie.
Mevrouw Wiersma (BBB):
De minister zegt in de appreciatie van de motie eigenlijk dat ze in
zekere zin voornemens is om er uitvoering aan te geven, behalve aan het
informeren van nieuwe bewoners. Ik wil dat punt er wel uit halen. Is dat
genoeg om deze motie toch oordeel Kamer te geven? Want het meest
essentiële onderdeel hiervan is natuurlijk het eerste verzoek. Ik heb in
mijn bijdrage ook iets gezegd over bijvoorbeeld de status
"plattelandswoningen". In de reactie van de minister hoor ik dat ze ook
in die richting iets aan het onderzoeken is.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat klopt. Als u dat aanpast, krijgt ie oordeel Kamer.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Oké, dan haal ik het tweede verzoek eruit. Dan dien ik de motie alsnog
in. Ik hoor oordeel Kamer. Ik zal het tweede stuk op een andere manier
onder de aandacht brengen.
De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 286.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Deze motie ontraad ik. De Nota Ruimte bevat een visie op langere termijn
met ruimtelijke richting en keuzes. Er zijn veel ruimtevragers, dus we
kunnen niet toezeggen dat de ruimte die er nu is, wordt behouden of
zelfs vergroot. Daarnaast vindt uitwerking hiervan plaats in de
taskforce. Ik ontraad deze motie.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik ben niet helemaal tevreden met deze appreciatie, want ik begrijp het
gewoon niet. Het bouwblok is gewoon onderdeel van de ruimte waar een
agrarisch bedrijf geëxploiteerd wordt. Er worden door het kabinet eisen
gesteld aan de ontwikkeling van die bedrijven. Dit is een bestaand
probleem waar nu al tegenaan gelopen wordt. De gemeenten hebben daar
gewoon richting bij nodig. Daar is het kabinet voor aan zet. Ik ben hier
dus niet helemaal tevreden mee. Dit gaat niet alleen over stikstof. Dit
gaat juist over de wettelijke eisen die voorliggen vanuit de AMvB
Dierwaardige Veehouderij. Zou de minister het dan toch nog even kunnen
verduidelijken. Volgens mij hoort dit niet thuis in de taskforce. Dit is
echt materiaal voor de omgevingsverordening.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik denk dat het wel thuishoort in de taskforce, omdat we in de
taskforces echt willen kijken naar de benadering die over de grenzen
heen gaat. Daarom zitten er ook zo veel bewindspersonen per taskforce
aan tafel. Ik kan u toezeggen dat ik het meeneem naar de taskforce om te
checken of dat zo is, maar tot die tijd ontraad ik de motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 286: ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 287: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 288: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 289: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 290: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 291 geef ik oordeel Kamer, als ik 'm als volgt mag
interpreteren. Ik snap de wens achter de motie. Het kabinet ziet het
belang in van het bundelen van middelen. Zo willen we gebiedssubsidies
bij grootschalige woningbouwlocaties ook bundelen. Dit staat ook zo in
het coalitieakkoord. Hiernaast werk ik in de NOVEX-gebieden samen met de
regio's aan regionale investeringsagenda's. Hiermee zetten we de
integrale ruimtelijke opgave om in een beeld van benodigde investeringen
en mogelijke bekostiging daarvan. Aanvullend ben ik bereid om uit te
zoeken hoe budgetten waar passend en mogelijk en binnen de financiële
kaders in samenhang kunnen worden ingezet ten behoeve van het uitvoeren
van de Nota Ruimte. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik met deze
drie zaken aan de slag ga en blijf, dan kan ik de motie oordeel Kamer
geven.
Mevrouw Steen (CDA):
Even ter verduidelijking. We hebben natuurlijk de NOVEX-gebieden en de
grootschalige gebieden. Maar we hebben natuurlijk ook regio's buiten die
aangewezen gebieden. Daar vindt ook een hele hoop plaats, misschien niet
zo grootschalig als in die grote aangewezen gebieden. Maar er zijn zeker
ook regio's, zoals Emmen, die net buiten die aanwijzing vallen. Gaat de
minister ook regie nemen op regionaal kijken wat er regionaal nodig is
en ook de al dan niet aangewezen regio's uitdagen om zelf met een
propositie te komen waar zij in willen en kunnen groeien?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Daar zit waarschijnlijk dan het verschil van inzicht. Ik geef oordeel
Kamer over de delen binnen de NOVEX-gebieden. Als een regio daarbuiten
iets wil, dan kunnen ze zelf met voorstellen komen. Als u dat bedoelt,
dan moet ik deze motie ontraden.
