Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (36836) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D16607, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-09 09:50, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-04-08 13:01: Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (36836) (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen
Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het
rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning
Groningen
Aan de orde is de behandeling van:
het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (36836).
De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse
maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire
enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Allereerst wil ik de minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Klimaat
en Groene Groei en de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei
hartelijk welkom heten. Ook welkom aan de leden.
Ik zie dat de heer Vermeer een punt van orde heeft.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter. Ik heb een verzoek aan de collega's, namelijk of ik als
tweede spreker mag fungeren vanwege een externe afspraak die ik
tussendoor moet doen en waar ik niet omheen kan.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden. Ik zie instemmend geknik.
De heer Vermeer (BBB):
Hartelijk dank.
De voorzitter:
Dan gaan we dat zo doen.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Dan wil ik graag mevrouw Beckerman uitnodigen voor haar inbreng in de
eerste termijn van de Kamer, die ik hiermee open. Het woord is aan u,
mevrouw Beckerman. Ga uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Groningen is een nij begun beloofd, een nieuw begin. Dat was
de belofte na de vernietigende parlementaire enquête, die liet zien hoe
Groningen misbruikt was als wingewest, hoe Groningen bewust en gekend
onrecht was aangedaan. De financiële belangen van de Staat, Shell en
Exxon gingen stelselmatig boven onze belangen, maar in april 2023 was
daar Nij Begun, een grote belofte van het toenmalige kabinet. Vanaf dat
moment zou er een nieuw begin komen. Nu, drie jaar later, komen die
maatregelen pas in de wet.
Maar is het een nieuw begin? Voor veel zwaar gedupeerden, zeker in het
kerngebied, is dat niet zo. Kijk naar de grote belofte in Nij Begun dat
er een regeling zou komen om grote schades zonder causaliteitsonderzoek
te herstellen. Daar zijn vorig jaar maar veertien mensen mee geholpen.
Kijk naar de grote belofte uit Nij Begun dat er eindelijk een regeling
zou komen voor funderingsschade. Daar zijn vorig jaar maar dertien
mensen mee geholpen. Kijk naar de belofte dat de versterking van
onveilige huizen sneller zou gaan. Er zijn nog zo'n 9.000 woningen
onveilig. In al die jaren zijn er pas 5.147 daadwerkelijk versterkt
opgeleverd.
Het systeemfalen gaat door. Terwijl een complete aardbevingsindustrie
ervan profiteert, wachten vele zwaar gedupeerden al jaren. Nu is de
eerste en misschien wel de belangrijkste vraag aan deze minister: vindt
u werkelijk dat dit een nij begun is? Zo ja, waarom? En zo nee, wat gaat
u doen? De wet die vandaag voorligt, doet Groningers beloftes, maar
geeft ze geen garanties. Daarmee is deze wet voor de SP nog te slap. We
vragen de minister of hij erkent dat wanneer je zegt een ereschuld te
hebben, dit vraagt om een wet met harde garanties dat deze schuld wordt
ingelost. De wet die nu voorligt, spreekt van een zorgplicht, maar
Groningers willen resultaat. Steunt u daarom ons amendement voor een
resultaatverplichting?
Voorzitter. Laat ik beginnen met de schadeafhandeling. Terwijl
schadebureaus sinds 2018 bijna 600 miljoen hebben ontvangen, een van de
aandeelhouders het eigen vermogen zag stijgen van 1 miljoen naar 61
miljoen en er boven op elke euro die de overheid uitgeeft aan schade nog
steeds bijna 50% aan uitvoeringskosten zit, zien we dat juist zwaar
gedupeerden vast blijven zitten in beschadigde huizen. Bij kleinere
schades loopt het vaak beter, maar al die mooie aangekondigde
maatregelen in Nij Begun, juist voor complexere schades, zijn nog steeds
een drama. Ik noemde het net al: er zijn slechts veertien mensen
geholpen met daadwerkelijk herstel en dertien mensen met de regeling
voor funderingsschade. Er is veel vertrouwen in bedrijven en weinig in
inwoners. Hoe gaat u dit keren, vragen we de minister. Hoe voorkomt u
dat de schadeafhandeling een groot verdienmodel blijft van bedrijven?
Hoe pakt u de perverse prikkels aan waardoor bedrijven verdienen en
gedupeerden vast blijven zitten?
Het gaat mis door de regels die de overheid zelf heeft verbonden aan de
schadeafhandeling, waaronder de finale kwijting die in deze wet zit. Ik
wil u een verhaal vertellen over Ard en Margriet uit Ten Post. Vijf jaar
geleden werd hun geliefde woning gesloopt. Het hele versterkingstraject
was slopend voor hen, letterlijk slopend. Na de aardbeving in Zeerijp
van eind vorig jaar ontdekten ze dat ook hun nieuwe woning schades
heeft. Dat is natuurlijk al te pijnlijk voor woorden als je zo'n traject
bent doorgegaan met zo'n strijd tegen de overheid. Ook je nieuwe huis
heeft weer scheuren, terwijl je gehoopt had dat dat niet opnieuw zou
gebeuren. Dan hoop je dat het na al die beloftes over milder,
menselijker en makkelijker deze keer wel goed gaat. Het is namelijk al
pijnlijk genoeg dat je er weer doorheen moet. Er kwam iemand langs. De
schades werden erkend: 72 erkende scheuren. Maar vergoeden? De regels
zeggen nee. Wat kunnen zij krijgen? Een kleine vaste vergoeding. Dan
moeten ze ook nog tekenen voor finale kwijting. Erkent de minister dat
dit werkelijk niks, maar dan ook niks te maken heeft met milder,
menselijker en makkelijker? Steunt hij daarom ons amendement om deze
bizarre regel, waardoor erkende schade midden in het bevingsgebied niet
eerlijk vergoed kan worden, de zogenaamde finale kwijting, te schrappen
uit de wet?
Dan het bewijsvermoeden. In maart was er een aardbeving bij Eleveld in
Drenthe. Een deel van de mensen kan hun schade melden bij het IMG en een
ander deel moet naar de Commissie Mijnbouwschade. Bij die laatste is het
veel moeilijker om de schade vergoed te krijgen. Er zijn straten waar de
ene kant van de straat onder de ene regeling valt en de andere kant van
de straat onder de andere regeling. Al een tijd geleden werd onze motie
aangenomen om overal het bewijsvermoeden in te voeren. Dat betekent:
geen ongelijkheid tussen gedupeerden. Maar een uitvoering bleef uit.
Daarom hebben de heer Bushoff en ik 'm opnieuw ingediend, maar nu als
amendement. Wil de staatssecretaris ons amendement steunen en het
bewijsvermoeden overal invoeren?
Dan de afhandelingstermijnen. Voor gedupeerden zijn deze kort. De
overheid kan echt onverbiddelijk zijn als gedupeerden die niet halen.
Tegelijkertijd geeft de overheid in deze wet zichzelf het recht om zich
niet aan de termijnen te houden. Berucht is het verhaal van Carmen en
Rick uit Wildervank. Het IMG had voor hen ruim €60.000 klaarstaan. Dat
konden ze zien toen ze door een fout in het computersysteem even aan de
achterkant van het systeem konden kijken. Ze dachten: hé, dit geld staat
voor ons klaar. Dat is ook allemaal keurig erkend door het IMG. Maar
omdat zij volgens het IMG net iets te laat waren met het indienen van
hun bezwaar, krijgen zij dit geld niet. Erkent de minister opnieuw dat
dit werkelijk niets maar dan ook niets met "milder, menselijker en
makkelijker" te maken heeft?
In de wet die vandaag voorligt, krijgen IMG en NCG in artikel 1, onder
d, de mogelijkheid om termijnen te verlengen. Wil de minister deze
mogelijkheid beperken? Kan hij hieraan geen specifieke en redelijke
termijn koppelen? Kan de minister ervoor zorgen dat bewoners zoals
Carmen en Rick veel minder sterk aan termijnen worden gebonden, zodat de
menselijke maat eindelijk voorop komt te staan? Het geeft immers toch
geen pas dat bewoners aan strenge normen worden gehouden, terwijl de
overheid kan dralen, dralen en dralen?
Voorzitter, dan de versterking. Ik vroeg een aantal mensen met wie ik de
afgelopen jaren contact had hoe het nu loopt met de versterking van hun
onveilige huis. Ik vroeg het Elsbeth uit Loppersum. In 2015 kwam de
overheid in Loppersum aankondigen dat de versterking zou beginnen. Daar
stonden ze, midden in Loppersum: "Hier gaat het beginnen mensen, hier in
Loppersum. Dit is het begin." Het is elf jaar later en voor deze mensen,
die in de kern van Loppersum wonen, is nog niks gedaan. In de straat
achter Elsbeth worden woningen straks gesloopt en opnieuw gebouwd. Deze
mensen zaten in hetzelfde cluster. Maar in deze straat, Schipsloot,
zitten ze in grote onzekerheid. "We zijn verstrikt in een oeverloze
semantische discussie", schrijft Elsbeth. "Het is inmiddels zo
ingewikkeld geworden en de uitgangspunten van zowel de NCG als de
gemeente zijn zo moeilijk te volgen, dat ik mij serieus afvraag of een
overheid zich op deze manier tot haar burgers kan en mag
verhouden."
Dan Jan uit Westerwijtwerd. Hij heeft inmiddels hartklachten en een
stapel rapporten van allerhande experts, maar geen oplossing voor zijn
huis, pal boven het epicentrum van de aardbeving in Westerwijtwerd. Ik
noem ook Deborah uit 't Zandt. Zij zat vorig jaar met haar baby op de
arm tijdens de aardbeving van Zeerijp. Haar verhaal was die avond overal
op tv te zien. Maar nu de camera's weer weg zijn, blijft ook een
oplossing uit. Overal in het dorp wordt er versterkt en herbouwd, maar
haar huis niet, ondanks een draagbalk met zeven scheuren. Ik wil even
haar hartverscheurende citaat met u delen. Zij schrijft: "Als moeder
zorg ik voor het gezin, maar ik kan de veiligheid van het huis niet
garanderen. Wat nou als er nog een beving komt? Wat nou als ik net niet
snel genoeg bij de kinderen boven kan komen om ze te wekken? Wat nou als
de balk in de keuken het als eerste begeeft?"
Kunt u die vragen beantwoorden, minister? Ik zei het net al, in al die
jaren zijn er slechts 5.147 woningen daadwerkelijk versterkt of gesloopt
en herbouwd. Zo'n 9.000 woningen moeten nog. Zelfs als je conservatief
schat, moeten er nu nog meer woningen aangepakt worden dan er in al die
jaren zijn gedaan. Hoe gaat u deze aanpak vlottrekken?
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Clemminck. Ik zou de leden willen
voorstellen om de interrupties in drieën te doen en graag kort. Gaat uw
gang.
De heer Clemminck (JA21):
Kan mevrouw Beckerman aangeven hoeveel slachtoffers er tot nu toe zijn
gevallen tijdens de aardbevingen, of hoeveel gewonden?
Mevrouw Beckerman (SP):
Daar is onderzoek naar gedaan door de Rijksuniversiteit Groningen. Zij
zeggen dat er mensen zijn die eerder overlijden door de manier waarop de
overheid met hen omgaat en door de stress waarin ze zitten.
De heer Clemminck (JA21):
Ik concludeer toch echt dat er door de trillingen in Groningen geen
slachtoffers zijn gevallen en ook geen gewonden. Ik heb dan toch wat
moeite met het betoog van collega Beckerman omdat zij hier een
schrikbeeld oproept, alsof mensen naar boven moeten rennen om de
kinderen te redden vanwege instortingsgevaar. Daarmee zaait u angst, wat
helemaal niet nodig is. Daar heb ik echt bezwaar tegen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is wonderlijk. JA21 komt altijd aan met: luister naar de wetenschap.
Ik haal hier in antwoord op uw vraag meteen de wetenschap aan. Die
vertelt wat dit met mensen doet. U zegt: dat is onzin. Dit is geen
onzin. Vorig jaar nog was er, ondanks dat de gaskraan dicht was, een
aardbeving bij Zeerijp en zijn er door het IMG acuut onveilige situaties
geconstateerd. Die moeten met tempo veilig worden gesteld. Die
versterking moet gebeuren en verloopt veel te traag. Ik vind het
pijnlijk dat u niet verder komt dan dit af te doen als onzin.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Clemminck (JA21):
Ik constateer toch echt dat er geen slachtoffers en ook geen gewonden
zijn gevallen door de aardbevingen in Groningen. U schetst hier een
beeld alsof dat wel het geval zou zijn, alsof mensen moeten rennen in
hun huizen om zich veilig te stellen. Dat is gewoon niet waar. U zaait
hier angst die totaal buiten de waarheid is.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb hier antwoord op gegeven. De wetenschap was helder over wat het
doet met mensen om zo behandeld te worden door de overheid. De
wetenschap stelde dat er vroegtijdige overlijdens zijn. Ik vertelde u
net over mensen die ziek zijn geworden door de manier waarop ze
behandeld zijn, die hartklachten hebben. Ik vertelde net over de mensen
met nieuwe schade in hun nieuwe woning. Die melden zij niet. Zij gaan
dat bezwaar niet meer maken. Zij gaan niet eens meer de strijd aan met
de overheid. Het interesseert JA21 werkelijk niets wat dit met mensen
doet. Er is 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Mensen zitten nog
steeds in de ellende. JA21 doet het af als onzin, terwijl de wetenschap
helder is.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. De ongelijkheid scheurt, net als de aardbevingen. Deze wet
bevat clausules om dat aan te pakken. Dat is goed, maar er is daarmee
geen zekerheid voor bewoners. De aanpak van ongelijkheid wordt de nieuwe
bureaucratische dwaling voor veel gedupeerden. Kan de minister onze
amendementen steunen om alle bewoners het afdwingbare recht te geven op
een rechtvaardige aanpak en een veilig, schadevrij en duurzaam huis te
garanderen?
Voorzitter. Vorig jaar werd eindelijk erkend — dat is goed — dat er
fouten in rapporten zitten waarmee woningen veilig en op norm worden
verklaard. Maar met die erkenning is er nog geen aanpak. Het rapport
over de fouten in rapporten is inmiddels vertraagd, begrepen we. Maar
ondertussen wachten gedupeerden, zoals Mark uit Ten Boer. Zijn rapport
zat vol met fouten. Zijn huis zou een schoorsteen hebben. Die is er
niet. Dat zou nog enigszins grappig zijn als het niet zo pijnlijk was.
Op basis van zo'n slecht rapport gaat er een dikke streep door zijn
versterking. Vorig jaar was hij hier en drong de toenmalige
staatssecretaris erop aan dat de NCG met hem in gesprek zou gaan. Dat
gesprek zou dit jaar in maart zijn, maar de NCG zegde het af. Deelt de
minister onze mening dat de fouten in rapporten snel moeten worden
aangepakt? Steunt hij daarom ons amendement om meteen te kunnen
ingrijpen wanneer het rapport er is en niet eerst weer een heel traject
van wetswijzigingen in te moeten? We hebben hier een amendement op
ingediend.
Voorzitter. Dan huurders. Of ze nou bewoner of ondernemer zijn, ze
zitten vast en hebben nog minder zeggenschap over de schade en
onveiligheid van hun huis of bedrijf. Ik noemde in eerdere debatten de
winkels aan het Koopmansplein in Ten Boer. Die zijn cruciaal voor de
leefbaarheid van het dorp, maar de ondernemers zitten in een eindeloze
lijdensweg wat de versterking van hun winkel betreft. Erkent de minister
dat? Wat gaat hij hieraan doen? Steunt hij ons amendement om ook
huurders het recht te geven op juridische steun en technisch en
financieel advies?
Voorzitter. Eerst was het gas het verdienmodel. Er is 400 miljard
verdiend door de Staat, Shell en Exxon. Nu lijkt de afhandeling van de
ellende het verdienmodel. We zien miljoenenopbrengsten voor
aandeelhouders en zwaar gedupeerden die vast blijven zitten, juist in
het kerngebied, waar de ellende het grootst is. De overheid vertrouwt de
bedrijven en wantrouwt inwoners. Het is de overheid die faalt en blijft
falen. Een groot deel van de parlementaire enquête ging over het falen
van de overheid. Toch zien we dit in deze wet die vandaag voorligt
nauwelijks terug. Veel inwoners hebben terecht het gevoel dat Nij Begun
niet over hen gaat. Ze zien dat het gaat over adviesbureaus, over
projectontwikkelaars, over grote bedrijven. Ze zien dat het gaat over
prestigeprojecten, over AI-fabrieken, over congressen in de stad en over
grootschalige infrastructuur, maar het komt niet bij hen terecht.
Bewoners en ondernemers hebben nog altijd schade aan hun huizen. Erkent
de minister dit? Is de minister bereid om te komen tot een betere staat
van Groningen? Wil hij bewoners daar ook meer zeggenschap in
geven?
Voorzitter. De overheid kan eindeloos zaken beloven, maar we komen er
niet als wantrouwen tegenover de inwoners de kern is. Laat ik één
voorbeeld noemen. Het gaat om de meest simpele maatregel die in Nij
Begun stond, echt de aller-, aller-, allersimpelste maatregel: maatregel
zestien. Deze maatregel beloofde simpelweg, echt supersimpel, dat
bewoners €2.500 zouden krijgen voor het lange wachten. Het is drie jaar
later, maar bewoners wachten nog steeds op een compensatie voor het
lange wachten. Dat bedenk je toch niet? Kafka kan er trots op zijn, maar
bij zelfs de meest simpele maatregel de meest bizarre bureaucratie
bedenken, is echt gruwelijk.
Ik herhaal wat ik drie jaar geleden zei: er is maar één manier om dit
aan te pakken, en wel mét de gedupeerden, deur voor deur, straat voor
straat. De econoom Mariana Mazzucato schrijft dat overheden tegenwoordig
verzwakt zijn, uitgehold, bang, geïnfantiliseerd; ze zijn hun kennis
kwijt en besteden alles uit aan steeds machtigere bedrijven. Maar zij
beschrijft ook een alternatief: de maanlanding als voorbeeld. De
overheid die bedacht om een mens op de maan te willen zetten, zette
alles op alles om dat te doen, haalde de beste mensen bijeen en nam
risico's. Daardoor kwamen we niet alleen op de maan, maar werd ook een
golf van andere belangrijke ontdekkingen gedaan op tal van terreinen.
Maak van Groningen zo'n missie. Haal de beste mensen uit het land
bijeen: de beste architecten, de beste bouwers, de beste artsen en de
beste begeleiders. Maak dit onze missie. Ga van deur naar deur. Vraag
aan mensen: wat is hier gebeurd, wat is u aangedaan, wat is er nodig,
wat gaan we doen? En doe dat vervolgens ook, met bewoners, met straten
en met dorpen, en zo lang als dat nodig is voor de mensen, de huizen, de
dorpen, het landschap en de economie. We konden dit ooit wel. Kijk naar
de Deltawerken. Weet u waarom dat slaagde? Vanwege Groningen. Met het
geld uit Groningen kon het. Gronings gasgeld heeft voor wereldwonderen
gezorgd. Zorg nu voor ons.
Vandaag moet het gaan over oplossingen voor gedupeerden, een nij begun,
niet over nieuwe ellende. Laat het vandaag dan ook niet gaan over
eventuele plannen om opnieuw gas te winnen. Daar kun je over debatteren
op andere momenten, maar deze wet gaat daar niet over. Als je nog de
schijn wilt wekken dat je er ook wil zijn voor gedupeerde Groningers,
dan is dát waar het vandaag over moet gaan: over oplossingen voor
hen.
Voorzitter. Als ik grappig mag afsluiten: mijn missie vandaag is
minister Van Veldhoven naar huis sturen, dit keer niet met een motie van
wantrouwen maar omdat het eindelijk moet gaan over Groningers, en daar
gaan de andere twee bewindspersonen over.
De heer Clemminck (JA21):
Mevrouw Beckerman had het over de wetenschap. Die is haar veel waard.
Laat ik nou twee citaten hebben van twee gerenommeerde wetenschappers op
het gebied van aardbevingen. Het eerste is van Julian Bommer, die zegt:
"Whoever wrote this is clueless and far out of their depth. This is
misinformation on a giant scale." Het andere is van de bekende geoloog
Manuel Sintubin. Hij schrijft: "In Groningen is een alternatieve
publiekswetenschap ontstaan die niks meer te maken heeft met de
wetenschap." Een ander citaat. "Nergens ter wereld is zo veel geld
uitgekeerd voor zulke kleine bevingen." Dit is de wetenschap. Er is geen
enkel verband meer tussen wat wordt uitgekeerd en de schade die is
ontstaan door trillingen veroorzaakt door de gaswinning. Ik ben wel
benieuwd wat mevrouw Beckerman als liefhebber van de wetenschap daarvan
denkt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik herken deze citaten en ik herken waar ze vandaan komen. Ik heb dat
artikel gelezen. Ik vond het knap om zo veel missers te maken in één
stuk. Het stuk begint bijvoorbeeld met: "Op zo'n grote afstand van het
episch centrum van Huizingen wordt nog steeds schade gemeld, zelfs in
Assen." Ik moest er een klein beetje om lachen. U haalt het ook aan. De
schrijver had blijkbaar eventjes gemist dat daar vorige maand nog een
aardbeving was, waarvan ook deze wetenschappers moeten erkennen dat die
daadwerkelijk voor schade zorgt. Dat heeft hij waarschijnlijk even
gemist. Een tweede misser — en die vond ik eigenlijk de pijnlijkste —
was dat ze constateerden dat er nu heel veel schades gemeld worden iets
verder van de kern en heel weinig in het kerngebied. Dat vonden die
wetenschappers opmerkelijk. Weet u waarom dat is? Ik heb het u net
verteld: omdat die zwaar gedupeerden die strijd niet meer aangaan en
omdat de regelingen, die juist bedoeld zijn voor die zwaar gedupeerden,
niet werken. Dat kunt u nalezen; de wetenschappers hebben het
opgeschreven, ook in het IMG-jaarverslag. Vorig jaar zijn veertien
mensen geholpen met die regeling, die zo mooi werd genoemd na de
parlementaire enquête. Veertien mensen zijn ermee geholpen ... Dus
inderdaad, het klopt: er zijn kleinere schades aan de rand, omdat heel
veel mensen in het kerngebied zeggen "wij gaan die strijd niet meer aan"
of vastzitten in zo'n regeling die niet werkt.
De heer Clemminck (JA21):
Een heel betoog, met heel veel woorden die niet ingaan op de
kernconclusie van deze twee wetenschappers. U komt met een heel ander
verhaal. Ik geef u een citaat van twee topwetenschappers als het gaat om
de aardbevingen. Een is er zelfs verantwoordelijk geweest voor het
Groningse model. Ze halen in datzelfde artikel, dat we allebei hebben
gelezen uiteraard, elk wetenschappelijk fundament onder deze aanpak en
de relatie tussen de schade die wij vergoeden en schade veroorzaakt door
trillingen naar aanleiding van de gaswinning, onderuit. U reageert daar
niet op en komt met een heel ander betoog. Tja, dan concludeer ik toch
maar even, voorzitter, dat de SP blijkbaar helemaal niets van deze
wetenschap wil hebben. Dat is prima, dat is een vrije politieke keuze,
maar wees er dan ook eerlijk in dat u geen enkel verband meer kunt
leggen tussen de schade waarvoor we uitkeren en de schade naar
aanleiding van de gaswinning.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, ga uw gang. Graag korte antwoorden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Volgens mij had ik een hele feitelijke reactie op dit artikel, maar u
kunt er meer krijgen, want dit debat voeren we al een hele tijd. Het
zijn Shell en Exxon die de rekening voor de ellende die is aangedaan in
Groningen continu betwisten. En zij hebben inderdaad een aantal experts,
waaronder die ene die u net aanhaalde, aan hun zijde voor een rechtszaak
of rechtszaken tegen de Staat. Elke keer komen ze hiermee.
Tegelijkertijd zijn er wetenschappers die de woningen zijn binnengegaan
— ook in reactie op dit artikel overigens; ze hebben ook gereageerd
hierop — die naar de mensen toe zijn gegaan, die naar het gebied toe
zijn gegaan, die daar daadwerkelijk ter plekke onderzoek hebben gedaan,
die zeggen: ja, inderdaad, wij staan versteld van wat deze aardbevingen
hier aanrichtten; wij staan versteld van wat wij in ons lab niet hebben
kunnen zien en hier, in de realiteit, wel. Dus ja, die experts die u
aanhaalt, bestaan. Ze staan in een artikel waar ik grote blunders in
zie. Ik kan er meer opnoemen. Maar wat ik ook zie, is dat er experts
zijn die het tegenovergestelde doen. En wat ik pijnlijk vind, is dat
Shell en Exxon zich hier niet bij neerleggen en nog steeds bezig zijn,
na al die miljarden die zijn verdiend, met het bestrijden van die
rekening.
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Clemminck, afrondend.
De heer Clemminck (JA21):
Jazeker, voorzitter. De wet is de wet, en die geldt voor iedereen, hè.
Je bent dus inderdaad alleen maar aansprakelijk voor de zaken waar je
ook een oorzaak voor bent. De NAM staat dus geheel in haar recht om het
te betwisten. Het is ons probleem, omdat wij meer uitbetalen dan we
eigenlijk juridisch waar kunnen maken. Als het gaat om de schade die in
woningen zit, de scheuren, dan zeggen alle adviseurs, iedereen die ook
maar een woning binnenkomt, heel duidelijk: ik kan niet herleiden waar
die scheur vandaan komt; ik kan die niet herleiden tot trillingen die
mogelijk zijn veroorzaakt door de gaswinning. Als we kijken naar andere
landen, dan wordt dat verband daar totaal niet gezien. U houdt zich vast
aan een aantal wetenschappers omdat die aan uw kant staan — als dat al
wetenschappers zijn, eerlijk gezegd. Ik heb het hier over
topwetenschappers als het gaat om de aardbevingen, verantwoordelijk voor
het Groningse model, en zij zeggen: geen enkel verband. Ze slaan
eigenlijk alle grond weg onder elk wetenschappelijk verband dat hier
wordt gelegd met de schadevergoedingen in Groningen.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman. En u praat niet tegen de voorzitter ...
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik wil hier een klein punt van orde over maken. "Als dat al
wetenschappers zijn"? Ik haalde onder anderen prof. Postmes en zijn team
aan, die intensief onderzoek hebben gedaan naar wat het met bewoners
heeft gedaan, zo te worden behandeld door de overheid. En dan komt JA21
met: "Als dat al wetenschappers zijn"! Op het moment dat u mij iets
vraagt over wetenschappers en u bent het er niet mee eens, geeft het
geen pas om te twijfelen aan de kwaliteit van deze wetenschappers. En
als ik mag reageren op uw vraag ... Je kunt zeggen: we gaan puur kijken
naar het aansprakelijkheidsrecht. Maar we kunnen ook kijken naar het
morele aspect. Er is door de Staat, Shell en Exxon — ik herhaal het maar
— ruim 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Als je dan nu nog steeds
bewoners in ellende laat zitten, dan is daar een moreel oordeel over te
vellen en dat vel ik al vele jaren.
De voorzitter:
Ik geef u nog even de ruimte om kort te reageren, meneer Clemminck. Ik
verzoek ook om via de voorzitter te spreken.
Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus, voorzitter.
De heer Clemminck (JA21):
Even een correctie. Ik had het niet over de wetenschappers waaraan u
refereerde in het kader van die gezondheidsonderzoeken. Ik had het
ergens anders over.
Mevrouw Beckerman (SP):
Aha, dus u erkent toch dat er gezondheidsschade is?
De heer Clemminck (JA21):
Nee, dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik refereerde daar niet aan; ik
refereerde aan de trillingen in verband met de schade.
De voorzitter:
Ik gaf niet de ruimte om door elkaar te heen praten, en graag via de
voorzitter spreken.
Mevrouw Beckerman (SP):
U heeft gelijk, voorzitter.
De voorzitter:
Oké, mevrouw Beckerman. Gaat uw gang. Heeft u nog een reactie?
Mevrouw Beckerman (SP):
Nou, ik denk dat dit wel klaar is. Volgens mij voeren we deze discussie
namelijk al vele jaren. Ik vind het ook wel jammer bij JA21 dat ze
eigenlijk maar twee dingen doen: ze betwijfelen hoe het gaat met de
gedupeerden en ze pleiten voor het heropenen van de gaskraan. Vandaag is
een unieke dag, omdat we een wet bespreken waarmee we gedupeerden verder
kunnen helpen. Ik heb gezien dat de heer Kops, de heer Bushoff en ikzelf
de enigen zijn die daarop amendementen indienen en voorstellen hebben
gedaan om mensen daadwerkelijk verder te helpen, zoals gevraagd wordt
vanuit de regio. JA21 doet dat niet, maar komt hier weer gedupeerden en
wetenschappers zwartmaken en pleit wellicht weer voor gaswinning. Wij
strijden wél voor deze groep gedupeerden.
