[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Derde voortgangsrapportage Toekomstagenda ‘zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’

Gehandicaptenbeleid

Brief regering

Nummer: 2026D16337, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 15:10, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 24170 -398 Gehandicaptenbeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z07262:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Sinds januari 2023 is de Toekomstagenda: ‘zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’ (hierna: Toekomstagenda) in uitvoering. Samen met (zorg)organisaties, cliëntorganisaties, ervaringsdeskundigen, zorgkantoren en branchepartijen werk ik aan een toekomstbestendige gehandicaptenzorg. Met deze brief bied ik u de derde voortgangsrapportage van de Toekomstagenda aan.


Leeswijzer

Deze voortgangsrapportage van de Toekomstagenda bestaat uit zeven informatiebladen en zes video’s. De informatiebladen laten per onderwerp de behaalde resultaten in 2025 zien en geven zo een doorkijkje naar de te bereiken mijlpalen in 2026. De video’s belichten aanvullend telkens één voorbeeld uit de praktijk. Met deze toegankelijke manier van rapporteren wil ik zoveel mogelijk aansluiten bij de sector en de doelgroep.
In deze aanbiedingsbrief reflecteer ik kort op de voortgang van de Toekomstagenda. Daarnaast bied ik u een aantal rapporten aan die ik aan het eind van deze brief toelicht: de evaluatie van gespecialiseerde cliëntondersteuning, het rapport ‘Langdurend en levensbreed’, een notitie van de Beroepsvereniging van professionals in sociaal werk (BPSW) over toekomstige beroepen en functies in de gehandicaptenzorg en de eerste monitor van de Toekomstagenda van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM).

Ten slotte sta ik stil bij de uitvoering van de moties Westerveld c.s. die zien op toezicht op misstanden en grensoverschrijdend gedrag in de gehandicaptenzorg.

Informatiebladen Toekomstagenda

De Toekomstagenda is ingedeeld in zes thema’s: (1) Complexe zorg, (2) Licht Verstandelijke Beperking, (3) Cliëntondersteuning, (4) Zorgtechnologie en Innovatie, (5) Vakmanschap en Arbeidsmarkt en (6) Levenslang, levensbreed Wmo.

Er zijn in totaal zeven informatiebladen: één per thema en een overkoepelend informatieblad dat onderlinge verbanden toelicht. De informatiebladen treft u als bijlage aan bij deze brief. Hieronder treft u ook de link naar de informatiebladen aan:

Informatiebladen Toekomstagenda

Video’s per thema van de Toekomstagenda

Per thema uit de Toekomstagenda is een goed voorbeeld in beeld gebracht. Een voorbeeld dat laat zien hoe anders werken en organiseren er in de praktijk uitziet. Hieronder vindt u een link naar alle zes de video’s en de titels van de video’s1. Daarnaast zijn deze video’s ook te vinden op de website van de Rijksoverheid onderwerp ‘Leven met een beperking’: videoserie over zorg voor mensen met een beperking.


Voortgang van de Toekomstagenda

De Toekomstagenda wil de sinds 2018 ingezette beweging naar vernieuwende, persoonsgerichte zorg verstevigen, opschalen en borgen. Centraal staat het leren van innovaties in de praktijk. Bij zorgorganisaties, gemeenten of op scholen bijvoorbeeld. We doen kennis op over wat er bij deze innovaties wel en niet werkt, ook bij het implementeren en opschalen. Daarbij bouwen we voort op succesvolle resultaten uit voorgaande programma’s.

In diverse onderdelen van de Toekomstagenda dragen we bij aan de vervolgstap: inzichtelijk maken wat er werkt en meer organisaties hier ervaring mee te laten opdoen. Zoals het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg, de Innovatie-impuls gehandicaptenzorg 2 en InnovatieRoute en Begeleiding a la carte. Meer dan 100 zorgaanbieders doen mee aan deze programma’s, leren van elkaar en vergroten de beweging naar toekomstbestendige zorg. Net als in 2025 worden in 2026 de inzichten hierover gedeeld met de sector. Maar er is meer nodig. Organisaties zijn soms geneigd vast te houden aan hun eigen bekende werkwijzen. Het is dus noodzakelijk verder op te schalen en de inzichten en methodieken die werken een plek te geven in het zorgsysteem. Bijvoorbeeld in de zorginkoop, de werkwijze van gemeenten of door effectieve interventies te beschrijven.

