Internetconsultatie wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups
Herziening Belastingstelsel
Brief regering
Nummer: 2026D15470, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-02 10:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Onderdeel van kamerstukdossier 32140 -301 Herziening Belastingstelsel.
Onderdeel van zaak 2026Z06855:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-04-07 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-09 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Geachte voorzitter,
Met deze brief informeer ik u, mede namens de minister van Economische Zaken en Klimaat, dat het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen startups en scale-ups vandaag is gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl.
Het kabinet vindt het belangrijk om het Nederlandse ecosysteem voor startups en scale-ups te verbeteren.1 In het wetsvoorstel zijn daartoe twee fiscale maatregelen opgenomen. Dit betreft ten eerste de aanpassing van de definitie van startende ondernemingen door die van startup en scale-up in de Wet werkelijk rendement box 3. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd bij brief van 6 maart 2026.2 In plaats van een toets op bestaansduur en jaaromzet kunnen niet-beursgenoteerde bedrijven als startup en scale-up worden aangemerkt indien zij gericht zijn op snelle groei door middel van een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel dat zijn oorsprong vindt in innovatie. De volledige definitie en toelichting zijn opgenomen in het wetsvoorstel. Deze definitie sluit aan bij twee van de internationaal meest gangbare definities van startups.3 De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zal op aanvraag bij beschikking vaststellen of sprake is van een dergelijke startup of scale-up.
De tweede maatregel stimuleert medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups door lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers van startups en scale-ups toe te passen door de grondslag van het inkomen uit aandelenopties te versmallen tot 65%, waardoor het effectieve tarief gelijk is aan het tarief van box 2 (ongeveer 32%). Daarnaast wordt het heffingsmoment verschoven naar uiterlijk het moment van verkoop. Daarbij wordt voorgesteld om deze maatregel toe te passen op aandelenopties die door startups en scale-ups zijn uitgegeven sinds de bekendmaking van de fiscale regeling in de Voorjaarsnota, te weten op of na 17 april 2025 en die de loonsfeer nog niet hebben verlaten. Ten slotte wordt in het wetsvoorstel voorzien in dekking door versobering en vervolgens afschaffing van de meewerkaftrek en stakingsaftrek.4
Proces
Parallel aan deze internetconsultatie worden door de Belastingdienst en de RVO uitvoeringstoetsen opgesteld en adviesorganen gevraagd om te adviseren over de gevolgen van dit wetsvoorstel voor de uitvoering van hun taak. Er wordt in het kader van eventuele staatssteun ten aanzien van de aandelenoptierechten voor medewerkers van startups en scale-ups een goedkeuringstraject richting de Europese Commissie voorbereid. Ik verwacht dat het wetsvoorstel voor de zomer ter advisering wordt aangeboden bij de Afdeling advisering van de Raad van State. Het kabinet is voornemens om dit wetsvoorstel in september bij uw Kamer te laten indienen, zodat de maatregel die ziet op medewerkersparticipaties met ingang van 1 januari 2027 in werking kan treden.
Hoogachtend, De staatssecretaris van Financiën, |
||
|---|---|---|
| Eelco Eerenberg | ||
Brief van de minister van Economische Zaken d.d. 16 december 2025, Kamerstukken II 2024/25, 32140, 285.↩︎
Brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 6 maart 2026, Kamerstukken II 2025/26, 32140, 289.↩︎
Paul Graham (2012) en Steve Blank (2010).↩︎
Uw Kamer is hier eerder over geïnformeerd in onder andere de brieven van 3 juni 2025 en 16 december 2025, brieven van de minister van Economische Zaken, Kamerstukken II 2024/25, 32140, nr. 285 en Kamerstukken II 2024/25, 32140 nr. 256↩︎