Inbreng verslag schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 (Kamerstuk 26234-316)
Vergaderingen Interim Committee en Development Committee
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D16310, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 09:05, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R. den Hollander, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (VVD)
- Mede ondertekenaar: M. Prenger, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z06429:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Financiƫn
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-07 18:00 ā Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-03-31 16:25 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-31 16:25: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-07 18:00: Voorjaarsvergadering Wereldbank (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
- 2026-04-09 13:30: Procedurevergadering Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Preview document (š origineel)
26234 Vergaderingen Interim Committee en Development Committee
Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteldā¦ā¦..
Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben onderstaande fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 (Kamerstuk 26234 nr. 316) en het verslag Jaarvergadering Wereldbank 2025 (Kamerstuk 26234 nr.314)
De op 7 april 2026 toegezonden vragen en opmerkingen zijn met de door de minister bij brief van ā¦ā¦ā¦ā¦. 2026 toegezonden antwoorden hieronder afgedrukt.
Voorzitter van de commissie,
Den Hollander
Griffier van de commissie,
Prenger
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng D66-fractie
Inbreng VVD-fractie
Inbreng GroenLinks-PvdA fractie
Inbreng CDA-fractie
Inbreng JA21-fractie
Inbreng BBB-fractie
II Antwoord / Reactie van de
minister
III Volledige agenda
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inbreng leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank. Zij onderschrijven het belang van een goed functionerend multilateraal systeem en zien in de Wereldbank een cruciale partner bij het bevorderen van duurzame, inclusieve groei, het tegengaan van klimaatverandering en het versterken van stabiliteit in kwetsbare regioās. Deze leden hebben nog enkele vragen en opmerkingen over de inzet van het kabinet.
Wereldbank Governance en Multilateralisme
De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet het uitblijven van hervormingen in de Shareholding Review beoordeelt. Acht het kabinet deze uitkomst wenselijk, mede in het licht van de bredere internationale roep om een eerlijkere vertegenwoordiging van lage-inkomenslanden binnen multilaterale instellingen?
Voorts vragen deze leden of het kabinet concreet kan toelichten welke stappen Nederland zet om de stem van lage-inkomenslanden binnen de Wereldbank structureel te versterken. Hoe wordt de effectiviteit van deze inzet gemonitord en geƫvalueerd?
Tevens vragen de leden van de D66-fractie hoe Nederland zich er binnen de Wereldbank voor inzet dat geopolitieke spanningen niet leiden tot politisering van besluitvorming, maar dat de Bank een betrouwbare en neutrale multilaterale actor blijft.
OekraĆÆne
De leden van de D66-fractie vragen hoe donorcoördinatie rond de wederopbouw van Oekraïne concreet wordt verbeterd om versnippering en overlap van financiering te voorkomen. Voorts vragen deze leden welke rol het kabinet ziet voor de Wereldbank in het stroomlijnen van deze coördinatie, en hoe daarbij wordt samengewerkt met de Europese Unie en andere multilaterale instellingen.
Gaza
De leden van de D66-fractie vragen hoe binnen het GRAD-fonds wordt geborgd dat Palestijnen daadwerkelijk zeggenschap houden over de prioritering van wederopbouwinspanningen. Daarnaast vragen deze leden hoe het kabinet de representatie van Palestijnen binnen de āBoard of Peaceā beoordeelt, en welke inzet Nederland pleegt om inclusieve en legitieme vertegenwoordiging te waarborgen. Voorts vragen de leden van de D66-fractie op welke wijze wordt voorkomen dat wederopbouwprocessen top-down worden ingericht, zonder voldoende lokale participatie en maatschappelijke inbedding.
Syriƫ
De leden van de D66-fractie vragen hoe wederopbouwfinanciering via multilaterale kanalen kan bijdragen aan het versterken van lokaal bestuur in Syriƫ, conform de motie-Van der Werf.1
Voorts vragen deze leden op welke wijze wordt bevorderd dat wederopbouwinspanningen bijdragen aan bredere representatie van minderheden en regioās buiten Damascus in bestuurlijke structuren. Tevens vragen de leden van de D66-fractie welke rol het kabinet ziet voor de Wereldbank in het ondersteunen van inclusieve, lokaal gedragen institutionele opbouw.
