Concept verslag EU-uitbreiding (eerste termijn Kamer, wordt voortgezet)
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D15378, datum: 2026-03-31, bijgewerkt: 2026-04-01 15:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van zaak 2025Z19796:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-01-22 13:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2025-12-04 11:30 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat EU-uitbreiding, in te plannen na het Kerstreces. (Besluit)
- 2025-12-04 11:30: Procedurevergadering (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-01-22 13:00: EU-uitbreiding (Technische briefing), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-03-31 17:00: EU-uitbreiding (eerste termijn Kamer, wordt voortgezet) (Commissiedebat), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-03-31 17:00: EU-uitbreiding (eerste termijn Kamer, wordt voortgezet) (Commissiedebat), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
Tweede Kamer, EU-uitbreiding
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Concept
De vaste commissie voor Europese Zaken en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op 31 maart 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken, over:
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 28 november 2025 inzake kabinetsappreciatie uitbreidingspakket 2025 (23987, nr. 398);
het EU-voorstel d.d. 4 november 2025: Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2025 COM(2025) 690 (Engelstalige versie) (2025Z19796);
de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 januari 2026 inzake antwoorden op vragen commissie over onder andere de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026 (Kamerstuk 21501-02-3315) (21501-02, nr. 3319).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Van Meetelen
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,
Klaver
De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken,
Blom
Voorzitter: Van Meetelen
Griffier: Blom
Aanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Becker, Dassen, Diederik van Dijk, Heutink, Hoogeveen, Van Houwelingen, Klos, Krul, Van der Lee, Van Meetelen, Stöteler en Vermeer,
en de heer Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken.
Aanvang 17.01 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag. Ik wil graag starten met de vergadering. Hierbij open ik
het commissiedebat van de commissie voor Europese Zaken over
EU-uitbreiding. Mag het ietsje zachter? Graag heet ik de minister van
Buitenlandse Zaken en zijn ondersteuning van harte welkom bij zijn
eerste debat met deze commissie. Een hartelijk welkom aan de aanwezige
Kamerleden en de mensen die het debat thuis of hier in de zaal
volgen.
Dan heb ik allereerst de vraag aan de overige leden of ze ermee akkoord
zijn dat de heer Heutink van Groep Markuszower deelneemt aan dit debat,
want hij is nog geen lid van deze commissie. Ik zie instemmend geknik,
dus de heer Heutink mag blijven.
Ik hoorde zojuist al dat er een ordevoorstel is. Ik heb even zitten
kijken, want we zijn met veel leden en we hebben maar twee uur. We
hebben dus óf de mogelijkheid om heel kort te spreken en heel weinig
interrupties te doen, en dan moeten we echt racen, óf we gaan iets
langer spreken en dan doen we alleen een eerste termijn en op een ander
moment de tweede termijn. Wat wilt u het liefste? Voorstel één of
voorstel twee?
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Mij lijkt het goed om nu de eerste termijn en de
beantwoording van de minister te doen en een plenaire afronding van de
tweede termijn te doen.
De voorzitter:
Dat redden we zeker niet.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Gezien het aantal Kamerleden en het feit dat we maar twee uur de tijd
hebben, wordt dát al ingewikkeld. Dan doen we de minister ook geen
recht, want die kan zijn antwoorden dan niet zorgvuldig voorbereiden. Ik
steun optie twee, waarbij we zeggen dat we nu de eerste termijn van de
Kamer zorgvuldig doen. We geven het kabinet de gelegenheid om te
antwoorden. Laten we dan op een ander moment het debat met de minister
hervatten.
De voorzitter:
Mevrouw Becker.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik steun dat ook, mits het mogelijk is om binnen afzienbare termijn ook
de termijn van de minister in te plannen, omdat ik denk dat het dossier
vraagt dat er op een gegeven moment ook een afronding komt vanuit de
Kamer. Ik weet niet of dat mogelijk is, maar …
De voorzitter:
Dat ben ik met u eens. Ik heb zojuist ook heel even naar de minister
gekeken om te zien of dat mogelijk is. Is het mogelijk? Dan vraag ik dat
hier nog even voor de Kamerleden.
Minister Berendsen:
…
De voorzitter:
Ik zie de heer Van der Lee.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik ben ook voor de tweede optie, maar laten we aan het eind even kijken
of we dat dan direct plenair in een tweeminutendebat doen of dat we
eerst nog een apart commissiedebat willen voor de tweede termijn, want
die afweging kun je beter maken na de eerste termijn.
De voorzitter:
Oké. Dan hebben we het nu als volgt besloten. We gaan de eerste termijn
doen. Iedereen krijgt vier minuten spreektijd met een maximum van twee
interrupties, want anders ga ik het echt niet redden. Ik kijk iedereen
alvast even aan: 30 seconden is echt de max van een interruptie. Als het
langer wordt, tel ik 'm voor twee. Oké? Anders gaan we het niet redden.
Dan kijken we hoe het doen met de afronding: gelijk plenair een
tweeminutendebat of eventueel nog een voortzetting van het
commissiedebat. Goed? Aldus besloten.
Dan ga ik nog even de leden voorstellen, want dat is nog niet gebeurd:
mevrouw Becker van de VVD, de heer Krul van het CDA, de heer Heutink van
Groep Markuszower, de heer Klos van D66, de heer Dassen van Volt, de
heer Van der Lee van GroenLinks-PvdA, de heer Hoogeveen van JA21, de
heer Diederik van Dijk van de SGP, de heer Van Houwelingen van FVD en de
heer Stöteler van de PVV. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Becker
van de VVD.
Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel, voorzitter. We leven in ongekende tijden. Mensen wagen in
Oekraïne dagelijks hun leven voor onze vrijheid en veiligheid. De
situatie in het Midden-Oosten escaleert verder en het onvoorspelbare
optreden van Trump domineert ons nieuws. Het raakt allemaal ook onze
veiligheid en onze economie. Aan de pomp merken we het, maar in landen
als de Filipijnen, Thailand en Australië is zelfs al sprake van serieuze
energie- en brandstoftekorten. Wat ons nog te wachten staat, baart grote
zorgen. Als er een tijd is waarin de EU sterk moet staan, is het nu. Als
nieuwe woordvoerder EU stel ik de vraag en probeer ik te ontdekken hoe
het gaat in Brussel. Staan we sterk genoeg samen? Mijn eerste,
voorzichtige antwoord is: soms. Dat wij als EU Oekraïne steunen en meer
samenwerken op het gebied van defensie, is ontzettend belangrijk, maar
nog niet genoeg. Bij steun voor Oekraïne, bij iets als een opening van
cluster 1, weet Hongarije zaken cynisch te blokkeren. Informatie werd
vanuit de Raad zelfs doorgespeeld aan Rusland.
Voorzitter. Het probleem met de uitbreiding van de EU is dat we landen
alleen in het toetredingsproces kunnen aanspreken op
rechtsstaatproblemen en ondemocratisch gedrag. Zodra een
kandidaat-lidstaat volwaardig lid is, is dit door de hoge barrière voor
een artikel 7-procedure nauwelijks mogelijk. Dit leidt tot een
tegenstrijdigheid: landen als Hongarije gaan zich steeds minder gedragen
als een Europees land, terwijl we van kandidaat-lidstaten zoals
Montenegro verwachten dat zij in korte tijd hervormingen doorvoeren waar
Nederland ruim 70 jaar de tijd voor heeft gehad. Sommigen zeggen: haal
die landen snel uit de invloedssfeer van Rusland en laat ze versneld lid
worden. Maar wat de VVD betreft staan de Kopenhagencriteria en een
beoordeling op basis van merites buiten kijf.
De heer Dassen (Volt):
Een terecht punt. Orbán zal elke gelegenheid aangrijpen om zijn veto in
te zetten en de boel te gijzelen. Is de VVD van mening dat we in het
toetredingsproces niet meer bij elke stap een veto toe moeten
laten?
Mevrouw Becker (VVD):
Nee, dat is niet het geval. De VVD vindt het belangrijk dat het openen
en sluiten van hoofdstukken nog steeds gebeurt op basis van unanimiteit.
Wel hebben wij in het regeerakkoord afgesproken dat het veto ons op te
veel terreinen in de weg zit, zeker als het gaat over buitenland- en
veiligheidsbeleid. We hebben afgesproken dat we daarvan af willen. Dank
aan de heer Dassen voor het stellen van deze vraag, want dat scheelt
spreektijd. Ik had namelijk ook aan de minister willen vragen hoe het
staat met de afspraken en het vooroplopen in Europa wat dat betreft.
Denk ook aan het idee om een Europese veiligheidsraad in te stellen en
effectiever te zijn. Als je over uitbreiding spreekt, moet je het ook
hebben over de hervormingen die binnen de EU nodig zijn.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik vervolg. Ik gaf aan dat voor ons de Kopenhagencriteria buiten kijf
staan. We moeten in deze lastige geopolitieke tijden geen onoverwogen
uitzonderingen maken voor snelle toetreding, hoe verleidelijk ook. Doen
we dit wel, dan kan dit de EU op de lange termijn ondermijnen.
Het is wel nodig om landen vanuit die geopolitieke overwegingen sneller
perspectief te geven op het horen bij de Europese familie. Dat vergt wat
ons betreft een fundamentele modernisering van het toetredingsproces. De
VVD stelt vandaag voor om dat als Kamer aan deze minister mee te geven.
Wij vinden dat zodra voldaan is aan cluster 1, de fundamentals, sprake
zou moeten kunnen zijn van een situatie waarin bepaalde rechten alvast
worden toegekend, zonder dat daadwerkelijk sprake is van het volwaardige
EU-lidmaatschap. Omwille van de tijd laat ik de voorbeelden over wat
voor rechten dat zouden kunnen zijn, even achterwege. Wat daarbij nog
niet aan de orde kan zijn, is onderdeel worden van het MFK of volledige
toegang tot de interne markt. Uiteindelijk geldt: wie volledig lid wil
zijn, moet ook volledig aan alle voorwaarden voldoen. Een gradueel
toetredingsproces heeft als voordeel dat het de EU kandidaat-lidstaten
die zich aan Europa willen committeren, sneller perspectief kan geven,
maar dat we prikkels behouden tot hervorming en tegelijkertijd voorkomen
dat landen aan de geopolitieke leiband van andere grootmachten
belanden.
De heer Klos (D66):
Een helder en stevig betoog van de VVD; dank daarvoor. Ik wil toch een
beetje ingaan op voorbeelden van rechten die je dan zou kunnen verlenen.
Gedeeltelijk bestaat dat natuurlijk al. We geven Oekraïne toegang tot
roam like at home en SEPA, zodat economische integratie al plaatsvindt.
Het probleem met heel veel andere lidstaten is juist dat ze het
perspectief verliezen, bijvoorbeeld omdat ze geen politieke oefening
krijgen om naar Brussel te gaan. Zou het het niet waard zijn om te
overwegen om dit soort landen een waarnemersstatus te verlenen? Ik
bedoel dat ze wat vaker in Brussel kunnen zijn, wat meer kunnen wennen
aan het besluitvormingsproces en erbij kunnen blijven.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik denk dat het heel waardevol zou zijn om te bekijken of het ook op
andere terreinen kan. Denk bijvoorbeeld aan het wegwerken van
wederzijdse handelstarieven. Hoe vindt overleg daarover plaats? Ik weet
niet of dat via een waarnemingsstatus moet. Mijn verzoek aan het kabinet
zou eigenlijk zijn om uit te werken hoe zo'n gradueel toetredingsproces
eruit zou kunnen zien, juist omdat de Europese Commissie er ideeën over
heeft en tegen lidstaten heeft gezegd: kom met eigen voorstellen. Ik
denk dat het moment daar is dat Nederland het uitwerkt en neerlegt bij
de Europese Commissie, zodat er niet een moment ontstaat waarop we
opeens een vredesplan hebben voor Oekraïne en dan de vraag komt:
toetreden of niet? Dan wil je eigenlijk al een systeem klaar hebben
liggen, waarbij je met die graduele toetreding zou kunnen werken.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik heb een vraag aan de VVD. Was het nou wel zo verstandig om bij de
coalitieonderhandelingen dat ene stukje soevereiniteit en zeggenschap
dat we nog hebben, namelijk het vetorecht, weg te geven?
