Tweeminutendebat WIA-problematiek (CD 21/1) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D15159, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 09:17, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-31 17:45: Tweeminutendebat WIA-problematiek (CD 21/1) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
WIA-problematiek
WIA-problematiek
Aan de orde is het tweeminutendebat WIA-problematiek (CD d.d.
21/01).
De voorzitter:
We gaan verder met het tweeminutendebat over de WIA-problematiek. De
eerste spreker is de heer Ceder van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. Ik heb een vraag en twee moties. Verzekeringsartsen
hebben een brief gestuurd naar aanleiding van mijn motie ten aanzien van
de taakherschikking bij het UWV. De vraag is of de minister kan
toezeggen met hen in gesprek te gaan en hun aandachtspunten mee te nemen
bij de planvorming rondom de taakherschikking van
verzekeringsartsen.
Voorzitter, dan kom ik bij de moties. In het commissiedebat sprak de
minister voor het eerst vrij duidelijk uit dat het UWV het ministerie
niet of niet tijdig heeft geïnformeerd over de problemen rond de
kwaliteit van de WIA-beoordeling. Het is zeer zorgelijk dat het UWV dit
niet goed heeft gedaan. Ik heb daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit het rapport van de Rekenkamer blijkt dat de raad
van bestuur al veel eerder op de hoogte was van de gebrekkige kwaliteit
van de WIA-beoordelingen, hier meerdere malen over is gesproken in de
raad van bestuur maar het ministerie pas jaren later geïnformeerd is
over de gebrekkige kwaliteit van de beoordelingen;
betreurt daarom de gang van zaken rond de kwaliteit van
WIA-beoordelingen;
verzoekt de regering lessen te trekken uit het Rekenkamerrapport
aangaande de overlegstructuur tussen het ministerie en de
uitvoeringsorganisaties en te waarborgen dat het ministerie voldoende
geïnformeerd wordt over de geleverde kwaliteit door de
uitvoeringsorganisaties,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 871 (26448) (#1).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Dit laat zien, zo blijkt ook uit het rapport en het debat,
dat het contact tussen allereerst ambtenaren en het ministerie én
ambtenaren en de Kamer nog verbeterd kan worden. Ik weet dat we stappen
gezet hebben als het gaat om de oekaze-Kok, maar het gaat niet alleen om
regels: het gaat om cultuur en dat je het met elkaar moet blijven
bewerken. Ik denk dat het een belangrijke les is om dit nog verder te
ontwikkelen. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de ernst en omvang van de WIA-problematiek de Kamer te
laat heeft bereikt;
overwegende dat het mogelijk moet zijn voor ambtenaren om signalen
sneller dan nu en vanuit ontspanning door te geven aan
volksvertegenwoordigers;
verzoekt het kabinet de oekaze-Kok nog verder te versimpelen en in te
zetten op cultuurverandering, zodat ambtenaren zich vrijelijk kunnen
uitspreken in de omgang met Kamerleden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 872 (26448) (#2).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Dijk van de SP.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Er zijn zo veel mensen in ons land die heel graag willen
werken, maar nu aan de kant staan en in de bijstand zitten. Er zijn zo
veel mensen in ons land die op dit moment een
arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben, maar ook heel graag passend werk
zouden willen hebben. Ik heb afgelopen maand bij het begrotingsdebat van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid een voorstel gedaan voor 50.000 banen
voor mensen die een steuntje in de rug nodig hebben om hen aan het werk
te krijgen en hen daarbij te helpen. Dat werd weggestemd. Ik denk dat
dat komt door de dekking die wij daarbij leverden, dus ik probeer het nu
op deze manier.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 120.000 mensen geen passende baan kunnen vinden;
constaterende dat basisbanen en banen bij sociaal ontwikkelbedrijven een
oplossing kunnen bieden;
verzoekt de regering te onderzoeken welke mogelijkheden en knelpunten er
zijn om het aantal werkplekken bij sociaal ontwikkelbedrijven en het
aantal basisbanen bij gemeenten uit te breiden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jimmy Dijk.