Klimaat
De leden van de D66-fractie vragen hoe Nederland zich ervoor inzet dat klimaatfinanciering van de Wereldbank niet alleen omvangrijk is, maar ook eerlijk wordt verdeeld, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare landen. Voorts vragen deze leden hoe wordt geborgd dat klimaatadaptatie ā die direct raakt aan bestaanszekerheid ā voldoende prioriteit krijgt naast mitigatie. Ook vragen de leden van de D66-fractie of het kabinet ruimte ziet om binnen de Wereldbank sterker te sturen op klimaatrechtvaardigheid en op lokale betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van projecten. Tot slot vragen de leden welke rol het kabinet voor de Wereldbank ziet weggelegd in het assisteren bij het mobiliseren en coƶrdineren van private financiering voor klimaatmitigatie en -adaptatie, en wat de Nederlandse inzet hierop is.
Inbreng leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda met de inzet voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank 2026 en het verslag van de vorige Jaarvergadering. Zij hebben hierbij nog enkele vragen.
In een wereld van toenemende geopolitieke spanningen en instabiliteit vinden de leden van de VVD-fractie het van belang dat middelen via de Wereldbank doelgericht worden ingezet en aantoonbaar bijdragen aan Nederlandse strategische belangen, zoals veiligheid, migratiebeheersing en economische kansen. Zij vinden het dan ook positief dat de Wereldbank marktliberalisering steeds vaker als randvoorwaarde voor leningen hanteert. Wat deze leden betreft, dient het kabinet erop toe te zien dat elke euro die uitgetrokken wordt voor ontwikkelingssamenwerking onderhevig is aan een strategische toetsing. Hoe kijkt de minister hiernaar? Kan de minister concreet toelichten hoe hij waarborgt dat Nederlandse bijdragen aan de Wereldbank worden getoetst aan strategische criteria zoals migratiebeheersing, nationale veiligheid en economische kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven?
De leden van de VVD-fractie blijven pal staan voor de ondersteuning van OekraĆÆne in zijn strijd voor vrijheid en territoriale integriteit. De veiligheid van dit land is onlosmakelijk verbonden met de stabiliteit op ons eigen continent. In dat kader vormt de aanhoudende Russische aanwezigheid in het bestuur van de IBRD een fundamentele aantasting van de morele autoriteit van de Wereldbank. De leden van de VVD-fractie noemen het onbestaanbaar dat een agressor die een agressieoorlog op het Europese continent voert en zich dagelijks schuldig maakt aan verwerpelijke oorlogsmisdaden, mede de kaders bepaalt voor de besteding van IBRD-middelen en de allocatie van fondsen voor herstel. Zij vragen de minister daarom of hij bereid is om in internationaal verband krachtig te pleiten voor het formeel opschorten van het Russische lidmaatschap.
De leden van de VVD-fractie maken zich daarnaast zorgen over het gelijke speelveld binnen de Wereldbank. Zij merken op dat de noodzaak voor een fundamentele modernisering van de financieringscriteria eveneens scherp naar voren komt bij de positie van China binnen de mondiale financiƫle architectuur. Nederland heeft als aandeelhouder een stemrecht van circa 1,89 procent in de IBRD en draagt daarmee substantieel bij aan het kapitaal van dit instituut. Hoe beoordeelt de minister het dat China, als tweede economie ter wereld, nog steeds aanspraak maakt op financiering uit Wereldbankmiddelen? Verder vragen de leden van de VVD-fractie de minister wat hij concreet gaat doen om de Chinese toegang tot deze financiering te beperken. Is hij bereid zich in internationaal verband in te zetten voor het stopzetten van leningen zolang China zijn markt niet daadwerkelijk en transparant openstelt voor westerse partijen?
