De uitwerking van een capaciteitsmechanisme om de voorzieningszekerheid van elektriciteit te borgen en de rol van kolencentrales
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D16194, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-07 14:52, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.G. Jumelet, Tweede Kamerlid (CDA)
Onderdeel van zaak 2026Z07153:
- Gericht aan: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 7 april 2026)
Vragen van het lid Jumelet (CDA) aan de minister van Klimaat en Groene Groei over de uitwerking van een capaciteitsmechanisme om de voorzieningszekerheid van elektriciteit te borgen en de rol van kolencentrales.
1. Kunt u aangeven hoe het tijdspad eruitziet voor het invoeren van de capaciteitsmarkt voor de leveringszekerheid van elektriciteit, zoals afgesproken in het coalitieakkoord? Welke concrete stappen moeten nog worden gezet en binnen welke termijn verwacht u dat het capaciteitsmechanisme operationeel kan zijn?
2. Op welke manier wordt bij het ontwerp van het capaciteitsmechanisme rekening gehouden met de voorschriften uit Verordening (EU) 2019/943, met name ten aanzien van de CO₂-emissienormen voor elektriciteitscentrales uit artikel 22 lid 4?
3. Klopt het dat deze verordening voorschrijft dat energiecentrales alleen mogen deelnemen aan een capaciteitsmechanisme indien zij minder dan 550 g CO₂ per kWh uitstoten en gemiddeld minder dan 350 kg CO₂ per kW geïnstalleerd vermogen per jaar?
4. Kunt u bevestigen dat het kabinet bij de verdere vormgeving van aanvullend beleid voor leveringszekerheid van elektriciteit blijft streven naar de beste balans tussen maatschappelijke kosten en baten, zoals eerder aangegeven in Kamerstuk 29 023, nr. 570?
5. In hoeverre zal er bij de inrichting van de capaciteitsmarkt aansluiting worden gezocht bij hoe een dergelijk mechanisme in ons omringende landen zoals België al is ingericht?
6. Welke mogelijkheden ziet u om bij de verdere uitwerking van een capaciteitsmechanisme rekening te houden met de rol van bestaande kolencentrales in de voorzieningszekerheid van elektriciteit, zoals dat o.a. ook in België is gedaan?
7. Hoe beoordeelt u de mogelijkheid om het capaciteitsmechanisme zo in te richten dat deze centrales alleen in aanmerking komen voor deelname aan een capaciteitsmechanisme indien zij voldoen aan strenge emissie-eisen zoals die uit de genoemde Europese Verordening, waarmee een in aanmerking komende centrale minstens zo schoon dient te zijn als het uitstootniveau van een gascentrale?
8. Is het mogelijk om het capaciteitsmechanisme flexibel vorm te geven zodat ook innovatieve technologieën, zoals waterstofcentrales of batterijsystemen, kunnen bijdragen aan de leveringszekerheid?