Tweeminutendebat Pensioenonderwerpen (CD 29/01) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D15158, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 09:16, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-31 17:15: Tweeminutendebat Pensioenonderwerpen (CD 29/01) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Pensioenonderwerpen
Voorzitter: Bromet
Pensioenonderwerpen
Aan de orde is het tweeminutendebat Pensioenonderwerpen (CD d.d.
29/01).
De voorzitter:
Dames en heren, we gaan beginnen met het tweeminutendebat
Pensioenonderwerpen. We zijn een uur uitgelopen ten opzichte van het
laatste schema. Als eerste wil ik het woord geven aan de heer Edgar
Mulder van de PVV.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. De PVV wilde dit tweeminutendebat voeren naar aanleiding van
het commissiedebat van eind januari. We wilden dat eigenlijk om twee
moties in te dienen. Eén motie zou gaan over het beperken van de AIO,
want het is gekkenwerk dat iedereen die hier maar binnen komt dobberen,
ook al is iemand hier maar 2 of 3 jaar, hetzelfde krijgt als een
Nederlander die hier 50 jaar is. Ten tweede waren er destijds wat
tekenen dat de AOW-leeftijd zou worden verhoogd. Daar wilden we ook iets
tegen doen. Maar ja, toen kwamen het debat van de regeringsverklaring en
het eindverslag van de informateur. We hebben ook nog een
begrotingsbehandeling gehad. Toen waren die moties dus al twee of drie
keer ingediend. Ik zal medelijden hebben met de Kamer en het niet voor
de zoveelste keer doen.
Voorzitter, ik heb wel een vraag aan de minister, als u mij dat
toestaat. Pensioendeelnemers in Nederland hebben geen vrije keuze. Zoals
iedereen weet, bepaalt waar je werkt namelijk waar je geld wordt belegd.
Daarom moeten pensioenfondsen zich houden aan de prudent-personregel.
Dat betekent geen links geneuzel, maar beleggen in het belang van
deelnemers en pensioengerechtigden. Nu blijkt dat het rendement van de
laatste vijf jaren gemiddeld erg slecht is, afgezet tegen een benchmark
zelfs heel erg slecht. Van de 120 onderzochte pensioenfondsen in
Nederland bleek dat er 30 een negatief beleggingsrendement haalden. 30
van de 120! ABN AMRO Pensioenfonds: negatief. Philips: negatief. ING,
IBM, PMT, de kappers, verloskundigen: al die pensioenfondsen draaien in
de min, en dat met de resultaten die de afgelopen vier jaar op de beurs
zijn geboekt. Het is an sich best knap. Onze vraag is even eenvoudig als
noodzakelijk. De PVV wil van deze minister voor het volgende debat over
pensioenen graag een reactie op de vraag hoe het kan dat Nederlandse
pensioenfondsen zo extreem slecht presteren.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Dijk van de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het inflatiecijfer deze maand 2,7% is en de
verwachting is dat de prijzen nog verder zullen stijgen;
constaterende dat de pensioenen van veel gepensioneerden de afgelopen
jaren achterlopen op de prijzen;
verzoekt de regering pensioenfondsen die nog niet over zijn op het
nieuwe stelsel op te roepen de pensioenen waar mogelijk te
indexeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 697 (32043) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de verhoging van de AOW-leeftijd niet is meegenomen in
de Voorjaarsnota;
constaterende dat dit plan door het kabinet is doorgespeeld naar de SER,
maar de vakbonden hierover nog niet in gesprek willen;
verzoekt de regering de verhoging van de AOW-leeftijd definitief te
schrappen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 698 (32043) (#2).