Mevrouw Steen (CDA):
Ik vroeg de minister even te verduidelijken waar ze dan op doelt. Wat
mij betreft blijft de motie staan. Ik kijk daarvoor ook even naar
mevrouw Zalinyan. Op deze manier is het goed, maar ik vind het wel
belangrijk dat we ook oog houden voor de regio's die nu niet specifiek
zijn aangewezen.
De voorzitter:
Dat betekent dat de motie zoals die nu geformuleerd is blijft staan en
dat de motie daarom ontraden wordt.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, de motie krijgt oordeel Kamer als we die samen als volgt
interpreteren. We hebben hier natuurlijk oog voor. De regio's kunnen ook
altijd iets indienen. Daar zullen we altijd serieus naar kijken, maar de
focus ligt op de NOVEX-gebieden.
De voorzitter:
Mevrouw Zalinyan is de eerste indiener van de motie en zij knikt. Dan
krijgt deze motie oordeel Kamer.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nog een ophelderingsvraag, als niet-ondertekenaar. Zoals de minister de
motie nu apprecieert, beluister ik het risico dat kleinere gemeenten nog
eerder buiten de boot vallen. Als je verschillende budgetten gaat
bundelen en een kleinere gemeente wil voor een woningbouwproject een
beroep doen op bijvoorbeeld een woningbouwimpuls, dan is dat nu nog te
doen. Het is niet makkelijk, maar het is nog te doen. In hoeverre gaat
de inzet van de minister volgens de manier waarop zij de motie nu
apprecieert, niet ten koste van kleinschalige gebiedsontwikkelingen die
een beroep doen op het Rijk?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik schaf dat niet af. Ik ga daar gewoon mee door.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 291 krijgt dus oordeel Kamer. Dan de motie op stuk
nr. 292.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Oordeel Kamer.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 293.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben even aan het kijken hoe het zit met de nummering. Voorzitter, mag
ik even bij u checken of de motie op stuk nr. 293 inderdaad de motie
adviezen MER is?
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 293 is de motie-Zalinyan over de adviezen MER
inderdaad.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Oké, dank u wel. Die krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 294: ontraden. In de Ontwerp-Nota Ruimte gaan we
zorgvuldig om met landbouwgrond. Omdat landbouw in Nederland de grootste
ruimtegebruiker is, kan niet voorkomen worden dat woningbouw op
landbouwgrond zal plaatsvinden. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 294: ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 295: ontraden. We zetten in op een brede energiemix
waar kernenergie inderdaad onderdeel van is. In het coalitieakkoord
hebben we ook een hoge ambitie op kernenergie, maar daarnaast ook op de
inzet van andere technieken zoals wind op zee. Het is dus geen
voorkeursoptie. Daarom ontraad ik deze motie.
De heer Mooiman (PVV):
Voorzitter, excuseer, maar zouden we nog even terug kunnen gaan naar de
motie op stuk nr. 294 van Forum?
De voorzitter:
Wacht even. De motie op stuk nr. 295 is ontraden. En dan gaan we nu even
terug naar de motie op stuk nr. 294. Die was ook ontraden.
De heer Mooiman (PVV):
Correct. Ik geloof dat de heer Russcher in zijn bijdrage en in de
interrupties van zojuist aangaf dat het hem niet ging om het blokkeren
van alle woningbouw. "Een straatje erbij" noemde hij bijvoorbeeld als
iets wat hij juist wel wilde. Het ging hem volgens mij — ik kijk ook
even naar de heer Russcher — om het feit dat boeren niet gedwongen
uitgekocht moesten worden. Als de minister de motie op die manier
interpreteert of als de heer Russcher de motie wijzigt naar de lezing
die net overeen is gekomen, kan er misschien een positiever oordeel uit
komen.
De voorzitter:
De indiener van de motie: de heer Russcher.
De heer Russcher (FVD):
Zeker, zo kan de minister de motie interpreteren. Wellicht …
De voorzitter:
Nou, het gaat wel om wat er staat. Misschien is de heer Russcher bereid
om de motie aan te passen? Kan de minister dan ook haar oordeel
aanpassen?
De heer Russcher (FVD):
Daar ben ik toe bereid. Dat zal ik doen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Als de motie wordt aangepast, kan ik die oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 294 krijgt daarmee oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, na aanpassing.
De voorzitter:
Na aanpassing. Dit is iets wat je moet bekijken als de motie is
aangepast. Dan moet men beslissen of men voor- of tegenstemt, na de
interpretatie van de woorden van de minister. Er is nog een vraag van de
heer Nobel. Daarna wil ik overgaan naar de volgende motie.
