[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel kinderopvang (31322-573) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D15161, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 09:22, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Nieuw financieringsstelsel kinderopvang

Nieuw financieringsstelsel kinderopvang

Aan de orde is het tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel kinderopvang (31322, nr. 573).

De voorzitter:
We gaan beginnen met het tweeminutendebat Nieuw financieringsstelsel kinderopvang. De minister gaat op zijn stoel zitten, de Kamerleden ook. Als eerste spreker wil ik mevrouw Moorman van GroenLinks-PvdA naar voren roepen.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag en vijf moties, dus ik ga snel van start.

Mijn vraag: vanaf wanneer gaat het CBS de prijzen in de kinderopvang monitoren?

Dan mijn moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat betaald overblijven een financiële drempel kan vormen voor ouders;

verzoekt de regering om per regio in kaart te brengen bij hoeveel van de basisscholen sprake is van tussenschoolse opvang en tegen welke kosten ouders hier gebruik van kunnen maken, en de Kamer hierover te informeren voor het meireces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 577 (31322) (#1).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onduidelijk is wanneer de Wet herziening financieringsstelsel kinderopvang naar de Kamer komt;

verzoekt de regering om voor het meireces een procesbrief naar de Kamer te sturen met daarin de planning van het wetstraject van de Wet herziening financieringsstelsel kinderopvang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 578 (31322) (#2).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat integrale publieke kinderopvang en onderwijs goed zijn voor de ontwikkeling van kinderen;

verzoekt de regering in kaart te brengen welke stappen nodig zijn om te komen tot een integraal stelsel van kinderopvang en onderwijs, en daarbij de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen te betrekken, en de Kamer hierover te informeren voor het meireces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 579 (31322) (#3).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om in kaart te brengen wat de uitvoeringskosten zijn van het innen van de 4% eigen bijdrage in de kinderopvang, en de Kamer hierover te informeren voor het meireces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 580 (31322) (#4).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 71% van de kinderopvanglocaties een prijs vraagt boven de maximumuurprijs;

verzoekt de regering om in beeld te brengen hoe ver de prijzen van de kinderopvanglocaties boven de maximumuurprijs liggen, en in hoeverre dit verschilt per doelgroep en per regio, en de Kamer hierover te informeren voor het meireces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.

Zij krijgt nr. 581 (31322) (#5).

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik had er zo nog één kunnen doen, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank ú wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Ark van het CDA.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. De komende jaren wordt er toegewerkt naar het stelsel van gratis kinderopvang. Wij hebben er in het schriftelijk overleg onze zorgen over geuit dat de vraag naar kinderopvang fors zal toenemen, terwijl er nu al grote personeelskrapte is. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de invoering van bijna gratis kinderopvang naar verwachting zal leiden tot een aanzienlijke stijging van de vraag naar kinderopvang, terwijl de sector nu al kampt met personeelstekorten en capaciteitsdruk;

overwegende dat het tijdig voorbereiden op deze vraagstijging essentieel is om toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang te waarborgen;

overwegende dat naast reguliere maatregelen ook creatieve oplossingen kunnen worden gezocht, bijvoorbeeld het parttime inzetten van gepensioneerden, leerwerkconstructies voor studenten pedagogiek en pabo, versterken en uitbreiden van het aanbod van gastouders, het slimmer digitaal matchen van vraag en aanbod enzovoorts;

verzoekt de regering samen met de sector nogmaals te zoeken naar creatieve oplossingen die kunnen bijdragen aan het vergroten van de capaciteit, en daar voor de zomer over te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ark.

Zij krijgt nr. 582 (31322) (#6).

