[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Schriftelijke beantwoording openstaande vragen gesteld tijdens het commissiedebat Humanitaire Hulp op 1 april 2026

Brief regering

Nummer: 2026D16528, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 15:48, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z07371:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Geachte voorzitter,

Tijdens de eerste termijn van het commissiedebat Humanitaire Hulp van 1 april jl. zijn, gelet op de beschikbare spreektijd, niet alle vragen van de leden beantwoord. In deze brief treft u de schriftelijke beantwoording aan van deze vragen. De beantwoording volgt de thematische indeling die in het debat is gehanteerd.

De minister van Buitenlandse Handel

en Ontwikkelingssamenwerking,

S.W. Sjoerdsma

Resterende vragen over de situatie in Gaza en medische evacuaties

Vraag van het lid Maes (VVD)

Financiƫle middelen mogen niet bij Hamas terecht komen of voor verkeerde doeleinden gebruikt worden. Kan de minister toelichten op welke wijze hij organisaties gaat screenen die in Gaza met Nederlands geld gefinancierd gaat worden?

Antwoord

Publieke middelen mogen onder geen enkel beding aangewend worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen, zoals Hamas.

Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingssamenwerking voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden, waaruit bleek dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties, op orde zijn.

Er is geen informatie voorhanden, noch verifieerbaar bewijs, dat Nederlands geld terechtkomt bij Hamas. Het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met goede interne processen om misstanden te detecteren en op te volgen, ook in moeilijke contexten als Gaza, waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. In geval van geconstateerde malversaties wordt uw Kamer via de afgesproken procedures geĆÆnformeerd.

Vragen van de leden Teunissen (PvdD), Van Ark (CDA), Van Baarle (DENK)

Hoeveel rode lijnen moeten nog worden overschreden voordat Nederland daadwerkelijk actie onderneemt? Is de minister bereid het associatieverdrag tussen de EU en Israƫl te herzien of op te schorten, en welke stappen zet Nederland om dit mogelijk te maken?

Welke concrete vervolgstappen liggen op tafel indien IsraĆ«l de toegang voor hulporganisaties verder beperkt en ngo’s blijft weren uit Gaza?

Hoe zet de minister extra druk op Israƫl om ervoor te zorgen dat Gaza volledig wordt opengesteld voor humanitaire hulp?

Antwoord

Het kabinet maakt zich zorgen over de situatie in Gaza en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Het werk van internationale ngo’s wordt al geruime tijd belemmerd. Dat geldt ook voor het essentiĆ«le werk van Nederlandse hulporganisaties. Ook de registratieplicht bemoeilijkt hun inzet aanzienlijk. Nederland staat onvoorwaardelijk achter het werk van deze organisaties, en het kabinet staat nauw met hen in contact om de ontwikkelingen te volgen. Het kabinet roept IsraĆ«l op de herregistratieplicht terug te draaien.

Het kabinet verzoekt IsraĆ«l om de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang te verschaffen. Zo heeft de minister-president in het gesprek met de IsraĆ«lische president op 1 april jl. benadrukt dat de humanitaire situatie in Gaza moet verbeteren en dat alle grensovergangen open moeten voor humanitaire hulp. Daarnaast heeft hij zijn zorgen geuit over de ontwikkelingen op de Westelijke Jordaanoever en het oplopende en onacceptabele kolonistengeweld. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de herregistratie wetgeving onlangs aangekaart bij de IsraĆ«lische minister van Buitenlandse Zaken Sa’ar. Nederland benadrukte tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari jl. dat de gevolgen van het IsraĆ«lische handelen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, waaronder de herregistratieplicht voor internationale ngo’s, aanleiding kunnen geven om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en IsraĆ«l opnieuw te agenderen.

Vraag van het lid Van Baarle (DENK)

Wanneer is de minister bereid de Kamer te informeren over de bijdrage die dit kabinet zal leveren aan de wederopbouw van Gaza?

Antwoord

Nederland wil een constructieve rol spelen bij de wederopbouw van Gaza. Nederland draagt reeds met een bijdrage van 20 miljoen euro via UNICEF bij aan herstel van kritieke waterinfrastructuur. Daarnaast zet Nederland via United Nations Capital Development Fund 10 miljoen euro in op garanties voor de private sector om herstel van de economie in de Palestijnse Gebieden te ondersteunen. Het kabinet zal kijken hoe Nederland op de meest effectieve manier verder kan bijdragen zodra de situatie dit toelaat. Op dit moment moeten we concluderen dat de prioriteit in Gaza nog altijd ligt bij het lenigen van de urgente humanitaire noden.