De heer Nobel (VVD):
Een verduidelijkende vraag dan. De minister geeft nu oordeel Kamer aan
de motie, maar ze heeft de aanpassing nog niet gezien.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik geef 'm dus pas oordeel Kamer nadat ik de aanpassing heb
gezien.
De voorzitter:
Tot slot dan nog even de heer Russcher. Hoe gaat u de motie
aanpassen?
De heer Russcher (FVD):
In de laatste zin zal iets staan in de richting van "waarborgen dat er
nooit over mag worden gegaan tot verplichte onteigening" in plaats van
"waarborgen dat landbouwgrond niet wordt opgeofferd voor
woningbouw".
De voorzitter:
Het is goed dat we daar nog even bij stilstaan, want ik zie de minister
nee schudden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, dan blijf ik 'm ontraden.
De voorzitter:
Goed. Daarmee blijft de motie op stuk nr. 294 ontraden. We waren
gebleven bij de motie op stuk nr. 296, volgens mij.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat klopt, voorzitter.
De motie op stuk nr. 296: ontraden. De Nota Ruimte gaat uit van een
gematigde groei richting 20 miljoen inwoners in 2050. Dat is een groei
waarover is geadviseerd door de Staatscommissie Demografische
Ontwikkelingen. Ik ontraad deze motie.
De motie op stuk nr. 297: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 298: oordeel Kamer als ik 'm op de volgende manier
mag interpreteren. In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat
"water- en bodemsturend" een richtinggevend principe is. Ik snap de
behoefte om duidelijkheid te krijgen over de invulling van dit
richtinggevende principe. Ik zal daarom samen met mijn collega van IenW
zorgen voor een heldere duiding en aangeven wat dit betekent voor de
ruimtelijke opgaven in de Nota Ruimte. Daarmee zorgen we ervoor dat de
juiste afwegingen worden gemaakt en dit niet zal leiden tot onnodige
beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn echter een paar
plekken waar dit wél leidt tot absolute beperkingen. We staan namelijk
bijvoorbeeld geen nieuwe bebouwing toe in de uiterwaarden van de grote
rivieren, die vallen onder de Beleidslijn grote rivieren. Tijdelijke
functies of passende functiecombinaties, zoals voor
energie-infrastructuur, kunnen onder voorwaarden wel toegestaan worden.
Dit is noodzakelijk om ook op langere termijn voldoende ruimte te hebben
voor waterberging en -afvoer in het rivierengebied en voor toekomstige
dijkversterkingen. Als ik de motie op deze manier mag interpreteren,
geef ik deze oordeel Kamer.
De voorzitter:
Er staat "Peter de Groot" onder deze motie. Dat kan niet, want die is er
niet. Dat moet "de heer Nobel" zijn; die zit hier. Dat wordt dus
gewijzigd. De interpretatie van de minister is een hele lange voor een
vrij korte motie. Wat vindt u daarvan, meneer Nobel?
De heer Nobel (VVD):
Ik kan de minister voor een aardig deel volgen, maar waar de minister
"onnodig" aangeeft, zou ik wel echt het woord "absoluut" willen laten
staan. De minister gaf een aantal voorbeelden, bijvoorbeeld de
uiterwaarden van rivieren. Als ik andersom de motie zo zou aanpassen dat
het alleen bij de uitzonderingen die u zojuist noemde, niet om
"absoluut" gaat, maar dat voor de rest wel de woorden "absolute
beperkingen" blijven staan, kunt u de motie dan ook oordeel Kamer
geven?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De discussie gaat over de vraag of we een heldere definitie kunnen
hebben van "water- en bodemsturend". Hier zit het 'm in "absoluut". Het
mag niet leiden tot onnodige beperkingen. U vraagt om "absoluut",
toch?
De voorzitter:
Ja, behalve dan bij de uiterwaarden. Dat was eigenlijk de vraag.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat kan ik niet toezeggen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 298: ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 299: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 300: ontraden. Emmen vervult een belangrijke
positie in de regio en heeft volgens ons ook potentie voor groei en
ontwikkeling. De aanleg van de Nedersaksenlijn en twee regionaal
grootschalige woningbouwlocaties onderstrepen dat ook. Recent is er een
ambtelijk gesprek geweest. Daar spraken we over het maken van een
ontwikkelperspectief voor de regio. Daarnaast ga ik zelf in april op
werkbezoek naar Emmen om de kansen voor deze regio verder te bespreken.
Deze kansen passen volgens ons bij de strategie versterken. Daarom
ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 300: ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 301: overnemen.