Mevrouw Becker (VVD):
Ik deel überhaupt deze hele aanvliegroute van de heer Heutink niet. Ik
denk ook niet dat het vetorecht het enige stuk soevereiniteit is dat we
hadden. Als wij onze soevereiniteit willen behouden en als we willen
kunnen opkomen voor onze veiligheid en onze welvaart, denk ik juist dat
we moeten voorkomen dat een lidstaat als Hongarije die veiligheid en
welvaart kan gijzelen door veto's in te zetten op het moment dat wij
Oekraïne willen steunen en ervoor willen zorgen dat zij kunnen blijven
vechten om ook ónze vrijheid en veiligheid te verdedigen. Niet voor
niets gaf ik tegelijkertijd ook het antwoord dat ik vind dat we heel
zorgvuldig moeten zijn als het gaat over toetreding. We moeten niet
zomaar onze unanimiteit opgeven, want de Europese Unie kan ook
ondermijnd worden als we te snel verschillende lidstaten laten
toetreden. Het gaat niet alleen over onze veiligheid, het gaat ook over
de economie, over de financiën, over migratie. We moeten daar dus heel
zorgvuldig in zijn. Dat vergt een nieuw proces ten opzichte van wat we
nu hebben. Dat is mijn pleidooi.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Mag ik …
De voorzitter:
Eén seconde, meneer Heutink. Kortere antwoorden. De heer Heutink voor
een volgende interruptie en daarna de heer Van Dijk.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Maar als we dan zo voorzichtig moeten zijn met het opgeven van
unanimiteit, precies om de redenen die mevrouw Becker net aangaf, waarom
laat de VVD het dan opschrijven in het coalitieakkoord? Het is dan toch
de blunder van de eeuw om dat te doen?
Mevrouw Becker (VVD):
Ik denk dat het erg belangrijk is dat we onze debatten inhoudelijk
zorgvuldig voeren. Ik denk dat de heer Heutink gewoon niet zo goed
geluisterd heeft. Het veto dat geldt bij het buitenland- en
veiligheidsbeleid en waarvan in het coalitieakkoord is afgesproken om
als Nederland te pleiten voor afschaffing ervan omdat op dit moment een
lidstaat als Hongarije ervoor zorgt dat onze veiligheid wordt ondermijnd
omdat we Oekraïne niet kunnen helpen als dat nodig is, is namelijk iets
anders dan het opgeven van de unanimiteit bij de besluiten en het openen
van hoofdstukken voor toetreding. Van dat laatste zegt de VVD: die
unanimiteit behouden we. We hebben dus niet iets anders opgeschreven dan
wat ik nu bepleit. Ik nodig de heer Heutink uit, met het oog op de tijd
nu, om hier anders nog eens een keer wat uitgebreider bij stil te
staan.
De voorzitter:
Graag met het oog op de tijd kortere antwoorden.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Mevrouw Becker heeft het over de noodzaak om heel zorgvuldig te zijn als
het gaat om toetreding tot de EU. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ze
geeft aan hoe belangrijk het is om de goede relaties met Oekraïne aan te
houden, juist geopolitiek. Maar waarom dat dan toch meteen koppelen aan
stapjes in de richting van EU-toetreding? We hebben toch juist daarvoor
ons nabuurschapsbeleid en associatieakkoorden? Daarmee voorkom je de
risico's, waar mevrouw Becker op wijst, dat je landen binnenhaalt waar
je vervolgens wel mee zit, maar die eigenlijk helemaal niet klaar zijn
om volwaardig EU-lid te zijn.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik weet niet of de heer Van Dijk en ik zo ver uit elkaar zitten. Er is
al vaker gebleken dat als we wat uitgebreider debatteren, dat best we
meevalt. Ik gaf immers niet voor niets aan dat het natuurlijk niet aan
de orde kan zijn dat landen te snel deel uitmaken van het Meerjarig
Financieel Kader. Het kan ook niet zo zijn dat landen toetreden en met
een vetorecht beslissingen over van alles kunnen gaan beïnvloeden.
Allerlei andere eisen, zoals ervoor zorgen dat je uiteindelijk aan alle
voorwaarden voldoet, blijven helemaal overeind staan. Ik wil ervoor
waarschuwen dat er een dynamiek kan ontstaan, ook bij de Commissie en
bij andere lidstaten, dat als er op een gegeven moment een vredesplan
ligt voor Oekraïne, er wordt gezegd dat onderdeel daarvan zou moeten
zijn dat dat land toetreedt. Op dit moment is dat zwart-wit. We hebben
ook gezien dat we landen kunnen aanspreken totdat de toetreding
plaatsvindt en daarna niet meer. Ik pleit daarom — ik geloof dat er ook
een onderzoek naar loopt door de AIV en andere denktanks die daarnaar
kijken — voor een gradueel toetredingsmodel waarbij we stapjes zetten
die niet risicovol voor onszelf zijn, maar die deze landen en ook hun
bevolking wel perspectief geven om zich thuis te voelen in de Europese
familie, in plaats van dat zij gevoelig te worden voor allerlei
propaganda vanuit de Russische invloedsfeer. Ik denk dat we dat laatste
met z'n allen moeten voorkomen en dat alle urgentie vandaag de dag ook
echt aantoont hoe nodig het is dat we dat doen.
Ja, voorzitter …
De voorzitter:
Nee, nog niet. De heer Van der Lee heeft een interruptie.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik ben blij met dit pleidooi van mevrouw Becker namens de VVD. Mijn
fractie is, omwille van zowel voorspoed als vrede in deze geopolitieke
chaos, ook voor een gradueel toelatingsmodel. Ik heb daar wel een vraag
bij. Het is heel goed om alle opties te onderzoeken, maar er is ook
enige discussie over reversed accession, dus eigenlijk een omgekeerde
toetreding. Mag dat ook onderzocht worden of is dat wat de VVD betreft
een brug te ver?
Mevrouw Becker (VVD):
Ik denk zeker dat dat onderzocht mag worden. Het doel van deze hele
exercitie is namelijk dat het niet meer zwart-wit is of je voldoet aan
de voorwaarden die we met elkaar hebben vastgesteld in de
Kopenhagencriteria en daarna. Daarin zijn onze waarden, maar ook de
interne markt, de economie, het beschermen van onze grenzen en al die
zaken opgenomen. Alle lidstaten committeren zich daaraan. In je pad naar
toetreding moet je laten zien dat je daar steeds meer aan voldoet, maar
het is ook een blijvende inspanning die je zal moeten verrichten als je
lid bent van de Europese Unie. Het kan niet zo zijn dat het daarna
eigenlijk niet meer uitmaakt. Dus ook dit vind ik het onderzoeken
waard.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter. Ik heb de minister gevraagd om dat model actief uit te
werken en dat ook in Brussel neer te leggen en om dan natuurlijk ook in
kaart te brengen wat er allemaal voor nodig is. Zijn daar
verdragswijzigingen voor nodig of niet? Wat voor voorwaarden en wat voor
rechten zouden er in verschillende fases ontwikkeld kunnen worden? Kan
de minister daar ook bij betrekken wat bijvoorbeeld de AIV daarover
heeft gezegd en wat SEO heeft gezegd over de economische impact? Kan hij
daarmee binnenkort naar de Kamer komen?
Waar blijft eigenlijk de mededeling van de Europese Commissie over
gevolgen van uitbreiding voor belangrijke beleidsterreinen? Het vorige
kabinet schreef daarover in de brief en schreef ook dat er een
appreciatie zou komen. Ik heb nog niet iets gezien.
Mijn andere vragen heb ik al kunnen stellen via mijn reacties op
interrupties, dus ik hoop dat de minister die ook op die manier heeft
meegenomen, want dan kan ik nu mijn betoog afronden.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dat is heel mooi. Dan gaan we nu over naar de heer Krul.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. EU-uitbreiding is geen administratief traject, maar een
strategische keuze voor een veiliger, stabieler en sterker Europa. In
een tijd van Russische agressie, groeiende druk van autocratische
machten en toenemende onzekerheid aan alle kanten van ons continent
moeten wij landen die echt kiezen voor Europa ook een geloofwaardig
perspectief bieden. Dat perspectief moet wel eerlijk zijn, niet
vrijblijvend, maar ook niet gesloten, niet op basis van wensdenken, maar
op basis van merites. Precies daarom zijn de Kopenhagencriteria zo
belangrijk: democratie, rechtsstaat, mensenrechten, een functionerende
markteconomie en het vermogen om de verplichtingen van het lidmaatschap
te dragen. Wie lid wil worden, moet aan die voorwaarden voldoen. Daar
mogen geen politieke kortingen op worden gegeven.
Voorzitter. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn over het andere
deel van de opdracht. Als Europa hervormingen vraagt, moet Europa ook
perspectief bieden, want een reëel toetredingsperspectief kan juist een
motor voor verandering zijn. De Commissie erkent dat uitbreiding niet
alleen een technisch proces is, maar ook een geopolitiek instrument dat
bijdraagt aan vrede, aan veiligheid en aan welvaart in Europa. Meer
lidstaten die stevig zijn verankerd in de Europese rechtsorde betekent
minder ruimte voor Russische destabilisatie, minder invloed van China op
onze directe omgeving en meer strategische slagkracht voor Europa als
geheel. Dat geldt in het bijzonder voor Oekraïne, maar niet alleen daar.
We zien dat de uitbreidingsdynamiek echt in beweging is. De Commissie
noemt uitbreiding voor het eerst in jaren weer een realistische
mogelijkheid. Landen als Montenegro, Albanië hebben duidelijke ambities
uitgesproken. Zelfs landen buiten de huidige kandidaten, zoals IJsland,
worden in het bredere Europese debat opnieuw genoemd als mogelijk
toekomstig lid. Dat laat zien dat de aantrekkingskracht van de Unie
groot is.
Juist daarom zijn wij scherp voor Oekraïne. Oekraïne vecht niet alleen
voor onze vrijheid, maar ook voor de veiligheid van Europa. Het is
bewonderenswaardig dat het land onder oorlogsomstandigheden hervormingen
doorvoert, maar bewondering mag geen vervanging worden van beoordeling.
Ook voor Oekraïne geldt: geen fast-track, geen shortcuts. Daarom heb ik
een aantal vragen aan het kabinet. Hoe beoordeelt het kabinet op dit
moment concrete voortgang van Oekraïne op cluster 1, de fundamentals?
Waar ziet het kabinet de grootste resterende knelpunten op het terrein
van rechtsstaat, corruptiebestrijding, openbaar bestuur en rechterlijke
onafhankelijkheid?
Ten tweede. Uit de appreciatie van het vorige kabinet blijkt duidelijk
dat Hongarije de opening van cluster 1 blokkeert. Welke extra politieke
stappen zet Nederland nu in EU-verband om die oneigenlijke blokkade te
doorbreken? Hoe kijkt de minister in dat licht naar een artikel
7-procedure?