Vraag van het lid Maes (VVD)

Kan de minister toelichten op welke wijze de Nederlandse noodhulp wordt ingezet om de lokale opvang en zorg te versterken?

Antwoord

Nederland zorgt ervoor dat partnerorganisaties kunnen inspelen op veranderende noden. Met flexibel inzetbare financiering ondersteunt Nederland verschillende hulporganisaties, zoals de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s, die actief zijn wereldwijd, waaronder in Gaza en andere landen in de regio. Met deze bijdragen zijn zij wendbaar waardoor zij direct kunnen inspelen op de snel veranderende noden. Daarnaast zet Nederland zich onder andere met het PROSPECTS-partnerschap in Egypte, Irak, JordaniĆ« en Libanon in voor verbetering van de situatie van gedwongen ontheemden (zoals vluchtelingen) en hun gastgemeenschappen. Nederland is op dit moment de enige donor van dit programma, met een totale meerjarige bijdrage voor 2024-2027 voor het programma in die vier landen van 357 miljoen euro.

Vragen van de leden Krƶger (GL-PvdA), Dobbe (SP), Teunissen (PvdD), Van Ark (CDA) en Van Baarle (DENK)

Wat bedoelt de minister met "welwillend kijken" naar medische evacuaties van Palestijnse kinderen en welke daadwerkelijke stappen gaat hij zetten om kinderen vanuit de regio naar Nederland te halen voor medische behandeling?

Welke concrete belemmeringen zijn er voor medische evacuaties? En hoe verhoudt zich dit tot berichten van de EU en UN OCHA dat de Rafah-overgang open is?

Kan de minister toezeggen dat kinderen op de wachtlijst, waaronder kankerpatiƫnten, snel behandeld worden, en is hij bereid in gesprek te gaan met maatschappelijke organisaties over opvang en financiering van kinderen die specialistische zorg nodig hebben?

Antwoord

Het kabinet hoort, begrijpt en deelt de bezorgdheid van de Kamer over het leed van de mensen in Gaza, specifiek over de 18.500 mensen met een specialistische zorgbehoefte die op de wachtlijst van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) staan om geƫvacueerd te worden. Grensbelemmeringen vormen op dit moment een grote uitdaging voor medische evacuaties, aldus de WHO. Het kabinet is het met de Kamer eens dat het van groot belang is dat deze grensbelemmeringen worden opgeheven zodat er weer onbelemmerd medische evacuaties mogelijk zijn.

Momenteel is de Rafah-grensovergang slechts beperkt open voor personenverkeer, waarbij het sporadisch om medische evacuaties gaat. Voor medische evacuaties uit Gaza naar Europese landen wordt er door de lidstaten, waaronder Nederland, gebruik gemaakt van de diensten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Uniemechanisme voor Civiele Bescherming (UCPM) van de EU. Sinds de start van het huidige gewapende conflict in het Midden-Oosten zijn medische evacuaties vanuit Gaza naar Europese landen tot nader order opgeschort. Daardoor kunnen er op dit moment noch naar Nederland, noch naar andere Europese landen medische evacuaties vanuit Gaza plaatsvinden. Bovendien zijn medische evacuaties uit Gaza naar de regio, via de Rafah-grensovergang, eveneens tot nader order opgeschort wegens een veiligheidsincident, waarbij een medewerker van een door de WHO gecontracteerde partij is overleden.

Het kabinet dringt er bij Israƫl op aan dat veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang gefaciliteerd moet worden, zoals ook door het kabinet is benadrukt tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart jl. Dat geldt ook voor de mogelijkheid om medische evacuaties vanuit Gaza naar landen in de regio te laten plaatsvinden. Het kabinet zet deze gesprekken voort en zal met gelijkgezinde landen onderzoeken hoe er samen opgetrokken kan worden om deze oproep kracht bij te zetten.

