Tweeminutendebat Uitvoering sociale zekerheid (CD 17/12) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D15160, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 09:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-31 18:10: Tweeminutendebat Uitvoering sociale zekerheid (CD 17/12) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (š origineel)
Uitvoering sociale zekerheid
Uitvoering sociale zekerheid
Aan de orde is het tweeminutendebat Uitvoering sociale zekerheid
(CD d.d. 17/12).
De voorzitter:
We gaan meteen verder met het volgende debat. Dat is het
tweeminutendebat Uitvoering sociale zekerheid. De eerste spreker is de
heer Ceder van de ChristenUnie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag en twee moties. In de media
zijn berichten verschenen over het delen van pasfoto's tussen gemeenten
en het UWV voor handhaving. We weten dat dat niet mag. Dat weet het UWV
ook, maar toch vragen ze nog steeds om foto's, begrijp ik. Drie grote
gemeenten zijn daar nu mee gestopt en dat is goed, maar kan de minister
toezeggen in gesprek te gaan met het UWV om ervoor te zorgen dat er geen
foto's meer gedeeld worden, en kan hij dat ook toezeggen richting de
Kamer?
Voorzitter. Dan de moties. Het kabinet gaat het kindgebonden budget en
de kinderbijslag samenvoegen tot ƩƩn regeling. Dat is in zichzelf een
goed plan volgens de ChristenUnie, maar ik maak me wel een beetje zorgen
over de manier waarop het kabinet dit gaat uitvoeren. Dat bleek ook wel
uit het debat. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een brede politieke wens is om de
inkomensonzekerheid van veel huishoudens te verminderen door de huidige
toeslagen, waaronder het kindgebonden budget, te vervangen;
overwegende dat dit kabinet het kindgebonden budget en de kinderbijslag
wil samenvoegen tot ƩƩn kindregeling;
overwegende dat de Kamer heeft uitgesproken dat de armoede niet mag
stijgen;
verzoekt de regering er in het uiteindelijke wetsvoorstel voor de nieuwe
kindregeling voor te zorgen dat de inkomenseffecten voor lage inkomens
niet negatief zullen zijn, bijvoorbeeld via flankerend fiscaal
beleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Flach.
Zij krijgt nr. 880 (26448) (#1).
De heer Ceder (ChristenUnie):
En tot slot, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat niet-gebruik van inkomensregelingen en toeslagen
ervoor kan zorgen dat mensen onnodig in financiƫle problemen komen en
niet-gebruik dus bestreden moet worden;
constaterende dat de overheid over vrijwel alle inkomens- en
vermogensgegevens beschikt die nodig zijn om inkomensregelingen aan te
vragen, maar dat burgers die zelf niet eenvoudig kunnen inzien en
gebruiken voor de aanvraag van regelingen;
spreekt uit dat mogelijke budgettaire gevolgen nooit reden kunnen zijn
om niet-gebruik van regelingen niet tegen te gaan;
verzoekt de regering om te verkennen hoe, naast de Wet proactieve
dienstverlening SZW, niet-gebruik verder tegengegaan kan worden en
daarbij ook gegevensuitwisseling tussen gemeenten en de
Belastingdienst/Dienst Toeslagen mogelijk te maken, en de Kamer hierover
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.
Zij krijgt nr. 881 (26448) (#2).