Zij krijgt nr. 873 (26448) (#3).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Het straffen van mensen met een arbeidsbeperking of een
arbeidsongeschiktheidsuitkering, is het straffen van mensen die pech
hebben. De problemen die dit kabinet, en verschillende kabinetten
hiervoor, zelf heeft veroorzaakt bij het UWV zijn uitvoeringsproblemen.
Het is een politieke keuze om mensen hard te pakken en honderden euro's
uit hun portemonnee te halen terwijl zij daar geen schuld aan hebben,
omdat ze de pech hebben gehad om arbeidsongeschikt te raken. Daarom heb
ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet van plan is te bezuinigen op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen;
constaterende dat dit geen oplossing is voor de huidige knelpunten
binnen de arbeidsongeschiktheidsregelingen;
verzoekt de regering niet te bezuinigen op
arbeidsongeschiktheidsregelingen, maar de knelpunten echt aan te
pakken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jimmy Dijk en Patijn.
Zij krijgt nr. 874 (26448) (#4).
De heer Jimmy Dijk (SP):
Voorzitter. Tot slot moet het mij iets van het hart. Mensen die hun
leven lang hard hebben gewerkt en de pech hebben gehad om
arbeidsongeschikt te raken, fysiek of mentaal, worden door dit kabinet
keihard gestraft. Ik heb eerder in het begrotingsdebat aangegeven dat
dat een politieke keuze is. Er is geen enkele reden toe. Er worden hier
ook mensen bang gemaakt met het idee dat de kosten voor sociale
zekerheid aan het stijgen zijn. Die zijn al tientallen jaren exact
hetzelfde percentage van onze gemeenschappelijke koek, van dat wat we
ieder jaar met elkaar produceren. Die bangmakerij moet dus stoppen en
het straffen van mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering moet
zeker stoppen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Ark van het CDA.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Geen motie van mijn kant, maar ik heb nog wel een paar
vragen. We weten dat de problemen rond de uitvoering van de WIA groot
zijn en dat veel mensen wachten op duidelijkheid over hun inkomen en
toekomst. Tegelijkertijd zien we dat het systeem steeds verder verstopt
raakt, onder andere door het tekort aan verzekeringsartsen en de grote
aantallen beoordelingen en herbeoordelingen. In dat licht wil ik ook de
financiële prikkels in het systeem benoemen, met name de dwangsommen bij
niet tijdig beslissen. Deze dwangsommen zijn bedoeld als
rechtsbescherming voor burgers. Dat is ook goed, maar in een systeem met
oplopende achterstanden is het de vraag of dwangsommen daadwerkelijk tot
rechtsbescherming leiden of vooral hoge kosten opleveren. Er worden al
maatregelen genomen om de druk op het UWV en het oplopen van de
dwangsommen te beperken, zoals tijdelijke verlenging naar zestien weken
van de beslistermijn voor WIA-beoordelingen. Desondanks krijgen we
signalen dat het UWV nog steeds wordt overladen met dwangsommen. Het
aanvragen van herbeoordelingen blijft een inherente financiële prikkel
voor werkgevers. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat grote sommen
geld die voor arbeidsongeschikten bedoeld zijn, verdwijnen in
dwangsommen, zonder resultaat? Is de minister bereid om nader in kaart
te brengen wat er op korte termijn nog mogelijk is om de doorstroming te
bevorderen en dwangsommen te beperken, en hierover een brief naar de
Kamer te sturen?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Neijenhuis van D66.
