Antwoord op vragen van het lid De Hoop over de berichtgeving over het verdwijnen van buslijn 231 tussen Apeldoorn de Maten en Arnhem
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15775, datum: 2026-04-02, bijgewerkt: 2026-04-03 10:08, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z04550:
- Gericht aan: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 1528
Antwoord van staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 2 april 2026)
Vraag 1:
Bent u bekend met het voornemen om lijn 231 tussen De Maten in Apeldoorn
en Arnhem te schrappen?1
Antwoord 1:
Ja.
Vraag 2:
Deelt u de mening dat het schrappen van lijn 231 de bereikbaarheid van
inwoners van de wijk De Maten verslechtert, gezien het feit dat
dagelijks gemiddeld 220 reizigers gebruikmaken van deze verbinding en
zij hierdoor noodgedwongen hogere reiskosten maken en langer moeten
reizen richting Arnhem? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2:
Het betreft hier een besluit van de Provincie Gelderland in haar
hoedanigheid als concessieverlener voor het regionale busvervoer. Van de
Provincie Gelderland begrijp ik dat er op dit moment twee sneldiensten
Apeldoorn – Arnhem zijn: via Beekbergen (lijn 301) en via De Maten (lijn
231). De concessiehouder Transdev kiest in lijn met het programma van
eisen van de provincie in haar vervoerplan voor bundeling van
vervoerstromen, waarbij de frequenties op lijn 301 enorm stijgen in de
spits en het dal. Daar staat tegenover dat lijn 231 verdwijnt. Deze
wijziging zorgt ervoor dat er in totaal wel meer bussen gaan rijden
tussen Apeldoorn en Arnhem, ook komen er nachtbussen. Reizigers in De
Maten die met de bus naar Arnhem willen moeten inderdaad langer reizen.
Tegenover deze verslechtering voor een beperkte groep reizigers, staan
voordelen voor een aanzienlijk grotere groep reizigers. De wijk De Maten
in Apeldoorn wordt nog steeds bediend door twee stadslijnen en er kan
ook gebruik worden gemaakt van het nabijgelegen treinstation. Veel
reizigers die lijn 231 gebruiken zijn studenten. Vanwege het
studentenreisproduct krijgt deze groep niet te maken met hogere
reiskosten met bus of trein. Het is uiteraard vervelend voor reizigers
dat een bestaande verbinding verdwijnt, maar er is door de provincie
afgewogen dat er alternatieve reismogelijkheden voor handen zijn voor
deze gebruikers en de verwachting is dat er per saldo meer reizigers
gebruik gaan maken van het OV tussen Apeldoorn en Arnhem.
Vraag 3:
Heeft u kennisgenomen van de zorgen onder burgers en het college van
B&W van Apeldoorn met hun brieven aan de Provinciale Staten en
Gedeputeerde Staten in Gelderland over het verdwijnen van lijn 231?2
Antwoord 3:
Ja, daar heb ik kennis van genomen.
Vraag 4:
Heeft u in beeld hoe vaak bij concessiewijzigingen haltes verdwijnen die
belangrijk zijn voor woonwijken en forensenverkeer? Zo ja, hoe
beoordeelt u deze ontwikkeling?
Antwoord 4:
Dienstregelingen in het busvervoer worden jaarlijks aangepast in nauwe
afstemming tussen de concessiehouder (vervoerder) en de
concessieverlener (provincie of vervoerregio). De verantwoordelijkheid
voor de afweging van het al dan niet opheffen of samenvoegen van
bushaltes berust op basis van de Wet Personenvervoer 2000 bij de
concessieverlenende partij. De Rijksoverheid heeft daarin geen
bevoegdheid. Wel bevat het landelijke Centraal Halte Bestand (CHB) groot
aantal kenmerken van haltes zoals de mate van toegankelijkheid. Deze
informatie is beschikbaar via de jaarlijkse Staat van het OV3 van CROW.
Vraag 5:
Beschikt u over landelijke cijfers of signalen over reizigersverlies na
het schrappen van haltes of lijnen? Zo ja, kunt u deze delen?