De voorzitter:
Ik zie dat de heer Clemminck wil reageren, maar ik zou willen zeggen: u
mag na de interruptie van de heer Köse namens D66. Gaat uw gang, meneer
Köse.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat mevrouw Beckerman de spijker op zijn kop slaat. We zien hier
gewoon hoe onmenselijk er door JA21 gekeken wordt naar deze situatie,
met wantrouwen dat we al genoeg gezien hebben en artikelen die heel
doelgericht gezocht worden. Maar het gaat hierbij heel erg over de
directe schade; er lijdt niemand direct door. De NOS kopte laatst over
het onderzoek van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen dat ook
werd aangehaald door mevrouw Beckerman, over dat 28.000 Groningers last
hebben van depressieve gevoelens, 37.000 Groningers kampen met
rusteloosheid en nog eens 55.000 Groningers kampen met spanningen.
Mevrouw Beckerman komt zelf uit de regio. Wellicht dat u de collega van
JA21 kunt helpen door een beetje te duiden wat ook de indirecte schade
hiervan is en dat die misschien nog wel veel groter is dan de directe
schade.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb dat onderzoek niet aangehaald. Dat heeft ook te maken met dat het
mij raakt. Ik vind dat namelijk echt heel zwaar. Er zijn namelijk mensen
die echt ziek zijn van de manier waarop de overheid met hen is omgegaan.
Dit leidt tot vroegtijdige overlijdens. Ik ken die mensen. Ik vind het
altijd moeilijk om daarover te praten, zeker wanneer betwist wordt dat
dit daadwerkelijk bestaat.
De heer Clemminck (JA21):
Ik hoor dat mijn collega mij verwijt dat ik onmenselijk ben. Ik hoor
deze collega zeggen dat ik mensen zwartmaak. We hebben het gister nog
over de taalgids van OCW gehad, dus ik weet niet of dat woord nog mag,
maar het moet in ieder geval met een hoofdletter Z! Maar ik vind dit
geen manier van debatteren. Kijk, u mag uw politieke keuzes maken en u
mag moraliteit inbrengen in het debat, maar ik mag andere keuzes maken.
Volgens mij zijn we daarvoor hier in gesprek met elkaar. Maar laten we
dit soort verwijten niet maken.
Ik wil er ook nog even op wijzen dat JA21 bij de parlementaire enquête
heeft gezegd de uitkomsten te steunen. We hadden daar een aantal
kritische vragen over, maar de uitkomsten steunden we. We hebben ook
altijd meegestemd bij moties en amendementen uit het verleden, ook met u
over het pakket voor compensatie van Groningen, al maakten we daar
enkele kritische kanttekeningen bij. Dus doe nou niet alsof JA21
helemaal niets heeft betekend voor de mensen in Groningen als het gaat
om compensatie voor het echte leed dat daar is aangedaan.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik prob...
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, aan u het woord.
Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus.
Ik probeerde de heer Clemminck ook uit te dagen. Ik noemde het net al:
ik heb samen met de heer Bushoff een groot aantal amendementen
ingediend, omdat wij vinden dat deze wet te slap is. Deze wet heeft het
bijvoorbeeld over een zorgplicht, maar wij willen een resultaatplicht.
Wij hebben voorstellen daarvoor gedaan. U weet waarschijnlijk hoeveel
werk het is om amendementen te maken. Wij hebben er behoorlijk veel
gemaakt. Ik zie dat andere partijen dat nog niet hebben gedaan. Ik daag
u uit om hiermee te komen, want we moeten zorgen dat we recht doen aan
gedupeerde Groningers.
Laat ik het u dan maar direct vragen: steunt u de amendementen die wij
hebben ingediend? Denk bijvoorbeeld aan: geen zorgplicht, maar een
resultaatplicht; geen finale kwijting in de wet, waardoor zwaar
gedupeerden blijven zitten met de schade; juridische steun, technisch
advies en financieel advies voor huurders. Dat zijn zomaar drie
amendementen die wij hebben ingediend. Ik vraag uw steun hiervoor.
De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen dat u dat vraagt in de termijn van de heer
Clemminck. Het lijkt me goed om dat zo netjes te doen. Zo voeren wij de
debatten altijd met elkaar.
Ik zie dat er verder geen interrupties meer zijn. Ik dank u voor uw
inbreng, mevrouw Beckerman, en geef het woord aan de heer Vermeer van de
BBB-fractie.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dit wetsvoorstel is geen technisch dossier. Het
gaat over mensen die al jaren wachten, mensen die nog steeds niet weten
waar ze aan toe zijn en mensen die te vaak hebben gehoord dat het beter
wordt, zonder dat ze dat zelf ook echt merkten. BBB ziet dat het kabinet
met deze wetswijziging stappen zet. De generatielange aanpak wordt
wettelijk vastgelegd. Schadeherstel en versterking worden koste wat kost
uitgevoerd. Met de jaarlijkse Staat van Groningen komen er structureel
inzicht en politieke verantwoording. Dat zijn belangrijke keuzes, maar
wetten herstellen geen vertrouwen; dat doet de uitvoering. Daarom wil
BBB vandaag vooral spreken over wat deze wet betekent in de praktijk
voor bewoners, voor uitvoerders en voor de overheid zelf.
Voorzitter. Voordat ik inga op schade en herstel, wil ik eerst
helderheid over de randvoorwaarden. In en rond dit debat wordt opnieuw
gesproken over gaswinning uit het Groningenveld. BBB vindt het
belangrijk om daar duidelijk over te zijn, juist om onrust bij inwoners
te voorkomen. Voor BBB is veiligheid leidend. Niet politiek opportunisme
of financiële overwegingen zijn leidend, maar veiligheid is leidend. Het
oordeel over de veiligheid ligt niet bij politici, maar bij de
onafhankelijke toezichthouder, het SodM, het Staatstoezicht op de
Mijnen. Zij zijn helder: veilige gaswinning uit het Groningenveld kan
niet worden gegarandeerd, ook niet door injectie in de bodem. Volgens
SodM is er in ieder geval op korte en middellange termijn geen
mogelijkheid om de gaswinning te hervatten. Bij de huidige praktijk zal
de bodem nog jarenlang instabiel blijven en kunnen er nog aardbevingen
plaatsvinden. Bij het hervatten van de gaswinning wordt de instabiliteit
van de bodem, en daarmee de kans op aardbevingen, vele malen
groter.
Daar komt nog eens bij dat bij de huizen die momenteel al versterkt en
afgehandeld zijn, altijd rekening is gehouden met het scenario van geen
extra gaswinning. Sommige partijen pleiten voor het hervatten van de
gaswinning en ruimhartige compensatie voor de Groningers, maar in de
praktijk betekent dit dat de afhandeling van de schade en de claims weer
jaren terug in de tijd wordt geworpen. Als er iets is waar de Groningers
niet op zitten te wachten, is dat het wel.
Voorzitter. Dat BBB op dit moment niet openstaat voor het hervatten van
de gaswinning onder het Groningenveld, betekent niet dat BBB tegen
gaswinning an sich is. We hebben op dit moment een aantal kleinere
gasvelden, waar ook al jaren gas wordt gewonnen. Volgens SodM kan het
winnen van gas in deze velden wel veilig. Daarom willen we daar ook mee
doorgaan.
Voorzitter. Dan de kern voor veel mensen in Groningen en Noord-Drenthe:
schadeafhandeling. In de memorie van toelichting gaat het over een
mildere, makkelijkere en menselijkere aanpak. BBB onderschrijft die
ambitie volledig, maar bewoners willen vooral antwoord op één vraag:
gaat het nu sneller? De mogelijkheid van daadwerkelijk herstel zonder
onderzoek naar de schadeoorzaak kan daarbij helpen. Minder discussie
over causaliteit kan tijd schelen en stress verminderen. Dat ziet BBB
als een belangrijke stap, maar tegelijkertijd roept dit ook vragen op.
Kan het kabinet concreet maken welke versnelling in doorlooptijden het
verwacht door deze nieuwe aanpak? Hoe wordt voorkomen dat bewoners
alsnog vastlopen in uitzonderingen, aanvullende voorwaarden of
ingewikkelde keuzemomenten? Is het kabinet bereid om vaker te werken met
duidelijke standaardroutes, waarbij de overheid meer
verantwoordelijkheid neemt en bewoners actief ontzorgt, in plaats van ze
steeds opnieuw te laten kiezen?
Dan de versterking. Ook over de versterkingsoperatie heeft BBB zorgen.
Uit de uitvoeringstoetsen blijkt hoe kwetsbaar de planning is. Elke
extra verplichting, elk nieuw overlegmoment en elke aanvullende
rapportage kan vertraging veroorzaken. Hoe borgt het kabinet dat deze
wetswijziging niet leidt tot extra vertraging in de
versterkingsoperatie? Hoe wordt voorkomen dat uitvoerende organisaties
wel extra taken krijgen, maar onvoldoende ruimte om die uit te voeren?
BBB wil dat deze wet versnelt en niet vertraagt. Dat vraagt om scherpe
keuzes en duidelijke prioriteiten.
Voorzitter. BBB steunt het idee van een jaarlijkse Staat van Groningen.
Inzicht is nodig, ook voor de Kamer, maar alleen als dat ook gevolgen
heeft. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als doelen of streefwaarden niet
worden gehaald? Welke concrete consequenties verbindt het kabinet
daaraan? Hoe wordt de Kamer tijdig geïnformeerd, zodat bijsturen ook
echt mogelijk is? BBB wil voorkomen dat de Staat van Groningen een
papieren werkelijkheid wordt, waarin problemen wel worden beschreven,
maar niet worden opgelost.
Tot slot, voorzitter. Alles overziend kan deze wet een stap vooruit
zijn, maar alleen als deze leidt tot minder onzekerheid, minder
wachttijd en meer duidelijkheid voor inwoners. Dat betekent geen nieuwe
discussies over gaswinning zolang veiligheid niet gegarandeerd is,
maximale focus op versnelling van schadeherstel en versterking en een
overheid die verantwoordelijkheid neemt in plaats van doorschuift. BBB
wil dat deze wet één duidelijke boodschap afgeeft aan de mensen in
Groningen en Noord-Drenthe: het wordt rustiger, duidelijker en sneller.
Dat is de meetlat die BBB hanteert bij de verdere behandeling van dit
wetsvoorstel en het beoordelen van de amendementen.
Dank u wel.
De heer Clemminck (JA21):
Een korte vraag aan de BBB: is de heer Vermeer er voorstander van om de
putten open te laten, zodat wij bijvoorbeeld stikstof zouden kunnen
injecteren om de ondergrond te stabiliseren?
De heer Vermeer (BBB):
Zoals ik eerder in debatten ook al aan de heer Clemminck aangegeven heb,
zijn wij bereid — we hebben daarover zelfs een motie gesteund — om
experimenten met injecties uit te voeren, maar niet in het
Groningenveld, want experts hebben duidelijk aangegeven dat dat veld van
een heel andere orde van grootte is en dat je, als je al experimenten
wilt doen, dat met nieuwe gasputten zult moeten doen, die kleiner zijn
en waarvan de omvang beperkt is. Je moet dat dan ook testen. We moeten
alles testen wat kan helpen om aan gaswinning te kunnen doen en
veiligheid kan garanderen voor de mensen. Ik hoop dat dat duidelijk
genoeg is.
De voorzitter:
Volgens mij is dat het; de heer Clemminck is weer gaan zitten. Dank u
wel voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de heer Bushoff namens de
fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Net buiten Middelstum heb je zo'n typische,
prachtige herenboerderij op zo'n wierde, zo'n heuvel die we in de rest
van het land een terp noemen. Expeditie Grunnen, een weekendprogramma
van RTV Noord — ik raad het iedereen aan — besteedde dit paasweekend ook
aandacht aan deze specifieke boerderij. Dat komt omdat het een best wel
bijzonder voorbeeld is. Deze boerderij stond in 2017 namelijk nog op de
nominatie om volledig gesloopt te worden door de NAM, totdat er een
gezin was dat zei: laat dat nou niet gebeuren. Zij bonden de strijd aan
met de NAM. Vandaag de dag wonen zij met hun gezin in die prachtige
gerenoveerde en versterkte boerderij. De boerderij zelf is een typisch
voorbeeld van zo'n mooie Groningse herenboerderij. De naam is misschien
nog wel mooier, namelijk: Gronings Hoop. Als je in deze tijd van het
jaar op het Groninger land komt, zeker in de vroege ochtend, dan wil er
nog wel eens zo'n laag mist over het Groninger land hangen. Over die
mist heen kijkend zie je dan de silhouetten van die mooie oude
herenboerderijen op de heuveltjes, op de wierden, of van die eeuwenoude
kerkjes waar Groningen zo bekend om staat. Bijna zou je bij dat
verstilde Groninger landschap, de schoonheid van dat Groninger land,
vergeten wat daar ook nog achter schuilgaat.
Voorzitter. Ik citeer. "Je wordt heel snel volwassen." "Ik voel me
eigenlijk niet echt meer een mens." "Ik weet niet of ik eigenlijk nog
wel bij Nederland hoor." "Ik kan niet verder kijken dan de middelbare
school." Citaten van twee middelbare scholieren uit Appingedam.
Schrijnende situaties die schuilgaan achter de schoonheid van dat
prachtige Groninger land. Het werd ook heel scherp verwoord door de
parlementaire enquêtecommissie drie jaar geleden. Het is deze week op de
kop af drie jaar geleden dat de Kamer hier dat debat met de
enquêtecommissie voerde. Na die enquêtecommissie en na het rapport van
de enquêtecommissie was daar de kabinetsreactie Nij Begun. Een nieuw
begin. Dat ging om 50 maatregelen om recht te doen aan Groningen, om de
ereschuld in te lossen en om Groningen weer perspectief te bieden.
Voorzitter. Voordat ik daar verder op inga moet mij één ding van het
hart dat eigenlijk niet tot de orde van dit debat hoort. Partijen die
het nu hebben over het door blijven gaan met de gaswinning in Groningen,
van PVV en JA21 tot SGP en Groep Markuszower, zou ik willen voorhouden:
is dat nou echt een Nij Begun? Dat is nog meer van dezelfde ellende. Ik
zou het kabinet dan ook vooral willen aansporen om door te gaan met het
ontmantelen van de gasputten in Groningen, zodat we deze non-discussie,
die het is, echt achter ons kunnen laten en alle focus in de Kamer en
bij het kabinet kan gaan naar Nij Begun, naar een nieuw begin voor
Groningers.
Voorzitter. Vandaag behandelen we dan ook een wet die een deel van deze
50 maatregelen wettelijk verankert. De wet regelt een aantal zaken,
grofweg gezegd drie zaken. Aan de ene kant regelt de wet die vandaag
voorligt daadwerkelijk herstel. Mensen hoeven tot €60.000 niet aan te
tonen dat er een causaal verband is, maar krijgen hun schade hersteld.
Dat wordt wettelijk vastgelegd. Deze wet regelt ook, zoals dat dan heet,
een collegiaal bestuur bij het SodM en deze wet moet er ook voor zorgen
dat de overheid de ereschuld aan Groningen nakomt door twee zorgplichten
in het leven te roepen.
Voorzitter. Ik denk dat deze wet eigenlijk nog te slap is, om eerlijk te
zijn. Die kan steviger, zodat de beloftes die aan Groningers gedaan
zijn, ook echt worden nagekomen. Groningen wil nu garanties. Die
garanties moeten steviger in deze wet verankerd worden. Daarvoor heb ik
samen met mijn collega Beckerman een aantal verbetervoorstellen gedaan.
Ik heb daarover ook een aantal vragen aan het kabinet. Die loop ik langs
aan de hand van vier blokken. In de eerste plaats ga ik in op het
nakomen van beloftes. In de tweede plaats wil ik het hebben over de
ongelijkheid. In de derde plaats zal ik het ook nog hebben over de
gelijke behandeling van de regio en het Rijk. In de vierde plaats wil ik
stilstaan bij de uitvoering.
Allereerst het nakomen van de beloftes aan Groningen. Ik noemde het al.
Deze wet regelt, om precies te zijn in hoofdstuk 5b, in artikel 13, dat
er twee zorgplichten komen voor het kabinet: een om de ereschuld in te
lossen die met name wordt ingevuld door de sociale en economische agenda
— ik zie ondertussen dat er een interruptie is — en een zorgplicht die
toeziet op het verduurzamen van de woningen.
De voorzitter:
Het klopt dat er een interruptie is aangekondigd, maar ik zocht even
naar een natuurlijk moment om u te onderbreken. Meneer Heutink, ga uw
gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
U heeft een zorgplicht om over de orde van de vergadering te gaan.
De voorzitter:
Daarom.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil even doorgaan op wat de heer Bushoff zei over de zorgplicht. We
hebben het dan over de Groningers die echt het vertrouwen in de overheid
hebben verloren. Terecht, want we zien wat er is gebeurd en hoeveel leed
er is aangedaan. Tegelijkertijd denkt het kabinet met die zorgplicht weg
te komen. Vindt meneer Bushoff het niet erg naïef van de overheid en had
de overheid er niet scherper op moeten zijn, in de trant van: wij zijn
toch wel fout geweest en misschien maken we dat wantrouwen er op deze
manier niet beter op?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Na de parlementaire enquête zijn er best wel grote beloftes gedaan aan
Groningers. Het moest menselijker, milder en makkelijker. Er zou
eindelijk perspectief komen voor Groningen. Een deel van die grote
woorden heeft het kabinet proberen te vatten in deze wet. Het kabinet
heeft geprobeerd een en ander wettelijk vast te leggen in de vorm van de
zorgplicht. Ik vind dat eigenlijk te vrijblijvend. Ik vind het alsof je
zegt: we doen ons best en we zien wel waar het schip strandt. Daarom
maak ik ook mijn punt dat het veel scherper in deze wet moet worden
vastgelegd, in de vorm van een resultaatverplichting, waar ik samen met
mijn collega Beckerman ook een amendement over heb ingediend.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ben blij dat u dat amendement heeft ingediend, maar het gaat wel een
stap verder dan dat. Het gaat namelijk ook over de houding en de
mentaliteit van het kabinet. Het kabinet moet ook iets gaan leren en
inzien wat het gevoel is in Groningen. Ik geloof echt wel dat men
precies weet wat er speelt, maar dan begrijp ik niet dat het kabinet
niet direct heeft gekozen voor een resultaatverplichting, maar dat het
nu alleen gaat voor die zorgplicht. Hoe kijkt meneer Bushoff daarnaar?
Moet het kabinet daar niet wat meer lering uit gaan trekken?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat kan de heer Heutink straks ook aan het kabinet zelf vragen. Ik denk
dat het belangrijk is dat als het kabinet met een wet komt waarvan
sommige Kamerleden zeggen dat hij beter kan, het dan ook aan de Kamer is
om daar zelf verantwoordelijkheid in te nemen. Als er één conclusie was
van de parlementaire enquêtecommissie, dan was het dat niet alleen het
kabinet, maar ook de Kamer veel steviger haar rol had moeten pakken bij
alle ellende die is aangericht in Groningen. Ik vind dus ook dat de
Kamer zelf een verantwoordelijkheid heeft om wetten die misschien niet
goed zijn, beter te maken. Vandaar dat ik vandaag tal van
verbetervoorstellen doe om de wet steviger te maken.
Tot slot. Ik denk dat het cruciaal is voor het vertrouwen van Groningers
in de overheid, dat we de discussie over het herwinnen van gas uit het
Groningerveld definitief achter ons laten, en dat alle partijen die er
wel voor pleiten daarmee stoppen en zich richten op het oplossen van de
ellende van de Groningers.
De voorzitter:
Helder. U vervolgt uw betoog.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Ik was gebleven bij de zorgplichten
van dit kabinet. Ik had er al even een interruptiedebat over met de heer
Heutink van Groep Markuszower. Ik vind dat het eigenlijk te slap is. Het
lijkt zo veel te zijn als: we gaan ontzettend ons best doen en kijken
dan of het goedkomt en waar het schip strandt.
Voorzitter. Op bladzijde 17 van de memorie van toelichting schrijft het
kabinet dat een resultaatverplichting "een onrealistische verwachting"
zou wekken. Mijn vraag aan het kabinet is: wat voor onrealistische
verwachting? De Groningers mogen er toch van uitgaan dat de beloftes die
zijn gedaan, daadwerkelijk door het kabinet worden nagekomen? Iets
verderop wordt op bladzijde 17 van de memorie van toelichting gesteld
dat de zorgplichten "toch ongeveer hetzelfde" zouden zijn als een
resultaatverplichting. Mijn vraag aan het kabinet is dus: wat is het
nou? Is het nu zo dat u zegt dat de beloften die zijn gedaan aan
Groningen afrekenbaar zijn en dat u die gaat realiseren? Dat houdt in
dat u net zo goed kan kiezen voor een resultaatplicht, overeenkomstig
het voorstel van mevrouw Beckerman en mijzelf. Of is het zoals het
kabinet eerder schreef in de memorie van toelichting, namelijk dat men
de belofte toch niet echt hard durft te maken in deze wet? Welke van de
twee is het? Ik hoop echt dat het kabinet de beloftes gaat nakomen. Als
dat zo is, dan kunnen we ook kiezen voor een
resultaatverplichting.
Voorzitter. Dan kom ik bij de ongelijkheid. Je hoeft bijvoorbeeld alleen
maar naar Loppersum te gaan, waar ik een paar weken geleden nog was.
Daar heb je de Schipsloot, met prachtige huisjes aan het water. Het heet
niet voor niets Schipsloot. Achter de Schipsloot loopt de Middenstraat.
De woningen daar worden allemaal aangepakt, maar de woningen bij de
Schipsloot worden niet aangepakt. Onuitlegbaar. Ga je naar Appingedam,
dan heb je daar de Westersingel. Ik was bij mensen binnen en ik zag dat
het plafond eruit lag. Spullen stonden opgeslagen, omdat ze verwachtten
dat hun huis zou moeten worden aangepakt. Ze hadden namelijk een brief
gekregen dat hun woning niet veilig was. Nu krijgen ze een brief met de
mededeling "uw huis is op norm". Ondertussen ligt het plafond er nog
steeds uit en staan de spullen in de opslag, terwijl aan de
Koninginnelaan, een straat verderop, de huizen wel worden aangepakt: een
onuitlegbaar verschil. Ga naar de Stadsweg in Ten Boer. De hele wijk
eromheen is aangepakt. De Fivelstraat staat er haaks op en de huizen
daar kregen verduurzaming, maar op de Stadsweg in Ten Boer moesten
inwoners zelf in actie komen om hun recht te halen: een onuitlegbaar
verschil.
Voorzitter. Mijn vraag aan het kabinet, aan deze nieuwe bewindspersonen,
is: wat vindt u hiervan? Vindt u deze in mijn ogen onuitlegbare
verschillen aanvaardbaar of vindt u dat deze onuitlegbare verschillen
inderdaad moeten worden weggewerkt?
In de wet die vandaag voorligt is — ik zeg uit mijn hoofd in artikel 19c
— opgenomen dat nieuwe maatregelen geen nieuwe ongelijkheid mogen
veroorzaken. Ik ben benieuwd of het kabinet kan reflecteren op de vraag
of het inderdaad gaat lukken om na te komen wat in deze wet is opgenomen
en hoe zich dat verhoudt tot bijvoorbeeld maatregel 29.
Voorzitter. Je ziet ook een ongelijkheid in de wet als het gaat om
huurders en eigenaren. Aan de ene kant krijgen eigenaren juridische en
financiële bijstand, maar aan de andere kant zie je dat dat voor
huurders eigenlijk nog onvoldoende is geregeld, zeker als die huurders
ook nog eens mkb'ers, ondernemers zijn. Mijn collega Beckerman en ik
dienen daarom een voorstel in om die ongelijkheid uit deze wet te
halen.
Voorzitter. Er zit nog zo'n ongelijkheid in deze wet. Op zich is het
goed dat met deze wet ook verankerd wordt dat schades tot €60.000 zonder
een causaal verband te hoeven aantonen daadwerkelijk hersteld kunnen
gaan worden, maar wat zegt dat over de mensen in het kerngebied die
zwaar getroffen zijn, de mensen met de zwaarste schades? Ik vraag het
kabinet: hoe is het rechtvaardig dat zij niet in aanmerking komen voor
zo'n regeling? Dat lijkt mij een onuitlegbaar verschil. Dat moet ook
opgelost worden en daarvoor doen we dus ook een verbetervoorstel.
Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over ongelijkheid en over batch
1588. Ik heb het al vaker over batch 1588 gehad in Kamerdebatten. Mensen
moesten nota bene geld inleggen voor de sloop van hun eigen woning, die
er tot op de dag van vandaag nog steeds staat en nota bene verhuurd
werd. Ze moesten een enorme strijd voeren om dat geld terug te krijgen.
Ik ben benieuwd hoe het daarmee staat. Ik zou van het kabinet willen
weten: heeft iedereen dat geld inmiddels terug? Ik lees ook — ik wil dat
verifiëren bij het kabinet — dat batch 1588 straks in principe op
dezelfde maatregelen aanspraak kan maken als ieder ander. Kan het
kabinet aangeven of dat klopt? Hoe zit het dan met terugwerkende kracht,
zou ik van het kabinet willen weten. Tot zover over die ongelijkheid in
Groningen.
Ik wil ook nog ingaan op de rol van de regio in verhouding tot het Rijk.
Groningers hadden altijd al gelijk. De mensen uit Groningen weten
donders goed wat er goed gaat, wat er niet goed gaat en wat er beter
kan. Ik denk dat de conclusie van de parlementaire enquête dat de stem
en de belangen van Groningers structureel zijn genegeerd,
gerechtvaardigd was. Als er zo'n harde conclusie wordt getrokken, moet
je daar ook lering uit trekken. Dan moet je dus ook de stem van
Groningers, de gemeente, de provincie en maatschappelijke organisaties
een veel betere plek geven in overleggen. Dat betekent concreet twee
dingen. Eén. Het overleg tussen Rijk, regio, gemeenten, provincies en
vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties moet gelijkwaardig
zijn. Twee. Het moet op initiatief van de regio zelf geïnitieerd kunnen
worden; dat is het tweede amendement dat wij indienen. Alleen dan doe je
recht aan de stem van Groningers.
Voorzitter. Mijn vierde punt gaat over de uitvoering. Het was al een
tijd geleden dat de SP en toen nog de PvdA … Inmiddels is het
GroenLinks-PvdA en zo meteen is het Progressief Nederland in deze Kamer.
De naam wil nog weleens veranderen, maar het punt dat ik wil maken
blijft hetzelfde, namelijk dat de SP en de PvdA eigenlijk altijd het
punt hebben gemaakt dat de aanpak die in Groningen is gekozen, namelijk
schadeafhandeling en versterking apart organiseren, een verkeerde aanpak
is, een verkeerd fundament. In de afgelopen jaren werd altijd gezegd dat
er nu eenmaal is gekozen voor die aanpak, dat die niet meer veranderd
kan worden en dat we daarbij moeten blijven. Langzaamaan lijkt nu toch
erkend te worden, ook door dit kabinet, ook in de toelichting op deze
wet en ook in de beantwoording van het schriftelijk overleg, dat het
toch beter zou zijn als je schadeafhandeling, versterking en
verduurzaming samenvoegt in een eenoverheidsaanpak of een totaalaanpak.
Daar zijn de inwoners het meeste bij gebaat. Ik denk dat dat inderdaad
waar is, maar het verbaast me wel dat het zo lang heeft geduurd voordat
dat inzicht er is gekomen. Ik vraag dit kabinet en deze nieuwe
bewindspersonen dan ook: is dit inderdaad de route die u verder wil
bewandelen, dus de route van een eenoverheidsaanpak en een totaalaanpak?
Zult u alles doen wat nodig is om die route te realiseren?
