Het stopzetten van C-support
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D15946, datum: 2026-04-03, bijgewerkt: 2026-04-03 12:35, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.H. Bikker, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van zaak 2026Z07059:
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 3 april 2026)
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het stopzetten van C-support.
Kunt u een nadere toelichting geven op de reden waarom C-support eind van dit jaar moet stoppen met zijn bezigheden en niet zoals eerst het voorstel was tot eind 2028?
Op welke plekken moeten patiënten vanaf 2027 terecht voor nazorg? Welke garantie kunt u geven dat de nazorg goed belegd is vanaf 2027?
Heeft u een beeld of de eerstelijnszorg voldoende in staat en voorbereid is om nazorg te bieden? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, hoe komt u dan tot de huidige keuzes?
Hoeveel huisartsen hebben voldoende kennis van long covid om goede nazorg te bieden?
Baart het u ook zorgen dat er veel patiënten zijn die geen enkele zorgprofessional spreken die verstand heeft van long covid en de behandeling ervan of hoe hiermee moet worden omgegaan? Welke verantwoordelijkheid heeft en voelt u om dit te verbeteren?
Deelt u de mening dat totdat in de eerstelijnszorg de nazorg goed is belegd, het niet gepast is om C-support te schrappen?
Welke inzet pleegt u om langetermijnbeleid te vormen rond post-covid? Hoe geeft u uitvoering aan de motie Bikker c.s. (Kamerstuk 25 295, nr. 2247) die oproept tot een langetermijnbeleid? Welke plek heeft biomedisch onderzoek in dit beleid?
Welke verantwoordelijkheid heeft en voelt u om het onderzoek dat plaatsvindt in de expertisecentra post-covid te continueren zoals de motie Bushoff c.s. (Kamerstuk 25 295, nr. 2242) vraagt?
Wilt u deze vragen beantwoorden uiterlijk voor het debat over de Voorjaarsnota?