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Vermeer van de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat werknemers binnen de Wet toekomst pensioenen
belangrijke keuzes moeten maken over hun pensioen;
overwegende dat persoonlijk financieel en pensioenadvies dat door de
werkgever wordt aangeboden momenteel als belast loon wordt aangemerkt en
daarmee ontmoedigend werkt;
verzoekt de regering te bezien hoe financieel advies voor (bijna)
gepensioneerden dat door of via de werkgever wordt verzorgd, kan worden
vrijgesteld van loonbelasting, en de Kamer te informeren over de
mogelijke beleidsopties en de bijbehorende budgettaire
consequenties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 699 (32043) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat met de Wet toekomst pensioenen de financiële risico's
nadrukkelijk bij deelnemers zijn komen te liggen, terwijl de governance
van pensioenfondsen hierop niet fundamenteel is aangepast;
overwegende dat deelnemers verplicht zijn aangesloten, maar nauwelijks
doorslaggevende zeggenschap hebben over besluiten die direct hun
pensioen raken;
verzoekt de regering om met voorstellen te komen voor de inrichting van
de governance van pensioenfondsen onder de Wtp, waaronder meer directe
en structurele zeggenschap van deelnemers en een herijking van de rol
van de sociale partners,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 700 (32043) (#4).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat (gewezen) deelnemers in de solidaire premieregeling
een variabele uitkering krijgen en deze (gewezen) deelnemers daar geen
enkele keuze in hebben;
overwegende dat er in de flexibele premieregeling op
pensioeningangsdatum wel een keuzerecht is voor een variabele uitkering
of een vaste uitkering;
overwegende dat uit diverse onderzoeken naar voren komt dat de
meerderheid van de mensen de voorkeur geeft aan een vaste uitkering,
zelfs als deze lager is;
overwegende dat een vaste uitkering bij pensioenfondsen voorheen de
standaard was, behoudens incidentele kortingen;
overwegende dat het goed is om (gewezen) deelnemers zeggenschap en
keuzes te geven ten aanzien van hun eigen pensioenvoorziening, hetgeen
zal bijdragen aan het vertrouwen;
verzoekt de minister te onderzoeken hoe er alsnog een keuzerecht kan
worden geïntroduceerd in de solidaire premieregeling, waarbij de
(gewezen) deelnemer op pensioeningangsdatum een keuze kan maken tussen
een vaste of een variabele uitkering;
verzoekt de minister daarbij bijzondere aandacht te geven aan het
toekennen en meegeven van een deel van de solidariteitsreserve aan de
(gewezen) deelnemer als hij de keuze maakt voor een vaste uitkering, en
uiterlijk voor het einde van het jaar een reactie naar de Kamer te
zenden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 701 (32043) (#5).
Dank u wel.
De heer Vermeer (BBB):
We gaan zo overhoren of de minister dat allemaal gehoord heeft.
De voorzitter:
Dan is nu het woord aan mevrouw Van Ark van het CDA.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. In de pensioentransitie gaat er veel aandacht uit naar de
regels, de procedures en de complexe systematiek, maar voor veel mensen
is het vooral belangrijk om te begrijpen waar ze aan toe zijn en dat ze
erop kunnen vertrouwen dat de transitie goed verloopt. De minister heeft
toegezegd in het voorjaar een brief te sturen over de knelpunten en
verschillende situaties rond de compensatieregeling, en dat mantelzorg
en ouderschapsverlof daarin worden meegenomen. Dat is nodig, want het is
belangrijk om nu het nog kan te kijken naar of en hoe dit op te lossen
is. In sommige gevallen biedt het pensioenfonds zelf een mogelijkheid om
vrijwillig de regeling voort te zetten, maar helaas bieden niet alle
fondsen die mogelijkheid. Bovendien zijn heel veel mensen zich er
helemaal niet van bewust dat ze mogelijk actie moeten ondernemen als ze
in deze periode van baan wisselen of verlof opnemen. Het is voor het CDA
belangrijk dat mensen niet tussen wal en schip vallen door onbedoelde
nadelen in de compensatieregelingen en dat we regelingen maken die
uitlegbaar en logisch zijn. Juist daar laten we het nu liggen, terwijl
dit te voorzien was.
Voorzitter. Wij wachten de brief af en komen daar graag op terug. In dat
kader steunen we de ook de motie-Patijn hierover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat is een mooi bruggetje naar de volgende spreker, mevrouw
Patijn van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Wij maken ons grote zorgen over het compensatiegat dat
ontstaat als je van baan wisselt, mantelzorgverlof opneemt of werkloos
wordt. Dat is waarom we deze motie indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Wet toekomst pensioenen mogelijkheden zijn
opgenomen om specifieke groepen te compenseren voor het pensioengat dat
ontstaat als gevolg van het afschaffen van de doorsneepremie;
constaterende dat verschillende pensioenfondsen blijken te kiezen voor
compensatie ineens bij het invaren, in plaats van verspreid over de
tijd;
overwegende dat het gevolg hiervan is dat sommige deelnemers compensatie
mislopen om uiteenlopende redenen, zoals overstap van een fonds dat nog
niet ingevaren is naar een fonds dat al wel ingevaren is, of tijdelijke
werkloosheid in de periode dat ingevaren wordt;
overwegende dat de Wet toekomst pensioenen spreekt van "adequate"
compensatie, en dat dubbele compensatie voor sommigen en helemaal geen
compensatie voor anderen moeilijk "adequaat" genoemd kan worden;
verzoekt de regering voor het meireces in kaart te brengen welke groepen
compensatie mislopen, in kaart te brengen hoe groot die groepen zijn, in
gesprek te gaan met de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid
over adequate compensatie voor deze groep en in kaart te brengen hoe
mensen beter geïnformeerd kunnen worden over de gevolgen van een
verandering in hun werksituatie tijdens de pensioentransitie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Patijn, Van Brenk, Van Ark en
Neijenhuis.