Voorzitter. Met betrekking tot de uitvoering denk ik het volgende. Omdat
we in beginsel een verkeerde aanpak hebben gekozen, zitten we nu nog
steeds met heel veel problemen en hebben we een enorm lange stilstand
gezien met betrekking tot het daadwerkelijk herstellen van schade en het
verstevigen van woningen. Nog steeds wonen duizenden mensen in
beschadigde en onveilige huizen. De stilstand van de afgelopen jaren is
niet gratis; dat heb ik eerder al in debatten gezegd. Als iemand van 95
te horen krijgt dat die nog twee jaar langer moet wachten, of als een
ouder echtpaar op leeftijd jarenlang strijd moet voeren om te krijgen
waar ze recht op hebben, kost dat hen belangrijke laatste levensjaren.
Ik zeg dus nogmaals tegen het kabinet: die stilstand is niet gratis. We
moeten nu dus heel snel voortgang maken. Ik vraag dit kabinet ook: wat
verwachten deze bewindspersonen van de aangekondigde maatregelen voor
duurzaam en daadwerkelijk herstel? Die hadden de grote gamechangers
moeten zijn, maar blijven voorlopig echt nog achter. Wat verwacht het
kabinet daarvan?
Met betrekking tot de uitvoering zou ik ook nog een punt willen maken
over finale kwijting. Mijn collega Beckerman maakte dat punt ook al. Het
is niet meer dan logisch dat Groningers, die in de afgelopen jaren
misschien wel murw zijn geslagen door alle bureaucratische processen, de
onzekerheid en het lange wachten, kiezen voor een makkelijkere route om
in één keer van hun schades af te zijn of een vergoeding te krijgen, als
ze daarvoor in aanmerking komen. Echter, het kan natuurlijk niet zo zijn
dat ze daarmee afstand doen van hun recht om meer schade vergoed te
krijgen als die er blijkt te zijn. Dat gebeurt wel als je die finale
kwijting inbouwt in de wet. Ik vind dat we daar vanaf moeten. Daarvoor
doen wij dus een verbetervoorstel.
Voorzitter. Dan nog één punt over de schadeafhandeling dat mij wel van
het hart moet. Heel veel schadebureaus hebben heel veel geld verdiend
aan de schadeafhandeling in Groningen. Naast dat ik dat moreel
verwerpelijk vind — ik wil daarover ook graag een uitspraak van het
kabinet — vind ik dat we daar paal en perk aan moeten stellen, zeker als
je ziet dat een aantal mensen zich enorm hebben verrijkt. Deelt het
kabinet mijn opvatting dat het niet zo kan zijn dat schadebureaus zo
ongelofelijk veel geld verdienen over de rug van ons allemaal en zeker
van de Groningers? Moeten we daar geen paal en perk aan stellen, vraag
ik dit kabinet.
Voorzitter, ik kom tot een afronding. Groningers zijn doorgaans geen
mensen die de deur wagenwijd openzetten en zeggen: kom maar kijken naar
mijn problemen. Wij Groningers, wij doppen onze eigen boontjes wel. De
afgelopen jaren ben ik veelvuldig bij mijn provinciegenoten over de
vloer gekomen. Ik heb daar in hun huis aan hun keukentafel gezeten. Elke
keer voelde dat een beetje ongemakkelijk, bij mensen in huis komen om
zomaar een inkijkje in hun privéleven te krijgen. Ik zeg nadrukkelijk
dat je bij hen in huis komt, want eigenlijk kom je niet bij ze thuis. De
meeste mensen bij wie ik over de vloer kwam, zeiden: mijn thuis is dit
allang niet meer. Het beste voorbeeld daarvan is misschien wel het gezin
in Appingedam waar ik kwam. De moeder liet het huis zien: de voorkant
staat twaalf centimeter hoger dan de achterkant, scheuren alom, deuren
die niet meer sluiten, in de winter wordt het niet warmer dan 18 graden,
tocht, vocht. De twee dochters kunnen, zo zei de moeder, niet meer
meemaken dat ze in een fijn en veilig thuis wonen, omdat ze tegen die
tijd het huis al uit zijn. Er wordt weleens gezegd dat de jeugd de
toekomst heeft, maar ik wil afsluiten met de vraag aan het kabinet of
dit ook geldt voor Groningen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan zou ik graag het woord willen geven aan
de heer Clemminck van de fractie van JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Wie schade veroorzaakt, is verantwoordelijk voor
schadeherstel en voor compensatie. In deze ene zin zit meer
rechtvaardigheid, meer realisme en meer redelijkheid dan in de honderden
pagina's van dit dossier. Schade door trillingen als gevolg van de
gaswinning moet van JA21 menselijker, milder en makkelijker worden
vergoed, punt. Tegen mevrouw Beckerman zeg ik nogmaals dat wij
voorstellen daarover ook altijd hebben gesteund, ook haar amendement en
moties. De politiek moet daartoe heldere randvoorwaarden creëren die
juridisch houdbaar en financieel verantwoord zijn. Precies op deze
punten gaat dit dossier in dit wetsvoorstel helemaal de verkeerde kant
op.
Ten eerste. De schade die wordt uitgekeerd, raakt steeds verder los van
de aantoonbare schade door gaswinning. Twee. "Menselijker, milder en
makkelijker" is verworden tot "misplaatst, mateloos en misbruik". Drie.
Het wetsvoorstel wekt bij Groningers de indruk van een generatielange
zekerheid met miljarden, terwijl het budgetrecht van de Kamer gewoon
overeind blijft. In die zin deel ik de kritiekpunten van de heer Bushoff
en mevrouw Beckerman. Alleen trekken we andere conclusies op het einde.
Het klopt, het zijn vooral symbolische woorden, in werkelijkheid
betekenen ze niets.
Voorzitter. Laat ik beginnen met het eerste, de schade-uitkering die
steeds verder losraakt van de aantoonbare schade door gaswinning. Er is
nog amper een verband tussen de miljarden aan vergoedingen en de echte
schade veroorzaakt door trillingen als gevolg van de gaswinning. De
regering schrijft het zelf. Er wordt voor miljoenen aan belastinggeld
uitgegeven voor schade die "het gevolg van gaswinning zou kunnen zijn".
"Zou kunnen zijn." Het IMG geeft miljoenen belastinggeld uit zonder
onderzoek te doen naar de oorzaak van de geclaimde schade. Juist dan
ontstaat het risico dat kosten niet of niet volledig op de NAM
verhaalbaar blijken. Ondertussen is er een hele industrie ontstaan
rondom de schadeafhandeling. Vier bureaus ontvingen in de periode
2018-2025 ruim 577 miljoen euro van de overheid. Eén aandeelhouder zag
het eigen vermogen van zijn bedrijf stijgen van acht ton naar 13
miljoen. Bij een ander schoot het omhoog van zeven ton naar ruim 5
miljoen euro. Hoe kan het dat zo veel belastinggeld niet naar de echte
gedupeerden gaat? Graag een reactie van de minister. De regering kiest
er bovendien voor om expliciet af te wijken van de reguliere systematiek
van artikel 6:98 en artikel 6:103 van het Burgerlijk Wetboek. Dat is
niet niks. Dat betekent dat het gewone aansprakelijkheidsrecht hier
bewust buitenspel wordt gezet.
Voorzitter. Dit is dan nog het bestuurlijke deel. Echt ontluisterend
wordt het in het technische deel. Zijn de trillingen in Groningen wel
echt zo exceptioneel, verwoestend en ontwrichtend als sommige Kamerleden
hier altijd hebben beweerd? Is de minister bekend met het artikel in De
Correspondent van 3 april? Zo ja, dan moet deze minister ook van zijn
democratische ethos zijn gegaan, zich het leplazarus zijn geschrokken.
In dit uitstekende journalistieke werk wordt geen spaan heel gelaten van
de wetenschappelijke onderbouwing onder de uitkomsten van de
parlementaire enquête.
Ik noem enkele voorbeelden uit het artikel, voorzitter. Na de aardbeving
bij Huizinge in 2012 kwamen circa 2.000 meldingen binnen van schade. In
2024, het jaar met de laagste trillingen in ruim twee decennia, waren
dat er 42.790. Van de 420.000 adressen is in de afgelopen 40 jaar minder
dan 1%, ongeveer 2.600 adressen, echt blootgesteld aan
piekgrondsnelheden van meer dan 20 millimeter per seconde. Dat is
ongeveer een heipaal die naast je woning één keer afgaat. Zo'n 3.700
adressen, 2,6%, kregen trillingen van meer dan 10 millimeter per seconde
te verduren. 57.363 adressen, zo'n 13,7%, zijn blootgesteld aan
grondbewegingen van meer dan 3 millimeter per seconde. Dat is
vergelijkbaar met ongeveer een denderende goederentrein langs je
huis.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Is JA21 van mening dat de Groningers ook heel veel emotioneel leed is
aangedaan door de overheid?
De heer Clemminck (JA21):
Ik ben zeker van mening dat de overheid in die jaren niet adequaat heeft
gereageerd en de zorgen van de Groningers heeft opgepakt.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Snapt JA21 dan ook dat dat leed wat doet met mensen, dat die mensen
daardoor ziek kunnen worden en dat het ook een taak is van de overheid
om dat leed te compenseren?
De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Schade en leed die veroorzaakt zijn, maar dan wel echt
veroorzaakt zijn door de trillingen naar aanleiding van de gaswinning,
moeten worden gecompenseerd. Zeker.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik rond af, voorzitter. Hier komen we dan tot de kern van het betoog van
JA21. JA21 houdt een zeer technisch verhaal dat de schade die
gecompenseerd zou moeten worden aan de Groningers te herleiden is tot
het aantal scheuren en het aantal centimeters waarop een woning wel of
niet gezakt is. Dat is een zeer technisch verhaal, maar tegelijkertijd
is er ook aantoonbare emotionele schade ontstaan door de gaswinning en
door het verwijtbaar handelen van het kabinet destijds, waardoor die
mensen ook daadwerkelijk in de shit zitten. Ik vraag aan JA21 om daar
wel serieus naar te kijken door het niet te herleiden naar een aantal
scheuren en het verzakken van een huis, maar om ook rekening te houden
met die mensen, die ook daadwerkelijk in de problemen zitten en dat ook
gecompenseerd moeten hebben.
De heer Clemminck (JA21):
JA21 gelooft in het recht. Het recht is inderdaad dat als je schade
veroorzaakt, je verantwoordelijk bent voor de compensatie.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. Meer dan 70% van alle schadeclaims is afkomstig uit
postcodes met een maximale grondbeweging van minder dan 2 millimeter per
seconde. Dat is vergelijkbaar met een straaljager die over je huis
vliegt. De schadekans is, zo zeggen de wetenschappers, nihil. Nihil. Hoe
beziet de minister deze cijfers en welke gevolgen verbindt de minister
daaraan?
Voorzitter. Wetenschappers uit de hele wereld lachen ons uit. De NAM,
gedwongen door de Staat, investeerde maar liefst 200 miljoen euro in
kennisontwikkeling. 200 miljoen euro! Dat is meer dan op elke andere
plek op de wereld met veel zwaardere aardbevingen en waar veel vaker
aardbevingen voorkomen. 200 miljoen euro aan belastinggeld. Hoe kan het?
Hoe kan het dat onze Nederlandse nuchterheid, realisme en soberheid
hebben plaatsgemaakt voor misschien wel de grootste politieke aflaat in
de geschiedenis? Nergens ter wereld is zo veel geld uitgekeerd voor
zulke kleine trillingen.
Voorzitter. Het emopopulisme waart rond als een besmettelijk virus in
deze Kamer. Ik ben zojuist door de heer Köse van D66 uitgemaakt voor
onmenselijk. Nou, dat lijkt mij niet een manier om je eigen
collega-Kamerleden aan te spreken, maar ik kan er goed tegen, want de
heer Köse en ik zijn allebei Brabanders. Ik stel voor dat de heer Köse
mij vanavond op een biertje trakteert en dan is alles weer vergeten.
De voorzitter:
Volgens mij denkt de heer Köse daar anders over.
De heer Köse (D66):
Nee, dat kan zeker, maar ik heb een punt van orde, voorzitter. Ik noemde
de heer Clemminck niet onmenselijk, ik noemde het beleid dat JA21
ambieert onmenselijk. Ik ben benieuwd hoe hij daarnaar kijkt.
De voorzitter:
Waarvan akte.
De heer Clemminck (JA21):
Waarvan akte. Ik hoop dat dat biertje nog steeds voor me klaarstaat.
Helemaal goed, dan doen we dat!
Voorzitter. Dit is niet de Groningers aan te rekenen, zeker niet, maar
wel een groot deel van de Kamer. Ik had het over het emopopulisme. Het
belangrijkste voor een partij als D66 was dat ze nu eindelijk de rol van
held konden spelen in dit dossier, in hun zelfgecreëerde klucht. Kijk
ons eens deugen, kijk ons eens goeddoen. Wetenschappers uit de hele
wereld maakten gehakt van de veronderstelde problemen in Nederland en
Nederlandse wetenschappers durven zich nog amper uit te spreken. Ze
worden bedreigd of hier in de Kamer weggezet als gevaarlijk. We hadden
het daar al even over. Enkele citaten van wetenschappers. Julian Bommer
schreef in 2022 in een beschouwing voor het Bulletin of Earthquake
Engineering: "Het is een kolossaal fiasco geworden, het Gronings
dossier, waarin wetenschap en techniek er niet in zijn geslaagd
irrationaliteit te overwinnen." Een ander citaat. "Er is een
alternatieve publiekswetenschap ontstaan", schreef geoloog Manuel
Sintubin over Groningen in Seismological Research Letters. "Een
publiekswetenschap die een eigen leven is gaan leiden en losgezongen is
van de echte wetenschap." Als dat beeld klopt of ten dele zou kloppen,
moet deze Kamer zich afvragen op basis van welke feiten zij jarenlang
heeft geopereerd. Kan de minister reageren op reacties van diverse
wetenschappers die dit hebben aangehaald met betrekking tot de
technische onderbouwing van de parlementaire enquête?
Voorzitter. Dit wetsvoorstel bouwt voort op tijdelijke wetten, maar
vooral op uitkomsten van die enquête en dat is bijzonder
problematisch.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vraag me af of JA21 naast het selectief citeren van de wetenschap —
een gedeelte van de wetenschap heeft toch echt andere uitkomsten; dat is
al gewisseld met mevrouw Beckerman — nu ook de bevindingen van deze hele
Kamer, die unaniem de parlementaire enquête heeft onderschreven, buiten
haken zet. Is die parlementaire enquête eigenlijk voor niks geweest?
De heer Clemminck (JA21):
Zeker niet. Ik wijs slechts op topwetenschappers die toch echt wel
fundamentele kritiek hebben op het onderliggende onderzoek en de
aannames van de parlementaire enquête. Het lijkt me goed om daar
kritisch naar kijken.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
150 zetels in deze Kamer hebben na breed jarenlang onderzoek gezamenlijk
gezegd … Dit betrof niet alleen het citeren van wetenschappelijke
artikelen, maar ook het zelf op pad gaan om te zien, empirisch, wat er
gebeurd is, en het duiken in de parlementaire geschiedenis om te kijken
naar de verantwoordelijkheidsverdeling en de wijze van
schadeafhandeling. Uit dat onderzoek zijn zeer ernstige conclusies
gekomen. De positie van de premier wankelde niet voor niks in dat debat.
Nu zegt JA21: er zitten aannames onder die niet goed zijn, dus zetten we
die hele parlementaire enquête maar bij het grofvuil.
De heer Clemminck (JA21):
Dat is wel een heel overhaaste conclusie van mevrouw Bikker. Dat heb ik
helemaal niet gezegd. Ik heb gezegd dat er topwetenschappers op dit
gebied zijn die echt fundamentele kritiek hebben op een aantal
wetenschappelijke aannames die onder de parlementaire enquête liggen.
Volgens mij is het goed om er kritisch naar te kijken. Tegelijkertijd is
er buiten dat hele wetenschappelijke deel natuurlijk ook een relatie
tussen overheid en vertrouwen bij Groningers. Dat is een ander deel. Dat
is een politieke discussie. Nogmaals, ik heb al eerder aangegeven dat
JA21 de uitkomst van de parlementaire enquête gewoon overgenomen heeft,
maar wel met een aantal kritische punten, zoals dit.
De voorzitter:
Mevrouw Bikker, afrondend.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit is een soort mist waarin ik met de heer Clemminck rij. Aan de ene
kant zegt hij namelijk: ik ben kritisch op de vooronderstellingen van de
parlementaire enquête. Aan de andere kant zegt hij: JA21 onderschrijft
de conclusies van de parlementaire enquête wel, maar toch ook weer niet.
Ik ben dan even benieuwd: wat in de parlementaire enquête onderschrijft
JA21 nu wel en wat niet? Daar ontstaat nu namelijk veel verwarring over.
Ik heb collega Clemminck eerder dingen over "emopopulisme" horen zeggen.
Ik zou het heel vervelend vinden als een van beiden dat de ander zou
verwijten. Ik constateer wel dat het veel Groningers behoorlijk veel
stress oplevert dat, waar men destijds na jarenlang wachten eindelijk
erkenning kreeg voor het grote leed wat men ervaren heeft, er nu weer
volksvertegenwoordigers zijn die ergens zeggen: ik weet niet of die
enquête wel op de goede vooronderstellingen is gefundeerd en ik
onderschrijf het wel, maar misschien toch ook niet. Beseft de heer
Clemminck wel wat hij daarmee in zijn grote verantwoordelijkheid als
volksvertegenwoordiger teweegbrengt? Voorzitter, excuses voor het feit
dat het twee vragen zijn. Wat onderschrijft JA21 nou wel en niet in de
parlementaire enquête en beseft de heer Clemminck ook dat als hij daar
wat aan af gaat doen, in tegenstelling tot wat eerder is gezegd, dat ook
gevolgen heeft in Groningen?
De heer Clemminck (JA21):
Er is niks veranderd. We hebben altijd gezegd dat de overheid de
Groningers te laat heeft erkend in de problemen die er zijn ontstaan. Ik
heb er in een eerder debat met mevrouw Bikker ook al over gezegd dat dit
mijn partij niet aan te rekenen is. Dat zijn een aantal andere partijen.
We hebben dat altijd gezegd. Het klopt. Er is herstel van vertrouwen
nodig. Daar hoort bij — dat heb ik net ook aangegeven — dat als je
schade hebt opgelopen die aantoonbaar te maken heeft met de trillingen
als gevolg van de gaswinning, je ruimhartig, goed, volledig, snel,
menselijker, makkelijker en milder gecompenseerd hoort te worden. Dat is
een element uit de parlementaire enquête waarvan JA21 heeft gezegd: dat
moet gebeuren. We hebben ook amendementen en moties daarover van
bijvoorbeeld mevrouw Beckerman gesteund. Maar er zitten inderdaad ook
onderdelen in de parlementaire enquête waar we altijd kritisch op zijn
geweest. Dat is de cruciale stap, namelijk het loslaten van de
oorzakelijkheid tussen de schade die geclaimd en uitgekeerd wordt — het
gaat om miljarden euro's — en de trillingen als gevolg van de
aardbevingen. Daar heeft het feitelijk niks meer mee te maken.
De heer Köse (D66):
Ik ben een beetje in de war, want in het begin hoorde ik de heer
Clemminck van JA21 zeggen: "Het moet menselijker. Het moet makkelijker.
Het moet milder." Vervolgens komt er een barrage aan standpunten en
argumenten. Eerst werd gezegd dat de parlementaire enquêtecommissie
volledig onderschreven werd. Nu wordt er toch weer selectief
teruggetrokken; niet alles zou helemaal kloppen. Vervolgens wordt er ook
selectief geshopt in de onderzoeken die er zijn. Dat gebeurt weer heel
selectief aan één kant. Maar toch hoor ik JA21 hier zeggen: menselijker,
makkelijker, milder. We lijken heel erg terug te gaan naar een houding
van wantrouwen: o wee als er maar één iemand te veel geld krijgt. Hij
wil bijna een hele bureaucratie optuigen om het toch maar niet te gunnen
aan de Groningers. Ik wil graag aan de heer Clemminck vragen: waar zit
dat "menselijker, makkelijker, milder" van JA21 dan precies in?
De heer Clemminck (JA21):
In ieder geval door collega's niet als onmenselijk weg te zetten, zou ik
zeggen tegen de heer Köse. Maar dan naar zijn vraag. Volgens mij is de
kern heel simpel en bijna in één zin te vatten: schade die daadwerkelijk
is opgelopen en waarbij er een verband is tussen de trillingen en de
aanleiding, de gaswinning, moet gecompenseerd worden en moet worden
hersteld. Dat mag op een makkelijkere, mildere en menselijkere manier.
Makkelijker kan ik het voor de heer Köse niet maken.
De voorzitter:
Meneer Köse, korte interrupties.
De heer Köse (D66):
Ik had al het punt van orde gemaakt dat dat niet het geval was. Er wordt
gewoon geen antwoord gegeven op mijn vraag. Waar zit dan het
"menselijker, makkelijker, milder" in? Er wordt juist gezegd door JA21
dat we veel strenger moeten zijn voor de Groningers, dat we veel minder
ruimte moeten geven, dat we heel veel mensen niet moeten compenseren die
nu wel gecompenseerd worden. Waar zit dat "menselijker, makkelijker,
milder" dan nog in? Ik vraag het nogmaals.
De heer Clemminck (JA21):
Een van de problemen waar het IMG tegen aanloopt, is dat wij hier zo
ruim compenseren dat het helemaal losstaat van het daadwerkelijke
causale verband tussen de schade en de claims. Het IMG heeft enorme
achterstanden. Dat gaat ten koste van de mensen die juist wel echt
schade hebben en die juist veel sneller geholpen zouden kunnen worden
als we die operatie veel slimmer zouden aanpakken.
De heer Köse (D66):
We hebben in deze wet en ook al hiervoor in de uitvoering met elkaar
afgesproken dat we overcompenseren, juist voor dat "menselijker,
makkelijker, milder". Waarom? Omdat dat juist heel veel scheelt in de
uitvoeringskosten. Dat scheelt niet alleen voor de mensen daar heel
veel, maar ook voor de belastingbetaler. We hebben de taferelen gezien:
met €440.000 aan uitvoeringskosten was er maar €80.000 uitgekeerd. Dat
is waar JA21 naar streeft. We kunnen ook naar vertrouwen toe gaan en de
uitvoeringskosten drukken of bijna laten verdwijnen, bijvoorbeeld met
die €60.000-regeling of die €10.000-regeling. Dat doen we bijvoorbeeld
niet — dan kom ik op mijn vraag — door Groningen in geval van nood
opnieuw te willen openen. Hoe wordt daarnaar gekeken? Wat doet dat met
dat "menselijker, makkelijker, milder"? Helpt dat mee in de
discussie?
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb net van mevrouw Beckerman gehoord dat wij het in dit debat over
Groningen, het herstel en de versterking moeten hebben, en helemaal niet
over de toekomst van het boren. Ik word uitgedaagd door de heer Köse.
Het is heel simpel: daadwerkelijke schade moet inderdaad gecompenseerd
worden. Dat zou makkelijker, menselijker en sneller kunnen als wij het
daarbij houden en niet een heel circus optuigen. Blijkbaar is de heer
Köse van D66 tevreden met het feit dat van elke euro die we uitkeren, de
helft naar bureaucratie gaat.
De heer Vermeer (BBB):
De heer Clemminck gebruikt steeds bewust het woord "trillingen" in
plaats van "bevingen". In ben benieuwd of JA21 bij Justitiedebatten ook
in plaats van het woord "messteek" straks "schrammetje" gaat gebruiken,
maar daarvoor zullen we de andere debatten afwachten. Als JA21 vindt dat
er onterecht schade uitgekeerd wordt, als zij daar zo achter staan, welk
voorstel gaat JA21 dan doen via amendementen op deze wet om te zorgen
dat die afbakening beter gaat plaatsvinden?
De heer Clemminck (JA21):
Ik moet een beetje lachen, hoor. Gisteren stond een collega van de heer
Vermeer nog over de taalgids van OCW te spreken en aan te geven wat je
wel en niet mag zeggen. Volgens mij mag ik mijn eigen woorden kiezen.
Volgens mij was dat gisteren ook het pleidooi van de BBB bij de taalgids
van OCW.
Voorzitter, de vraag van de heer Vermeer. Weet u, de kern van deze wet
is het loslaten van het causaal verband en het buiten werking stellen
van twee artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Dat is de kern van dit
wetsvoorstel. Ja, daar is niet tegenop te amenderen. Voor ons is het dan
simpelweg zo: we stellen een aantal vragen, we luisteren goed naar de
collega's, we luisteren straks goed naar het antwoord van het kabinet en
dan zullen we een oordeel moeten vellen over deze wet. Maar deze wet is
in de kern gebaseerd op iets waar wij inderdaad grote vraagtekens bij
zetten. Daar kun je niet tegenop amenderen.
De heer Vermeer (BBB):
U gaat inderdaad over uw eigen woorden. Ik wilde even blootleggen welke
woorden u kiest en wat daarvan de implicaties zijn. Nog even een ander
punt, gezien de positie die JA21 inneemt inzake gaswinning uit het
Groningenveld. Vindt JA21 ook dat wij per direct moeten starten met het
doen van proefboringen naar schaliegas onder Den Haag, Leiden,
Rotterdam, Tilburg, Den Bosch en Eindhoven?
De heer Clemminck (JA21):
Ja, voorzitter, dat is buiten de orde van dit debat. Daar ga ik niet op
antwoorden. Daar is een ander debat voor. We moeten het nu hebben over
de herstel- en versterkingsoperatie voor de Groningers.
De heer Vermeer (BBB):
Dat is wel heel zwak en slap. JA21 denkt makkelijk te kunnen praten over
de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe, maar zodra het om een paar
stedelijke gebieden gaat waarin zij zelf actief zijn, duikt de heer
Clemminck. Dus nogmaals mijn vraag: gaat JA21 ook voorstellen om
proefboringen naar schaliegas te doen onder Den Haag, Leiden, Rotterdam,
Tilburg, Den Bosch en Eindhoven?
De heer Clemminck (JA21):
Ja, voorzitter, dat is buiten de orde, maar nogmaals: dit is nou precies
het emopopulisme dat aan deze kant van de Kamer heel vaak voorkomt. U
komt hier echt met een emotionele chantage, waar ik niet op inga. Nou
ja, nu u Tilburg noemt: JA21 is helemaal niet actief in Tilburg. Ik heb
er zelf jarenlang gewoond. Mijn vader woont er nog. Misschien dat hij
eens in zijn achtertuin wil gaan kijken om te zien wat er mogelijk
is.
De voorzitter:
U heeft uw derde interruptie al gebruikt, meneer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Ja, maar mij wordt hier emotionele chantage verweten.
De voorzitter:
Ja. Daarom geef ik u nog even het woord.
De heer Vermeer (BBB):
Daarop wou ik graag even een persoonlijk feit maken. Ik stel gewoon een
feitelijke vraag. Iemand die mij kent, zou zeggen dat ik dat zonder
emotie deed. Iemand die mij niet kent, zou dat misschien emotioneel
noemen, maar dat ben ik helemaal niet. Ik stel gewoon een feitelijke
vraag. Ik hoop daar dan ooit in een ander debat antwoord op te
krijgen.
De heer Clemminck (JA21):
Dat is zeker. Die kans komt zeker. Ik begrijp dat ik met de heer Vermeer
een biertje moet gaan drinken zodat we elkaar beter leren kennen.
De voorzitter:
Dat wordt een drukke bar, zo te horen.
De heer Clemminck (JA21):
Ja, het wordt gezellig en druk. Voorzitter, met uw goedkeuring ga ik
verder.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Clemminck (JA21):
Ja. "Dit betekent namelijk dat een aanzienlijk deel van de vergoedingen
wellicht niet verhaald kan worden op de NAM.": daar was ik gebleven. De
NAM wil zich namelijk aan de wet houden, en dat vind ik haar goed recht.
Kan de minister aangeven welk deel van de schadevergoedingen naar
verwachting niet of niet volledig op de NAM verhaalbaar is? Hoe groot is
het financieel risico dat de Staat en daarmee dus ook de
belastingbetaler loopt? Graag een reactie.
Voorzitter. Dit wetsvoorstel komt met ronkende teksten zoals "koste wat
kost", "generaties lang", "zorgplicht" en "zo lang als nodig", maar het
blijkt allemaal politieke retoriek te zijn, want na kritiek van de Raad
van State, dictum C, paste de minister de memorie van toelichting aan.
