Amendement van het lid Michon-Derkzen over bij CAO of regeling afwijken van de bandbreedte van 130%
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)
Amendement
Nummer: 2026D16270, datum: 2026-04-07, bijgewerkt: 2026-04-07 18:23, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I.J.M. Michon-Derkzen, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van kamerstukdossier 36746 -14 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) .
Onderdeel van zaak 2026Z07222:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 746 | Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) | |
| Nr. 14 | AMENDEMENT VAN HET LID Michon-Derkzen | |
| Ontvangen 7 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
In artikel I, onderdeel E, wordt aan het voorgestelde artikel 628ab een lid toegevoegd, luidende:
14. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kan worden bepaald dat in afwijking van het eerste lid het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen maximaal aantal uren per tijdseenheid meer dan 130% kan bedragen van het minimaal aantal uur over deze tijdseenheid.
Toelichting
De bandbreedte van 130% wordt door veel werknemers en werkgevers als te star ervaren. De regering stelt in de memorie van toelichting terecht dat werknemers die via flexibele arbeid werkzaam zijn een heterogene groep vormen. Dé flexibele werknemer bestaat niet, en groepen werknemers, vertegenwoordigd in vakbonden, kunnen een voorkeur hebben voor een flexibele arbeidsrelatie en hebben dat vaak ook. Bovendien geeft de regering toe dat de keuze voor 130% “arbitrair” is, en het een uitkomst is van een balans tussen wensen van werkgevers en werknemers. Dit laatste zou altijd de kern moeten zijn van hoe we met elkaar werken.
Daarom stelt indiener voor om vakbonden en werkgevers in collectief overleg de mogelijkheid te geven om af te wijken van de wettelijke bandbreedte van 130% en een bandbreedte af te spreken die past bij de werkpatronen van de sector. Zo kan maatwerk geboden worden en wordt er te allen tijde gewerkt met een balans tussen de wensen van werknemers. Omdat de vakbonden hier aan tafel zitten is er een slot op de deur om misbruik van flexibele contracten te voorkomen. Voor contracten buiten de reikwijdte van een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) geldt de wettelijke bandbreedte.
Indiener is van mening dat dit past binnen de afspraken uit het arbeidsmarktpakket. In het MLT-advies stelde de SER voor te komen tot “regels ten aanzien van een evenwichtige verhouding tussen het aantal uren werk en de beschikbaarheid van de werknemer”, die het kabinet “nader met sociale partners” wilde uitwerken. Indiener meent dat door sociale partners op sectoraal niveau ruimte voor maatwerk te geven deze afspraak ingevuld wordt.
Michon-Derkzen