De medische capaciteit in Gaza en de regio blijft onvoldoende om aan alle specialistische zorgbehoeften van 18.500 mensen op de wachtlijst te voldoen. Het kabinet is doorlopend in gesprek met hulporganisaties ter plaatse zoals de WHO en Artsen zonder Grenzen om zich te laten informeren. Zoals ook in de Kamerbrief inzake medische evacuaties uit Gaza naar Nederland d.d. 31 maart 2026 is uiteengezet, zal het kabinet de komende tijd benutten om te bezien in hoeverre het stappen kan nemen om de medische capaciteit in Gaza en de regio versterken, en onderzoekt welwillend, zoals ook in de breed aangenomen motie Dobbe is verwoord, onder welke voorwaarden een evacuatie naar Nederland mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij neemt het kabinet verschillende mogelijkheden in overweging en wordt er tevens gekeken naar wat de eventuele rol van maatschappelijke organisaties kan zijn.

Het kabinet weegt de medische evacuaties in een breder perspectief. Het gaat hier om kwetsbare patiƫnten en begeleiders die niet alleen specialistische zorg nodig hebben, maar ook langdurige (mentale) begeleiding, opvang en scholing. Met deze ondersteuning zijn structurele verplichtingen met financiƫle consequenties gemoeid. Bij besluitvorming over evacuatie is realisme op zijn plaats: deze groep kan van het recht gebruik maken asiel aan te vragen vanwege de onmogelijkheid om op dit moment terug te keren naar Gaza. Een deel van de gezinnen heeft inmiddels een asielaanvraag ingediend. Er zal langjarig voorzien moeten worden in medische zorg, opvang, huisvesting bij gemeenten, voorzieningen en benodigde financiering. Hierdoor kan een incidentele humanitaire maatregel feitelijk uitgroeien tot een langdurige verplichting. Het evacueren van patiƫnten moet derhalve zorgvuldig worden uitgevoerd, waarbij ook zorgzaamheid richting kwetsbare patiƫnten en hun begeleiders een belangrijk uitgangspunt is.

Vragen over de situatie in Soedan en Zuid-Soedan

Vraag van het lid Dobbe (SP)

Wat is de reactie van het kabinet op het recente rapport over systematisch seksueel geweld in Darfur?

Antwoord
Het op 31 maart 2026 gepubliceerde rapport van Artsen zonder Grenzen (AzG) "There is something I want to tell you" geeft een zorgwekkende analyse van het systematische seksuele geweld in Soedan. Seksueel en gender-gerelateerd geweld is een groot probleem in Soedan. Het kabinet wil deze afschuwelijke vorm van geweld tegengaan. Via humanitaire programma’s helpt Nederland om hulp te bieden aan mensen die door seksueel en gender-gerelateerd geweld zijn getroffen, zoals met de partners van de Dutch Relief Alliance.

Het kabinet zal inzetten op het versterken van bewijsvergaring en accountability. Nederland steunt organisaties op het gebied van monitoring en documentatie van mensenrechtenschendingen en van schendingen van het humanitair oorlogsrecht, waaronder seksueel geweld. Zo heeft Nederland een financiƫle bijdrage geleverd aan het VN-mensenrechtenkantoor (OHCHR) in Soedan. Daarnaast heeft Nederland in de afgelopen jaren een extra vrijwillige bijdrage van 6 miljoen euro aan het Internationaal Strafhof (ICC) gedaan ter versterking van de algemene onderzoekscapaciteit van het Hof. Er lopen sinds 2005 diverse onderzoeken en strafzaken over de situatie in Darfur bij het Internationaal Strafhof.

Vraag van het lid Maes (VVD)

Hoe zet Nederland zich in voor betere toegang voor hulporganisaties in Soedan, bijvoorbeeld in een gebied zoals El Fasher?

Antwoord

Het kabinet zet zich binnen multilaterale fora, waaronder de VN, in om druk te houden op de strijdende partijen en de facto autoriteiten om humanitaire toegang mogelijk te maken. Nederland steunt daarbij het kantoor van de VN-gezant voor Soedan en staat in nauw contact met de Humanitaire Coƶrdinator van de VN in Soedan. Ook binnen de EU vraagt Nederland aandacht voor de humanitaire toegangssituatie in Soedan, en droeg het bij aan de aanneming van EU-Raadsconclusies over Soedan in oktober 2025. In deze Raadsconclusies wordt onder andere aandacht gevraagd voor humanitaire toegang en de bescherming van burgers. De minister van Buitenlandse Zaken en ikzelf spraken met verschillende partners over mogelijkheden om humanitaire toegang te ondersteunen, zoals met de EU Speciaal Vertegenwoordiger voor de Hoorn van Afrika en de Emergency Relief Coordinator van de VN.