Ten derde. Oekraïne heeft de ambitie uitgesproken om de
toetredingsonderhandelingen in 2028 af te ronden, maar de Commissie is
daar, misschien terecht, terughoudend over. Welke hervormingen moet
Oekraïne volgens het kabinet uiterlijk in 2026 en 2027 hebben afgerond
om dat tijdpad geloofwaardig te maken?
Ten vierde. Hoe voorkomt het kabinet dat geleidelijke integratie een
soort wachtkamer zonder eind wordt? Welke concrete tussenstappen kunnen
er al worden gezet, niet alleen voor Oekraïne, maar ook voor andere
kandidaat-lidstaten? In dat licht zijn wij erg geïnteresseerd in het
voorstel dat net gedaan is door de VVD. Ik heb ook de heer Van der Lee
enthousiast gehoord over het idee van graduele toetreding.
Tot slot, voorzitter. Hoe zorgen wij ervoor dat toekomstige
toetredingsverdragen stevig genoeg zijn om een terugval op de gebieden
van rechtsstaat en corruptiebestrijding ook na toetreding te
voorkomen?
Goed, voorzitter. Onze lijn is in die zin helder. Uitbreiding is goed,
maar wel iets serieus, met perspectief en met principes, niet naïef en
niet cynisch, maar verantwoordelijk. Een groter Europa moet ook een
sterker Europa zijn.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik zie dat u interrupties heeft, eerst van de heer Hoogeveen en daarna
van de heer Dassen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Het was een vrij stevig betoog van het CDA, waar ik goed in kan komen.
Inderdaad, we moeten geen fast-track inzetten, maar zorgen dat
kandidaat-lidstaten leveren. Het CDA geeft veel voordelen van de nieuwe
leden die dan binnenkomen, met name Oekraïne, waar een groot deel van
het betoog over ging, maar heeft het CDA ook nagedacht over de
institutionele gevolgen als Oekraïne lid wordt? Als zo'n groot land, dat
nu nog zeer instabiel en arm is, lid wordt, heeft dat ook invloed op de
beslissingsbevoegdheid binnen de Europese Raad en het Europees
Parlement. Er zal dan een enorme delegatie binnenkomen en de
beslissingsbevoegdheid binnen de Raad zal dan dus fundamenteel
verschuiven naar het oosten, ook gezien de andere kandidaat-lidstaten
die binnenkomen. Hoe kijkt het CDA naar de vraag hoe dat institutioneel
kan worden afgevangen in de EU?
De heer Krul (CDA):
Ik denk dat dat een terechte vraag is. Oekraïne verkeert nu in
oorlogsomstandigheden en dat is natuurlijk een unieke situatie, maar je
kan het wel vergelijken met hoe Polen er ooit voor stond. Dat staat nu
op een kruispunt waarbij het nettobetaler wordt, maar heeft ook heel
lang een beetje eenzelfde rol vervuld. Ik denk dat juist daarom
zorgvuldigheid en het niet te snel doorlopen en toepassen van allerlei
shortcuts heel belangrijk is. Ik zie het risico in het Europees
Parlement dat de heer Hoogeveen schetst wat minder, maar goed, dat kan
hij als voormalig Europarlementariër — hij is trouwens niet de enige in
deze zaal — misschien wat meer duiden. Maar machtsverschuiving naar het
oosten is natuurlijk een reëel risico. Dat is misschien niet bij de
huidige administratie het geval, maar misschien wel bij toekomstige. Met
betrekking tot toetreding met perspectief zijn dat wel onderdelen waar
ook een visie van het kabinet en van de Commissie op moet zijn. In die
zin kan ik me wel aansluiten bij de zorgen die de heer Hoogeveen heeft.
Dat verandert echter niet onze gedachte en onze overtuiging dat de
uiteindelijke toetreding van Oekraïne niet alleen strategisch verstandig
is, maar ook goed voor een Europa met perspectief.
De voorzitter:
Tweede interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat het een belangrijk punt is. Als we het hebben over de
huidige pijnpunten binnen de Europese Unie, wordt er vaak gewezen naar
Hongarije en Slowakije. Die landen beginnen aan blokvorming te doen
binnen de Europese Raad en binnen het Europees Parlement. De
kandidaat-lidstaten die je binnenhaalt, zullen dat natuurlijk ook gaan
doen. Dan heb ik het niet alleen over Oekraïne, maar ook over de
kleinere kandidaat-lidstaten. Als je die landen een beetje kent, weet je
dat dat niet de meest progressieve landen, om het maar in dat jargon te
zeggen. Ziet het CDA dus ook het risico dat dat geluid door de
machtsverschuiving binnen de instituties versterkt zal worden en dat het
tegengeluid vanuit de Nordics en vanuit het westen minder sterk zal
worden?
De heer Krul (CDA):
Deels denk ik dat wij het zelf ook doen. In die zin is de Europese Unie
nu ook al een unie van wat je verschillende snelheden kunt noemen,
waarin je verschillende strategische bondgenootschappen hebt die al dan
niet natuurlijk zijn. Ik denk dus dat het in die zin niet vreemd is dat
bepaalde lidstaten meer naar elkaar toe treden. Wat betreft het
gemeenschappelijke beleid, waar mevrouw Becker net ook al het nodige
over heeft gezegd, is daarbij cruciaal dat je ervoor zorgt dat dit soort
lidstaten niet fundamenteel de richting van de Europese Unie kunnen
bepalen met hun vetorecht. Dat zit 'm dan met name in die aspecten van
veiligheid en buitenlandbeleid. Als het gaat om nationale
aangelegenheden vind ik het in principe helemaal niet erg dat lidstaten
hun eigen geluid laten horen en hun eigen keuzes maken. Ik zie dat
risico dat de heer Hoogeveen schetst misschien dus net iets minder.
Tegelijkertijd heb ik geprobeerd ook in mijn betoog aan te geven dat we
wel degelijk terughoudend en voorzichtig zijn als het gaat om het
toetredingstraject.
De heer Stöteler (PVV):
Ik wil nog wel even doorgaan op die interruptie van collega Hoogeveen.
Met Oekraïne haal je inderdaad wel meteen het vijfde land van Europa
binnen. Dat komt meteen op plaats vijf. Dat wordt aan alle kanten
meegewogen, zeg ik tegen het CDA. Dat wordt meegewogen in de Raad, maar
ook in het Europees Parlement en in allerlei andere instituten, want ze
krijgen ambtenaren her en der. Bovendien vraag ik me dan het volgende
af. Hij zegt net: voor veiligheid en stabiliteit. Is het nou wel zo
veilig om je je het tussenhuis dat we nu nog hebben en waarvan de
fundering nou niet bepaald sterk is, toe te eigenen en aan de fundering
te gaan werken, als het daarmee wel meteen aan het ravijn grenst, dat zo
gevaarlijk is?
De heer Krul (CDA):
Volgens mij is de heer Stöteler wat betreft toetreding al een stuk
verder dan ik. Daar zijn we dus ook nog lang niet. Dat het een
wezenlijke verschuiving zal betekenen als het vijfde land van Europa
toetreedt tot de Europese Unie, is evident. Dat daar specifieke kansen —
laten we het zo noemen — maar ook risico's aan kleven, is ook evident.
Ik ben het er alleen maar mee eens dat daar heel zorgvuldig naar gekeken
moet worden. In die zin sta ik niet zo heel ver af van het standpunt van
de heer Stöteler. Ik zeg alleen dat dat in een zorgvuldig proces wel het
perspectief moet zijn.
De voorzitter:
Een tweede interruptie van de heer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Ik heb nog een andere vraag over de stabiliteit bij uitbreiding. Wij
hebben ook nog een heel pakket dat loopt met de Balkanlanden. De
Balkanlanden brengen onderling niet bepaald stabiliteit met zich mee. Ik
ben dan weer niet zo bang voor de blokvorming die de heer Hoogeveen net
noemde, want de Balkanlanden hebben eigenlijk allemaal ruzie met elkaar.
Dan gaat het om contested territories, andere grenzen, delen van de
bevolking die in een ander land wonen en dan aanspraak op grond maken en
dat soort dingen. Brengt dat nou zo veel stabiliteit als de heer Krul
denkt dat het gaat brengen? Ik denk tenminste van niet; laat ik het zo
zeggen. Misschien kan hij daar nog wat over zeggen.
De heer Krul (CDA):
Toch zie ik, als je bijvoorbeeld Montenegro neemt, veel liever de
pro-Europese president Milatović dan een stroman voor het Russische
regime, om het zo maar even te zeggen. Als je mij nu zou vragen wat ik
liever heb in het Oosten, een gebied dat onder sterke invloed van
Rusland staat of een gebied dat misschien niet vandaag, misschien niet
morgen en misschien ook niet overmorgen, maar uiteindelijk met een
pro-Europese koers de ambitie heeft om toe te treden tot de Europese
Unie, met de Kopenhagencriteria die daarbij horen voor mensenrechten en
democratie, dan zou ik zeggen dat ik veel liever een Balkan heb die, met
al zijn verschillen, daarnaartoe beweegt. Dat heb ik veel liever dan dat
we zeggen: nou, we vinden het nu niet stabiel, dus we laten het maar
voor wat het is.
De voorzitter:
Goed. Ik wil even zeggen: welkom aan de heer Henk Vermeer van BBB. U
heeft ook vier minuten en maar twee interrupties. We zitten hier met zo
veel mensen dat we het even anders hebben ingericht. Ik geef nu het
woord aan de heer Heutink van de Groep Markuszower.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Dit debat heeft de titel EU-uitbreiding. De titel maakt dit
wat ons betreft al een nutteloos debat, want wie wil er nou meer EU?
Nederlanders schreeuwen juist om minder EU. Oud-minister van Financiën
Hoogervorst — dat is dus niet de minste — schreef op 13 februari
jongstleden dat onze politici misschien niet goed beseffen om hoeveel
geld die hele Europese Unie nou gaat, dat het geld ook nog eens slecht
wordt uitgegeven en dat de meeste politici vermoedelijk denken dat wij
als Nederland per saldo veel verdienen aan Europa. Dat is totaal niet
geloofwaardig, gezien het feit dat wij bijna 7,5 miljard euro meer aan
de EU betalen dan dat wij ontvangen. Er is geen enkel EU-land dat meer
dan twaalf keer zoveel aan Europa betaalt dan dat het terugkrijgt. Wij
zijn de grootste nettobetaler. De EU kost ons dus gigantische
hoeveelheden geld. Bovendien kost het ons onze soevereiniteit.
Ongekozen Europese bureaucraten bepalen zowat alles: hoe wij moeten
vissen, hoe wij handel moeten drijven, welke mensen naar ons land toe
mogen komen en wie er mogen blijven, hoe wij onze natuur beheren en ga
zo maar door. Nederland wil niet méér Europese Unie, maar minder.
Ook dit kabinet is Oost-Indisch doof voor deze duidelijke volkswil. Zo
wil dit kabinet zich ervoor inspannen om ons vetorecht binnen de
Europese Raad op te geven. Dat is van de zotte. Dat vetorecht is zo'n
beetje het laatste stukje onafhankelijkheid dat wij als land bezitten in
de context van de Europese Unie. Dat vetorecht opgeven is oliekoekendom.
De EU uitbreiden is dat net zo goed. De EU is nu al onbeheersbaar groot.
Daarom wil onze fractie vandaag gewoon een keiharde toezegging van deze
minister. Skip dat chique dinertje met de Europese collega's en stuur ze
namens ons allemaal een kort briefje waarin staat: geen EU-uitbreiding,
er komt geen land meer bij. Zo simpel kan het zijn. Wil de minister met
ons praten over welke landen wellicht uit de Unie of uit de euro
geknikkerd kunnen worden, dan kan de minister dat natuurlijk bij ons
aangeven. Voor zulke gesprekken zijn wij zeker wel te porren, maar dit
debat heeft voor ons en voor niemand enige zin of nut.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik zie geen interrupties. O, excuus, de heer Klos.
