[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Verordening versterking Carbon Border Adjustment Mechanism en verordening Tijdelijk Fonds voor Koolstofvrijmaking (Kamerstuk 22112-4283)

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D15230, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-01 10:54, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z04598:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr.

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld … 2026

De vaste commissie voor Financiƫn heeft op 31 maart 2026 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de staatssecretaris van Financiƫn over het door de minister van Buitenlandse Zaken op 6 maart 2026 toegezonden fiche op het beleidsterrein Financiƫn:

Fiche: Verordening versterking Carbon Border Adjustment Mechanism en verordening Tijdelijk Fonds voor Koolstofvrijmaking (Kamerstuk 22112, nr. 4283)

De staatssecretaris van FinanciĆ«n heeft deze vragen beantwoord bij brief van ….

Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Jansen

De adjunct-griffier van de commissie,

Lips

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over de voorgestelde versterking van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en de oprichting van een tijdelijk fonds voor koolstofvrijmaking. Deze leden onderschrijven het belang van effectief Europees klimaatbeleid dat bijdraagt aan emissiereductie, daarom juichen deze leden de doorontwikkeling van CBAM toe. Wel maken deze leden zich zorgen over enkele voorstellen die mogelijk leiden tot uitzonderingen of afzwakking van de effectiviteit van CBAM. Daarom hebben deze leden hierover nog wel de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de D66-fractie ondersteunen de ambitie om CBAM te versterken en daarmee het risico op koolstoflekkage te verminderen. Deze leden lezen dat er wel een risico ontstaat op marktverstoring en uitvoerbaarheidsproblematiek bij specifieke CBAM-goederen en dat deze onvoldoende zijn geanalyseerd. Op welke termijn zullen deze risico's wel worden onderzocht? Kan de staatssecretaris nader toelichten welke specifieke sectoren en productgroepen het meeste risico lopen? Deze leden vragen ook in hoeverre het kabinet hiervoor oplossingen ziet die niet de ambitie van CBAM verlagen.

Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe wordt voorkomen dat de bestaande drempelwaarde van 50 ton gewicht per jaar leidt tot meer ontwijking, bijvoorbeeld door het splitsen van zendingen? Vindt de staatssecretaris een andere drempelwaarde op termijn een oplossing?

De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet kritisch is op het meenemen van carbon credits binnen CBAM. Welke risico's neemt de staatssecretaris mee in dit oordeel? Kan de staatssecretaris verder specifiƫren onder welke omstandigheden dit wel mogelijk of acceptabel zou kunnen zijn?

Ook lezen deze leden dat het kabinet kritisch is ten aanzien van het voorstel om de Europese Commissie bevoegdheid te geven om CBAM-goederen te verwijderen. De leden van de D66-fractie begrijpen de zorgen van het kabinet. Zowel ten aanzien van dit punt als het punt van de carbon credits vragen deze leden de staatssecretaris om een inschatting te geven van het internationale speelveld. Wie zijn de like-minded landen en hoeveel zijn er dit?

De leden van de D66-fractie begrijpen dat CBAM nog geen volledige oplossing biedt voor koolstoflekkage via export. Tegelijkertijd lezen deze leden dat het kabinet kritisch is op het voorgestelde tijdelijk fonds. Hoe zet het kabinet zich in om te komen tot een effectieve en gerichte oplossing die Europese bedrijven helpt concurrerend te blijven maar ook ondersteunt bij verduurzaming? Ook hier delen de leden van de D66-fractie de zorgen van het kabinet en horen deze leden graag hoe het internationale speelveld erbij ligt.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD- fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Fiche over de CBAM-versterking en Tijdelijk Fonds Koolstofvrijmaking. Deze leden hebben meerdere vragen.