De zorgplicht blijkt juridisch gezien geen harde, individuele aanspraak
te zijn. De collega's hebben daar terecht vragen over gesteld. De
"generatielange aanpak" en "zo lang als nodig" blijven uiteindelijk
altijd afhankelijk van de politieke meerderheden in deze Kamer, want de
Kamer heeft immers het budgetrecht. Het was, zo schrijft de regering,
"symbolisch" bedoeld richting de Groningers. Is dit nu de manier om het
vertrouwen van Groningers te herstellen? Symboliek en grote woorden,
terwijl de werkelijkheid anders is? Graag een reactie. Volgens mij helpt
dat dus niet.
Voorzitter, ik rond af. JA21 blijft nuchter onder al het populisme dat
we hier plaats zien vinden. Schade die bewezen veroorzaakt is door
trillingen als gevolg van de gaswinning, moet 100% vergoed worden.
Binnen die kaders mag het en moet het misschien ook gewoon menselijker,
makkelijker en milder, maar de belastingbetaler laten opdraaien voor de
fouten van vooral voormalig D66-staatssecretaris Vijlbrief is
onacceptabel.
Voorzitter. De afhandeling van de schade in Groningen zoals vervat in
deze wet, zou weleens de eerste parlementaire enquête kunnen worden naar
aanleiding van een eerdere parlementaire enquête. Ons standpunt moge
duidelijk zijn. JA21 is voor het behouden van toegang tot de gasputten
als strategische reserve, voor het openhouden van de putten om de grond
te kunnen stabiliseren met stikstofinjectie en voor het na de afronding
van de herstel- en verstevigingsoperatie mogelijk weer boren in het
Groningenveld.
Voorzitter, ik dank u.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik liep al naar voren voordat ik de laatste woorden van de heer
Clemminck hoorde. Die veranderen misschien enigszins de aard van mijn
interruptie. Is de heer Clemminck zich ervan bewust, vraag ik via u,
voorzitter, dat je de facto gewoon moet blijven boren als je het
Groningenveld als een soort reserve achter de hand wil houden, zoals hij
voorstelt? Anders hou je namelijk onbruikbare putten. Is de heer
Clemminck zich daarvan bewust?
De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Mijn collega Daniël van den Berg is bezig met het voorbereiden
van een initiatiefwet en hij hoopt daar voor de zomer mee te komen. U
kunt dan ons voorstel precies op de inhoud beoordelen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is toch wel heel problematisch dat dus af en toe wordt gedaan — ik
vind het belangrijk om dat hier in dit debat te duiden — alsof je
Groningen wel eventjes achter de hand kan houden voor als het over drie
jaar een keertje nodig zou zijn. Los van het feit dat dat niet veilig
kan en los van alle beloftes die aan Groningen gedaan zijn, is het ook
praktisch onuitvoerbaar. Daarmee zeg je namelijk dat je gas moet blijven
boren als je Groningen inderdaad achter de hand wil houden. Daarmee zeg
je dus tegen de Groningers dat je onveilig doorgaat met het winnen van
gas, terwijl een parlementaire enquête, het zwaarste parlementaire
middel, concludeert en het SodM adviseert dat je dat niet moet doen. Dat
is wat JA21 voorstelt. Tegelijkertijd hoor ik geen enkel voorstel — daar
was mijn interruptie op geënt — over wat JA21 dan wil doen om al die
onveilige huizen in Groningen aan te pakken. Ik hoor geen enkel voorstel
over wat JA21 wil doen om al die beschadigde huizen, waar mensen nog
steeds in onzekerheid in wonen, aan te pakken.
De heer Clemminck (JA21):
Ik zou willen zeggen tegen de heer Bushoff: wacht onze initiatiewet af.
Ik zou ook tegen de heer Bushoff willen zeggen: kijkt u eens even goed
naar de stemmingslijsten van afgelopen jaren. Dan zult u zien dat JA21
vaak bij "voor" stond als het ging om de herstel- en
verstevigingsoperatie van Groningen, overigens ook bij uw moties en
amendementen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet wat ik erger vind: ofwel de onwetendheid die er blijkbaar
zit aan de kant van JA21, ofwel het gemak waarmee er over het voorstel
van JA21 heen wordt gestapt. Dat voorstel is namelijk: blijven boren in
Groningen. Dat is wat u voorstelt. Ik wacht de initiatiefwet niet af,
want dit is wat u voorstelt. Wees dan ook mans genoeg om het eerlijke
verhaal te vertellen. Als u dat dan voorstelt, hoe kunt u dat dan
voorstellen zonder één voorstel te doen voor het veilig maken van al die
huizen in Groningen die nog onveilig zijn, zonder dat u vandaag in dit
debat één voorstel doet om de schadeafhandeling vlot te trekken en
zonder één voorstel te doen om perspectief te bieden aan de regio? Ik
heb niks van dat alles gehoord.
De heer Clemminck (JA21):
Dat is dan blijkbaar de dank van de heer Bushoff voor het feit dat JA21
allerlei wetsvoorstellen, moties en amendementen in het verleden heeft
gesteund wat betreft de versterking en het herstel van Groningen. Verder
zou ik echt tegen de heer Bushoff willen zeggen: wacht even de
initiatiefwet af.
De voorzitter:
U mag zo weer terugkeren als u dat wilt, meneer Bushoff. Ik wil u
overigens niet uitnodigen om het debat langer te maken. Sorry, mevrouw
Beckerman. Ik zeg dat even voor de helderheid. Ik zag dat de heer
Bushoff niet in de gaten had dat zijn interrupties op waren. Ga uw gang,
mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil toch even iets zeggen over de opbrengst van de bijdrage van JA21.
Als ik even heel feitelijk mag zijn, is het: gaskraan open. JA21 zegt
het dus tussen de regels door, maar weet zelf ook dat dat betekent:
permanent open. Je kunt niet even bij nood winnen. Dat is een deel van
zijn bijdrage. Een ander deel is dat alle schades opnieuw op causaliteit
moeten worden onderzocht. Ik denk dat hij ook zegt dat bewoners dat zelf
dan maar moeten aantonen. Nogmaals, mijn vraag is of dit echt is wat
JA21 wil.
De heer Clemminck (JA21):
Als het gaat om de strategische voorraad, dan gaat het feitelijk om de
waakvlam. Ik wil het niet te technisch maken en ook niet buiten de orde
van dit debat treden, voorzitter. Nogmaals, mijn collega is bezig met
een initiatiefwet, die heel snel bekend zal worden. Alles wat betreft
schade en versterking hebben we altijd gesteund. Wat versterkt en
hersteld moet worden, moet versterkt en hersteld worden. Wij pleiten er
wel voor dat er een causaal verband moet zitten tussen wat wij doen, wat
wij uitkeren aan schadeclaims, en de trillingen als gevolg van de
gaswinning. Dat betekent dat er nu een nieuw moment is. Er ligt een
nieuw wetsvoorstel uit het kabinet. Dat gaan we beoordelen met die bril,
voor de toekomst.
Mevrouw Beckerman (SP):
JA21 is wel goed met eufemismen, hè? Aardbevingen worden "trillingen",
gaswinning wordt "een waakvlam". Dat maakt voor heel veel gedupeerden
natuurlijk niet uit, want het betekent dat er dan gas gewonnen wordt en
dat de kansen op onveiligheid toenemen. Aardbevingen worden dus
"trillingen", gaswinning wordt "een waakvlam", en causaliteit wordt
verpakt als "milder, menselijker, makkelijker". Maar dan ga ik dit heel
concreet vragen. Ik heb in mijn spreektekst een aantal voorbeelden
genoemd van mensen die in het kerngebied wonen en die nu, in hun nieuwe
woning, na een lijdensweg door de overheid, er nog steeds mee te maken
krijgen dat zij die causaliteit moeten aantonen. Bushoff en ik willen
dat uit de wet halen voor dat kerngebied. Wij willen juist dat dit echt
goede regelingen worden. Wat zegt JA21 nou werkelijk? Gaan ze opnieuw
deze voorstellen steunen, of zeggen ze: "Nee, bewoners moeten weer die
hele lijdensweg in van causaliteit aantonen"?
De heer Clemminck (JA21):
Die causaliteit is in ieder geval de kern van het Burgerlijk Wetboek.
Als je schade veroorzaakt, dan ben je verantwoordelijk voor compensatie
en herstel daarvan, maar dat is dan wel schade die je zelf hebt
veroorzaakt. Dat lijkt me toch wel een belangrijk element daarin. Daar
komt dit bij. Als voor dat kerngebied, waar het epicentrum zit van de
trillingen, wel het bewijsvermoeden geldt als het boven de €60.000 zit,
vind ik dat eigenlijk unfair, want daaronder hoeft dat niet. Er is geen
enkel verband tussen de afstand van de trillingen en waar het geld
terechtkomt. Het geld komt eigenlijk vooral terecht waar het niet
terecht hoeft te komen, waar er een grote afstand is tot de trillingen.
Volgens mij doen we de Groningers zelf daarmee echt tekort.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zou het antwoord ook ontwijken en het in eufemismen verpakken. JA21
zegt: ja, wij willen dat al die bewoners zelf opnieuw die causaliteit
gaan aantonen en tegelijkertijd willen wij de gaskraan open. Dat is toch
wat JA21 hier daadwerkelijk zegt? Er is inderdaad één regeling, die
€60.000-regeling. Die heeft vorig jaar maar voor veertien mensen
gewerkt. Veertien mensen maar! Maar toch zegt hij: "Nee, ik wil die
causaliteit terug. Helaas vind ik een amendement te moeilijk." Wat is
het nu, vraag ik aan JA21. Is dit echt wat JA21 wil? Opnieuw gas winnen?
Mensen in onveiligheid brengen? Zorgen dat ze weer die hele lijdensweg
in moeten van eindeloze onderzoeken naar causaliteit en een eindeloze
strijd met de overheid?
De heer Clemminck (JA21):
Ik ben bang dat ik mijn betoog bijna opnieuw moet doen met deze
misvattingen, deze soort samenvattingen van mevrouw Beckerman. Mevrouw
Beckerman heeft, denk ik, niet goed geluisterd, overigens ook niet naar
de inbrengen van JA21 in het verleden. Wij hebben altijd gezegd: eerst
versterken en herstel, daarna pas kijken wat er mogelijk is in de
toekomst als het gaat om gaswinning. Dus niet tegelijk, zoals u net
suggereerde. Ik wil niet mijn hele betoog opnieuw doen. Ik stel voor dat
mevrouw Beckerman het misschien nog even terug gaat kijken op Debat
Direct. Mijn belangrijkste punt blijft dat er een causaal verband moet
zijn tussen de schade die er is en de claims die er liggen, en dat er
ruimhartig en goed moet worden gecompenseerd.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Er moet dus volgens JA21 een causaal verband liggen. Nou, maatregel 3
van de 50 maatregelen in Nij Begun zegt: stoppen met het onderzoek naar
de causaliteit van schades. Dat is precies een van de drie maatregelen
die we vandaag wettelijk gaan verankeren. Dat maakt eigenlijk dat we de
hele inbreng van JA21 terug kunnen leiden tot twee scenario's, namelijk:
gaat JA21 een amendement indienen om die maatregel 3 uit dit
wetsvoorstel te slopen of gaat JA21 dan tegen deze wet stemmen?
De heer Clemminck (JA21):
Ik heb altijd gezegd dat ik eerst goed ga luisteren naar de collega's en
naar de reactie van het kabinet, voordat ik mijn conclusies trek. Dat
zou de heer Heutink misschien ook weleens goed kunnen doen. Ten tweede
is deze wet tot in de kern helemaal verweven met de vraag of je die
causaliteit wel of niet activeert. Dat ziet niet alleen maar op één
regel of één artikel en ook niet op één paragraafje in de memorie van
toelichting, maar dat zit helemaal verweven in die hele wet. Daar is
niet tegenop te amenderen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Allemaal leuk hoor, dat JA21 wacht op een reactie van het kabinet, maar
ik heb geen enkele vraag gehoord richting het kabinet over of het bereid
is om die clausule of dat artikel in deze wet eruit te halen. Het is dus
een feit dat JA21 hierover een standpunt heeft ingenomen dat de heer
Clemminck hier net duidelijk naar voren heeft gebracht, namelijk dat er
causaliteit moet zijn ten aanzien van het herstel van de schade in
relatie tot de trillingen. Dat is volgens mij een heel duidelijk
standpunt. Dat betekent dat JA21 vandaag gewoon echt kleur moet gaan
bekennen en niet volgende week bij de stemmingen. JA21 kan nu kleur
bekennen. Gaan ze een amendement indienen? Of gaan ze tegen deze wet
stemmen? Ik kan u namelijk op een briefje meegeven, zeg ik via u tegen
JA21, voorzitter, dat het kabinet weinig aan deze wet gaat
veranderen.
De heer Clemminck (JA21):
Tja, dat is een beetje pessimistisch van de heer Heutink. Overigens
hebben we deze vragen gewoon expliciet gesteld, dus ik wacht het
antwoord van het kabinet even af.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik luister natuurlijk goed naar de heer Clemminck. Hij zei: de
versterking moet eerst klaar zijn en pas dan kunnen we weer gas winnen.
Maar de versterking is gebaseerd op nul gaswinning en de huidige
versterkingsoperatie is naar schatting in 2032 of 2034 klaar. Betekent
dat ten eerste dat de initiatiefwet van JA21 pas ingaat na alle
versterkingen, dus ook de extra versterking die nodig zal zijn als je
weer gas gaat winnen? JA21 weet namelijk ook dat de huidige versterking
plaatsvindt op basis van nul gaswinning. Nieuwe gaswinning betekent
namelijk dat er ook heel veel extra versterkt moet worden.
De heer Clemminck (JA21):
Er zijn overigens ook rapporten die zeggen dat je op een bepaalde
verantwoorde manier wel degelijk in de toekomst gas kunt winnen. De
initiatiefwet gaat overigens niet over de gaswinning, zeg ik voor de
zekerheid toch maar even, maar over toegang houden tot een strategische
reserve. Dat is wat anders.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoorde JA21 zeggen: dan moet u maar luisteren naar mijn betoog. Hij
zei letterlijk: "JA21 is altijd helder geweest: we gaan pas weer gas
winnen nadat de versterking klaar is." Die is klaar in 2032 of 2034,
gebaseerd op nul gaswinning. Ook de JA21-wet voor een noodvoorraad
betekent gaswinning. Ook een noodreserve betekent dat je een waakvlam
moet houden, zoals u net ook eerlijk hebt toegegeven, en een waakvlam
betekent gaswinning. Ik vraag de voorzitter ook om de heer Clemminck te
vragen om echt antwoord te geven, want het is een hele simpele vraag:
wanneer gaat die initiatiefwet in?
De voorzitter:
Het is een goed gebruik om antwoord te geven. Meneer Clemminck, aan u
het woord.
De heer Clemminck (JA21):
Ik ben niet anders aan het doen, voorzitter, met veel plezier trouwens.
Het initiatiefwetsvoorstel gaat over een strategische reserve, dus niet
over gaswinning. Daar is inderdaad een waakvlamsituatie voor nodig. Dat
nemen we inderdaad mee: waar kun je dat op een verantwoordelijke manier
doen? Ik wijs ook op een aantal rapporten — nogmaals, het is een beetje
buiten de orde van dit debat — die aangeven dat dat inderdaad zou
kunnen. Nou, dat nemen wij mee bij onze initiatiefwet.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar een waakvlam is gaswinning. Een waakvlam is gaswinning. Dat is dus
de conclusie van vandaag. JA21 pleit voor gaswinning terwijl het niet
veilig is, want een waakvlam is gaswinning. En voor de schade moeten
mensen weer een hele lijdensweg in van het aantonen van causaliteit, ook
op plekken waar allang aangetoond is dat het door gaswinning komt. Ten
derde zal de versterkingsoperatie opnieuw moeten, maar niet klaar zijn
voordat de JA21-wet voor gaswinning ingaat. Dit is de opbrengst van
JA21: Groningen weer opnieuw in onveiligheid met nieuwe winning en geen
oplossing voor die dramatisch verlopende schade- en
versterkingsaanpak.
De heer Clemminck (JA21):
Mevrouw Beckerman lijkt een beetje op ChatGPT dat met een samenvatting
komt waar inhoudelijk van alles niet aan klopt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik heb u gevraagd of de heer Clemminck ook antwoord kan
geven, want dit zijn gewoon zijn eigen woorden.
De heer Clemminck (JA21):
Ik doe niet anders en ik doe het, nogmaals, met veel plezier. Ik geef
elk antwoord op uw vragen dat ik kan geven.
De heer Köse (D66):
Ik snap dat het ongemakkelijk kan zijn als de waarheid aan het licht
komt, want dat is momenteel het geval. We zien dat het JA21 helemaal
niet om die noodreserve gaat. Dat is een heel mooi beeld dat in de
panels te zien was: o, er staan best wel veel mensen achter, want het is
best wel logisch. "Nood, maar wat is dan nood?" Maar de heer Clemminck
en ik weten heel goed dat er niet zoiets is als de gaskraan even
opendraaien om bij nood even te winnen en 'm dan weer heel snel dicht te
draaien. Mevrouw Beckerman gaf dat net ook al aan: het is winnen of niet
winnen. Dus wat is nou de waarheid volgens JA21? Ik zie de heer
Clemminck nee schudden, maar wat is dan de waarheid? Wat wil JA21 nou
echt? JA21 weet namelijk net zo goed als ik dat die noodknop niet om kan
en dat het dan gewoon volledig winnen zal zijn, iets waar de partij JA21
altijd al voor heeft gestaan. Wees eens eerlijk: waar staat JA21
voor?
De heer Clemminck (JA21):
Dan gaan we het nog een keer doen. We hebben gezegd dat we de toegang
tot de gasputten open moeten laten. We moeten ze niet met beton
volgieten. Dat is echt het stomste wat je kunt doen, zeker in deze
geopolitieke situatie. Daar zijn andere debatten voor, maar volgens mij
is het wel duidelijk dat het in deze tijden van onvoorspelbaarheid
belangrijk is dat je toegang houdt tot een strategische reserve in geval
van nood. We zullen maar terechtkomen in de situatie dat de ziekenhuizen
niet meer kunnen draaien, dat de economie stilvalt en dat de mensen hun
huis niet meer kunnen verwarmen. Op die kritieke momenten is het handig
en goed dat je toegang hebt tot een strategische reserve. Dat is wat
nodig is. Dan moet je dus geen beton in de putten gieten, zoals D66
graag wil, maar dan moet je toegang houden tot een aantal putten. Die
moeten op de waakvlam, zodat je erbij kan als het echt nodig is.
De heer Köse (D66):
De waarheid is er met extra veel woorden uit gekomen: gewoon gas winnen.
Geen nood, want dat kan niet. De waakvlam betekende 3 miljard kuub gas
winnen per jaar. Dat was best flink en dat was, op een onveilig veld,
ook best wel risicovol. U heeft zelf al heel vaak aangehaald dat ik u
onmenselijk heb genoemd, maar het is het beleid dat onmenselijk is. Ik
ben benieuwd hoe JA21 hiernaar kijkt, want hoe steekt het dan precies in
elkaar? Warffum heeft een paar maanden stilgelegen. Het Groningenveld
ligt al jaren stil. We zien dat dat helemaal onder water is gelopen. Er
is een waakvlam nodig om te kunnen produceren, maar de leidingen zijn er
niet voor gemaakt om lange tijd stil te staan. Er zijn ook leidingen
weggehaald. Gasbehandelingsinstallaties zitten vol met lucht. De NAM
zegt zelf: leuk, wat JA21 wil, maar wij gaan dat niet doen. We hebben
dus de volgende situatie; ik maak het even heel makkelijk. We hebben een
huis met een cv-ketel. Dat heeft u vast ook, zeg ik via de voorzitter.
De cv-ketel doet het niet, de leiding naar de straat is weg en de
aannemer, die in een juridische strijd is verwikkeld, zegt ook nog: ik
ga het niet doen; ik hou me daar verre van. Hoe gaan we dit dan doen in
geval van nood? U wilt gewoon gaan winnen.
De heer Clemminck (JA21):
En dat komt dan van de partij die er alles aan heeft gedaan om de
toegang tot de gasputten onmogelijk te maken voor de toekomst, door de
installaties weg te halen en gasputten vol te gieten met beton, zoals de
heer Köse zegt. Gelukkig is die operatie nog niet afgerond. Dat weet de
heer Köse ook. Er zijn nog putten die we op de waakvlam kunnen houden en
wel degelijk kunnen gebruiken op strategische momenten, in nood, als dat
nodig is. Dat is echt iets anders dan gas winnen. Ik wijs er ook nog
even op dat er allerlei wetenschappelijke rapporten zijn, onder andere
van TNO, waarin staat dat het wel degelijk op een verantwoorde manier
zou kunnen.
De voorzitter:
Dat leidt niet tot een vervolginterruptie. Volgens mij was u aan het
einde van uw betoog. Dat klopt, zie ik, dus dan dank ik u voor uw
inbreng. Dan gaan we naar de heer Kops, die spreekt namens de PVV. Gaat
uw gang.
De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Met dit wetsvoorstel worden enkele maatregelen
uit Nij Begun, de kabinetsreactie op de parlementaire enquêtecommissie,
wettelijk verankerd in de Tijdelijke wet Groningen, die vervolgens
verandert in de wet Groningen. Dat het tijdelijke karakter van die wet
verandert, zegt eigenlijk meerdere dingen, namelijk dat de ellende die
in Groningen is veroorzaakt, ontzettend groot is, dusdanig groot dat er
een generatielange aanpak nodig is. Die aanpak wordt met dit met
voorstel nu dus wettelijk vastgelegd, maar waarom eigenlijk die
wettelijke verankering? Nou, zodat ook toekomstige kabinetten gehouden
zijn aan de generatielange aanpak, omdat in de loop der jaren — ik
citeer uit de memorie van toelichting — "de conclusies van de
parlementaire enquêtecommissie naar de achtergrond kunnen
verdwijnen".
Voorzitter. De eerste vraag is dan de volgende. Oké, de minister van BZK
wordt primair verantwoordelijk, maar waarom is er in dit nieuwe kabinet
eigenlijk geen bewindspersoon specifiek voor Groningen meer? Dat was in
het vorige kabinet nog wel het geval. Deze minister heeft het
ongetwijfeld heel druk met heel veel dingen, dus hoe wordt voorkomen dat
hij het hele Groningendossier, met alle respect, "erbij gaat doen" en
het dus niet nu al naar de achtergrond verdwijnt? Graag een
reactie.
Voorzitter. Wel komt er een regeringscommissaris. In de brief van 13
maart jongstleden lezen we dat deze regeringscommissaris de opdracht
krijgt "de schadeafhandeling soepel te laten verlopen en de
versterkingsoperatie zo voortvarend mogelijk af te ronden". Ten eerste
zijn dat nogal open deuren en is het wat dat betreft de afgelopen jaren
vooral fout gegaan. Ten tweede zijn dat nou net de taken van IMG en NCG.
Kortom, wat gaat die regeringscommissaris nu doen, anders dan die
uitvoeringsinstanties en anders dan een bewindspersoon? Graag een
reactie.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel krijgt de minister twee nieuwe taken:
de ontwikkeling van zogeheten "brede welvaart" en verduurzaming. Het
valt op dat we het hier dan meteen hebben over "zorgplichten". De eerste
vraag is dan — het is misschien vragen naar de bekende weg — of het
klopt dat een zorgplicht een inspanningsverplichting is en dus feitelijk
niets hoeft te zeggen over de te behalen resultaten. Waarom is hier dus
voor gekozen en niet voor bijvoorbeeld resultaatplichten? Bovendien: als
je dit allemaal doet voor toekomstige kabinetten, als je dit voor de
toekomst voor langere tijd wilt vastleggen, is een zorgplicht dan niet
veel te vaag? Is die niet door alle toekomstige bewindspersonen totaal
anders in te vullen? Hoe ziet de minister dat? Graag een reactie.
Voorzitter. Hoe wordt de uitvoering van die zorgplicht eigenlijk
vormgegeven? Dat gebeurt in een zogeheten "uitvoeringsprogramma Rijk".
Daarin worden dan, lezen we, tussentijdse doelen opgenomen, maar ook
streefwaarden, noodzakelijke randvoorwaarden en voorgenomen maatregelen.
Als ik dat zo lees … Kan de minister dat toelichten? Hoe worden die
doelen opgesteld? Wat zijn eigenlijk precies streefwaarden? Hoe worden
die bepaald? Hoe hard zijn die? Klopt het dat ergens naar streven
helemaal niets hoeft te zeggen over de te behalen resultaten? Welke
randvoorwaarden? Klopt het bovendien dat een "voorgenomen maatregel" —
zo staat het geformuleerd — nog geen daadwerkelijk te nemen maatregel
is? Kortom, vindt de minister het zelf ook niet allemaal
boterzacht?
Voorzitter, dan kom ik bij de ontwikkeling van brede welvaart. Dat
klinkt misschien heel leuk, maar tegelijkertijd is het ook heel vaag.
Want wat is het eigenlijk concreet? Het CBS zegt daarover: "Brede
welvaart gaat over alles wat het leven de moeite waard maakt." Dan weet
je eigenlijk nog niks. Oftewel, het is heel breed en vooral heel
subjectief, en dan ook nog eens vervat in een zorgplicht bedoeld voor
een generatielange aanpak. Kortom, wat verwacht de minister dat dit
concreet gaat opleveren, niet alleen onder zijn eigen bewind, maar ook
bijvoorbeeld over tien jaar, onder een andere bewindspersoon? Graag een
reactie.
We lezen in de memorie van toelichting dat het hier gaat om economie,
gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie en
persoonlijke ontplooiing. Ik vraag me dan het volgende af. Zaken als
economische ontwikkeling of onderwijs kun je nog concreet maken, maar
hoe meet je eigenlijk zaken als sociale cohesie of persoonlijke
ontplooiing? Hoe verzamel je er überhaupt data over? En hoe ga je daar
dan uiteindelijk over rapporteren, zeker periodiek, zoals de bedoeling
is? Dat rapporteren gebeurt dan in de Staat van Groningen en
Noord-Drenthe. De minister schrijft daarover: "Niet alle gegevens uit de
Staat van Groningen en Noord-Drenthe worden jaarlijks van een update
voorzien. Voor sommige gegevens — denk aan ervaren gezondheid,
levensverwachting of geletterdheid — geldt immers dat een verandering
geleidelijk plaatsvindt en dat een jaarlijkse meting onvoldoende
meerwaarde heeft." Laat nou net zaken als gezondheid, levensverwachting
en geletterdheid heel belangrijk zijn. Hoe vaak en op welke manier wordt
daar dan wel over gerapporteerd en verantwoording over afgelegd?
Voorzitter. Nadat de Staat van Groningen en Noord-Drenthe is
gepubliceerd volgt er overleg tussen de minister of ministers en
bestuurders van decentrale overheden, zoals de gedeputeerden,
burgemeesters en wethouders. In de memorie van toelichting lezen we dan,
en ik citeer: "De term 'overleg' tussen het Rijk en de decentrale
overheden kent in het voorliggende wetsvoorstel niet dezelfde betekenis
als in de Gemeentewet en de Provinciewet. In de Gemeentewet en de
Provinciewet veronderstelt de term meer wederkerigheid. Bovendien komt
het bedoelde overleg tot stand op initiatief van het Rijk, anders dan in
de organieke wetten." De eerste vraag is dan: kan de minister dat
uitleggen? Wat wordt daar precies mee bedoeld? Oftewel, hoe gaat zo'n
gesprek, zo'n overleg er dan in de praktijk aan toe, anders dan volgens
de Gemeentewet en de Provinciewet?
Komt het er wat betreft die wederkerigheid of het blijkbare gebrek
daaraan op neer dat de decentrale overheden hun zegje mogen doen over de
te behalen resultaten waarna de kous af is? Of hoe gaat dat in de
praktijk? Want — ik citeer opnieuw — "het overleg (…) is niet gericht op
het afleggen van politieke verantwoording aan de regionale en lokale
volksvertegenwoordiging, maar op het bespreken en analyseren van de
resultaten, het identificeren van verbetermogelijkheden en het bespreken
van voorstellen voor eventueel benodigde maatregelen". Ik heb er bijna
moeite mee om het goed te kunnen uitspreken als ik dat zo oplees. We
hebben het dus over bespreken, analyseren en identificeren; het klinkt
allemaal zo ontzettend vaag. Mijn vraag daarbij aan de minister is dan:
is het ook allemaal niet in de praktijk heel vrijblijvend? Want dat zou
het dus juist niet moeten zijn.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel wordt ook — dat is heel belangrijk —
daadwerkelijk herstel van veronderstelde schade geregeld, oftewel van
schade waarbij het IMG afziet van onderzoek naar de oorzaak en dus wordt
aangenomen dat het mijnbouwschade betreft. Aanvragers kunnen dan zelf
een aannemer inschakelen, waarna het IMG de redelijke herstelkosten
vergoedt, of aanvragers kunnen ervoor kiezen de schade door het IMG in
natura te laten herstellen.
