Antwoord op vragen van het lid Van Oosterhout over gaswinning op land
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15574, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 14:16, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
- TNO-AGE - Rapport ten behoeve van de beantwoording van de schriftelijke vragen van het Tweede Kamerlid Van O
- Beslisnota bij Kamerbrief Antwoord op vragen van het lid Van Oosterhout over gaswinning op land
Onderdeel van zaak 2026Z04366:
- Gericht aan: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1504
Antwoord van staatssecretaris De Bat (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 2 april 2026)
1
Bent u bekend met het opinieartikel in het AD waarin de verschillende
partijen in Friesland van links tot rechts aangeven geen gaswinning in
Friesland te willen? Wat is uw appreciatie van deze gezamenlijke oproep
van de Friese partijen?
Antwoord
Ja. In het betreffende opinieartikel roepen partijen op om te stoppen
met gaswinning in veenweidegebied in Friesland.
Het kabinet heeft oog voor de effecten en zorgen van Friese partijen
over gaswinning in veenweidegebied en doet daarom in samenwerking met
Friese medeoverheden onderzoek naar de effecten van mijnbouw. Eerste
onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om nu te stoppen met
gaswinning in veenweidegebieden1. Recent is in
samenwerking met Friese medeoverheden een meerjarig vervolgonderzoek
gestart dat wordt uitgevoerd door TNO en Deltares. Dat onderzoek richt
zich op de directe en indirecte negatieve effecten van diepe en ondiepe
bodemdaling in veenweidegebieden in de provincie Friesland en daarna
voor veenweidegebieden in heel Nederland. Uitkomsten van deze en
mogelijk ook toekomstige vervolgonderzoeken zullen te zijner tijd worden
meegenomen in de besluitvorming.
Zo lang er nog onvoldoende andere energiebronnen zijn en Nederland nog
afhankelijk is van aardgas voor het verwarmen van woningen, voor de
industrie en om te koken of te douchen, geniet winning uit kleine velden
in eigen land de voorkeur, uiteraard alleen daar waar het veilig en
verantwoord gewonnen kan worden. Het kabinet blijft in gesprek met
Friese partijen over het gebruik van de diepe ondergrond en het
realiseren van de energietransitie.
2
Welke lopende en potentiële projecten voor gaswinning op land zijn er
momenteel gekend? Kunt u per project aangeven wat de status van het
project is (verkennend onderzoek, vergunning aangevraagd, vergunning
verleend, gaswinning in voorbereiding, gaswinning reeds gaande enz.),
wat de precieze locatie, wat de gemeente en provincie van de locatie is?
Kunt u per project, indien van toepassing, aangeven wat de verwachte
startdatum van effectieve gaswinning is, wat is de verwachte einddatum,
hoeveel boorputten er zijn of er worden verwacht, hoeveel kuub gas er
reeds is gewonnen, hoeveel kuub gas er naar verwachting nog gewonnen zal
worden? Kunt u per project aangeven wat de verwachte uitstoot van CO2,
methaan en stikstof bij de winning en het gebruik van het aldus gewonnen
gas (opgesplitst in scope 1, scope 2 en scope 3) is? Kunt u deze
elementen per gaswinningsproject weergeven in een overzichtelijke tabel?
Kunt u met de Kamer een kaart van Nederland delen met daarop de locatie
van de verschillende gaswinningsplannen aangegeven?
Antwoord
TNO is gevraagd om in kaart te brengen welke lopende projecten er op dit
moment zijn. Dit overzicht is als bijlage bijgevoegd. In het overzicht
(in de vorm van een tabel) is informatie opgenomen over de vergunde duur
van de gaswinning, uit hoeveel putten wordt gewonnen, hoeveel gas er
reeds is gewonnen en hoeveel gas maximaal onder de verleende vergunning
gewonnen mag worden. Tevens zijn kaarten toegevoegd waarop de ligging
van de lopende gaswinningen op land is weergegeven, inclusief welke
gemeente het betreft. Gegevens over de gerealiseerde uitstoot worden
door bedrijven per winningslocatie bijgehouden en niet per gasveld (een
gasveld kan meerdere winningslocaties hebben). Uiteraard moet bij de
uitvoering van de gaswinning worden voldaan aan de gestelde wettelijke
eisen.
In het geval een mijnbouwbedrijf een winningsvergunning heeft voor een bepaald gebied, kunnen daarvoor winningsplannen worden ingediend. Voordat een besluit wordt genomen over een nieuw winningsplan wordt eerst advies gevraagd aan TNO, SodM, de medeoverheden en de mijnraad. Daarnaast kunnen huidige winningsplannen worden geactualiseerd of kan een operator nieuwe putten aanvragen via een omgevingsvergunning. Ook daarvoor geldt dat adviseurs worden geraadpleegd. In dit overzicht zijn alleen de putten opgenomen die op dit moment ook daadwerkelijk zijn aangelegd. Het overzicht van TNO is dan ook een momentopname. In bijlage II van het op 16 januari jl. vastgestelde Sectorakkoord Land is een overzicht opgenomen van het door EBN verwachte potentiële volume per regio. De EBN-analyse wordt jaarlijks geactualiseerd en gepubliceerd zodat er beter inzicht komt in de planvorming en de lopende projecten rond de verantwoorde afbouw van gaswinning op land.
