Tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel kinderopvang (31322-573) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D15161, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 09:22, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-03-31 19:30: Tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel kinderopvang (31322-573) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Nieuw financieringsstelsel kinderopvang
Nieuw financieringsstelsel kinderopvang
Aan de orde is het tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel
kinderopvang (31322, nr. 573).
De voorzitter:
We gaan beginnen met het tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel
kinderopvang. De minister gaat op zijn stoel zitten, de Kamerleden ook.
Als eerste spreker wil ik mevrouw Moorman van GroenLinks-PvdA naar voren
roepen.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag en vijf moties, dus ik ga snel
van start.
Mijn vraag: vanaf wanneer gaat het CBS de prijzen in de kinderopvang
monitoren?
Dan mijn moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat betaald overblijven een financiële drempel kan vormen
voor ouders;
verzoekt de regering om per regio in kaart te brengen bij hoeveel van de
basisscholen sprake is van tussenschoolse opvang en tegen welke kosten
ouders hier gebruik van kunnen maken, en de Kamer hierover te informeren
voor het meireces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 577 (31322) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onduidelijk is wanneer de Wet herziening
financieringsstelsel kinderopvang naar de Kamer komt;
verzoekt de regering om voor het meireces een procesbrief naar de Kamer
te sturen met daarin de planning van het wetstraject van de Wet
herziening financieringsstelsel kinderopvang,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 578 (31322) (#2).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat integrale publieke kinderopvang en onderwijs goed zijn
voor de ontwikkeling van kinderen;
verzoekt de regering in kaart te brengen welke stappen nodig zijn om te
komen tot een integraal stelsel van kinderopvang en onderwijs, en
daarbij de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen te betrekken, en
de Kamer hierover te informeren voor het meireces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 579 (31322) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om in kaart te brengen wat de uitvoeringskosten
zijn van het innen van de 4% eigen bijdrage in de kinderopvang, en de
Kamer hierover te informeren voor het meireces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 580 (31322) (#4).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 71% van de kinderopvanglocaties een prijs vraagt boven
de maximumuurprijs;
verzoekt de regering om in beeld te brengen hoe ver de prijzen van de
kinderopvanglocaties boven de maximumuurprijs liggen, en in hoeverre dit
verschilt per doelgroep en per regio, en de Kamer hierover te informeren
voor het meireces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.
Zij krijgt nr. 581 (31322) (#5).
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik had er zo nog één kunnen doen, voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank ú wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Ark van het CDA.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. De komende jaren wordt er toegewerkt naar het stelsel van
gratis kinderopvang. Wij hebben er in het schriftelijk overleg onze
zorgen over geuit dat de vraag naar kinderopvang fors zal toenemen,
terwijl er nu al grote personeelskrapte is. Daarom de volgende
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de invoering van bijna gratis kinderopvang naar
verwachting zal leiden tot een aanzienlijke stijging van de vraag naar
kinderopvang, terwijl de sector nu al kampt met personeelstekorten en
capaciteitsdruk;
overwegende dat het tijdig voorbereiden op deze vraagstijging essentieel
is om toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang te
waarborgen;
overwegende dat naast reguliere maatregelen ook creatieve oplossingen
kunnen worden gezocht, bijvoorbeeld het parttime inzetten van
gepensioneerden, leerwerkconstructies voor studenten pedagogiek en pabo,
versterken en uitbreiden van het aanbod van gastouders, het slimmer
digitaal matchen van vraag en aanbod enzovoorts;
verzoekt de regering samen met de sector nogmaals te zoeken naar
creatieve oplossingen die kunnen bijdragen aan het vergroten van de
capaciteit, en daar voor de zomer over te rapporteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ark.
Zij krijgt nr. 582 (31322) (#6).
Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Ik heb nog een vraag. Per 1 januari 2023 …
De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er een interruptie van mevrouw
Michon-Derkzen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zou over deze motie graag een vraag willen stellen. Ik ben het er
natuurlijk mee eens dat we er alles aan moeten doen om voldoende
personeel te krijgen. Ik lees ook in de stukken dat dat hét grote
knelpunt is. Tegelijkertijd is deze sector enorm gereguleerd met een
maximumaantal kinderen per pedagogisch medewerker; we willen ook
pedagogisch medewerkers op de kinderopvang. Mag ik dus aan mevrouw Van
Ark vragen waar zij dan aan denkt? Vinden we eigenlijk dat we dan die
norm op moeten rekken? Of vinden we dat er ook niet-gediplomeerde
pedagogisch medewerkers op de kinderopvang moeten werken? Want hoe
anders, wil ik eigenlijk vragen. Natuurlijk willen we allemaal dat er
voldoende personeel is.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb in mijn motie al een aantal onderzoeksrichtingen gezet. Het
betekent ook het slimmer digitaal matchen. Ik zie dat ouders
bijvoorbeeld heel erg lang op zoek zijn. Daar brengen we natuurlijk niet
de capaciteit mee op orde. Je kan echter ook denken aan pabo-studenten.
