Lijst van vragen inzake Tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027 (Kamerstuk 35325-12)
Lijst van vragen
Nummer: 2026D16574, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-08 19:52, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.A. Huizenga, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat (D66)
- Mede ondertekenaar: M. Meedendorp, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z05727:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-04-08 12:00 ā Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-03-25 10:15 ā Agenderen voor het commissiedebat Water op donderdag 25 juni 2026. (Besluit)
- 2026-03-25 10:15 ā Inbrengdatum voor het stellen van feitelijke vragen vaststellen op woensdag 8 april 2026. (Besluit)
- 2026-03-24 16:40 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-24 16:40: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-03-25 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-04-08 12:00: Tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027 (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-06-25 10:00: Water (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (š origineel)
35325 Structuurvisie Nationaal Water Programma
nr. Lijst van vragen en antwoorden
Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn)
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over zijn brief inzake de Tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027 (Kamerstuk 35325, nr. 12).
De daarop door de minister van Infrastructuur en Waterstaat gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.
Voorzitter van de commissie,
Huizenga
Adjunct-griffier van de commissie,
Meedendorp
| Nr | Vraag | Bijlage | Blz. (van) | t/m |
| 1 | Hoe wordt ervoor gezorgd dat de natuurtransitie in Nederland op koers komt, zoals dat bij de energietransitie gebeurd is? | |||
| 2 | Hoe wordt ervoor gezorgd dat de descriptoren van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) voor natuur in dit Programma Noordzee gehaald gaan worden? | |||
| 3 | Hoe komt u op basis van de figuren 2.2a en 2.2b, waarin de stand van zaken met betrekking tot de beleidsketens natuurtransitie wordt beoordeeld en de indruk wordt gewekt dat de impact āvoldoendeā is, maar ook de verbetering op indicatoren in tabel II.4 grotendeels onduidelijk of afwezig is en de beoordeling van āresultatenā in figuur 2.2b āonduidelijk tot onvoldoendeā is, tot de conclusie dat de impact van het Programma Noordzee op de natuurtransitie voldoende is? | |||
| 4 | Hoe zien het verdere tijdpad en de agenda eruit voor de verdere behandeling in de Kamer? | |||
| 5 | Welke impact hebben de implementatiecycli van de KRM en het ontwerp van de Partiƫle Herziening van het Programma Noordzee op (de materie van) dit rapport, nu die geen deel uitmaken van deze evaluatie? Wat en hoeveel missen we daarmee? Wat komt er nog? Welke impact heeft dit? | |||
| 6 | Welke zeggingskracht heeft dit tussentijdse rapport als het doel is het vinden van de juiste maatschappelijke balans, als we nog niet weten wat moet worden verstaan onder maatschappelijke balans en ecologische draagkracht? | |||
| 7 | Zal het Programma Noordzee een integraal beeld opleveren? Waarom zijn er onderwerpen, zoals maritieme veiligheid, recreatie en cultureel erfgoed, āminder goed gedektā? | |||
| 8 | Waarom is recreatie niet meegenomen in de scope? Waarom wordt geen integraal beeld nagestreefd? | |||
| 9 | Zijn alle activiteiten op de Noordzee gelijkwaardig ten opzichte van elkaar? Of is de ene activiteit (visserij) ondergeschikt aan de andere (windenergieparken)? | |||
| 10 | Waarom is het natuureffect belangrijker dan economische waarde? | |||
| 11 | Welke ideeƫn zijn er om in het nieuwe Programma Noordzee vorm te geven aan het aandachtspunt dat er meer moet worden gekeken naar de cumulatieve impact van verschillende menselijke activiteiten op het ecosysteem, gelet op het feit dat in de evaluatie meermaals wordt verwezen naar de behoefte aan een meer integraal of sectoroverstijgend beleid, waarin explicieter prioritering moet worden aangebracht tussen belangen als energieproductie, natuurbehoud, visserij en zandwinning? | |||
| 12 | Wordt er bij de meer integrale natuurversterking (als punt voor de natuurtransitie) en het inzetten op natuurinclusief bouwen (figuur 2.2a) ook gekeken naar de vraag hoe positieve effecten van natuurinclusief bouwen (NiB) behouden kunnen worden na de levenstermijn (en eventuele repowering of ontmanteling) van het windpark? In hoeverre wordt in dit kader nagedacht over eventuele aanpassing van de opruimplicht van windparken? | |||
| 13 | Op welke manier denkt u verandering aan te brengen, gelet op het feit dat in de evaluatie wordt aangegeven dat het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) voor windprojecten naar behoren functioneert, maar dat het effect dat wordt nagestreefd ("in staat om te bezien of en op welke wijze toekomstige extra wondparken op zee in overeenstemming zijn te brengen met de Wet Natuurbescherming, de VR en de HR") onvoldoende is, doordat er geen inzicht is in de cumulatieve impact van verschillende economische activiteiten op meerdere ecosysteem componenten? | |||
| 14 | Komt er ook een definitieve beleidsevaluatie, gelet op het feit dat dit de tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee 2022-2027 is? Hoe worden de uitkomsten en aanbevelingen van deze beleidsevaluatie meegenomen in het nieuwe Programma Noordzee? | |||
| 15 | Wordt hier wel informatie en kennis uit gehaald, gelet op het feit dat in deze brief wordt benoemd dat de implementatiecyclus onder de Europese KRM geen onderdeel is van deze evaluatie? Wordt er bij de komende cycli van het Programma Noordzee gekeken of deze kunnen worden afgestemd met de cycli van de KRM? | |||
| 16 | Wanneer publiceert de overheid het aanwijzingsbesluit waarin, volgens afspraak 4.34 van het Noordzeeakkoord, in uiterlijk 2025 de Hollandse Kust moest worden aangewezen als vogelrichtlijngebied? | |||
| 17 | Wat is de zeggingskracht en representativiteit van dit rapport als Europese kaders niet zijn meegenomen, het een tussentijdse evaluatie is, er drie onderwerpen niet mee worden genomen, er beperkte informatie voorhanden is (zie beperkingen eerste helft pagina 17) en we nog niet weten wat de maatschappelijke balans is, laat staan de ecologische draagkracht? | 17 | ||
| 18 | In welke mate gaan de concrete natuurmaatregelen uit tabel 2.1 (op pagina 21) economische ontwikkelingen en kansen verlammen (iedere maatregel voor zich en tezamen)? Welke kosten gaan hiermee gepaard en zijn die maatschappelijk verantwoord? | 21 | ||
| 19 | Welke beperkende werking gaat uit van de toepassing van het voorzorgsprincipe, ten gunste van kennisleemten? | 22 |