Mevrouw Van Ark (CDA):
Voorzitter. Ik heb nog een vraag. Per 1 januari 2023 …

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er een interruptie van mevrouw Michon-Derkzen.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik zou over deze motie graag een vraag willen stellen. Ik ben het er natuurlijk mee eens dat we er alles aan moeten doen om voldoende personeel te krijgen. Ik lees ook in de stukken dat dat hét grote knelpunt is. Tegelijkertijd is deze sector enorm gereguleerd met een maximumaantal kinderen per pedagogisch medewerker; we willen ook pedagogisch medewerkers op de kinderopvang. Mag ik dus aan mevrouw Van Ark vragen waar zij dan aan denkt? Vinden we eigenlijk dat we dan die norm op moeten rekken? Of vinden we dat er ook niet-gediplomeerde pedagogisch medewerkers op de kinderopvang moeten werken? Want hoe anders, wil ik eigenlijk vragen. Natuurlijk willen we allemaal dat er voldoende personeel is.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb in mijn motie al een aantal onderzoeksrichtingen gezet. Het betekent ook het slimmer digitaal matchen. Ik zie dat ouders bijvoorbeeld heel erg lang op zoek zijn. Daar brengen we natuurlijk niet de capaciteit mee op orde. Je kan echter ook denken aan pabo-studenten. Je kan ook denken aan het inzetten van gepensioneerden of aan het flexibeler maken ervan, maar zoals u aangeeft, moeten we misschien ook wat creatiever kijken naar hoe we het op dit moment vormgeven en of daar mogelijk wat meer rek in zit. Wat mij betreft moeten we dus echt out of the box denken om dit probleem aan te pakken.

De voorzitter:
Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik heb nog een vraag. Per 1 januari 2023 is de koppeling gewerkte uren losgelaten, met als doel minder terugvorderingen. De arbeidseis blijft wel bestaan, maar zonder koppeling kun je in theorie met één uur werken per maand aanspraak maken op 230 uur bijna gratis opvang. Destijds werd een beperkte toename van opvanguren verwacht, omdat de eigen bijdrage nog een remmende werking had. Wij vragen ons af wat de effecten zijn als die eigen bijdrage straks minimaal wordt. Wordt dit ook meegenomen in de evaluatie van het loslaten van de koppeling gewerkte uren? Wanneer vindt deze evaluatie plaats? Is de minister ook bereid de verwachte effecten van bijna gratis kinderopvang zonder koppeling met gewerkte uren in de impactanalyse bij het wetsvoorstel mee te nemen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft aangegeven ... O nee, de heer Mulder. Neem me niet kwalijk. Vergeet ik u bijna! De PVV.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Het is wel een hele korte bijdrage, want ik heb slechts één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kinderopvang als hoofddoel heeft dat ouders werk en zorg voor hun kind kunnen combineren;

overwegende dat de kinderopvangtoeslag dus een instrument is voor het stimuleren van arbeidsparticipatie;

verzoekt de regering om de arbeidseis in de kinderopvangtoeslag te handhaven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.

Zij krijgt nr. 583 (31322) (#7).

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu vijf minuten schorsen.

De vergadering wordt van 19.38 uur tot 19.42 uur geschorst.

De voorzitter:
We gaan weer beginnen. Het woord is aan de minister.

Minister Aartsen:
Ik had de moties precies tussen de katheder en het bankje neergelegd. Toen ging de katheder omhoog en lagen de moties niet meer op volgorde. We gaan kijken hoever we komen.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 577 van mevrouw Moorman vraagt mij om het een en ander in kaart te brengen over de tussenschoolse opvang. Deze motie moet ik helaas ontraden. De tussenschoolse opvang is geen wettelijke vorm van kinderopvang en valt op dit moment onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Ook dat ministerie beschikt niet over deze informatie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 577: ontraden. Mevrouw Moorman.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, u kon mijn lichaamstaal inderdaad lezen. De bedoeling van deze motie is juist dat dit misschien wél onder de kinderopvang zou moeten vallen. Kan de minister ons de weg wijzen wat betreft hoe we dan aan deze informatie zouden kunnen komen? Het is namelijk noodzakelijk om keuzes te kunnen maken over waarvoor we willen dat kinderopvangvergoedingen gaan gelden.

Minister Aartsen:
Dan moet ik echt verwijzen naar mijn collega van OCW, aangezien het volledige onderwijs, dus beide gevallen, tot haar domein behoren. In deze setting moet ik de motie ontraden. Ik snap het punt van mevrouw Moorman. Ik denk alleen dat zij dit bij de minister van Onderwijs zal moeten doen.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 578 kan ik oordeel Kamer geven. Ik kan zelfs een toezegging doen als u dat fijner vindt, maar een motie mag ook. Ik zeg u toe dat er voor het meireces een Kamerbrief komt met een tijdspad.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 578 krijgt oordeel Kamer.