Ten eerste. Kunnen deze twee opties voor feitelijk dezelfde schade
leiden tot verschillende uitkomsten? Daarmee bedoel ik: kan het
bijvoorbeeld gebeuren dat schade die het IMG laat herstellen wel
volledig wordt vergoed, maar niet als een aanvrager zelf een aannemer
inschakelt? Oftewel, hoe wordt bij redelijke herstelkosten in de
praktijk invulling gegeven aan het woord "redelijk"?
Voorzitter. Dan ten tweede. Dat grensbedrag, het maximumbedrag, wordt,
zoals eerder door de Kamer verzocht, vastgesteld op €60.000. Althans,
dat gebeurt niet nu, maar op een later moment per algemene maatregel van
bestuur. Want — ik citeer — "vaststelling per algemene maatregel van
bestuur biedt ruimte om op een uitvoerbare wijze rekening te houden met
toekomstige (prijs)ontwikkelingen in de schadeafhandeling, waardoor het
grensbedrag kan worden aangepast in verband met die
ontwikkelingen".
In de memorie van toelichting gaat het over toekomstige
prijsontwikkelingen, waarbij "prijs" tussen haakjes staat. Dat leidt dan
meteen tot de vraag welke ontwikkelingen anders dan prijzen in de
toekomst kunnen leiden tot aanpassing van dat grensbedrag. Dat
grensbedrag kan natuurlijk vanwege prijsontwikkelingen in een later
stadium worden aangepast, bijvoorbeeld omhoog, maar feitelijk kan het
per AMvB ook omlaag. Het is misschien niet de bedoeling, maar het kan
wel. Daarom heeft de PVV inmiddels een amendement ingediend dat regelt
dat dat grensbedrag in ieder geval niet lager dan die €60.000 kan zijn,
zoals eerder door de Kamer bepaald. Graag een reactie van de minister
hierop.
Voorzitter. We moeten natuurlijk ook nog beseffen dat er heel veel
stille gedupeerden zijn: mensen die recht hebben op schadevergoeding,
maar daar tot dusverre geen aanvraag voor hebben gedaan. In verband met
privacy en gegevensverwerking heeft het IMG nu niet de bevoegdheid om
die mensen actief te benaderen. Maar krijgt het die bevoegdheid wel met
dit wetsvoorstel? Hierop vooruitlopend heeft de Kamer begin februari een
PVV-motie aangenomen die de regering verzoekt om hier alvast mee aan de
slag te gaan en ervoor te zorgen dat alle stille gedupeerden in 2026
worden benaderd, zodat ook zij krijgen waar zij recht op hebben. Vraag
één is dan of daar inmiddels al mee is begonnen, en vraag twee of het
ook daadwerkelijk in 2026 gaat lukken.
Tot zover, voorzitter. Ik dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Heutink namens de
Groep Markuszower.
Bent u zover? Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Nederland heeft jarenlang mogen profiteren van het gas uit
Groningen en uit Noord-Drenthe. Het Groninger gasveld was, maar is ook
nog steeds een goudmijn. De baten gingen naar Den Haag, terwijl de
lasten in het hoge Noorden achterbleven. Huizen scheurden, gezinnen
leefden in onzekerheid en compensatie bleef uit. Hele families zijn
verwoest omdat de overheid bleef cashen en het Noorden in de kou liet
staan.
Voorzitter. Mijn fractie is dan ook blij dat de regering stappen zet om
de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe te compenseren. Drie van de
maatregelen uit Nij Begun worden nu wettelijk verankerd en deze wet
staat vol met goede bedoelingen. Goede bedoelingen moeten echter niet
gaan leiden tot georganiseerde teleurstelling; dat is precies wat we
moeten gaan voorkomen. We moeten duidelijkheid scheppen, we moeten
grenzen stellen en we moeten eerlijk zijn. Wij zeggen dat niet als
enigen. Ook de Raad van State erkent dat er toch een behoorlijk aantal
risico's aan deze wetgeving kleven.
Voorzitter. De vraag die we onszelf vandaag moeten stellen, en dat is
gelukkig ook al gebeurd, is of dit wetsvoorstel er daadwerkelijk voor
gaat zorgen dat de inwoners van Groningen en van Noord-Drenthe sneller,
duidelijker en eerlijker geholpen gaan worden. Ik betwijfel dat. Laat me
dat op basis van deze drie maatregelen uitleggen.
Allereerst het commitment van een generatielange aanpak om de ereschuld
in de regio op te lossen. Deze aanpak vertaalt zich concreet in twee
zorgplichten voor de minister van Binnenlandse Zaken. Neem bijvoorbeeld
de zorgplicht om brede welvaart te realiseren. Dat is een
verschrikkelijk vaag begrip en kan ook tot rechtsongelijkheid leiden. De
regering wil met dit wetsvoorstel immers de gehele regio qua brede
welvaart tot het landelijk gemiddelde laten behoren in 2055. Dat
betekent dus dat er lokaal geïnvesteerd moet gaan worden, omdat brede
welvaart per gemeente en per gebied verschilt. Het ene gebied zal dus
meer nodig hebben dan het andere. Hoe zit het dan met die ene gemeente
die reeds goed scoort op brede welvaart? Is daar dan geen zorgplicht
meer om te zorgen dat ook zij iets terugzien van die jarenlange
gasbaten? Laten we wel stellen: in theorie is het een prima en
sympathiek einddoel. Zorgen voor een goed ontwikkeld Groningen en
Noord-Drenthe, wie wil dat nou niet? In de praktijk betekent het echter
weer een hoop onrechtvaardigheid. Kan de minister mij vertellen wat een
gemeente als Tynaarlo — ik noem maar even een voorbeeld — die getroffen
is door de bevingsschade, terug gaat zien van al die investeringen? Het
is een gemeente die goed scoort op brede welvaart en dus volgens deze
wet geen investeringen nodig zou hebben om tot het landelijk gemiddelde
te komen. Wat vindt de minister hier eigenlijk van?
Bovendien lijkt het erop dat de verantwoordelijkheid door de regering
wordt afgeschoven, door te spreken van een generatielange aanpak. Juist
door te kiezen voor deze term, kan het kabinet ervoor kiezen om de
aanpak naar een volgende generatie te schuiven. Een volgend kabinet is
immers ook verantwoordelijk. Hoe zit dat dan? Gaat het kabinet
daadwerkelijk dat commitment hebben?
Ook de zorgplicht is feitelijk een wassen neus. Laat mij u eraan
herinneren dat de regering tal van zorgplichten heeft. Zo kent artikel
22 van de Grondwet de plicht toe aan de overheid om te zorgen voor
voldoende goede en betaalbare woningen. Maar volgens mij weet iedereen
in dit huis dat dit al jaren niet zo heel erg goed gaat. Het blijft
meestal bij dit soort intenties en mooie passages in het
coalitieakkoord, maar een betaalbare woning is voor heel veel
Nederlanders al jarenlang een grote utopie. Daar ga je dan met je
zorgplicht.
Dat geldt dus ook voor de zorgplicht uit deze wet. Ook hierbij moet het
Noorden er maar op vertrouwen dat de overheid haar afspraken nakomt en
het vertrouwen hebben dat de overheid daadwerkelijk gaat compenseren,
daadwerkelijk de maatregelen neemt om het leven van mensen in het
Noorden te verbeteren en dus de schade gaat herstellen. De zorgplichten
uit dit wetsvoorstel leveren namelijk geen enkel recht op voor de
burgers. Als ergens in de aanloop naar 2055 niet voldoende geld
beschikbaar is voor deze brede welvaart, kunnen de getroffen regio's
helemaal nergens aanspraak op maken. Waarom is er voor deze route
gekozen, vraag ik aan het kabinet. Waarom zijn er geen concrete doelen
gesteld waar de mensen de regering op kunnen afrekenen? Het lijkt er een
beetje op dat het kabinet zichzelf indekt, omdat ze weten dat er
misschien een kans bestaat dat ze die beloftes toch niet kunnen nakomen.
Dat is zeer zorgelijk. Ja, hoeveel geld gaat er zijn? We hebben een
minister van Financiën die dagelijks op de televisie zegt dat er geen
geld is, dus de vraag is: hoe gaan we dat dan doen?
Dan ga ik naar de tweede maatregel: het Staatstoezicht op de Mijnen dat
gaat werken met een collegiaal bestuur. De regering wil dat het SodM
niet meer op één persoon leunt, maar op een klein bestuur van meerdere
mensen. Kan de regering aangeven waarom zij ervoor kiest om het advies
van de Raad van State, namelijk om de wijziging te regelen in een
kaderwet, niet over te nemen? Kan de regering ook aangeven waarom deze
wijziging eigenlijk nodig is? Wat functioneert er niet aan de huidige
werkwijze en waarom denkt de regering dat een klein bestuur van meerdere
mensen sterker en minder kwetsbaar zal zijn voor druk van buitenaf?
Verder snappen wij niet dat daarnaast ook nog een extra adviescommissie
wordt opgetuigd, een commissie op een commissie. Kan de regering mij
uitleggen hoe het kabinet ervoor zorgdraagt dat zij nog op een
verantwoorde manier de politieke verantwoordelijkheid kunnen
dragen?
Voorzitter. Over de derde maatregel kunnen we kort zijn. Die gaat over
het daadwerkelijk herstellen van de schade tot €60.000 zonder dat er een
onderzoek is naar de schadeoorzaak. Hoeveel geld denkt het kabinet
totaal aan het Noorden te kunnen overmaken? Ik heb het niet over wíllen
overmaken, maar kúnnen overmaken. Ik spreek hier niet over de
wenselijkheid, want die snappen we allemaal. Ik spreek over tot hoever
de zakken van de Nederlandse overheid gevuld zijn om deze carte blanche
— want dat is het en we gunnen het ze allemaal — te kunnen inwilligen.
Is de regering niet bang dat deze maatregel gaat leiden tot wederom
georganiseerde teleurstelling? Ik hoor graag een reactie.
Voorzitter. Dan kom ik bij het minder positieve verhaal. We moeten ook
realistisch zijn. Dat we de mensen royaal en ruimhartig moeten
compenseren, staat buiten kijf. De mensen zijn fors benadeeld door de
overheid en de pijn in het Noorden is zichtbaar. Gezinnen zijn verwoest
en mensenlevens zijn kapotgemaakt. Daarvoor moet de overheid diep in de
buidel tasten. Maar we hebben ook te maken met een zorgplicht die gaat
over leveringszekerheid. De overheid moet maatregelen nemen om de
voorziening van elektriciteit en gas te kunnen garanderen, ook tijdens
een crisis. We hebben de afgelopen weken een voorproefje gehad van wat
ons staat te wachten op het moment dat er niet voldoende gas is. De
gasprijs is enorm gestegen. Het kan onze hele economie in de prullenbak
werpen. Mijn eerste vraag aan het kabinet hierover is hoe het kan dat
wij onze gasvoorraad duur moeten gaan vullen, terwijl we tegelijkertijd
nog steeds 30 miljard kuub gas per jaar exporteren naar Duitsland. Dat
is Nederlands gas van Nederlandse bodem. Het is wellicht leuk verdienen
en de Duitsers hebben in het verleden aangetoond royaal te willen
betalen voor ons gas, maar waarom gebruiken we dit gas niet eerst om
onze eigen gasvoorraad te vullen? We hebben gewoon gas in de gasvelden,
niet alleen in het Groningerveld. Laten we dat eerst eens gebruiken om
onze eigen voorraad aan te vullen, dan kost het ons niets. Nu moeten we
tegen peperdure internationale prijzen onze eigen gasvoorraad vullen,
terwijl er meer dan genoeg gas in de velden zit. Dat gas verpatsen we nu
linea recta aan Duitsland. Dat is hoogst onverstandig.
Nu weten we dat de gasmarkt vanwege de geopolitieke situatie grillig is
en ook geen genade aan ons toont. Het is daarom wel van een ongekende
domheid om de gasvelden in Groningen nu permanent af te sluiten met
beton. Natuurlijk kun je door beton heen boren, maar waarom zou je
rücksichtslos de toegang blokkeren tot het Groningerveld met daarin voor
500 miljard euro aan gas, terwijl de mogelijkheid bestaat dat we straks
door dat beton zouden moeten gaan boren? Dat is toch krankzinnig?
Voorzitter. Tegelijkertijd snap ik het natuurlijk. Ik snap dat het
kabinet dingen heeft beloofd aan het Noorden. Wij zullen de allereerste
zijn die zeggen dat het kabinet die beloftes moet nakomen, maar het is
net als met deze hele wet: je moet wel beloftes doen die je ook
daadwerkelijk kúnt nakomen en waarop de mensen kunnen terugvallen als
blijkt dat het anders ligt. Het volstorten van het Groninger gasveld met
beton is zo'n domme belofte. Je moet als overheid, met de zorgplicht van
leveringszekerheid in ons achterhoofd, niet het Groningerveld volledig
ontmantelen. Uiteindelijk heeft namelijk niet alleen het Noorden een
groot probleem als we het gas echt nodig hebben, maar het hele land,
heel Europa. Er is gewoon een reëel risico dat we ergens een keer extra
gas nodig gaan hebben en dan hebben we het straks weggegeven. We hebben
het eigenlijk nu al nodig. We zijn nu met peperduur gas onze gasvoorraad
aan het vullen; ik zei het net al. Het is oliekoekendom om geen gebruik
te maken van het vloeibare goud dat in het Groningenveld zit. Er zit nog
ruim 550 miljard kuub in het Groningenveld. Moet je eens kijken hoeveel
mensen we daarvan kunnen compenseren. We kunnen elke Groninger, als we
dat zouden willen, miljonair maken. We kunnen de Lelylijn aanleggen. We
kunnen dan echt werk maken van brede welvaart.
Voorzitter, nog een paar zinnen. We zeiden het daarom eerder al: drill,
Stientje, drill. Dat menen we. Dat zeggen we niet omdat het een leuke
boodschap is, zeker niet, want het liefst hadden we het Groningenveld
met rust gelaten. We zeggen dat omdat het landsbelang daarom vraagt;
daarom is het nodig.
De voorzitter:
Was u aan het einde van uw betoog?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik heb nog twee zinnen.
De voorzitter:
Maak het dan even af, zou ik willen voorstellen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Concreet pleit mijn fractie voor twee dingen: help de mensen
in Groningen en help de mensen in Noord-Drenthe. Help ze op een goede en
waardevolle manier. Compenseer ze royaal en ruimhartig. Maak stevige en
concrete doelen die de mensen zekerheid geven en — ik zeg het nog maar
een keer — compenseer ze goed, nog beter dan dat nu het plan is.
Dank u wel.
De heer Köse (D66):
Ik hoor aan de ene kant misschien wel terechte kritiek: koste wat het
kost ervoor zorgen dat we nu echt gaan compenseren en dat we ons daaraan
gaan houden. Tegelijkertijd hoor ik een heel betoog over het peperdure
gas en — ik hoorde ook iets over slechte beloftes — dat we dan toch maar
die beloftes moeten breken aan de Groningers en toch maar gas moeten
gaan winnen. Ik kan dat niet met elkaar rijmen: het "koste wat het
kost"-principe en tegelijkertijd, omdat het ons geld zou kosten om
voorraden aan te leggen en misschien wel te verduurzamen, zeggen dat we
maar gaan boren, omdat dat ons geld oplevert. Hoe rijmt Groep
Markuszower dat met elkaar?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is vrij simpel. Uit de parlementaire enquête blijkt nu dat de
overheid jarenlang heeft genegeerd wat er speelde in Groningen. De
mensen zijn daar oprecht in de problemen gekomen en het kabinet liet het
lopen. Voor die schades, maar ook voor de emotionele schade, moet het
kabinet echt ruim gaan compenseren, wat ons betreft ruimhartiger dan dat
het nu doet. Dat is één. Wat ons betreft moeten we wel vooruitkijken. We
moeten op een gegeven moment ook de geopolitieke situatie in ogenschouw
nemen en kijken wat er om ons heen gebeurt. We hebben hier de afgelopen
weken debatten gehad waarin we met elkaar spraken over een tekort aan
gas — een tekort aan gas! Tegelijkertijd zeggen een aantal fracties in
de Kamer "we gaan het Groningenveld volpompen met beton", terwijl er nog
550 miljard kuub gas in zit. Dat valt niet met elkaar te rijmen. We
moeten al die Groningers zeker helpen en compenseren, maar ik sluit niet
uit dat het en-en kan.
De heer Köse (D66):
Dat klinkt echt als dweilen met de kraan open. Aan de ene kant zegt de
heer Heutink van Groep Markuszower: we gaan volledig compenseren, vol en
ruimhartig. Ik hoop dat u daarachter blijft staan, zeg ik via de
voorzitter.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker.
De heer Köse (D66):
Tegelijkertijd is Groep Markuszower ervoor om die onveiligheid, de reden
waarom we moeten compenseren, nog lekker op te gaan voeren. "We gaan
ervoor zorgen dat er meer schade komt en we gaan dat ook nog eens veel
ruimer compenseren." Dat vind ik niet logisch. Ik kom op mijn vraag. Er
werd net gezegd dat we vooruit moeten kijken. Ik denk dat Groningen
openen achteruitkijken is. Als we echt vooruit willen kijken — dat vindt
Groep Markuszower misschien niet leuk om te horen — zullen we moeten
verduurzamen. Dat is echte onafhankelijkheid. Dan moeten we ervoor
zorgen dat we inzetten op wind op zee en verduurzaming. Zo komen we echt
van het gas af. Hoe kijkt Groep Markuszower ernaar om echt vooruit te
kijken?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Op zich is met verduurzaming niet zo veel mis. We zijn tegen windmolens
op zee, omdat ze volstrekt onrendabel zijn en ook nog eens foeilelijk en
omdat ze de planeet daadwerkelijk kapotmaken. Dat is één. Twee. Als je
gaat verduurzamen op een goede manier, doet dat wat voor de portemonnee
van de mensen. Vanuit dat perspectief steunen we dat volledig. Een van
de weinige goede plannen in het coalitieakkoord, waar onder andere D66
een handtekening onder heeft gezet, is kernenergie. Ik kan niet wachten
om samen met meneer Köse in deze kabinetsperiode de eerste kerncentrale
te openen. Daar heb ik echt heel erg veel zin in. Ook dat is een vorm
van duurzame energie waar we groot voorstander van zijn. Maar — dat ik
wil ik toch even gezegd hebben — verstandig omgaan met duurzame energie
die daadwerkelijk leidt tot lagere lasten voor de mensen thuis, is iets
anders dan klimaatbeleid als religie door de strotten van mensen te
duwen. Op dat laatste zit niemand te wachten.
De voorzitter:
De heer Köse, afrondend.
De heer Köse (D66):
Afrondend, voorzitter. Binnen nu en vijf jaar kan het. Binnen nu en vijf
jaar kunnen we door te verduurzamen — daar hoort wind op zee bij —
onafhankelijk worden van de lng-import. Dan hebben we alleen nog wat
import via de leiding vanuit Noorwegen en we hebben de huidige productie
uit de kleine velden, waar het veilig kan. Dan zijn we er. Hier hoor ik
dat windmolens slecht zijn voor de natuur en dat we daarom maar moeten
gaan boren in Groningen. Daar kan ik met mijn verstand niet bij.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Je hebt elektriciteit en gas nodig. Zolang de huizen nog niet allemaal
van het gas af zijn, zul je gas nodig hebben. Dat is gewoon een
realiteit waarmee we te dealen hebben. Als we nu al debatten hebben over
scenario's waarin mogelijk een tekort aan gas is, dan is het toch
redelijk om de vraag te stellen of we nog wel voldoende gas hebben en te
kijken naar alternatieven? Ben ik groot voorstander van het opengooien
van het Groningenveld? Nee, natuurlijk niet. Natuurlijk wil je die optie
niet, maar ik vind wel dat we hier verstandig beleid met elkaar moeten
maken. We moeten niet als een kip zonder kop de toegang gaan blokkeren,
want misschien hebben we dat gas straks in tijden van echte crisis
keihard nodig.
De voorzitter:
Meneer Bushoff, in drieën.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter, voor de herinnering. Ik constateer dat er
partijen zijn die zeggen dat we het Groningenveld achter de hand moeten
houden, wat technisch niet kan, tenzij je blijft boren. Dat is één.
Twee. Er zijn geen partijen die het Groningenveld willen exploiteren.
Drie. Het kan niet veilig. Pleit de heer Heutink van de Groep
Markuszower nou voor die optie, voor blijven boren, ondanks dat het niet
veilig kan en ondanks dat er geen partijen zijn die het willen
exploiteren? Of zegt hij "nee, gooi het maar helemaal open"? Dat wordt
mij eigenlijk helemaal niet duidelijk uit het betoog.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
In tegenstelling tot JA21 durf ik wel openlijk toe te geven dat je
gewoon moet boren. Heeft dat onze voorkeur? Nee, zeker niet. Maar ik
vind wel dat dat nodig is en onze fractie ook.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat schept in ieder geval meer helderheid dan de fractie van JA21, die
om de hete brij heen draait en geen antwoord geeft. Inderdaad, dat is
wat je moet doen. De heer Heutink is tenminste mans genoeg om dat toe te
geven. Tegelijkertijd, en dan wil ik toch terug naar de kern van dit
debat ... We kunnen hierover heel lang van mening verschillen en dat
doen we ook enorm, maar op dit moment zijn heel veel woningen in
Groningen nog onveilig. Wat stelt de heer Heutink voor om de woningen
die nu nog onveilig zijn, sneller en beter veilig te maken?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We gaan eerst eens beginnen met deze wet aannemen. Daarna gaan we kijken
of we de goede amendementen van de heer Bushoff kunnen steunen om het
allemaal vlot te trekken. Op het moment dat we de gasbaten wel kunnen
gaan exploiteren via welke route dan ook — ik ben geen
aardgasdeskundige, maar we hebben hier een kabinet zitten dat heel veel
deskundige mensen op de ministeries heeft werken — dan zijn er ook
miljarden te verdelen. Dan kunnen we ook zonder de hand aan de knip te
houden daadwerkelijk wat gaan doen om al die mensen te helpen.
De voorzitter:
Meneer Bushoff, afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter, afrondend. Dit vind ik dus best wel problematisch. Is
het niet zo dat we nu al koste wat het kost mensen in Groningen moeten
helpen aan een schadevrij en veilig huis? Nu wordt de indruk gewekt dat
we dat alleen gaan doen als we, nadat er al voor 400 miljard in
Groningen uit de grond is gehaald, nog meer geld uit Groningen halen. Ik
zou heel helder van de heer Heutink willen weten of het principe van
koste wat het kost wat de Groep Markuszower betreft telt als het gaat om
schadeafhandeling, als het gaat om versterking en als het gaat om
verduurzaming.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
We willen nog even kijken naar verduurzaming, naar wat voor maatregelen
dat dan zouden zijn. Ze moeten wel daadwerkelijk effectief zijn. Maar ik
kan meneer Bushoff geruststellen: wij vinden dat de Groningers na al het
leed dat ze is aangedaan — de overheid heeft ze gewoon keihard gepakt —
moeten krijgen wat ze verdienen. Moet de overheid daar enorm de
portemonnee voor trekken? Nou, dat weet ik wel zeker. Ik hoop dat dat
meneer Bushoff geruststelt. Ik kan u zeggen dat ook wij ervoor zullen
zorgen dat die Groningers financieel uiteindelijk niks tekortkomen.
De voorzitter:
Moment.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter.
De voorzitter:
Een moment. Ik zie dat mevrouw Beckerman zich naar voren spoedt voor een
interruptie.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat dacht ik! Wanneer mag er dan gas gewonnen worden? Met andere
woorden, gaan we afwachten tot de versterkingsoperatie klaar is,
inclusief alle woningen die je extra moet doen om weer gas te kunnen
winnen? De huidige versterking is immers op basis van nul
gaswinning.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voordat er überhaupt gas gewonnen kan worden, zal er eerst wat moeten
gebeuren, hè. Leidingen zijn weg, de kranen zijn weg. Je hebt dat dus
niet van de ene op de andere dag geregeld. Zo realistisch zijn we ook.
Ik ben ook zo realistisch om te snappen dat er geen meerderheid is in
deze Tweede Kamer om dat te realiseren, dus het gaat niet gebeuren. Dat
neemt niet weg dat wij vinden dat het zou moeten gebeuren, puur en
alleen omdat wij kijken naar de geopolitieke situatie en omdat wij het
niet op ons geweten willen hebben dat er zo meteen een tekort is aan gas
omdat wij hier als een kip zonder kop de Groninger gasvelden permanent
dicht hebben gegooid.
Mevrouw Beckerman (SP):
Meneer Heutink kreeg net het compliment van de heer Bushoff dat hij ten
minste wél antwoord geeft. Mijn vraag was: wilt u Groningers in extra
onveiligheid brengen? Die woningen zijn nog onveilig. Er zijn nog 9.000
woningen die wachten op versterking en dat worden er meer op het moment
dat je de gaskraan opendraait. De simpele vraag is: wacht u af tot die
hele versterking af is, dus de huidige die in 2032 of 2034 klaar is én
alles wat extra moet, of wilt u Groningers opnieuw in onveiligheid
brengen?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is nooit de intentie om Groningers in onveiligheid te brengen. Op
het moment dat de geopolitieke situatie erom vraagt, moeten we direct
kunnen beginnen met boren. Dat is wat ik zeg. Als er wordt gevraagd naar
die waakvlam en dat je iets moet gaan opboren, is het antwoord: ja, dat
moeten we dan gaan doen; zeker weten. Ik kan niet uitsluiten dat we dit
tegelijkertijd doen met de hersteloperatie, want we weten niet wanneer
het echt prangend wordt. We hebben gezien hoe grillig het is. We hebben
gezien wat de olie- en gasprijzen op dit moment doen. We hebben gezien
hoeveel tankers … Afgelopen week lag er volgens mij nog één schip met
lng in de Rotterdamse haven. En dan? Dan is het op. Ik kan niet zeggen
wanneer, omdat ik het gewoon niet weet en omdat de geopolitieke situatie
mij ook niet zegt wanneer dat zo is. Wist ik het maar, want dan konden
we erop sturen.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat maakt het natuurlijk zo pijnlijk, dat het eerlijke verhaal eigenlijk
is dat ook de Groep Markuszower opnieuw kiest voor onveiligheid. Als je
hier een heel verhaal houdt dat je zo graag recht wil doen aan Groningen
en zo graag wil dat het kabinet extra dingen doet, maar je
tegelijkertijd kiest voor extra onveiligheid, dan werk je helemaal niet
aan herstel van vertrouwen. De reden dat heel veel Groningers het zo
zwaar hebben, is dat de overheid onbetrouwbaar is geweest en elke keer
gas boven Groningers stelde. Daar kiest ook de Groep Markuszower nu
opnieuw voor.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is ook een pijnlijk verhaal. Het is een heel pijnlijk verhaal. Denkt
u dat wij het leuk vinden om dit voor te stellen? Maar wat we wel zien,
is dat het nodig is. We zien dat als we een tekort hebben aan gas, we
een uitwijkoptie moeten hebben. We zeggen daarom: ga aan de slag met
alle maatregelen die we voorstellen. Ga de Groningers helpen, maar laten
we niet blind zijn voor de mogelijke consequenties die de geopolitieke
spanningen met zich mee kunnen brengen. Dat is echt het laatste dat we
hier moeten willen.