De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de essentie van het voorstel dat de Europese Commissie voorstelt de CBAM‑reikwijdte uit te breiden naar 180 nieuwe GN‑codes met downstream‑goederen zoals spijkers, pompen, voertuigonderdelen en huishoudelijke apparaten. Daarmee wil de Europese Commissie indirecte koolstoflekkage beperken, maar het kabinet waarschuwt voor risico’s zoals marktverstoring, heterogene emissiewaarden en complexiteit in de uitvoerbaarheid. Kan het kabinet onderbouwen hoe voor deze 180 nieuwe GN‑codes wordt geborgd dat de gehanteerde standaardwaarden voor ingebedde emissies proportioneel en realistisch zijn en hoe wordt voorkomen dat Nederlandse bedrijven worden geconfronteerd met te hoge of te lage heffingen ten opzichte van hun werkelijke emissiewaarden?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie brede bevoegdheden krijgt om aanvullende bewijslast te eisen wanneer verhoogd risico op ontwijking wordt vastgesteld. Op welke wijze zal het kabinet borgen dat aanvullende bewijslast alleen wordt opgelegd voor specifieke risicogoederen en hoe wordt ervoor gezorgd dat Nederlandse importeurs niet onnodig worden geconfronteerd met disproportionele administratieve lasten?

De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel eisen versoepelt voor het rapporteren van werkelijke emissies bij elektriciteitsimport en een nieuwe standaardwaarde introduceert gebaseerd op emissies van buurlanden. In hoeverre acht het kabinet de voorgestelde standaardwaardemethode robuust genoeg om regionale verschillen in verduurzaming weer te geven en hoe wordt voorkomen dat landen met relatief hoge emissies profiteren van ruimere gemiddelden?

De leden van de VVD-fractie lezen dat voor het tijdelijke fonds de Europese Commissie 7 aluminiumcodes, 8 meststoffencodes en 127 staalcodes selecteerde, maar het kabinet stelt dat onduidelijk is welke indicatoren zijn gebruikt en waarom juist deze goederen het hoogste resterende risico op koolstoflekkage hebben. Is het kabinet bereid om de Europese Commissie te verzoeken om de gebruikte indicatoren openbaar te maken en de geschiktheid per sectorgroep toe te lichten, zodat beter kan worden beoordeeld of de selectie proportioneel en doelmatig is?

De leden van de VVD-fractie zijn wat betreft de Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel blij met de kritische houding van het kabinet op dat het fonds buiten het MFK om wordt gefinancierd en via verplichte bijdragen van lidstaten buiten het eigenmiddelenbesluit. Dit kan ertoe leiden dat Nederland moet bijdragen zonder instemming, terwijl de baten onzeker zijn. Kan het kabinet aangeven hoe groot de verwachte nettobijdrage van Nederland is aan het fonds en in hoeverre Nederland bereid is een fonds te steunen dat buiten reguliere begrotingskaders wordt opgezet?

De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de implicaties voor uitvoering en/of handhaving dat de Douane en de NEa aanzienlijke extra lasten krijgen door 180 nieuwe GN‑codes, complexere waardeketens en intensievere bewijslastcontrole. Hoe beoordeelt het kabinet de huidige capaciteit van Douane en de NEa om deze uitbreidingen tijdig en effectief te handhaven en welke aanvullende middelen of aanpassingen zijn volgens het kabinet noodzakelijk om overbelasting en vertragingen te voorkomen?

De leden van de VVD-fractie lezen ten aanzien van de regeldruk voor het bedrijfsleven dat volgens de Europese Commissie 7.500 nieuwe importeurs onder CBAM komen, waarvan circa de helft mkb. Hoewel veel mkb onder de drempel blijft, verwacht de Europese Commissie een jaarlijkse stijging van nalevingskosten tussen 8–43 miljoen euro EU‑breed. Hoe beoordeelt het kabinet de administratieve en financiĆ«le lasten voor mkb‑bedrijven in Nederland en welke maatregelen kunnen volgens het kabinet worden getroffen om de lastenstijging te beperken?

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben het fiche met interesse gelezen. Deze leden hebben enkele vragen en opmerkingen.