Antwoord 5:
Er zijn wel landelijke cijfers beschikbaar over het gewijzigd aantal
lijnen van het ene op het andere jaar, maar niet over het verlies aan
reizigers als gevolg van het schrappen van haltes of lijnen. In het OV Dashboard van CROW
is informatie te vinden over o.a. de ontwikkeling van buslijnen per
concessie en de ontwikkeling van het totale aantal reizigers in een
concessiegebied.
Vraag 6:
Welke verantwoordelijkheid ziet u voor het Rijk bij het bewaken van een
minimumniveau van bereikbaarheid van woonwijken via het openbaar
vervoer?
Antwoord 6:
In het kabinetsstandpunt Bereikbaarheid op Peil uit 2025 is het belang
van de bereikbaarheid van voorzieningen en banen onderschreven. Daarbij
is ook het instrument van het bereikbaarheidspeil geïntroduceerd om de
ontwikkeling van de bereikbaarheid van voorzieningen in heel Nederland
te gaan monitoren. Bij de toepassing hiervan is een integrale aanpak
voorzien, waarbij naar alle vormen van vervoer wordt gekeken, evenals
naar de locaties van instellingen en banen. Deze toepassing vindt
conform het kabinetsstandpunt gebiedsgericht plaats. De eerste stap
daarbij is het opstellen van regionale bereikbaarheidsanalyses door de
regionale overheden in heel Nederland. Daarvoor is met de regionale
bestuurlijke partners in januari een plan van aanpak opgesteld. U bent
daarover per brief4 geïnformeerd, waarbij tevens het
plan van aanpak als bijlage aan de Kamer is toegezonden.
Vraag 7:
Bestaan er landelijke richtlijnen of kwaliteitsnormen voor
bereikbaarheid bij regionale ov-concessies? Zo ja, worden deze voldoende
nageleefd? Zo nee, bent u bereid te onderzoeken of landelijke
richtlijnen behulpzaam kunnen zijn om het ov op peil te houden?
Antwoord 7:
In het kabinetsstandpunt Bereikbaarheid op Peil van vorig jaar is
aangegeven hoe met het instrument van het bereikbaarheidspeil de
(integrale) bereikbaarheid van voorzieningen in beeld wordt gebracht.
Hierbij is ook aangegeven hoe dit gebiedsgericht uitwerking krijgt. Een
belangrijke stap hierbij is het opstellen van regionale
bereikbaarheidsanalyses door de medeoverheden, met hun bevoegdheid en
verantwoordelijkheden in de regionale bereikbaarheid en hun inzichten in
de regionale en lokale staat van bereikbaarheid. U bent daarover per
eerdergenoemde brief geïnformeerd, waarbij tevens het plan van aanpak
als bijlage aan de Kamer is toegezonden. Op basis van die
bereikbaarheidsanalyses kan met de regio het gesprek gevoerd worden over
het na te streven niveau van multimodale bereikbaarheid en de rol van
het OV daarbinnen.
Vraag 8:
Hoe wordt bij (tussentijdse) concessiewijzigingen geborgd dat adviezen
van gemeenten en reizigersorganisaties structureel worden meegenomen en
vindt hierover landelijke monitoring plaats?
Antwoord 8:
Op basis van de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) is de
concessieverlener (zoals een provincie of regio) verplicht overleg te
voeren met consumentenorganisaties bij de totstandkoming of wijziging
van een concessie, met name over het Programma van Eisen (PvE). Dit is
in het geval van de Provincie Gelderland ook gebeurd. Dit PvE is door de
provincie voorafgaand aan de aanbesteding van de nieuwe concessie ook
gedeeld met gemeenten, regio's en aangrenzende concessieverleners.
Daarnaast stemmen vervoerbedrijven de dienstregelingen voortdurend af
met de decentrale overheden (provincies en vervoerregio’s). Dat doen ze
door het aanbod aan te passen aan de vraag zonder dat de beschikbaarheid
en veiligheid van het OV daar onder lijdt. OV-autoriteiten bepalen in de
zogenaamde “vervoerplancyclus” jaarlijks het OV-aanbod (dienstregeling)
in hun concessies. Dit stemmen zij af met de gemeenten in het
concessiegebied. De (regionale) reizigersorganisaties hebben adviesrecht
op de voorgestelde wijzigingen in de dienstregeling. De dienstregeling
wordt ter akkoord voorgelegd aan de decentrale volksvertegenwoordiging.
