Groei van de krijgsmacht
Brief regering
Nummer: 2026D15964, datum: 2026-04-03, bijgewerkt: 2026-04-03 13:07, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z07072:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Defensie
Preview document (đ origineel)
| > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag | |
|---|---|
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag |
|
| Datum | 3 april 2026 |
| Betreft | Groei van de krijgsmacht |
Ministerie van Defensie
Plein 4
MPC 58 B
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
www.defensie.nl
Onze referentie
MINDEF20260025251/D2026-001754
Bij beantwoording, datum, onze referentie en onderwerp vermelden.
Geachte voorzitter,
Defensie bouwt aan een inzetbare en schaalbare krijgsmacht die kan meebewegen met de dreiging (zowel op- als afschalen), kan afschrikken en zo nodig het territorium en de belangen van Nederland en de NAVO-bondgenoten kan verdedigen. De schaalbare krijgsmacht moet uiterlijk in 2030 en waar mogelijk sneller zijn gevuld met personeel. We wisten al dat de schaalbare krijgsmacht meer menskracht nodig zal hebben dan we nu beschikbaar hebben. We zien ook dat door reeds genomen maatregelen zoals het Dienjaar het personeelsbestand groeit. Dat ontslaat ons echter niet van de verplichting om ons op verschillende scenarioâs voor te bereiden.
Tijdens de begrotingsbehandeling Defensie van 4 en 5 maart jl. sprak ik voor het eerst met uw Kamer over onder andere de beoogde groei van de krijgsmacht en de daarvoor benodigde mensen. In het Regeerakkoord staat hierover het volgende opgenomen: âWe bouwen aan een schaalbare krijgsmacht van minimaal 122.000 mensen. We schalen het dienjaar fors op en introduceren als eerste stap een verplichte enquĂȘte voor jongeren. Als dit onvoldoende resultaat oplevert, overwegen we andere stappen, zoals de herinvoering van een selectieve opkomstplicht.â Middels deze brief wil ik uw Kamer voorafgaand aan het Commissiedebat Personeel van 15 april nadere duiding geven over deze passage. Graag ga ik hierover het debat met u aan op 15 april.
Beoogde groei van de krijgsmacht
Defensie bouwt een schaalbare krijgsmacht. Deze krijgt vorm door de huidige organisatie binnen de kaders van het beschikbare defensiebudget door te ontwikkelen naar een vredes- en een oorlogsorganisatie. Tijdens de eerste ontwerpfase van een nieuw te vormen oorlogsorganisatie halverwege 2025 is een eerste inschatting gemaakt van de benodigde groei van Defensie. Dat leidde tot een eerste inschatting dat 122.000 medewerkers benodigd zouden zijn om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Afgelopen jaar heeft Defensie gewerkt aan de daadwerkelijke planmatige vertaling van de internationale en nationale taken en is een steeds nauwkeuriger beeld ontstaan van de benodigde aantallen. In de Defensienota zullen we u hierover nader informeren, maar ik kan nu al laten weten dat het benodigde aantal mensen rond de 122.000 uit zal komen. Als eerste stap groeien we door naar een schaalbare krijgsmacht van ongeveer 100.000 mensen in 2030. In de Defensienota 2026 komen we hierop terug en zullen de preciezere aantallen voor de doorgroei en het tempo daarvan duidelijker worden.
Daarbij wil ik wel ook meteen al benadrukken dat personele groei geen doel op zich is; het gaat uiteindelijk om het versterken van de gevechtskracht van Defensie. Ik ben me er daarnaast ook bewust van dat we met de beoogde groeiopgave een groot beslag leggen op de toch al krappe arbeidsmarkt. Om deze redenen zal Defensie dan ook zoeken naar slimme en innovatieve oplossingen om de gevechtskracht te versterken. Denk daarbij aan arbeidsextensieve oplossingen zoals de inzet van onbemande systemen, robotisering, AI en andere innovaties. Hoe groot het definitieve aantal benodigde mensen ook zal zijn, vast staat dat een groot deel van de groeiopgave wordt ingevuld met reservisten die naast hun baan bij Defensie ook hun civiele baan behouden. Daarnaast neemt Defensie waar mogelijk diensten af en werken we samen met andere sectoren.