Recent, op 26 maart, heeft Nederland in Brussel nog met vrijwel alle EU-lidstaten, het VK, de VS en met vrijwel alle landen uit de regio, inclusief de Golfstaten, gesproken over de situatie in Soedan. Nederland benadrukte het belang van het humanitair oorlogsrecht en dat naleving hiervan cruciaal is, óók in een scenario waarin een staakt-het-vuren uitblijft. In Brussel werden tevens de mogelijkheden besproken voor een versterkte, gezamenlijke diplomatieke inzet. Dit is voor Nederland belangrijk, temeer in het kader van de Soedanconferentie die op 15 april a.s. zal plaatsvinden in Berlijn. Diplomatieke druk is cruciaal, en heeft er bijvoorbeeld mede toe geleid dat de grensovergang bij Adre (Tsjaad) ook de komende maanden openblijft om humanitaire hulp naar Darfur te krijgen.

Nederland zet zich tot slot onverminderd in voor uitbreiding van EU-sancties tegen entiteiten en individuen met betrokkenheid bij het gewapend conflict en grove mensenrechtenschendingen.

Vraag van het lid Bamenga (D66)

Hoe prioriteert Nederland Soedan binnen het extra budget? Is er ruimte om meer te doen?

Antwoord

Nederland draagt financieel bij aan de humanitaire respons in Soedan via bijdragen aan de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en de Dutch Relief Alliance. Bovendien steunt Nederland het VN-landenspecifieke fonds in 2026 met een voorziene bijdrage van 16 miljoen euro. Dat is, naast de Nederlandse bijdrage aan het landenfonds voor de Palestijnse Gebieden, de hoogste bijdrage van Nederland aan een humanitair landenfonds van de VN. Ook in de buurlanden van Soedan, Zuid-Soedan, Ethiopiƫ en Tsjaad, steunt Nederland de specifieke landenfondsen.

Met de Nederlandse bijdragen, inclusief de bijdragen aan de VN, konden onder meer de kleine gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms worden ondersteund die cruciale hulp konden geven, bijvoorbeeld via gaarkeukens, in moeilijk bereikbare gebieden zoals Darfur en Kordofan.

Nederland is in 2026 met 48 miljoen euro weer een belangrijke donor van het Central Emergency Response Fund (CERF) van de VN, wat veel bijdraagt aan Soedan. In 2025 was dat totaal 47 miljoen dollar. Vanwege de ernst van de situatie heeft de Dutch Relief Alliance projecten in Soedan geĆÆntensiveerd met 3 miljoen euro, naar een totaal van meer dan 8,5 miljoen euro in 2026.

Vraag van het lid Van Baarle (DENK)

Is de minister bereid te pleiten voor het stopzetten van de onderhandelingen over het EU-handelsakkoord met de Verenigde Arabische Emiraten vanwege de steun van de VAE aan de RSF?

Antwoord

De EU en lidstaten blijven eensgezind over de ernst van de situatie in Soedan en blijven samenwerken met het samenwerkingsverband van de VS, Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabiƫ en Egypte (de Quad), de Afrikaanse Unie, en andere internationale partners om het conflict en het humanitaire leed in het land te beƫindigen.

Op 28 mei 2025 zijn de onderhandelingen over een mogelijk handelsverdrag (FTA) tussen de EU en de VAE gestart. De onderhandelingen richten zich op het opheffen van beperkingen op de handel in goederen, diensten en investeringen, evenals samenwerking in strategische sectoren zoals hernieuwbare energie, groene waterstof en kritieke grondstoffen. Conform het betreffende BNC-fiche heeft het kabinet een positieve grondhouding ten aanzien van EU-handelsakkoorden, waarbij het uitgangspunt blijft dat ieder akkoord op de eigen merites wordt beoordeeld. Juist nu het wereldwijde handelssysteem onder druk staat, is het belangrijk dat we afspraken blijven maken met internationale partners over moderne en duurzame handelsbetrekkingen, en ons inzetten voor een open en op regels gebaseerd handelssysteem.