De heer Klos (D66):
Ik heb een vraag aan de heer Heutink. Het komt eigenlijk op het volgende
neer. Ik vraag me af onder welke grote, comfortabele steen hij de
afgelopen twintig jaar, misschien wel dertig jaar, heeft gelegen.
Nederland heeft 10% van zijn bbp verdiend met de grote uitbreiding van
2004. Waarschijnlijk is het zelfs meer, want wij zijn de derde exporteur
van de Europese Unie. 67% van de Nederlanders wil uitbreiding van de
Europese Unie, omdat ze dondersgoed doorhebben dat wij er sterker van
worden en er een strategisch belang bij hebben. Dus voor wie praat de
heer Heutink hier precies? Is het voor de heer Poetin of voor het
Nederlandse volk?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
In ieder geval niet voor de heer Klos. Wij spreken voor de mensen die
het zat zijn dat we keer op keer door Brussel, door bureaucraten uit
Brussel, alles laten bepalen. We mogen helemaal niets meer. We kunnen
hier helemaal niets meer zelf bepalen. Ik begrijp dat de collega naast
mij dat allemaal fantastisch vindt en het liefst op de hoogste steen
gaat staan om te schreeuwen: yes, ik wil nog meer Europese Unie! Nou,
niet als het aan ons ligt. Wij willen gaan over onze eigen landsgrenzen.
Wij willen gaan over onze eigen natuur. Wij willen zelf bepalen wie er
wel of niet ons land binnenkomt. Dát is wat wij willen. Daar past geen
uitbreiding bij van de EU, met nog meer bureaucratie en nog meer mensen
die het voor ons gaan bepalen. Dat moet maar eens afgelopen zijn! We
zitten hier in Nederland om het te bepalen voor onze eigen mensen, voor
de mensen die hier wonen en die hier werken. Dat moet op één staan. Dat
laten we niet bepalen door mensen die ongekozen in Brussel zijn.
De heer Krul (CDA):
Het leuke van een nieuwe fractie of een nieuwe groep — we weten nog niet
precies wat het wordt — is dat je ook nieuwe standpunten leert kennen.
Ik hoor het betoog van de heer Heutink. Ik ben benieuwd: pleit hij nou
voor een nexit of niet?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dan heeft u dat niet goed gehoord.
De voorzitter:
Ik hoor dat er buiten de microfoon wordt gepraat, maar ik wijs iedereen
erop dat we wel in de microfoon praten. Dan geef ik nu het woord aan de
heer Klos voor zijn inbreng namens D66.
De heer Klos (D66):
Dank, voorzitter. Tien jaar geleden verscheen Geert Wilders voor de
camera's van de BBC. De Britse uittreding zou het einde markeren van de
EU. Hij had de autopsie verricht, samen met zijn vrienden Orbán, Trump
en Farage, en verklaarde de EU in goed Engels: more or less dead. Naar
nu blijkt, is dat iets minder "more" en meer "less". De EU is
springlevend. Het is de enige democratische unie ter wereld waar landen
voor in de rij staan om lid van te worden. Zelfs onze Noorse vrienden
zwengelen het debat over lidmaatschap weer aan, om over de IJslanders
nog maar niet te spreken.
De nieuwe aanwas biedt voor Nederland en Europa een kans. Schaal doet
ertoe in een gevaarlijke wereld. Hoe groter we zijn, hoe luider de
megafoon van onze waarden is. Hoe groter de interne markt, hoe groter de
afzetmarkt voor ondernemers en hoe effectiever we Europese standaarden
kunnen exporteren. Hoe sterker onze gezamenlijke strijdkrachten, hoe
beter we ons kunnen beschermen. De vraag is: hoe doen we dat dan goed?
Wat D66 betreft vraagt dat waakzaamheid, hervormingsgezindheid en
snelheid. Waakzaamheid is essentieel ter bescherming van de principes
van de democratische rechtsstaat waar de EU op is gebouwd. Volledig
lidmaatschap kan alleen bij volledig voldoen aan criteria die door het
verdrag en de Kopenhagenafspraken worden bepaald.
De EU is gebouwd op onderling vertrouwen. Als we niet kunnen uitgaan van
de integriteit van elkaars rechtsstaat, valt dat vertrouwen ook weg.
Hierbij is er niet alleen een rol weggelegd voor de
toetredingsonderhandelingen, maar ook voor de nieuwe generatie
toetredingsverdragen. Is de minister bereid aan te dringen op strenge
waarborgen in die verdragen die democratische terugval kunnen voorkomen?
Is het kabinet bereid om bij de onderhandelingen over de nieuwe
meerjarenbegroting ook prioriteit te geven aan strengere
rechtsstatelijke voorwaarden bij de toekenning van fondsen?
Ten tweede de hervormingsgezindheid. Dat is het toverwoord dat wij vaak
richten tot de kandidaat-lidstaten. Een heel staatsbestel moet op de
schop om bij onze club te mogen horen, maar andersom dwingt uitbreiding
ons ook tot nadenken over het functioneren van de Unie zelf. Hoe kan de
Unie besluitvaardig optreden in de wereld als meer dan 30
regeringsleiders een veto kunnen uitspreken? We kunnen niet wachten op
deze hervormingen — dat zou te langzaam gaan — maar ze moeten wel met
grote haast in gang worden gezet. Hoe gaat de minister invulling geven
aan de opdracht van de Kamer om het veto op het buitenland- en
defensiebeleid af te schaffen? Intussen lijkt Albanië er open voor te
staan het vetorecht tijdelijk op te geven ter wille van de
bestuurbaarheid. Ondersteunt het kabinet deze manier van denken op de
korte termijn?
Snelheid is nu geboden. Hoe langer de onderhandelingen duren, hoe groter
de kans wordt dat landen gedesillusioneerd raken — een sentiment dat
Poetin en Xi maar al te graag gebruiken voor eigen gewin. Om snelheid en
waakzaamheid bij elkaar te brengen wil D66 daarom dat Nederland helpt
een doorbraak te forceren, eigenlijk net zoals de VVD dat wil. Waarom
pleiten we niet voor een nieuw en verbeterd proces waarin hervormingen
stap voor stap worden beloond met concrete integratie, bijvoorbeeld met
een waarnemersrol? Het kabinet zegt geopolitieke overwegingen een
grotere rol te willen geven bij EU-uitbreiding en te willen werken aan
een Europa van verschillende snelheden. Hoe geeft het kabinet daar
concreet invulling aan?
Voorzitter. Ik zie uit naar de beantwoording van de minister in deze
commissie. Dank u wel.
De voorzitter:
Ik kijk even rond, maar ik zie geen interrupties. Dan geef ik nu het
woord aan de heer Dassen van Volt.
De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Grootmachten breiden hun invloed uit, grenzen worden
ter discussie gesteld en veiligheid is niet langer gegarandeerd. In zo'n
wereld is één ding duidelijk: we kunnen het niet alleen. Dit is waar het
debat vandaag over zou moeten gaan: de volwassenwording van Europa. Het
gaat om een Europa dat geopolitieker handelt, dat bondgenoten zoekt,
behoudt en juist ook vindt in deze nieuwe spanningen.
Voorzitter. Een van deze landen is Oekraïne. Het gaat in het parlement
gelukkig veel over dit land, juist omdat we zien dat het vecht voor
democratie, voor vrijheid en om onderdeel te worden van de Europese
Unie. Met zijn enorme defensie-industrie en toewijding aan het
toetredingsproces is het land een kandidaat om ons continent veiliger te
maken. Elke stap in het toetredingsproces wordt op dit moment door een
veto van Orbán geblokkeerd, juist nu de geopolitieke noodzaak zo groot
is. Ziet de minister een versnelde toetreding van Oekraïne ook als de
beste veiligheidsgarantie? Welke manieren ziet de minister om dit proces
te versnellen? Kunnen we bijvoorbeeld af van het veto bij elke
processtap? Het laatste voorstel van de Commissie voor versnelde
toetreding lijkt ook te worden afgeschoten, maar wat zijn dan de
alternatieven? Welke alternatieve voorstellen kunnen we van het kabinet
verwachten?
Voorzitter. Wat betreft "hoe groter, hoe sterker": we zien inmiddels ook
dat de dreiging van buitenaf toeneemt. Ik noem daarbij de Russische
inmenging. In Georgië hebben we gezien waar dat toe leidt: een
repressief regime dat de wetten van het Kremlin overneemt. Gelukkig
hebben we een fonds om het maatschappelijk middenveld en de weerbaarheid
van de rechtsstaat te versterken: het Matra-fonds. Helaas zien we dat de
investering in het Matra-fonds gehalveerd is. Erkent het kabinet dat het
Matra-fonds bijdraagt aan een weerbaardere samenleving in de
kandidaat-lidstaten? Waarom wordt hierop bezuinigd? Welke andere
middelen heeft het kabinet om de invloed van Rusland te verkleinen en
die van het maatschappelijk middenveld in deze landen juist te
vergroten?
Niet alleen om economische redenen, maar juist ook om veiligheidsredenen
willen landen lid worden van de Europese Unie. De beste recente
voorbeelden hiervan zijn Noorwegen en IJsland. Zij zien de Russische
dreiging en het wegvallen van de Verenigde Staten als reden om lid te
worden van de Europese Unie. IJsland heeft zelfs al een referendum
uitgeschreven en in Noorwegen zijn steeds meer mensen voorstander van
EU-lidmaatschap. Dat is de kant die mensen op willen: meer Europese
integratie en een sterker Europa, juist om te zorgen dat we onze
veiligheid en welvaart kunnen garanderen voor de toekomst. Ik ben
benieuwd hoe het kabinet aankijkt tegen de mogelijke uitbreiding met
deze twee landen en welke kansen het daarbij ziet, zeker gezien de
toenemende interesse.
Voorzitter. Uitbreiding moet wel gepaard gaan met hervormingen.
Hervormingen kunnen niet langer wachten als Europa op deze manier onder
druk staat. De meest urgente zaak is dat de besluitvorming op basis van
gekwalificeerde meerderheid moet worden uitgebreid, zodat we geen nieuwe
Orbán krijgen die alles kan blokkeren. Door deze en andere hervormingen
snel door te voeren, wordt Europa echt volwassen en daarmee klaar om
nieuwe landen toe te laten tot de Europese Unie. Wanneer kunnen we
concrete voorstellen voor democratische en institutionele hervormingen
van de Europese Unie verwachten? Want het is natuurlijk mooi dat we vaak
over het vetorecht op buitenlandbeleid praten, maar er is veel meer wat
hervormd moet worden om efficiënter, daadkrachtiger en slagvaardiger te
worden. Wat mij betreft werken we toe naar een verenigde staten van
Europa. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Dan ...
Voorzitter, ik dacht even dat de heer Van der Lee een vraag wilde gaan
stellen over de verenigde staten van Europa en hoe dat eruit zou komen
te zien. Daar hoopte ik op, maar helaas dacht hij dat ik al klaar was!
Maar ik ga nog even door.
In het coalitieakkoord staat dat het kabinet voorstander is van het
afschaffen van het vetorecht op het gemeenschappelijke buitenlandbeleid.
Dat is goed. Welke andere stappen is de minister van plan om te
nemen?