Meer informatie over gaswinning in Nederland is te vinden op www.nlog.nl.
3
Welke van deze projecten vallen binnen of grenzen aan een
Veenweidegebied?
Antwoord
Met name in Friesland ligt een deel van de bestaande gaswinningen in
veenweidegebied. Uit onderzoek van Deltares blijkt dat de gasvelden in
midden en zuid-Friesland (deels) in veenweidegebied liggen.2 Ook buiten Friesland zijn
veenweidegebieden. Het is niet uit te sluiten dat gasvelden deels
overlappen met deze gebieden.
4
Wat zouden de juridische en financiële implicaties van een tijdelijke of
permanente stop op gaswinning zijn in specifieke, kwetsbare
gebieden?
Antwoord
In de Mijnbouwwet zijn limitatieve gronden opgenomen die kunnen leiden
tot het intrekken of wijzigen van bestaande vergunningen, dan wel kunnen
leiden tot het intrekken van instemming met een winningsplan. Buiten
deze gronden is nu geen intrekking of wijziging mogelijk omdat een
dergelijk besluit in strijd met de Mijnbouwwet en dus onrechtmatig is.
Daarnaast betekent dit een inbreuk op het eigendomsrecht van
gaswinningsbedrijven.
Ten aanzien van de financiële implicaties kan gedacht worden aan schadevergoeding aan gaswinningsbedrijven voor verlies van hun verwachte inkomsten en reeds gedane investeringen die niet kunnen worden terugverdiend. Een andere financiële implicatie van een stop is de afname van rijksinkomsten uit gasbaten. Ook de regio zal bij een tijdelijke of een permanente stop minder batendeling ontvangen waarover in het kader van de aanvullende afspraken, in het sectorakkoord gaswinning in de energietransitie, voor gaswinning op land afspraken zijn gemaakt.
Ter volledigheid wil het kabinet benadrukken dat gaswinning alleen mogelijk is als dit veilig en verantwoord kan. De huidige regelgeving biedt hiervoor het kader. Dat geldt ook voor kwetsbare gebieden, zoals veenweidegebieden. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar het hier en nu maar zijn ook waarborgen opgenomen voor de nabije toekomst (30 jaar na beëindiging van winning) waarop periodiek wordt gemonitord.
5
Hoe zouden die juridische en financiële implicaties verschillen
afhankelijk van de status van het project, namelijk wanneer de
winningsvergunning nog niet aangevraagd is, wanneer de
winningsvergunning nog niet verleend is, wanneer de vergunning reeds
verleend is, maar de winning nog niet gestart, en wanneer de winning
reeds gestart is?
Antwoord
De status van een project speelt mee in het bepalen van de omvang van de
juridische en financiële implicaties maar laat onverlet dat de overheid
zou ingrijpen in bestaande rechten van gaswinningsbedrijven en dat daar
omvangrijke bedragen mee kunnen zijn gemoeid.
6
Hoe juridische bindend is het Sectorakkoord Gaswinning op Land, dat door
een dubbeldemissionair kabinet is afgesloten, voor de
Rijksoverheid?
Antwoord
Het coalitieakkoord 2026 – 2030 van het huidige kabinet zet in op het
voortzetten van alle bestaande sectorakkoorden en het op een
verantwoorde manier vormgeven van de afbouw van gaswinning op land met
de sector3.
Onder een verantwoorde afbouw wordt verstaan een afbouw van de winning die gelijke tred houdt met de daling van het binnenlandse gasverbruik. De daling van het binnenlands gasverbruik wordt gestimuleerd door de energietransitie. De gaswinning daalt op dit moment harder dan het binnenlandse gasverbruik waardoor de leveringszekerheid en de importafhankelijkheid van Nederland worden geraakt. Zolang aardgas nodig is heeft winning in eigen land, daar waar het veilig en verantwoord gewonnen kan worden, de voorkeur boven import. Daarbij komt dat de uitstoot van broeikasgassen bij import vrijwel altijd hoger is dan binnenlandse winning.
De aanvullende afspraken voor gaswinning op land maken deel uit van het op 23 april jl. vastgestelde Sectorakkoord Gaswinning in de Energietransitie en zijn – net als de gemaakte afspraken in dit generieke sectorakkoord – niet in rechte afdwingbaar omdat het sectorakkoord geen overeenkomst is in de zin van het burgerlijk recht.
