Het bericht 'Meer meldingen van geweld uit naam van familie-eer, vaak Syriërs'
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15398, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-03 08:42, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kv-tk-2026Z06777).
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Armut, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: J.C.G. Straatman, Tweede Kamerlid (CDA)
Onderdeel van zaak 2026Z06777:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Gericht aan: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | Vragen gesteld door de leden der Kamer |
Vragen van de leden Armut en Straatman (beiden CDA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Asiel en Migratie over het bericht «Meer meldingen van geweld uit naam van familie-eer, vaak Syriërs» (ingezonden 1 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Meer meldingen van geweld uit naam van familie-eer, vaak Syriërs»?1
Vraag 2
Hoe duidt u de stijging van het aantal meldingen van eergerelateerd geweld, van 673 gevallen in 2024 naar 757 in 2025?
Vraag 3
In hoeverre is volgens u sprake van een daadwerkelijke toename van eergerelateerd geweld, los van een toename aan meldingen?
Vraag 4
Klopt het dat in een aanzienlijk deel van de gemelde zaken personen met een Syrische achtergrond betrokken zijn, zoals gemeld in het artikel? Zo ja, hoe duidt u die cijfers?
Vraag 5
Klopt het dat een deel van deze zaken voorkomt bij personen die nog maar relatief kort in Nederland verblijven? Zo ja, wat betekent dit volgens u voor het asiel- en integratieproces?
Vraag 6
Wordt in de asielopvang en bij gemeenten actief gesignaleerd op risico’s of verdenkingen van eergerelateerd geweld? Zo ja, welke instrumenten en protocollen worden hiervoor gebruikt en hoe wordt expertise gedeeld met politie, Veilig Thuis en andere betrokken instanties?
Vraag 7
Hoe is de samenwerking georganiseerd tussen politie, Veilig Thuis, gemeenten, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en andere betrokken organisaties wanneer signalen van eergerelateerd geweld ontstaan binnen migrantengemeenschappen of in de asielopvang?
Vraag 8
Welke maatregelen worden genomen om potentiële slachtoffers van eergerelateerd geweld, waaronder vrouwen, minderjarigen en LHBTI-personen, tijdig te beschermen?
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat eergerelateerd geweld een ernstige aantasting vormt van de Nederlandse rechtsorde en fundamentele vrijheden?
Vraag 10
Welke gevolgen kan betrokkenheid bij eergerelateerd geweld hebben voor het verkrijgen of behouden van een verblijfsvergunning, ook wat betreft verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd?
Vraag 11
In hoeverre kan een verdenking, vervolging of veroordeling voor eergerelateerd geweld aanleiding zijn om een verblijfsvergunning te weigeren of in te trekken?
Vraag 12
Hoe vaak is in de afgelopen vijf jaar een verblijfsvergunning geweigerd of ingetrokken vanwege betrokkenheid bij geweld binnen de familie- of eersfeer?
Vraag 13
Acht u het huidige instrumentarium binnen het vreemdelingenrecht voldoende om op te treden tegen personen die zich schuldig maken aan eergerelateerd geweld, of ziet u aanleiding om dit aan te scherpen?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Faber, Vondeling en Wilders (allen PVV), ingezonden 1 april 2026 (vraagnummer 2026Z06763) en van het lid Becker (VVD), ingezonden 1 april 2026 (vraagnummer 2026Z06764)
NOS, 31 maart 2026, Meer meldingen van geweld uit naam van familie-eer, vaak Syriërs (nos.nl/artikel/2608480-meer-meldingen-van-geweld-uit-naam-van-familie-eer-vaak-syriers)↩︎