Dienmodel Defensie
Het Dienmodel Defensie is het geheel aan in- en doorstroomsporen voor
militair en burgerpersoneel bij Defensie. Dit model moet ervoor zorgen
dat we de beoogde groei ook kunnen realiseren. Het uitgangspunt is dat
we zo lang als mogelijk in een vrijwillig model blijven. We moeten ons
echter op verschillende scenarioâs voorbereiden. Zo kan het bijvoorbeeld
zijn dat de verwachte groei te ver achterblijft bij de prognoses, of dat
de veiligheidssituatie verder verslechtert en Defensie sneller moet
groeien dan nu voorzien is. Om die reden ontwikkelt Defensie een
Dienmodel dat kan meebewegen met de dreiging. Dat betekent in staat zijn
om (snel) op te schalen in aanloop naar een conflictsituatie, en weer
kunnen afschalen na een conflict. Daarom zijn we bezig met de
doorontwikkeling van het Dienmodel, waarbij we enerzijds de
verschillende instroomsporen schaalbaar maken en anderzijds de
verplichte elementen uitwerken. Hoewel we er dus naar streven om zo lang
mogelijk in een vrijwillig model te blijven, valt het niet uit te
sluiten dat verdergaande maatregelen, zoals een verplichte enquĂȘte of
(vorm van) opkomstplicht, in de toekomst noodzakelijk zijn.
Opschaling instroom
Om op korte termijn grote aantallen mensen aan Defensie te
kunnen binden, breiden we in de eerste plaats het Dienmodel uit met de
eerder aangekondigde grootschalige aanvullende maatregelen (Kamerbrief
âOnze mensen, onze toekomst; meer, beter en snellerâ, Kamerstuk 33763,
nr. 161 van 24 maart 2025). Op dit moment zien we dat de animo om als
militair te dienen is toegenomen. Daarnaast is de uitstroom sterk
afgenomen. Dat geeft ons het vertrouwen dat we de krijgsmacht met een
vrijwillig model van voldoende personeel kunnen voorzien.
Defensie kiest bij het bouwen aan een inzetbare en schaalbare
krijgsmacht voor een aanpak die grootschaliger en ingrijpender is dan
tot dusverre en die in een hoger tempo wordt gerealiseerd. Mijn
voorganger heeft u eind vorig jaar in de âStand van zaken
maatregelenbrief âOnze mensen, onze toekomst; meer, beter en snellerââ
(Kamerstuk 33763 nr. 174 van 17 december 2025) geĂŻnformeerd over alles
wat er wordt gedaan om de instroom en het behoud van personeel te
verbeteren. Daarbij richten we ons op het verhogen van de instroom van
beroepsmilitairen, reservisten en burgermedewerkers. Hieronder licht ik
de maatregelen toe die het meeste impact hebben op deze instroom.
Nationale Weerbaarheidstraining
Als nieuw instroomspoor ontwikkelde Defensie afgelopen jaar de Nationale
Weerbaarheidstraining (NWT). Voor het bemensen van de mobilisabele
eenheden heeft Defensie grote aantallen reservisten nodig. Dit nieuwe
instroomspoor dient ervoor om bij te dragen aan het opbouwen van een
groter reservistenbestand om de schaalbare oorlogsorganisatie mee te
vullen. We maken deelname aan het programma zo flexibel mogelijk, zodat
het zo goed mogelijk aansluit op iemands levensfase; zo kan de opleiding
bijvoorbeeld tussen een studie of baan worden ingepast. Ook bieden we de
NWT aan als militaire minor of als keuzedeel bij opleidingen in het
middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Afgelopen jaar zijn ongeveer 120
kandidaten gestart en op dit moment doen al zeven onderwijsinstellingen
mee. In 2026 verwachten we dit aantal op te kunnen schalen samen met
circa 30 onderwijsinstellingen naar minimaal 1.000 kandidaten verspreid
over vier lichtingen. Daarnaast wordt ook de samenwerking met het
bedrijfsleven gezocht. Op de langere termijn is het streven verder op te
schalen naar uiteindelijk ruim 2.000 kandidaten per jaar.