Je kan ook denken aan het inzetten van gepensioneerden of aan het
flexibeler maken ervan, maar zoals u aangeeft, moeten we misschien ook
wat creatiever kijken naar hoe we het op dit moment vormgeven en of daar
mogelijk wat meer rek in zit. Wat mij betreft moeten we dus echt out of
the box denken om dit probleem aan te pakken.
De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb nog een vraag. Per 1 januari 2023 is de koppeling gewerkte uren
losgelaten, met als doel minder terugvorderingen. De arbeidseis blijft
wel bestaan, maar zonder koppeling kun je in theorie met één uur werken
per maand aanspraak maken op 230 uur bijna gratis opvang. Destijds werd
een beperkte toename van opvanguren verwacht, omdat de eigen bijdrage
nog een remmende werking had. Wij vragen ons af wat de effecten zijn als
die eigen bijdrage straks minimaal wordt. Wordt dit ook meegenomen in de
evaluatie van het loslaten van de koppeling gewerkte uren? Wanneer vindt
deze evaluatie plaats? Is de minister ook bereid de verwachte effecten
van bijna gratis kinderopvang zonder koppeling met gewerkte uren in de
impactanalyse bij het wetsvoorstel mee te nemen?
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft aangegeven ... O nee, de heer Mulder. Neem
me niet kwalijk. Vergeet ik u bijna! De PVV.
De heer Edgar Mulder (PVV):
Het is wel een hele korte bijdrage, want ik heb slechts één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat kinderopvang als hoofddoel heeft dat ouders werk en zorg
voor hun kind kunnen combineren;
overwegende dat de kinderopvangtoeslag dus een instrument is voor het
stimuleren van arbeidsparticipatie;
verzoekt de regering om de arbeidseis in de kinderopvangtoeslag te
handhaven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.
Zij krijgt nr. 583 (31322) (#7).
De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu vijf minuten schorsen.
De vergadering wordt van 19.38 uur tot 19.42 uur geschorst.
De voorzitter:
We gaan weer beginnen. Het woord is aan de minister.
Minister Aartsen:
Ik had de moties precies tussen de katheder en het bankje neergelegd.
Toen ging de katheder omhoog en lagen de moties niet meer op volgorde.
We gaan kijken hoever we komen.
Voorzitter. De motie op stuk nr. 577 van mevrouw Moorman vraagt mij om
het een en ander in kaart te brengen over de tussenschoolse opvang. Deze
motie moet ik helaas ontraden. De tussenschoolse opvang is geen
wettelijke vorm van kinderopvang en valt op dit moment onder het
ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ook dat ministerie
beschikt niet over deze informatie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 577: ontraden. Mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, u kon mijn lichaamstaal inderdaad lezen. De bedoeling van
deze motie is juist dat dit misschien wél onder de kinderopvang zou
moeten vallen. Kan de minister ons de weg wijzen wat betreft hoe we dan
aan deze informatie zouden kunnen komen? Het is namelijk noodzakelijk om
keuzes te kunnen maken over waarvoor we willen dat
kinderopvangvergoedingen gaan gelden.
Minister Aartsen:
Dan moet ik echt verwijzen naar mijn collega van OCW, aangezien het
volledige onderwijs, dus beide gevallen, tot haar domein behoren. In
deze setting moet ik de motie ontraden. Ik snap het punt van mevrouw
Moorman. Ik denk alleen dat zij dit bij de minister van Onderwijs zal
moeten doen.
Voorzitter. De motie op stuk nr. 578 kan ik oordeel Kamer geven. Ik kan
zelfs een toezegging doen als u dat fijner vindt, maar een motie mag
ook. Ik zeg u toe dat er voor het meireces een Kamerbrief komt met een
tijdspad.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 578 krijgt oordeel Kamer.
Minister Aartsen:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 579 gaat over een integraal stelsel.
