Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het verslag van de IMF jaarvergadering G20 en CFMCA (Kamerstuk 26234-315) en de geannoteerde agenda voor de voorjaarsvergadering van het IMF (Kamerstuk 26234-317)
Vergaderingen Interim Committee en Development Committee
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D16363, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 11:02, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiƫn (PVV)
- Mede ondertekenaar: R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z06488:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiƫn
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-07 16:00 ā Behandeld. (Besluit)
- 2026-03-31 16:25 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-31 16:25: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-07 16:00: IMF (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Financiƫn
- 2026-04-09 10:00: Procedurevergadering Financiƫn (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiƫn
Preview document (š origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 | |
| 26 234 | Vergaderingen Interim Committee en Development Committee |
| Nr. | INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG |
Vastgesteld ⦠2026 |
|
De vaste commissie voor FinanciĆ«n heeft op 7 april 2026 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van FinanciĆ«n over de door de minister op 10 december 2025 toegezonden verslag van de IMF jaarvergadering G20 en CFMCA (Kamerstuk 26 234, nr. 315) en de op 30 maart 2026 toegezonden geannoteerde agenda voor de voorjaarsvergadering van het IMF (Kamerstuk 26 234, nr. 317).De minister van FinanciĆ«n heeft deze vragen beantwoord bij brief van ā¦...Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. |
|
De voorzitter van de commissie,Jansen |
|
De adjunct-griffier van de commissie,Van der Steur |
|
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties |
|
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), alsmede de inzet van Nederland bij de G20 en de Coalition of Finance Ministers for Climate Action. Deze leden ondersteunen de inzet om in turbulente geopolitieke periodes actief bij te dragen aan de internationale financiĆ«le architectuur, duurzame groei en klimaatactie. Ze hebben hierover enkele vragen. De leden van de D66-fractie constateren dat Nederland tijdens de CFMCA-bijeenkomst het co-voorzitterschap overdraagt aan KroatiĆ« en Oeganda. Deze bijeenkomst is een van de weinige multilaterale platforms waar ministers van FinanciĆ«n direct samenwerken aan klimaatambities. Deze leden hechten hieraan groot belang, zeker gezien het toenemende belang van, en druk op, het klimaatbeleid. Hoe zorgt de minister dat de huidige geopolitieke spanningen niet leiden tot verlies van ambitie of momentum binnen de CFMCA? Welke mogelijkheden ziet hij voor de EU om weerbaarder te worden tegen schommelende energieprijzen? De leden van de D66-fractie lezen dat ministers ervaringen uitwisselen over raakvlakken tussen klimaatactie, economische groei en concurrentievermogen. Kan de minister concretiseren welke resultaten hij beoogt te bereiken met betrekking tot groene investeringen en klimaatfinanciering voor kwetsbare landen? Kan de minister aangeven welke concrete stappen hij binnen de CFMCA gaat zetten om financiĆ«le prikkels voor fossiele brandstoffen af te bouwen en hoe deze zich verhouden tot de stappen die hij gaat zetten binnen de EU? De leden van de D66-fractie begrijpen dat klimaatverandering en fossiele afhankelijkheid structurele uitdagingen vormen voor macro-economische en financiĆ«le stabiliteit. Ze zijn enthousiast over de inzet op het behoud van klimaatsurveillance binnen het IMF, maar vragen zich af of dit voldoende is gezien de druk van onder andere de VS om vooral naar financiĆ«le stabiliteit te kijken. Hoe verhoudt de Nederlandse inzet om klimaatrisicoās binnen de IMF-surveillance te behouden zich tot de positie van de VS? De leden van de D66-fractie constateren dat de Caribische landen van het Koninkrijk (Aruba, CuraƧao en Sint-Maarten) bijzonder kwetsbaar zijn voor klimaatverandering. Op welke wijze wordt de specifieke klimaatagenda van het Caribisch deel van het Koninkrijk ingebracht tijdens de vergaderingen van het IMF en de CFMCA? Het IMF verstrekt momenteel tegelijkertijd grote programma's aan OekraĆÆne Ć©n ArgentiniĆ«. Beide landen vergen enorme financiĆ«le middelen van het Fonds. Heeft het IMF voldoende buffers om ook toekomstige crises op te vangen, zo vragen de leden van de D66-fractie. Wat doet Nederland om de kapitaalpositie van het fonds te versterken? De leden van de D66-fractie constateren dat artificiĆ«le intelligentie een prominente plek inneemt in de economische analyses van het IMF. Enerzijds stimuleert AI de groei, anderzijds waarschuwt IMF voor overwaardering van AI-aandelen en groeiende schuldenfinanciering van AI-investeringen. Hoe zorgt Nederland dat de EU-aanpak van AI-regulering en verantwoorde technologieontwikkeling op de agenda blijft? Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de voorjaarsvergadering van het IMF van 13 -18 april 2026 en hebben daarover de volgende vragen. De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over het wereldwijde begrotingslandschap. Het IMF zelf wijst op aanhoudend hoge tekorten bij grote economieĆ«n. Zo hebben de VS een tekort van circa 5 Ć 6 procent BBP en ook binnen Europa lopen de schulden op door aanzienlijke tekorten. Tegelijk staan overheden voor dringende extra uitgaven op het terrein van defensie, klimaat en vergrijzing. Deze leden delen de analyse van het IMF dat landen zich minstens moeten committeren aan consolidatie op de middellange termijn en willen graag van de minister weten hoe hij de ontstane realiteit met hoge begrotingstekorten van vele landen beoordeelt vanuit het perspectief van begrotingsdiscipline. Ook willen deze leden de minister vragen of hij ervan overtuigd is dat de leden van het IMF en van het IMFC werkelijk bereid zijn om begrotingsdiscipline serieus na te streven of dat het bij vrijblijvende verklaringen blijft? Daarnaast: welke consequenties kan het IMF aan lidstaten die, ondanks de aanbevelingen van het IMF structureel tekort schieten, opleggen en in hoeverre gebeurt dat dan ook? De leden van de VVD-fractie zien graag dat Nederland in Washington geen passieve rol vervult, maar juist een actieve, leidende rol op zich neemt in een kopgroep van gelijkgezinde landen, bij voorkeur met andere westerse middelgrote open economieĆ«n, om zodoende via het IMFC begrotingsdiscipline expliciet en stevig op de agenda van het IMF te zetten en te houden. In hoeverre ziet de minister daar mogelijkheden toe? De leden van de VVD-fractie zien dat energieprijzen oplopen door het conflict in het Midden-Oosten en de afsluiting van de Straat van Hormuz. Amerikaanse importheffingen verstoren mondiale handelsketens en drijven de kosten op. Tegelijk voeren grote economieĆ«n, met de VS aan kop, ruim begrotingsbeleid dat de vraagzijde van de economie kunstmatig aanjaagt. De combinatie van aanbodschokken Ć©n vraagstimulering is, volgens de leden van de VVD-fractie, een klassiek recept voor een inflatieschok en zij maken zich hier ernstig zorgen over. Het IMF heeft hier een belangrijke rol; als onafhankelijke instelling moet het zijn leden juist confronteren met financiĆ«le keuzes die de inflatie aanjagen. Hoe duidt de minister de effectiviteit van de IMF-adviezen op het terrein van financieel en monetair beleid om de inflatie te beteugelen? In hoeverre vindt het IMF in zijn aanbevelingen gehoor bij centrale banken en ministeries van FinanciĆ«n? Wat is de Nederlandse inzet om te zorgen dat de aanbevelingen van het IMF ook daadwerkelijk ter harte worden genomen door die centrale banken en ministeries van financiĆ«n? De leden van de VVD-fractie zien een toenemend risico op een combinatie van stagnerende groei en hoge inflatie; de zogenaamde stagflatie. De jaren zeventig hebben laten zien wat er gebeurt als overheden te lang wachten met reageren: een pijnlijke recessie die veel schade aanricht. De huidige cocktail van geopolitieke schokken, handelsverstoring, hoge schulden en expansief beleid vertoont zorgwekkende gelijkenissen met die periode. De leden van de VVD-fractie willen dat Nederland in het IMFC actief vraagt welke scenario's het IMF uitwerkt voor een stagflatoire omgeving en welke beleidsopties lidstaten dan ter beschikking staan. Is het IMF voldoende uitgerust om dit risico tijdig te signaleren? De Comprehensive Surveillance Review die op dit moment loopt biedt daarvoor een opening. De leden van de VVD-fractie vragen de minister ook om bij zijn collega's en bij de IMF-staf te polsen hoe groot zij het risico op stagflatie inschatten en of er consensus bestaat over de urgentie. Gezien de politieke druk op centrale bankiers in met name