Minister Aartsen:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 579 gaat over een integraal stelsel. Deze motie moet ik om twee redenen ontraden. Een politieke reden is dat dit kabinet in het coalitieakkoord heeft afgesproken dat het ongewijzigd zal doorgaan met de herziening van het financieringsstelsel. Ik denk dat het belangrijk is om dat op deze manier te doen. Het integraal doen heeft een aantal voordelen, maar ook een aantal nadelen ten aanzien van de kwaliteit en diversiteit die we op dit moment hebben in het kinderopvangstel, zeg ik er maar even bij.

Daarnaast is op dit moment alle capaciteit nodig om de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2029 te halen. Ik vind dat echt belangrijk. Ik mag deze portefeuille nu iets meer dan een maand doen. Iedere keer dat ik de ambitie voor bijna gratis kinderopvang uitspreek, is de toch een beetje cynische reactie van de buitenwereld: we horen inmiddels al tien jaar dat dat gratis gaat worden. Ik denk dat het een belangrijke ambitie is om echt met volle vaart door te gaan, met alle capaciteit die we hebben. Het zou overigens de eerste toeslag zijn die we afschaffen sinds 2003, zeg ik uit mijn hoofd. Dat is inmiddels alweer meer dan een kwarteeuw geleden.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik begrijp eigenlijk goed wat de minister zegt. Tegelijkertijd moeten wij, juist omdat het afschaffen van een toeslag zo'n enorme, belangrijke wijziging is, ook heel goed kunnen beoordelen of dit nou de juiste weg is. Dat is ook een politiek besluit, zeker als er een minderheidskabinet zit. Wij moeten gewoon een afweging kunnen maken. Nou ligt dat rapport van de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen er. Dat zegt ook: je zou de arbeidseis bijvoorbeeld ook pas na twee dagen kunnen laten ingaan. Wij vinden het heel belangrijk om die afwegingen te kunnen maken. Ik vind het dus een beetje jammer dat wij nu door haast niet de informatie krijgen die we eigenlijk nodig hebben om onze afwegingen te kunnen maken.

De voorzitter:
Heeft u een vraag?

Minister Aartsen:
"Haast" zou ik niet bij dit wetsvoorstel willen zeggen. Volgens mij gaat dit heel zorgvuldig. De motie vraagt mij om stappen te zetten ten aanzien van een integraal stelsel kinderopvang en onderwijs. Dat zijn twee fundamenteel verschillende stelsels. Natuurlijk, die ambitie of visie mag je vanuit een politieke ideologie hebben. Ik wil er hier alleen wel voor waken dat we het goede de vijand laten zijn van het betere. Laten we dat nou niet doen. Als het ons zou lukken om een stap te zetten richting bijna gratis kinderopvang op 1 januari 2029 — we zijn dan meer een kwart eeuw verder sinds we over de toeslagen spraken — dan zou dat echt een fantastische stap zijn voor kinderen en ouders. We gaan in de scenario's ongetwijfeld ook nog spreken over de arbeidseis. Ik interpreteer nu even, maar volgens mij is mevrouw Moorman daar vooral naar op zoek. Hoe kunnen we daarover een goed inhoudelijk debat voeren? Ik denk dat we daar gewoon even de tijd voor moeten nemen in dit voorjaar of richting de zomer. Zoals de motie op dit moment geformuleerd is, moet ik 'm echt ontraden.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Moorman.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik heb toch het gevoel dat de minister 'm anders leest dan hier staat. Ik zeg namelijk niet dat er een integraal stelsel moet komen. Ik vraag: wat zijn de stappen die nodig zijn zodat we dat tegenover elkaar af kunnen wegen? De bedoeling van deze motie — als ik 'm anders moet formuleren, dan hoor ik het graag van de minister — is om wat er is aangegeven in de scenariostudie te laten zien aan de Kamer. Dat bedoel ik in de zin van: wat is er dan in de stappen voor nodig zodat wij vervolgens een afweging kunnen maken? Ik bedoelde met "haast" niet … Haastige spoed is zelden goed. Ik bedoelde juist dat we hier al heel lang mee bezig zijn en dat we daarom ook in die laatste stap een zorgvuldige afweging moeten maken. Dat was de bedoeling van deze motie.