De voorzitter:
Dat is een vraag aan mevrouw Teunissen. Die is er nu niet, dus dat is
een beetje moeilijk. Is de minister bereid om deze motie oordeel Kamer
te geven?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat is geen probleem.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 301: oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 302: oordeel Kamer. De Nota Ruimte biedt geen
optelsom van functies die tot hectares is te herleiden. Evenmin is
ruimtelijke ordening een zaak van uitruil tussen verschillende
ruimtevragers. Het is geen zero-sumspel. De Nota Ruimte geeft door het
maken van keuzes en het inzetten op slimme functiecombinaties richting
aan de ontwikkeling van ons land. De reflectie van het PBL onderkent dat
ook. Dat roept op tot het kritisch beschouwen van de ruimteclaims: kan
het efficiënter en worden mogelijkheden voor functiecombinaties en
meervoudig ruimtegebruik wel benut? Dat willen we in de definitieve Nota
Ruimte binnen de vier integrale thema's inzichtelijk maken door te laten
zien hoe de drie leidende principes worden toegepast bij het maken van
keuzes.
De voorzitter:
Krijgt de motie op stuk nr. 302 oordeel Kamer?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. De motie op stuk nr. 303 …
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Zou ik toch terug mogen naar de motie op stuk nr. 300? Die gaat over het
toekennen van "initiëren".
De voorzitter:
Ja, en wat is uw vraag?
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Mijn vraag is of de minister wil toezeggen dat, mocht deze motie niet
aangenomen worden, dit er niet voor zorgt dat bijvoorbeeld bepaalde
subsidies of bepaalde budgetten niet in deze regio terechtkomen, omdat
die een bepaald stickertje heeft gekregen op dit moment.
De voorzitter:
Even voor de goede orde: de motie op stuk nr. 300 was ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
VISTA moet niet zo gelezen worden dat er een prioritering in zit qua
belangrijkheid of de aandacht die een regio krijgt. U heeft dus helemaal
gelijk. Als Emmen de letter V uit de VISTA krijgt, wil dat niet zeggen
dat er geen aandacht voor zal zijn, dat er geen financiële stromen
zullen zijn of dat er niks zal kunnen ontstaan daar.
De voorzitter:
Tot slot.
Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):
Zou de minister willen toezeggen dat er in de definitieve Nota Ruimte
wel iets meer aandacht zal komen voor deze regio? Dan heb ik het met
name over de economische positie, maar ook over de Nedersaksenlijn. Mijn
vraag is of daar veel meer naar waarde over geschreven kan worden dan
hoe het op dit moment in de Nota Ruimte staat en hoe het in de
beantwoording van de minister over de regio in de eerste termijn naar
voren kwam.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat kan ik doen.
De voorzitter:
Meneer Clemminck, we gaan nu achteruit in plaats van vooruit. Gaat het
nog steeds over de motie op stuk nr. 300?
De heer Clemminck (JA21):
Ja, het gaat over dezelfde. In de eerste termijn vroeg ik de minister of
een duiding in een van de VISTA-categorieën een uitsluitend criterium
kan worden voor de toekomstige toebedeling van middelen. De vraag was
dus niet zozeer of er middelen zijn en ook niet hoeveel, maar of het een
uitsluitend criterium voor de toebedeling van middelen kan gaan worden
in de toekomst.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dat is niet het geval.
De voorzitter:
Dan gaan we nu weer vooruit naar de motie op stuk nr. 303.
De heer Van Asten (D66):
Voorzitter, nog even achteruit. Misschien helpt het in ieder geval voor
volgende week dinsdag. De motie waar we het net over hadden van mevrouw
Teunissen … Welke is het? De motie op stuk nr. 301.
De voorzitter:
Dat was de motie die de minister wilde overnemen. Dat is de motie op
stuk nr. 301.
De heer Van Asten (D66):
In overleg met de andere leden kan ik zeggen dat die kan worden
overgenomen. Graag.
De voorzitter:
De motie-Teunissen c.s. (29435, nr. 301) is overgenomen.
Dan toch echt de motie op stuk nr. 303.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Als ik de motie op stuk nr. 303 zo mag interpreteren dat met "in lijn
met bestaande afspraken" de bindende afspraken bedoeld worden waar ook
dit kabinet zich in het coalitieakkoord aan gecommitteerd heeft, dan
geef ik 'm oordeel Kamer.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Ik heb hier toch wat moeite mee. De minister geeft nu een motie oordeel
Kamer waarin staat dat zij de Nota Ruimte juridisch houdbaar moet maken,
terwijl we eerder hebben besproken dat het in die zin geen juridische
status heeft. Ik heb er dus moeite mee dat deze motie oordeel Kamer
krijgt, terwijl zojuist een motie waarin wordt gevraagd om de Nota
Ruimte in overeenstemming te brengen met de Natuurherstelverordening,
waarvan we op dit moment nog niet weten wat de impact is, en een motie
over een bouwblok, waar ook wettelijke eisen voor gelden, niet
overgenomen konden worden. Sorry, maar ik heb hier wel grote moeite mee.