Zij krijgt nr. 702 (32043) (#6).
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Wij maken ons echt heel veel zorgen. We zien namelijk dat
mensen die compensatie missen en dat gaat soms over honderden euro's aan
pensioenrechten. Dit is nooit voorzien en nooit de bedoeling geweest
toen het pensioenakkoord gesloten werd. Ik hoop dat er een goede
oplossing komt. Ik ga ervan uit dat de minister de druk op de
uitvoerders en de sociale partners flink op zal voeren om een oplossing
te vinden.
Hartelijk dank.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Brenk van 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Bij het begrotingsdebat heb ik het uitgebreid over
pensioenen gehad en heb ik een toezegging gekregen dat er een grondige
analyse komt van de minister over de rampzalige rendementen van de
pensioenfondsen en dat hij ervoor zorgt dat er een benchmark komt om de
pensioenkosten, die de pan uitrijzen bij de pensioenfondsen, onderling
te vergelijken. Tijdens dit debat, over pensioenonderwerpen, heb ik een
probleem gevonden: de Amerikaanse bedrijven die de Belgiëroute hebben
genomen. Heel specifiek ging dit over Johnson & Johnson. Daarom heb
ik een motie gemaakt die daarop van toepassing is, maar eigenlijk gaat
over al die Amerikaanse bedrijven die naar België zijn gevlucht.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat pensioenfonds Johnson & Johnson ondanks de hoge
dekkingsgraad van 173% niet indexeert;
constaterende dat Nederlandse werknemers en gepensioneerden die een
werkgever hebben met een pensioenfonds gestationeerd in België er niet
van op aan kunnen dat er streng toezicht is;
overwegende dat er door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel met
deze werkgevers nieuwe afspraken gemaakt moeten worden opdat de
Nederlandse indexeringsafspraken, door de stationering van het
pensioenfonds in België, niet opnieuw ontweken kunnen worden;
verzoekt de regering om het overgangsmomentum aan te grijpen om in nauw
overleg met De Nederlandsche Bank er zorg voor te dragen dat in de
transitieplannen ook voor pensioendeelnemers met werkgevers die hun
pensioen in België hebben gestationeerd correcte afspraken gemaakt
worden, zodat ook zij daadwerkelijk indexatie kunnen krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 703 (32043) (#7).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Ceulemans van JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Voorzitter, dank. Een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat pensioenfondsen het vermogen van deelnemers beheren
met als doel het realiseren van een koopkrachtig en stabiel pensioen, en
dat beleggingskeuzes daaraan primair moeten bijdragen;
overwegende dat er zorgen bestaan over de mate waarin maatschappelijke
en activistische doelstellingen een rol spelen in het beleggingsbeleid
van pensioenfondsen;
verzoekt de regering om in kaart te brengen in hoeverre niet-financiële
doelstellingen een rol spelen in het beleggingsbeleid van
pensioenfondsen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. 704 (32043) (#8).
De heer Ceulemans (JA21):
De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de invoering van de mogelijkheid om bij pensionering
een deel van het pensioen in één keer op te nemen (bedrag ineens)
herhaaldelijk is uitgesteld en momenteel pas in 2029 wordt
voorzien;
overwegende dat verdere vertraging het vertrouwen in de uitvoering
ondermijnt;
verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk met pensioenuitvoerders in
overleg te treden over de mogelijkheden om de invoering van het bedrag
ineens alsnog te vervroegen, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. 705 (32043) (#9).