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Ark van het CDA.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Weer geen motie, maar wel een paar vragen. Het vorige
kabinet heeft de hervorming van het stelsel van inkomensondersteuning en
sociale zekerheid ingezet. Dat is een brede agenda met verschillende
sporen gericht op het stapsgewijs werken aan vereenvoudigingen,
hervormingen en uitvoerbaar beleid. We zijn het, denk ik, met elkaar
eens dat het van groot belang is dat deze hervormingsagenda ook onder
het nieuwe kabinet voortvarend verder wordt gebracht, omdat de noodzaak
er nog onverminderd is. Is de minister het met ons eens dat verdere
uitwerking van en concrete sturing op de uitvoering van deze agenda
nodig is, omdat de trajecten bijdragen aan een zekerder en
begrijpelijker stelsel van inkomensondersteuning en sociale zekerheid
voor mensen waarin werken loont? Is de minister bereid om toe te zeggen
dat hij voor de zomer samen met zijn collega van Fiscaliteit en
Toeslagen een brief naar de Kamer stuurt met een herzien tijdpad voor de
uitvoering van deze agenda, zodat we de vaart erin kunnen houden?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van Brenk, 50PLUS.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Iets wat niet deugt, moet je blijven benoemen. Dat moet
uiteindelijk gewoon opgelost worden. Daarom zal ik het blijven
herhalen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Wajongers van waarde zijn voor de maatschappij;
overwegende dat Wajongers naar vermogen hun steentje bijdragen;
overwegende dat werken moet lonen, ook voor Wajongers;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat werkende Wajongers (met
en zonder arbeidsvermogen) minimaal het minimumloon betaald
krijgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk.
Zij krijgt nr. 882 (26448) (#3).
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Mulder van de PVV.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank. Ook geen motie van mijn kant, want die motie is al ingediend bij
het begrotingsdebat. Die ging over de taaleis. Maar ja, als je taaleis
zegt, dan zeg je bijstand. Om de woorden van mevrouw Van Brenk te
herhalen: iets wat niet deugt, moet je blijven benoemen. Daarom heb ik
een vraag over de bijstand, want meer dan 50% van de mensen in de
bijstand komt van buiten Europa. De getallen zijn schokkend. 70% van
alle Somaliƫrs zit in de bijstand. Meer dan 50% van de Irakezen en ook
meer dan 50% van de Eritreeƫrs zit in de bijstand. Dat is onhoudbaar,
want zoals het mooie gezegde luidt: de bijstand is geen vangnet meer
voor Nederlanders, maar een hangmat voor allochtonen. Die mensen halen
voor alles hun neus op wat Nederlands is, behalve voor ons geld. Daar
moeten we iets aan doen. Daarom heb ik ƩƩn vraag aan de minister. Wat
gaat hij doen om te voorkomen dat we hier over twee jaar staan met
cijfers waaruit blijkt dat 80% tot 100% van de mensen in de bijstand
allochtoon is?
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Patijn van GroenLinks-PvdA.
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik doe iets niet heel elegants: ik ga nu een motie indienen
die eigenlijk een beetje bij het vorige debat past, maar ook wel bij dit
debat. Het paste net even niet in de tijd.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat fouten in de vaststelling van het WIA-dagloon gevolgen
kunnen hebben voor de hoogte van arbeidsongeschiktheidspensioen en
premievrije pensioenopbouw bij pensioenfondsen;
overwegende dat het UWV voornemens is deze fouten te herstellen via
financiƫle compensatie zonder het WIA-dagloon met terugwerkende kracht
te corrigeren in de polisadministratie, waardoor pensioenfondsen niet
over de juiste brongegevens beschikken om hun administratie en
uitkeringen correct aan te passen;
verzoekt de minister te onderzoeken en te onderbouwen in hoeverre de
effecten voor arbeidsongeschiktheidspensioendeelnemers worden meegenomen
in de compensatieregeling, en de Kamer hierover te informeren vóór
vaststelling van de compensatieregeling,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 883 (26448) (#4).
Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):
Dan heb ik een motie die er helemaal in past.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Landelijke Cliƫntenraad een belangrijke rol vervult
in het vertegenwoordigen van mensen die afhankelijk zijn van sociale
zekerheid en de uitvoering door onder andere het UWV;
overwegende dat de ervaringen en signalen van cliƫnten essentieel zijn
voor het verbeteren van beleid en uitvoering en dat het eerder opmerken
van signalen problemen kan voorkomen;
verzoekt de minister te bezien hoe de positie en betrokkenheid van de
Landelijke Cliƫntenraad bij beleidsvorming en uitvoering structureel kan
worden versterkt, hierop actie te ondernemen, en de Kamer hierover
binnen een halfjaar te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn.