Deze motie moet ik om twee redenen ontraden. Een politieke reden is dat
dit kabinet in het coalitieakkoord heeft afgesproken dat het ongewijzigd
zal doorgaan met de herziening van het financieringsstelsel. Ik denk dat
het belangrijk is om dat op deze manier te doen. Het integraal doen
heeft een aantal voordelen, maar ook een aantal nadelen ten aanzien van
de kwaliteit en diversiteit die we op dit moment hebben in het
kinderopvangstel, zeg ik er maar even bij.
Daarnaast is op dit moment alle capaciteit nodig om de
inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2029 te halen. Ik vind dat echt
belangrijk. Ik mag deze portefeuille nu iets meer dan een maand doen.
Iedere keer dat ik de ambitie voor bijna gratis kinderopvang uitspreek,
is de toch een beetje cynische reactie van de buitenwereld: we horen
inmiddels al tien jaar dat dat gratis gaat worden. Ik denk dat het een
belangrijke ambitie is om echt met volle vaart door te gaan, met alle
capaciteit die we hebben. Het zou overigens de eerste toeslag zijn die
we afschaffen sinds 2003, zeg ik uit mijn hoofd. Dat is inmiddels alweer
meer dan een kwarteeuw geleden.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp eigenlijk goed wat de minister zegt. Tegelijkertijd moeten
wij, juist omdat het afschaffen van een toeslag zo'n enorme, belangrijke
wijziging is, ook heel goed kunnen beoordelen of dit nou de juiste weg
is. Dat is ook een politiek besluit, zeker als er een minderheidskabinet
zit. Wij moeten gewoon een afweging kunnen maken. Nou ligt dat rapport
van de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen er. Dat zegt ook: je
zou de arbeidseis bijvoorbeeld ook pas na twee dagen kunnen laten
ingaan. Wij vinden het heel belangrijk om die afwegingen te kunnen
maken. Ik vind het dus een beetje jammer dat wij nu door haast niet de
informatie krijgen die we eigenlijk nodig hebben om onze afwegingen te
kunnen maken.
De voorzitter:
Heeft u een vraag?
Minister Aartsen:
"Haast" zou ik niet bij dit wetsvoorstel willen zeggen. Volgens mij gaat
dit heel zorgvuldig. De motie vraagt mij om stappen te zetten ten
aanzien van een integraal stelsel kinderopvang en onderwijs. Dat zijn
twee fundamenteel verschillende stelsels. Natuurlijk, die ambitie of
visie mag je vanuit een politieke ideologie hebben. Ik wil er hier
alleen wel voor waken dat we het goede de vijand laten zijn van het
betere. Laten we dat nou niet doen. Als het ons zou lukken om een stap
te zetten richting bijna gratis kinderopvang op 1 januari 2029 — we zijn
dan meer een kwart eeuw verder sinds we over de toeslagen spraken — dan
zou dat echt een fantastische stap zijn voor kinderen en ouders. We gaan
in de scenario's ongetwijfeld ook nog spreken over de arbeidseis. Ik
interpreteer nu even, maar volgens mij is mevrouw Moorman daar vooral
naar op zoek. Hoe kunnen we daarover een goed inhoudelijk debat voeren?
Ik denk dat we daar gewoon even de tijd voor moeten nemen in dit
voorjaar of richting de zomer. Zoals de motie op dit moment geformuleerd
is, moet ik 'm echt ontraden.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch het gevoel dat de minister 'm anders leest dan hier staat.
Ik zeg namelijk niet dat er een integraal stelsel moet komen. Ik vraag:
wat zijn de stappen die nodig zijn zodat we dat tegenover elkaar af
kunnen wegen? De bedoeling van deze motie — als ik 'm anders moet
formuleren, dan hoor ik het graag van de minister — is om wat er is
aangegeven in de scenariostudie te laten zien aan de Kamer. Dat bedoel
ik in de zin van: wat is er dan in de stappen voor nodig zodat wij
vervolgens een afweging kunnen maken? Ik bedoelde met "haast" niet …
Haastige spoed is zelden goed. Ik bedoelde juist dat we hier al heel
lang mee bezig zijn en dat we daarom ook in die laatste stap een
zorgvuldige afweging moeten maken. Dat was de bedoeling van deze
motie.
