[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Inbreng verslag schriftelijk overleg over reactie op verzoek commissie over de rapporten “Discriminatie in de zorg, welzijn en sport”, “Is allemaal mooi, op papier”, en “Professionaliteit te allen tijde” (Kamerstuk 36800-XVI-70)

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026

Inbreng verslag schriftelijk overleg

Nummer: 2026D15498, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 09:20, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z03282:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026

Nr.

INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld …………. 2026

In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief d.d. 13 februari 2026 inzake Reactie op verzoek commissie over de rapporten “Discriminatie in de zorg, welzijn en sport”, “Is allemaal mooi, op papier”, en “Professionaliteit te allen tijde” (Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 70).

De vragen en opmerkingen zijn op 2 april 2026 aan minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van ………………. zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie,

Mohandis

Adjunct-griffier van de commissie,

Sjerp

Inhoudsopgave blz.

  1. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower

  1. Reactie van de minister

  1. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake Reactie op verzoek commissie over de rapporten "Discriminatie in de zorg, welzijn en sport", "Is allemaal mooi, op papier", en “Professionaliteit te allen tijde". Voor genoemde leden zijn de thema's discriminatie en een sociaal veilige werkomgeving zeer belangrijk. De bevindingen en aanbevelingen van deze onderzoeken dienen dan ook serieus te worden opgepakt door het kabinet.

De leden van de D66-fractie waarderen de inspanningen van het kabinet om het thema discriminatie beter bespreekbaar te maken. Een van de aanbevelingen uit de rapporten is echter om duidelijke gedragsnormen op te stellen. Zowel in de reactie van de minister als in de tweede voorgangsrapportage wordt er niet ingegaan op het instellen of stimuleren van dergelijke gedragsnormen. De leden van de D66-fractie vragen waarom dit achterwege blijft, aangezien zij onderstrepen dat conferenties en gesprekken weliswaar belangrijke eerste stappen zijn, maar dat daadwerkelijke zichtbaarheid en verandering pas ontstaan wanneer normen expliciet worden vastgesteld en gehandhaafd.

Het onderzoek toont aan dat er een lage meldingsbereidheid bestaat, onder meer door een gebrek aan vertrouwen in opvolging van meldingen. In de reactie van de minister op de aanbevelingen, worden voornamelijk bestaande, uiteenlopende meldpunten opgesomd. Uit het onderzoek blijkt echter niet dat slachtoffers afzien van melden vanwege een gebrek aan meldpunten, maar juist vanwege angst voor negatieve gevolgen of vanwege een gebrek aan vertrouwen in opvolging. De leden van de D66-fractie vragen dan ook hoe de minister gaat waarborgen dat meldingen daadwerkelijk en adequaat worden opgevolgd en dat slachtoffers meer vertrouwen in deze opvolging krijgen. Genoemde leden merken tevens op dat in de reactie wordt gewezen op de mogelijkheid om melding te doen bij discriminatie.nl. Ook hebben zij vernomen dat de regering onlangs een wetsvoorstel voor de versterking van het stelsel van Antidiscriminatievoorzieningen (ADV's) in consultatie heeft gebracht. Zij vragen de minister uiteen te zetten of en zo ja, hoe het conceptwetsvoorstel bijdraagt aan de zojuist genoemde aandachtspunten met betrekking tot gevolgen en opvolging van meldingen.

Daarnaast laat het rapport zien dat de verantwoordelijkheid voor het doen van meldingen nog steeds in sterke mate bij slachtoffers wordt gelegd. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat deze verantwoordelijkheid nadrukkelijker bij de betrokken organisaties komt te liggen?

De leden van de D66-fractie wijzen erop dat het kabinet inzet op kennisdeling, praktische handvatten en het verspreiden van goede voorbeelden. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat de verantwoordelijkheid in de praktijk nog vaak bij de individuele medewerker wordt gelegd, waardoor getroffen medewerkers minder snel een melding maken en gevoelens van onveiligheid toenemen. Deze leden vragen in hoeverre de voornamelijk stimulerende en faciliterende aanpak van het kabinet toereikend is om zowel deze verantwoordelijkheid te verschuiven naar organisaties als de geconstateerde kloof tussen beleid en praktijk daadwerkelijk te dichten. Is de minister bereid om, naast deze zachte instrumenten, ook meer bindende kaders te overwegen om de sociale veiligheid in de sector structureel te verbeteren?

De leden van de D66-fractie nemen kennis van de reactie van de minister en onderschrijven het belang van een veilige en inclusieve werkomgeving. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de minister stelt dat de bestaande kennisinfrastructuur toereikend is. Gezien de bevindingen uit het onderzoek, waarin juist knelpunten in de praktijk en implementatie naar voren komen, vragen deze leden hoe het kabinet tot de conclusie komt dat de huidige kennisinfrastructuur voldoende is. Op welke wijze wordt gemonitord of deze kennis ook daadwerkelijk de werkvloer bereikt en leidt tot concrete veranderingen in de praktijk?