Minister Aartsen:
Die kan ik goed volgen, maar ik denk niet dat het helpt als we de capaciteit die we hebben … Het is echt spannend of we 1 januari 2029 halen. Ik zei net al dat mijn grootste zorg is dat het weer wordt uitgesteld en dat we weer in de vertraging schieten. Laten we die capaciteit nou daarop richten. Laten we onze politieke capaciteit gebruiken om daar een goed politiek debat over te voeren. Ik hoor aan het betoog van mevrouw Moorman dat zij vindt dat we dat nog onvoldoende doen. Laat mij als nieuwe minister dan de ambitie uitspreken dat ik er enorm naar uitkijk om daar echt een fundamenteel en goed politiek debat over te voeren.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 579: ontraden.

Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 580 moet ik overbodig verklaren. Het is inmiddels allemaal al in kaart. Een hoger vergoedingspercentage heeft geen gevolgen voor de uitvoeringskosten. De uitvoeringskosten zullen niet substantieel hoger liggen. Het zal ook geen significante gevlogen hebben. Als je dit overigens wel zou doen, dan moet je daar ongeveer 600 miljoen euro bijplussen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 580: overbodig.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, excuus, hoor. Ik wil niet overal op interrumperen, maar misschien komt het door de korte dicta van de moties. Op het moment dat je geld int, kost dat meer dan wanneer je geen geld int. Daar gaat het om. Wat kost het innen van die 4% ten opzichte van het überhaupt niet doen? Daar zijn eigenlijk helemaal geen goede cijfers over.

Minister Aartsen:
De cijfers die ik heb gegeven, gaan erover dat een hoger vergoedingspercentage geen gevolgen heeft voor de uitvoerbaarheid, de uitvoerder nog steeds een bedrag tot aan de MUP moet uitkeren en het uit te keren bedrag in dit geval slechts wat hoger wordt. Daarom dienen er dus geen significante gevolgen te worden verwacht voor de uitvoeringskosten. Ik zie mevrouw Moorman nee schudden, dus dat betekent dat het antwoord dat ik geef niet aansluit bij de vraag die ze heeft. Ik denk dat we moeten zoeken naar een andere manier om de vraag van mevrouw Moorman te kunnen beantwoorden.

De voorzitter:
De tweede poging van mevrouw Moorman.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
De vraag die hier staat: er zijn uitvoeringskosten, want wij vragen nog steeds 4%. Wij zouden graag willen weten wat die uitvoeringskosten zijn. We weten namelijk wat die 4% oplevert. We willen dat graag tegen elkaar afzetten. Dat is niet zo'n gekke vraag en dat is de vraag die hier voorligt.

Minister Aartsen:
Nogmaals: de informatie die ik nu heb, geeft aan dat er geen significante kosten tegenover staan. Laten we de vraag die mevrouw Moorman buiten de microfoon stelt over hoe dat nou kan, heel even schriftelijk behandelen. Dan kunnen we misschien kijken hoe we "significant" allebei kwantificeren.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 580: overbodig. Wel komt er een schriftelijke reactie van de minister. We gaan door met de motie op stuk nr. 581.

Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 581 verzoekt de regering om in beeld te brengen in hoeverre de prijzen nu boven het wettelijk uurtarief liggen. Die informatie is reeds voorhanden. Ik moet deze motie dus ook overbodig verklaren. We hebben al inzicht in de kengetallen binnen de kinderopvang, bijvoorbeeld in de kwartaalrapportage en het CBS-dashboard, dat voor iedereen toegankelijk is. Daarmee proberen we zo veel mogelijk informatie en inzicht te geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 581: overbodig. Mevrouw Moorman, opnieuw.

Minister Aartsen:
Ik zeg er ook maar gewoon bij: als u nog iets mist, hoor ik dat graag. Dan doen we het in dezelfde brief die ik net heb toegezegd. Mevrouw Moorman en ik zouden vandaag een kop koffie drinken. Ik denk dat dat nodig was geweest. Ik moest die afspraak helaas annuleren vanwege een prangende andere afspraak, maar ik denk dat ik er zelf heel veel spijt van heb dat we die koffie niet hebben gedronken!

De voorzitter:
Het is wel lekker transparant.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat meneer Aartsen nooit meer een afspraak afzegt.

Minister Aartsen:
Nee, en mevrouw Moorman al helemaal niet!

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Ik snap het, hoor, want dat dashboard is er. Maar het is best wel zoeken. Dan kan de heer Aartsen natuurlijk zeggen "je had vanochtend een halfuur over, want de afspraak werd afgezegd", maar het zou heel prettig zijn om voor deze punten even een overzicht te hebben. Dat helpt ons enorm. Dat is een vriendelijk verzoek.