Dienjaar Defensie
Het programma Dienjaar Defensie loopt inmiddels twee jaar en blijft
succesvol. Het Dienjaar is met name bedoeld om jongeren (18-27 jaar)
laagdrempelig kennis te laten maken met Defensie na de middelbare
school, als tussenjaar of na afstuderen. Voor mensen met minstens drie
jaar werkervaring bestaat het specialistisch dienjaar (18-54 jaar), een
gepersonaliseerd programma waarbij deelnemers hun specifieke kennis en
kunde kunnen toepassen in de militaire omgeving. Sinds de start van het
Dienjaar in 2023 zijn 1.895 deelnemers aangesteld. In 2025 zijn in
totaal 1.097 dienjaarmilitairen ingestroomd. Voor 2026 is het voornemen
om 1.500 dienjaarmilitairen aan te stellen.
Defensity college en Maatschappelijke Diensttijd Missie
Zowel Defensity College (voor hbo- en wo-studenten) als
Maatschappelijke Diensttijd (MDT) zijn bedoeld om jongeren in contact te
brengen met het werk, de organisatie en de maatschappelijke rol van
Defensie. In beide programmaâs leveren jongeren een bijdrage aan themaâs
als veiligheid en weerbaarheid. Door te investeren in een duurzame
relatie met jongeren, versterkt Defensie de sociale cohesie en
weerbaarheid van de samenleving. In 2025 zijn 201 personen ingestroomd
voor Defensity College. Per 1 januari 2026 zijn er 472 actieve
werkstudenten vanuit Defensity College. Op dit moment hebben
ca. 3.000 mensen deelgenomen aan MDT Missie.
Versnellen en verbeteren van de instroom
Defensie zet daarnaast in op het innoveren van de instroomketen en het
vergroten van de
wervings-, selectie-, keurings-, en opleidingscapaciteit. Ook
differentiëren we in functie-eisen zodat de instroom voor sommige
functies laagdrempeliger wordt. Om drempels weg te nemen en solliciteren
makkelijker te maken is er inmiddels de mogelijkheid een open
sollicitatie in te sturen en start Defensie met het aanbodgericht
matchen van sollicitanten met functies waarbij wordt gekeken naar zowel
de wensen, talenten en kwaliteiten van de kandidaat als de behoefte van
de organisatie.
Uitwerking verplichte elementen
Zoals hierboven geschetst, nemen we allerlei maatregelen om zo lang
mogelijk in een vrijwillig model te kunnen blijven. Tegelijkertijd
werken we ook uit hoe we de selectieve opkomstplicht â de gradueel
verplichtende stappen binnen het Dienmodel - kunnen vormgeven. Dit model
inclusief een achterliggend mechanisme dat handvatten geeft wanneer moet
worden op- of afgeschaald, wordt op dit moment verder uitgewerkt. Eerder
hebben mijn voorgangers uw Kamer geĂŻnformeerd dat we hierbij denken aan
een model met een escalatieladder (zie onder andere Kamerbrief âEen
Dienmodel dat past bij een schaalbare krijgsmacht, Kamerstuk 36.124 nr.
45 van 3 juni 2024). Voor de uitwerking van de selectieve opkomstplicht
valt te denken aan de volgende gradueel verplichte treden op de
escalatieladder:
de enquĂȘte vrijwillig invullen en vrijwillig reageren op een uitnodiging tot gesprek;
de enquĂȘte verplicht invullen en vrijwillig reageren op een uitnodiging tot gesprek;
de enquĂȘte verplicht invullen en verplicht reageren op een uitnodiging tot gesprek;
de enquĂȘte verplicht invullen, een verplicht gesprek en verplichte deelname aan selectie en keuring, opkomst vrijwillig;
de enquĂȘte verplicht invullen, een verplicht gesprek en verplichte deelname aan selectie en keuring, opkomst verplicht.