De voorzitter:
Dank u wel voor … O, ik wilde u bijna bedanken, maar ik zie toch de heer
Bushoff nog opspringen. Ik geef hem het woord voor een interruptie.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het collectieve geheugen van de Kamer lijkt echt ongelofelijk kort te
zijn. Nog geen drie jaar geleden was er de parlementaire
enquêtecommissie, die heel duidelijk maakte dat argumenten rondom
leveringszekerheid telkens een rookgordijn optrokken en daarmee de
belangen van Groningers structureel zijn genegeerd. Het lijkt wel alsof
die zinsnede — het is volgens mij zelfs de letterlijke zinsnede uit het
rapport — totaal vergeten wordt door een deel van deze Kamer. Mijn vraag
is heel simpel: hoe is het met het geheugen van de heer Heutink
gesteld?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het gaat prima met mijn geheugen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Kunt u dan ook reageren op bijvoorbeeld deze zinsnede uit de
parlementaire enquête?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker. Als dat uw vraag was, had u niet die eerste vervelende vraag
hoeven te stellen. Dat had u weer een interruptie gescheeld. Maar het is
heel simpel: we hebben nog nooit zo'n groot probleem gehad met gas. We
hebben nog nooit zo'n groot probleem gehad. Het feit is wel dat de
overheid destijds ook blind was voor de gevolgen en die inderdaad
leveringszekerheid op één zette, maar wij weten nu allemaal toch precies
wat er gebeurd is? We weten toch precies hoe de overheid gehandeld
heeft? We weten toch precies wat de overheid de Groningers heeft
aangedaan door ze structureel te negeren? De oproep zou moeten zijn, en
dat is ook een opdracht aan het kabinet, dat het kabinet moet zorgen
voor leveringszekerheid van gas. Dat is zelfs een opdracht van het
kabinet. Dat neemt niet weg dat ze niet dezelfde fouten hoeven te gaan
maken. Het is naïef om te denken dat het kabinet dat dan wel gaat doen.
Ik verwacht en ik hoop ook dat het kabinet leert van zijn fouten.
De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik vond het een beetje een warrig antwoord en veel woorden om te zeggen:
we zijn eigenlijk de conclusie van de parlementaire enquêtecommissie dat
het argument van leveringszekerheid misbruikt werd, weer vergeten en we
gooien het nu weer in de arena. Mijn oproep zou zijn: doe dat nou niet.
Het leidt namelijk ook af van waar het echt om moet gaan, namelijk het
helpen van Groningers die nog steeds in een kapot en beschadigd huis
zitten. Daar zouden we het over moeten hebben in plaats van zo'n stuk
rood vlees in de arena te gooien. Het kan namelijk helemaal niet
eens.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik constateerde dat er net vragen werden gesteld over mijn geheugen,
maar als er toch problemen zijn en het onthouden van drie zinnen tekst
al moeilijk wordt, begin ik mij ook zorgen te maken over andermans
geheugen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Köse namens D66. Gaat uw
gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met een citaat. "De
Groningers hadden altijd al gelijk. De gaswinning, de oorzaak van alle
ellende, stopt. De schade aan uw huizen zullen we herstellen. Er is
erkenning voor uw leed." Dat waren de woorden van mijn ambtsgenoot
Vijlbrief op 25 april 2023. Achter die woorden sta ik hier vandaag nog
steeds met volle overtuiging. Groningen is de laatste weken veel in het
nieuws. De discussie over gaswinning laait weer op en dat nog geen twee
jaar na de definitieve sluiting van het Groningenveld. Zo dreigt de
politiek mensen in Groningen weer tegenover de rest van het land te
zetten.
Voorzitter. De beloftes die we gedaan hebben aan de Groningers zijn niet
vrijblijvend. Die komen we na. Laten we helder zijn: het opnieuw openen
van Groningen of het veld als noodreserve achter de hand houden is geen
echte oplossing. Het is hooguit uitstelgedrag. De echte oplossing is het
structureel verlagen van onze gasvraag door versneld te verduurzamen.
Dat kan. Dat hebben we al bewezen. In vijf jaar tijd ging Nederland van
40 miljard naar 30 miljard kuub gasverbruik. Die lijn kunnen we
doorzetten. Met duurzame energie van eigen bodem worden we bovendien
weerbaarder tegen prijsschokken en minder afhankelijk van fossiele
energie uit onvrije regimes. Zo bouwen we stap voor stap aan echte
leveringszekerheid: niet terug naar Groningen, maar vooruit, weg van die
fossiele verslaving.
Voorzitter. Ik was onlangs, op 20 en 21 maart, in Groningen voor een
werkbezoek en wat ik daar zag, laat me niet los. In plaatsen als Warffum
en Loppersum zag ik schade aan vrijwel ieder huis, echt aan bijna elk
huis. Bewoners noemden het zelf "de handtekening van de NAM". Zelf zie
ik het meer als de littekens van de NAM. Als je verder kijkt, zie je
grote ongelijkheid. In het ene dorp staan prachtige nieuwe woningen als
resultaat van sloopnieuwbouw, huizen in alle soorten en maten, van
jarenzestigstijl tot modern. Het staat in schril contrast met het dorp
dat er letterlijk naast ligt. Nou hoorde ik het verhaal van een man die
drie jaar heeft moeten vechten voor een fatsoenlijke aanpak van zijn
woning. Hij woonde in een prachtig, typisch Gronings landschap. Er liep
een gracht voor het huis langs. Zijn vrijstaande woning was zichtbaar
verouderd en op meerdere plekken getekend met de littekens van de NAM.
Het was moeilijk om de beschadiging van het karakteristieke Groningse
dorp te aanschouwen. Het leek eindelijk de goede kant op te gaan voor
deze man, maar toen ze bijna rond waren over de aanpak van zijn huis,
kreeg hij een hersenbloeding.
Voorzitter. Dit soort verhalen horen we veel te vaak. Ik zal niet te ver
uitweiden met mijn voorbeelden. We hebben ze net ook al gehoord en mijn
collega's Beckerman en Bushoff kunnen dit ook veel beter dan ik, maar
door het zelf te zien en de verhalen van dichtbij te horen, weet ik één
ding zeker: ik sta pal naast de Groningers. Ik ben dan ook blij dat we
vandaag deze wet behandelen, want die beloftes zijn niet vrijblijvend;
we gaan ze waarmaken.
Ik weet dat veel Nederlanders kritisch en met spanning naar dit debat en
deze wet kijken. Wat ik zag tijdens mijn bezoek, benadrukt precies de
urgentie van het probleem dat we allemaal al heel lang zien rondom dit
dossier: wantrouwen. We weten allemaal dat het vertrouwen in de overheid
laag is in Groningen. Dat is ook niet zo vreemd. Vertrouwen moet
namelijk van twee kanten komen. De afgelopen jaren is er juist iets heel
anders gebeurd. Veel te lang heeft geld geprevaleerd boven de veiligheid
van Groningers. In plaats van problemen op te lossen werden er stapels
papier op stapels papier gelegd. Dure onderzoeken, eindeloze procedures:
allemaal omdat we het vooral belangrijk vonden dat niemand per ongeluk
te veel zou krijgen.
Het begon bij de NAM. Toen kwam het CVW. Daarna kwam de TCMG. Nu hebben
we het IMG. Al die loketten en instanties laten zien hoe complex en
grillig dit pad is geweest: steeds weer nieuwe regelingen, steeds weer
andere voorwaarden. Het was een bureaucratisch wespennest voor inwoners.
Het gevolg: onaanvaardbare verschillen tussen mensen die in dezelfde
penibele situatie zitten. Misschien is dat ergens verklaarbaar in de
papieren werkelijkheid, maar voor de mensen die er al jaren in leven, is
het simpelweg onaanvaardbaar. We hebben een systeem gebouwd op
wantrouwen. Deze wet is de kans om dat eindelijk om te draaien naar
vertrouwen. Juist daarom is deze wet zo belangrijk. Met deze wet kiezen
we voor meer duidelijkheid, minder regels en vooral meer vertrouwen in
bewoners. Ook is het goed dat we met de Staat van Groningen jaarlijks
inzicht krijgen in de voortgang van de aanpak van verschillen, zodat we
hier als Kamer scherp op kunnen blijven sturen.
Voorzitter. Daar heb ik wel een aantal vragen bij. Op welke manier is de
minister van plan om nieuwe verschillen te voorkomen en bestaande
onaanvaardbare verschillen daadwerkelijk aan te pakken? Op welke wijze
is de minister van plan de Kamer te informeren over de voortgang van de
aanpak van verschillen?
Daarnaast moet de regeringscommissaris ook duidelijkere
verantwoordelijkheden krijgen, zodat we dit niet alleen beloven, maar
ook blijven doen. Daarover heb ik de volgende vragen. Welke rol ziet de
minister voor de regeringscommissaris in het bewaken van de voortgang en
het voorkomen van nieuwe onaanvaardbare verschillen? Hoe wordt geborgd
dat deze rol ook daadwerkelijk kan ingrijpen wanneer het in de
uitvoering misgaat, bijvoorbeeld bij de meest complexe casussen?
Voorzitter. De aardbevingen zijn één ding, maar de naschokken in het
systeem zijn misschien nog wel het ergste. Inwoners kregen eerst te
maken met schade en daarna met wantrouwen. Wat we nu zien gebeuren, is
kenmerkend. Als het vertrouwen in de overheid laag is, ontstaat er
ruimte voor anderen om daarin te stappen. Uit onderzoek van RTV Noord,
Follow the Money en RTV Drenthe blijkt dat schadebureaus samen honderden
miljoenen euro's hebben gedeclareerd; ik hoorde het net ook al. Dat is
geld dat niet direct bij de gedupeerden terechtkomt. Het is begrijpelijk
dat ook deze bedrijven geld verdienen met het werk dat ze leveren, maar
dit laat wel zien dat er te veel geld blijft hangen in het systeem
eromheen en niet terechtkomt bij de mensen om wie het gaat. Dat kan en
dat moet anders door het eenvoudiger te maken, door sneller te werken en
vooral door weer uit te gaan van vertrouwen, zodat het geld terechtkomt
waar het hoort: bij de mensen in Groningen.
Het is daarom goed dat nu in de wet vastgelegd wordt dat schade tot
€60.000 direct kan worden hersteld zonder discussie over de oorzaak. Dat
betekent dat er sneller duidelijkheid komt, dat er minder procedures
zullen zijn en dat Groningers sneller weer een veilig thuis hebben. We
kiezen daarmee voor eenvoud en snelheid. Daarover heb ik de volgende
vragen aan de minister. Hoe voorkomt de minister dat er alsnog nieuwe
drempels of vertragingen ontstaan in de uitvoering? Voorziet de minister
dat gedupeerden met onverhaalbare schade kunnen komen te zitten ten
gevolge van de finale of voorwaardelijke kwijting? Hoe zorgen we dat
middelen maximaal terechtkomen bij bewoners, in plaats van in het
systeem eromheen?
De voorzitter:
Ik zit nu toch even te twijfelen wie er als eerste was. Het is
natuurlijk altijd verder lopen voor mevrouw Beckerman. Kijk, dit gaat
goed. Mevrouw Beckerman laat de heer Bushoff voorgaan. Meneer Bushoff,
gaat uw gang.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is mij om het even, voorzitter. Ik schreef even mee met een van de
zinsnedes die ik de heer Köse van D66 hoorde zeggen, namelijk: "Beloftes
zijn niet vrijblijvend; we gaan ze waarmaken." Dan is mijn simpele
vraag: zou je niet precies daarom, zoals Groningen ook vraagt, een
resultaatverplichting moeten opnemen in deze wet in plaats van een
vrijblijvende zorgplicht?
De heer Köse (D66):
Ik snap deze vraag heel goed. Ik denk dat in ieder geval wij tweeën, en
een ruime meerderheid, er ook echt wel voor staan dat we datgene wat we
in die zorgplicht hebben opgenomen, ook echt gaan behalen. Daar staan
wij zeker achter. Als ik kijk naar die zorgplicht, dan zie ik dat dit
niet zomaar een zorgplicht is. Dat is in dit debat al eerder aangehaald:
dit is niet zomaar een zorgplicht. De minister krijgt twee taken. Er is
een duidelijk doel en er is langdurig geld, een generatie lang, 30 jaar
lang. Er is 7,5 miljard en er is een duidelijke politieke wil die niet
alleen voor dit kabinet geldt, maar ook voor komende debatten. Alles bij
elkaar hebben wij dus een doel, een plan en een verantwoordelijkheid
waar u en ik en deze Kamer dit kabinet en het volgend kabinet aan kunnen
houden.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar er zit een mate van vrijblijvendheid in. Als dit het pleidooi
is van de heer Köse, dan vraag ik mij af wat er dan tegen zou zijn om in
de wet een resultaatsverplichting op te nemen. Die zorgplicht wordt dan
dus vervangen door een resultaatsverplichting. Wat is er dan heel
specifiek tegen die resultaatsverplichting?
De heer Köse (D66):
Heel specifiek: dat zou de Groningers niet helpen. Waarom niet, zult u
willen vragen. We kunnen het schrijven zoals we willen en we kunnen hier
een semantische discussie voeren over de vraag of we het een
resultaatsverplichting of een zorgplicht moeten noemen, maar het gaat
erom dat we geld hebben en dat we een duidelijk doel hebben dat niet
slechts tot de volgende begroting vaststaat. Het gaat erom dat we een
duidelijk plan hebben en de middelen daarvoor. Die hebben we nu. Als wij
ons werk in de Kamer goed doen en het kabinet zijn werk goed doet, dan
gaat het kabinet ook voor resultaten en dat is het uiteindelijke
doel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Afrondend dan, voorzitter. Groningen zegt zelf: wij willen graag een
resultaatsverplichting, want daarmee wordt harder gegarandeerd dat de
beloftes daadwerkelijk worden waargemaakt. Uit de beantwoording van de
heer Köse is mij nog steeds niet duidelijk geworden wat daar dan op
tegen is. Hij zegt "het zou de Groningers niet helpen", maar dan zou een
zorgplicht ook niet helpen. Een resultaatsverplichting zou in ieder
geval al beter helpen dan die vrijblijvende zorgplicht. Precies dat is
het pleidooi dat je ook in Groningen hoort. Dan blijft toch een vraag
boven de markt hangen waar nog geen antwoord op is gekomen: waarom
zouden we in de wet dan niet in plaats van een zorgplicht een
resultaatsverplichting opnemen?
De heer Köse (D66):
Ik had hier eigenlijk al antwoord op gegeven. Het antwoord is misschien
niet bevallen; dat kan ik begrijpen. Daar kijken wij dan anders naar.
Door het een resultaatsverplichting te noemen hebben we niet in één keer
garanties voor Groningers. Dat verandert niks aan de werkelijkheid.
Zorgplicht of resultaatsverplichting: het komt erop neer dat we geld en
een duidelijk plan hebben. Het verschil tussen resultaatsverplichting en
zorgplicht doet daar niks aan af.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoorde de heer Köse zeggen — ik moet eerlijk zeggen dat dat wel als
een soort erkenning voelde — dat dit systeem gebouwd is op wantrouwen.
Dat is precies wat ik hier al jarenlang betoog, maar vaak werd daarover
ook wel gezegd: dat klopt niet; aan het systeem moet je niks doen, dat
is prima. Erkent de heer Köse dat zowel in deze wet als in de uitvoering
van Nij Begun nog steeds heel veel wantrouwen jegens de inwoners
zit?
De heer Köse (D66):
Ik zag het wantrouwen. Ik somde net alle instanties op, hè? Het begon
zelfs bij de NAM, en daarna bij het CVW, dat eigenlijk een verlengstuk
van de NAM was. Je zag dat daar echt heel veel wantrouwen was. We zien
nog steeds wel voorbeelden waarvan ik zelf zou zeggen: daar zit nog wat
wantrouwen tegenover de burger. De commissie mijnbouwschade meldt
bijvoorbeeld — ik haalde dit tijdens de interruptie ook al aan — dat de
uitvoeringskosten in het gebied €440.000 waren, terwijl €80.000 is
uitgekeerd. Waarom? We willen heel zeker weten dat wat we uitkeren, ook
écht voor die mensen is. Dat is iets wat ik juist bij deze wet zie
veranderen: we zetten een stap naar vertrouwen, bijvoorbeeld door die
€60.000-regeling, door af te spreken dat we overcompenseren en niet gaan
kijken wat de oorzaak nou precies is. Dat bespaart uitvoeringskosten,
maar nog veel belangrijker: dat helpt de mensen.
Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Köse noemt twee voorbeelden. Het eerste is het wantrouwen dat
zit ingebakken na de aardbeving die heeft plaatsgevonden in Eleveld, in
Drenthe bij Assen. Daar doet deze wet niks aan. Het andere voorbeeld is
de €60.000-regeling. Daar zijn vorig jaar veertien mensen mee geholpen.
Véél te weinig! Dat was de grote belofte van Vijlbrief: de regeling
zonder causaliteit. Veertien mensen, omdat de uitwerking nog steeds
bureaucratisch en wantrouwend is. Ik heb samen met de heer Bushoff een
groot aantal amendementen ingediend waarbij het juist gaat om dat
wantrouwen. Dat is er bij die €60.000-grens, want daarboven zit je nog
steeds vast, maar bijvoorbeeld ook omdat de causaliteit in het
kerngebied nog steeds wordt onderzocht. Erkent de heer Köse dat dit een
probleem is? Wil hij meegaan in de voorstellen die wij hebben gedaan,
juist om het wantrouwen dat nu zo erkend wordt, uit deze aanpak te
slopen?
De heer Köse (D66):
Als ik kijk naar de reactie van de Raad van State op dit wetsvoorstel,
dan zie ik dat die best wel kritisch is: dictum c. Er wordt eigenlijk
gezegd, even heel vrij vertaald: "Kabinet, u gaat best ver. U doet best
wel beloftes. Gaat u die kunnen waarmaken? Doet dit niet iets af aan het
budgetrecht en noem het maar op?" Ik zie, ook in de reactie van het
kabinet daarop, een kabinet dat echt hard staat voor de Groningers en
tegen de Raad van State zegt: nee, wij gaan het niet aanpassen, maar
zetten in op een generatielange aanpak, maken daar geld voor vrij en
gaan daar stappen op zetten, gebaseerd op vertrouwen. Ook de
causaliteit, waar u het over heeft, zeg ik via de voorzitter, wordt
betwist. Ik denk dus dat dit kabinet met deze wet juist een hele grote
stap in de goede richting zet. Er is altijd ruimte voor het verbeteren
van het met elkaar uitwerken van de details. Dat zouden we dan case by
case moeten bekijken.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, voorzitter, daar ga ik niet mee akkoord. Nou ja, wel met
"afrondend", maar niet met het antwoord van de heer Köse.
De voorzitter:
Dat had ik begrepen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Kijk, deze doet pijn. De erkenning dat het systeem gebaseerd is op
wantrouwen, is groots. Als je vervolgens bij alle voorstellen die er
worden gedaan, over dat wantrouwen zegt: ja, maar de Raad van State is
kritisch op deze wet en we moeten het case by case bekijken … In dat
cirkeltje heb ik als woordvoerder jarenlang rondgedraaid. Dan kwam je
met een voorbeeld en werd er gezegd: we gaan niet in op individuele
zaken. Dan kwam je met een amendement waar je hard aan gewerkt had en
werd er gezegd: de Raad van State is kritisch. Die heeft niks over ons
amendement gezegd. De grote belofte — laat ik daar nog één keer op
terugkomen — was: die mooie regeling over het niet meer kijken naar
causaliteit. Er zijn daar veertien mensen mee geholpen. De andere grote
regeling was: we gaan eindelijk iets doen aan de fundering. Ik heb hier
jarenlang gestaan met plaatjes van scheuren die in de muur zaten. Het
deel uit de muur werd vergoed en het deel uit de fundering niet. Er zijn
dertien mensen mee geholpen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Je kunt niet zeggen dat het systeem faalt als je vervolgens de wet
intact laat en geen oplossing wil bieden. Ik vraag dus aan de heer Köse:
wil hij onze voorstellen steunen of komt hij met eigen voorstellen om
het wantrouwen hieruit te halen?
De heer Köse (D66):
Ik ga daar niet in mee. We doen een wetswijziging. We verankeren Nij
Begun in deze wet. We gaan uit van veel meer vertrouwen dan voorheen,
zelfs zo erg dat de Raad van State zegt dat het ver gaat. Het kabinet
houdt voet bij stuk. Daar sta ik achter. Het is een goede stap in de
goede richting. U vraagt of ik voorstellen van u wil steunen. Ik heb
aangegeven een van de amendementen mede te willen indienen. Ik sta daar
dus heel open in. Ik denk dat we aan dezelfde kant staan, dus laten we
vooral met elkaar bekijken wat we daarin kunnen doen. Dat moet wel
redelijk blijven en er moet niet pleister op pleister geplakt worden,
want dat gaat ook niet helpen in de duidelijkheid en het
perspectief.
De voorzitter:
Graag korte interrupties.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dit laatste lokt een beetje uit om te vragen wat dan "pleisters plakken"
zou zijn aan onze amendementen en wat er niet "redelijk" zou zijn.
De heer Köse (D66):
Met "pleister op pleister plakken" bedoel ik dat we eigenlijk doen wat
er al heel lang gebeurd is. We zaten met een regeling die uitging van
wantrouwen. De Groningers waren daar eigenlijk niet mee geholpen. Dat
willen we oplossen, ook wat betreft: lokaal elke keer weer een andere
regeling. Uiteindelijk krijg je de situatie waarin je onaanvaardbare
verschillen ziet. Dat gaf ik ook in mijn betoog aan. Door steeds maar
weer met een nieuwe regeling te komen, door steeds maar te amenderen,
ook vanuit de Kamer, en door dan weer omhoog en dan weer omlaag te gaan,
krijg je gewoon verschillen tussen mensen, die niet uit te leggen zijn.
Dat bedoel ik met rust en perspectief bieden. Laten we uitgaan van deze
wet, die een hele mooie basis biedt. Laten we daar met z'n allen achter
staan en gewoon vooruitgaan. Dat is wat ik daarmee bedoel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het wordt me niet helemaal duidelijk wat dan "onredelijk" of "pleisters
plakken" zou zijn aan de amendementen die we hebben ingediend. Wat
betreft het punt van de onuitlegbare verschillen is het misschien wel
bijna onuitlegbaar dat de mensen met de ernstigste schades niet in
aanmerking komen voor het herstellen van de schade zonder dat causale
verband te hoeven aantonen. Dat is een onuitlegbaar verschil, dat
gecreëerd wordt met deze wet. In de woorden van de heer Köse van D66: je
zou dat dus uit deze wet moeten slopen om ervoor te zorgen dat die rust
en duidelijkheid werkelijkheid worden voor alle Groningers. Staat u daar
achter?
De heer Köse (D66):
Het klopt niet wat er nu geschetst wordt. Die duidelijkheid bieden we
door door te gaan op de voet van het vertrouwen dat we nu gevormd
hebben. Door daar nu weer aan te gaan trekken en tornen ... Ik kijk
gerust mee met de amendementen. Ik zeg niet dat die per se pleister op
pleister zijn, maar steeds maar gaan morrelen aan afspraken en
regelingen, gaat denk ik niet helpen. Ik denk dat we aan dezelfde kant
staan en dat we allebei het beste willen. Zoals gezegd steun ik al een
van de amendementen. Ik sta daar dus zeker open in.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik vind het best wel problematisch dat voorstellen die worden
gedaan om de ongelijkheid te verkleinen, verbetervoorstellen die worden
gedaan om Groningers te geven waar ze recht op hebben, nu worden
afgedaan als "daarmee wijzig je iets van de wet, wat we niet zouden
moeten willen". Een van de lessen uit de parlementaire enquête was toch
ook dat de Kamer te lam was en dat de Kamer zelf ook initiatieven moet
nemen op het moment dat er iets niet goed gaat? Precies dat is wat wij
hier doen, en dat wordt dan afgedaan als "we zouden geen wetten en
regels moeten veranderen met amendementen uit de Kamer". Ik kan er echt
met mijn hoofd niet bij dat je de Kamer dan reduceert tot een
applausmachine van dit kabinet, voor alles wat er van de zijde van vak K
zou komen.
De heer Köse (D66):
Hier ga ik totaal niet in mee, in dit frame. Dit vind ik eigenlijk niet
oké. U heeft denk ik de verkeerde tegenstander voor zich, of u kiest
misschien de verkeerde tegenstanders. Ik denk dat wij heel veel dingen
hetzelfde willen. Ik denk dat wij op heel veel punten ook samenwerken,
bijvoorbeeld op het amendement. Ook ik zal met voorstellen komen. Maar
sommige voorstellen gaan zo ver dat ook het kabinet en de Raad van State
zeggen: dat moeten we niet doen. Dat bedoel ik met "pleister op pleister
plakken". We hebben dat in het verleden al genoeg gezien. Dat kan niet
ontkend worden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, excuus dat ik erop terugkom, maar ik vind het vreemd om te
horen dat amendementen of voorstellen die we hebben gedaan, onredelijk
zouden zijn of "pleister op pleister". Als er partijen zijn die dit
fundamentele onrecht eigenlijk steeds hebben aangekaart, ook al voordat
de parlementaire enquête uit was, dan waren wij dat. Wij hebben continu
gewezen op het systeemfalen. Ik was blij om te horen dat de heer Köse nu
zegt dat het inderdaad een wantrouwig systeem is en dat hij ook
voorbeelden aanhaalt uit het hier en nu, dus van na de parlementaire
enquête, waarin dat nog steeds doorgaat. Ik ga het hem toch heel
concreet vragen. Stel, je woont in dat kerngebied — het zijn de
voorbeelden die de heer Köse heeft aangehaald — en je hebt een schade
van €80.000 of €100.000. Dat kan, hè. Waarom zou je er in het voorstel
van de heer Köse dan nog steeds met die wantrouwende regeling voor in
aanmerking komen? Je valt namelijk niet onder die mooie regeling zonder
causaliteit.
De voorzitter:
Ik vind het geen probleem dat u op iets terugkomt, maar wel dat uw
interrupties steeds meer dan een minuut zijn. Daar wil ik echt graag
aandacht voor vragen. De tijd gaat natuurlijk door en u heeft alle
ruimte om uw interrupties te doen, maar wel graag korte interrupties en
ook korte antwoorden. De heer Köse.
De heer Köse (D66):
Voorzitter, heel kort dan. Ook vanuit mijzelf zie ik hier gewoon
ruimhartig beleid. Door eraan te morrelen, krijg je daar geen eenheid
in. Vervolgens krijg je mensen die dat proces hebben doorlopen en mensen
die daarna wel weer met alles te maken krijgen. Met alle voorbeelden die
u net heeft aangehaald, denk ik dat dat niet gaat helpen. Ik denk dat we
met deze wet een goede basis hebben voor ruimhartig beleid. Daar wil ik
gewoon niet te extreme voorstellen voor doen — overigens wel waar dat
enigszins kan — want dat gaat niemand helpen.
Mevrouw Beckerman (SP):
"Morrelen" en "extreme voorstellen" ... Wij deden dit soort voorstellen
ook al voordat die regeling van kracht werd. De heer Köse constateert
zelf, na zijn bezoek in het bevingsgebied, in het kerngebied, dat er
wantrouwen is, dat er onrecht is, maar zegt nu: ja, maar als we morrelen
aan de wet, dan is het niet goed. Je kunt toch geen onrecht laten
bestaan, terwijl je weet dat het bestaat? Waarom zou je dat niet doen
voor die groep zwaarst gedupeerden? Ik maak het heel concreet: waarom
zou je voor mensen die voor €80.000, €100.000 of misschien wel grotere
schades hebben, niet alsnog deze goede regeling openstellen?
De heer Köse (D66):
Er worden een soort van — tja, wat is het? — bijna tegenstellingen
gecreëerd die er niet zijn. Het is niet of onrecht of iets doen. We doen
al iets: we wijzigen de wet, ruimhartig, waarvan ook de Raad van State
dat zegt. Daar sta ik volledig achter. Ik kom met voorstellen en ik
steun voorstellen van u. Ik wil niet in dat frame geduwd worden, waarbij
het lijkt alsof wij alles tegenhouden. Wij zijn misschien wel de meest
meewerkende partij. Als het goede voorstellen zijn, gaan we daar zeker
in mee. Wat er vergeten is te zeggen, is wat ik ook gezien heb, namelijk
die grote verschillen. Wat misschien nog meer kapotgemaakt heeft dan de
aardbevingen, is hoe we hiermee zijn omgegaan. Dat is ook te wijten aan
deze Kamer, namelijk door steeds pleister op pleister te plakken,
waardoor die onaanvaardbare verschillen zijn ontstaan. Dat wil ik
voorkomen door alleen te kijken naar de juiste voorstellen. Daarvan
zeggen wij: oké, dit kunnen we goed doen, daar lossen we problemen mee
op en daar helpen we de mensen mee. We willen niet weer onduidelijkheid
en vervaging van perspectief. Dat is waarvoor ik sta.
Mevrouw Beckerman (SP):
Excuseer mij, voorzitter, want deze interruptie gaat toch iets langer
worden.
De voorzitter:
O jee.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het spijt me echt, voorzitter, maar dit is wel de kern.
De voorzitter:
Ik zou zeggen: doe uw best om dat niet te doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat zal ik doen, voorzitter.