Voorzitter, tot slot. In een wereld waarin macht meer bepalend is,
kunnen we het ons niet veroorloven om klein te denken. Europa moet
groter, sterker en eensgezinder worden. Uitbreiding is daarbij geen
gunst aan anderen, het is een investering in onze eigen
veiligheid.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank, meneer Dassen. Dan kijk ik even naar de heer Van der Lee, maar
volgens mij heeft hij geen interruptie. Nee, dus dan gaan we nu verder
met de inbreng van de heer Van der Lee namens GroenLinks-Partij van de
Arbeid.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Wij van Progressief Nederland zijn pro-Europa,
provrede, provoorspoed. We hebben, zeker als Nederland, in dat kader de
afgelopen jaren enorm genoten van de Europese Unie. Ik denk ook dat wij
de lidstaat zijn die relatief gezien het meest heeft geprofiteerd van
die gezamenlijke vrije markt.
Dat het in de huidige geopolitieke chaos voor heel veel landen
aantrekkelijk is om toe te treden tot de Unie, zien we aan het aantal
geïnteresseerde landen. Ook landen die dat in het verleden niet hebben
gedaan, gaan daar opnieuw naar kijken. Wat ons betreft is dat een gouden
kans, niet alleen voor hen, maar zeker ook voor ons, voor onze
collectieve veiligheid en voor onze collectieve welvaart. Daarom is het
belangrijk dat er nu ook echt stappen worden gezet en zeker ook dat alle
landen die dit lidmaatschap beogen, ook zien dat die stap op korte
termijn gezet kan worden, zoals bij Albanië en Montenegro. Hoe kijkt de
minister daarnaar? Is daar nog iets voor nodig? Wat kunnen wij nog doen
om die stappen te realiseren?
Ik gaf in een interruptie al aan dat mijn fractie ook van mening is dat
alle opties voor een gradueel lidmaatschap onderzocht zouden moeten
worden. Al zijn er verdragsrechtelijk misschien beperkingen, deze tijd
vraagt ook om creativiteit. Natuurlijk vinden wij het belangrijk dat de
Kopenhagencriteria overeind blijven. Tegelijkertijd zijn wij niet blind
voor de geopolitieke situatie. Zeker voor Oekraïne zien wij het cruciale
belang van hen perspectief bieden op dat lidmaatschap. We moeten alles
uit de kast halen, ook namens Nederland, om het pad daarnaartoe te
effenen. Daar ...
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Vermeer. Daarvoor onderbreek ik u
dus even.
De heer Vermeer (BBB):
Ik zou graag van de heer Van der Lee van GroenLinks-PvdA willen horen
hoe hij dat voor zich ziet. Hij zegt dat de Kopenhagencriteria overeind
moeten blijven, maar dat de verdragen in deze bijzondere tijden
aangepast moeten worden. Wat bedoelt hij hier nou precies mee? Wil hij
dan toch aan die Kopenhagencriteria sleutelen? Wat wil hij hiermee
zeggen?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Nou, ik heb niet gezegd dat de verdragen aangepast moeten worden. Het
geldende verdrag is immers ook niet zo eenvoudig aan te passen. Maar de
vraag is: wat is er mogelijk binnen het huidige juridische kader en aan
vormen die niet per se een volwaardig lidmaatschap zijn? Daar wil je
naar toewerken, maar welke tussenstappen zijn er mogelijk? We hebben
bijvoorbeeld al een associatieverdrag met Oekraïne, maar wellicht zijn
er ook tussenverdragen mogelijk. Er zijn, denk ik, meer opties dan ik
hier even in een interruptie kan opnoemen. Ik ben van mening, en volgens
mij de VVD, het CDA en misschien Volt ook, dat het goed zou zijn om dat
zo goed mogelijk te verkennen, omdat het belangrijk is, gelet op die
vreselijke oorlog daar, dat er perspectief is op een steeds nauwere
samenwerking met de Europese Unie. Mijn fractie is namelijk van mening —
de heer Koopman, directeur-generaal Uitbreiding van de Europese Unie,
gaf het ook aan — dat het risico is dat Oekraïne een failed state wordt
als wij dat perspectief niet voor hen realiseren en hen niet helpen om
dat te realiseren. Dat maakt dat wij van mening zijn dat die opties
verkend zouden moeten worden. Dat is, denk ik, het antwoord dat ik de
heer Vermeer op dit moment kan geven.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
De heer Vermeer vindt het totaal niet duidelijk, zei hij buiten de
microfoon. Anderen vonden het wel duidelijk. We kunnen er lacherig over
doen, maar ik denk dat het op dit moment cruciaal is dat de regering,
samen met anderen trouwens, veel werk maakt van kijken welke opties er
zijn. Daar komt bij dat meer landen — kijk ook naar de Westelijke Balkan
— in sommige gevallen in een moeizaam proces zitten, van: gaan we die
keuze richting Europa maken, biedt Europa een uitgestoken hand en
ondersteunt Europa ons op de momenten waarop we dat kunnen gebruiken en
nodig hebben of is men te veel bezig met de eigen problemen?
Het is al gezegd dat er bezuinigd is op de Matra-fondsen. Ik denk dat
het goed is dat we op dat terrein ook investeren en dat het belangrijk
is dat we kandidaat-lidstaten op het gebied van de rechtsstaat bijstaan;
daar hebben we ook expertise op. We zien helaas dat meerdere landen,
niet alleen Hongarije, toch weer stappen terugzetten als het gaat om de
rechtsstaat. Ik vind het goed dat er bij toekomstige
toetredingsverdragen gekeken wordt naar extra opties om daar garanties
voor in te bouwen. Er is zelfs sprake van dat dat een stap op de plaats
betekent qua verdere integratie in de Europese Unie. Ik ben dus benieuwd
hoe het daarmee staat. Ik denk dat ook wij als Tweede Kamer op dit
moment een cruciale rol hebben te vervullen om daar waar mogelijk de
uitbreiding van de Unie te stimuleren. Wat ons betreft betekent dat ook
dat er hervormingen nodig zijn. Die zijn cruciaal en die waren al
cruciaal, ook voor een nieuwe uitbreidingsstap. Dat zijn wat ons betreft
twee losstaande, parallelle trajecten.
De heer Krul (CDA):
Het CDA vindt het erg problematisch, om het zo maar even te noemen, dat
als een kandidaat eenmaal lidstaat is, je na een terugval feitelijk
eigenlijk niks meer kan doen. Ik heb de heer Van der Lee net in een
interruptiedebatje horen zeggen dat hij op zich voorstander is van een
gradueel toetredingsproces. Is zijn fractie dan ook voorstander van het
idee dat als je een terugval ziet, bijvoorbeeld op het gebied van
mensenrechten of democratie, je tijdens dat proces afgegeven rechten
weer terug moet kunnen nemen?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ja. Ik denk dat er safeguards moeten komen. Daar wordt ook al over
gesproken. Die moeten sterker zijn dan in het verleden, gelet op de
ervaringen die we hebben opgedaan. De vraag is ook hoever je daarin kunt
gaan. Wat kun je aan nieuwe lidstaten opleggen zonder de
gelijkwaardigheid tussen de lidstaten te veel geweld aan te doen? Er
moeten sancties staan op het niet naleven van de cruciale
rechtsstaatsbeginselen. Er zijn sanctiemechanismen in het huidige
verdrag. Die werken onvoldoende; ik denk dat we het daar ook over eens
zijn. Dus ja, we moeten daarin echt een verbeterslag maken. Je zou dat
ook een hervorming kunnen noemen, nog even los van hoe je omgaat met het
veto en de bredere hervorming van de Europese Unie, maar wat ons betreft
is dat wel bespreekbaar. Wij willen op dat terrein namelijk ook stevige
sancties dan wel de mogelijkheid voor het voor bepaalde duur ontnemen
van rechten op bijvoorbeeld vrije toegang of vrij verkeer van personen;
er zijn meerdere opties denkbaar. Ik denk dat we die route echt moeten
verkennen. Dat hoort ook bij een traject. We moeten kijken of zo'n
graduele toetreding ook te realiseren is.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
De heer Van der Lee heeft veel gezegd over wat in het bijzonder Oekraïne
nodig heeft als het gaat om veiligheid, stabiliteit en vrede. De heer
Van der Lee wijst daarbij op de belangrijke rol van de EU. Ik begrijp op
zich goed wat de collega bedoelt, maar toch is mijn vraag aan hem of we
niet te eenzijdig naar de EU kijken. Voor bijvoorbeeld
veiligheidsgaranties zou je namelijk ook kunnen zorgen met een coalitie
van bereidwillige landen. Daar hebben we al enige ervaring mee. Zou er
dus niet breder kunnen worden gekeken naar dit soort vraagstukken dan
alleen maar naar het belang van de EU?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik bepleit ook niet dat het exclusief via de band van de Europese Unie
zou moeten. We zijn met veel andere landen binnen Europa ook lid van de
NAVO en ik pleit ook niet voor het opheffen van de NAVO. Maar ik denk
wel dat wij, als een van de zes landen die zijn begonnen met de Europese
Unie, zelf de ervaring hebben dat vrede en voorspoed heel goed
gerealiseerd kunnen worden door de Europese Unie. Als we erin slagen om
het hele Europese continent lid te maken van de Unie, is dat, denk ik,
voor ons allemaal een hele belangrijke veiligheidsgarantie. Het biedt
ook perspectief op het behoud en zelfs de uitbreiding van onze welvaart
in de toekomst. Oekraïne heeft meer inwoners dan Polen. Het is
veertienmaal zo groot als Nederland. Het heeft economisch gigantische
potentie. Het heeft heel veel zeldzame mineralen. Het was in de tijd van
de Sovjet-Unie een beetje het Silicon Valley. Als die oorlog voorbij is
en de wederopbouw gerealiseerd wordt, waar we aan bij kunnen dragen,
denk ik dat het voor de Unie economisch gezien een hele belangrijke
meerwaarde zal hebben als we erin slagen om Oekraïne, Moldavië en andere
landen lid te maken van de Unie.
De voorzitter:
Ik ga toch even aan meneer Van der Lee vragen om kortere antwoorden te
geven.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik ga een poging doen om een vraag te stellen die daar aanleiding toe
geeft. De heer Van der Lee zegt dat je er ook voor moet zorgen dat je
lidstaten eraan kan houden en dat het tot sancties kan leiden als ze een
terugval hebben. In de brief van het eerdere kabinet werd ook geschreven
over een nieuwe generatie toetredingsverdragen, waarbij je eigenlijk
hele andere randvoorwaarden en waarborgen al in het toetredingsverdrag
zelf opschrijft en waar ook al mee gestart kan worden als er een
voorbereidende activiteit wordt ingezet voor Montenegro. Ik zou het wel
interessant vinden om samen aan het kabinet te vragen of we een aparte
brief zouden kunnen ontvangen over hoe die nieuwe generatie
toetredingsverdragen eruitziet. Is de heer Van der Lee het daarmee eens?
Zouden we dat misschien samen met een aantal partijen kunnen
vragen?
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ik zie dat eigenlijk wel in relatie tot het andere punt dat mevrouw
Becker maakte, over die graduele toetreding. Ik denk dat het misschien
wel twee zijden van dezelfde munt zijn, namelijk dat je die opties moet
verkennen en dat het ook zou kunnen betekenen dat je een ander type
toetredingsverdrag ziet dan in het verleden. Het moet niet zo zijn dat
het dan een soort permanent tweederangs lidmaatschap zou worden. Als dat
het gaat worden, lopen we het risico dat we aan de landen die lid zouden
willen worden, het signaal afgeven van: dat kan, maar dan word je
eigenlijk voor altijd een soort tweederangs lid. Daar moet je dus wel
voor oppassen. Ik denk trouwens dat het in een later stadium in
juridische zin ingewikkeld kan worden als je te veel extra eisen oplegt
in een toetredingsverdrag. Ik denk ook dat dat dat later toch kan worden
aangevochten, bijvoorbeeld bij het Europese Hof van Justitie, omdat het
weer te veel botst met het Verdrag van Maastricht. Dat soort dingen moet
je volgens mij goed bekijken. Maar ik ben het er, denk ik, wel mee eens
dat het goed is om dat te verkennen. Ik kan me heel goed voorstellen dat
ze een wat ander karakter krijgen dan in het verleden. Punt.