Weet de minister wat ze hiermee overneemt?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De kwalificatie of ik weet wat ik overneem, laat ik aan de spreker. Ik
hoor mevrouw Wiersma zeggen dat het geen kwalificatie, maar een vraag
was. Dan is het antwoord: ja.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 303 krijgt oordeel Kamer.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. …
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Sorry, maar dit gaat heel snel. De vraag is namelijk wel terecht. Om een
voorbeeld te noemen: bij stikstof, natuurherstel et cetera is in het
coalitieakkoord een bepaalde keuze gemaakt, die niet op voorhand
compatibel is met de uitspraak van de rechter in de Greenpeacezaak. Dat
is een politieke keuze, maar daarmee is het wel een risico, want zal die
in de toekomst inderdaad juridisch houdbaar blijken te zijn? Als dit nu
coûte que coûte tot uitgangspunt wordt gemaakt, stelt de minister het
eigen coalitieakkoord, waar zij ook voor getekend heeft, potentieel in
de waagschaal. Ik weet dus niet of de keuze om hier "oordeel Kamer" aan
te geven, iets te snel is gemaakt, ook al is het op het gehoor af
logisch. Ja, het moet juridisch houdbaar zijn, maar in de praktijk heeft
het wel consequenties.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De duiding gaat over de koppeling met het coalitieakkoord.
De voorzitter:
Tot slot de heer Flach.
De heer Flach (SGP):
Ik zou toch willen vragen of we bij de motie op stuk nr. 303 een iets
meer onderbouwde schriftelijke appreciatie kunnen krijgen. Er wordt
geconstateerd dat de milieueffectrapportage stelt dat bepaalde afspraken
niet worden gehaald. Nu wordt er eigenlijk in één zin gezegd: haal die
afspraken wel en doe dat via de Nota Ruimte. Daarmee kan in potentie een
groot deel van die nota op de schop gaan. Dan hebben wij hier voor een
deel echt voor niks zitten discussiëren. Het is eigenlijk te ingrijpend
om dit met een appreciatie van drie zinnen af te doen. Ik zou de
minister willen vragen om even de tijd te nemen, hier goed naar te
kijken en ons een schriftelijke appreciatie te doen toekomen over deze
motie.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, dat is prima. Ik zal hier schriftelijk op reageren.
De voorzitter:
Wanneer komt die schriftelijke reactie?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Uiterlijk eind deze week, voorzitter.
De voorzitter:
Eind deze week. Wilt u hierover nog een vraag stellen, meneer
Nobel?
De heer Nobel (VVD):
Nee, ik wilde dit net zelf voorstellen. De indieners van de motie zijn
er niet, dus ze kunnen hun motie ook niet verduidelijken. Een
schriftelijke appreciatie zou dus fijn zijn.
De voorzitter:
Overigens staat het een Kamerlid altijd vrij, ook als de appreciatie
"oordeel Kamer" is, om gewoon tegen te stemmen, maar dat is een side
note.
We gaan naar de motie op stuk nr. 304.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 304: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 305: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 306: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 307: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 308 … O, ga ik te snel?
De voorzitter:
In het setje zit de motie op stuk nr. 308 achteraan. Het zit een beetje
door elkaar. Ik weet niet of dat bij iedereen zo is, maar we zijn bij de
motie op stuk nr. 308.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 308: ontraden. De visie in de Nota Ruimte is een
langetermijnvisie. Wat mij betreft is dit niet de plek om dit te
regelen. Daarom ontraad ik deze motie.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dan is dit toch juist de plek om dit te regelen? Dit gaat erover dat we
nu zien dat er voor de mensen met lage inkomens en middeninkomens die
graag naar een camping gaan, steeds minder plek is. Deze nota gaat over
de manier waarop we de ruimte verdelen. Waarom zou die dan niet ook gaan
over wie waar op welke manier kan recreëren?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Dit heeft alles te maken met het al dan niet bestaan van een
bestemmingsplan. Dat heeft verder geen plek in deze Nota Ruimte.