We krijgen nu het verwijt dat die ongelijkheid is gecreëerd door
voorstellen uit de Kamer, maar vanaf de schadeafhandeling door de NAM
hebben wij gewezen op het systeemfalen. Elke keer opnieuw hebben we
gezegd: dit is niet onafhankelijk, dit is een systeem dat faalt, dit
duwt en brengt mensen in de ellende. We hebben altijd gepleit voor
dezelfde aanpak, of het nou over het toeslagenschandaal ging of over
Groningen. Elke keer als er een nieuw instituut werd opgetuigd, zoals
toen het van de NAM naar CVW ging en van CVW naar ... Voor de kortheid:
u weet welke instituten het allemaal waren. In het begin werd gezegd: de
SP is zo negatief. Na een halfjaar werd gezegd: o ja, wij zien ook wel
wat problemen, maar als je nu aan het systeem gaat morrelen, krijg je
vertraging.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Beckerman (SP):
Na anderhalf jaar werd gezegd: o, dit is toch niet het goede systeem.
Erkent de heer Köse dat het echt een bizar verwijt is om dit tegen de
partijen te zeggen die keer op keer hebben gezegd "het enige wat werkt,
is een systeem waarin vertrouwen vooropstaat en waarin je van deur tot
deur gaat en zorgt dat iedereen recht krijgt op een schadevrije, veilige
en duurzame woning"? Dat staat overigens in een amendement waarvoor ik u
van harte uitnodig om dat ook te ondertekenen, want dat is hoe je echt
zorgt voor gelijkheid.
De heer Köse (D66):
Ik maak totaal geen verwijten. Dit hoeft ook niet zo hoog opgenomen te
worden. Ik sta achter de woorden dat iedere Groninger een veilig huis
krijgt. Daar doen wij ons best voor. Daarvoor zal ik met voorstellen
komen en daarvoor zal ik een aantal voorstellen van u steunen. Daarom
zal ik ook deze wet steunen. Daar wil ik het graag bij laten.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Welke drie concrete voorstellen van mijn hand of, om het makkelijker te
maken, van de zijde van de Kamer hebben de ongelijkheid dan vergroot
volgens de heer Köse van D66?
De heer Köse (D66):
Waar ik op doel, is ... Ik zal het nog eens herhalen, want het blijft
blijkbaar niet plakken ...
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Noem drie voorstellen. Het is heel simpel. Dat was het verwijt, dus dan
is dit ook een eerlijke vraag.
De heer Köse (D66):
Ik ga over mijn eigen antwoorden.
De voorzitter:
Ja, en laten we niet door elkaar heen praten. We doen een ordentelijk
debat. Dat betekent dat u het woord krijgt van de voorzitter en niet
zelf het woord neemt. Het woord is aan de heer Köse.
De heer Köse (D66):
Waar ik op doel, is dat er heel veel verschillende regelingen zijn
geweest en er door de tijd heen heel veel gewisseld is. Dat heb ik ook
letterlijk gezien toen ik twee dagen in Groningen was. Ik ben ook naar
Zeerijp geweest; daar zag ik het ook. Je ziet letterlijk in het
landschap dat er een verschillende aanpak is geweest. Er zijn wijken die
totale nieuwbouwwijken zijn en daarnaast staat dan letterlijk een wijk
waar nog niks is gebeurd. Dat zijn die onaanvaardbare verschillen. Dat
heeft met allerlei zaken te maken. Dat komt niet alleen door deze Kamer;
er zit heel veel achter. Dat snap ik. Er zijn vanuit deze Kamer ook hele
goede voorstellen gedaan, vanuit mijn partij maar ook vanuit uw partij.
Dat wil ik ook gezegd hebben. Daar staan we allemaal achter; dat is iets
waar we samen achter staan. Maar je ziet wel dat er in het begin heel
veel wantrouwen was en we nu eindelijk goede stappen zetten richting
vertrouwen, bijvoorbeeld door die €60.000-regeling. Dat gaat helpen. Dat
is waar ik op doel. Met dat in het achterhoofd weeg ik dus heel goed af
wat ik wel en niet steun.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Maar dit soort inbrengen, dit soort woorden, raken me wel. Je laat
ergens boven de markt hangen of insinueert eigenlijk dat voorstellen
vanuit de Kamer, zonder dan een concreet antwoord daarover te geven,
hebben bijgedragen aan die onuitlegbare verschillen. Als er één voorstel
is geweest vanuit deze Kamer om die onuitlegbare verschillen weg te
nemen, dan is dat het voorstel voor het volledig uitvoeren van het
rapport-Van Geel. Is D66 daar dan voorstander van?
De heer Köse (D66):
Grote delen daarvan zie ik zeker als bevorderend, maar zoals ik al zei,
wegen wij alles af. Daar worden ook stappen voor gezet. Met deze wet
worden namelijk ook drie maatregelen uit Nij Begun verankerd.
De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Als die onuitlegbare verschillen voor D66 echt onaanvaardbaar zijn, dan
zou er maar één oplossing zijn, namelijk het rapport-Van Geel onverkort
uitvoeren, maar daar draait u omheen, want daar bent u nu nog steeds
geen voorstander van.
De heer Köse (D66):
Nee, ik zie dat we hele mooie stappen zetten met deze wet: 7,5 miljard,
een generatielange aanpak, inzetten op brede welvaart — dat is een punt
dat in het rapport-Van Geel wordt genoemd — inzetten op de economie, een
hele herstelagenda die daarvoor opgetuigd is. Ik zie dat dus anders.
De voorzitter:
U heeft een punt van orde, begrijp ik.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Kijk, je mag best gaan over je eigen antwoorden, maar dan wil ik toch
constateren dat er totaal geen antwoord wordt gegeven op mijn simpele
vraag: steunt u onverkort het uitvoeren van het rapport-Van Geel om de
onuitlegbare verschillen weg te nemen, ja of nee? U mag over uw eigen
antwoorden gaan, u mag eromheen draaien, maar het is een simpele vraag,
waar u met een ja of nee op had kunnen antwoorden of zou kunnen
antwoorden.
De voorzitter:
Waarvan akte, zou ik zeggen bij een punt van orde.
De heer Köse (D66):
Ja, en ik heb er al antwoord op gegeven.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Köse (D66):
Voorzitter. Het grootste onrecht zit 'm niet alleen in schade of
compensatie. Het grootste onrecht is dat we als overheid het
belangrijkste wat een mens heeft, ongevraagd van deze mensen hebben
afgenomen: tijd. Of iemand nu wordt overgecompenseerd of juist jarenlang
vastzit in een traject waar een einde aan komt, iedereen raakt kostbare
tijd kwijt. Dat raakt alles: brede welvaart, gezondheid, relaties,
onderwijs, het verenigingsleven en de lokale economie. Stress, sociale
spanning en onzekerheid trekken door hele gemeenschappen heen. Dat zag
ik niet alleen aan de lege buurthuizen in de regio, maar ook recent
onderzoek van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen toont dit aan.
28.000 Groningers hebben last van depressieve gevoelens door de
voortdurende aardbevingen, 37.000 Groningers kampen met rusteloosheid en
nog eens 55.000 mensen kampen met spanningen.
Juist daarom is het goed dat we vandaag deze stap zetten. We leggen met
deze wet een generatielange inzet vast, een duidelijke afspraak met
Groningen, die individuele kabinetten overstijgt. We investeren de
komende 30 jaar in herstel en in een sterke toekomst voor de regio. Het
gaat namelijk niet alleen over schade; het gaat over een ereschuld.
Tegelijkertijd snap ik goed dat veel Groningers zeggen: eerst zien, dan
geloven. Dat is terecht. Juist daarom moeten we nu laten zien dat we het
menen. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe gaat de
minister ervoor zorgen dat de doelen binnen de zorgplichten niet alleen
mooi op papier staan, maar ook daadwerkelijk gehaald worden? Hoe worden
deze zorgplichten concreet, toetsbaar en afdwingbaar in de uitvoering,
zodat Groningers niet opnieuw afhankelijk worden van goede bedoelingen,
maar kunnen rekenen op echte resultaten?
Voorzitter, tot slot. Groningen heeft lang genoeg te maken gehad met
wantrouwen. Het is tijd om te kiezen voor vertrouwen en duidelijkheid.
Dat betekent dat we eerlijk zijn over de keuzes die we maken, dat we die
baseren op feiten en dat we goed uitleggen waarom we doen wat we doen.
Zo voorkomen en verhelpen we grote verschillen en brengen we meer rust
in de regio. Deze wet is een belangrijke stap, maar het echte werk zit
in de uitvoering. Die vraagt de komende jaren inzet en
doorzettingsvermogen van dit kabinet en de kabinetten na ons. Ik zal ze
daar constant scherp op houden. De aardbevingen zijn nog niet voorbij,
maar we kunnen er wel alles aan doen om de schade te herstellen en het
vertrouwen stap voor stap terug te brengen. Met deze wet is er een basis
voor ruimhartig beleid, gestoeld op vertrouwen. Daarmee komt
rechtvaardigheid voor de Groningers eindelijk in zicht. Laten we zo snel
mogelijk aan de slag gaan om het waar te maken.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de heer Köse aan het kabinet vragen hoe we de zorgplicht
afdwingbaar kunnen maken. Toen dacht ik: kan dat niet juist met zo'n
resultaatsverplichting? Als die er niet is, wat is dan het voorstel van
de heer Köse om die zorgplichten afdwingbaar te maken?
De heer Köse (D66):
Ik zal het kort houden, want we hebben hier natuurlijk al een discussie
over gehad. Ik zie dat er voor de zorgplicht echt wel de juiste
maatregelen worden genomen: geld, doel, plan, verantwoordelijkheid. Ik
vraag de minister hoe ze dat gaan doen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
We willen dus dat die zorgplichten steviger afdwingbaar worden. Een
resultaatsverplichting zou een oplossing kunnen zijn, maar daar wil D66
niet aan, dus dan vraagt de heer Köse maar hoe het dan wel kan. Zouden
we niet zelf juist met een voorstel moeten komen? Ik waardeer
samenwerking waar we die maar kunnen vinden. Zouden we hierop niet samen
nog tot een voorstel kunnen komen?
De heer Köse (D66):
Ik kijk altijd graag mee met een voorstel, zeker.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dan gaan we dat doen.
De voorzitter:
We wachten even tot mevrouw Beckerman bij de microfoon is.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kom toch nog even terug op dat laatste punt. Je wilt geen nieuwe
ongelijkheid. We kregen zelfs het verwijt dat de Kamer voor verschillen
had gezorgd. Nou, dat werd niet concreet gemaakt. Het zou eigenlijk een
hele logische keuze zijn om vandaag te zeggen: die grens van €60.000 is
heel gek, want die zorgt voor nieuwe ongelijkheid. Stel dat mijn buurman
Bushoff voor €60.000 schade heeft, dan valt-ie onder de regeling. Heb ik
schade voor €80.000 of €100.000, dan val ik er niet onder. Als je zo'n
pleidooi houdt dat de Kamer geen ongelijkheid moet veroorzaken, waarom
zou je die ongelijkheid dan in de wet inbakken?
De heer Köse (D66):
Ik snap niet helemaal waar mevrouw Beckerman naartoe wil. Er was een
ongewenste situatie. Daar is het, met een hele omweg, naartoe gebracht.
Dat was eigenlijk mijn pleidooi. Ik verwijt het niet de Kamer; ik
verwijt het ons allemaal. Het kabinet, het hele systeem heeft daarin
gefaald. Mevrouw Beckerman heeft dat zelf ook aangegeven. We zijn dat nu
aan het herstellen. Juist door die €60.000 — die wordt dus al in
uitvoering gebracht — ook nog eens te veranderen … Ik snap niet helemaal
wat daar de vraag van is. Het zal niet helpen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het zal zeker helpen. Als jij een hele grote schade hebt en je woont in
de kern van het gebied, bijvoorbeeld in Loppersum, dan kan een hele
kleine schade makkelijk vergoed worden. Daar hebben we een vergoeding
voor. Je ziet dat tot €60.000 makkelijk vergoed wordt, maar als jij die
hele grote schade hebt, dan geldt dat niet. Het is een hele simpele
vraag: waarom niet? Waarom zou je er juist in dat kerngebied, waarvan we
weten dat er grote schades voor kunnen komen, niet ook op dezelfde
manier mee omgaan, zonder causaliteitsonderzoek en de schade gewoon
onderzoeken en vergoeden?
De heer Köse (D66):
Dat is zo voor duidelijkheid en perspectief. Dat is doorzetten op de
lijn die we nu hebben, op basis van vertrouwen. Daarmee kunnen we heel
veel gevallen, kleine, wat grotere, tot die €60.000, sowieso goed
oppakken.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Je wilt toch dat de zwaarste gedupeerden ook dat vertrouwen kunnen
krijgen? Ik begrijp de keuze gewoon niet, om juist die zwaarst
gedupeerden … Ik heb het echt over een kerngebied, hè, met grote
schades. Ik snap niet waarom je die groep zou willen uitzonderen. Als
vertrouwen en het tegengaan van ongelijkheid zo de kern is van je betoog
en je geen systeem met wantrouwen wilt, waarom wantrouw je dan nog
steeds die allerzwaarst gedupeerden? Waarom ga je ze wel door die mal
van het oude systeem drukken en kies je niet voor die eerlijkere
oplossing?
De heer Köse (D66):
Ik erken natuurlijk dat je met die grote, complexe casussen iets moet.
Daar zou bijvoorbeeld de regeringscommissaris wat in kunnen betekenen.
We zijn ook aan het kijken naar voorstellen daarvoor. Dat kan ook door
huidige processen te versnellen. Dat is iets waar dit kabinet druk mee
bezig is. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt, maar daar is
natuurlijk aandacht voor; dat is bekend.
De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw inbreng gekomen? Dat is het geval. Dank u
wel voor uw inbreng. Dan nodig ik mevrouw Bikker uit voor haar inbreng
namens de ChristenUnie.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. De belangen van de Groningers zijn structureel
genegeerd bij de aardgaswinning in Groningen. Dit heeft voor hen
rampzalige gevolgen. Ik moest terugdenken aan de hoofdconclusies van de
parlementaire enquête tijdens het debat dat we hier de afgelopen uren
hebben gevoerd. Ik dacht vooral aan de eerste vier hoofdconclusies. Eén.
De ernst van de problemen in Groningen is structureel onderschat. Twee.
Geld is dominant bij besluiten over gaswinning. Drie. Leveringszekerheid
is gebruikt als rookgordijn. Vier. De onveiligheid in Groningen duurt
onacceptabel lang.
Voorzitter. Ik zou zo nog even kunnen doorgaan, maar ik vind het zwaar
frustrerend om te merken dat al deze conclusies op de helling worden
gezet door weer allerlei voorstellen te doen over het opnieuw gaan
oppompen van gas of het beschikbaar maken daarvan, terwijl dit debat nog
zou moeten gaan over het verbeteren van het herstel, over de schade die
is aangericht in Groningen en over de mensen bij wie we nog steeds zien
dat de schade niet op orde is. Denk aan de boer die ik sprak. De
mestkelder lekt en het wordt maar niet opgelost. Inmiddels kampt hij
zelf met gezondheidsklachten en hij weet niet waar hij het zoeken
moet.
Voorzitter. Als de prijzen aan de pomp omhooggaan, is het goed
voorstelbaar dat allerlei Nederlanders naar de Kamer toe komen om te
vragen: "Kunt u met ons meedenken? Wat kunnen we doen om deze problemen
op te lossen?" Soms kan de overheid een oplossing bieden voor de mensen
die daardoor echt diep in de portemonnee geraakt worden en door het ijs
zakken. Soms zal de overheid eerlijk moeten zijn dat we niet alle pijn
kunnen oplossen, maar laat één ding helder zijn: wij hebben hier met 150
zetels gezegd dat we een ereschuld hebben aan Groningen. Ik zit me dan
toch plaatsvervangend te schamen tegenover de mensen die vanuit het
bevingsgebied naar dit debat kijken en weer allerlei discussies horen
die afleiden van "eerst dat schadeherstel op orde krijgen".
Voorzitter. Nadat de parlementaire enquêtecommissie haar rapport
presenteerde, werd er continu "Groningers boven gas" gezegd. Dat is
terecht, want Nederland heeft een ereschuld aan Groningen. Het was hard
noodzakelijk dat de gaswinning helemaal stopte, dat het herstel zo goed
mogelijk werd ingezet en dat er gekeken werd hoe een gebied dat
Nederland zo lang welvaart heeft gegeven, daar zelf ook de goede
vruchten van plukt in plaats van de wrange vruchten.
Vandaag ligt er een wetsvoorstel dat daar een beetje aan bij wil dragen.
In de afgelopen weken sprak ik opnieuw met meerdere Groningers in het
bevingsgebied. Wat merkte ik? De recente grote beving van 14 november
2025 heeft alle nachtmerries weer teruggebracht. Waar het stoppen van de
gaswinning zware bevingen zal verminderen, weten we nu ook weer opnieuw
dat de bodem nog niet tot rust is gekomen. Heftiger is dat zo'n beving
toch weer een klap geeft voor het vertrouwen dat het nu eindelijk beter
zal gaan. We weten dat die bevingen minder zullen worden, maar het zal
ook nog duren, wat telkens weer stress teweegbrengt.
De recente analyse van UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen laat zien:
hoe meer aardbevingen iemand over de jaren heeft meegemaakt, hoe meer
symptomen van depressie en angst hij of zij rapporteert. Dan gaat het
niet om officieel vastgestelde psychische stoornissen, maar wel om
klachten als somberheid, verlies van interesse, concentratieproblemen,
rusteloosheid en spanning. Tussen 2007 en 2021 gaat het om tienduizenden
extra gemeten depressieve en angstklachten onder inwoners van het
getroffen gebied. Een van de onderzoekers schrijft daarom dat de
gevolgen verder reiken dan de individuele bewoners. Het gaat om een
gebied waar de onderlinge samenhang groot is. Als veel inwoners kampen
met somberheid of spanning, werkt dat door in gezinnen, op het werk,
maar bijvoorbeeld ook in het verenigingsleven.
Voorzitter. Juist daarom vindt de ChristenUniefractie dit wetsvoorstel
belangrijk. Het herstel in Groningen gaat namelijk niet alleen om schade
aan huizen of het blijvend stoppen van de gaswinning; het gaat ook om
het herstel van de gezondheid van een samenleving die bij elke beving
opnieuw beproefd wordt. Het is goed dat het kabinet verder werk maakt
van Nij Begun. Dat had sneller gekund, want een van mijn frustraties is
wel de traagheid en de bureaucratie, waardoor bewoners op alle relevante
terreinen lang moeten wachten, maar het is goed dat het kabinet zich
committeert aan een generatielange aanpak om de ereschuld aan de regio
in te lossen.
Ik heb daar wel de volgende vragen bij. Het kabinet kiest voor een
zorgplicht voor brede welvaart en een zorgplicht voor verduurzaming door
isolatie. Er wordt uitgebreid in de schriftelijke stukken betoogd dat
alle tussentijdse doelen, streefwaarden en randvoorwaarden in het
uitvoeringsprogramma passen. Bedoelt het kabinet dan dat er in dat
uitvoeringsprogramma wel een resultaatverplichting geldt? Hoe wordt de
zorgplicht nu gehandhaafd? Wat is nu de juridische waarde en de
verantwoordelijkheid die het kabinet hiermee uitspreekt? Kan de minister
heel concreet schetsen wat de zorgplicht inhoudt?
Stel dat de brede welvaart minder wordt, is de zorgplicht dan
geschonden? De ChristenUniefractie heeft namelijk best begrip voor de
huiverigheid in de regio om opnieuw vagere open normen te gebruiken in
de wet, waarbij onvoldoende helder is wat we nu exact aan elkaar beloven
en wat een teleurstelling kan vormen in de uitwerking. Daarom stel ik in
alle scherpte de vraag: wat gaat er nou mis volgens het kabinet als de
amendementen van collega's Beckerman en Bushoff worden aangenomen? Tot
nu toe vind ik de redenering van het kabinet nog onvoldoende
overtuigend, maar ik zeg erbij dat ik aandachtig ga luisteren.
Voorzitter. Een van de meest indrukwekkende momenten van mijn
werkbezoeken aan Groningen was wel in de gemeente Eemsdelta. We spraken
toen over de gevolgen voor jongeren en hoorden hun indrukwekkende
verhalen over stress bij hun ouders, tijdelijke woningen en onzekerheid
over de toekomst. Jongeren kozen er dan maar voor om hun ouders in die
stressvolle tijd niet te belasten met de dingen waar zij mee tobben, met
alle gevolgen van dien. Ik zou alle nieuwe woordvoerders willen aanraden
om de documentaire Barst, die is gemaakt door jongeren zelf in het
bevingsgebied, te kijken. De zorg van de ChristenUnie-fractie is
namelijk dat bij de besteding van de middelen voor de brede welvaart
toch al snel de bestuurlijke constructies weer zeer actief zijn. Ik ben
hen overigens dankbaar voor alle inzet, daar niet van, maar het gevaar
is dat inwoners zich er te weinig in herkennen. Hoe wordt dan
bijvoorbeeld uitvoering gegeven aan de motie-Boulakjar/Bikker, die de
regering verzoekt om jongeren ook zelf aan tafel te zetten en hen 1% van
de beschikbare middelen te laten begroten en inzetten?
Voorzitter. De zorgen van de ChristenUnie zien dus op de vaagheid van de
zorgplicht, waar ik net mijn vragen over stelde, op het betrokken houden
van de bewoners zelf in plaats van alleen de bestuurders en ten derde op
de manier waarop hierop gestuurd wordt. Deze wet is immers voorbereid in
een tijd dat we een staatssecretaris hadden die juist ook het Gronings
herstel in zijn portefeuille had. Er werd nog niet gedacht aan de
regeringscommissaris die het kabinet binnenkort benoemt. Deze
commissaris moet toezien op de uitvoering van Nij Begun. Hoe verhoudt de
regeringscommissaris zich tot dit wetsvoorstel? Is het de
regeringscommissaris die tussentijds aan de bel trekt als doelen uit
beeld raken? Welke rol heeft de regeringscommissaris bij de evaluatie,
oftewel de jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe?
Als ik in de profielschets kijk, zie ik namelijk wel dat deze
regeringscommissaris de functie van aanjager, helper, meedenker en
verbinder in het kader van de sociale en economische agenda en de
verduurzamings- en isolatieaanpak heeft en dat de regeringscommissaris
kan fungeren als inspiratiebron en verbinder naar interessante partijen
in Den Haag en in de EU die de regio tot bloei kunnen laten komen. Kan
het kabinet heel precies toelichten hoe deze nieuwe figuur zich binnen
dit wetsvoorstel gaat bewegen en vraagt dat nog ergens aanpassing van de
Groningenwet?
Voorzitter. De evaluatiebepaling is geschrapt en er komt een jaarlijkse
Staat van Groningen en Noord-Drenthe, maar wie gaat er dan af en toe met
iets meer afstand naar kijken? Waarom wordt voor een wetsvoorstel dat
tot 2055 loopt, niet eens in de vijf of tien jaar wat meer op de lange
lijnen geëvalueerd?
Voorzitter, mijn laatste punt. In het wetsvoorstel wordt een nieuw
hoofdstuk aan de Groningenwet toegevoegd dat heet "Voorkomen
verschillen"; uit mijn hoofd is dat hoofdstuk 7a. Juist op dat punt
hebben de gemeenten in het bevingsgebied grote zorgen geuit dat bij de
schadeafhandeling de coulance naar inwoners groter is naarmate iemand
minder gedupeerd is, zowel in het proces, want je kan eenvoudiger en
sneller een besluit nemen, als in de vergoeding. Gedupeerde inwoners
kunnen door de voorwaarde van finale kwijting met onverhaalbare
mijnbouwschade geconfronteerd worden. Vindt de regering dit, net als de
fractie van de ChristenUnie, een onacceptabele uitkomst? Klopt de
stelling van de betrokken gemeenten dat de kans hierop groter is in de
kern van het aardbevingsgebied voor de zwaarst gedupeerden? Als dat zo
is, zou volgens mij het tegenovergestelde worden bereikt van wat beoogd
is met het wetsvoorstel, dus ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dit
ziet.
Voorzitter, ik rond af. De Groningenwet moet bijdragen aan vertrouwen.
Bij het schadeherstel tot nu toe kijken we telkens in de spiegel van een
overheid die het door bureaucratie en regeldichtheid maar niet lukt om
te komen tot een snel en vertrouwenwekkend herstel. We kijken ook in de
spiegel van een Kamer met maar een beperkt geheugen, terwijl het
eigenlijk de komende jaren erop aankomt, zelfs als er nieuwe bevingen
zijn. Zullen we dan staan voor de beloften die we in de afgelopen jaren
hebben gedaan aan Groningen of niet? De ChristenUnie wil kiezen voor een
milder, makkelijker en menselijker beleid, oftewel: Groningers boven
gas. Dat neemt niet weg dat je de geopolitieke omstandigheden in de ogen
moet kijken, maar altijd ook met het oog op de beloften die je hebt
gedaan aan mensen die nog steeds in de knel zitten. Daar wil ik voor
staan.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel voor uw inbreng. Voordat we gaan luisteren naar de inbreng
van de heer Flach schors ik het debat kort, voor vijf minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen
en de Mijnbouwwet. We zijn nog in de eerste termijn aan de kant van de
Kamer. Het woord is aan de heer Flach voor de inbreng namens de SGP.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Het is vandaag een belangrijke dag voor onze
noordelijkste provincie. In deze zaal gaat vandaag even "niets boven
Groningen". Het is een cliché om te zeggen dat de
aardbevingsproblematiek veel impact heeft. Er ligt een dure plicht om
Groningers te steunen. Daarbij denkt de SGP vooral aan adequate
schadeafhandeling en aan doorpakken met duurzaam herstel en versterking.
Dat helpt getroffen Groningers meer dan het wettelijk vastleggen van een
zorgplicht voor brede welvaart en het isoleren van huizen.
Voor eenvoudige schades is in het wetsvoorstel een genereuze aanpak
opgenomen, die de bewijslast weghaalt bij de bewoners. Dat is een goede
zaak, al moeten we scherp blijven op misbruik. Voor de meer complexe
schadegevallen blijft de huidige aanpak wringen. Versterking en
schadeafhandeling zijn twee aparte sporen, maar het gaat wel om
hetzelfde huis. Bij de schadeafhandeling worden schades na elke beving
apart beoordeeld: gaat het om mijnbouwschade of is er een andere
oorzaak? Maar in de praktijk is dat niet met een schaartje te knippen.
Andere veranderingen in de ondergrond, zoals bodemdaling, maken een huis
kwetsbaar voor aardbevingsschade. De schades kunnen elke keer worden
weggewerkt, maar door de tijd heen is er ondertussen wel sprake van een
verzwakking van het huis. In de praktijk worden elke keer tienduizenden
euro's uitgegeven aan schadeherstel, terwijl duurzaam herstel, door
bijvoorbeeld vernieuwing van de fundering, vooruitgeschoven wordt. Hoe
gaat het kabinet ervoor zorgen dat complexe gevallen ook perspectief
krijgen, zonder van het kastje naar de muur te worden gestuurd? Wat zijn
de mogelijkheden om in de kern van het aardbevingsgebied bij woningen
die kwetsbaar zijn voor bevingen de bewijslast weg te halen bij
bewoners?
Voorzitter. De SGP vindt het belangrijk dat het Rijk samen optrekt met
de betrokken medeoverheden in Groningen en Drenthe. In het wetsvoorstel
staat dat het Rijk bij het opstellen van een reactie op de Staat van
Groningen en Noord-Drenthe overleg voert met provinciale bestuurders,
met maatschappelijke organisaties en met vertegenwoordigers van
bewoners. Mag ik ervan uitgaan dat het overleg met medeoverheden in deze
regio van een andere orde is dan het overleg met maatschappelijke
organisaties en bewoners? Overheden staan samen aan de lat om
verschillende opgaven in het gebied tot een goed einde te brengen. Mijn
vraag is of er wordt aangestuurd op, zo mogelijk, een gezamenlijke
reactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.
Vanuit het oogpunt van het bewaken van de kwaliteit van wetgeving zet
ik, evenals de Raad van State, vraagtekens bij het in de wet opnemen van
de zorgplicht voor brede welvaart. Brede welvaart is een plaag in de
bestuurskunde. Het is zo'n beetje het meest misbruikte containerbegrip
in bestuurlijke stukken, met acht thema's en 46 indicatoren, waaronder
het voorkomen van obesitas. Hier is deze wet toch niet voor nodig?