Zij krijgt nr. 884 (26448) (#5).
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Ceulemans van JA21.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Qua onderwerp heeft dit tweeminutendebat een
beetje overlap met het commissiedebat Armoede, dat we vorige week hebben
gehad. Ook daar ging het over de recente armoedecijfers en de rol van de
energierekening daarin, vandaar de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de energierekening een belangrijke factor is in de
recente stijging van armoede in Nederland;
constaterende dat Nederland de hoogste energiebelasting op gas van
Europa heft, bedoeld om aardgasgebruik te ontmoedigen, terwijl het
overgrote deel van de huishoudens en bedrijven nog afhankelijk is van
een aardgasaansluiting;
overwegende dat voor veel huishoudens en ondernemers geen reƫel
alternatief voor gas beschikbaar is, waardoor verdere verhoging van de
energiebelasting op gas direct leidt tot hogere vaste lasten zonder
gedragsalternatief;
overwegende dat juist huishoudens met lage en middeninkomens onevenredig
hard getroffen worden door dergelijke lastenverzwaringen;
verzoekt de regering af te zien van verdere verhogingen van de
energiebelasting op gas,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceulemans en Van den Berg.
Zij krijgt nr. 885 (26448) (#6).
Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. De minister heeft aangegeven vijf minuten nodig te hebben
voor de voorbereiding van de beantwoording.
De vergadering wordt van 18.21 uur tot 18.25 uur geschorst.
De voorzitter:
We kunnen weer verder met het debat over de uitvoering van de sociale
zekerheid. Welkom aan minister Aartsen. Het woord is aan hem.
Minister Aartsen:
Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor de vragen en de moties. Er zijn
drie vragen aan mij gesteld. De eerste was van mevrouw Van Ark van het
CDA. Zij vroeg of wij kunnen toezeggen voortgang te maken met de
hervormingsagenda inkomensondersteuning en of wij u daar voor de zomer
meer over kunnen laten weten. Dat kan ik van harte toezeggen. Het is een
belangrijke ambitie van dit kabinet om zowel te vereenvoudigen als te
kijken naar hoe werken meer kan gaan lonen. Daarover staan ook een
aantal ideeƫn in die agenda. Het is belangrijk dat die agenda wordt
doorgezet. Ik kan dat dus van harte toezeggen. De staatssecretaris van
Financiƫn en beide ministers zullen daarover met een brief komen voor de
zomer.
Dan vroeg de heer Mulder hoe we ervoor gaan zorgen dat ā ik weet het
exacte jaartal even niet ā in de verre toekomst of in de nabije toekomst
niet 100% van de mensen in de bijstand van niet-westerse afkomst is of
statushouder is. Een van de ambities van dit kabinet, en specifiek van
deze minister, is om echt aan de slag te gaan met werk voor nieuwkomers.
Ik heb in eerdere debatten al aangegeven dat ik vind dat het aantal
statushouders, maar ook asielzoekers, dat niet werkt veel en veel en
veel te hoog is. Ik heb ook aangegeven dat niemand beter wordt van
nietsdoen, dat iedereen een bijdrage dient te leveren en dat in een
sterk land niemand langs de kant kan staan. We kunnen het ons ook niet
permitteren om mensen niet mee te laten doen, want we hebben op dit
moment grote tekorten. Daarom zal het kabinet nog voor de zomer een
groot actieplan, een plan van aanpak, presenteren dat laat zien hoe we
ervoor gaan zorgen dat zo veel mogelijk statushouders en asielzoekers
meedoen, en vooral werken, in onze samenleving.
Voorzitter. Dan de heer Ceder. Ik pak maar meteen zijn motie op stuk nr.