De voorzitter:
Punt! Zijn er nog interrupties? Nee? Oké. Dan geef ik nu het woord aan
de heer Hoogeveen van JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. De wereld verandert in hoog tempo en we moeten
geopolitieker gaan denken. Dat moet je tegenwoordig bij ieder debat
zeggen om serieus genomen te worden, dus bij dezen. Maar geopolitiek
denken ontslaat ons niet van de plicht om ook logisch te blijven
nadenken. De Europese Unie dreigt namelijk een reus op lemen voeten te
worden. Ja, de tijd van invloedssfeer is terug: de VS kiezen
nadrukkelijk hun eigen koers, China bouwt systematisch economische
invloed op en Rusland weet, ondanks zijn relatief kleine economie, via
energie, grondstoffen en inmenging landen nog steeds aan zich te binden.
Het klopt dus dat Europa zich in de wereld moet heruitvinden en landen
aan zich moet binden, ook in ons nabuurschap. Maar dat betekent niet
automatisch dat uitbreiding van de EU het juiste antwoord is. Sterker
nog, juist als we geopolitieker gaan denken, moeten we erkennen dat te
snelle uitbreiding ons eerder verzwakt dan versterkt.
Voorzitter. Er lopen momenteel toetredingsprocessen met een aantal
landen: Albanië, Bosnië, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië, Servië,
Turkije, Georgië, Moldavië en Oekraïne. JA21 kijkt hier niet
ideologisch, maar pragmatisch naar. We erkennen dat eerdere
uitbreidingen succes hebben opgeleverd. Landen als Polen en Tsjechië en
de Baltische staten laten zien dat uitbreiding goed kan werken. Maar we
zien ook een keerzijde: binnen de huidige EU kampen lidstaten nog steeds
met corruptie, druk op de rechtsstaat en gebrekkige financiën, terwijl
daar tegelijkertijd enorme cohesiefondsen en landbouwsubsidies naartoe
gaan. Die realiteit moeten we niet negeren. De Europese Unie ziet
zichzelf als een waardengemeenschap, gebaseerd op menselijke
waardigheid. Als dat de maatstaf is, dan zijn er wereldwijd nog heel
veel andere landen die daar ook aan voldoen, en soms zelfs beter dan
onze huidige kandidaat-lidstaten. Dat roept de vraag op: wat maakt het
EU-lidmaatschap eigenlijk zo uniek? Zijn we de uitbreiding niet te veel
gaan framen als een waardenproject in plaats van een strategische
keuze?
Volwaardig EU-lidmaatschap is geen symbolische stap; het heeft directe
consequenties. Institutioneel verschuift in de Raad en in het Europees
Parlement de machtsbalans. Financieel betekent het herverdeling van
cohesiefondsen en landbouwsubsidies. Politiek betekent het dat je het
risico loopt instabiliteit te importeren. Hoe kijkt het kabinet naar
deze schaduwzijde van toetreding?
Niet alle kandidaat-lidstaten zijn gelijk. Montenegro is klein en
relatief vergevorderd, maar Oekraïne is van een totaal andere orde.
Toetreding zou een grote impact hebben op zowel de EU-begroting als de
EU-besluitvorming. Dat maakt uitbreiding geen technische exercitie, maar
een systeemschok. Het vooruitzicht van het lidmaatschap van Oekraïne
lijkt daarmee eerder voort te komen uit emotie dan uit ratio. Mijn vraag
aan het kabinet is dan ook: waarin zitten de concrete voordelen van
Oekraïens lidmaatschap buiten de zaken die we buiten het lidmaatschap al
kunnen regelen? Het is in ieder geval goed dat de
motie-Ceulemans/Hoogeveen, om aan de Kopenhagencriteria vast te houden,
is aangenomen.
Onze bezwaren betekenen niet dat we kandidaat-lidstaten een doodlopende
weg bieden. JA21 ziet ook de geopolitieke belangen, maar we moeten
serieus inzetten op alternatieven: toegang tot de interne markt,
gerichte handelsliberalisatie, strategische partnerschappen en sectorale
samenwerking. Zo kunnen landen economisch naar Europa toegroeien zonder
dat zij meteen volledig lid worden, stemrecht krijgen en een groot
beslag leggen op de EU-begroting. Hoe kijkt het kabinet naar deze
modellen?
Voorzitter, tot slot. Als we uitbreiding serieus nemen, moeten we ook
kijken naar de EU zelf. De Unie moet bestuurbaar blijven. Dan is het
opmerkelijk dat de Commissie met elke lidstaat verder groeit, terwijl
het Verdrag van Lissabon juist ruimte biedt om haar kleiner en
efficiënter te maken. Op dit moment lijkt de Commissie eerder een
verzameling van ministers, met veel nietszeggende portefeuilles, dan wat
het zou moeten zijn: een slagvaardig uitvoerend secretariaat. Dus laten
we eerst onze eigen instituties op orde brengen.
Voorzitter, dank.
De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Van der Lee en daarna van de heer Van
Houwelingen.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Toch even over de systeemschok. Dat snap ik niet helemaal, hoor. De
toetreding van Polen was in omgang vergelijkbaar, in een tijd dat de
Unie veel kleiner was. Hoe kan dan de toetreding van Oekraïne opeens een
systeemschok veroorzaken en opeens alleen een uitdrukking van emotie
zijn? Ik heb zelf argumenten genoemd waarom Oekraïne in economisch
opzicht op lange termijn — er woedt nu een oorlog — een enorme bijdrage
aan de Unie kan leveren, misschien zelfs nog meer dan Polen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik denk dat de situatie nu wel ietsje anders is. Toen Polen toetrad, was
de situatie heel anders. Geopolitiek lag de situatie heel anders.
Economisch lag de situatie heel anders. Polen was ook een stuk verder en
een stuk beter voorbereid. Oekraïne is een land in oorlog. Het is
verscheurd door oorlog. We weten helemaal niet waar dit conflict gaat
eindigen. Als we al weten waar het gaat eindigen, betekent dit een
verschuiving in de Europese Raad, fundamenteel naar het oosten. Dat heb
ik zojuist ook in mijn betoog en in een interruptie met de heer Krul
aangegeven. Het feit dat je Polen erbij doet, betekent dat Frankrijk,
Italië, Duitsland en Nederland relatief gezien nog best veel stemrecht
en invloed hebben, maar als je steeds verder naar het oosten uitbreidt,
verschuift ook de machtsbalans naar het oosten. Wat ons zorgen baart, is
dat je dus als Nederland steeds meer invloed verliest en dat onze
invloed steeds verder verwatert, richting het oosten.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Begrijp ik het goed, om het even scherp te krijgen, dat JA21 in principe
dus tegen toetreding, ook op termijn, van Oekraïne tot de Europese Unie
is?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ja, dat is correct.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Daar zijn we het dan over eens. Maar dan begrijp ik iets niet goed.
Zojuist nog heeft JA21 tegen een motie van ons gestemd om in ieder geval
niet weer miljarden aan Oekraïne te geven, maar dat in Nederland te
investeren. Dus we zijn het met elkaar eens: Oekraïne moet niet
toetreden. Maar waarom dan Oekraïne toch maar blijven steunen, als je
toch zegt: het is een land apart van ons en de Europese Unie?
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik ben blij met deze interruptie, want dit wordt vaak verward. Wij
hebben grote bezwaren tegen en kritiek op Oekraïne als volwaardig lid
van de Europese Unie, maar wij als JA21 steunen ook Oekraïne in zijn
strijd om vrijheid en welvaart tegen de Russische agressie. Ik denk dat
er van links tot rechts in de Kamer consensus over is, enkele
uitzonderingen daargelaten, dat het in het belang van Nederland is om
die steun op niveau te houden en dat het ook in ons belang is om
daarvoor te zorgen. Ik denk ook dat we op termijn, als er een
vredesakkoord is, hoe dat er ook uit komt te zien, toenadering zullen
moeten zoeken tot Oekraïne. Dan kijken we naar strategische
partnerschappen op rare earth minerals en naar een verdieping van de
handel, want dat kan Europa echt versterken. Dat kan ons qua economie en
qua veiligheid versterken. Lang verhaal kort: EU-lidmaatschap nee,
verdere integratie, samenwerking en bescherming ja.
De voorzitter:
Goed, dank u. Lang verhaal kort: we moeten het inderdaad kort houden.
Dan geef ik nu het woord aan de heer Diederik van Dijk van de SGP.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank, voorzitter. De SGP is van oudsher zeer terughoudend als het gaat
om verdere uitbreiding van de EU. De snelle toetreding van Roemenië en
Bulgarije in 2007 laat zien wat er gebeurt als kandidaat-lidstaten
toetreden voordat hervormingen verankerd zijn: langjarig zwaar toezicht
vanuit Brussel, het bevriezen van subsidies en pas sinds vorig jaar
volwaardig onderdeel van Schengen. Bovendien onderstreept deze casus hoe
moeilijk het is om andere kandidaat-lidstaten daarna in de wachtkamer te
houden. Effectieve integratie staat of valt met een geloofwaardige
wortel en stok, want als ze eenmaal zijn opgenomen in de Europese
familie, is het vrijwel onbegonnen werk om hervormingen af te dwingen.
Daarom opnieuw de oproep aan het kabinet: bezint eer ge begint. Zorg dat
het eigen huis op orde is voordat we nieuwe lidstaten verwelkomen.
Voorzitter. Het vorige kabinet was duidelijk: geen concessies aan de
Kopenhagencriteria. De Kamer heeft zich hier onlangs ook nog helder over
uitgesproken. Maar in het geval van Oekraïne lijkt dit kabinet wel
degelijk tot concessies bereid. De SGP gelooft niet in gefaseerde
toetreding of een lidmaatschap light, waarbij Oekraïne formeel lid wordt
maar nog geen volledige zeggenschap of toegang tot fondsen heeft. Voor
pragmatische samenwerking met landen aan de rand van de EU is nu juist
het nabuurschapsbeleid uitgevonden en worden associatieakkoorden
aangegaan. En ja, Oekraïne heeft robuuste veiligheidsgaranties nodig,
maar die kunnen ook gewoon via een coalitie van bereidwillige landen
geboden worden. Graag een reflectie daarop van de minister. Hoe denkt
het kabinet tegelijk vast te houden aan de Kopenhagencriteria en
Oekraïne versneld te laten toetreden tot de EU?
Voorzitter. Het Centraal Planbureau heeft eind vorig jaar een studie
uitgebracht over de verwachte extra migratie bij een EU-uitbreiding met
Albanië, Montenegro en Servië. Het CPB schat de toename op 3.600
migranten per jaar. Ten opzichte van het jaarlijkse migratiesaldo en
eerdere uitbreidingsrondes is dat weliswaar beperkt, maar na tien jaar
heb je toch weer een stad als Nijkerk erbij. De SGP vindt dat
onverstandig. Met een oververhitte woningmarkt, een overbelast stroomnet
en …
De voorzitter:
Meneer Van Dijk, sorry dat ik u onderbreek, maar u heeft een
interruptie.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Helemaal goed.