de VS om rentes eerder te verlagen, vinden deze leden het belangrijk dat het IMF publiekelijk de onafhankelijkheid van centrale banken verdedigt. Nederland zit de kiesgroep voor waar OekraĆÆne deel van uitmaakt. De leden van de VVD-fractie vinden dat dit de minister een verantwoordelijkheid geeft om de Russische agressieoorlog en de effecten daarvan op de Europese en mondiale financiĆ«le stabiliteit expliciet te benoemen in het IMFC. De leden van de VVD-fractie willen graag van de minister weten of hij die verantwoordelijkheid voelt en, zo ja, welke mogelijkheden hij ziet om via het IMF die effecten te laten onderzoeken en het IMF met aanbevelingen te laten komen. In hoeverre denkt de minister gehoor voor deze lijn bij andere kiesgroepen en IMFC-leden te vinden? De leden van de VVD-fractie constateren dat de 17e quotaherziening op de agenda staat. Opkomende economieĆ«n, zoals China, kunnen hierdoor meer stemrecht krijgen in het IMF ten koste van Europese en Nederlandse stemrechten. Met welke insteek benadert de minister dit agendapunt en is hij bereid op te brengen dat een groter aandeel voor China gepaard moet gaan met meer Chinese transparantie en conformiteit aan IMF-beleid? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor
de voorjaarsvergadering van het IMF 2026. Naar aanleiding hiervan hebben
ze nog enkele vragen. Ten aanzien van het nieuwe IMF-programma voor OekraĆÆne van 8,1 miljard dollar, vragen de leden van de PVV-fractie naar een overzicht van de voorwaarden waar OekraĆÆne aan moet voldoen. Waarom heeft OekraĆÆne de IMF-deadline van 31 maart 2026 gemist en over welke punten van het IMF-programma was er onenigheid?2 Kan de minister meer inzicht geven in de beschreven situatie? Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hechten grote waarde aan de rapporten van het IMF die geagendeerd staan voor de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (World Economic Outlook en Global Financial Stability report). Gegeven de geopolitieke spanningen en het effect van deze spanningen op de wereldeconomie, zijn deze rapporten van grote waarde om de economische impact verder te duiden. Juist nu is het van belang om te weten wat de inflatie en groeiverwachtingen zijn van het IMF. Omdat deze rapporten en cijfers op dit moment nog ontbreken, voelt het wat prematuur om nu een schriftelijk overleg te voeren. Wel willen zij alvast een aantal punten meegeven. De leden van de CDA-fractie vinden het goed dat in IMF-verband gekeken wordt naar de economische impact van de recente mondiale ontwikkelingen. Zij vragen zich af hoe de minister aankijkt tegen de recente geopolitieke ontwikkelingen en hoe dit een effect heeft op de wereldeconomie in het algemeen en Nederland specifiek. Hoe kijkt hij naar de huidige macro-economische uitgangspositie van Nederland als het gaat om inflatie, begrotingsruimte en groeiverwachtingen? Hoe verhoudt de Nederlandse macro economische uitgangspositie zich ten opzichte van andere landen in de wereld (bijv. VS, China, India) en lidstaten van de Europese Unie? En voorziet de minister dat structurele economische onevenwichtigheden tussen landen weer zullen opspelen in de komende periode? Hoe is de minister voornemens om hiermee om te gaan? De leden van de CDA-fractie vragen zich daarnaast af wat de inzet is van het kabinet met betrekking tot de Caribische delen van het koninkrijk. De geannoteerde agenda spreekt over ābijzondere aandacht voor de noden van Aruba, CuraƧao en Sint Maartenā, maar wat betekent dit concreet? De leden van de CDA-fractie vragen zich af wat de precieze inzet is van het kabinet met betrekking tot deze IMF-vergadering. Met welke uitkomst van het overleg is de minister tevreden, en waarom? Welke elementen moeten wat de minister betreft opgenomen worden in de slotverklaring? De leden van de CDA-fractie zien dat diverse landen reeds steunmaatregelen hebben genomen voor inwoners en ondernemers. De effectiviteit en de doelmatigheid van de genomen maatregelen is echter niet altijd evident. Wat deze leden betreft zouden lange termijn schuldhoudbaarheid en doelmatigheid van maatregelen daarom expliciet onderdeel moeten zijn bij de uitwerking van eventuele maatregelen. Steunmaatregelen moeten tijdelijk, gericht en toekomstbestendig zijn. Ook op mondiaal niveau. In hoeverre is financiĆ«le prudentie onderdeel van de discussies bij het IMF? En is de minister bereid om dit perspectief in zijn