[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Amendement van het lid Ergin over een verplichte, periodieke kwaliteitsmeting op basis van uniforme en meetbare indicatoren.

Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)

Amendement

Nummer: 2026D15286, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-01 12:47, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36692 -11 Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting).

Onderdeel van zaak 2026Z06767:

Preview document (🔗 origineel)


TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2
Vergaderjaar 2025-2026
36 692 Wijziging van diverse onderwijswetten voor een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair en het voortgezet onderwijs (Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting)
Nr. 11 AMENDEMENT VAN HET LID Ergin
Ontvangen 1 april 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 92a als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie van deze investeringen.

e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee vergelijkbare norm..

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt “bouwtechnische staat” vervangen door “bouwkundige staat”, wordt na “onderwijsvorm,” ingevoegd “het binnenklimaat,”, wordt na “energieverbruik” ingevoegd “en de energieprestatie” en wordt toegevoegd “, alsmede, voor zover van toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze wet geldende normen en richtlijnen”.

3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

3a. Indien het college van burgemeester en wethouders bij het vaststellen van het programma, bedoeld in artikel 95, afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het eerst lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.

II

In artikel I, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 92b, vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

4a. Het college van burgemeester en wethouders zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.

III

In artikel II, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 90a als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie van deze investeringen.

e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee vergelijkbare norm.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt “bouwtechnische staat” vervangen door “bouwkundige staat”, wordt na “onderwijsvorm,” ingevoegd “het binnenklimaat,”, wordt na “energieverbruik” ingevoegd “en de energieprestatie” en wordt toegevoegd “, alsmede, voor zover van toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze wet geldende normen en richtlijnen”.

3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

3a. Indien het college van burgemeester en wethouders bij het vaststellen van het programma, bedoeld in artikel 93, afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.

IV

In artikel II, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 90b, vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

4a. Het college van burgemeester en wethouders zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.

V

In artikel III, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 6.2a als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie van deze investeringen.

e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee vergelijkbare norm.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt “bouwtechnische staat” vervangen door “bouwkundige staat”, wordt na “onderwijsvorm,” ingevoegd “het binnenklimaat,”, wordt na “energieverbruik” ingevoegd “en de energieprestatie” en wordt toegevoegd “, alsmede, voor zover van toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze wet geldende normen en richtlijnen”.

3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

3a. Indien de gemeenteraad bij het vaststellen van het programma, bedoeld in artikel 6.5, afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.

VI

In artikel III, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 6.2b, vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

4a. Het college van burgemeester en wethouders zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.

VII

In artikel III, onderdeel F, wordt het voorgestelde artikel 11.63a als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie van deze investeringen.

e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee vergelijkbare norm.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt “bouwtechnische staat” vervangen door “bouwkundige staat”, wordt na “onderwijsvorm,” ingevoegd “het binnenklimaat,”, wordt na “energieverbruik” ingevoegd “en de energieprestatie” en wordt toegevoegd “, alsmede, voor zover van toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze wet geldende normen en richtlijnen”.

3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

3a. Indien het bestuurscollege afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.

VIII

In artikel III, onderdeel F, wordt na het voorgestelde artikel 11.63b, vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

4a. Het bestuurscollege zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.

IX

In artikel IV, onderdeel B, wordt het voorgestelde artikel 79a als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. een gemotiveerde weergave van de volgorde van de geraamde investeringsbedragen, bedoeld in onderdeel b, aan de hand van de kwaliteit van de schoolgebouwen en de urgentie van deze investeringen.

e. een weergave van de wijze waarop de kwaliteit van schoolgebouwen periodiek wordt gemeten en de uniforme en meetbare indicatoren die gelden op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen norm van het Nederlands Normalisatie-instituut of een daarmee vergelijkbare norm.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt “bouwtechnische staat” vervangen door “bouwkundige staat”, wordt na “onderwijsvorm,” ingevoegd “het binnenklimaat,”, wordt na “energieverbruik” ingevoegd “en de energieprestatie” en wordt toegevoegd “, alsmede, voor zover van toepassing, in hoeverre het schoolgebouw aansluit bij de daarvoor op grond van deze wet geldende normen en richtlijnen”.

3. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

3a. Indien de eilandsraad afwijkt van de volgorde van investeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt deze afwijking gemotiveerd.

X

In artikel IV, onderdeel B, wordt na het voorgestelde artikel 79b, vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

4a. Het bestuurscollege zendt uiterlijk twee jaar nadat het integraal huisvestingsplan aan Onze Minister is gezonden een rapportage inzake de voortgang van de uitvoering van het integraal huisvestingsplan.

Toelichting

De kwaliteit van de onderwijshuisvesting in Nederland staat al langere tijd onder druk. Een aanzienlijk deel van de schoolgebouwen is verouderd en voldoet niet aan de hedendaagse eisen op het gebied van binnenklimaat, duurzaamheid en functionaliteit. Tegelijkertijd ontbreekt een eenduidig en betrouwbaar beeld van de staat van deze gebouwen, waardoor het moeilijk is om gericht te sturen en prioriteiten te stellen.

Het wetsvoorstel verplicht gemeenten tot het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan (IHP). In de huidige vorm bevat het IHP met name beschrijvende gegevens, zoals bouwjaar, energiegebruik en voorgenomen investeringen. Daarmee is het IHP vooral een planningsinstrument en biedt het onvoldoende inzicht in de feitelijke kwaliteit van schoolgebouwen. Uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) onderwijshuisvesting blijkt dat het ontbreken van eenduidige informatie en structurele monitoring een belangrijk knelpunt vormt. Het IBO adviseert om de kwaliteit van de gebouwenvoorraad systematisch in kaart te brengen en daarbij gebruik te maken van heldere normen en een uniforme meetwijze.

Dit amendement geeft hier invulling aan door de inhoud van het IHP uit te breiden met een verplichte, periodieke kwaliteitsmeting op basis van uniforme en meetbare indicatoren. Deze meting bestaat uit een technische beoordeling van de bouwkundige staat, bijvoorbeeld op basis van NEN 2767 of een vergelijkbare norm, en een beoordeling van de gebruikskwaliteit op basis van ervaringen van gebruikers, zoals via de Waardering Gebruiksprestatie (vergelijkbaar met NEN 8021). Gemeenten worden verplicht om per schoolgebouw inzicht te geven in de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de energieprestatie, in samenhang met de ervaren kwaliteit van het gebruik.

Daarnaast regelt dit amendement dat gemeenten een prioritering aanbrengen op basis van de kwaliteit en urgentie. Hiermee wordt inzichtelijk welke gebouwen het eerst moeten worden aangepakt. Om te voorkomen dat deze prioritering vrijblijvend blijft, wordt een motiveringsplicht geïntroduceerd indien hiervan wordt afgeweken. Met dit amendement wordt een stap gezet van plannen naar sturen. Niet alleen wordt vastgelegd wat men van plan is te doen, maar ook hoe de gebouwen er daadwerkelijk voor staan en waar de grootste urgentie ligt.

Ergin