Mevrouw Becker (VVD):
De heer Diederik van Dijk gaat in zijn betoog in op de vraag die hij mij
ook stelde bij mijn betoog. Waarom je zou een nieuwe, graduele
toetreding voorstellen, want je hebt op dit moment toch de
Kopenhagencriteria en daarnaast het nabuurschapselement? Ik denk dat dat
op zich een terechte vraag is, maar ik zou de vraag dan terug willen
stellen aan de heer Van Dijk. Als je je aan de situatie houdt zoals die
nu is, dan hebben we dus een zwart-witkeuze. Pas als landen aan de
Kopenhagencriteria voldoen, is er sprake van een lidmaatschap. Tot die
tijd is er niets anders dan alleen samenwerking, waardoor je ze geen
perspectief kan bieden om alvast op onderdelen lid te worden van de
Europese familie. Is hij bereid om na te denken over een ander systeem?
Dat is niet, zoals de Europese Commissie eerder voorstelde, het
versnellen van het lidmaatschap. Mijn voorstel is: laten we het
lidmaatschap pas aan het eind doen. Het volwaardige lidmaatschap moet
daar ook blijven, maar we kunnen misschien wel eerder een aantal rechten
geven als aan bepaalde hoofdstukken is voldaan. Is hij bereid om
daarover mee te denken?
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Ik vind het een boeiende vraag, maar ik denk dat het ook te maken heeft
met: wat zie je als het gewenste eindplaatje? Het eindplaatje is voor de
SGP dus niet een EU-lidmaatschap voor Oekraïne. We zijn voor
veiligheidsgaranties en allerlei hulp, maar dat kan ook via een coalitie
van bereidwillige landen. Er is natuurlijk een heel verhaal over te
houden, maar Oekraïne — zeker in het verleden hebben heel veel experts
daarover geschreven — is geen bufferzone of wat dan ook. Zo moet je het
niet betitelen. Maar het is wel een soort overgangszone tussen West en
Oost, waar je voorzichtig mee moet omgaan. Het is niet gewenst dat het
in het ene of in het andere kamp verdwijnt. Daarom zeggen wij dus: zoek
nauwe relaties via associatieakkoorden en allerlei samenwerking, maar
trek het niet de EU in.
De voorzitter:
U vervolgt.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Laten we de effecten van de EU-uitbreiding op de binnenlandse
draagkracht expliciet meewegen. Als het bad al overloopt, maakt elke
extra druppel uit.
Voorzitter. De Europese Commissie presenteert zichzelf graag als een
geopolitieke speler. De SGP constateert dat de onderbouwing van de
EU-uitbreiding evenwel gepaard gaat met een flinke dosis wensdenken. Een
land als Servië is en blijft sterk op Rusland georiënteerd, terwijl voor
China de rode loper wordt uitgerold en richting Kosovo voortdurend
oorlogstaal wordt geuit. Het is ijdele hoop om te verwachten dat Servië
van koers verandert of dat ultranationalistische sentimenten onder de
bevolking plots verdwijnen als het sneller zicht krijgt op
EU-lidmaatschap.
Hetzelfde wensdenken heeft in relatie tot Turkije alleen maar tot
teleurstelling geleid. Niet voor niets zijn de onderhandelingen jaren
terug stilgelegd. Momenteel haalt de EU opnieuw de banden aan, omdat
verwacht wordt dat Turkije een sleutelrol zal spelen in de Zwarte
Zeeregio, als machtsbemiddelaar en vredeshandhaver. Turkije zet in op
een vernieuwde douane-unieovereenkomst. Het minste dat de EU mag
verwachten, is dat Erdogan ophoudt met het faciliteren van geweld tegen
de Koerden en stopt met opruiende taal over Israël. De SGP hoort heel
graag van het kabinet hoe het zich opstelt tegenover Turkije.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank, meneer Van Dijk. Dan geef ik het woord aan de heer Van Houwelingen
van Forum voor Democratie.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Dank u, voorzitter. Forum voor Democratie — het zal duidelijk zijn — is
niet blij met de Europese Unie. Ik ben er trots op dat wij nog steeds de
enige nexitpartij in Nederland zijn. We zijn natuurlijk voor
samenwerking, maar we zijn mordicus tegen de Europese Unie. We zijn dus
ook tegen uitbreiding van de Europese Unie, omdat uitbreiding de macht
van de Europese Unie vergroot. Tien jaar geleden zijn we deels ontstaan
naar aanleiding van het referendum dat is gehouden over het
associatieverdrag met Oekraïne. Daar waren we toen al tegen. Uitbreiding
van de Europese Unie lijkt ons dus geen goed idee. Ik heb daarover een
aantal vragen aan de minister.
De eerste vraag is de volgende. We hebben technische briefings gehad,
onder andere met de heer Koopman. Het is mij niet duidelijk waar in het
hele zorgvuldige toetredingsproces, met de Kopenhagencriteria en het
sluiten van hoofdstukken, het Nederlandse belang wordt gewogen. Dat is
blijkbaar niet aan het begin van het proces en ook niet tijdens het
proces. Het is eigenlijk een technocratische exercitie. Ik begrijp
namelijk dat je als land aan het eind niet meer tegen hoort te stemmen
als een ander land aan al die criteria heeft voldaan. Wanneer kunnen we
nou dat Nederlandse belang wegen? Dat is het enige waarin wij
geïnteresseerd zijn.
De tweede vraag betreft de inzet van ons vetorecht; daar is het net ook
al een paar keer over gegaan. Het baart ons heel veel zorgen dat het
kabinet dat vetorecht wil inperken. Dat is voor ons onbegrijpelijk. We
zien als Kamerleden elke week weer dat we overstemd worden door de
Europese Unie. Dat was onlangs nog met chatcontrole. Dat is iets wat we
echt niet moeten willen in Nederland, maar we werden overstemd binnen de
Europese Unie. Hoe kun je nou vanuit democratisch perspectief pleiten
voor het nog verder inperken van het vetorecht? Dat is voor mij echt
onbegrijpelijk. We hebben een Kamervraag gesteld aan de regering met
betrekking tot het vetorecht: hoe vaak is dat ingezet? Hoe vaak heeft
Nederland er in de onderhandelingen mee gedreigd? Waarom hebben we die
vraag gesteld? Omdat wij het vermoeden hebben dat de Nederlandse
regering niet zozeer ons parlement in Brussel vertegenwoordigt, maar
andersom, namelijk dat ze de EU in Nederland vertegenwoordigt. Dat is
natuurlijk de wereld op z'n kop. Het antwoord dat we kregen van de
regering was: daar gaan we niks over zeggen, want het zijn
vertrouwelijke onderhandelingen. Maar dat vraag ik helemaal niet. Ik
vraag hoe vaak dat vetorecht is ingezet of hoe vaak daarmee is gedreigd,
bijvoorbeeld het afgelopen jaar. Dat is informatie die de Kamer gewoon
zou moeten krijgen. Waarom krijgen we die informatie niet?
Tot slot, voorzitter, wil ik kort ingaan op de Eurobarometer. Daar is
het in dit debat een paar keer indirect over gegaan. Het is een groot
onderzoek van de Europese Unie. Als je dat leest, zie je dat er heel
vaak wordt gezegd: heel veel Europeanen zijn voorstander van een
uitbreiding van de Europese Unie. D66 verwees er net volgens mij ook al
naar. Dat Eurobarometeronderzoek — ik ken het al heel lang — is
ontzettend omstreden. Dat is eigenlijk propaganda; dat wordt ook gezegd
door wetenschappers. Denk aan onderzoek van Max Planck Institute,
getiteld How the Eurobarometer Blurs the Line between Research and
Propaganda. Dat komt omdat vragen niet gebalanceerd zijn. Vragen worden
op een subversieve wijze ingeleid. Vragen die op een gegeven moment niet
meer goed lopen voor de Europese Unie, worden uit het onderzoek gehaald.
Er wordt uitgebreid onderzoek naar verricht. De uitkomsten — De Hond is
er in zijn onderzoek verder op ingegaan — blijken helemaal niet te
kloppen. Zo is in het onderzoek van Eurobarometer 60% hoogopgeleid.
Volgens CBS-cijfers kan dat maar 37% zijn. Dat onderzoek klopt dus van
geen kant. Dat is desinformatie, dat is misinformatie. Dat vervuilt ons
publieke debat. Het wordt hier ook aangehaald door Kamerleden. Het is
niet goed.
Een paar weken geleden heb ik aan het ministerie gevraagd waarom zij het
Eurobarometeronderzoek nog gebruiken. Zouden ze daar niet mee moeten
stoppen? Zouden we op basis van al die kritiek van al die mensen niet op
z'n minst moeten vragen aan de Europese Commissie, die het onderzoek
laat uitvoeren, of aan Verian, het onderzoeksbureau, om ermee te stoppen
of om het onderzoek aan te passen? Het antwoord van het ministerie luidt
steeds als volgt. Het is echt ongelofelijk; het is een antwoord dat ik
steeds krijg: "Het is verder niet aan het kabinet om zich uit te spreken
over de uitvoering van het opinieonderzoek." Dus je wordt erop gewezen,
door ons en door anderen, dat het desinformatie is, en dan is je
antwoord: oren dicht, oogkleppen op; we gaan gewoon door zoals we al
bezig zijn. Mijn laatste en ook mijn meest prangende vraag is hoe dit
kan. Hoe kan het überhaupt dat zo'n antwoord aan de Kamer wordt
gestuurd? Hoe kan het dat als je heel duidelijk in een briefje te horen
krijgt wat er allemaal verkeerd is, je zelfs als ministerie weigert om
daar werk van te maken? Voor mij is dit onbegrijpelijk. Ik zal er in
tweede termijn ook zeker op ingaan als ik er geen goed antwoord op
krijg.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Stöteler van de Partij voor de
Vrijheid.
De heer Stöteler (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Zo'n 30 jaar geleden eindigde de serie "Bassie
& Adriaan: De geheimzinnige opdracht" bij de personeelsingang van
het gebouw waar wij nu zitten. Nadat Bassie en Adriaan door twaalf
EEG-landen waren gereisd, werden zij ontvangen door staatssecretaris
Piet Dankert, die aan de kijker uitlegde dat de reis bedoeld was om
kinderen kennis bij te brengen over Europese landen. In de jaren
negentig waren er twaalf afleveringen nodig om de landen van de Europese
Gemeenschap, zoals het toen nog heette, af te gaan. Tegenwoordig zouden
Bassie en Adriaan door 27 landen moeten reizen, van Oost-Europa tot en
met de Baltische staten, en als het aan politici hier en ook in Brussel
ligt, zouden Bassie en Adriaan binnenkort ook naar de Balkan moeten
reizen, of met gevaar voor eigen leven naar Oekraïne moeten gaan — ik
hoop dat dat pakketje niet in Donetsk ligt.
Voorzitter. Niet alles hoeft terug naar 1963, al zou een deel misschien
wel mooi zijn, maar als er zelfs al wordt gespeculeerd over een Europees
lidmaatschap van Canada, moet de minister dan niet toegeven dat dit
project een klein beetje uit de hand is gelopen?
Voorzitter. De PVV is tegen elke vorm van uitbreiding van de EU. We
moeten niet een klein beetje uitbreiden en we moeten ook niet uitbreiden
onder voorwaarden, want als Brussel de deur verder openzet, worden de
problemen groter, de kosten hoger en de invloed van Nederland kleiner.
Onder het mom van geopolitiek, van strategisch belang, wordt de Europese
Unie steeds verder opgerekt. Landen die nog niet voldoen aan de
basisvoorwaarden en de eisen, worden toch stap voor stap richting het
lidmaatschap getrokken en als dat nog niet snel genoeg gaat, verzint
Brussel nieuwe constructies met lidmaatschap light of versnelde
trajecten.