In het mandaat voor de onderhandelingen met de VAE wordt verwezen naar de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de EU, waaronder de naleving van het internationaal recht door derde landen. De Raad heeft met dit onderhandelingsmandaat ingestemd. Het is nu aan de Commissie om op basis hiervan tot een onderhandelingsresultaat te komen met de VAE. Het kabinet zal daarover een positie innemen op het moment dat een eventueel onderhandelingsresultaat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de Raad.

Vraag van het lid Ceder (CU)

Hoe zorgt het kabinet voor maximale druk op de RSF en de landen die deze partij steunen om het geweld in Soedan te stoppen?

Antwoord

Het kabinet veroordeelt het aanhoudende geweld en de ernstige mensenrechtenschendingen door RSF en gelieerde milities. Nederland zet in multilateraal, Europees en VN-verband druk op alle betrokken partijen bij het conflict, en speelt binnen de EU een aanjagende rol als het gaat om de diplomatieke en humanitaire inzet van de Europese Unie in Soedan. Zo steunen we de diplomatieke inspanningen van de EU Speciaal Vertegenwoordiger voor de Hoorn van Afrika, en blijft Nederland zich in de komende periode inzetten voor verdere uitbreiding van gerichte sancties en andere maatregelen. Wegens de vertrouwelijke aard hiervan kan er echter niet worden ingegaan op de status van individuele sancties.

Daarnaast blijft Nederland pleiten voor versterking van accountabilitymechanismen om verantwoordelijken voor het geweld en mensenrechtenschendingen ter verantwoording te roepen.

Vraag van het lid Krƶger (GL-PvdA)

Wie neemt deel aan de Ministeriele Conferentie over Soedan van 15 april? Welke financiƫle bijdrage zal Nederland leveren aan deze conferentie?

Antwoord

De conferentie over Soedan in Berlijn op 15 april a.s., precies drie jaar na het uitbreken van de oorlog in Soedan, bestaat uit drie onderdelen: een politiek, een humanitair en een civiel segment. Tijdens de middagsessie ligt de nadruk op humanitaire financiering en de naleving van het humanitair oorlogsrecht. Nederland zal hierbij op hoog ambtelijk niveau worden vertegenwoordigd.

Nederland zal onder meer ingaan op het belang van de veiligheid en bescherming van hulpverleners en de essentiƫle rol van lokale organisaties, waaronder gemeenschapsorganisaties, zoals de Emergency Response Rooms, benadrukken.

Ook zal Nederland daar ten minste de geplande specifieke bijdrage van 16 miljoen euro aan het VN humanitaire fonds voor Soedan, beheerd door OCHA voor 2026 aankondigen.

Vragen van de leden Stoffer (SGP) en het lid Dobbe (SP)

Kan de minister inhoudelijk toelichten waarom hij niet terugkomt op het besluit om de ambassade in Zuid-Soedan te sluiten, gezien de verantwoordelijkheid van Nederland voor fragiele staten?

Welk signaal geeft Nederland af met het besluit om de ambassade in Zuid-Soedan te sluiten?

Welke ruimte is er om de ambassade in Zuid-Soedan open te houden?

Wat is er nodig om de ambassade in Zuid-Soedan open te houden?

Antwoord

Op de besluitvorming over het postennet wil ik niet vooruitlopen. Op welke wijze de voorgenomen investeringen in het coalitieakkoord van het kabinet Jetten zijn beslag krijgt, zal het kabinet u informeren zodra daar keuzes over gemaakt zijn. De taakstelling van ruim 70 miljoen euro van het vorig kabinet op het postennet noodzaakt overigens nog steeds ingrijpende keuzes in het postennet.

Vragen over overige onderwerpen

Vraag van het lid Bamenga (D66)

Hoe is de minister van plan om de financiƫle meevaller uit de voorjaarsnota concreet in te zetten? Wordt deze meevaller ingezet voor acute crises of voor structurele versterking van de humanitaire capaciteit?

Antwoord

Zoals reeds aangekondigd in de Voorjaarsnota 2026 is het kabinet voornemens om de vrijgevallen middelen als gevolg van een lagere asieltoerekening in te zetten voor veiligheid en stabiliteit (cumulatief 44 miljoen euro), economische ontwikkeling en handel (cumulatief ca. 42 miljoen euro), humanitaire noodhulp (30 miljoen euro) en de budgetten voor mondiale gezondheid en vrouwenrechten (21 miljoen euro).

