Antwoord op vragen van het lid Raijer over het bericht 'Hogescholen bundelen krachten: nieuwe generatie economie-studenten moeten leren over 'brede welvaart' te vergroten'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15358, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-01 16:49, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z05347:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (š origineel)
AH 1500
Antwoord van minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 1 april 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht over tien hogescholen, waaronder Avans en Hogeschool Rotterdam, die samen met de Goldschmeding Foundation ⬠1,8 miljoen investeren om bijna 40 procent van alle hbo-economiestudenten te leren dat economie niet over geld verdienen gaat maar over ābrede welvaartā, sociale gelijkheid, leefbaarheid en arbeidsparticipatie? 1)
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht waarin wordt gemeld dat tien hogescholen een samenwerking aangaan gericht op het actief bevorderen van brede welvaart in de samenleving. In het bericht wordt vermeld dat 40% van de hbo-studenten een opleiding in het economisch domein volgt.
Vraag 2
Hoe verklaart u dat dit soort linkse ideologie met belastinggeld op onze hogescholen wordt doorgedrukt?
Antwoord 2
Het aanpassen van de inhoud van opleidingen is onderdeel van een continu kwaliteitsproces in nauwe samenwerking met het beroepenveld. De instelling is hierbij verantwoordelijk voor de inhoud en kwaliteit van de opleiding die zij aanbiedt.
De Vereniging Hogescholen heeft mij geĆÆnformeerd dat, als onderdeel van de kwaliteitscyclus van het hoger onderwijs, een sectorale verkenning van het economisch domein is uitgevoerd door een onafhankelijke verkenningscommissie in samenspraak met het werkveld. Naar aanleiding van de verkenning is een sectorplan hoger economisch onderwijs opgesteld en zijn alle landelijke opleidingsprofielen vernieuwd. Logischerwijs komen nieuwe maatschappelijke inzichten terug in de programma's. Hierbij is ideologie geen maatstaf. Het uitgangspunt is dat een hbo-professional zelf een kritische houding ontwikkelt en afwegingen maakt voor toekomstige inzet van opgedane kennis.
Beoordeling van de inhoud en kwaliteit van opleidingen vindt plaats in het accreditatieproces van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Hierin wordt door panels van docenten en wetenschappers (die niet verbonden zijn aan de betreffende opleiding) onder andere bekeken of de beoogde leerresultaten van een opleiding aansluiten bij de verwachtingen van het beroepenveld en het vakgebied en op internationale eisen.
Vraag 3
Waarom laat u toe dat hogescholen met ⬠1,8 miljoen aan subsidie hun economische opleidingen aanpassen en vakken inrichten rond begrippen als āregeneratief leiderschapā en āmaatschappelijke waardeā, terwijl onze economie juist behoefte heeft aan studenten die bedrijven opbouwen, banen creĆ«ren en economische groei realiseren?
Antwoord 3
De veronderstelde tegenstelling tussen het opleiden van studenten die bedrijven opbouwen, banen creëren en economische groei realiseren en het opnemen van begrippen als regeneratief leiderschap en maatschappelijke waarde in de curricula van economische opleidingen, zie ik niet. Verder hebben hogescholen en universiteiten bestedingsvrijheid ten aanzien van hun bekostiging, die zij inzetten om hun wettelijke taken van het verzorgen van onderwijs, het verrichten van onderzoek en het verzorgen van kennisoverdracht aan de maatschappij uit te voeren. Uit het artikel maak ik op dat het genoemde bedrag een combinatie van middelen van de hogescholen en van de Goldschmeding Foundation betreft. Er is in elk geval geen subsidie van ⬠1,8 miljoen verstrekt door het ministerie van OCW voor dit doel.
Vraag 4
Hoeveel publiek geld is de afgelopen jaren besteed aan projecten en onderwijsprogrammaās waarin economische opleidingen worden omgebouwd rond begrippen als ābrede welvaartā, duurzaamheid en sociale gelijkheid? Kunt u daarvan een overzicht geven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Hogescholen en universiteiten ontvangen een rijksbijdrage om hun wettelijke taken, waaronder het verzorgen van onderwijs, uit te kunnen voeren. De rijksbijdrage wordt als lumpsum uitgekeerd. Dat betekent dat hogescholen en universiteiten binnen de kaders van de wet bepalen hoe zij de middelen inzetten en zij verantwoorden zich hierover via het jaarverslag. Ik kan daarom geen overzicht geven hoeveel publiek geld aan welke projecten en onderwijsprogrammaās is besteed.
Vraag 5
Vindt u het wenselijk dat economische opleidingen steeds vaker worden beoordeeld op niet-financiĆ«le indicatoren zoals ābrede welvaartā en zo ja, waarom acht u dat belangrijker dan het opleiden van studenten die daadwerkelijk bijdragen aan economische groei en ondernemerschap?
Antwoord 5
In het algemeen acht ik het van belang dat opleidingen in het hoger onderwijs goed aansluiten bij de arbeidsmarkt, in verbinding staan met de maatschappij en maatschappelijke vraagstukken, en dat studenten geleerd wordt afwegingen te maken vanuit verschillende perspectieven.
Zoals aangegeven in reactie op uw tweede vraag, vindt toetsing van de inhoud en kwaliteit van opleidingen plaats in het accreditatieproces van de NVAO. Hierin wordt door panels van docenten en wetenschappers (die niet verbonden zijn aan de betreffende opleiding) onder andere bekeken of de beoogde leerresultaten van een opleiding aansluiten bij de verwachtingen van het beroepenveld en het vakgebied en op internationale eisen. Als minister heb ik geen oordeel over de inhoud van specifieke opleidingen in het hoger onderwijs.
Vraag 6
Wat vindt u ervan dat docenten binnen deze programmaās worden getraind om studenten te leren dat economische keuzes vooral langs maatschappelijke en ideologische maatstaven moeten worden beoordeeld en acht u dit een neutrale benadering van economisch onderwijs?
Antwoord 6
Uit het artikel leid ik niet af dat docenten op deze manier getraind worden.
Vraag 7
Deelt u de mening dat economische opleidingen in de eerste plaats studenten moeten opleiden in de economische vakken, in plaats van hen te belasten met linkse ideologische theorieĆ«n over zogenaamde ābrede welvaartā en zo ja, wat gaat u doen om te voorkomen dat economische opleidingen verder afglijden richting linkse indoctrinatie?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat inmiddels een aanzienlijk deel van de economische opleidingen binnen het hbo betrokken is bij dit soort programmaās en zo ja, hoe voorkomt u dat studenten nog maar ƩƩn ideologische visie op economie krijgen voorgeschoteld?
Antwoord 8
Nee, dat kan ik niet bevestigen.
Zoals ik eerder heb aangegeven vind ik het van belang dat opleidingen in het hoger onderwijs goed aansluiten bij de arbeidsmarkt, in verbinding staan met de maatschappij en maatschappelijke vraagstukken, en dat studenten geleerd wordt afwegingen te maken vanuit verschillende perspectieven.
1) Duurzaam-ondernemen.nl, d.d. 12 maart 2026, 'Hogescholen bundelen krachten: nieuwe generatie economiestudenten moet leren brede welvaart te vergroten' (https://www.duurzaam-ondernemen.nl/hogescholen-bundelen-krachten-nieuwe-generatie-economiestudenten-moet-leren-brede-welvaart-te-vergroten/