De ervaring van de Toekomstagenda leert dat het soms taaie processen zijn, waarvoor een lange adem nodig is. De stap van borgen zal niet aan het einde van de looptijd van de Toekomstagenda volledig zijn afgerond. Vooruitlopend op de evaluatie over de Toekomstagenda beschrijf ik hierna per hoofdstuk van de Toekomstagenda waar we staan en wat nog nodig is.

Bij complexe zorg hebben we fors geïnvesteerd in kennis over oorzaken van bepaalde ontwikkelingen en over wat werkt. Ook hebben we aanbieders ondersteund om duurzame veranderingen toe te passen in hun werkwijze. Tegelijkertijd kan juist op dit thema nog meer worden ingezet op methodisch en systematisch werken, en het beschrijven van methodieken zodat ze onderzocht en erkend kunnen worden als effectief. Een mooie beweging die daaraan zal bijdragen is de nieuwe kennisinfrastructuur EVB+ en LVB+, die in oprichting is door het veld. Ook zijn de eerste stappen gezet in bewustwording en agendering van samenwerking tussen de gehandicaptenzorg en de ggz. In 2026 wordt een plan van aanpak ontwikkeld.

Bij het onderwerp licht verstandelijke beperking zien we dat de bewustwording toeneemt, maar dat dat nog onvoldoende in alle leefdomeinen plaatsvindt om deze groep altijd goed te herkennen en tijdig passende zorg en ondersteuning te bieden. De branche-opleidingen zijn voor de middellange termijn geborgd tot 2029, maar dit vraagt nog aandacht voor de langere termijn. Er is steeds meer bekend over hoe je ervaringsdeskundigheid in kunt zetten bij beleidsvorming, maar aandacht om dit ook structureel te borgen binnen organisaties is nodig.

De vindbaarheid van cliëntondersteuning is licht gestegen2 en meer dan de helft van de gemeenten heeft een project uitgevoerd om cliëntondersteuning te verbeteren. De pilots gespecialiseerde cliëntondersteuning zijn geborgd. Ondanks dat in gemeenten die aan de slag zijn gegaan met cliëntondersteuning verbetering te zien is op het vlak waar zij in geïnvesteerd hebben, vraagt het onderwerp blijvende aandacht om deze verbetering te behouden en verder te brengen. Daarnaast verloopt de overgang van Wmo-cliëntondersteuning naar Wlz-cliëntondersteuning nog niet altijd soepel. De komende periode blijven we daarom met het veld werken aan het verbeteren van de organisatie van cliëntondersteuning. Medio 2026 informeer ik uw Kamer hierover.

Op het terrein van zorgtechnologie en innovatie zijn de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek en ondersteuning in de praktijk van meer dan 50 zorgaanbieders uit de Innovatie-impuls vertaald naar de InnovatieRoute. Het gebruik van de route neemt toe. Eind 2026 wordt de InnovatieRoute duurzaam geborgd in het veld. Daarnaast neemt de kennis over data-ondersteund werken in de gehandicaptenzorg toe. Toch zien we dat het gebruik van data-ondersteund werken om de zorg en ondersteuning te verbeteren nog te weinig wordt toegepast.3 Tot slot nemen steeds meer mbo- en hbo-scholen het lesprogramma ’techno…logisch, toch?!’ op in het curriculum van hun zorgopleiding. Zo leren toekomstige zorgprofessionals over de meerwaarde van technologie in het leven van mensen met een beperking.

De energie die door beroepsorganisaties is gezet op vakbekwaamheid en professionalisering van het beroep - onder het thema vakmanschap en arbeidsmarkt - is zichtbaar. Tegelijkertijd nemen de tekorten op de arbeidsmarkt toe en moeten we nóg meer gaan investeren in anders werken, anders organiseren en goed werkgeverschap. Dit onderwerp neem ik nadrukkelijk mee in mijn gesprekken over bestuurlijke afspraken over de opgaven voor de gehandicaptenzorg voor de komende jaren.

Er is in de Toekomstagenda geïnvesteerd om de behoeften van mensen met een levenslange en levensbrede beperking meer onder de aandacht te brengen bij gemeenten en professionals. In 2026 wordt inzichtelijk gemaakt of en hoe gemeenten al werken met een langere beschikkingsduur in de Wmo2015 en de Jeugdwet. Zodat er daarna gerichte vervolgstappen gezet kunnen worden onder de werkagenda van de Nationale Strategie VN-verdrag Handicap om gemeenten te stimuleren tot langdurige indicaties.