Deze leden staan net als het kabinet positief tegenover uitbreiding van de reikwijdte van het CBAM. Deze leden vragen de staatssecretaris welke mogelijkheden de staatssecretaris ziet voor verdere uitbreiding, bovenop het Commissievoorstel. Deze leden lezen dat ā€˜een aantal lidstaten pleit voor verregaandere uitbreiding’ en vragen de staatssecretaris om dit toe te lichten. Om wat voor uitbreiding gaat het hier? Hoe staat het kabinet daartegenover? Ziet het kabinet het bijvoorbeeld als een optie om producten uit de chemische industrie toe te voegen aan het CBAM? Zo niet, waarom niet? Welke alternatieven ziet het kabinet om de chemische industrie te laten verduurzamen zonder oneerlijke concurrentie van buiten de Europese Unie?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen verder dat het Commissievoorstel aanpassingen rondom de import van elektriciteit bevat. Deze leden vragen of de staatssecretaris meer achtergrondinformatie kan bieden rond dit thema. Om welke landen gaat het, behalve het door de staatssecretaris al genoemde Verenigd Koninkrijk? Hoeveel elektriciteit importeert de Europese Unie jaarlijks en hoeveel verschil zullen de voorgestelde aanpassingen daarin naar verwachting maken? Deze leden vragen ook of de staatssecretaris een verdere toelichting kan geven op de voorgestelde bevoegdheid om ā€˜uitzonderingen toe te kennen aan landen die worden geĆÆntegreerd in de Europese elektriciteitsmarkt en/of beschikken over gelijkwaardige CO2-beprijzing in hun elektriciteitssector’. Bestaan hier objectieve voorwaarden voor? Kan een dergelijke bevoegdheid er bijvoorbeeld ook toe leiden dat een eventuele uitzondering onderdeel wordt van onderhandelingen met derde landen?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich net als het kabinet zorgen over de voorgestelde bevoegdheid om specifieke goederen uit het CBAM te verwijderen. Deze leden vragen of er randvoorwaarden aan dit voorstel zitten en of er bijvoorbeeld een maximumduur aan de genoemde ā€˜ernstige en onvoorziene omstandigheden’ verbonden is, of dat het de Commissie volledig vrij zou staan om discretionair te bepalen dat een goed geen deel meer uitmaakt van het CBAM.

Deze leden merken op dat drempelwaardes in regelgeving soms kunnen leiden tot omzeiling, bijvoorbeeld door het (al dan niet administratief) opsplitsen van bedrijven. Deze leden vragen de staatssecretaris in hoeverre dat risico bestaat voor het CBAM en in hoeverre dat risico groter wordt door de voorgestelde uitbreiding van de reikwijdte. Ook vragen deze leden of de staatssecretaris de zorgen over ā€˜marktverstoring’ door de uitbreiding kan toelichten, en welke oplossingen het kabinet hiervoor ziet. Hetzelfde geldt voor de zorg over de toepassing van standaardwaarden, waardoor de heffing soms te laag en soms te hoog kan uitvallen. Deze leden vragen of dat ook geldt voor het al bestaande CBAM en of dit risico toeneemt met de uitbreiding. Doelt de staatssecretaris hiermee op de mogelijkheid dat downstreamgoederen een meer heterogene samenstelling hebben dan de goederen die op dit moment al onder het CBAM vallen, waardoor de variatie in ingebedde emissies groter is?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe gaat worden gewaarborgd dat het tijdelijke fonds voor koolstofvrijmaking alleen ten goede komt aan producenten die investeren in verduurzaming. Kan de staatssecretaris dit verder toelichten?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het BNC-fiche over de verordening tot versterking van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). In grote lijnen delen deze leden de analyse en inzet van het kabinet. Deze leden hebben enkele aanvullende vragen.

De leden van de CDA-fractie zijn het met het kabinet eens dat bij de voorstellen aandacht moet zijn voor de balans tussen klimaatambitie enerzijds en mogelijke marktverstoring, handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid voor bedrijven en overheden anderzijds.