Minister Aartsen:
Ik hoor de behoefte aan de zijde van de Kamer. Ik ga even kijken hoe we dit op een goede manier kunnen vormgeven.

Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Dan trek ik de motie in en zie ik dit gewoon als een toezegging.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Moorman (31322, nr. 581) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De motie op stuk nr. 582.

Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 582 gaat over creatieve oplossingen zoeken. Die kan ik oordeel Kamer geven. Dat is een ondersteuning van wat we al doen. Ik zie het ook als een aansporing om samen met de sector in overleg te treden. Ik ben aan het kijken of we een samenwerkingsagenda kunnen maken samen met de sector. Ik zeg er overigens wel het volgende bij. Mevrouw Van Ark deed in haar bijdrage de aanname dat meer vergoeding automatisch zou leiden tot meer vraag naar kinderopvang, tot enorme aanvragen. We zien nu juist — dat zagen we vorige week ook — dat we de vergoedingspercentages hebben opgekrikt, maar dat effect eigenlijk nog niet zichtbaar is. Dat toont wat mij betreft aan — ik heb zelf onderdeel uit mogen maken van de enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening — dat het wantrouwen omtrent toeslagen, en specifiek de kinderopvangtoeslag, enorm hoog is. Juist het ontkrachten van die aanname is voor mij een motivatie om door te gaan met de hervorming van het kinderopvangstelsel en het afschaffen van die toeslag.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 582 krijgt oordeel Kamer. Mevrouw Van Ark heeft toch nog een vraag.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Mijn vraag is specifiek of er ook een brief naar de Kamer kan over wat het kabinet daar op dit moment aan doet. Ik begrijp dat het kabinet bezig is met die creatieve oplossing, maar ik zou daar graag een brief over ontvangen.

Minister Aartsen:
Laat me dan eerst heel even goed met de sector overleggen. Ik heb twee weken geleden de eerste kennismaking mogen hebben. Ik heb de sector uitgenodigd om mee te denken over zo'n samenwerkingsagenda. Laten we dat eerst even goed op een rijtje zetten, want dan kunnen we dit ook echt verder brengen. Er kan zeker een brief komen, maar dat zal dan net voor het begin van het zomerreces zijn.

Mevrouw Van Ark (CDA):
Prima.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 583.

Minister Aartsen:
De motie op stuk nr. 583 verzoekt de regering om de arbeidseis in de kinderopvang te handhaven. Deze kan ik oordeel Kamer geven, mits ik 'm zo mag lezen dat dit in ieder geval voor de periode tot aan 2029 gaat gelden. Tot die tijd is het onverstandig om 'm los te laten. Voor daarna zou ik dit nu niet willen vastzetten. Daar lopen nu gesprekken over met de sector. Tussen 0 en 100 zit nog steeds heel erg veel. Ik wil wel de ruimte houden om er met de sector van gedachten over te wisselen. Het kost heel veel geld en zorgt voor heel veel extra vraag naar kinderopvang, dus op korte termijn kunnen we dit sowieso niet doen, dus oordeel Kamer. Ik wil wel even het voorbehoud houden dat ik de periode na 2029 niet dicht wil zetten, omdat ik ook met de sector in gesprek wil over hoe zij de toekomst van de kinderopvang zien nadat we deze stap hebben gezet.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 583: oordeel Kamer.

Minister Aartsen:
Dan nog een aantal vragen.

Mevrouw Van Ark vroeg mij naar de evaluatie van de koppeling gewerkte uren. Die loopt op dit moment. Wij verwachten die voor de zomer met uw Kamer te kunnen delen.

Mevrouw Moorman vroeg wanneer het CBS start met het volgen van een aantal zaken. Daarvoor moet ik verwijzen naar de kwartaalrapportages en het CBS, maar ik stel voor dat we deze gemakshalve ook gewoon even meenemen in de brief. Ik ga het niet nog een keer wagen om een teleurstellend antwoord te geven!

Dat waren de vragen en de moties, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat brengt ons bij het einde van dit tweeminutendebat over het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemmingen zijn volgende week dinsdag. We gaan over enkele ogenblikken verder met het debat over goedkeuring van het verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.