De gemaakte afspraken zijn extra’s bovenop de bestaande regelgeving. Met de gemaakte aanvullende afspraken voor gaswinning op land beoogt het kabinet meer transparantie, betrokkenheid en perspectief te bieden aan alle betrokkenen (zowel omgeving als sector) rond gaswinning uit kleine velden op land zodat deze verantwoord kan worden afgebouwd tijdens de transitieperiode.
7
Welk percentage van de circa 50 miljard kuub gas dat technisch en
economisch winbaar is[2], zal in de bodem blijven naar aanleiding van
het in het Sectorakkoord afgesproken Afbouwpad? Welk percentage van die
50 miljard kuub zal wel gewonnen worden?
Antwoord
Circa 60 procent van het aanwezige volume gas in de diepe ondergrond (in
totaal circa 127 miljard kuub) zal naar verwachting niet worden
ontwikkeld. Welk percentage van het technisch en economisch winbaar gas
(circa 50 miljard kuub) daadwerkelijk zal worden gewonnen in de
transitieperiode is op voorhand niet te zeggen. Uit de EBN-analyse (in
bijlage II bij de aanvullende afspraken voor gaswinning op land4) volgt dat circa 12 miljard kuub uit
huidige producerende velden komt en circa 38 miljard kuub mogelijk
ontwikkelbaar is. Dit laatste deel is mede afhankelijk van diverse
factoren zoals gasprijs, volume, beschikbare infrastructuur en
investeringsklimaat.
8
Wat zijn de te verwachten kosten voor de noodzakelijke aanpassingen van
het watersysteem en de structurele jaarlijkse kosten voor de
waterschappen voor het uitvoeren van hun (wettelijke) taken in de
verschillende veenweidegebieden waar mogelijks gas gewonnen zal worden?
Hoe verschillen die kosten naarmate bepaalde gaswinningsprojecten wel of
niet doorgaan?
Antwoord
Deze vraag kan alleen door betrokken waterschappen worden beantwoord en
is casus specifiek. Daarbij is het van belang om te realiseren dat
bodemdaling in veenweidegebieden uiteenlopende oorzaken kan hebben
waarbij gaswinning een bescheiden bijdrage kent; het is daarom
belangrijk om alle oorzaken in ogenschouw te nemen.
Gaswinning in veenweidegebieden is een actueel onderwerp van gesprek tussen betrokken partijen in de Commissie Bodemdaling Aardgaswinning Fryslan (CBAF). Ook wordt daar in gezamenlijkheid onderzoek naar gedaan. Zo is naast in het antwoord op vraag 1 vermelde onderzoek ook door het Wetterskip samen met de CBAF recent een onderzoek gestart om in beeld te brengen hoe de compensatie van de negatieve gevolgen van bodemdaling door onder meer aardgaswinning in veenweidegebied “De Hegewarren” kan worden opgepakt. Het gaat daarbij om een verkenning naar alternatieven voor schadebepaling en -herstel. De uitkomsten hiervan zullen te zijner tijd meegenomen worden in de verdere besluitvorming.
9
Wat zijn de sociale gevolgen van de gaswinning voor de bewoners en
bedrijven in en grenzend aan de veenweidegebieden? Worden deze gevolgen
ook meegenomen in de verschillende onderzoeken die plaatsvinden naar de
gevolgen van gaswinning? Zo nee, bent u bereid deze gevolgen alsnog in
beeld te brengen?
Antwoord
De sociale gevolgen van gaswinning zijn tot nu toe met name onderzocht
voor de gaswinning in Groningen (kennisplatform leefbaar en kansrijk
Groningen). Sinds 2025 is ook een Sociale Effectenpanel Mijnbouw (SEM)
geïnstalleerd als onderdeel van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw
(KEM) om onderzoek te doen naar de maatschappelijke gevolgen van
activiteiten in de diepe ondergrond5.
Het SEM panel richt zich specifiek op de effecten op het welbevinden van
personen en sociale structuren in de samenleving. De eerste onderzoeken
starten dit jaar en betreffen onderzoeken naar alle activiteiten in de
diepe ondergrond. Als hieruit blijkt dat veenweide vraagt om aparte
onderzoeken naar sociale gevolgen van activiteiten in de diepe
ondergrond dan kan dat later worden opgepakt.
Kamerstuk 32 849 nr. 296; Beantwoording adviesvragen t.b.v. belangenafweging bij aanvragen voor gaswinning in Friesland in verband met effecten bodemdaling | Deltares↩︎
Kamerstuk 32 849 nr. 296; Beantwoording adviesvragen t.b.v. belangenafweging bij aanvragen voor gaswinning in Friesland in verband met effecten bodemdaling | Deltares↩︎
Pagina 25; Aan de slag - Coalitieakkoord 2026-2030↩︎
Kamerstuk 33 529 Nr. 1368; Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie - Hoofdstuk Gaswinning op land | Rapport | Rijksoverheid.nl↩︎
Kamerstukken 32 849, Nr. 297.↩︎