Voorts constateren de leden van de D66-fractie dat het onderzoek wijst op belemmeringen in wet- en regelgeving, bijvoorbeeld rondom de erkenning van buitenlandse diploma’s en beperkte bestedingsruimte van zorgbudgetten. Deze leden vragen waarom in de kabinetsreactie niet wordt ingegaan op deze structurele knelpunten. Is de minister bereid om te bezien of aanpassing van wet- en regelgeving noodzakelijk is om cultuursensitief werken beter te faciliteren?

Tot slot merken de leden van de D66-fractie op dat het onderzoek geen harde conclusies trekt over verminderd verzuim of personeelstekorten, maar wel positieve signalen afgeeft over werkplezier en betrokkenheid. Deze leden vragen hoe de minister voornemens is deze veelbelovende inzichten verder te onderzoeken en te vertalen naar breder toepasbaar beleid, zodat ook andere zorgorganisaties hiervan kunnen profiteren.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de rapporten “Discriminatie in de zorg, welzijn en sport”, “Is allemaal mooi, op papier”, en “Professionaliteit te allen tijde”, en de toegezonden kabinetsreactie. Genoemde leden hebben geen verdere vragen of opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de onderzoeksrapporten “Discriminatie in de zorg, welzijn en sport”, “Is allemaal mooi, op papier” en “Professionaliteit te allen tijde”. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de ambtsvoorganger van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de aanbiedingsbrief aangeeft dat de opvolging naar aanleiding van de kabinetsreactie op de rapporten aan een volgend kabinet wordt gelaten. Inmiddels is er een nieuw kabinet geïnstalleerd. Welke concrete vervolgacties zou het kabinet willen nemen naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen uit de drie onderzoeksrapporten? Kan de minister per rapport op ieder van de aanbevelingen kunnen aangeven of zij de aanbeveling (volledig of deels) overneemt en welke concrete vervolgacties daaruit voortvloeien?

Genoemde leden maken zich ernstige zorgen over discriminatie en de gevolgen ervan voor bijvoorbeeld zorgmijdend gedrag. Deelt de minister deze zorgen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat de minister nemen om tegen te gaan dat mensen zorg gaan mijden wegens (angst voor) ervaringen met discriminatie?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden tevens graag aandacht willen vragen voor de gang van zaken, de wettelijke kaders en de financiële regelingen omtrent vruchtbaarheidsbehandelingen voor niet-heteroseksuele stellen. Zij constateren dat vruchtbaarheidsbehandelingen normaliter vergoed worden via de basisverzekering bij een medische indicatie. Wegens het ontbreken van een medische indicatie, komen echter alleenstaande vrouwen of vrouwen met een vrouwelijke partner niet in aanmerking hiervoor. Middels de subsidieregeling KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorsemen) bestaat echter wel de mogelijkheid voor alleenstaande vrouwen of vrouwen met een vrouwelijke partner om aanspraak te maken op een vergoeding van vruchtbaarheidsbehandelingen, zoals IVF. Zou nader toegelicht kunnen worden welke mogelijkheden, in het bijzonder voor vergoeding, voor vruchtbaarheidsbehandelingen er bestaan voor bijvoorbeeld alleenstaande mannen of mannen met een mannelijke partner? Zou nader gereflecteerd kunnen worden op het onderscheid welke gemaakt wordt in de vergoedingen voor heteroseksuele stellen en niet-heteroseksuele stellen? Zou tevens nader gereflecteerd kunnen worden op de mate waarin niet-heteroseksuele stellen zich bewust zijn van deze mogelijkheden en de toegankelijkheid van de bestaande mogelijkheden?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat reeds is aangekondigd dat de VWS-brede aanpak discriminatie en gelijke kansen in zorg, welzijn en sport, afgebouwd zal worden. Meerdere partijen, waaronder Pharos en de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme hebben hierover hun zorgen geuit, waarbij zij aangeven dat de aanpak pas net op gang begon te komen en dat het nog onrijp is voor structurele inbedding. Dit komt mede doordat zij nog niet toe zijn gekomen aan de implementatie van oplossingen voor de bestaande gaten in de aanpak van discriminatie binnen de zorg. Hoe reflecteert de minister op het feit dat de VWS-brede aanpak desondanks wordt stopgezet? Herkent de minister de zorgen en wat is haar reactie hierop? Is de minister eventueel bereid het programma in ieder geval te verlengen totdat het wel rijp is voor structurele inbedding en hierover in gesprek treden met stakeholders? Zo nee, waarom niet? Zo nee, hoe zorgt de minister ervoor dat discriminatie in de zorg geagendeerd blijft en de aanbevelingen uit de rapporten opgevolgd worden?

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen daarnaast dat er recent in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens onderzoek is verricht naar antidiscriminatiebeleid bij huisartsenpraktijken. Zij lezen dat hieruit is gebleken dat slechts 5% van de huisartsenpraktijken een antidiscriminatiebeleid heeft, terwijl een meerderheid vindt dat organisaties meer moeten doen om discriminatie en ongewenst gedrag tegen te gaan. Deelt de minister de mening dat dit zeer verontrustend is? Hoe gaat de minister de branche ondersteunen in het ontwikkelen van handreikingen om discriminatie aan te pakken?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van de minister op de rapporten “Discriminatie in de zorg, welzijn en sport”, “Is allemaal mooi, op papier” en “Professionaliteit te allen tijde”. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.