De heer Neijenhuis (D66):
Dank u, voorzitter. Het commissiedebat was misschien geen fijn debat,
maar wel een heel belangrijk debat. Dit is een onderwerp waar ik en
volgens mij ook veel collega's veel indringende mails over hebben
gekregen en veel gesprekken over hebben gevoerd. Er zijn bij het UWV op
dit punt ook grote problemen in de uitvoering. Dank voor de toezegging
van de voorganger van de minister om te kijken naar een oplossing voor
mensen die zo lang op een beoordeling of een herbeoordeling moeten
wachten dat hun situatie gedurende die tijd al verslechtert. De brief
hebben we inmiddels al ontvangen. Mooi dat er een oplossing voor het
probleem bestaat, al is het een suboptimale, met een soort van dubbele
beoordeling. Ik zou wel de oproep aan de minister willen doen om daar
ook echt vol mee aan de slag te gaan, omdat de uitvoering nog niet
uniform plaatsvindt. Graag actie daarop.
Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij arbeidsongeschiktheid in bepaalde gevallen kans op
herstel en daarmee bijstelling van het AO-percentage uit te sluiten is,
bijvoorbeeld bij een limitatieve lijst van progressieve ziekten;
overwegende dat in het kader van toekomstige hervormingen van het
AO-stelsel ook zal moet worden gekeken naar de mate van
inkomenszekerheid voor deze groep;
verzoekt de regering te bevorderen dat medische diagnoses beter gedeeld
worden met keuringsartsen om (her)keuringen versneld af te kunnen
doen;
verzoekt de regering om maatregelen uit te werken die bijdragen aan meer
inkomenszekerheid voor AO-ontvangers waarvoor kans op herstel nagenoeg
is uitgesloten, bijvoorbeeld door een lijst ernstige, progressieve
ziekten vast te stellen op basis waarvan een medische diagnose afdoende
is om herkeuringen te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Neijenhuis en Ceder.
Zij krijgt nr. 875 (26448) (#5).
De heer Neijenhuis (D66):
Met dat voorstel wordt volgens mij alles op alles gezet om die
wachtlijsten zo snel mogelijk naar beneden te krijgen. Zo zijn er
volgens mij nog meer voorstellen.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is nu aan mevrouw Patijn van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik moet heel snel gaan lezen. Of ik hevel het over naar het
tweeminutendebat dat we hierna hebben.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er aanhoudende en ernstige problemen zijn in de
uitvoering bij het UWV en deze fouten steeds te laat geconstateerd,
gecommuniceerd en opgelost worden;
constaterende dat de communicatie tussen het UWV en het ministerie van
SZW nog steeds niet goed verloopt;
overwegende dat het aanstellen van een regeringscommissaris van
betekenis kan zijn voor een cultuurverandering, zodat fouten sneller
boven water komen en inzicht verkregen wordt in de omvang en reikwijdte
van de problematiek en het werken aan oplossingen;
verzoekt de regering voor het einde van 2026 een regeringscommissaris
UWV-problematiek aan te stellen, met mandaat om overal binnen het UWV
onderzoek te doen, met de mogelijkheid om waar nodig interventies te
plegen en voorstellen te doen om problemen structureel op te lossen en
herhaling in de toekomst te voorkomen;
verzoekt de regering deze regeringscommissaris tevens onafhankelijk te
positioneren tussen de raad van bestuur van het UWV en de minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid in, waarbij de regeringscommissaris
rechtstreeks rapporteert aan de minister en de Kamer periodiek
informeert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Patijn en Ceder.
Zij krijgt nr. 876 (26448) (#6).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Algemene Rekenkamer aanbeveelt om het voor
uitkeringsgerechtigden mogelijk te maken om de plausibiliteit van hun
beoordeling en uitkering te checken;
overwegende dat werknemers daarmee beter kunnen volgen en begrijpen wat
het UWV doet, zodat zij eerder aan de bel kunnen trekken wanneer er
fouten worden gemaakt, signalen sneller bij het UWV terechtkomen, eerder
met mensen in gesprek gegaan kan worden en oplossingen eerder tot stand
kunnen komen;
verzoekt de regering de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer over te
nemen en het voor de uitkeringsgerechtigden mogelijk te maken de
plausibiliteit van de beoordeling en onderliggende berekening als het
gaat om de daglonen, de uitkeringshoogte en de sociaal-medische
beoordeling te controleren;
verzoekt de regering er daarom voor zorg te dragen dat werknemers op
verschillende momenten in het beoordelingsproces meegenomen worden en
een ingang hebben voor vragen en signalen over mogelijke fouten en bij
het organiseren hiervan de cliëntenraad en vakbonden te betrekken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 877 (26448) (#7).