Ik illustreer de in 2025 gezette stappen van de Toekomstagenda hieronder met enkele voorbeelden rondom technologie, complexe zorg en de inzet van ervaringsdeskundigheid. Ook sta ik stil bij de inzet van de klankbordgroep van de Toekomstagenda.

Zorgtechnologie
De Toekomstagenda heeft de ambitie om de inzet van zorgtechnologie en het gebruik van data vanzelfsprekend te maken. Met het programma Innovatie-impuls Gehandicaptenzorg 2 is de jarenlange ervaring vanuit de maatwerkondersteuning aan zorgaanbieders omgezet in de InnovatieRoute: een stappenplan voor zorgorganisaties dat helpt de juiste technologie te kiezen en succesvol te implementeren. De InnovatieRoute zit vol praktische kennisproducten. De InnovatieRoute4 is in 2025 verder doorontwikkeld met praktijkinzichten, waardoor deze nog beter te gebruiken is op de werkvloer. Er is een gids voor bestuurders en het management over opschaling en borging van technologie in de organisatie ontwikkeld.

Een recent onderzoek onder informatiemanagers laat zien dat bijna alle ondervraagde gehandicaptenzorgorganisaties data op systematische wijze gebruiken voor managementstuurinformatie, maar dat slechts enkele dat doen om de zorg en ondersteuning voor cliënten te verbeteren. Het programma Leren Werken met Data in de gehandicaptenzorg draagt juist daaraan bij. Het programma heeft door middel van de praktijkinzichten van zes pilots het ‘Model voor data-ondersteund werken’ doorontwikkeld en praktische checklists gemaakt.5 Deze en andere kennisproducten, webinars en artikelen zijn te vinden op www.lerenwerkenmetdata.nl.

Complexe zorg
De toegang en kwaliteit van zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en een complexe zorgvraag staan steeds meer onder druk. Daarom hebben we in de Toekomstagenda ingezet op betere samenwerking tussen zorgorganisaties en op vernieuwende oplossingen. Ook de samenwerking tussen de gehandicaptenzorg en de ggz krijgt veel aandacht. Een belangrijke stap richting toekomst-bestendigheid was de aanpassing van de bekostiging: de NZa heeft per 1 januari 2026 de zorgprestatie VG7-plus geïntroduceerd.

Het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg6 (OPCZ) is één van de voorbeelden waarin steeds meer inzichtelijk wordt wat wel en niet werkt in de organisatie van de complexe zorg. Als bijlage bij deze brief treft u de jaarrapportage aan. In totaal worden 47 zorgorganisaties begeleid. Het programma biedt deze organisaties individuele ondersteuning in hun praktijk om duurzame veranderingen te realiseren om de zorg voor mensen met een complexe zorgvraag en onbegrepen gedrag te verbeteren.

Het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) en andere inhoudsdeskundigen uit de praktijk werken mee aan dit programma. Aankomend jaar staat in het teken van de geleerde lessen in kennisproducten vatten en het laten landen in het werk van CCE en de kennisinfrastructuur.

Eén van de deelnemers aan het Ontwikkelprogramma Complexe Zorg is SlowCare in Oss. SlowCare laat zien dat juist voor mensen met een (zeer) ernstige meervoudige beperking rust, nabijheid en oprechte aandacht geen luxe zijn, maar een voorwaarde voor goede zorg. Zij creëren kleinschalige woon- en dagbestedingsplekken waar mensen zich gekend en gedragen weten, en waar professionals de ruimte krijgen om te werken vanuit verbinding in plaats van beheersing. SlowCare is zichtbaar en betrokken in de wijk en zoekt actief de ontmoeting met buren en de samenleving. Binnen het OPCZ wordt samen met SlowCare onderzocht hoe deze mensgerichte en relationele manier van werken duurzaam kan worden geborgd, ook wanneer de zorgzwaarte toeneemt en externe druk groeit. Teams en professionals reflecteren gezamenlijk op hoe de cultuur van SlowCare van aandacht, vertrouwen en samendragen levend kan blijven – nu en in de toekomst.