Ten aanzien van de uitvoerbaarheid vragen deze leden welke concrete knelpunten de staatssecretaris ziet in de uitvoerbaarheid van de uitgebreide CBAM, met name voor de Douane, de NEa en bedrijven. Deze leden lezen ook dat het kabinet flexibiliteit wil in de implementatie en deze leden vragen wat het kabinet daarbij noodzakelijk acht om de uitvoerbaarheid te waarborgen en wat het maximaal haalbare tempo is. Welke onderdelen acht het kabinet op dit moment niet uitvoerbaar en hoe is het kabinet voornemens zich in te gaan zetten in de Raad en met welke landen kan de staatssecretaris samen optrekken?

Voor een gelijk speelveld en concurrentie vragen de leden van de CDA-fractie in hoeverre het kabinet denkt dat het CBAM effectief is in het waarborgen van een gelijk speelveld wanneer de export uit de Europese Unie niet wordt gecompenseerd. Deze leden vragen hoe het kabinet het risico beoordeelt dat bedrijven hun productie naar buiten de Europese Unie verplaatsen.

De leden van de CDA-fractie lezen dat de Europese Commissie extra bevoegdheden krijgt om wanneer noodzakelijk in te grijpen, bijvoorbeeld bij ernstige en onvoorziene omstandigheden die ernstige schade aan de interne markt veroorzaken. Deze leden vragen of het kabinet nader kan ingaan over wat voor omstandigheden dit kan gaan, wat de termijn is waarop de Europese Commissie kan handelen en wat de voorwaarden zijn voor handelen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben met kritische belangstelling kennisgenomen van de kabinetsappreciatie over de twee Europese commissievoorstellen ter versterking van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM). Deze leden zijn in algemene zin kritisch op het CBAM-instrumentarium en in het bijzonder op de voorgestelde uitbreidingen en het nieuwe fonds. Deze leden delen de zorgen van het kabinet over de proportionaliteit, de uitvoerbaarheid en de mogelijke marktverstoringen die deze voorstellen met zich meebrengen.

De leden van de BBB-fractie maken zich zorgen over de verenigbaarheid van het voorgestelde Tijdelijk Fonds voor Koolstofvrijmaking met de internationale handelsregels. In hoeverre is de financiƫle steun via dit fonds daadwerkelijk verenigbaar met de WTO-regels, aangezien expliciete steun voor export strikt verboden is? Deelt het kabinet de vrees dat dit fonds, ondanks het meer generieke karakter om WTO-problemen te omzeilen, alsnog kan leiden tot vergeldingsmaatregelen van handelspartners?

Het bevreemdt deze leden dat er wordt gekozen voor een financieringsconstructie die buiten de reguliere kaders van de Europese begroting valt. Waarom wordt dit fonds gefinancierd via 'externe bestemmingsontvangsten' buiten het Meerjarig Financieel Kader (MFK) om? Wat zijn de exacte gevolgen van deze constructie voor de democratische controle door de lidstaten en het Europees Parlement en hoe wordt de transparantie over de besteding van deze middelen gewaarborgd als de reguliere begrotingsregels niet onverkort van toepassing zijn?

Deze leden verbazen zich over het vasthouden aan en verfijnen van importheffingen op de import van energie. In een tijd waarin energiezekerheid en betaalbaarheid cruciaal zijn, achten deze leden het contraproductief om de import van elektriciteit te belasten. Kan het kabinet rechtvaardigen waarom er in de huidige economische realiteit überhaupt 'de facto' importheffingen worden ingesteld op energie-import? Hoewel er wordt gesproken over een 'versoepeling' door standaardwaarden aan te passen op basis van de gemiddelde emissiefactor van buurlanden, blijft de kern dat er een drempel wordt opgeworpen voor de vrije instroom van elektriciteit. Hoe rijmt het kabinet dit met de noodzaak om de energierekening voor burgers en het bedrijfsleven betaalbaar te houden?

Ziet het kabinet ook het risico dat deze heffingen de leveringszekerheid in gevaar brengen, zeker nu de Europese Commissie ook nog eens de bevoegdheid krijgt om landen die niet volledig aan de EU-standaarden voldoen, uit te sluiten of extra te belasten?

II Reactie van de staatssecretaris