Dank u wel. Dan is het woord nu aan de heer Ceulemans van JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel. Opnieuw twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het UWV kampt met een structureel tekort aan
verzekeringsartsen;
constaterende dat door de bestrijding van schijnzelfstandigheid van de
zelfstandige verzekeringsartsen de helft daarvan is vertrokken;
overwegende dat alle beschikbare medische capaciteit nodig is voor de
uitvoering van de WIA;
verzoekt de regering om binnen de geldende wet- en regelgeving te zoeken
naar constructies waarbij verzekeringsartsen ook buiten een vast
dienstverband kunnen worden ingezet voor medische beoordelingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. 878 (26448) (#8).
De heer Ceulemans (JA21):
En dan de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het ziekteverzuim bij de overheid, inclusief de
Rijksoverheid, met circa 7% tot de hoogste sectoren behoort en
structureel boven het landelijk gemiddelde ligt;
verzoekt de regering om met een plan van aanpak te komen om het
ziekteverzuim binnen de overheid structureel terug te dringen, en de
Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceulemans.
Zij krijgt nr. 879 (26448) (#9).
Dank u wel. Tot slot de heer De Beer van de VVD.
De heer De Beer (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Geen motie, maar wel een vraag aan de minister.
De VVD maakt zich grote zorgen over de toenemende instroom in de WIA.
Dat levert niet alleen een drama op voor de mensen zelf, zoals de
minister ook in de media heeft gezegd, maar ook een groot probleem voor
de belastingbetaler en voor onze welvaart. Met meer mensen aan de
zijlijn loopt de werkdruk voor het werkzame deel van Nederland verder
op. Onze voorzieningen komen ook onder druk te staan en de oplopende
rekening belandt uiteindelijk bij werkend Nederland: in totaal 19
miljard euro, dit jaar bijna 300 miljoen extra en richting 2031 zelfs
een miljard euro extra.
Wat de VVD betreft moet er dus worden ingegrepen, want anders zien we
verder alleen maar verliezers. De oplopende instroom in de WIA moeten we
proberen om te buigen, te beginnen bij meer inzicht in de doelgroep en
bij meer preventie aan de voorkant. Wij vragen het kabinet een nadere
analyse van de instroomcijfers. Welke maatregelen kunnen worden genomen
om de verschillende doelgroepen zo veel mogelijk aan het werk te houden?
We willen een stelsel dat houdbaar, betaalbaar en uitvoerbaar is. Graag
een reactie of, beter gezegd, een toezegging van de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan vijf minuten schorsen en dan gaan we verder met de
beantwoording en het oordeel over de moties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer verder met het tweeminutendebat. Het woord is aan de
minister.
Minister Vijlbrief:
Voorzitter, dank u wel. Ik kreeg de vraag van mevrouw Van Ark of ik
bereid ben in kaart te brengen wat er mogelijk is om de doorstroom te
bevorderen en dwangsommen te beperken. We zijn bezig om bestuurlijke
dwangsommen buiten werking te stellen. Hiervoor wordt een wetsvoorstel
voorbereid. Als mevrouw Van Ark daar genoegen mee neemt, is dat het
antwoord op haar vraag.
