Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over de ‘pijplijnactie’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15730, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-02 15:58, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z02806:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1522
Antwoord van minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 2 april 2026)
Vraag 1
Naar welke ‘pijplijnactie’ verwees u in dit debatfragment[1]?
Wordt er verwezen naar het opblazen van de Nordstream? Of betreft het
een incident met een andere pijplijn? Zo ja, welke pijplijn?
Antwoord
Het debat ging over het verschil tussen een signalering in het Schengen Informatiesysteem (SIS) en persoonsgerichte sancties. Het voorbeeld werd gebruikt om dit verschil nader te illustreren en te wijzen op de mogelijkheid dat EU-lidstaten in uitzonderingsgevallen toegang kunnen verlenen aan personen signalering in het SIS.
Er werd niet verwezen naar Nord Stream. Het incident betrof een drone-aanval van het Oekraïense leger op een oliepompstation in Rusland, dat gebruikt werd om Russische troepen in de agressieoorlog tegen Oekraïne te bevoorraden. Ten gevolge van deze aanval kwam de olietoevoer via de Droezjba-pijplijn van Rusland naar Hongarije in de zomer van 2025 tijdelijk stil te liggen. Dit betrof overigens geen heimelijke actie: de Oekraïense strijdkrachten en de betrokkene zelf hebben deze oorlogshandeling publiekelijk bekend gemaakt
Vraag 2
Maakte Nederland (al dan niet indirect) gebruik van de getroffen pijplijn? Indien dat niet het geval is, waarom was het kabinet dan geïnteresseerd in een gesprek hierover met deze officier?
Antwoord
Nederland maakt geen gebruik van de Droezjba -pijplijn. Overigens houdt de aanval die in de zomer van 2025 plaatsvond geen verband met huidige onderbreking van leveranties via deze pijplijn, die is veroorzaakt door een Russische aanval in januari jl. op een pompstation op Oekraïens grondgebied.
De betreffende persoon was in Nederland vanwege zijn specifieke expertise op het gebied van onbemenste systemen met een militaire toepassing. Nederland steunt Oekraïne via de Ukraine Defence Contact Group, in het bijzonder binnen de Drone Capability Coalition Steering Group. Om die steun doelgericht en effectief vorm te geven, is directe expertise over het gebruik en de effecten van dergelijke onbemenste systemen noodzakelijk.
Vraag 3
In welk land wordt ‘de Oekraïense officier’ verdacht van
betrokkenheid bij de pijplijnactie? Kunt u meer informatie geven over
deze verdenking?
Antwoord
Hongarije heeft de persoon in kwestie in het SIS geplaatst. Het is aan Hongarije om te communiceren over de aard en stand van eventuele strafrechtelijke verdenkingen. Nederland kan niet ingaan op de inhoud van verdenkingen die ten grondslag liggen aan een door een andere lidstaat geplaatste SIS-signalering.
Vraag 4
Door welk ander Europees land was deze Oekraïense officier op
de lijst van het Schengeninformatiesysteem (SIS) geplaatst?
Antwoord
Hongarije heeft de persoon in kwestie in het SIS geplaatst.
Vraag 5
Waarom is er een uitzondering gemaakt en is aan deze officier
toch toegang verleend tot Nederland?
Antwoord
De regels die grondslag liggen aan het Schengengebied voorzien in de mogelijkheid dat een lidstaat, na een eigen belangenafweging, in uitzonderingsgevallen toegang kan verlenen aan een persoon die door een andere lidstaat is gesignaleerd in het SIS.
In dit geval is na zorgvuldige toetsing geconcludeerd dat een beperkte, gecontroleerde toegang voor een specifiek doel gerechtvaardigd was. De betrokkene beschikt over specifieke expertise op het gebied van onbemenste systemen, die relevant is voor de effectieve invulling van de steun via de Drone Capability Coalition binnen de Ukraine Defence Contact Group. Deze expertise draagt bij aan de Nederlandse kennis op het gebied van onbemenste systemen, een belangrijke prioriteit in het versterken van de defensiegereedheid van Nederland.
Vraag 6
Hoe is Nederland in contact gekomen met deze Oekraïense
officier? Heeft deze officier Nederlandse instanties zelf benaderd? Zo
ja, welke instanties en waarom deed hij dat? Of kwam het initiatief voor
dit gesprek vanuit het kabinet? Zo ja, waarom? Wat was de reden, de
aanleiding?
Antwoord
Binnen de Drone Capability Coalition zijn het de
co-leads, het Verenigd Koninkrijk en Letland, die verantwoordelijk zijn
voor de uitnodigingen voor de overleggen van de Drone Capability
Coalition. De betreffende persoon is door het Verenigd Koninkrijk
en Letland uitgenodigd voor een overleg in Nederland vanwege zijn
expertise op het gebied van onbemenste systemen.
In het kader van de internationale veiligheids- en defensiesamenwerking onderhoudt Nederland via onder meer de Ukraine Defence Contact Group op verschillende niveaus contacten met Oekraïense strijdkrachten. Over de verdere totstandkoming van het contact kan ik in het openbaar geen nadere uitspraken doen, mede gelet op de vertrouwelijkheid van de internationale samenwerking en de veiligheid van betrokkenen.
Vraag 7
Kan de Kamer het gespreksverslag ontvangen van het gesprek met deze Oekraïense officier? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Gesprekken in het kader van de Drone Capability
Coalition (DCC) zijn onderdeel van het diplomatieke verkeer en
betreffen veiligheidsonderwerpen die zich niet lenen voor
openbaarmaking.
Vraag 8
Kan de Kamer het gespreksverslag van het gesprek met deze Oekraïense officier in vertrouwen ter inzage aangeboden krijgen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het delen van vertrouwelijke gesprekken in het kader van de
Drone Capability Coalition schaadt de betrekkingen met de
andere landen die onderdeel zijn van de Drone Capability
Coalition. Dit belang wordt door het kabinet zwaarder gewogen dan
het delen van deze informatie.
Vraag 9
In welke hoedanigheid werd deze officier toegang tot Nederland
verleend, als privépersoon of als luitenant-kolonel van het Oekraïense
leger?
Antwoord
De betrokkene is bij het verlenen van toegang aan Nederland beoordeeld in zijn hoedanigheid als vertegenwoordiger van de Oekraïense autoriteiten met specifieke kennis en ervaring op het gebied van de rol van onbemenste systemen in moderne oorlogsvoering. In het kader van de toegangstoets is gekeken naar de functie, de context en het doel van het bezoek.
Vraag 10
Is er, naast deze Oekraïense luitenant-kolonel, door het kabinet met nog meer mensen gesproken over deze ‘pijplijnactie’? Zo ja, met wie?
Antwoord
Nederland onderhoudt, in het kader van de oorlog in Oekraïne en de bredere Europese veiligheid, regelmatig contact met verschillende Oekraïense en andere internationale gesprekspartners. Over concrete personen of inhoud van gesprekken kan ik in het openbaar geen uitspraken doen.
Vraag 11
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord
Ja.