Dank u wel. Als laatste spreker mevrouw Michon-Derkzen van de VVD.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Ook ik had de minister in dit tweeminutendebat
willen bevragen over het nieuws rondom het bedrag ineens. Ik had hem
willen vragen om daar een brief over te sturen. De ene keer lezen we dat
we het niet doen omdat de Eerste Kamer dat heeft besloten; dan lezen we
weer dat we het niet doen omdat het Nibud het geen goed idee vindt. Mijn
fractie vindt het juist een heel goed idee dat mensen zelf kunnen kiezen
hoe ze met hun pensioen omgaan. Ik vind de motie van de heer Ceulemans
dan ook heel redelijk. Ik zou de minister willen vragen om een brief te
sturen over wat hier nou achter zit en waarom die vertraging nodig is,
want ik ben het daar op voorhand niet mee eens.
Voorzitter. Ik heb ook één motie en die ziet op een openstaand punt in
wetgeving. We hebben natuurlijk lang met elkaar over de Wet toekomst
pensioenen gesproken. Er komt nog een wet aan over de toezeggingen die
uit deze wet voortkomen. Maar we hebben hier ook nog een andere wet met
elkaar te bespreken, en dat is de Wet pensioenverdeling bij scheiding.
Die ligt al een tijd op de plank. Vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Wet toekomst pensioenen (Wtp) per 1 juli 2023
kracht van wet heeft;
constaterende dat het kabinet in 2019 de Wet pensioenverdeling bij
scheiding (Wps) bij de Kamer heeft ingediend als opvolger van de Wet
verevening pensioenrechten bij scheiding om de wetgeving beter aan te
laten sluiten bij de actuele maatschappelijke situaties;
constaterende dat de Wps niet is behandeld in de Kamer en moet worden
aangepast aan de Wtp;
overwegende dat hierdoor de regeling inzake het bijzonder
partnerpensioen knelt met de huidige wetgeving;
van mening dat het noodzakelijk is om spoedig de Wps te
behandelen;
verzoekt de regering om een ambitieus tijdpad vast te stellen voor de
Wet pensioenverdeling bij scheiding, en de Kamer hierover binnen drie
maanden te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Michon-Derkzen.
Zij krijgt nr. 706 (32043) (#10).
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft aangegeven een kort moment van schorsing
nodig te hebben, dus ik schors voor enkele momenten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder met de beantwoording, de oordelen, van de minister.
Het woord is aan de minister.
Minister Vijlbrief:
Voorzitter. Als ik enigszins slurry, zoals dat zo mooi heet in het
Engels, klink, komt dat doordat ik vanmorgen ben geopereerd aan mijn
kaak. Dat is dus niet omdat ik al gedronken heb op dit tijdstip; dat er
geen verkeerde verhalen in de wereld komen.
De heer Mulder had een vraag over de rendementen bij pensioenfondsen. Ik
heb een uitgebreide brief toegezegd aan mevrouw Van Brenk. Als de heer
Mulder het goed vindt, wil ik die daarbij betrekken. Het is hetzelfde
onderwerp.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 697 van de heer Dijk. Die moet ik
ontraden, omdat de pensioenfondsen zelf over het indexatiebeleid gaan.
Ik kan daar dus weinig aan doen. Dat is geen politiek besluit. Ik kan
mij niet mengen in hun besluit.
De heer Dijk zal niet verbaasd zijn dat ik de motie op stuk nr. 698 moet
ontraden …
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 697: ontraden?
Minister Vijlbrief:
Ja, de motie op stuk nr. 697: ontraden. De motie op stuk nr. 698 ook:
ontraden. Dat is omdat het kabinet nu niet definitief de verhoging van
de AOW-leeftijd wil schrappen, maar wel heeft beloofd daar een pas op de
plaats te maken en met de sociale partners in gesprek wil daarover.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 698: ontraden.
Minister Vijlbrief:
Dat brengt mij bij de motie op stuk nr. 699 van de heer Vermeer. Die
gaat over het pensioenadvies vrijstellen van de loonbelasting. Daar moet
ik van zeggen dat die helaas "ontijdig" is. De heer Vermeer is er nu
even niet. De staatssecretaris van Financiën komt met een antwoord. Hij
gaat hier namelijk over, omdat die vraag al gesteld is in een
commissiedebat. Die motie is dus ontijdig. Ik zie de heer Vermeer nu
niet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 699: ontijdig. De heer Vermeer had een andere
verplichting, dus hij heeft zich afgemeld.
Minister Vijlbrief:
Dan wordt die in feite ontraden, omdat de heer Vermeer 'm niet kan
aanhouden. Maar dat laat ik aan u, voorzitter.