De heer De Beer pak ik dan maar even in één keer mee; die zat helemaal
aan het eind. Hij vroeg om een analyse van de instroom. Jazeker. Ik heb
vorige week naar aanleiding van de cijfers in de Voorjaarsnota al gezegd
dat het strikt noodzakelijk is om beter te kijken naar die instroom en
wat we daaraan kunnen doen. Ik hoop daar rond augustus, rond de
augustusbesluitvorming en Prinsjesdag, wat meer over te kunnen zeggen.
Dan kom ik daar dus graag op terug bij de Kamer.
Even kijken. Dat brengt mij bij de heer Ceder. De heer Ceder had ook nog
een vraag. Wat is de stand van zaken van de taakherschikking en gaat de
minister ook in gesprek met verzekeringsartsen? Daar wordt aan gewerkt.
Dat is een van de onderdelen die wij in het coalitieakkoord noemen. Ik
verwacht voor de zomer het plan van aanpak te kunnen versturen. Daarvan
is inderdaad een onderdeel een gesprek met de verzekeringsartsen, zoals
de heer Ceder vroeg.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Fijn. Er wordt nog weleens verschillend gedacht over de denkrichtingen
en ik zou graag willen vragen of de minister kan toezeggen dat er een
verslag van het gesprek naar de Kamer toe komt. Wij zouden namelijk
graag van tevoren willen kijken vanuit welke denkrichting de minister de
motie verder uitvoert. Voor mij is het dus prima, en de vraag is of u
nog een verslag naar de Kamer zou willen sturen, voordat u vervolgens
verdergaat.
Minister Vijlbrief:
Als de heer Ceder hier nu geen termijn aan gaat verbinden — dat is
uitlokking, wat ik nu doe, maar het is toch verstandig om dat even te
zeggen — zeg ik dat toe. Dan krijgt hij dat gewoon. Ik weet alleen niet
wanneer het gaat plaatsvinden.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dat is prima, zolang dat natuurlijk vóór de definitieve keuze is, want
dat is de reden waarom ik dat vraag.
Minister Vijlbrief:
Dat was de gedachte.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, dank.
Minister Vijlbrief:
Dan had de heer Ceder ook een vraag over het waarborgen van de
informatievoorziening en het lessen trekken uit het Rekenkamerrapport.
Dat ging over de gang van zaken rond de kwaliteit van de
WIA-beoordelingen. Daarvoor geldt oordeel Kamer. Het Rekenkamerrapport
wordt niet helemaal precies goed geciteerd, maar dat laat ik maar
even.
De voorzitter:
U bent begonnen met de moties?
Minister Vijlbrief:
Jazeker. Had ik dat moeten zeggen? De motie op stuk nr. 871 is dit,
sorry. Ik betreur net als de heer Ceder dat er fouten zijn gemaakt. We
gaan dus zeker die lessen trekken uit het Rekenkamerrapport. Ik zal u
dus rond de zomer informeren over de voortgang daarvan.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 871: oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Ja. En dan heb ik de motie op stuk nr. 872. Die noem ik maar even de
oekaze-Kokmotie. Daar ga ik toch wat strenger over zijn; die vind ik
eigenlijk overbodig. Die oekaze-Kok is versimpeld. Dat zei de heer Ceder
ook. Die had het over culturen et cetera. Het valt overigens ook niet
onder mijn verantwoordelijkheid, maar goed, ik dacht: laat ik er in het
kader van de eenheid van het kabinetsbeleid toch maar een oordeel over
geven. Ik vind deze motie dus overbodig. De oekaze-Kok is flink
aangepast. Ik wil de heer Ceder ook wel uitleggen hoe ik hiermee omga,
als hem dat helpt. Wat mij betreft is er veel ruimte voor ambtenaren om
contact te hebben met de Kamer wanneer dat nuttig is. Het blijft immers
allemaal mijn verantwoordelijkheid. Dat vind ik zelf op zich dus prima.