Daarnaast zal deze ten goede komen aan humanitaire VN-organisaties en -fondsen, de Rode Kruis beweging, inclusief het Nederlandse Rode Kruis, en de Dutch Relief Alliance (DRA). Die kunnen zij inzetten waar en wanneer de nood het hoogst is.

Vraag van het lid Ceder (CU)

Is de minister bereid om de middelen voor humanitaire hulp, boven op de 30 miljoen euro uit de voorjaarsnota, verder te verhogen?

Antwoord

Het kabinet hecht veel waarde aan de inzet op humanitaire hulp. Daarom heeft het ervoor gekozen om in de Voorjaarsnota extra middelen in te zetten. Een verdere verhoging van deze inzet gaat ten koste van andere thema’s op de BHOS-begroting. Daar kiest dit kabinet niet voor. Over de invulling van de intensiveringen uit het Coalitieakkoord wordt u op een later moment geĆÆnformeerd.

Vraag van het lid Maes (VVD)

Welke concrete strategische plannen liggen klaar om de OekraĆÆense energievoorziening voor de winter van 2026/27 gereed te maken, en op welke wijze wordt de expertise van de Nederlandse private sector ingezet om de structurele weerbaarheid van het land te vergroten?

Antwoord

De Nederlandse energiesteun is gericht op urgent herstel en reparaties van energiefaciliteiten, financiering van gasaankopen en het weerbaar maken van het OekraĆÆense energiesysteem. Dit gebeurt via verschillende kanalen, zoals de Wereldbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), het Europese noodfonds (UESF) en door middel van in-kind bijdragen.

Tijdens de ā€˜Lviv-conferentie’ op 30-31 maart jl. in Breda is afgesproken om samen met Nederlandse en OekraĆÆense bedrijven de in-kind leveringen te versnellen. Het gaat hier om materiaal zoals niet meer in gebruik zijnde gasinstallaties, generatoren en transformatoren. Verder neemt Nederland actief deel aan G7+ Energy Coordination Group die gericht is het versterken van de weerbaarheid van het OekraĆÆense energiesysteem.

Vraag van het lid Van Baarle (DENK)

Kan er worden uitgegaan van een netto toename van het beschikbare budget voor noodhulp in de komende jaren onder deze minister, of blijft dit beperkt door onder andere de toerekeningen aan asiel, OekraĆÆne en de bestaande bezuinigingen?

Antwoord

Het budget voor humanitaire hulp komt als gevolg van bijstellingen door het jaar heen de laatste jaren tussen 450 – 500 miljoen euro uit. Als gevolg van eerdere bezuinigingen van het kabinet Schoof is het budget in 2027 minder. Het huidige kabinet kiest ervoor om het budget voor humanitaire hulp in 2026 te verhogen door het inzetten van vrijgekomen middelen door een lager dan verwachte asieltoerekening. Het verhogen van het budget voor humanitaire hulp om ook in 2027 een netto toename te bewerkstelligen zou ten koste gaan van andere ontwikkelingssamenwerking thema’s.

In EUR mln., stand Voorjaarsnota 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Budget humanitaire hulp (art. 4.1) 506 444 454 494 486 485

Vraag van het lid Krƶger (GL-PvdA)

Waarom negeert het kabinet de aangenomen motie van D66 en CDA om de steun voor OekraĆÆne niet uit het budget voor humanitaire hulp te halen?

Antwoord

In het Coalitieakkoord is de militaire en niet-militaire steun voortgezet met jaarlijks 3,4 miljard euro in 2027 tot en met 2029 (militaire en niet-militaire steun bij elkaar opgeteld). Conform het Coalitieakkoord wordt een deel van de aanvullende middelen voor OekraĆÆne-steun ten laste gebracht van het reguliere budget van Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). In 2027 betreft dit 419 miljoen euro voor BHOS. Deze 419 miljoen euro wordt gedekt uit het verdeelartikel 5.4 op de BHOS-begroting. Daar komt ook budget beschikbaar door een lagere asieltoerekening in 2026. De inzet gaat dus niet ten koste van de middelen voor humanitaire hulp. Dit kabinet verhoogt juist de inzet op humanitaire hulp met vrijgekomen middelen door de lagere asieltoerekening.