De inzet van ervaringsdeskundigheid en mensen met Licht Verstandelijk Beperking (LVB)

De branche-erkende opleiding Ervaringsdeskundige Verstandelijke Beperking is in 2025 doorontwikkeld en de herziene opleiding is aan alle STERKplaatsen in Nederland aangeboden en uitgevoerd. Ervaringsdeskundigen van de Landelijke Federatie Belangenverenigingen Onderling Sterk (LFB) lieten tijdens gastlessen op mbo en hbo-scholen en bij zorgaanbieders zien hoe technologie bijdraagt aan hun zelfredzaamheid. Dit zijn concrete acties om ervoor te zorgen dat er meer kansen en mogelijkheden komen voor mensen met een beperking om zichzelf te ontplooien. In 2025 is gewerkt aan meer bewustwording en kennis over mensen met een LVB bij professionals, met name bij huisartsen door middel van het ontwikkelen van een kennisproduct. Om de inzet van ervaringsdeskundigen bij (zorg)organisaties te stimuleren, zijn onder meer praktijkvoorbeelden gedeeld door LFB. In het informatieblad over mensen met een LVB zijn diverse producten opgenomen.

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) heeft samen met de LFB een verkenning gedaan onder hun leden over ervaringsdeskundigheid. Deze verkenning is uitgevoerd om te onderzoeken in welke mate ervaringsdeskundigen met een LVB al worden ingezet, op welke activiteiten binnen en buiten de eigen organisatie, en tegen welke mogelijke knelpunten zorgorganisaties wel/niet aanlopen bij het inzetten van ervaringsdeskundigen. De uitkomsten van de verkenning laten zien dat er een stijgende mate aan erkenning wordt ervaren voor de inzet van ervaringsdeskundigen. Ook andere type organisaties benutten ervaringsdeskundigheid, zoals gemeenten Nijmegen en Losser die via het project ‘LVB in de Gemeente’ ervaringsdeskundigheid benutten in het verbeteren van hun toegankelijkheid en beleidsvorming. Tegelijkertijd is de praktijk nog versnipperd en afhankelijk van, gelukkig steeds meer, lokale initiatieven. Ik blijf de inzet van ervaringsdeskundigheid daarom stimuleren.

Klankbordgroep Toekomstagenda
In 2024 startte de Klankbordgroep van de Toekomstagenda, bestaande uit 18 ervaringsdeskundigen, professionals en naasten. Het doel van deze Klankbordgroep is meedenken, dwarskijken en reflecteren op de uitvoering en voortgang van de Toekomstagenda. Inmiddels hebben zij op alle zes thema’s van de Toekomstagenda meegedacht. Een deel van de klankbordgroep en medewerkers van het ministerie van VWS bereidden iedere bijeenkomst van de klankbordgroep voor. Ik wil de klankbordgroepleden bedanken voor hun waardevolle inzet. Eind mei van dit jaar vindt de afsluitende bijeenkomst van de klankbordgroep plaats, waarin wordt stilgestaan bij de ervaringen van deelnemers en een evaluatie van de werkwijze. Deze zomer wordt een rapport met de lessen rondom de werkwijze van de klankbordgroep verwacht. Op basis van die uitkomsten en de andere ervaringen met inzet van ervaringsdeskundigheid in de Toekomstagenda bekijk ik op welke manier ik inzet van ervaringsdeskundigheid bij vormen van beleid rondom mensen met een beperking structureel een plek geef.

Overig

Bij deze brief treft u een aantal bijlagen aan. Een aantal daarvan licht ik hieronder kort toe.

(Gespecialiseerde) cliëntondersteuning
Gespecialiseerde cliëntondersteuning (GCO) wordt uitgevoerd door de alliantie Metgezel. GCO wordt ingezet als er sprake is van zeer complexe situaties. In de bijlage is een rapportage over de uitvoering van GCO opgenomen. Aan de Tweede Kamer is toegezegd7 dat de uitvoerder zou rapporteren over de kosten van GCO en de ontwikkeling daarvan gedurende de ondersteuningsperiode. Deze informatie is opgenomen in de rapportage van Metgezel.