Minister Aartsen:
Die kan ik goed volgen, maar ik denk niet dat het helpt als we de
capaciteit die we hebben … Het is echt spannend of we 1 januari 2029
halen. Ik zei net al dat mijn grootste zorg is dat het weer wordt
uitgesteld en dat we weer in de vertraging schieten. Laten we die
capaciteit nou daarop richten. Laten we onze politieke capaciteit
gebruiken om daar een goed politiek debat over te voeren. Ik hoor aan
het betoog van mevrouw Moorman dat zij vindt dat we dat nog onvoldoende
doen. Laat mij als nieuwe minister dan de ambitie uitspreken dat ik er
enorm naar uitkijk om daar echt een fundamenteel en goed politiek debat
over te voeren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 579: ontraden.
Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 580 moet ik overbodig verklaren. Het is inmiddels
allemaal al in kaart. Een hoger vergoedingspercentage heeft geen
gevolgen voor de uitvoeringskosten. De uitvoeringskosten zullen niet
substantieel hoger liggen. Het zal ook geen significante gevlogen
hebben. Als je dit overigens wel zou doen, dan moet je daar ongeveer 600
miljoen euro bijplussen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 580: overbodig.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, excuus, hoor. Ik wil niet overal op interrumperen, maar
misschien komt het door de korte dicta van de moties. Op het moment dat
je geld int, kost dat meer dan wanneer je geen geld int. Daar gaat het
om. Wat kost het innen van die 4% ten opzichte van het überhaupt niet
doen? Daar zijn eigenlijk helemaal geen goede cijfers over.
Minister Aartsen:
De cijfers die ik heb gegeven, gaan erover dat een hoger
vergoedingspercentage geen gevolgen heeft voor de uitvoerbaarheid, de
uitvoerder nog steeds een bedrag tot aan de MUP moet uitkeren en het uit
te keren bedrag in dit geval slechts wat hoger wordt. Daarom dienen er
dus geen significante gevolgen te worden verwacht voor de
uitvoeringskosten. Ik zie mevrouw Moorman nee schudden, dus dat betekent
dat het antwoord dat ik geef niet aansluit bij de vraag die ze heeft. Ik
denk dat we moeten zoeken naar een andere manier om de vraag van mevrouw
Moorman te kunnen beantwoorden.
De voorzitter:
De tweede poging van mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
De vraag die hier staat: er zijn uitvoeringskosten, want wij vragen nog
steeds 4%. Wij zouden graag willen weten wat die uitvoeringskosten zijn.
We weten namelijk wat die 4% oplevert. We willen dat graag tegen elkaar
afzetten. Dat is niet zo'n gekke vraag en dat is de vraag die hier
voorligt.
Minister Aartsen:
Nogmaals: de informatie die ik nu heb, geeft aan dat er geen
significante kosten tegenover staan. Laten we de vraag die mevrouw
Moorman buiten de microfoon stelt over hoe dat nou kan, heel even
schriftelijk behandelen. Dan kunnen we misschien kijken hoe we
"significant" allebei kwantificeren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 580: overbodig. Wel komt er een schriftelijke
reactie van de minister. We gaan door met de motie op stuk nr. 581.
Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 581 verzoekt de regering om in beeld te brengen in
hoeverre de prijzen nu boven het wettelijk uurtarief liggen. Die
informatie is reeds voorhanden. Ik moet deze motie dus ook overbodig
verklaren. We hebben al inzicht in de kengetallen binnen de
kinderopvang, bijvoorbeeld in de kwartaalrapportage en het
CBS-dashboard, dat voor iedereen toegankelijk is. Daarmee proberen we zo
veel mogelijk informatie en inzicht te geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 581: overbodig. Mevrouw Moorman, opnieuw.
Minister Aartsen:
Ik zeg er ook maar gewoon bij: als u nog iets mist, hoor ik dat graag.
Dan doen we het in dezelfde brief die ik net heb toegezegd. Mevrouw
Moorman en ik zouden vandaag een kop koffie drinken. Ik denk dat dat
nodig was geweest. Ik moest die afspraak helaas annuleren vanwege een
prangende andere afspraak, maar ik denk dat ik er zelf heel veel spijt
van heb dat we die koffie niet hebben gedronken!
De voorzitter:
Het is wel lekker transparant.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat meneer Aartsen nooit meer een afspraak afzegt.
Minister Aartsen:
Nee, en mevrouw Moorman al helemaal niet!
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik snap het, hoor, want dat dashboard is er. Maar het is best wel
zoeken. Dan kan de heer Aartsen natuurlijk zeggen "je had vanochtend een
halfuur over, want de afspraak werd afgezegd", maar het zou heel prettig
zijn om voor deze punten even een overzicht te hebben. Dat helpt ons
enorm. Dat is een vriendelijk verzoek.