Vraag van het lid Dobbe (SP)

Hoe kijkt de minister aan tegen de aanbeveling om in VN-verband te pleiten voor een VN-special rapporteur of een speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor humanitaire ruimte?

Antwoord

Het kabinet wil binnen het multilaterale systeem allereerst beter gebruik maken van bestaande gezanten, functionarissen, rapporteurs en mechanismen en deze versterken, voordat nieuwe mandaten worden gecreƫerd. Dit is extra belangrijk gelet op de huidige financiƫle druk op het VN-systeem.

Zo bestaan bijvoorbeeld verschillende onafhankelijke mandaathouders die onderzoek kunnen doen naar aanvallen op humanitaire hulpverleners, waaronder de Speciale Rapporteurs die zich richten op landensituaties en thema’s. Daarnaast maken binnen het VN-systeem ook OCHA en Speciaal Gezanten van de Secretaris-Generaal zich in specifieke conflicten sterk voor humanitaire toegang en ruimte.

In de kabinetsreactie op het AIV CAVV advies dat uw Kamer is toegestuurd op 31 maart jl.1 is een aantal maatregelen benoemd waarmee het kabinet dit geheel verder wil versterken.

Vraag van het lid Van Baarle (DENK)

Welke aandacht heeft de minister voor de positie van de Rohingya in Myanmar en in vluchtelingenkampen daarbuiten?

Antwoord

Het kabinet deelt de zorgen over de positie van de Rohingya in Myanmar en in vluchtelingkampen daarbuiten. Nederland ondersteunt humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpverlening aan de Rohingya, zoals UNICEF, UNHCR, WFP en ICRC, met flexibele financiering. Mede dankzij deze financiering wordt er hulp in de vorm van schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen, onderdak en voedsel aan hulpbehoevende Rohingya geleverd.

Vragen van het lid Van Baarle (DENK)

Hoe kijkt de minister naar de constatering dat er wereldwijd onvoldoende budget beschikbaar is voor humanitaire hulp, met mogelijke gevolgen zoals een toename van sterfte onder kinderen, en welke inspanningen levert de minister om ervoor te zorgen dat er zowel nationaal als internationaal meer budget beschikbaar komt?

Antwoord

Het kabinet blijft stevig inzetten op humanitaire hulp en prioriteert hulp daar waar dit het meest nodig is door flexibele financiering te geven aan onze partners. De Nederlandse inzet houdt daarmee dus rekening met effecten van de wereldwijde bezuinigingen op humanitaire hulp.

Duidelijk is dat Nederland en de EU het gat tussen beschikbare humanitaire middelen en de noden niet kunnen dichten. De humanitaire sector neemt zelf het voortouw om met de wereldwijde veranderingen om te gaan. Het redden van levens blijft daarbij de eerste prioriteit. Nederland ondersteunt dit proces.

Het kabinet heeft bij de Voorjaarsnota 30 miljoen euro aanvullend vrijgemaakt voor humanitaire hulp, waardoor het budget voor 2026 op 506 miljoen euro komt. Dit is exclusief de humanitaire steun aan OekraĆÆne. De landenspecifieke humanitaire bijdrage aan OekraĆÆne is 19 miljoen euro uit algemene middelen. Nederland pleit er bij zowel de EU als de lidstaten voor om voldoende humanitaire financiering beschikbaar te stellen.

Vraag van het lid Stoffer (SGP)

Wat doet het kabinet voor de mensen die getroffen zijn door de humanitaire crisis in Oost-Congo?

Antwoord

Sinds het hernieuwd oplaaien van het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) zijn de humanitaire noden drastisch toegenomen waardoor op dit moment 15 miljoen mensen een vorm van humanitaire hulp nodig hebben. Nederland ondersteunt de bevolking via flexibele financiering aan humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpverlening in DRC, zoals de Dutch Relief Alliance, het Nederlandse Rode Kruis, UNICEF, UNHCR, WFP en ICRC.

Daarnaast steunt Nederland het VN humanitaire fonds voor de DRC, beheerd door OCHA, met 8 miljoen euro. Ook het noodhulpfonds van het Rode Kruis (IFRC) heeft in het afgelopen half jaar twee bijdrages gedaan, van totaal omgerekend bijna 1,1 miljoen euro, voor de bestrijding van cholera en overstromingen in de DRC. De Dutch Relief Alliance zet in 2026 8,6 miljoen euro in voor Congo, voor onder meer bescherming, mentale gezondheid, voedsel, water en hygiƫne.