Gisteren hadden we het gesprek met de heer Koopman, de dg Uitbreiding en
Oostelijk Nabuurschap. Die prikte die proefballonnetjes meteen weer lek.
"Het is óf lidmaatschap óf niet", zei hij. Een klein beetje lidmaatschap
is volgens hem niet mogelijk binnen de verdragen; het lidmaatschap heb
je of niet. Wat de PVV betreft heb je dus geen lidmaatschap.
Neem Oekraïne, een land dat op dit moment in oorlog is en dat enorme
uitdagingen kent op het gebied van corruptie, rechtsstaat en veiligheid,
en dat straks ook nog wederopbouwt, wat volgens een conservatieve
schatting 800 miljard kost en mogelijk nog meer. Een land dat een kleine
tien jaar geleden nog gold als het meest corrupte land van Europa. Toen
werd ons beloofd en voorgehouden dat Oekraïne nooit lid zou worden van
de Europese Unie. Als we nu Oekraïne binnenhalen, halen we de conflicten
in die regio, de oorlog met Rusland, ook binnen. De EU is geen
defensiealliantie. Het is geen veiligheidsproject; het was een
vredeproject. Een goede buurrelatie is daarom beter te onderhouden met
Oekraïne dan het land binnen de Europese Unie te halen.
Overigens lijkt het erop dat het adagium geldt dat als je eenmaal
kandidaat-lid bent, je dat voor altijd blijft en je niet meer terug kunt
naar kandidaat af. Mag ik vragen aan de minister waarom die hele pool
aan kandidaat-lidstaten wordt opengehouden terwijl daar landen tussen
zitten die het lidmaatschap niet eens meer willen? Neem Turkije, neem
Georgië, zomaar twee voorbeelden. Zij willen geen lid meer worden van de
Europese Unie. Waarom zijn ze dan nog kandidaat? Als het aan de PVV
ligt, zou u natuurlijk alle kandidaturen moeten intrekken, maar waarom
doet u dat niet ten minste met de kandidaturen van die twee
landen?
Het kabinet schrijft op pagina 5 van de appreciatie van het
uitbreidingspakket dat het kabinet vindt dat de integratie gepaard moet
gaan met waarborgen en dat stappen hierop omkeerbaar zijn. Nou, een
standaard kandidaat-lidmaatschap is mogelijk ook omkeerbaar.
Voorzitter. We hebben ook op de agenda — het gaat alleen maar over
EU-uitbreiding — het verslag van het schriftelijk overleg van 26 januari
staan. Daarin schrijft het kabinet dat het bestempelen van desinformatie
als zodanig en factchecken geen taak van overheden is. Waarom dan toch
die trustedflaggerstatus volgens dat Amerikaanse rapport? Wat is daar
precies mee gebeurd?
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Goed, dank u. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Vermeer van de
BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Voor BBB is de uitbreiding van de Europese Unie
geen doel op zich. Eerst moet de Europese Unie haar eigen problemen
oplossen. Wij zien de meerwaarde van samenwerking, maar dat betekent
niet dat we de EU maar groter moeten maken, zonder na te denken over de
gevolgen. Uitbreiding moet Europa sterker maken, niet zwakker, niet
duurder, en moet vooral niet ten koste gaan van onze eigen inwoners.
Nederlanders zijn geen pinautomaat voor kandidaat-lidstaten en het
vetorecht moet blijven, want dat is het fundament van de EU.
De gevolgen zijn er wel degelijk. Uitbreiding betekent ook meer
migratie. Het CBS heeft een analyse gedaan van wat het zou betekenen als
kandidaat-lidstaten Albanië, Montenegro en Servië zich zouden aansluiten
bij de Europese Unie. Het gaat om tienduizenden mensen die zich in
Nederland kunnen vestigen: 36.000 in tien jaar om precies te zijn. Mijn
eerste vraag aan de minister is heel simpel: waar is het plan, waar
moeten al die mensen wonen? Op deze manier hebben we niet tien, maar
twaalf steden nodig: eentje voor de migratie-effecten van de
EU-uitbreiding en één voor de inwoners van Moerdijk, die ook van dit
kabinet hun dorp mogen inleveren. Kan de minister gewoon eerlijk zeggen
voor wie dit kabinet bouwt?
Voorzitter. Dan Turkije, al eerder genoemd hier. Turkije is nog altijd
kandidaat-lidstaat en nog altijd ontvanger van Europees geld, terwijl
hier in Nederland boeren worden uitgekocht en bedrijven op slot zitten.
Dat is niet uit te leggen. Hoe kan het zijn dat we enerzijds onze eigen
landbouw afbreken en anderzijds landbouw en kandidaat-lidstaten
financieren? 500 miljoen heeft Turkije voor de landbouw vanaf 2021
ontvangen van de Europese belastingbetaler. Vindt de minister dit echt
verdedigbaar richting Nederlandse boeren? Waarom gaan we hier nog steeds
mee door, terwijl iedereen weet dat toetreding van Turkije feitelijk
niet meer aan de orde is? Is de minister bereid om in Europa te pleiten
voor het stopzetten van deze geldstromen? Wat kan Nederland zelf doen om
hier een einde aan te maken? Kan Nederland pleiten om de
kandidaat-status van Turkije stop te zetten? Collega Stöteler vroeg hier
eerder ook al naar.
Voorzitter. Tot slot Oekraïne. BBB heeft Oekraïne gesteund en zal dat
blijven doen als dat nodig is, maar steun is iets anders dan toetreding
tot de Europese Unie. Versnelde toetreding is wat ons betreft
onverstandig en gaat in tegen de belangen van Nederland en van een
stabiele Europese Unie. Daarom een heldere vraag aan de minister:
blijven de Kopenhagencriteria keihard staan, ja of nee? Of worden die
onder politieke druk opgerekt? Wat zou een toetreding van Oekraïne
betekenen voor de Europese begroting en de verdeling van het GLB? De
heer Van der Lee gaf net al aan in een interruptie dat hij volledig
achter de Kopenhagencriteria staat, maar hij heeft tegen een motie
gestemd die dat gewoon bepleit. Dus misschien kan de heer Van der Lee in
een later debat of zo nog eens uitleggen wat ja betekent en wat nee
betekent.
Voorzitter. Nog een laatste opmerking. In Nederland stellen we hoge
eisen aan dierenwelzijn. Dat maakt onze productie duurder. In Oekraïne
liggen die eisen veel lager en is bijvoorbeeld kip meer dan 20%
goedkoper. Oekraïne heeft aangegeven de eerste tien jaar nog niet aan
onze normen te kunnen voldoen omdat dat te duur is. Mijn vraag aan de
minister is: willen we dan wel dat onze markt ondertussen wordt
overspoeld met goedkope kip en eieren die onder lagere standaarden zijn
geproduceerd? Graag een reactie hierop van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank de heer Vermeer. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste
termijn van de zijde van de Kamer. O, zie ik nog een interruptie van de
heer Krul. U heeft alleen geen interrupties meer. O, u heeft een punt
van orde. Dan geef ik u het woord.
De heer Krul (CDA):
Voorzitter. Het is 18.20 uur en we hebben tot 19.00 uur. De minister
heeft ook nog even tijd nodig, denk ik, om wat antwoorden te formuleren.
Ik denk in alle eerlijkheid dat het zonde zou zijn om de eerste termijn
van het kabinet te doen. Zie met hoeveel sprekers we zijn. Als die
allemaal ook maar één interruptie plegen, redden we het al niet. Mijn
voorstel zou zijn om de eerste termijn niet nu te doen, maar een ander
commissiemoment te zoeken vóór de plenaire behandeling.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Steun.
De voorzitter:
Ik kijk even wat de andere leden daarvan vinden, want er moet natuurlijk
wel overeenstemming over zijn.
De heer Dassen (Volt):
Voorzitter, ik kan daar wel in meegaan.
De heer Stöteler (PVV):
Maar misschien kunnen we dan wel vast aanvangen, want de minister zal
niet heel veel tijd nodig hebben om zich voor te bereiden. Dan kan hij
over tien minuten beginnen en dan hebben we nog een halfuur te gaan.
Anders moeten we alles opschuiven. Dat is ook zo zonde van dat
halfuur.
De voorzitter:
Ik kijk eerst even naar de minister. Hoeveel tijd denkt hij nodig te
hebben?
Minister Berendsen:
Ik ben dienstbaar aan de Kamer. Er zijn een aantal vragen die de grenzen
van mijn parate kennis wel opzoeken, dus als ik ongeveer tien minuten
kan krijgen, zodat de experts die daar antwoorden op formuleren mij
inspiratie kunnen geven, dan wil ik best beginnen. Maar ik wil vooral
ook even kijken naar de Kamer en horen wat u prettig vindt. Voor mij
zijn alle opties prima.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind een onderbroken debat nog waardelozer dan geen debat. Het is
echt moeilijk om er dan weer in te komen en terug te kunnen komen op
eerdere uitspraken die gedaan zijn. Dat zou echt niet mijn voorkeur
hebben.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Daar ben ik het mee eens. Of we maken het helemaal af, en dan gaan we
gewoon door tot we klaar zijn — maar dat geeft misschien problemen — of
we gaan naar een ander moment en maken het dan in één keer af. Maar
gebroken werkt inderdaad niet goed.
De voorzitter:
Ik zie een brede consensus om nu te stoppen en op een ander moment
verder te gaan. Mevrouw Becker.
Mevrouw Becker (VVD):
Ik steun dat voorstel, maar ik denk wel dat we dan wat kleine excuses
aan de minister verschuldigd zijn voor het feit dat we dit zelf als
commissie hebben laten gebeuren, door voor zo'n belangrijk onderwerp
maar twee uur in te plannen, terwijl je dit van verre kon zien aankomen.
We hebben hem uitgenodigd, maar vervolgens zeggen we: de antwoorden
mogen op een later moment. Dus laten we daarvoor naar onszelf kijken.
Verder steun ik het ordevoorstel wel.
De voorzitter:
Ik sluit me volledig aan bij de woorden van mevrouw Becker. Is de
minister bereid om op een ander moment, zo spoedig mogelijk, terug te
komen en te vervolgen?
Minister Berendsen:
Ja. Daarbij moeten we "zo spoedig mogelijk" even samen definiëren. Maar
ik wil wel gezegd hebben dat ik, ondanks dat ik nu niet aan de
beantwoording kan beginnen, de discussie wel zeer waardevol vind. Ik
kijk er ook echt naar uit om met deze commissie verder te spreken over
alle Europese uitdagingen die voor ons liggen, omdat er ook vanuit
Nederland een aantal uitdagingen liggen waar we met gezamenlijke
denkkracht en slagkracht in vooruit moeten. Dus ik kijk er wel naar
uit.
De voorzitter:
Goed. Dan besluiten we dat we het zo gaan doen. Dan wil ik nog één ding
meegeven aan deze commissie: laten we voor de volgende keer beter kijken
naar de tijd en dit beter inplannen. De heer Van der Lee nog.
De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):
Ja, er is ook nog tijd om toch even een persoonlijk feit te maken, want
de heer Vermeer sprak mij aan. De reden dat wij niet voor die motie
stemmen, is omdat wij dat een volstrekt overbodige motie vinden. Die
Kopenhagencriteria staan gewoon overeind. Dat is heel helder, lijkt
mij.
De voorzitter:
Goed. Dat is bij dezen opgetekend. Dan sluit ik de vergadering en gaan
we op een ander moment verder. Dank u.
Sluiting 18.22 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: verslagdienst@tweedekamer.nl |
|---|