De leden van de PVV-fractie vinden dat iedereen in Nederland moet kunnen rekenen op goede en veilige zorg. Discriminatie en grensoverschrijdend gedrag horen niet thuis in de zorg. Tegelijk menen deze leden dat het debat hierover met gevoel voor verhoudingen gevoerd moet blijven worden. Nederland behoort tot de meest vrije en tolerante landen ter wereld en die verworvenheid mag niet worden weggezet alsof ons land in de kern onveilig of structureel vijandig zou zijn.

De leden van de PVV-fractie vinden daarom dat het kabinet moet waken voor een benadering waarin niet elk ongemak, misverstand of stroef verlopen interactie direct in het zwaarste morele vakje wordt geplaatst. Hoe voorkomt de minister dat onder het etiket van bewustwording, inclusie en cultuursensitiviteit een ideologische laag over de zorg en het welzijnswerk wordt gelegd?

De leden van de PVV-fractie vragen de minister voorts of zij erkent dat het tegengaan van discriminatie iets anders is dan het creëren van een cultuur waarin alles als problematisch wordt gezien. Deelt de minister de opvatting dat zorgprofessionals vakbekwaam, duidelijk en weerbaar moeten kunnen handelen, zonder voortdurend bang te hoeven zijn dat een direct gesprek of praktische afweging later als ongepast wordt bestempeld?

De leden van de PVV-fractie vragen hoe de minister onderscheid maakt tussen daadwerkelijke discriminatie enerzijds en verschillen in beleving, communicatiestijl of interpretatie anderzijds. Hoe wordt voorkomen dat subjectieve beleving automatisch de status van objectieve vaststelling krijgt in beleid, meldstructuren en trainingen?

De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast hoe wordt voorkomen dat een sterke focus op discriminatie en microagressies leidt tot wantrouwen tussen collega’s, tussen zorgverlener en patiënt en binnen instellingen. Hoe wordt geborgd dat zorgprofessionals hun tijd kunnen blijven besteden aan zorg, in plaats van aan het voortdurend wegen van woorden?

De leden van de PVV-fractie lezen dat zorgverleners in de praktijk vooral te maken krijgen met discriminatie door patiënten en dat sommige patiënten hulp weigeren van een zorgverlener van het andere geslacht. Kan de minister aangeven hoe vaak dit voorkomt, in welke sectoren dit speelt en in hoeverre daarbij ook sprake is van mannelijke patiënten die vrouwelijke artsen of andere vrouwelijke zorgverleners weigeren? Kan de minister tevens aangeven welke norm hierbij geldt en hoe zorginstellingen hiermee omgaan?

De leden van de PVV-fractie delen de opvatting dat zorgverleners niet geweigerd mogen worden omdat zij man of vrouw zijn. De professionele standaard moet leidend zijn. Culturele of religieuze voorkeuren van patiënten of familie mogen hierin nooit leidend zijn. Deelt de minister deze opvatting?

De leden van de PVV-fractie vragen voorts welke mogelijkheden zorginstellingen hebben om op te treden tegen patiënten of naasten die zich discriminerend uitlaten tegenover zorgverleners. Welke maatregelen en sancties kunnen worden ingezet, en vindt de minister dat instellingen hierin duidelijker grenzen moeten stellen?

De leden van de PVV-fractie lezen verder dat veel zorgorganisaties al beschikken over gedragscodes en meldstructuren, maar dat het in de praktijk schort aan implementatie en handhaving. Waarom kiest het kabinet dan opnieuw vooral voor handvatten en kennisdeling, in plaats van het versterken van handhaving en het stellen van duidelijke normen?

De leden van de PVV-fractie constateren dat in de kabinetsreactie vooral wordt verwezen naar bestaande trajecten en vervolgprocessen, terwijl concrete maatregelen beperkt blijven. Kan de minister aangeven welke concrete stappen inmiddels zijn gezet, welke maatregelen nog volgen en op welke termijn de Kamer hierover wordt geïnformeerd?

Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie of de minister bereid is de Kamer concreet te informeren over de aard en omvang van discriminatie van zorgverleners, de opvolging van meldingen en de effectiviteit van de ingezette maatregelen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de reactie van de minister op de rapporten “Discriminatie in de zorg, welzijn en sport”, “Is allemaal mooi, op papier”, en “Professionaliteit te allen tijde”. Genoemde leden hebben op dit moment geen verdere vragen of opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzake Reactie op verzoek commissie over de rapporten “Discriminatie in de zorg, welzijn en sport”, “Is allemaal mooi, op papier”, en “Professionaliteit te allen tijde”. Genoemde leden hebben geen vragen aan de minister.

Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower

De leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de voorliggende stukken en wachten de reactie van de minister met belangstelling af.

  1. Reactie van de minister