Mevrouw Beckerman (SP):
We kunnen altijd kijken naar een aanpassing, maar erkent de minister op
z'n minst dat recreatie … We hebben net allerlei onderwerpen gehad die
een plek krijgen in de Nota Ruimte. Of het nou gaat over sport, erfgoed
of wandelen: die dingen krijgen er allemaal een plek in. Hoort recreatie
daar voor de minister niet ook gewoon bij? We zien namelijk dat er
steeds minder plek over is voor de wat traditionelere campings.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik ben het met u eens dat recreëren en ruimte voor recreëren ook een
plek in de Nota Ruimte moeten hebben. Ik kan die zaken die plek geven,
maar de motie is omvangrijker dan alleen dat.
De voorzitter:
Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 308 de appreciatie ontraden. Dan
gaan we door naar de motie op stuk nr. 309.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 309 is overbodig. In het omgevingsplan kunnen
bijvoorbeeld regels worden opgenomen om te bepalen hoe, waar en hoe
groot de bebouwing op een camping is en welke kampeermiddelen er
aanwezig mogen zijn. Daarbij kunnen ook het behoud van groen, de
aanwezigheid van natuur en het karakter van de omgeving een rol spelen.
Het is belangrijk dat gemeenten een bewuste keuze maken en zelf goed
regelen wat voor soort camping op een bepaalde locatie in ruimtelijke
zin mogelijk is. In beginsel kunnen gemeenten en provincies in het
omgevingsplan en bij de verlening van vergunningen de afweging zelf
maken.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman is het er niet mee eens.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is omdat gemeenten dit zelf vragen. Het is natuurlijk heel vaak zo
dat de minister verwijst naar gemeenten en gemeenten weer verwijzen naar
Den Haag, maar een groep gemeenten op de Veluwe heeft heel recent gezegd
zo'n trend te zien en te zien dat heel veel parken worden omgezet naar
luxere huisjesparken. Die trend wordt nog versterkt door plannen om het
mogelijk te maken om daar te gaan wonen. Die gemeenten zeggen graag meer
laagdrempelige recreatie zoals die kampeerplekken te willen kunnen
behouden, maar zeggen alleen niet te weten hoe. Daarom vragen zij Den
Haag om hulp en Den Haag zegt weer dat gemeenten zelf aan de slag
kunnen. Waarom zou de minister dit niet juist mogelijk willen maken,
zodat het voor gemeenten duidelijker is?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ik kan met de bewuste gemeentes in gesprek gaan om te horen wat hun
probleem is. Het is namelijk natuurlijk niet goed als een gemeente naar
Den Haag wijst en Den Haag weer terugwijst naar de gemeente. Ik hoor
graag van hen, dus als u mij laat weten welke gemeentes dat zijn, ga ik
daarmee in gesprek.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 309 is ontraden. Dan gaan we door naar de motie op
stuk nr. 310.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 310 is ontraden. Dit onderwerp regelen we niet in
de Nota Ruimte. Wel is er recent een brief verzonden waarin staat hoe we
wooncoöperaties kunnen bevorderen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga nog even terug naar de motie op stuk nr. 308, omdat ik toch
probeer te onderhandelen over een oordeel Kamer, als dat mag. Dan zal ik
niks zeggen over die laatste motie. Als ik het tweede verzoek eruit
haal, zou de motie dan een oordeel Kamer kunnen krijgen? Dan staat
alleen "verzoekt de regering een divers aanbod aan recreatie expliciet
in de uitwerking van de Nota Ruimte op te nemen" er nog. Daarvan zei de
minister net dat ze het ermee eens was dat ruimte voor recreëren een
plek krijgt in de nota. Als ik het ene verzoek aan het kabinet er dus in
laat en het andere, het tweede en langere verzoek, eruit laat, komen we
dan in aanmerking voor oordeel Kamer?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, als er alleen staat "verzoekt de regering om aandacht voor recreatie
expliciet in de uitwerking van de Nota Ruimte op te nemen" krijgt de
motie oordeel Kamer.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik blijf wel bij dat "divers aanbod", omdat dat nou juist op heel veel
kampeerplekken de crux is.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Nee, voor mij is nodig dat dat "aandacht voor" blijft.
De voorzitter:
Ik ga het afronden. Daarmee blijft de motie op stuk nr. 308 ontraden. Ik
geef het woord aan mevrouw Steen.
Mevrouw Steen (CDA):
Als de motie ontraden blijft, trek ik mijn interruptie in.
