Gewijzigd amendement van de leden Bushoff en Beckerman ter vervanging van nr. 31 over het waarborgen van op overeenstemming gericht overleg, waarbij afwijking van een gezamenlijk standpunt alleen gemotiveerd kan plaatsvinden
Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen
Amendement (gewijzigd/nader/vervangend)
Nummer: 2026D16571, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 19:00, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.J. Bushoff, Tweede Kamerlid (GroenLinks-PvdA)
- Mede ondertekenaar: S.M. Beckerman, Tweede Kamerlid (SP)
Onderdeel van kamerstukdossier 36836 -38 Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen .
Onderdeel van zaak 2026Z07393:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 836 | Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquĂȘtecommissie aardgaswinning Groningen | |
| Nr. 38 | gewijzigd AMENDEMENT VAN de leden Bushoff en Beckerman TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 31 | |
| Ontvangen 8 april 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
In artikel I, onderdeel O, wordt het voorgestelde artikel 13q als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt âin overleg metâ vervangen door âin op overeenstemming gericht overleg metâ
2. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
1a. Indien partijen, genoemd in het eerste lid, aanhef, in het overleg een gemeenschappelijk standpunt hebben ingenomen dat Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat niet volgt, deelt deze dit mede aan beide Kamers der Staten-Generaal, met vermelding van de redenen daarvan.
Toelichting
Dit amendement beoogt de positie van decentrale overheden binnen het wetsvoorstel te versterken. In het huidige wetsvoorstel wordt de minister verplicht om het uitvoeringsprogramma in overleg met decentrale overheden vast te stellen. De indieners zijn van oordeel dat deze formulering onvoldoende waarborg biedt voor een meer gelijkwaardige betrokkenheid van decentrale overheden. Daarom beogen de indieners om vast te leggen dat het uitvoeringsprogramma door het Rijk wordt vastgesteld in op overeenstemming gericht overleg met decentrale overheden, in plaats van slechts in overleg met. Met deze aanpassing wordt benadrukt dat het streven moet zijn om tot gezamenlijke afspraken te komen en dat de inbreng van decentrale overheden zwaarder weegt in de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma. Indien de minister voornemens is een in het overleg ingenomen gemeenschappelijk standpunt niet te volgen wordt de minister verplicht dit gemotiveerd toe te lichten aan beide Kamers der Staten-Generaal.
Bushoff
Beckerman