De leden van de VVD-fractie constateren dat de huidige multilaterale architectuur onvoldoende is toegerust op de huidige geopolitieke realiteit. Hierdoor reageert het systeem pijnlijk traag op geopolitieke verschuivingen en raakt het verlamd door bureaucratie en fragmentatie. Wat de leden van de VVD-fractie betreft vindt er dan ook een fundamentele herbezinning plaats op de wijze waarop wij onze internationale invloed organiseren. Er moet bewogen worden naar slagvaardige coalities van gelijkgestemde landen met een gedeelde visie op veiligheid en democratische waarden in plaats van te blijven hangen in instituten die door tegenstanders van binnenuit worden uitgehold. De leden van de VVD-fractie vragen de minister of hij de analyse deelt dat de huidige gefragmenteerde architectuur onze strategische slagkracht ondermijnt en of hij bereid is de mogelijkheden voor een model vergelijkbaar met de NAVO voor internationale hulp te verkennen.
Inbreng leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de inzet voor
de vergadering van de Wereldbank gelezen. Zij hebben hierover nog enkele
vragen en opmerkingen.
Allereerst lezen de leden van deze fractie dat Nederland substantiƫle invloed heeft binnen de Bank, bijvoorbeeld als vaste vertegenwoordiger van de kiesgroep van dertien landen. Maar deze leden zien ook met grote zorg dat het kabinet forse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking doorzet. Waar de ODA-prestatie onder het laatste kabinet Rutte nog 0,6% was, wordt dit de komende jaren 0,45%. Welk effect heeft dit op de bijdragen van Nederland aan de Bank? Welk effect heeft dit gehad, of zal dit hebben, op de positie van Nederland in de Bank?
Klimaat
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de
energiestrategie van de Bank wordt herzien en het Climate Change
Action Plan afloopt. Met grote zorg zien de leden van deze fractie
dat politieke aandacht voor het klimaat internationaal verslapt, terwijl
mensen wereldwijd vragen om een aanpak van de klimaatcrisis die
onverminderd verergert. Deze leden vragen zich af hoe het kabinet inzet
op een hoge klimaatambitie na 2026, samen met gelijkgestemde landen die
een ambitieuze klimaataanpak voorstaan.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met enige zorg dat de besteding van de Nederlandse bijdrage van 935 miljoen aan het IDA21-programma voor lage-inkomenslanden, zal worden gevolgd op āthemaās zoals de ontwikkeling van de private sector en banen, schuldbeheer en belastinginning, watermanagement en voedselzekerheid, en stabiliteit en veiligheid.ā Hoewel dit belangrijke themaās zijn, missen deze leden klimaatadaptatie- en mitigatie in dit rijtje. Zij vragen de minister om aan te geven of het voor het kabinet ook een prioriteit is om te monitoren of onze bijdrage helpt bij de aanpak van de grootste crisis van onze tijd.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tevens, gezien de Bank de grootste multilaterale klimaatfinancier is, hoe de minister waarborgt dat klimaatfinanciering leidt tot meetbare en transparante resultaten, gezien signalen dat de klimaatrelevantie van bijdragen wordt overschat. Deze leden vragen hoe Nederland zich inzet voor meer transparantie en onafhankelijke controle binnen de Wereldbank. Zo wijzen de leden erop dat veel energiesectorhervormingen als klimaatrelevant worden aangemerkt, terwijl deze vooral marktliberalisering bevorderen en risicoās bij ontwikkelingslanden leggen.
Tot slot op dit punt vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zich af of Nederland zich ervoor zal inzetten dat de Wereldbank ontwikkelingslanden niet alleen ondersteunt bij het verduurzamen van de energievoorziening ā iets wat vaak tot rendement leidt ā maar ook tot zaken die van enorme waarde zijn en juist gebaat zijn bij publieke investeringen, omdat private investeringen hier geen baat in zien, zoals biodiversiteit, en klimaatadaptatie.
Eerlijke vertegenwoordiging
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over de
groeiende schuldenlast in vooral Afrikaanse landen. Veel landen besteden
inmiddels meer dan de helft van hun inkomsten aan schulden, in plaats
van aan zorg en onderwijs. Dit belemmert ontwikkeling en raakt vooral
meisjes en jonge vrouwen. De leden vragen of de minister deze zorgen
deelt en hoe Nederland bijdraagt aan eerlijke
schuldherstructurering.