De voorzitter:
Heel fijn. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 311.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 311 krijgt oordeel Kamer als ik de motie als volgt
mag lezen: het is een langetermijnvisie, geen omgevingsplan voor
Nederland, en het stuk geeft richting op hoofdlijnen, biedt kaders,
maakt structurerende keuzes en laat ruimte voor bijsturing. Het is
onmogelijk om een overzicht te geven van alle ruimteclaims tot en met
2050 en inzichtelijk te maken hoeveel ruimte daarvoor nodig is. Dat
suggereert ten onrechte een hoge mate van precisie en zekerheid. Ik kan
dus niet een precies overzicht geven van ruimteclaims en benodigde
ruimte. Als ik de motie echter mag lezen als "beter inzicht geven in de
ruimtelijke consequenties van de gecombineerde opgaven uit de Nota
Ruimte en hoe de keuzes en richtingen bijdragen", kan ik oordeel Kamer
geven.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
De minister wordt op haar wenken bediend, want zo is het dictum
inmiddels geformuleerd. In een eerder conceptdictum stond het woord
"cijfermatig", maar dat heb ik geschrapt, al is dat totaal tegen mijn
natuur.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 311 krijgt daarmee oordeel Kamer. Dat is in
aangepaste vorm. O nee, de motie was al aangepast, zegt de heer Grinwis.
Dan de motie op stuk nr. 312.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De motie op stuk nr. 312: oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 313: ontraden. De regels in het Besluit kwaliteit
leefomgeving geven kaders aan gemeenten voor ruimtelijke ontwikkeling in
het IJsselmeer en Markermeer. Deze ontwikkelruimte bedraagt opgeteld
ongeveer 1% à 2% van het oppervlak van het Markermeer. Voor dit deel
vind ik de motie dan ook overbodig. Maar IJstad valt hier wat ons
betreft niet onder. Het IJsselmeer en Markermeer zijn onze belangrijkste
nationale zoetwaterbuffers. Bouwen in deze meren is ook met het oog op
wateroverlast heel ingewikkeld. De voorgestelde verruiming voor IJstad
is een stapeling op ruimte die er al is. Daarom ontraad ik deze
motie.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben bang dat de minister reageert op een oude tekst, die in concept
bij het ministerie is neergelegd maar die niet is ingediend. In vervolg
daarop heb ik een goed overleg gehad over dit onderwerp. Daar is een
nieuwe motietekst uit voortgevloeid; ik kan me bijna niet voorstellen
dat die ook wordt ontraden.
De voorzitter:
Zo! Dus er is in de achterkamertjes al een andere tekst
aangeleverd.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Zo gaat dat, voorzitter. Je zet hoog in en je eindigt op een gegeven
moment op iets wat van twee kanten haalbaar is.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Voorzitter. Vindt u het goed dat ik even met de motie op stuk 314
doorga? Dan zoek ik ondertussen de motie op stuk 313. Wat zegt u, meneer
Grinwis?
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Bij de motie op stuk 314 is exact hetzelfde aan de hand. Over beide
moties heeft overleg plaatsgevonden, en er is een andere versie van
ingediend dan bij het ministerie bekend was.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we de moties op de stukken nrs. 313 en 314 overslaan en
een kort moment schorsen om hier helderheid over te krijgen.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja, graag.
De voorzitter:
Ik ga in de tussentijd wel vast de toezeggingen oplezen.
De minister gaat met het PBL in gesprek over de integrale borging van de milieukwaliteit zoals besproken in de reflectie op de Ontwerp-Nota Ruimte, en over de vraag of de minister en het PBL hetzelfde bedoelen. Voor de zomer volgt een brief. Dit is een toezegging aan het lid Kostić.
Er zijn ook toezeggingen van de vorige keer, zeg ik er even bij.
De minister gaat op werkbezoek naar de regio Emmen in het kader van de VISTA-classificatie en doet binnen enkele weken verslag aan de Kamer. Dit is een toezegging aan de heer De Groot.
De minister inventariseert of er meerdere gemeenten zijn die worstelen met vragen over de overname van campings door buitenlandse ketens. Daarnaast haalt de minister bij het ministerie van EZK op hoever het is met de uitvoering van de motie-Van Nispen over de nieuwe kampeerwet. In juli komt de minister hier in een verzamelbrief op terug. Dit is een toezegging aan mevrouw Beckerman.
De minister gaat samen met de minister van KGG onderzoeken wat de juridische uitvoerbaarheid en meerwaarde is van een energietoets. Voor de zomer stuurt de minister van KGG hierover een brief aan de Kamer.
De minister komt na de zomer in de herijking van de Nota Ruimte terug op welke keuze er gemaakt moet worden op het gebied van industrie en de verdeling van de ruimte.
De minister treedt in overleg over de impact van de keuze om een dorp of dorpskern op te heffen en komt hier in juni op terug in een brief.