Significant heeft evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de (maatschappelijke) meerwaarde van GCO voor cliënten en naasten en de verwachte toekomstige (financiële) omvang van GCO. Uit de rapportage blijkt dat GCO van grote meerwaarde is voor cliënten en naasten met langdurige, meervoudige en complexe problematiek. GCO zorgt voor meer stabiliteit en veerkracht in gezinnen, wat zich vertaalt in betere participatie, minder uitval op werk en school en meer regie. Naasten geven aan dat ze door de inzet van GCO weer ruimte ervaren om

te werken, vrijwilligerswerk te doen of sociale contacten te onderhouden. Dit draagt bij aan een betere werk-zorgbalans en vermindert de kans op overbelasting of psychische klachten.

Momenteel worden twee onderzoeken uitgevoerd op het terrein van cliëntondersteuning: een verkenning naar de toekomstige organisatie van cliëntondersteuning – waaronder GCO – en een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) naar onafhankelijke cliëntondersteuning. Deze rapportages worden medio 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden met een beleidsreactie.

Toegang en uitvoering ondersteuning voor mensen met een levenslange levensbrede ondersteuningsvraag
Het rapport ‘Langdurend en levensbreed’, bijgevoegd als bijlage, geeft inzicht in de knelpunten en succesfactoren bij de toegang en uitvoering van ondersteuning bij jeugdigen en volwassenen met een levenslange en levensbrede ondersteunings-behoefte. Het laat zien welke werkzame elementen rond toegang en passende ondersteuning van belang zijn voor mensen met een levenslange en levensbrede ondersteuningsbehoefte en hoe dit in de praktijk uitwerkt bij enkele gemeenten. Bijvoorbeeld op het gebied van een integraal plan, langdurig ondersteuning waar nodig, vaste contactpersoon, basishouding en snelle inzet van specifieke kennis en deskundigheid.

Ik herken de geschetste knelpunten uit het rapport en de onderdelen die van belang zijn voor deze diverse groep mensen. Het is mooi om te zien waar het al goed werkt in de praktijk en waar andere gemeenten van kunnen leren. Vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en de werkagenda van de Nationale strategie VN-verdrag Handicap ben ik aan de slag om de aanbevelingen op te volgen. Er worden sessies georganiseerd voor gemeenten om de bewustwording en handelingsperspectief te vergroten. Ook ben ik in gesprek met de werkorganisatie Kwaliteit en Blijvend Leren om te kijken op welke manier professionals ondersteund kunnen worden om de zorg en ondersteuning voor jeugdigen en volwassenen met een levenslange en levensbrede beperking te verbeteren.

Toekomstige beroepen en functies in de gehandicaptenzorg
Op 4 november 2024 heeft de BPSW, in samenwerking met VGN en het ministerie van VWS, een Invitational Conference georganiseerd voor toekomstige beroepen en functies in de gehandicaptenzorg. Naar aanleiding hiervan heeft de BPSW een notitie geschreven, opgenomen als bijlage, over toekomstige beroepen en functies in de gehandicaptenzorg, met focus op vakbekwaamheid. Het is goed dat de BPSW de handschoen heeft opgepakt voor het schrijven van deze notitie en oproept tot gezamenlijke actie in de gehandicaptenzorg. Zij bevelen aan om de vakbekwaamheid te bevorderen in tijden van personeelstekorten, bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe opleidingen en het werkveld de vakbekwaamheid van medewerkers vanuit verschillende instroomrichtingen kunnen versterken. De notitie wordt de komende periode besproken op de sectortafel Arbeidsmarkt en vakmanschap, waar zorgaanbieders en beroepsgroepen vertegenwoordigd zijn.

Monitor Toekomstbestendige zorg en ondersteuning
Het RIVM maakte in 2025 een plan van aanpak voor de monitoring en evaluatie van de Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking8. De eerste monitor van maart 2025 is bijgevoegd als bijlage. In het voorjaar van 2027 wordt de tweede monitor afgerond. In 2026 brengt het RIVM, door middel van kwalitatief onderzoek, de beweging naar toekomstbestendige zorg en ondersteuning in beeld.

Deze eerste monitor geeft volgens het RIVM nog geen volledig beeld van toekomstbestendige zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld omdat voor diverse indicatoren er sprake is van een eerste meting. Mensen met een beperking zijn als doelgroep, bijvoorbeeld ten opzichte van bijvoorbeeld ouderen, ondervertegenwoordigd in dataverzameling. Ik vind het een positieve ontwikkeling om deze data beschikbaar te hebben en daar de komende jaren op voort te bouwen.