Daarnaast vinden deze leden dat lage- en middeninkomenslanden beter vertegenwoordigd moeten worden in internationale financiƫle instellingen zoals de Wereldbank. Zij vragen welke stappen de Minister concreet zet om internationaal steun te vergaren om dit te verbeteren, of de Minister initiatieven om de Wereldbank te hervormen vanuit het mondiale Zuiden zal omarmen en ondersteunen.
OekraĆÆne
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen met zorg over de
wederopbouw in OekraĆÆne en dat de financieringsnoden in het huidige jaar
en in de jaren daarna nog onzeker zijn. Het is goed dat Nederland
aanvullende bijdragen zal doen en OekraĆÆne blijft steunen. Maar kan de
minister al een inschatting geven van wat andere landen van plan zijn om
te doen en wat het vooruitzicht is voor OekraĆÆne bij deze
vergadering?
Inbreng leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank van 13 tot en met 18 april 2026 en van het verslag van de Jaarvergadering van oktober 2025. Deze leden onderschrijven het belang van een sterke Wereldbank die bijdraagt aan stabiliteit, weerbaarheid en economische ontwikkeling, juist in een wereld van geopolitieke spanningen, hoge schulden en groeiende onzekerheid. Deze leden hebben nog enkele vragen hierbij.
De leden van de CDA-fractie lezen dat het centrale thema van de Voorjaarsvergadering āBuilding Prosperity Through Policyā is, met veel nadruk op beleid, regelgeving en het ondernemingsklimaat als basis voor groei en werkgelegenheid. Deze leden steunen die lijn, omdat werk en bestaanszekerheid de beste basis vormen voor stabiliteit, minder irreguliere migratie en meer weerbare samenlevingen. Wel vragen deze leden hoe het kabinet gaat bewaken dat deze agenda niet blijft steken in algemene beleidsvoornemens, maar wordt vertaald in meetbare resultaten op landenniveau. Aan welke concrete uitkomsten wil het kabinet de inzet van de Wereldbank op dit punt toetsen?
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat in lage-inkomenslanden de komende tien tot vijftien jaar circa 1,2 miljard jongeren de arbeidsmarkt betreden, terwijl naar schatting slechts 400 miljoen banen worden gecreƫerd. Dat gat is enorm. Hoe wil het kabinet bevorderen dat de Wereldbank zich niet alleen richt op algemene groei, maar vooral op kansrijke toekomstbestendige arbeid, jeugdwerkgelegenheid en lokale mkb-ontwikkeling? Welke rol ziet het kabinet daarbij voor de private takken van de Wereldbank, IFC (Internationale Financieringsmaatschappij) en MIGA (Het Multilateraal Investeringsgarantieagentschap)?
Voorts lezen de leden van de CDA-fractie dat ongeveer een derde van de financiering van de Wereldbank naar fragiele en conflictgevoelige landen en regioās gaat. Deze leden steunen dat, juist omdat instabiliteit in die regioās direct kan doorwerken in migratie, veiligheid en ontwrichting in Europa. Kan het kabinet nader toelichten hoe Nederland erop zal aandringen dat de Wereldbank in deze context meer inzet op lokale uitvoeringskracht, veiligheid van basisvoorzieningen en perspectief voor gastgemeenschappen en vluchtelingen?
De leden van de CDA-fractie hechten groot belang aan de rol van de Wereldbank bij opvang in de regio. In dat licht zijn deze leden positief over het belang dat het kabinet hecht aan het International Development Association (IDA) en aan het loket dat gastgemeenschappen en vluchtelingenopvang ondersteunt. Kan het kabinet concreet maken hoe groot de Nederlandse inzet op dit punt is binnen IDA21? Hoe wordt bewaakt dat middelen ook echt terechtkomen in regioās waar opvangdruk hoog is en stabiliteit onder spanning staat?