De motie op stuk nr. 872 is dus overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 872 is overbodig.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 873 krijgt oordeel Kamer. De heer Dijk heeft
haarfijn aangevoeld dat hij met dit dictum wél oordeel Kamer zou
krijgen. Ik onderzoek dit dus graag. Dat gaan we doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 873 krijgt oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 874 wordt ontraden. Dat hoef ik, denk ik, niet toe
te lichten. Ik ben het ermee eens dat de knelpunten moeten worden
aangepakt, maar ik ben het met de rest van het dictum niet eens. Dat
gaan we zien.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 874 wordt ontraden.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 875 is van de heer Neijenhuis en de heer Ceder. Die
krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 875 krijgt oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Ik denk dat ik de rest daarvan even weglaat. We zijn het er gewoon mee
eens, dus we gaan dat doen.
De motie op stuk nr. 876 gaat over de regeringscommissaris. Die motie
heeft wat meer woorden nodig. Kijk, die regeringscommissaris, het
voorstel van mevrouw Patijn, is één manier om hiermee om te gaan, maar
ik moet zeggen dat ik ook wel andere wegen zie om die communicatie te
verbeteren. Die regeringscommissaris heeft een paar nadelen. Ten eerste
zet je weer een etage op de zogeheten controletoren. Ten tweede kost het
instellen even, terwijl we die tijd eigenlijk niet hebben. Ik moet de
motie dus ontraden, maar mijn voorstel aan mevrouw Patijn zou zijn om
haar even aan te houden en te wachten op een brief van mij, waarin ik de
Kamer een aantal opties schets om dit probleem op te lossen. Dat zou
mijn aanbod aan mevrouw Patijn zijn.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Ik wil daar heel even over kunnen nadenken, en erover kunnen overleggen
met Ceder. Ik kom er voor de stemmingen op terug.
De voorzitter:
Dus de motie is ontraden …
Minister Vijlbrief:
Die is ontraden tenzij die aangehouden wordt.
De voorzitter:
… tenzij die aangepast wordt. Dan de motie op stuk nr. 877.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 877 krijgt oordeel Kamer. Dit kunnen we doen,
mevrouw Patijn, en dit gaan we ook doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 877 krijgt oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
We moeten wel even rekening houden met de uitvoerbaarheid door het UWV.
Dat is wel belangrijk, zeg ik erbij, maar we gaan gewoon doen wat er
staat.
Dan een motie van de heer Ceulemans. Daar staat geen nummer op, maar dat
zal de motie op stuk nr. 878 zijn.
De voorzitter:
Dat is inderdaad de motie op stuk nr. 878.
Minister Vijlbrief:
Die gaat over het buiten een vast dienstverband inzetten van
zelfstandige verzekeringsartsen. Die geef ik oordeel Kamer. Het UWV
kijkt al waar ze met externe artsen kunnen werken. Ik zie dit als een
ondersteuning. Ik geef de motie dan ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 878 krijgt oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 879 van de heer Ceulemans moet ik "ontijdig" geven,
omdat deze motie niet binnen mijn mandaat valt. Zij hoort echt thuis bij
de minister van BZK als werkgever voor de sector Rijk. Dus die krijgt
van mij als appreciatie ontijdig. Volgens mij ben ik er dan weer
doorheen.
De voorzitter:
Meneer Ceulemans, wilt u de motie aanhouden? Het oordeel op de motie op
stuk nr. 879 is namelijk "ontijdig".
De heer Ceulemans (JA21):
Dat doe ik dan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Ceulemans stel ik voor zijn motie (26448, nr.
879) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik wil nog even terugkomen op de motie op stuk nr. 872. Ik heb die niet
voor niets ingediend. Ja, het is zo dat de oekaze-Kok de afgelopen jaren
is afgebouwd. Het is tegelijkertijd ook zo dat de WIA-problematiek
jarenlang de Kamer niet heeft bereikt, terwijl we wel heel lang met het
UWV en ook met andere uitvoeringsorganisaties gesprekken hebben gevoerd.