Moties Westerveld c.s.
In de voortgangsrapportage van de Toekomstagenda in 20249 is toegezegd uw Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang van de moties van het lid Westerveld c.s.10, die zien op toezicht op misstanden en grensoverschrijdend gedrag in de gehandicaptenzorg. Eerder11 hebben mijn ambtsvoorgangers duiding gegeven aan de opvolging van de moties. De focus lag daarbij op:

  • De ontwikkeling van een transparantieregister dat inzicht geeft in pgb-gefinancierde wooninitiatieven (pgb = persoonsgebonden budget).

  • Pgb-eisen voor het inschakelen van een behandelaar bij zorg met intensieve begeleiding en onbegrepen gedrag.

  • Het vergroten van de bewustwording over dit onderwerp in de sector.

Daarnaast rapporteer ik over mijn inzet om het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op kleinschalige zorg te versterken.

Transparantieregister
Samen met de IGJ, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en het CIBG werk ik aan de ontwikkeling van een transparantieregister voor pgb-gefinancierde wooninitiatieven. Het is de bedoeling dat het register automatisch wordt samengesteld door gebruik te maken van de vragenlijsten van Meldplicht, Vergunningplicht en Openbare Jaarverantwoording. Hiervoor moeten deze vragenlijsten worden aangepast, zodat hieruit eenduidig kan worden afgeleid wanneer er bij een zorgaanbieder sprake is van een wooninitiatief. Deze informatie wordt verder aangevuld met gegevens van zorgkantoren.

Om dit alles te realiseren zijn zowel technische als juridische aanpassingen nodig. Met name het aanpassen van regelingen en het creëren van een vereiste grondslag voor gegevensuitwisseling kost tijd. Ik streef ernaar het register zo spoedig als mogelijk operationeel te hebben. Daarbij wordt verkend of het een optie is het register in fasen te vullen en beschikbaar te stellen, waarbij een steeds completer beeld ontstaat. Als blijkt dat dit mogelijk is, kan een eerste versie wellicht eind dit jaar beschikbaar zijn.

Inschakelen van een behandelaar bij pgb

In de voortgangsrapportage van de Toekomstagenda in 2025 heeft mijn ambtsvoorganger gerapporteerd dat het niet mogelijk is om bij een pgb eisen te stellen aan het inschakelen van een behandelaar, indien sprake is van zorg met intensieve begeleiding vanwege onbegrepen gedrag.

Destijds werd wel onderzocht hoe gewaarborgd kan worden dat er voor pgb-initiatieven specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten beschikbaar zijn. Ik merk op dat het waarborgen van de beschikbaarheid van specialisten ouderengeneeskunde en artsen voor verstandelijk gehandicapten voor pgb-initiatieven onverminderd mijn aandacht heeft. In de Kamerbrief over de voortgang van het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg ‘Samen voor kwaliteit van bestaan’12 van januari jl. is hier eveneens aandacht aan besteed. In de bijbehorende voortgangsrapportage van Vilans wordt toegelicht dat er intensief wordt gewerkt aan het versterken van de medisch generalistische zorg, ook voor kleinschalige instellingen. Vilans voert het project medisch generalistische zorg in de regio uit in opdracht van het ministerie van VWS.

Het vergroten van bewustwording
Bewustwording over grensoverschrijdend gedrag is essentieel om signalen te leren herkennen, zodat daarop effectief kan worden geacteerd, door bijvoorbeeld te melden of te handelen. Ter bevordering van bewustwording en deskundigheid zijn er binnen de sector verscheidene (kennis)producten en informatiebronnen beschikbaar. Concrete voorbeelden hiervan zijn onder andere een informatiepagina op Regelhulp13 en de Zelfscan voor zorgprofessionals van de IGJ14. De Regeringscommissaris Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld heeft een handreiking15 ontwikkeld om organisaties te ondersteunen na een melding van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Naast deze voorbeelden zijn er nog veel andere (kennis)producten beschikbaar. Ik concludeer dan ook dat het niet noodzakelijk is om een nieuw product te ontwikkelen. In plaats daarvan richt ik mij op het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de bestaande kennis. Ik ga hierover in gesprek met de sector om deze producten zo breed mogelijk te verspreiden.

