[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Toelichting op de intrekking van wetsvoorstel Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte (Kamerstuk 35825)

Brief regering

Nummer: 2026D15681, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 15:06, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z06969:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Bij brief van 23 januari jl. heeft de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van uw Kamer verzocht om een toelichting naar aanleiding van de brief van mijn ambtsvoorganger met een reactie op motie 36800-VIII, nr. 33 van de leden Moorman en Kostić.1 De commissie vraagt daarbij waarom de intrekking van het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte (35825) een formeel gegeven is. Daarnaast vraagt de commissie om de gang van zaken te schetsen met betrekking tot het proces tot het intrekken van dit wetsvoorstel. Tot slot vraagt de commissie of er op dit moment nog meer brieven ter intrekking van wetsvoorstellen zijn die uw Kamer niet hebben bereikt.

In reactie op dit verzoek zal ik hieronder eerst de gang van zaken schetsen. Daarna zal ik ingaan op de procedure voor het intrekken van een wetsvoorstel en de vraag naar de status van wetsvoorstel 35825. Ik sluit af met een reactie op de vraag of er op dit moment nog meer brieven ter intrekking van wetsvoorstellen zijn die uw Kamer niet hebben bereikt.

Gang van zaken

De ministerraad heeft op 30 juni 2025 besloten gehoor te geven aan de motie Diederik van Dijk c.s.2 en de Koning machtiging te vragen om tot intrekking van het wetsvoorstel over te gaan.
De staatssecretaris Rechtsbescherming heeft dit vervolgens op 2 juli 2025 aan uw Kamer bericht.3
Na ontvangst van de machtiging heeft de staatssecretaris Rechtsbescherming op 11 augustus 2025 de intrekkingsbrief ondertekend en fysiek verstuurd aan uw Kamer.4
Op 18 augustus 2025 is vervolgens op het departement geconstateerd dat de intrekking nog niet was gepubliceerd op de website van uw Kamer. Daarop bleek dat ten onrechte was nagelaten om naast de fysieke brief tevens een digitale versie aan uw Kamer te verzenden. Vervolgens is aan de administratie van uw Kamer verzocht de fysieke brief te vernietigen, vooruitlopend op het (opnieuw) verzenden van de intrekkingsbrief gelijktijdig met een digitale toezending daarvan.

Die hernieuwde verzending heeft evenwel niet meer plaatsgevonden als gevolg van het aftreden van de staatssecretaris Rechtsbescherming op 22 augustus 2025.

Nadien is bezien hoe en bij welke gelegenheid uw Kamer opnieuw over (de status van) het wetsvoorstel zou worden geïnformeerd. In de motie Moorman en Kostić5 is aanleiding gevonden om de ontstane administratieve onduidelijkheid weg te nemen.

Procedure intrekking van een wetsvoorstel

Voor de intrekking van een wetsvoorstel geldt het volgende kader. Op grond van artikel 86, eerste lid, van de Grondwet kan, zolang een voorstel van wet niet door de Staten-Generaal is aangenomen, het door of vanwege de indiener worden ingetrokken. De Grondwet stelt geen specifieke vormvereisten aan de intrekking van een wetsvoorstel. Het reglement van orde voor de ministerraad vereist besluitvorming over de intrekking van een wetsvoorstel in de ministerraad (artikel 4, lid 2, onder a3). De aanwijzingen voor de regelgeving stellen dat intrekking van een bij de Tweede of de Eerste Kamer aanhangig wetsvoorstel geschiedt bij brief van de betrokken bewindspersoon, daartoe gemachtigd door de Koning (Ar. 7.22).

Betekenis voor wetsvoorstel 35825

Uit de omschrijving van de gang van zaken blijkt dat alle vereiste stappen voor het intrekken van wetsvoorstel 35825 zijn doorlopen. Met het ondertekenen en vervolgens toezenden van de brief van de voormalige staatssecretaris Rechtsbescherming van 11 augustus 2025 aan uw Kamer is het wetsvoorstel dan ook ingetrokken. Dat nadien het verzonden origineel van deze brief is vernietigd en dat een afschrift van die brief uiteindelijk pas in januari 2026 is gepubliceerd, maakt dat niet anders. Hoewel voor een transparant wetgevingsproces van belang is dat stukken in een wetgevingsdossier zo snel mogelijk worden gepubliceerd, is de publicatie van een intrekkingsbrief voor de feitelijke intrekking van het wetsvoorstel geen constitutief vereiste.

Andere brieven ter intrekking

Naar aanleiding van de vraag of er op dit moment nog meer brieven ter intrekking van wetsvoorstellen zijn die uw Kamer niet hebben bereikt, merk ik tot slot nog het volgende op.

Zoals uit het voorgaande blijkt, is bij de intrekking van wetsvoorstel 35825 sprake geweest van een ongelukkige en zeer uitzonderlijke samenloop van omstandigheden. Er zijn geen andere wetsvoorstellen van het ministerie van Justitie en Veiligheid waarvoor ditzelfde geldt.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Claudia van Bruggen


  1. Kamerstukken II 2025/26, 33836, nr. 130.↩︎

  2. Kamerstukken II 2024/25, 33836, nr. 106.↩︎

  3. Kamerstukken II 2024/25, 33836, nr. 124.↩︎

  4. Kamerstukken II 2025/26, 35825, nr. 21.↩︎

  5. Kamerstukken II 2025/26, 36800-VIII, nr. 33.↩︎