[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Antwoord op vragen van het lid Ellian over een grote crimineel (Lysander de R.) die naar een regulier detentieregime is afgeschaald

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D15071, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-02 10:20, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z03642:

Preview document (šŸ”— origineel)


AH 1491

2026Z03642

Antwoord van staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 31 maart 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1362

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht ā€˜Onrust in gevangenis Heerhugowaard: motorbende-leider wil wraak’? 1)

Antwoord op vraag 1

Ja, ik ben bekend met de berichtgeving.

Vraag 2

Klopt het dat Lysander de R. recent in een regulier regime is geplaatst?

Antwoord op vraag 2

Ik ga niet in op individuele casussen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 15.

Vraag 3

Hoe kan het dat een gedetineerde die bekend staat als het ā€˜bajesbeest’ en de ā€˜schrik van Zaanstad’ en in meerdere Penitentiaire Inrichtingen een schrikbewind voerde, al enige tijd op een reguliere afdeling is geplaatst?

Antwoord op vraag 3

Ik ga niet in op de situatie rondom individuele gedetineerden. Ik beantwoord de vragen daarom in algemene zin.

In het algemeen geldt dat de selectiefunctionarissen van de Dienst JustitiĆ«le Inrichtingen (DJI) namens mij beslissen waar en in welk regime een gedetineerde wordt geplaatst. Gedetineerden worden geplaatst op een regime dat passend is bij de veiligheidsrisico’s. Bij de eerste plaatsing van een gedetineerde wordt een risicoprofiel vastgesteld waarbij naar meerdere aspecten wordt gekeken, zoals de kenmerken en achtergronden van het delict en overige beschikbare informatie van het Openbaar Ministerie en de politie. Het uitgangspunt is dat een gedetineerde wordt geplaatst in een normaal beveiligde inrichting of afdeling en dat gedetineerden enkel aan beperkingen mogen worden onderworpen indien dit voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk is. Wanneer individuele veiligheidsmaatregelen niet afdoende zijn om gestelde risico’s te beperken, kan plaatsing in de Afdeling Intensief Toezicht (AIT) of de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) aan de orde zijn.

Plaatsing op een AIT of in een EBI wordt zorgvuldig gewogen conform de procedure uit artikel 26 Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (Rspog). Elke twaalf maanden wordt getoetst of nog steeds wordt voldaan aan de plaatsingscriteria en wordt beoordeeld of het verblijf van een gedetineerde in AIT of EBI wordt verlengd voor wederom een jaar. DJI beoordeelt dat op basis van concrete, betrouwbare en actuele informatie van de organisatie zelf en/of het Bureau Inlichtingen en Veiligheid (BIV), het Landelijk Bureau Inlichtingen en veiligheid (LBIV) en de Detentie Intelligence Unit (DIU) bestaande uit politie, OM en DJI. Deze informatieproducten dragen bij aan plaatsingsbeslissingen en het treffen van aanvullende veiligheidsmaatregelen waar nodig.

Vraag 4

Waarom is deze gedetineerde al langer dan een jaar uit de Afdeling Intensief Toezicht geplaatst?

Antwoord op vraag 4

Zoals ik eerder aangaf ga ik niet in op de situatie rondom individuele gedetineerden. Wanneer een gedetineerde in de AIT verblijft, wordt elke twaalf maanden beoordeeld of dit verblijf wordt verlengd met wederom twaalf maanden. DJI beoordeelt dat op basis van concrete, betrouwbare en actuele informatie.

Wanneer niet wordt voldaan aan de plaatsingscriteria van de AIT zal het verblijf daar niet worden verlengd en vindt afschaling naar een lager beveiligingsniveau plaats, al dan niet met individuele maatregelen. 2)

Vraag 5

Waarom wordt een gedetineerde, die evident en aantoonbaar betrokken is bij voortgezet crimineel handelen uit detentie, in een Penitentiaire Inrichting (Zuyderbosch) geplaatst waar in 2025 maar liefst 31 keer communicatiemiddelen zijn aangetroffen bij gedetineerden?

Antwoord op vraag 5

In algemene zin wordt door de Selectiefunctionaris, volgens het proces zoals beschreven in antwoord 3, een keuze gemaakt voor een passende plaatsing van een gedetineerde. In die afweging wordt ook meegenomen welke PI geschikt is voor het huisvesten van de gedetineerde. De Selectiefunctionaris kijkt in eerste instantie naar de woonplaats van de gedetineerde voorafgaand aan detentie in verband met bezoek en naar eventuele contra-indicaties voor plaatsing in een bepaalde PI (zoals bij welke andere gedetineerden de gedetineerde niet kan worden geplaatst). Daarnaast is het relevant in welk arrondissement de strafvervolging plaatsvindt. 3) Het plaatsen van een gedetineerde is het resultaat van een zorgvuldig en weloverwogen proces.