881 mee. Die gaat over proactieve dienstverlening. Daar had hij een
vraag over. Misschien is het goed om het hier even te zeggen, want ik
zag er in de media links en rechts al wat over verschijnen. Ik zal uw
Kamer morgen een brief sturen met verdere uitleg over de Voorjaarsnota,
waarin het een en ander staat over het wetsvoorstel Proactieve
dienstverlening. Maar laat ik hier klip-en-klaar over zijn: het kabinet
gaat door met het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening. We gaan door
met de gegevensdeling tussen het UWV, de SVB en de gemeentes. Dit
wetsvoorstel kent meerdere onderdelen. Met meerdere regelingen willen we
niet-gebruik aanpakken. Dat is onderverdeeld in verschillende AMvB's,
met verschillende datums voor inwerkingtreding. Aan elke AMvB hangt ook
een financiƫle dekking vast. Afgelopen augustus is daar al het een en
ander in geschoven. Bij deze Voorjaarsnota is het kabinet genoodzaakt
geweest om de financiƫle middelen die beschikbaar waren voor de algemene
bijstand aan te wenden voor de financiƫle tegenvallers die er op dit
moment op het gebied van sociale zaken zijn. We maken daarom inderdaad
een pas op de plaats als het gaat om dit onderdeel, maar het is wel de
bedoeling om die pas door te gaan zetten. We willen het zo inregelen ā
ik zal dat morgen in de brief wat verder uiteenzetten ā dat de wet in
principe in stand blijft, net als de AMvB, maar dat het koninklijk
besluit alleen kan worden geslagen en de inwerkingtreding alleen kan
worden gestart op het moment dat er voldoende financiƫle dekking is. Ik
ga als we het wetsvoorstel gaan bespreken graag het debat aan met uw
Kamer over hoe we dat verder kunnen gaan brengen.
De voorzitter:
En het oordeel over de motie is?
Minister Aartsen:
We kunnen de motie op stuk nr. 881 dus oordeel Kamer geven. Dit is een
langdurig traject, waarbij we soms misschien een stapje achteruit moeten
doen, maar wat mij betreft wel vooruit gaan lopen. De motie kan dus
oordeel Kamer krijgen. Dat sluit ook aan bij de uitspraak in de motie;
die deelt het kabinet volledig.
De voorzitter:
Een korte vraag van de heer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel voor het oordeel. Ik heb nog niet meegemaakt dat we een wet
behandelen en het kabinet en de coalitiepartijen al van tevoren zeggen:
we hebben er geen geld voor, dus behandel 'm maar, vervolgens stoppen we
'm in de ijskast en pas als we weer geld vinden of de coalitiepartijen
met elkaar besluiten dat het belangrijk genoeg is, want schaarste wordt
verdeeld, gaat het traject door. Ik wacht de brief af die eraan komt,
maar ik vraag me toch af of de minister dan inmiddels niet denkt dat we
de behandeling gewoon even moeten uitstellen. Anders moeten we een debat
met elkaar voeren waarin dit een centraal punt zal zijn. Ik heb niet
eerder meegemaakt dat zo'n handeling wordt uitgevoerd. Volgens mij gaat
de Kamer erover, dus ik vraag me af of de minister het eigenlijk niet
veel passender vindt om de wetsbehandeling even uit te stellen totdat we
weten dat de aangenomen wet ook snel uitgevoerd wordt.