Mijn stelling is de volgende. Als wij opnieuw gaan kijken waar er nog
knelpunten zijn om in ieder geval de vrijheid te vinden om dit soort
dingen aan te geven, ook in gesprekken, dan kunnen we dit voor de
toekomst voorkomen. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat de
WIA-problematiek, die nu tienduizenden mensen raakt, dan niet had hoeven
plaatsvinden, in ieder geval niet in deze proporties. Dus ik vraag de
minister toch of hij van mening is dat de situatie waarin we nu zitten
komt doordat die oekaze-Kok en de cultuur daaromheen volledig
operationeel is of dat de minister nog ruimte ziet en hij die ruimte wil
verkennen. Dat is eigenlijk de inzet van mijn motie. Goed. Ik laat het
hierbij, want anders herhaal ik mezelf.
Minister Vijlbrief:
Nou moet ik toch even wat strenger gaan zijn. De motie zegt volgens mij:
verzoekt het kabinet de oekaze-Kok nog verder te versimpelen. Ik zeg
daar dus bij: a is dat net gebeurd en b denk ik niet dat dat een
oplossing is voor het probleem dat de heer Ceder beschrijft, terwijl ik
het wel met hem eens ben dat dit probleem er is. Maar ik denk niet dat
deze motie daarbij gaat helpen. Daarom noem ik 'm overbodig en geef ik
'm niet een ander soort oordeel. Dat is wat ik probeer te zeggen.
De voorzitter:
Oké. Voor de duidelijkheid: de motie op stuk nr. 872 krijgt nog steeds
het oordeel overbodig.
Minister Vijlbrief:
Ja.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 874 en die is eigenlijk best
wel simpel. Vindt de minister dat mensen met een
arbeidsongeschiktheidsuitkering een te hoge uitkering krijgen?
Minister Vijlbrief:
Ik houd me gewoon aan het dictum van de motie. Er staat: verzoekt de
regering niet te bezuinigen op arbeidsongeschiktheidsregelingen. Wij
gaan hervormen en bezuinigen op de arbeidsongeschiktheidsregeling. Dit
debat hebben we heel uitgebreid gevoerd tijdens de begroting. De heer
Dijk en ik waren het niet eens over de vraag of dat nodig zou zijn of
niet, waarbij ik steeds heb gezegd dat het om twee dingen gaat:
hervormen, de instroom beperken et cetera, et cetera, maar ook de
kosten. We hebben daar afgelopen vrijdag toch weer een voorbeeldje van
gezien. Dat kwam al in het debat aan de orde. Ik doel dan op een
tegenvaller in de WIA van meer dan een miljard euro in 2030. Dat vind ik
voldoende reden om wel te kijken naar bezuinigingen op de
arbeidsongeschiktheidsregeling.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Jimmy Dijk (SP):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag is heel helder: vindt de
minister dat mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering een te hoge
uitkering krijgen?
Minister Vijlbrief:
Het dictum van de motie zegt dat we niet moeten bezuinigen. Bezuinigen
kan ofwel via de hoogte van de uitkeringen, ofwel door de instroom enorm
te beperken. Ik heb de motie het oordeel ontraden gegeven. Ik ga geen
antwoord geven op de vraag of ik de uitkering te hoog vind, want dat
betekent dat ik over iedereen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering
heeft zou zeggen dat hij een te hoge uitkering heeft. Dat ga ik niet
zeggen.
De voorzitter:
Nee, we gaan dit stoppen.
Minister Vijlbrief:
Ja.
De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 874 blijft ontraden. Dank u wel voor uw
antwoorden, de oordelen op de moties en de komst naar de Kamer. Succes
met de kies.
Minister Vijlbrief:
Nee, ik blijf nog. Ik moet nog de helft van het andere tweeminutendebat
doen.
De voorzitter:
O, oké. De minister blijft nog even.
De beraadslaging wordt gesloten.