De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast aandacht voor de mondiale schuldenproblematiek. De leden lezen dat tussen 2022 en 2024 circa 741 miljard dollar meer uit ontwikkelingslanden wegvloeide via rente en aflossingen dan er aan nieuwe financiering binnenkwam. Dat is zorgelijk. Deze leden steunen de inzet op schuldentransparantie, beter schuldbeheer en een herzien schuldenraamwerk. Zij vragen wel hoe het kabinet de effectiviteit van de huidige Three-Pillar Approach beoordeelt. Leidt deze aanpak nu al tot aantoonbaar lagere financieringskosten, meer transparantie en meer begrotingsruimte voor landen? Zo nee, wat moet er volgens het kabinet scherper?
De leden van de CDA-fractie vinden het terecht dat Nederland meer aandacht vraagt voor klimaatrisicoās en binnenlandse schulden in de schuldhoudbaarheidsanalyses. Wel vragen deze leden of het kabinet ook wil bevorderen dat schuldaanpakken beter worden gekoppeld aan investeringen in voedselzekerheid, waterbeheer en economische weerbaarheid. Juist op die terreinen kunnen landen immers structureel sterker worden.
Ten aanzien van Oekraïne steunen de leden van de CDA-fractie onverminderd de inzet op wederopbouw, economische stabilisatie, transparantie en anticorruptie. Deze leden lezen dat de geschatte wederopbouwkosten voor de komende tien jaar zijn opgelopen naar 588 miljard dollar. Dat onderstreept de noodzaak van strakke coördinatie. Kan het kabinet toelichten welke aanvullende Nederlandse inzet tijdens deze Voorjaarsvergadering wordt gepleegd om donorcoördinatie, monitoring en institutionele hervormingen in Oekraïne verder te versterken? Hoe wordt voorkomen dat versnippering of overlap ontstaat?
De leden van de CDA-fractie lezen verder dat de Wereldbank ook een rol ambieert in Gaza en mogelijk ook in Syriƫ, mits aan duidelijke politieke en institutionele voorwaarden wordt voldaan. Deze leden vinden dat begrijpelijk, maar hechten sterk aan transparantie, controleerbaarheid en het voorkomen dat middelen wegvloeien of hervormingen ondermijnen. Kan het kabinet voor zowel Gaza als Syriƫ nader aangeven welke randvoorwaarden voor Nederland minimaal moeten zijn vervuld voordat verdere betrokkenheid van de Wereldbank kan worden gesteund?
De leden van de CDA-fractie steunen de inzet op klimaatadaptatie en water. Waterbeheer, drinkwater, landbouw en bescherming tegen droogte en overstromingen zijn direct verbonden met bestaanszekerheid en migratiedruk. Voornoemde leden vragen hoe het kabinet de Nederlandse waterexpertise concreet wil verbinden aan de nieuwe waterstrategie van de Wereldbank. Welke kansen ziet het kabinet voor Nederlandse kennisinstellingen, waterbedrijven en uitvoeringspartners? En hoe wordt voorkomen dat dit vooral bij intenties blijft?
De leden van de CDA-fractie lezen ook dat wordt verkend of een Center of Excellence voor water(management) in Nederland toegevoegde waarde kan hebben. Deze leden vragen het kabinet deze gedachte verder uit te werken. Welke vorm zou zoān centrum kunnen krijgen, welke partners zouden daarbij betrokken kunnen worden en hoe zou dit de positie van Nederland binnen Wereldbankprogrammaās kunnen versterken?
Verder lezen de leden van de CDA-fractie dat de Wereldbank tijdens de Jaarvergadering van 2025 het belang van de private sector, aanbestedingshervormingen en het mobiliseren van privaat kapitaal opnieuw heeft benadrukt. Deze leden steunen dat, mits publieke doelen voorop blijven staan en aanbestedingen eerlijk, transparant en doelmatig verlopen. Kan het kabinet toelichten hoe Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen beter kunnen aanhaken bij Wereldbankprojecten, zonder dat ontwikkelingsdoelen ondersneeuwen? Welke concrete vervolgstappen zet het kabinet sinds de Jaarvergadering van 2025 op dit punt?