Vragen van het lid Bamenga (D66)

Oost-Congo is een structurele crisis met enorme humanitaire gevolgen. Hoe borgt Nederland langdurige betrokkenheid in plaats van ad-hoc hulp, en wordt er daarnaast ook ingezet op conflictpreventie? Ook gaf Nederland aan te willen pleiten voor een grotere Europese rol in het vredesproces; hoe staat het hiermee?

Antwoord

Het kabinet deelt de zorgen over de ernstige veiligheidssituatie in Oost-Congo en de grote humanitaire gevolgen daarvan. Over de Nederlandse inzet op ontwikkelingssamenwerking in het Grote Merengebied is uw Kamer geĆÆnformeerd in de Kamerbrief van 29 september 2025 over de opvolging van de Afrika strategie.

Naast substantiƫle financiƫle en operationele steun (zie antwoord op de voorgaande vraag) om de directe noden van ontheemden en kwetsbare groepen te verlichten, levert Nederland een bijdrage aan conflictpreventie. Dit gebeurt in samenwerking met verschillende partners die werken aan conflictbemiddeling en de bescherming van burgers.

Ook blijft Nederland via de EU en de Verenigde Naties aandringen op politieke oplossingen en betere coƶrdinatie van internationale interventies in de regio. In EU-verband wordt hierbij ook een belangrijke rol toegekend aan de Afrikaanse Unie, die zo nodig door de Europese Commissie kan worden ondersteund.

Vraag van het lid Stoffer (SGP)

Wat doet het kabinet om de humanitaire situatie in de Sahel te verlichten?

Antwoord

De humanitaire situatie in de Sahel is zorgelijk en vraagt om humanitaire steun aan de bevolking in de landen. Nederland ondersteunt humanitaire partners die betrokken zijn bij de hulpverlening in de Sahel regio, zoals VN-organisaties, het Nederlandse Rode Kruis en ICRC, met flexibele financiering. Het Nederlandse Rode Kruis werkt bijvoorbeeld met haar Malinese zusterorganisatie om mensen in noodhulp te bieden.

Ook steunt Nederland het humanitaire landenfonds in Tsjaad met 5 miljoen euro.

Daarnaast is Nederland een belangrijke donor van het VN-noodhulpfonds Central Emergency Response Fund (CERF), dat in 2025 58 miljoen euro beschikbaar stelde voor onder andere voedsel, onderdak en gezondheidszorg in Burkina Faso, Mali, Niger, Nigeria en Tsjaad.

Vraag van het lid Stoffer (SGP)

Kan de minister in de toekomstige bijdragen aan de Dutch Relief Alliance rekening houden met de inflatiestijging?

Antwoord

Het kabinet is zich bewust dat het strategisch partnerschap met de Dutch Relief Alliance (DRA) dit jaar afloopt en hecht groot belang aan de samenwerking met het Nederlands maatschappelijk middenveld.

De budgetten voor de humanitaire partners waar Nederland mee samenwerkt worden in de komende jaren op peil gehouden. Dit geldt ook voor de bijdragen aan de DRA.

Vraag van het lid Stoffer (SGP)

Staat het kabinet op het standpunt dat inzet van verkenningsdrones en vliegtuigen uitsluitend mogelijk is in democratische landen, of kan Europa hierin onder voorwaarden pragmatisch optreden, bijvoorbeeld zoals de Verenigde Staten boven Mali?

Antwoord

De inzet van militaire middelen vergt altijd een zorgvuldige weging, waarbij veel factoren worden meegewogen. Het uitgangspunt daarbij is de soevereiniteit en territoriale integriteit van staten. De inzet van militaire middelen, inclusief militaire verkenningsdrones, in (het luchtruim van) een andere staat kan op uitnodiging van de betreffende staat. De inzet van militaire middelen zonder uitnodiging behoeft een basis in het internationaal recht. Dat betekent een VNVR Resolutie dat een dergelijk mandaat verschaft of dat de inzet noodzakelijk is ter uitoefening van het recht op (collectieve) zelfverdediging tegen een gewapende aanval. In alle gevallen geldt dat het niet terzake doet of een land democratisch is of niet.


  1. Kamerstuk 36 180 nr. 198 d.d. 31 maart 2026ā†©ļøŽ