Vraag 6

Op welke wijze worden bij het afbouwen van toezichtsmaatregelen op basis van de lijst gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico, feiten betrokken zoals het leiding geven vanuit detentie aan een motorclub zoals MC Hardliners, het oprichten daarvan en leider zijn van een dergelijke criminele organisatie?

Antwoord op vraag 6

Bij de afweging om toezichtsmaatregelen al dan niet af te bouwen wordt alle relevante informatie betrokken. Als bij deze afweging blijkt dat er mogelijke risico’s voor de orde en veiligheid van de inrichting of de samenleving zijn, heeft de vestigingsdirecteur de mogelijkheid om individuele (toezicht)maatregelen op te leggen en toezichtsmaatregelen juist niet af te bouwen. Ook in deze afweging maakt DJI gebruik van actuele, betrouwbare en concrete informatie.

Vraag 7

Op welke wijze worden de B- en C-grond uit artikel 13 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden gewogen indien sprake is van een gedetineerde die aantoonbaar vanuit detentie crimineel handelen heeft voortgezet en een leidende rol heeft bij een criminele organisatie zoals een motorclub?

Antwoord op vraag 7

Lidmaatschap van een criminele organisatie leidt niet automatisch tot plaatsing in een AIT. De wijze waarop de B- en C-grond uit artikel 13 Rspog (plaatsing in de AIT) worden gewogen is een zorgvuldig proces dat wordt uitgevoerd door de selectiefunctionaris van DJI waarbij informatie wordt meegenomen van de organisatie zelf en/of de Detentie Intelligence Unit (DIU) bestaande uit politie, OM en DJI. Dit wordt elke twaalf maanden getoetst indien een gedetineerde geplaatst is in een AIT. 4)

Vraag 8

Hoe kan er geen sprake zijn van een hoog risico op aanhoudende ongeoorloofde contacten met de buitenwereld met een maatschappelijk ontwrichtend karakter indien een gedetineerde hoogstwaarschijnlijk betrokken is bij ernstige bedreigingen jegens een burgemeester?

Antwoord op vraag 8

Zoals eerder aangegeven ga ik niet in op individuele casussen, daarmee ook niet op een individuele toetsing.

Vraag 9

Indien de feiten als genoemd in vragen 4, 5 en 6 zich zouden voordoen: waarom zit zo een gedetineerde dan niet in de Extra Beveiligde Inrichting?

Antwoord op vraag 9

In algemene zin geldt dat plaatsing op een strenger regime plaatsvindt, zoals de AIT of de EBI, indien wordt voldaan aan de geldende plaatsing criteria.

Dit wordt per individuele gedetineerde bepaald op basis van actuele informatie zoals bij de antwoord 3 uiteen is gezet.

Vraag 10

Waarom kan een gedetineerde in aanmerking komen voor fasering als de voorwaardelijke invrijheidsstelling door de rechter is ingetrokken?

Antwoord op vraag 10

Wanneer de voorwaarden van een voorwaardelijke invrijheidsstelling (v.i.) worden geschonden, kan het OM besluiten de v.i. te herroepen. In dat geval wordt de gedetineerde opnieuw in een penitentiaire inrichting geplaatst om het resterende deel van de opgelegde vrijheidsstraf alsnog uit te zitten.

Na deze terugplaatsing kan een gedetineerde onder omstandigheden afhankelijk van de duur van het strafrestant alsnog in aanmerking komen voor fasering binnen het detentiestelsel. Fasering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de inrichting en op basis van een besluit van DJI. Het maakt onderdeel uit van het detentie- en re-integratiebeleid en is gericht op een gecontroleerde en verantwoorde terugkeer in de samenleving, met als doel het verminderen van recidive.

De mogelijkheid tot fasering betekent echter niet dat de eerdere schending van de

v.i. zonder gevolgen blijft. De gedetineerde verblijft eerst opnieuw in een penitentiaire inrichting en moet laten zien dat hij of zij zich houdt aan de geldende regels en voorwaarden. De inrichting (DJI) bepaalt, op basis van het detentie- en re-integratieplan (D&R-plan) en het gedrag tijdens detentie, of en wanneer re-integratiestappen zoals fasering passend zijn. Pas wanneer uit gedrag, risicobeoordelingen en het detentieverloop blijkt dat een volgende stap verantwoord is, kan fasering worden overwogen.