De leden van de CDA-fractie vragen ten slotte ook aandacht voor de shareholding review en het Voice-traject. Deze leden vinden het goed dat lage-inkomenslanden sterker worden betrokken bij bestuur en besluitvorming. Tegelijk is het van belang dat de Wereldbank bestuurbaar blijft en effectief kan opereren. Hoe beoordeelt het kabinet de huidige stand van zaken? En welke uitkomst acht het kabinet voor Nederland wenselijk, nu een formele stemrechtherziening waarschijnlijk uitblijft?
Inbreng leden van de JA21-fractie
De leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en de Koninkrijksinzet voor de voorjaarsvergadering van de Wereldbankgroep die zal plaatsvinden tussen 13 en 18 april 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
China
De leden van de fractie van JA21 brengen in herinnering dat het
Development Committee tijdens de jaarvergadering in oktober
voor de achtste keer niet tot een gezamenlijke slotverklaring wist te
komen. Ook was er wederom geen overeenstemming over het opnemen van
verwijzingen naar klimaat- en genderbeleid en de positie van China
binnen de Wereldbank. Kan het kabinet uitweiden over de laatste stand
van zaken rond deze twee twistpunten? Deelt het kabinet de mening dat
China, gelet op het inkomensniveau en de toegang tot kapitaalmarkten,
niet langer in aanmerking zou moeten komen voor reguliere IBRD-leningen?
Hoe wordt deze kwestie aangevlogen in de komende Voorjaarsvergadering?
Hoe ziet het huidige krachtenveld eruit? Welke mogelijkheden heeft
Nederland vanuit haar positie als voorzitter van een kiesgroep om dit te
agenderen? Kan de minister toezeggen hier een inspanning voor te willen
doen?
Klimaat- en milieudoelstellingen
De leden van de fractie van JA21 brengen in herinnering dat in 2022
verschillende hervormingen zijn doorgevoerd bij de Bank. Dit betrof
onder meer het toevoegen van klimaat- en milieuoverwegingen aan haar
formele doelstellingen. Een minimaal vereiste voor de leden van de
fractie van JA21 is dat dit proces niet afleidt van het oorspronkelijke
kernmandaat. Kan het kabinet toelichten hoe sinds de herijkingen van
2022, klimaat- en milieuoverwegingen concreet worden meegewogen in
projectselectie en -beoordeling, en hoe wordt voorkomen dat deze nadruk
ten koste gaat van de kernopdracht van de Bank op het terrein van
economische ontwikkeling en basisinfrastructuur? Zijn er recente cijfers
bekend over het aandeel klimaatprojecten in vergelijking met klassieke
infrastructuur- of armoedebestrijdingsprojecten? Kan de minister iets
meedelen over hoe klimaateisen tegenwoordig worden meegewogen in de
projectbeoordeling? Hoe komen klimaat- en milieuambities specifiek naar
voren in de aangekondigde focus van de Bank rondom werkgelegenheid? Kan
het kabinet toezeggen aandacht te blijven vragen voor een gebalanceerde
en realistische afweging?
Oorlogssituaties
Ten slotte zijn de leden van de fractie van JA21 benieuwd naar de
Nederlandse behartiging van de verschillende belangen namens haar
kiesgroep, met onder meer Israël en Oekraïne. Kan de minister toelichten
hoe Nederland als voorzitter van EDS19 binnen de Wereldbank de belangen
en wensen van de kiesgroeplanden weegt, mede in relatie tot de bestaande
oorlogssituaties? Los hiervan werd begin deze maand bekend dat een
internationale coƶrdinatiegroep is opgericht, met daarin onder meer het
Internationaal Energieagentschap (IEA), het Internationaal Monetair
Fonds (IMF) en de Wereldbankgroep, om de gevolgen van de oorlog in het
Midden-Oosten te mitigeren. Kan het kabinet een toelichting geven over
deze ontwikkeling en waar dit samenwerkingsverband specifiek op zal gaan
inzetten
Inbreng leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Voorjaarsvergadering van de Wereldbank. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden lezen dat het kabinet inzet op voortzetting van de afspraak dat 45% van de financiering van de Wereldbank klimaatrelevant moet zijn. Deze leden zijn op dit punt niet overtuigd. Zij vragen de minister om nader te onderbouwen waarom een dergelijk hoog percentage wenselijk is, en hoe wordt geborgd dat middelen daadwerkelijk bijdragen aan economische ontwikkeling, stabiliteit en welvaart in plaats van primair aan klimaatdoelen. Kan de minister concreet aangeven welke effecten dit vooraf afgesproken percentage heeft op groei, werkgelegenheid en armoedebestrijding in ontvangende landen? En deelt de minister de mening dat je dit niet vooraf moet vastleggen, maar dat maatwerk toegepast dient te worden?