Minister Aartsen:
Ik hoor de behoefte aan de zijde van de Kamer. Ik ga even kijken hoe we
dit op een goede manier kunnen vormgeven.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dan trek ik de motie in en zie ik dit gewoon als een toezegging.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Moorman (31322, nr. 581) is ingetrokken, maakt zij
geen onderwerp van beraadslaging meer uit.
De motie op stuk nr. 582.
Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 582 gaat over creatieve oplossingen zoeken. Die kan
ik oordeel Kamer geven. Dat is een ondersteuning van wat we al doen. Ik
zie het ook als een aansporing om samen met de sector in overleg te
treden. Ik ben aan het kijken of we een samenwerkingsagenda kunnen maken
samen met de sector. Ik zeg er overigens wel het volgende bij. Mevrouw
Van Ark deed in haar bijdrage de aanname dat meer vergoeding automatisch
zou leiden tot meer vraag naar kinderopvang, tot enorme aanvragen. We
zien nu juist — dat zagen we vorige week ook — dat we de
vergoedingspercentages hebben opgekrikt, maar dat effect eigenlijk nog
niet zichtbaar is. Dat toont wat mij betreft aan — ik heb zelf onderdeel
uit mogen maken van de enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening
— dat het wantrouwen omtrent toeslagen, en specifiek de
kinderopvangtoeslag, enorm hoog is. Juist het ontkrachten van die
aanname is voor mij een motivatie om door te gaan met de hervorming van
het kinderopvangstelsel en het afschaffen van die toeslag.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 582 krijgt oordeel Kamer. Mevrouw Van Ark heeft
toch nog een vraag.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Mijn vraag is specifiek of er ook een brief naar de Kamer kan over wat
het kabinet daar op dit moment aan doet. Ik begrijp dat het kabinet
bezig is met die creatieve oplossing, maar ik zou daar graag een brief
over ontvangen.
Minister Aartsen:
Laat me dan eerst heel even goed met de sector overleggen. Ik heb twee
weken geleden de eerste kennismaking mogen hebben. Ik heb de sector
uitgenodigd om mee te denken over zo'n samenwerkingsagenda. Laten we dat
eerst even goed op een rijtje zetten, want dan kunnen we dit ook echt
verder brengen. Er kan zeker een brief komen, maar dat zal dan net voor
het begin van het zomerreces zijn.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Prima.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 583.
Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 583 verzoekt de regering om de arbeidseis in de
kinderopvang te handhaven. Deze kan ik oordeel Kamer geven, mits ik 'm
zo mag lezen dat dit in ieder geval voor de periode tot aan 2029 gaat
gelden. Tot die tijd is het onverstandig om 'm los te laten. Voor daarna
zou ik dit nu niet willen vastzetten. Daar lopen nu gesprekken over met
de sector. Tussen 0 en 100 zit nog steeds heel erg veel. Ik wil wel de
ruimte houden om er met de sector van gedachten over te wisselen. Het
kost heel veel geld en zorgt voor heel veel extra vraag naar
kinderopvang, dus op korte termijn kunnen we dit sowieso niet doen, dus
oordeel Kamer. Ik wil wel even het voorbehoud houden dat ik de periode
na 2029 niet dicht wil zetten, omdat ik ook met de sector in gesprek wil
over hoe zij de toekomst van de kinderopvang zien nadat we deze stap
hebben gezet.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 583: oordeel Kamer.
Minister Aartsen:
Dan nog een aantal vragen.
Mevrouw Van Ark vroeg mij naar de evaluatie van de koppeling gewerkte
uren. Die loopt op dit moment. Wij verwachten die voor de zomer met uw
Kamer te kunnen delen.
Mevrouw Moorman vroeg wanneer het CBS start met het volgen van een
aantal zaken. Daarvoor moet ik verwijzen naar de kwartaalrapportages en
het CBS, maar ik stel voor dat we deze gemakshalve ook gewoon even
meenemen in de brief. Ik ga het niet nog een keer wagen om een
teleurstellend antwoord te geven!
Dat waren de vragen en de moties, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat brengt ons bij het einde van dit tweeminutendebat over
het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemmingen zijn volgende week dinsdag. We gaan over enkele
ogenblikken verder met het debat over goedkeuring van het verdrag inzake
het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.