De motie op stuk nr. 700 over de governance van pensioenfondsen kan ik
oordeel Kamer geven. Dat is een hele oude motie van het lid Palland. De
resultaten van het onderzoek worden in de eerste helft van 2027
verwacht. Die motie van de heer Vermeer loopt daar wat op vooruit, maar
als ik 'm zo mag interpreteren dat de reactie op de motie-Palland ook
een reactie op zijn motie is, geef ik 'm oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 700: oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 701 van de heer Vermeer over keuzerecht moet ik
ontraden, want dat past niet in de nieuwe vormgeving van het
pensioenstelsel en ook niet bij de afspraken in het pensioenakkoord.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 701: ontraden.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 702 over compensatie bij het invaren door
pensioenfondsen: oordeel Kamer. Ik herken de zorgen van mevrouw Patijn.
Ik begrijp dus wat zij vraagt. Ik snap dat zij de boel beter in beeld
wil hebben. Ik zeg hier nadrukkelijk bij dat achteruitgang bij een
overstap een mogelijkheid is. Er spelen ook andere argumenten bij een
overstap; dat weet mevrouw Patijn natuurlijk ook. Het is natuurlijk aan
de sociale partners en niet aan de fondsen om hier afspraken over te
maken. Dat gezegd hebbende, begrijp ik haar zorgen. Mijn voorstel zou
zijn dat ik in gesprek ga met de sociale partners over deze situatie en
dat ik inderdaad de Kamer voor het meireces daarover informeer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 702: oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Dan ga ik naar de motie van mevrouw Van Brenk over Johnson &
Johnson. Ik snap de zorg van mevrouw Van Brenk. Ik moet daarbij wel
opmerken dat de Nederlandsche Bank natuurlijk als toezichthouder in
Nederland betrokken is, maar dat het prudentiële toezicht is belegd bij
de Belgische toezichthouder. Desalniettemin ben ik bereid om met DNB in
overleg te treden over wat er mogelijk is. Daarbij geef ik dus wel de
winstwaarschuwing dat er afspraken over de indexatie worden gemaakt door
werkgever en werknemer en dat daar dus een Belgische toezichthouder voor
is. Maar ik zal mijn best doen.
De voorzitter:
Dus wat is het oordeel over de motie op stuk nr. 703?
Minister Vijlbrief:
Oordeel Kamer. Sorry als ik dat niet had gezegd.
De voorzitter:
Mevrouw Van Brenk wil daarover een vraag stellen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Specifiek voor dit moment geldt dat al die bedrijven gaan invaren in de
nieuwe wet, de Wtp. Dit is dus het moment van die transitie; DNB zou dus
ook kunnen kijken welke afspraken daarin staan rondom indexatie. Als de
minister daar zijn inzet op zou willen plegen, dan zou dat ons heel wat
waard zijn.
Minister Vijlbrief:
We lopen toch al uit de tijd, heb ik begrepen, dus het korte antwoord
is: ja.
De heer Ceulemans heeft een motie, op stuk nr. 704, over activistisch
beleggen. Dat onderwerp hangt eigenlijk al een paar keer boven de markt.
Ook die geef ik oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 704: oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Net als de heer Ceulemans nu, vroeg de heer Aartsen, welbekend in deze
Kamer, ooit in een motie om het toezicht aan te scherpen om het
uitgangspunt van het realiseren van een koopkrachtig pensioen centraal
te laten zijn. Samen met DNB hebben we toen gekeken naar de wetgeving en
het toezicht. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik de resultaten
van dat onderzoek nog een keer met de Kamer zal delen, dan kan ik 'm
oordeel Kamer geven. En ik kom überhaupt nog een keer, zo zeg ik in het
kader van een vraag van mevrouw Van Brenk, terug op de rendementen. Dan
heb je het eigenlijk over hetzelfde. Ik zie de heer Ceulemans twijfelen,
maar ik wacht even.
De heer Ceulemans (JA21):
Misschien leg ik uw woorden dan iets te kort door de bocht uit, maar
zegt u nu eigenlijk: ik heb het onderzoek al gedaan, en ben bereid het
nog een keer te forwarden? Wat zegt u eigenlijk precies?
Minister Vijlbrief:
Die vertaling is wel heel kort door de bocht, maar ik geloof dat ik dat
wel zei. Dus in die zin klopt het, maar eigenlijk probeerde ik tegen de
heer Ceulemans te zeggen: maakt u zich geen zorgen, want dit onderwerp
komt terug als we daar in het kader van het verzoek van de heer Mulder
en mevrouw Van Brenk naar gaan kijken. Want dit gaat in wezen over
dezelfde vraag.
De heer Ceulemans (JA21):
Oké.