Minister Aartsen:
Nee, dat zou ik onverstandig vinden. Ik zou het juist verstandig vinden
om door te gaan. Het enige bezwaar dat er dan namelijk nog is, is of er
op dat moment voldoende financiƫle ruimte structureel aanwezig is om dat
te doen. Het gaat om 28 miljoen euro structureel. Op het moment dat het
wetsvoorstel door beide Kamers is aangenomen, is het een kwestie van een
koninklijk besluit slaan. Dat kan ik met ƩƩn krabbel doen, dus dat kan
relatief snel zodra de financiƫle dekking beschikbaar is. Het kabinet
ziet het als volgt voor zich. We maken voortgang met het wetsvoorstel
Proactieve dienstverlening. Dan hebben we namelijk de wettelijke
grondslag. Dit onderdeel laten we pas in werking treden op het moment
dat er financiƫle ruimte gevonden is. Wij waren nu genoodzaakt om dit
bedrag te onttrekken uit dit wetsvoorstel, omdat de financiƫle situatie
echt heel erg nijpend is. Omdat dit geld nog niet vaststond in de
begroting, hoef je het niet terug te draaien. Daarmee maken we het niet
minder fraai en minder leuk, maar ik zou wel door willen gaan met het
wetsvoorstel, omdat we dan uiteindelijk met ƩƩn druk op de knop weer
vooruit kunnen. Uw Kamer gaat mij bij de behandeling van het
wetsvoorstel ongetwijfeld heel kritisch bevragen, ook specifiek over dit
punt. Uiteindelijk is het een kwestie van: trekken we dat geld op dat
moment of op een ander moment wel of niet uit? Als het wetsvoorstel is
aangenomen, kunnen we met ƩƩn koninklijk besluit dat onderdeel in
werking laten treden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 881 krijgt oordeel Kamer. Het debat over het
wetsvoorstel komt eraan.
Minister Aartsen:
Ik hoop uw Kamer hier morgen een brief over te sturen. Ik zou het zonde
vinden als dit blijft dooretteren en hier onduidelijkheid over bestaat.
Het is heel technisch, maar daarom stuur ik u graag een mooie brief
daarover.
Voorzitter. Dan even een stapje terug naar de eerste motie. De motie op
stuk nr. 880 kan ik oordeel Kamer geven. Het streven van de heer Ceder
is ook zeker mijn streven. De ambitie om de twee kindregelingen samen te
voegen, gecombineerd met het feit dat dit kabinet met een envelop 600
miljoen hiervoor beschikbaar kan stellen, kan juist zorgen voor een
andere invulling, waarbij je ervoor probeert te zorgen dat werken meer
gaat lonen. We zullen bijvoorbeeld moeten bekijken hoe dat zit bij het
kindgebonden budget, dat nu wel heel ruim is opgezet. Ik noem ook de
ambitie om kinderarmoede tegen te gaan bij jonge ouders. Er zijn een
aantal opmerkelijkheden. Ik verwacht u in mei een soort
uitgangspuntenbrief, een bouwstenenbrief, te sturen over de nieuwe
kindregeling. Wij zijn daar heel druk mee. Ik kan u toezeggen dat ik u
een brief stuur over hoe die regeling eruit komt te zien. Daarmee kan ik
uw zorgen misschien wel wegnemen. In principe krijgt de motie oordeel
Kamer. Daarbij moet ik wel vermelden dat we nooit 100% voor ieder
individu kunnen garanderen dat ze er nooit op achteruit zullen gaan.
Maar ik deel uw streven, vandaar dat ik de motie oordeel Kamer geef.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 880: oordeel Kamer.
Minister Aartsen:
Ook de motie op stuk nr. 882 van mevrouw Van Brenk kan ik oordeel Kamer
geven. Deze motie ziet specifiek toe op de mensen met een
Wajong-uitkering die werken met loondispensatie. We zijn op dit moment
aan het bekijken hoe je veel meer kan doen met loonkostensubsidie. Ook
daar zullen we snel stappen op gaan zetten. Het is belangrijk dat ook
voor Wajongers werken gaat lonen en dat we die stap kunnen gaan
zetten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 882: oordeel Kamer.
Minister Aartsen:
Tot zover, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de andere minister.
Minister Vijlbrief:
Voorzitter. De heer Ceder vroeg naar het gebruik van pasfoto's door UWV.
Ik geef direct toe dat dat een vergaand middel is. Ik heb daar overigens
nog niet zo heel lang geleden Kamervragen over beantwoord. Dat waren
schriftelijke vragen, dacht ik. UWV heeft de bevoegdheid tot het
opvragen en gebruiken van een kopie van foto's onder de Wet SUWI.
