Reactie op verzoek commissie over het rapport 'Je bent maar een kind, je durft gewoon niet'
Jeugdzorg
Brief regering
Nummer: 2026D16134, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-08 16:46, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 31839 -1147 Jeugdzorg.
Onderdeel van zaak 2026Z07148:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-04-08 13:00: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-22 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
31 839 Jeugdzorg
Nr. 1147 Brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 april 2026
Op 13 maart jl. heeft u een reactie van mij gevraagd op het rapport van de Kinderombudsman ’Je bent maar een kind, je durft gewoon niet’ over de klachtbehandeling in de residentiele jeugdhulp. In dit rapport worden knelpunten benoemd en doet de Kinderombudsman relevante aanbevelingen ter verbetering van de klachtafhandeling in de residentiële jeugdzorg.
Het klachtrecht in de jeugdzorg, en dus ook in de residentiële jeugdhulp, is een belangrijke vorm van rechtsbescherming voor jeugdigen en ouders. Het klachtrecht draagt eraan bij dat jeugdigen en ouders zich gehoord voelen en onvrede bij hen wordt wegnomen. Ook kan het bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van jeugdhulp. Om beter zich te krijgen op de uitvoeringspraktijken en verbeterpunten van interne klachtbehandeling bij organisaties in het brede jeugdzorgdomein, hebben de voormalige staatssecretaris van JenV en mijn ambtsvoorganger vorig jaar een onderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek is 17 december 2025 aan uw Kamer aangeboden1.
Beide rapporten bieden aanknopingspunten om het klachtrecht te verbeteren.
Zo deel ik met de Kinderombudsman dat het van belang is dat jeugdigen en hun ouders zich veilig én vrij genoeg moeten voelen om te klagen over de manier waarop een instantie hen helpt en bejegent. Zij moeten hun zorgen of onvrede laagdrempelig en op toegankelijke wijze kenbaar kunnen maken bij deze instantie.
Jeugdigen en ouders kunnen bij het indienen van een klacht ondersteuning krijgen van een vertrouwenspersoon2. Hiertoe subsidieer ik Jeugdstem3, een landelijke en onafhankelijke organisatie van vertrouwenspersonen in de jeugdzorg. Jeugdstem bezoekt jeugdigen in residentiele instellingen met een vaste regelmaat om een vertrouwensband met hen op te bouwen.
Ook geeft de Kinderombudsman aan dat jeugdhulpaanbieders veel kunnen leren van de feedback en klachten van jeugdigen en hun ouders. Dit is ook in lijn met de uitkomsten van het recente onderzoek waarin wordt aanbevolen om een organisatiecultuur te realiseren waar klachten worden geëvalueerd en waar geleerd kan worden van klachten4.
Over de aanbevelingen van beide rapporten is het gesprek gestart met de betrokken organisaties, zoals de brancheorganisaties in het jeugddomein en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook wordt met jeugdigen gesproken over knelpunten waar zij in de praktijk tegenaan lopen en hoe het klachtrecht verder kan worden versterkt, als onderdeel van de kinderrechtentoets. Voor de zomer van 2026 informeren de staatssecretaris van JenV en ik uw Kamer via de reguliere jeugdzorgbrief over het vervolg.
De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,
W.R.C. Sterk
Kamerstukken II 2025/26, 31 839, nr. 1145↩︎
Jeugdstem heeft in 2025 in totaal 2.480 jeugdigen en 1.895 ouders ondersteund bij een klachttraject in het brede jeugdzorgdomein.↩︎
Jeugdstem heeft in 2025 in totaal 14.000 unieke cliënten (jeugdigen of ouders) geholpen met in totaal 38.339 aantal kwesties (vragen, problemen en klachten).↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 31 839, nr. 1145↩︎