Daarbij gaat het dus van vrijwillig nadenken over vrijwillig dienen, tot verplicht nadenken over vrijwillig dienen naar ultimo in de laatste stap verplicht nadenken over verplicht dienen. In de komende periode zullen we de selectieve opkomstplicht verder uitwerken. Daar hoort bij de uitwerking van de vraag hoe we het element âselectiefâ vormgeven; hoe we gaan selecteren, op basis van welke criteria en op welke doelgroepen we ons richten etc. Dit gaan we nader onderzoeken. Daar hoort ook bij de uitwerking wanneer we over gaan van de ene fase naar de andere, hoe we in de verschillende fases gericht willen selecteren om bepaalde (schaarse) functies te vullen en hoe lang en in welke vorm de opkomstplicht uiteindelijk zou kunnen worden ingevoerd. Nog voor de zomer ontvangt u een eerste uitwerking van het model.
Defensie enquĂȘte
Een eerste stap is al gezet, en dat betreft de Defensie-enquĂȘte. De
Defensie-enquĂȘte is het instrument dat kan worden ingezet om de beoogde
groei te versnellen en om dus sneller op te kunnen schalen. De enquĂȘte,
vrijwillig of verplicht, maakt het voor Defensie mogelijk om een
Dienmodel te bouwen met een (gradueel) meer verplichtend karakter tussen
vredestijd en oorlogstijd. Uiteraard streven we ernaar zo lang mogelijk
in een vrijwillig model te blijven.
Nog deze maand starten we weer met het versturen van de vrijwillige
enquĂȘte naar alle jongeren die dit jaar 17 worden. In verschillende
batches ontvangen zij de Defensie-enquĂȘte gevoegd met een QR-code bij de
Dienstplichtbrief. In de Kamerbrief âStart Defensie-enquĂȘteâ van 22
september jl. (Kamerstuk 36 592, nr. 45), vindt u hierover nadere
informatie.
Juridische grondslagen
Om het mogelijk te maken om op te kunnen schalen, is het noodzakelijk
dat we hiervoor beschikken over de juiste wettelijke grondslagen. Gezien
de lange doorlooptijden van dergelijke wetswijzigingstrajecten kunnen we
daar niet mee wachten tot we de details van het Dienmodel hebben
uitgewerkt. Dan zijn we niet klaar op het moment dat het nodig is. Via
de Wet op de Defensiegereedheid werkt Defensie aan het creëren van een
wettelijke grondslag om alle jongeren van 17 â 27 een brief te mogen
sturen met een vrijwillige enquĂȘte. Daarnaast zal het via een aanpassing
van de Kaderwet Dienstplicht mogelijk worden gemaakt om de enquĂȘte
desgewenst te kunnen verplichten. Ook de andere verplichtende elementen
zullen in die wet een grondslag vinden.
In gesprek met jongeren
Tegelijkertijd willen we met jongeren in gesprek gaan, bijvoorbeeld door
het organiseren van rondetafels of via de Nationale Jeugdraad. Het is
noodzakelijk dat er draagvlak onder jongeren is voor de maatregelen die
we als Defensie willen invoeren. Daarom willen we bij hen ophalen wat
zij belangrijk vinden en hen betrekken bij het proces dat we
doorlopen.
Tot slot
De opgave waar we voor staan is groot; we moeten invulling
geven aan de grootste groeiopgave sinds het einde van de Koude Oorlog en
dat binnen een paar jaar. Daarbij hebben we te maken met een krappe
arbeidsmarkt waarbij we ons realiseren dat we veel vragen van de
maatschappij. Er is ook een andere kant. Defensie heeft de samenleving
op allerlei vlakken veel te bieden en we maken er werk van om kansen
waar iedereen van profiteert te benutten. We versterken de verbinding
met regioâs, bedrijven en onderwijs, onder meer via reservistenafspraken
en partnerschappen die ook de weerbaarheid van de samenleving vergroten.
Uiteraard moeten voor snel en grootschalig opschalen ook de
randvoorwaarden op orde zijn. Dat betekent dat iedereen kan beschikken
over goede huisvesting en werkplekken, de juiste uitrusting en voldoende
oefenmogelijkheden- en -ruimte. Ook daar wordt hard aan gewerkt. Graag
ga ik over bovenstaande en alle andere zaken die spelen op het gebied
van Defensiepersoneel met u in debat op 15 april. Ook wil ik u nog
wijzen op een Technische briefing die op 8 april wordt aangeboden en
waarin nader op bovenstaande onderwerpen zal worden ingegaan.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Derk Boswijk