Proportionaliteit en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur horen
daarbij wel toegepast te worden, zeg ik voordat jurist Ceder dat gaat
zeggen. Ik houd niet zo van deze situatie waarin UWV via de kranten in
debat is met gemeenten. Ik ga met UWV en VNG in gesprek om een passende
oplossing te zoeken. Er worden ook onderzoeken gedaan door de AP. Ik
verwijs nogmaals naar het antwoord op de Kamervragen van Groep
Markuszower, dacht ik, op dit punt.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank en fijn. Ook op dit punt vraag ik of u dit kunt terugkoppelen aan
de Kamer. Ik ben benieuwd naar de reikwijdte. Misschien wil de Kamer in
meerderheid kijken of we dat niet toch binnen een bepaald kader moeten
beperken. De vraag is of u de uitkomsten daarvan naar de Kamer kunt
sturen.
Minister Vijlbrief:
Als dit gesprek heeft plaatsgevonden, zal ik een brief naar de Kamer
sturen met de uitkomst ervan. Zeker.
Dan waren we, dacht ik, bij de motie op stuk nr. 883, van mevrouw
Patijn. Dat is een hele ingewikkelde motie. Ik kan 'm nu oordeel Kamer
geven, als ik 'm van mevrouw Patijn echt als een onderzoeksmotie mag
interpreteren. Er staat wel: te onderzoeken en te onderbouwen. Maar als
"onderbouwen" betekent "we gaan het doen", geef ik de motie geen oordeel
Kamer, want dat durf ik nu gewoon niet toe te zeggen. Dat is in de
uitvoering ingewikkeld. Als het in de motie alleen gaat om
"onderzoeken", kan ik 'm oordeel Kamer geven. Dan zou de motie op stuk
nr. 883 dus oordeel Kamer krijgen.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw Patijn knikken, dus de motie op stuk nr. 883 krijgt
oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 884 krijgt sowieso oordeel Kamer. Dat doe ik
graag.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 884: oordeel Kamer.
Minister Vijlbrief:
Er komt nog een brief over en het komt ook aan de orde in de
SUWI-evaluatie.
Ten slotte de motie op stuk nr. 885. Die is ontijdig en hoort eigenlijk
niet thuis in dit debat. Deze motie hoort echt thuis in een debat waar
de staatssecretaris van Financiƫn of de minister van Financiƫn bij
aanwezig is. Die geef ik als oordeel dus "ontijdig". Ik denk zomaar dat
de heer Ceulemans en ik elkaar in een van die debatten, in wat voor rol
dan ook, wel weer gaan tegenkomen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 885: ontijdig. Is de heer Ceulemans bereid om de
motie aan te houden?
De heer Ceulemans (JA21):
Ik moet eerlijk bekennen dat het niet helemaal als een verrassing komt.
Ik laat 'm vooralsnog eventjes staan, omdat ik het wel een fundamenteel
probleem vind dat we in dit land aan de ene kant het leven kunstmatig
duur aan het maken zijn ā we stuwen de energierekening kunstmatig op ā
en dat we aan de andere kant de gevolgen daarvan weer gaan dempen met
belastinggeld in de vorm van toeslagen, fondsen et cetera. Ik vind dat
daadwerkelijk een onderwerp voor een debat over sociale zekerheid en
armoede, dus ik laat de motie vooralsnog even staan.
De voorzitter:
Als de motie niet aangehouden wordt, krijgt ze het oordeel
"ontraden".
Minister Vijlbrief:
Zo is het.
Dat was het, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de moties wordt volgende week dinsdag gestemd. Ik schors tot 19.30
uur voor de dinerpauze. Daarna gaan we verder met het tweeminutendebat
Nieuw financieringsstelsel kinderopvang.
De vergadering wordt van 18.37 uur tot 19.31 uur geschorst.