Amendement van het lid Boomsma over borgen dat docententeams zeggenschap hebben over het gebruik van de flexibele ruimte
Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt)
Amendement
Nummer: 2026D15486, datum: 2026-04-01, bijgewerkt: 2026-04-01 19:57, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.T. Boomsma, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van kamerstukdossier 36670 -10 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) .
Onderdeel van zaak 2026Z06869:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (π origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 670 | Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) | |
| Nr. 10 | AMENDEMENT VAN HET LID boomsma | |
| Ontvangen 1 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
Aan het met artikel I, onderdeel BB, onder 2, voorgestelde vijfde lid wordt toegevoegd βDe klokuren van het onderwijsprogramma kunnen slechts anders dan met begeleide onderwijsuren of uren beroepspraktijkvorming worden ingevuld, indien de daarbij betrokken docenten dit passend achten met het oog op de behoefte van de desbetreffende studenten.β
Toelichting
Dit amendement borgt dat docententeams de zeggenschap behouden over de vraag voor hoeveel en voor welke mbo-studenten zij gebruik willen maken van de mogelijkheden tot flexibilisering die de Wet verbetering aansluiting beroeps-onderwijs-arbeidsmarkt biedt. Leerlingen in het mbo willen vaak liever leren in de praktijk (stages, praktijkopdrachten) en mbo-instellingen die werken als een bedrijf zijn geneigd te besparen op de kosten. Als blijkt dat deze wet hen in staat stelt minder uit te geven aan contacturen (lees: leraren en leslokalen) zullen zij geneigd zijn het aandeel van het onderwijs dat buiten de opleiding plaatsvindt, uit te breiden. De fractie van JA21 meent dat dit niet in het belang is van leerlingen die vaak toch al laag scoren op de basisvaardigheden. De docententeams kunnen vaak beter oordelen over wat goed is voor de leerlingen dan de leerlingen zelf.
Boomsma