inbreng te benadrukken? De leden van de CDA-fractie observeren daarnaast dat er veel onduidelijkheid is over handelstarieven nu het Amerikaanse hooggerechtshof recent heeft aangekondigd dat de wederkerige importheffingen van de Amerikaanse regering niet rechtsgeldig zijn. Deze onduidelijkheid verhoogt de onzekerheid in mondiale economie. Hoe duidt de minister dit en wanneer kunnen we deze duiding ontvangen? De leden van de CDA-fractie vinden het goed om te lezen dat Nederland aandacht vraagt voor de verschillen in het pensioenstelsel bij de het verbeteren van het EBA-model. De Nederlandse situatie is namelijk anders dan andere Europese landen. Ook binnen de EU zien we dat dit onvoldoende gebeurt waardoor we onredelijke kapitaaleisen opgelegd krijgen met betrekking tot bijvoorbeeld onze hypotheken. Lopen we bij dit EBA-model vergelijkbare risicoās? Voorziet de minister aanvullende eisen die voor ons minder relevant zijn juist door ons pensioenstelsel? Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de mondiale bijeenkomst van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De leden benadrukken dat het IMF een cruciale rol speelt in het waarborgen van internationale financiĆ«le stabiliteit en monetaire samenwerking, zeker in een tijd van geopolitieke disruptie en handelsconflicten. Tegelijkertijd maken de leden zich zorgen over de effectiviteit van het fonds en de verschuiving naar een meer politiek gedreven agenda. De leden van de BBB-fractie constateren dat de implementatie van de 16e quotaherziening is vertraagd en dat de deadline is verschoven naar mei 2026, mede door politieke terughoudendheid in de Verenigde Staten. Deze leden willen weten wat het 'plan B' van Nederland en de EU is, indien de VS de kapitaalverhoging definitief blokkeren. Acht de minister het IMF in dat scenario nog wel voldoende slagvaardig om toekomstige grote crises op te vangen? Hoe beoordeelt de minister het voornemen om volgens de Diriyah Guiding Principles stemrecht te verleggen naar het 'opkomende oosten', waarbij met name China fors aan invloed zou winnen? De minister benoemt in zijn brief dat het Chinese handelsoverschot wordt gedreven door industriebeleid en lage consumptie, wat leidt tot mondiale onevenwichtigheden. De leden van de BBB-fractie merken op dat de EU en de VS inmiddels zelf ook bewegen naar een actiever industriebeleid. Hoe voorkomt de minister dat het IMF met twee maten meet in haar beoordelingen van lidstaten, wanneer zowel oosterse als westerse machten interveniĆ«ren in hun industrie? De leden van de BBB-fractie hebben vragen bij het Memorandum of Understanding voor de opschorting van de schuld van OekraĆÆne tot 2030. Wat is de huidige inschatting van de minister over de uiteindelijke terugbetaalcapaciteit van OekraĆÆne? Wordt hier feitelijk toegewerkt naar een volledige kwijtschelding? Zo ja, wat zijn de langetermijngevolgen hiervan voor de Nederlandse begroting? Hoeveel bedraagt de totale potentiĆ«le afschrijving op zowel IMF-leningen als EU-leningen aan OekraĆÆne indien het geleende geld niet wordt terugbetaald? De leden van de BBB-fractie zien met zorg een trend waarbij monetaire organisaties zich steeds vaker richten op een politieke agenda. In het statement van het voorzitterschap van de mondiale bijeenkomst van 2023 werd al gesproken over het mainstreamen van klimaat- en genderdoelen, waaronder genderdiversiteit in financial boards. Is de minister van mening dat een monetaire organisatie zich dient bezig te houden met dergelijke brede en maatschappelijk omstreden thema's? Hoe verhoudt het promoten van gelijkheidsquota en sociale inclusie zich tot het oorspronkelijke mandaat van het IMF? Wat is de positie van de minister ten aanzien van The Coalition of Finance Ministers for Climate Action? Vindt de minister het gepast dat een vanuit het IMF voortgekomen organisatie adviseert over de uitgifte van green bonds aan centrale banken, terwijl klimaatbeleid naar de mening van de BBB-fractie uitsluitend een nationale aangelegenheid hoort te zijn? |
|
II Reactie van de minister van Financiƫn |
|
[1] Telegraaf.nl, 7 april 2026, https://www.telegraaf.nl/politiek/rookgordijn-rond-navo-miljarden-waarom-doet-kabinet-geheimzinnig-over-mega-investering-in-vitale-infrastructuur/145207931.htmlā©ļø
[2] Kyivindependent.com, 7 april 2026, https://kyivindependent.com/ukraines-parliament-set-to-vote-on-tax-bills-as-imf-financing-stalls/ā©ļø