De minister laat juridisch toetsen of de formulering van waterpeilen in veenweidegebieden in de Ontwerp-Nota Ruimte leidt tot voorzienbaarheid en mensen in de problemen brengt. Dit komt na de zomer terug in de definitieve Nota Ruimte. Dit is een toezegging aan mevrouw Wiersma.
De minister gaat in gesprek met de deltacommissaris om zich te laten bijpraten over woningbouw op locaties die kwetsbaar zijn voor klimaatrisico's, en komt hier na de zomer in de definitieve Nota Ruimte op terug.
De minister bespreekt het onderzoek naar de eventuele toegevoegde waarde van een landelijke integrale grondbank met collega-ministers en stuurt voor de zomer een brief aan de Kamer.
De minister zegt toe na de zomer in de definitieve Nota Ruimte meer aandacht te geven aan grondstofwinning en de bijbehorende ruimtevraag. Dat was een toezegging aan de heer Van Asten.
De minister zegt toe na de zomer in de definitieve Nota Ruimte meer aandacht te besteden aan de ruimte voor het mkb.
De minister gaat met de minister van IenW spreken over de bijdrage van wandelen in de uitvoeringsagenda en komt hier in de uitvoeringsagenda op terug.
De minister zegt toe in de uitvoeringsagenda inzichtelijk te maken welke financiële middelen er beschikbaar zijn voor de fysieke leefomgeving.
De minister komt eind deze week met een schriftelijke appreciatie van de motie op stuk nr. 303.
Als dat allemaal in orde is, gaan we weer terug naar de twee moties
waar net een beetje verwarring over was. Dat waren de moties op de
stukken nrs. 313 en 314.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Inderdaad, meneer Grinwis had mij van mijn à propos gebracht, maar de
motie blijft ontraden. Wel kan ik overleg voeren met de minister van
IenW.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 313: ontraden.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Ja. De motie op stuk nr. 314 is ontijdig. In de Ontwerp-Nota Ruimte
hebben we de keuze gemaakt om vooralsnog geen kustuitbreiding toe te
staan, zolang we nog onvoldoende zicht hebben op de zandvoorraad. We
brengen in het kader van het Nationaal Water Programma de vraag naar en
de beschikbaarheid van de winbare voorraden zand in kaart. Waar het zand
gewonnen kan worden, heeft gevolgen voor de kosten. We proberen dit nog
in de definitieve Nota Ruimte mee te nemen. Wel is er een verkenning
gestart naar de oplossingsrichtingen voor ruimtegebrek in de Rotterdamse
haven en de impuls voor de leefomgeving, waarin zeewaartse uitbreiding
van de Maasvlakte een van de te verkennen oplossingen is voor het geval
er onvoldoende ruimte is.
De heer Nobel (VVD):
Omdat in de motie op stuk nr. 313 expliciet wordt verwezen naar de
mogelijke komst van IJstad, hoop ik dat de minister iets meer duiding
kan geven. Het zou toch doodzonde zijn als IJstad er uiteindelijk niet
kan komen. Daar ben ik dus benieuwd naar.
Minister Boekholt-O'Sullivan:
Zoals ik zei, zal ik met de minister van IenW in gesprek gaan om te
kijken wat hierin nog mogelijk is aan verder onderzoek. Op dit moment
houden we de motie op ontraden, gezien de lijnen die we in de Nota
Ruimte hebben opgenomen.
De voorzitter:
Wilt u hier nog iets aan toevoegen, meneer Nobel?
De heer Nobel (VVD):
Ik vraag me het volgende af. Ik begrijp goed dat de minister van IenW
nodig is om ervoor te zorgen dat IJstad uiteindelijk ontwikkeld kan
worden. Hier zit echter niet alleen de minister van Ruimte, maar
natuurlijk ook die van Woningbouw. In hoeverre blijven de
woningbouwambities nog overeind als dit mogelijk niet doorgaat?
Minister Boekholt-O'Sullivan:
De woningambities blijven volgens mij voor ons allemaal met hoofdletters
aanwezig. Het gaat erom dat er 100.000 woningen in Nederland bij moeten.
We kijken naar alle mogelijkheden waar het kan op basis van de
uitgangspunten die we in de Nota Ruimte hebben opgenomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Wij gaan volgende week dinsdag, 7 april, stemmen over de
moties. Ik wil de Kamerleden van harte bedanken voor hun inbreng en het
indienen van de moties. Ik wil de minister en haar ondersteuning
bedanken, alsook de bodes, het publiek en de griffie. Wordt
vervolgd.
Sluiting 15.43 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|