De voorzitter:
Deze motie kreeg oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 705.
Minister Vijlbrief:
Dan de motie op stuk nr. 705 over het bedrag ineens: oordeel Kamer. Ik
zeg daar wel bij: er is uitgebreid overleg geweest — ik had toen een
andere rol — over de inwerkingtreding hiervan. Mevrouw Michon vroeg in
dat verband om een brief. Ik zal nog een keer met de sector in overleg
gaan. Dat is één. Maar ik ga geen valse hoop wekken. De reden daarvoor
is als volgt. Ik heb het zelf nog een keer goed nagevraagd. Als je dat
gaat doen terwijl men nog bezig is met invaren, dan zal dat tot
uitvoeringsproblemen leiden. Ik zal het nog een keer opschrijven. Ik ga
in gesprek met de sector en ik zal de Kamer laten weten waar dat toe
leidt. Maar ik wil de verwachtingen wel managen, want ik begrijp van de
sector hoe moeilijk het is. Ik zal een brief sturen naar de Kamer
hierover. Ik deel overigens met de Kamer het belang hiervan. Ik heb daar
zelf ook altijd voor gepleit. Ik schrok zelf ook een beetje toen ik dit
bericht zag. Dit was overigens mede naar aanleiding van de behandeling
in de Eerste Kamer.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
We wachten de brief van de minister af. We komen daar nog over te
spreken. Het enige wat ik hier wel naar voren wil brengen, is dat alle
fondsen niet op hetzelfde moment invaren. Er zijn al heel veel fondsen
ingevaren. Zou je ook kunnen zeggen "wat kan al wel"? We hoeven niet op
de laatste te wachten om dit mogelijk te maken. Ik hoop dat we ook dat
soort opties in de brief teruglezen.
Minister Vijlbrief:
Ik zal het idee meenemen. Ik weet niet of het kan. Ik durf er nu geen ja
op te zeggen, maar ik neem het idee mee. Het is een logische vraag.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 705 krijgt oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Oordeel Kamer.
De laatste motie, op stuk nr. 706, krijgt ook oordeel Kamer. Die gaat
over de Wet pensioenverdeling bij scheiding en ziet op het vaststellen
van een ambitieus tijdpad. Die kan ik oordeel Kamer geven. Ik zal de
Kamer binnen drie maanden informeren over het tijdpad.
Voorzitter, daarmee hebben we de tien moties en de vragen gehad.
De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 706 krijgt ook oordeel Kamer. De heer
Dijk gaat nog een vraag stellen.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik denk dat het debat over het verhogen van de AOW-leeftijd de komende
tijd nog veel en vaak zal spelen, dus ik zat een beetje te twijfelen of
ik er nog een vraag over moest stellen. Ik vind het zo opvallend dat de
verhoging van de AOW-leeftijd niet in de Voorjaarsnota is meegenomen. Er
bestaat hier in de Tweede Kamer geen meerderheid om de AOW-leeftijd te
verhogen zoals het kabinet het wil. We zien vandaag dat de havens acties
aan het voeren zijn tegen deze kabinetsplannen, maar deze minister
blijft volharden in het willen verhogen van de AOW-leeftijd. Waar denkt
deze minister de steun vandaan te krijgen, zowel hier in de Kamer als in
de samenleving, om de AOW-leeftijd te verhogen, terwijl we het juist de
andere kant zien opgaan?
Minister Vijlbrief:
Ik geloof dat dit vijf vragen waren in één vraag.
De voorzitter:
Dat is een debat op zich. Dit is een tweeminutendebat over pensioenen,
dus …
Minister Vijlbrief:
Ik geef kort antwoord. De reden dat dit niet in de Voorjaarsnota
terugkomt, is dat het pas zichtbaar is in de budgettaire ramingen vanaf
2033 en daar gaat de Voorjaarsnota niet over. Dat weet de heer Dijk ook
wel. Dat is de reden daarvoor.
Wat betreft uw politieke vraag: er is in deze Kamer een motie ingediend
om de effecten van de een-op-eenkoppeling te verzachten. In het debat
over de regeringsverklaring was dat voldoende voor een meerderheid in de
Kamer om geen motie aan te nemen om dit van tafel te halen. De heer Dijk
weet dat ik zelf heb gezegd dat ik het voor dit moment van tafel haal
als het een belemmering is voor de gesprekken met de bonden. Dat is waar
we nu staan.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is dit debat ten einde. Dank aan de minister.
De beraadslaging wordt gesloten.