IGJ
Met middelen uit de Toekomstagenda is de capaciteit van de IGJ de afgelopen jaren uitgebreid met zes fte. De Toekomstagenda loopt eind 2026 af. Ik ben met de IGJ in gesprek om na te gaan hoe we na afloop van de Toekomstagenda ervoor kunnen zorgen dat de IGJ voldoende aandacht kan blijven geven aan het toezicht in de gehandicaptenzorg. Daarbij is het onderwerp grensoverschrijdend gedrag een van de onderwerpen waarvoor blijvend aandacht nodig is.

Het is essentieel dat alle partijen er alles aan doen om te voorkomen dat mensen met een (verstandelijke) beperking te maken krijgen met ongewenst en grensoverschrijdend gedrag. In het licht van de moties zet ik in op de bovengenoemde acties. Ik vertrouw erop dat de partijen in het veld voldoende kennis en kunde tot hun beschikking hebben om dit onderwerp blijvend aandacht te geven. Ik beschouw de moties hiermee als afgedaan.

Slotwoord

Door gebruik te maken van alle kennis die er al is en die te verrijken, lukt het om op meer plekken in de gehandicaptenzorg anders te gaan werken en anders te organiseren. Ik heb bewondering voor zorgaanbieders en zorgprofessionals, die ondanks de uitdagingen op de arbeidsmarkt, en de veranderende context stappen blijven zetten richting toekomstbestendigheid. Het is geen gemakkelijke opgave en het kost veel tijd en energie om deze stappen te blijven zetten.

De uitdagingen op de arbeidsmarkt onderstrepen des te meer het belang om in gezamenlijkheid, met mensen met een beperking, hun naasten, zorgprofessionals, zorgaanbieders en systeempartijen te blijven werken aan houdbare en persoonsgerichte zorg voor mensen met een beperking.
De uitvoering van de Toekomstagenda gaat het laatste jaar in. In het voorjaar van 2027 ontvangt u de eindrapportage van de Toekomstagenda zorg en ondersteuning.

Voor de periode daarna blijft het kabinet zich onverminderd inzetten voor uitvoering van het VN-verdrag Handicap, zoals ook aangekondigd in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’. Ik ben daarnaast het gesprek gestart met cliëntorganisaties, beroepsorganisaties, ZN en VGN om te komen tot bestuurlijke afspraken over de opgaven voor de gehandicaptenzorg voor de komende jaren. Daarbij wil ik nadrukkelijk niet alleen kijken naar onderwerpen die in het hier en nu knelpunten veroorzaken, zoals de complexe zorg en de arbeidsmarkt, maar ook naar de opgaven op langere termijn. De resultaten en lessen van de Toekomstagenda zijn daarbij behulpzaam.

Hoogachtend,

de minister van Langdurige Zorg,

Jeugd en Sport,

Mirjam Sterk


  1. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leven-met-een-beperking/videoserie-over-zorg-voor-mensen-met-een-beperking↩︎

  2. Het percentage mensen met een beperking en professionals dat bekend is met cliëntondersteuning is gemeten met indicator CO1 en CO2 in de eerste RIVM Monitor Toekomstbestendige zorg en ondersteuning.↩︎

  3. Inzet door zorgaanbieders is gemeten in indicator ZT4 uit de eerste RIVM Monitor Toekomstbestendige zorg en ondersteuning.↩︎

  4. www.innovatieroute.nu↩︎

  5. https://www.lerenwerkenmetdata.nl/assets/uploads/Checklist-model-data-ondersteund-werken.pdf↩︎

  6. Home | Ontwikkelprogramma complexe zorg↩︎

  7. Kamerstukken II, 2024/2025, 24 170, nr. 360↩︎

  8. Kamerstukken II, 2023/2024, 24 170, nr. 354↩︎

  9. Kamerstukken II, 2023/2024, 24 170, nr. 310↩︎

  10. Kamerstukken II, 2023/2024, 24 170, nr. 304 en Kamerstukken II, 2022/2023, 34 843, nr. 82↩︎

  11. Kamerstukken II, 2024/2025, 24 170, nr. 354↩︎

  12. Kamerstukken II, 2025/2026, 29 389, nr. 162↩︎

  13. Seksualiteit en een beperking | Regelhulp↩︎

  14. Zelfscan voor zorgprofessionals: beschermen wij onze cliënten tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag? | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd↩︎

  15. Regeringscommissaris Hamer komt met handreiking voor organisaties om meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag op te pakken | RCGOG↩︎