Vraag 11

Waarom kan een gedetineerde in aanmerking komen voor meer vrijheden indien hij betrokken is bij feiten zoals genoemd in de vragen 4, 5 en 6?

Antwoord op vraag 11

Herroeping van een v.i. betekent niet automatisch dat detentiefasering en resocialisatie ter voorbereiding op een goede terugkeer is uitgesloten.

Detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling zijn twee verschillende dingen. Detentiefasering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de PI en op basis van een besluit van DJI. Het OM beslist over het verlenen en herroepen van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Het in aanmerking komen van meer vrijheden tijdens de detentie past binnen een traject van detentiefasering en resocialisatie.

Vraag 12

Wanneer gaat u inzien dat criminele kopstukken er alles aan zullen doen om in lagere detentieregimes terecht te komen?

Antwoord op vraag 12

DJI is zich zeer bewust dat gedetineerden bij voorkeur geplaatst worden in lagere beveiligde regimes en beslist zeer zorgvuldig, samen met betrokken partijen, of plaatsing in een lager regime verantwoord is. Een goede informatie-uitwisseling Ʃn analyse ten aanzien van gedetineerden zijn daarbij cruciaal. Zoals in het antwoord bij vraag 3 aangegeven beschikt elke PI over een BIV en is er landelijk LBIV. Samen met de DIU zorgen zij voor gezamenlijke analyse van relevante data van het OM, de politie en DJI. Deze informatieproducten dragen bij aan plaatsingsbeslissingen en het treffen van aanvullende veiligheidsmaatregelen waar nodig.

Vraag 13

Wat gaat u de samenleving precies uitleggen indien een gedetineerde zoals Lysander de R. vanuit detentie wederom de samenleving vrees zal aanjagen en mogelijk ernstige strafbare feiten zal laten plegen?

Antwoord op vraag 13

Wanneer er een risico is op voortgezet crimineel handelen vanuit detentie zullen passende maatregelen genomen worden. Per situatie wordt gekeken wat de meest geschikte maatregelen zijn, dat kan variƫren van toezichtsmaatregelen op de contacten met buiten tot overplaatsing naar een zwaarder detentieregime, zoals de EBI of de AIT. Alle inzet is erop gericht om ook tijdens de detentie de samenleving te beschermen tegen (hoog)risicogedetineerden.

Vraag 14

Kunt u deze vragen afzonderlijk en uiterlijk 1 maart 2026 beantwoorden?

Antwoord op vraag 14

Deze Kamervragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.

Vraag 15

Indien u bij beantwoording op sommige vragen zult antwoorden dat u ā€œniet ingaat op individuele gevallenā€, kunt u daarbij dan uitgebreid motiveren waarom u niet op individuele gevallen kunt ingaan terwijl de uitvoering van strafrechtelijke vonnissen rechtstreeks onder uw verantwoordelijkheid valt?

Antwoord op vraag 15

Als staatssecretaris is het mijn primaire taak om algemeen beleid en wetgeving te vormen en uit te voeren. Het beoordelen van individuele gevallen is voorbehouden aan de daarvoor aangewezen instanties, zoals uitvoeringsorganisaties en het OM.

De Wet justitiƫle en strafvorderlijke gegevens (WJSG) regelt hoe justitie en het OM omgaan met strafrechtelijke gegevens, waaronder tenuitvoerleggingsinformatie. Er zijn specifieke beleidsregels in WJSG voor de verstrekking van deze tenuitvoerleggingsgegevens aan derden. Het delen van deze informatie is gebonden aan wettelijke grondslagen. Daarnaast kan informatie omtrent de plaatsing leiden tot extra druk en bedreiging van de medewerkers van DJI.

Om uw Kamer te voorzien van (voor zover mogelijk) volledige en juiste informatie om haar democratische controletaak uit te voeren heeft mijn ambtsvoorganger daarom het aanbod gedaan van een vertrouwelijke briefing, onder andere over het proces dat wordt doorlopen bij plaatsing van hoogrisicogedetineerden, in de laatste voortgangsbrief over de aanpak georganiseerde criminaliteit tijdens detentie van 23 januari jl. 5) om u hierover nader te laten informeren door DJI.

1) De Telegraaf, 22 februari 2026 (https://www.telegraaf.nl/nieuws/na-sushi-drank-en-bajesfeestjes-nu-grote-angst-dat-motorbende-kopstuk-lysander-de-r.-tijdens-proefverlof-wraak-gaat-nemen-op-vijanden/135338113.html).

2) Zie Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (Rspog).

3) Art. 24 en art. 25 Rspog.

4) Art. 13 Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (RSPOG)

5) Kamerstukken II 2025/26, 29911, nr. 823.