Deze manier van werken past bij de decentralisatie van het stads- en
streekvervoer die is vastgelegd in de Wet Personenvervoer 2000. De
afwegingen per concessie, of zelfs per buslijn, zijn de
verantwoordelijkheid van de decentrale overheid.
Vraag 9:
Bent u bereid om naar aanleiding van de ontstane onrust met de provincie
Gelderland en Transdev in gesprek te gaan over het verdwijnen van lijn
231? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9:
In de wettelijk vastgelegde rolverdeling tussen Rijk en regio is dit een
aangelegenheid van de concessieverlener. Wel heb ik – zoals ik hierboven
in de beantwoording van de vragen 6 en 7 heb aangegeven – de afgelopen
maanden concrete stappen gezet om het proces te starten om met alle
regio’s een feitenbasis te scheppen voor het gesprek tussen rijk en
regio in de komende periode over de multimodale bereikbaarheid,
waaronder dus ook de bereikbaarheid van en in de regio per OV.
Bereikbaarheid is een belangrijke sleutel in de keuzevrijheid van burgers om de voor hen belangrijke rechten als wonen, werken, gezondheid en onderwijs in te vullen op basis van de voorkeuren. Daarbij gaat het om zoeken naar balans tussen meerdere factoren, waaronder bereikbaarheid en rendabiliteit. Hoe dit invulling te geven, is regionaal maatwerk. De provinciale overheid kan hier samen met de vervoerder en de bewoners de beste beoordeling in maken. Ik volg de ontwikkelingen bij regionale OV-concessies nauwlettend en waar nodig bespreken we deze in het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB).
Vraag 10:
Bent u bereid om, wanneer er in het vervolg signalen ontstaan dat wijken
slechter bereikbaar worden door (tussentijdse) concessiewijzigingen,
provincies en vervoersregio’s aan te spreken op het opnieuw beoordelen
van deze besluiten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10:
Ik ga ervan uit dat de provincie bij het opstellen van een nieuwe
concessie samen met gemeenten, consumentenorganisaties en bewoners tot
een gedragen programma van eisen komt dat voorziet in een optimale
bereikbaarheid van de gehele provincie. Deze afspraken worden met de
vervoerplancyclus verder geborgd.
Daarnaast heb ik – zoals ik ook in de beantwoording van de bovenstaande
vragen heb aangegeven – concrete stappen gezet om het proces te starten
om met alle regio’s een feitenbasis te scheppen voor het gesprek over de
multimodale bereikbaarheid, waaronder dus ook de bereikbaarheid van en
in de regio per OV.
Vraag 11:
Kunt u deze vragen in elk geval tijdig voor het commissiedebat Openbaar
vervoer en Taxi van 1 april 2026 beantwoorden?
Antwoord 11:
Helaas is het niet gelukt de vragen voorafgaand aan de eerste termijn
van het commissiedebat Openbaar vervoer ten Taxi te beantwoorden.
de Stentor, 7 februari 2026, 'Verzet tegen opheffen van buslijn: ‘Vrees dat meer mensen de auto pakken’' (https://www.destentor.nl/apeldoorn/verzet-tegen-opheffen-van-buslijn-vrees-dat-meer-mensen-de-auto-pakken~abb8ccc40/)↩︎
Website Provinciale Staten Gelderland, 15 december 2025, 'Bericht aan PS over verdwijnen Lijn 231' (https://gelderland.stateninformatie.nl/document/16397016/1/Bericht+aan+PS+over+verdwijnen+Lijn+231?connection_type=17&connection_id=12753716)
Website Provinciale Staten Gelderland, 16 december 2025, 'Verwijdering lijn 231' (https://gelderland.stateninformatie.nl/document/16403226/1#search=%22231%22)
Website Provinciale Staten Gelderland, 17 februari 2026, 'Opheffen buslijn 231 Reisss' (https://gelderland.stateninformatie.nl/document/16612372/2#search=%22231%22)↩︎
https://www.crow.nl/kennisproducten/staat-van-het-openbaar-vervoer-2024/↩︎
Kamerstukken, II, 36800-A-11↩︎