Amendement van het lid Ceulemans over het recht op loon over drie uur bij een arbeidsomvang van minder dan vijftien uur per week niet van toepassing op werknemers jonger dan 21 jaar
Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers)
Amendement
Nummer: 2026D16590, datum: 2026-04-09, bijgewerkt: 2026-04-09 08:23, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. Ceulemans, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van kamerstukdossier 36746 -23 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) .
Onderdeel van zaak 2026Z07411:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 746 | Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet financiering sociale verzekeringen teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen (Wet meer zekerheid flexwerkers) | |
| Nr. 23 | AMENDEMENT VAN HET LID Ceulemans | |
| Ontvangen 9 april 2026 | ||
| De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: | ||
In artikel I, onderdeel E, wordt in het voorgestelde artikel 628ac, derde lid, na “heeft de werknemer” ingevoegd “die de leeftijd van eenentwintig jaar heeft bereikt”.
Toelichting
Dit amendement regelt dat het voorgestelde artikel 628aa, derde lid, niet van toepassing is op werknemers jonger dan 21 jaar.
De bepaling dat werknemers met een arbeidsomvang van minder dan vijftien uur per week recht hebben op loon over minimaal drie uur per gewerkte periode, sluit onvoldoende aan bij de praktijk van jongeren met een bijbaan. Dit speelt in het bijzonder bij 15-jarigen. Zij mogen op schooldagen wettelijk maximaal twee uur achtereenvolgens werken. In sectoren zoals supermarkten en detailhandel worden deze jongeren daarom vaak voor korte diensten van bijvoorbeeld twee uur ingezet, passend binnen deze wettelijke grenzen.
Door de toepassing van artikel 628aa, derde lid, ontstaat in die gevallen de verplichting om loon te betalen over drie uur, terwijl de werknemer wettelijk niet langer mag werken. Dit kan ertoe leiden dat werkgevers dergelijke korte diensten niet meer aanbieden en minder snel jongeren van 15 jaar inzetten. Daarmee komt voor 15-jarigen de mogelijkheid om hun eerste werkervaring op te doen onder druk te staan.
De indiener beoogt hiermee tevens aansluiting te vinden bij de wensen en behoeften van scholieren en studenten met een bijbaan. Zij combineren werk vaak met school, studie of andere activiteiten en hebben daardoor behoefte aan beperkte en flexibele inzet. De verplichting om loon te betalen over minimaal drie uur per dienst kan ertoe leiden dat bijbanen minder goed aansluiten bij deze doelgroep en dat het aanbod van korte diensten afneemt.
Ceulemans