In het verlengde hiervan vragen de leden van de BBB-fractie of deze klimaatdoelstelling ook geldt voor middelen die worden ingezet voor wederopbouw in conflictgebieden, zoals OekraĆÆne. Deze leden wijzen erop dat de wederopbouwkosten voor OekraĆÆne worden geraamd op circa 588 miljard dollar voor de komende tien jaar. Acht de minister het wenselijk dat in een dergelijke context, bijna de helft van de middelen geoormerkt dienen te worden als klimaatrelevant? In hoeverre helpt dit de directe wederopbouw van infrastructuur, economie en basisvoorzieningen? Kan de minister concreet uiteenzetten hoe deze klimaatvoorwaarde bijdraagt aan het herstel van landen in oorlogssituaties, en of dit niet juist leidt tot vertraging, hogere kosten of minder effectieve inzet van middelen?
Daarnaast lezen de leden in de geannoteerde agenda veel over klimaatadaptieve maatregelen en investeringen, onder meer op het gebied van water en infrastructuur. Deze leden vragen de minister om de vertaalslag naar Nederland te maken. In hoeverre voert dit kabinet zelf klimaatadaptief beleid, met name in relatie tot de inzet van klimaat- en natuurgelden? Hoe wordt geborgd dat deze middelen doelmatig en effectief worden ingezet, en welke concrete resultaten zijn daarvan zichtbaar in Nederland?
De leden van de BBB-fractie missen daarnaast expliciete aandacht voor voedselzekerheid in de geannoteerde agenda en de onderliggende stukken. Hoewel uitgebreid wordt ingegaan op themaās als klimaat, water en economie, blijft voedselzekerheid onderbelicht. Deze leden achten dit een niet uitlegbaar gemis. De wereldbevolking groeit en wordt welvarender, wat leidt tot een toenemende vraag naar voedsel en in het bijzonder naar dierlijke eiwitten. Tegelijkertijd staat de productiecapaciteit onder druk door klimaatverandering, bodemdegradatie en schaarste aan ruimte. Deze leden vragen de minister hoe hij deze ontwikkeling duidt. Hoe kijkt de minister naar de spanning tussen een groeiende voedselvraag en een afnemende productiecapaciteit wereldwijd? Welke rol ziet de minister voor de Wereldbank in het waarborgen van mondiale voedselzekerheid? Bestaat er een samenhangende internationale strategie op dit punt, en zo ja, hoe ziet deze eruit? En is de minister bereid dit in te brengen in Washington?
Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of bovenstaande vragen, en de inzet van dit kabinet op het wereldtoneel, mee kan worden genomen in het nationale voedselstrategieplan waar de Kamer om heeft gevraagd en dat voor de zomer wordt verwacht. De leden vragen graag een reactie van de ministers.
De leden van de BBB-fractie zien de beantwoording met belangstelling tegemoet.
Antwoord / Reactie van de minister
Volledige agenda
Geannoteerde agenda met inzet voor de Wereldbank Voorjaarsvergadering 2026. 26234-316 - Brief regering d.d. 27-03-2026 minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma.
Verslag Jaarvergadering Wereldbank (oktober 2025). 26234-314 - Brief regering d.d. 17-11-2025, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, A. de Vries.
Kamerstuk 36800-V, nr. 47.ā©ļø