Enerzijds zegt de regering dat de zorgplichten in de artikelen 13o en
13p niet meer zijn dan een vastlegging dat de minister van Binnenlandse
Zaken het aanspreekpunt is voor de brede welvaart in Groningen en de
genoemde Drentse gemeenten, en dat er een verplichting is om iets te
doen met de brede welvaart hier. Anderzijds geeft de regering aan dat de
vaststelling van het uitvoeringsprogramma niet kan zonder het opnemen
van datgene dat moet worden uitgevoerd: een zorgplicht. Dat geeft de
zorgplicht een veel meer inhoudelijke lading. Ik hoor graag een nadere
duiding van de zorgplichtbepaling. Wat heeft dit juridisch te
betekenen?
Wetgeving is wat de SGP betreft niet bedoeld voor het opnemen van
allerlei beleidsdoelstellingen en zelfbindende verplichtingen, waaraan
burgers geen rechten kunnen ontlenen. We moeten voorkomen dat de waarde
van wat in beleidsnota's wordt opgeschreven, wordt ondermijnd door te
doen alsof beleidsdoelstellingen pas serieus zijn als ze in de wet zijn
opgenomen. Hoe ziet de minister van Binnenlandse Zaken dat?
Wat gaat de verplichting om via een uitvoeringsprogramma "het niveau van
brede welvaart uiterlijk in 2055 op ten minste het landelijk gemiddelde
te brengen" precies betekenen? Het begrip "brede welvaart" is
veelomvattend, misschien wel té veelomvattend wat de SGP betreft. Een
belangrijk onderdeel van brede welvaart is bijvoorbeeld wél het
werkloosheidscijfer. De provincie Groningen heeft een hoog
werkloosheidscijfer. Dat kun je niet naar beneden bijstellen met het
draaien aan een paar knoppen. Wat zou het kabinet moeten doen om dit op
het landelijk gemiddelde te krijgen? Zou de minister daarvoor ook eens
willen kijken naar een oproep die ik al eerder met een aantal andere
partijen heb omgezet in een aangenomen motie, namelijk om meer
rijkswerkgelegenheid naar de genoemde provincies te krijgen? Hoe ziet de
minister van Binnenlandse Zaken dit voor zich? Hoe gaat hij voorkomen
dat er verwachtingen worden geschept die niet kunnen worden
waargemaakt?
Voorzitter, ik rond af. We hebben een dure plicht om de bewoners van
gebieden die kampen met aardbevingsproblematiek als gevolg van
jarenlange gaswinning te steunen. We moeten ons daarbij niet verliezen
in het scheppen van verwachtingen die we niet kunnen waarmaken, maar
vooral inzetten op adequate en ruimhartige schadeafhandeling en
doorpakken met duurzaam herstel en versterking.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan wil ik nu graag het woord geven aan
mevrouw Den Hollander van de VVD-fractie.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. De afgelopen week is veel tijd gaan zitten in het nog eens
goed doornemen van de wetswijziging, het advies van de Raad van State en
de nota naar aanleiding van het verslag. Voordat we deze wet in de Kamer
bespreken, zijn er al heel veel vragen gesteld en beantwoord. Er zijn
ook een aantal amendementen op de wet ingediend, zelfs tot zeer kort
geleden.
Het standpunt van de VVD over het onderwerp herstel Groningen berust op
drie pijlers. De VVD steunt het definitief sluiten van het
Groningenveld. We staan voor een snelle en eerlijke schadeafhandeling,
een breder herstel en een toekomst voor Groningers via Nij Begun. Het is
duidelijk dat de overheid in het verleden tekortgeschoten is. Nu ligt er
een gewijzigd wetsvoorstel dat belangrijke maatregelen uit Nij Begun
regelt. Daarin steunt de VVD het kabinet. Het is goed dat daadwerkelijk
schadeherstel mogelijk wordt gemaakt en dat er een generatielange aanpak
komt, met monitoring via de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.
De Raad van State wijst op enkele zaken waarmee we volgens hen het
risico lopen dat er weer nieuwe onaanvaardbare verschillen ontstaan. De
vraag die zij oproepen is in hoeverre we daarmee niet in een juridisch
moeras belanden, met meer juridisering en meer onvrede onder inwoners
van Groningen en Noord-Drenthe. We zien echter ook hoe het kabinet dit
advies apprecieert. Dat steunen we ook in grote lijnen, maar naar
aanleiding van het advies rest voor ons wel nog een belangrijke vraag.
Bij daadwerkelijk schadeherstel gaat gewerkt worden volgens de methode
van veronderstelde schade. De regering heeft daarbij vastgesteld dat
waarschijnlijk niet alle kosten te verhalen zullen zijn op de NAM, omdat
het onderzoek naar mijnbouwgerelateerde schade wordt losgelaten. In
januari van dit jaar kon er nog geen inzicht worden verschaft in wat
hierbij het risico voor de Staat is. Daarmee ontstaat feitelijk een
blanco cheque, waarbij we geen grip hebben op het financiële risico dat
de Staat hiermee loopt. Ik hoor dan ook graag van de minister of hier
inmiddels wel meer duidelijkheid over te geven is.
Voorzitter. Er zijn door een aantal fracties amendementen ingediend om
het wetsvoorstel nog verder aan te scherpen. De VVD heeft de indruk dat
sommige amendementen kunnen leiden tot toenemende kosten zonder
aangetoonde causaliteit of aangetoond belang, maar ook tot
beleidswijzigingen, wat weer kan zorgen voor bureaucratie of
inefficiëntie. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat de VVD vindt
dat de gedupeerden goed en snel geholpen moeten worden, maar dat hier
nog een schep bovenop doen niet altijd wenselijk en nodig is. Wij staan
voor de huidige aanpak, maar wij gaan niet zomaar mee in extra stappen.
We zijn dan ook erg benieuwd hoe de minister hierover denkt en wachten
de appreciatie van alle amendementen af.
Voorzitter. Ondanks dat het debat feitelijk gaat over de wijziging van
de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet, is het goed om ook kort
in te gaan op de hersteloperatie in Groningen zelf. Het overallbeeld met
betrekking tot zowel de versterkingsoperatie als het schadeherstel is
dat er duidelijk vooruitgang zichtbaar is, maar dat het tempo nog steeds
te laag ligt. Veel bewoners wachten nog steeds op afronding. Vooral voor
de meest complexe gevallen — denk aan hoge schades, erfgoed of
agrarische objecten — is maatwerk nodig. De generieke aanpak waar de wet
op toeziet, helpt hier onvoldoende. De VVD wil daarom van de minister
horen wie de verantwoordelijkheid voor de maatwerkaanpak krijgt en hoe
dit praktisch wordt georganiseerd, zodat zwaar gedupeerden niet opnieuw
jarenlang in onzekerheid hoeven te zitten. Om deze groep gedupeerden te
ondersteunen zullen wij in de tweede termijn een motie indienen.
Voorzitter. Tot slot wil ik nogmaals aandacht vragen voor de verhouding
tussen daadwerkelijk herstel en uitvoeringskosten. Er gaat nog steeds te
veel geld naar bureaucratie en de uitvoering blijft traag en complex.
Afgelopen week zijn er nog twee nieuwsberichten verschenen over hoe
schadebureaus miljoenen konden verdienen in het aardbevingsgebied en hoe
weinig controle er is op de werkzaamheden van de schadebureaus. Mijn
laatste vraag aan de minister is dan ook op welke wijze dergelijke
praktijken worden voorkomen in de nieuwe aanpak van dit kabinet.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan nodig ik mevrouw Armut uit. Zij spreekt
namens het CDA.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over wetgeving. Dat is in de
Kamer vaak iets technisch, maar voor mensen in mijn provincie Groningen
en voor de inwoners van Noord-Drenthe is het vandaag veel meer dan dat.
Dit gaat over de veiligheid van je eigen huis, over de plek waar je bent
opgegroeid, waar je je kinderen ziet opgroeien en waar je oud wilt
worden. In Groningen is wat voor veel mensen vanzelfsprekend is, bruut
verstoord door decennialange gaswinning. Want in Groningen is het op
bepaalde plekken niet vanzelfsprekend dat je in je eigen huis kunt
blijven wonen. Sommigen zien hun huis gesloopt worden en moeten
jarenlang verblijven in een tijdelijke woning, met al hun herinneringen
en spullen in een opslag, in onzekerheid over wanneer ze terug kunnen.
En dan heb ik het alleen nog over het materiële aspect.
Veel gedupeerden hebben het immers ook mentaal zwaar te verduren gehad.
Het is de onbeschrijfelijke machteloosheid die ouders voelen als ze zich
's nachts zorgen maken over de veiligheid van het dak van hun huis waar
hun kinderen onder slapen. Het zijn de oneindige afspraken met elke keer
weer nieuwe mensen om te krijgen waar je recht op hebt, namelijk een
veilig huis, en om te vechten waar je nooit om had willen vechten.
Groningers hebben hier immers nooit om gevraagd. Toch hebben ze
jarenlang moeten vechten voor erkenning, voor rechtvaardigheid en voor
duidelijkheid. De vele gebroken beloftes hebben diepe sporen
achtergelaten: in gezinnen, qua gezondheid en qua vertrouwen in de
overheid.
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel geeft de regering weer een nieuw gevolg
aan Nij Begun, de belofte van de overheid aan Groningen en
Noord-Drenthe. In dit wetsvoorstel worden maatregelen uit Nij Begun dan
ook daadwerkelijk in de wet vastgelegd. Het CDA is blij met deze
belangrijke stap.
Met deze wet worden een aantal beloftes wettelijk vastgelegd, allereerst
ten aanzien van schadeherstel en versterking, koste wat kost en voor
zolang als het duurt. Dat is iets waar de Kamer een aantal jaren geleden
bijna unaniem om heeft gevraagd. Daarnaast worden in de wet ook twee
zorgplichten vastgelegd, namelijk voor het bevorderen van brede welvaart
van Groningen en Noord-Drenthe en voor het bevorderen van de
verduurzaming. Over deze zorgplichten is wel het een en ander te
stellen. Aan de ene kant stelt de Raad van State dat met deze
zorgplichten een verwachting wordt gewekt die mogelijk niet kan worden
waargemaakt. Aan de andere kant zijn er regionale bestuurders die
aangeven dat het nog niet hard genoeg lijkt. Dit schetst een dilemma
waar de politiek volgens mij voor staat. De Groningers verdienen rust,
stabiliteit en duidelijkheid, nu en op de lange termijn. De regering
moet dit bieden. De nieuwe regeringscommissaris gaat daar hopelijk ook
een goede rol in kunnen spelen.
Voorzitter. Het is in die zin uitzonderlijk wat hier staat te gebeuren.
Wij gaan daar niet lichtzinnig over doen, want deze wet voor Groningen
en Noord-Drenthe is van fundamentele waarde en doet recht aan gemaakte
beloftes. In de wet wordt ook de jaarlijkse Staat van Groningen
vastgelegd. Daarmee wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over de
schadeafhandeling, de versterkingsoperatie en de investeringen in
Groningen en Noord-Drenthe. Mijn fractie vindt het goed dat in dit
proces naast een rol voor bewoners ook een rol is vastgelegd voor de
volksvertegenwoordiging van de provincies, de gemeenten en de relevante
maatschappelijke organisaties. De regering moet eerst met hen in gesprek
over de Staat van Groningen voordat zij met een kabinetsreactie komt.
Hierover heb ik een aantal vragen.
Aangezien de regering binnen acht weken moet reageren op de Staat van
Groningen, is het van belang dat de overleggen met bewoners,
maatschappelijke organisaties en medeoverheden op tijd plaatsvinden.
Kunnen we ervan uitgaan dat deze overleggen tijdig zullen plaatsvinden?
Dit vraag ik omdat het belangrijk is dat recht wordt gedaan aan deze
gesprekken. Dan is voldoende tijd belangrijk. In het verlengde hiervan
heb ik dan ook de vraag of de regering kan bevestigen dat in de Staat
van Groningen daadwerkelijk gereflecteerd zal worden op de inbreng van
gesprekspartners.
Het volgende punt raakt ook hieraan. De regionale overheden hebben in
een brief aan de Tweede Kamer ook hun zorgen over de overlegpositie van
de regionale overheden in het geheel aangegeven. Hierover heb ik de
volgende vragen. Kan de regering bevestigen dat regionale overheden zelf
kunnen bepalen hoe zij zich laten vertegenwoordigen? Gezien de rol van
de lokale overheden in de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie
kunnen wij ons voorstellen dat gesprekken met medeoverheden een andere
vorm zullen moeten krijgen. Kan de regering uitleggen hoe dit overleg
zich verhoudt tot de gesprekken met maatschappelijke organisaties? Wordt
er voor regionale overheden voor een andere structuur gekozen?
Een van de zaken die met dit wetsvoorstel geregeld wordt, is het
mogelijk maken …
De voorzitter:
Dat is heel netjes, mevrouw Armut, want de heer Flach was nog in
aantocht. U krijgt alle ruimte zo te zien, meneer Flach. Gaat uw
gang.
De heer Flach (SGP):
Het was niet de bedoeling om mevrouw Armut midden in haar zin te laten
stoppen. Maar ik wilde inderdaad even aanhaken op dit punt, van het
betrekken van de medeoverheden. Ik deel de zorgen die mevrouw Armut uit
namens het CDA. In een brief van de provincie Groningen zie ik die zorg
ook letterlijk verwoord staan. Er staat: "In het wetsvoorstel is
opgenomen dat het kabinet praat met de regionale overheden, maar de
memorie van toelichting zegt: het is op initiatief van het Rijk, het is
niet wederkerig en op één lijn." Dat betekent dus dat je een gesprek mag
afwachten, maar wat er precies mee gebeurt, is eigenlijk onduidelijk. Ik
heb er zelf voor gepleit om te kijken of je niet met een gezamenlijke
reactie zou kunnen komen. Is dat ook iets waar het CDA aan denkt?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik weet niet of dat laatste, de gezamenlijke reactie, precies is waar ik
aan denk, maar ik denk wel dat we delen dat we het belangrijk vinden dat
gesprekken niet alleen symbolisch zijn, maar dat het elkaar ook
daadwerkelijk versterkt en dat je er vervolgens ook iets aan hebt. Wat
het CDA betreft kan het initiatief wel van beide kanten komen, maar ik
ben ook benieuwd hoe de minister dat beziet.
De heer Flach (SGP):
Dat snap ik ook. Daarom heb ik het zojuist ook min of meer vragend
gesteld in mijn bijdrage. Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk is
dat de overheid zo dicht mogelijk bij de getroffen inwoners komt. De
gemeente is vaak het meest dichtbij, maar ook de provincies hebben zich
in dit geval echt vierkant achter hun inwoners opgesteld, waar het Rijk
echt een behoorlijke vertrouwensbreuk heeft ondergaan, als ik het even
eufemistisch zeg. Ik denk dat het goed is dat we samen optrekken om het
belang van die goede samenwerking met de regionale overheden te blijven
benadrukken.
Mevrouw Armut (CDA):
Helemaal eens dat die samenwerking zeer belangrijk is. Daarom ben ik
zeer benieuwd naar de beantwoording van de vragen van onder anderen de
heer Flach die hier ook over gingen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik kan mij op zichzelf goed voorstellen dat mevrouw Armut hierover nog
een aantal vragen heeft, aangezien zij, net als ikzelf, in dezelfde
medeoverheid of een vertegenwoordigend orgaan daarvan zitting heeft
gehad, in de Groningse gemeenteraad. Ik snap deze bevlogenheid en
betrokkenheid bij de medeoverheden vanuit het CDA heel goed. Ik hoorde
dat het CDA vindt dat het overleg ook op initiatief van de medeoverheden
moet kunnen plaatsvinden. Daarover stelde u wat vragen aan de minister.
Dat was één deel van het pleidooi van de regio. Het tweede deel van het
pleidooi van de regio was: wij willen dat wij een gelijkwaardige positie
in die overleggen hebben. Deelt mevrouw Armut dat dat inderdaad de
bedoeling moet zijn?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik wil in ieder geval de zorgen overbrengen die regionale bestuurders
daarover hebben, want ik snap dat. Ik weet niet of het de heer Bushoff
of de heer Flach was die zei dat deze mensen ontzettend dicht bij de
inwoners staan. Welke vorm dat precies zal krijgen, hoor ik graag van de
minister. Wel moet duidelijk zijn dat zij gehoord worden en
daadwerkelijk iets te zeggen hebben. De exacte vorm ga ik nu niet vanaf
hier bepalen, maar ik hoop dat de zorgen die ik daarover heb, duidelijk
zijn.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Op zich zijn we het dan volgens mij eens. Het is inderdaad belangrijk
dat ze daadwerkelijk iets te zeggen hebben. Als ik dat ook van het CDA
hoor, denk ik dat we daar wel uit komen. Ik herken de bevlogenheid bij
de medeoverheden. Volgens mij gaan we hier uit komen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Armut (CDA):
Dank, voorzitter. Een van de zaken die met dit wetsvoorstel geregeld
wordt, is het mogelijk maken van daadwerkelijk schadeherstel bij
veronderstelde schade tot €60.000 zonder onderzoek rondom het
weerleggen. Hier is het in de Kamer al vaker over gegaan, zoals in het
debat over het rapport van de parlementaire enquêtecommissie. Voor het
overgrote deel van de gedupeerden zal dit afdoende zijn. Ik las dat dat
voor ongeveer 98% het geval is. Deze mensen worden niet meer
geconfronteerd met de onzekerheid en stress waarmee een dergelijk
onderzoek gepaard gaat. Dat vindt het CDA goed. Daarvoor heeft onder
andere mijn voorganger Eline Vedder haar best gedaan.
Het wringt wel dat juist de zwaarst gedupeerden niet kunnen profiteren
van een simpele regeling of dat ze, als ze dat wél doen, een risico
lopen, omdat ze schade hebben voor een groter bedrag dan €60.000 en
omdat bij hen het risico op vervolgschade juist het grootst is. Er lijkt
een finale kwijting aan gekoppeld te zijn. Daarover heb ik een aantal
vragen. Herkent de minister het beeld dat juist de zwaarst gedupeerden
in deze constructie minder profijt hebben? Kan de minister aangeven
welke afweging in dit kader is gemaakt ten opzichte van de belangen van
de zwaarst gedupeerden? Kan de minister aangeven welke voorwaarden voor
finale kwijting gehanteerd zullen worden? Ziet het CDA het goed dat het
voor gedupeerden nog steeds mogelijk is om straks een nieuwe claim in te
dienen als zij schade hebben na een nieuwe beving of bodemdaling? Stel,
je hebt €50.000 daadwerkelijk schadeherstel gehad en je hebt op een
later punt, bijvoorbeeld na een aardbeving, nieuwe schade. Dan kun je
weer een nieuwe claim indienen. Kan de minister een voorbeeld geven van
een situatie waarin men daarvoor in aanmerking komt?
Voorzitter, tot slot. Wat het CDA betreft zetten we hier een belangrijke
en goede stap. Wij zien het als een bevestiging van de toewijding aan de
hersteloperatie. Groningen en Noord-Drenthe hebben hier recht op.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank voor het mooie betoog van mevrouw Armut. Ik denk dat het klopt dat
het vandaag voor heel veel Groningers niet over een wet gaat, maar over
de toekomst. Dank voor de aandacht voor de zwaarst gedupeerden en de
finale kwijting. Ik ben benieuwd of het CDA al zo ver is dat het onze
voorstellen hierin kan steunen. Dit debat is al eerder gevoerd en we
hebben die antwoorden al vaker gevraagd van het kabinet en ook wel
gekregen. We weten dat een kleine groep van de zwaarst gedupeerden wordt
uitgesloten.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik herken heel erg wat mevrouw Beckerman zegt over de zwaarst
gedupeerden. Ik moet zeggen dat dat echt het nare en slepende aan dit
dossier blijft. We regelen het voor best veel mensen aardig, maar je
hoort steeds de verhalen van mensen die totaal door het slijk worden
gehaald als ze hun recht willen halen. Volgens mij moeten we heel veel
focus hebben op het helpen van die mensen. Hoe we dat precies kunnen
doen en hoe we dat simpel kunnen oplossen, daar heb ik niet meteen het
antwoord op. Ik weet dat mevrouw Beckerman en de heer Bushoff samen
bijna twintig amendementen hebben ingediend. Ik ga daar goed naar
kijken. Ik denk ook dat de minister daarop ingaat. Dat kan ik me zo
voorstellen. Mevrouw Beckerman kan ervan uitgaan dat wij dit ook zwaar
wegen, want ook wij zitten met de zwaarst gedupeerden in onze maag.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik loop hier natuurlijk al wat langer mee. Daarom hebben wij deze zorg.
Toen we spraken over Nij Begun is deze groep eigenlijk uitgesloten,
terwijl die zorg er toen ook was. Zij dreigen nu weer uitgesloten te
worden van deze regeling. Het is goed dat het CDA hiernaar gaat kijken,
maar ik wil verder gaan dan dat. Volgens mij moeten we hen onderdeel
maken van de regeling.
Mijn tweede vraag gaat over de finale kwijting. Ik heb daar een
voorbeeld bij genoemd van mensen die een nieuw huis hebben. Hun eigen
huis is gesloopt, hun eigen gezondheid is gesloopt en nu lopen ze
ertegenaan dat nieuwe schade niet vergoed wordt. Daarbij doet het IMG
een beroep op allerlei bureaucratie. Erkent mevrouw Armut dat dit een
probleem is en dat we hierin als Kamer het verschil zouden kunnen
maken?
Mevrouw Armut (CDA):
Ik heb daar bewust vragen over gesteld. Ik moet zeggen dat ik me aardig
kon vinden in de nota naar aanleiding van het verslag, waarin wat verder
werd ingegaan op de voorwaarden om opnieuw in aanmerking te komen voor
een schadevergoeding. De drempels waren best laag. De kans op nieuwe
schade is best klein, staat daar dan; als die kans er is, mag je opnieuw
een aanvraag doen. Ik vraag bewust aan de minister of hij dat kan
bevestigen. Het is logisch dat er ooit nog een keer opnieuw een zware
aardbeving zal zijn en dat, als er dan schade is, bewoners daarbij wel
gewoon een beroep op de regeling kunnen doen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn angst gaat meer over het verschil tussen theorie en praktijk. Ik
heb hier tegenover Rutte gestaan. Hij zei: ik doe het netjes, maar het
bleek helemaal niet netjes te gaan. Ik geloof de memorie van
toelichting, maar tegelijkertijd hebben we als Kamer niet heel veel
kansen meer om in te grijpen in de wet als die eenmaal klaar is. Dat zei
de ChristenUnie net ook. Nou hebben we die kansen natuurlijk altijd,
maar we kunnen het het beste nu zo goed mogelijk regelen. Ik kom nu al
situaties tegen waarin mensen zeggen: op papier klopt het, maar in de
praktijk moeten we weer de hele strijd aangaan. Dit is misschien niet
per se een vraag, maar wel een appel om hier nog een keer heel goed naar
te kijken, omdat wij deze discussie hier al zo lang voeren. Als Kamer
zijn we te vaak het bos in gestuurd met mooie woorden.
Mevrouw Armut (CDA):
Het was inderdaad niet per se een vraag, maar ik hoor het appel. Ik
sluit me er natuurlijk volledig bij aan dat als iets op papier staat,
het in de praktijk ook zo moet werken, en dat er ook oog moet zijn voor
mensen die tussen wal en schip dreigen te raken. Daar moeten we echt oog
voor hebben en daadkracht voor tonen. Daar ben ik het helemaal mee
eens.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. We gaan naar de laatste spreker aan de kant
van de Kamer in de eerste termijn: mevrouw De Vos namens FVD. Gaat uw
gang.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Dat de Groningers met de afhandeling van de Groningse
gasaffaire onrecht is aangedaan, daarover is deze Kamer het volgens mij
unaniem eens. Jarenlang zijn ze van het kastje naar de muur gestuurd en
velen van hen zijn nog altijd niet fatsoenlijk geholpen. Hoewel ik de
emoties van de Groningers hierover volledig begrijp, zouden de politiek,
het kabinet en mijn ambtgenoten in deze zaal in staat moeten zijn op
rationele wijze tot een oplossing te komen. Het tegenovergestelde
gebeurt echter, met desastreuze gevolgen. Twee jaar geleden werden de
Groningse gasvelden gesloten en werd begonnen met het afbreken van de
winningsinfrastructuur. Sinds 2019 zijn tientallen putten dichtgestort
met honderden meters beton. Inmiddels worden de ontmantelde installaties
zelfs geleverd aan Oekraïne. Ondertussen zien de Groningers hun
problemen nog niet altijd niet opgelost worden. Men steggelt in deze
Kamer nog steeds over de compensatie van de schade. Vandaag spreken we
over een voorstel om die schade te vergoeden in de vorm van
verduurzamingsmaatregelen, isolatiemaatregelen en het voorbereiden van
woningen op het "van het gas af"-beleid van dit kabinet.
Waar kijken we nu eigenlijk naar? De pijn van de Groningers zit 'm,
volkomen terecht, in de afhandeling van de schade: in de
onduidelijkheid, in de vele loketten die ze af moeten voor een antwoord
dat vaak niet komt, en in het eindeloze wachten. Zoals de parlementaire
enquêtecommissie concludeert: "Het wachten geeft niet alleen onrust, het
heeft ook voortdurend effect op beslissingen in het dagelijks leven. Het
is niet logisch om de woonkamer te schilderen terwijl de schade nog niet
is hersteld, of om te solliciteren naar een nieuwe baan ergens anders
wanneer onduidelijk is of het huis verkocht kan worden. De aanhoudende
onzekerheid frustreert enorm." Dit wachten moet stoppen. Dat kan
ook.
Forum voor Democratie pleit al sinds 2018 voor compensatie, voor
voortvarend herstel van de schade en voor bestendig maken tegen
eventuele toekomstige bevingen. Het prijskaartje is zo'n 8,8 miljard
euro. Als alle partijen die vandaag hoog van de toren blazen over
ereschuld, waaronder de coalitiepartijen CDA, VVD en D66, onze
voorstellen hadden gesteund, hadden we dit probleem acht jaar geleden al
kunnen oplossen. Dat hadden we bijvoorbeeld kunnen doen met de
installatie van een zogeheten spouwdonut, die in 2015 werd ontwikkeld en
waarmee woningen zonder zware ingrepen bestand kunnen worden gemaakt
tegen eventuele bevingen. Er werd niets mee gedaan. Niets! Ik hoor graag
van het kabinet of men van plan is deze innovatie alsnog te gaan
toepassen.
Voorzitter. Compensatie, voortvarend herstel en bestand maken tegen
eventuele toekomstige bevingen was de enige juiste, rationele keuze
geweest. In plaats daarvan heeft een meerderheid van deze Kamer een
emotionele keuze gemaakt. Een gasbel waarin nog voor honderden miljarden
euro's, misschien zelfs voor 1.000 miljard euro aan gas zit, wordt
dichtgemetseld. De winningsinfrastructuur van de grootste gasbel van
Europa, die zich onder onze voeten bevindt, wordt afgebroken, terwijl we
dagelijks aan de pomp en op onze energierekening het prijskaartje zien
van de afhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen. De bevingen
stoppen niet zodra het boren stopt, dus de overlast wordt niet minder.
Sterker nog, als de putten eenmaal zijn dichtgemetseld, vervalt ook de
mogelijkheid om de bodem te stabiliseren door middel van bijvoorbeeld
injectietechnieken.
Voorzitter. Een meerderheid van deze Kamer maakt nogmaals een emotionele
keuze, die gigantische schade aanricht voor heel Nederland, juist ook
voor Groningers. Het is bovendien een ideologische keuze, want onder het
mom van herstel in Groningen wordt in het vandaag voorliggende
wetsvoorstel ook de energietransitie via een sluiproute meegenomen,
bijvoorbeeld met isolatie en het aardgasvrij maken van woningen. De
ereschuld aan de Groningers wordt gebruikt, misbruikt, voor
klimaatbeleid. Precies de partijen die met een moreel opgeheven
vingertje naar politici wijzen die niet alleen het onrecht dat de
Groningers is aangedaan willen rechtzetten maar ook de energiezekerheid
van Groningers en alle Nederlanders zeker willen stellen, misbruiken de
Groningers voor hun obsessie met CO2-beleid. Het gasveld is
niet gesloten om de Groningers te helpen, maar omdat de kartelpartijen
dit land van het gas af willen hebben.
Voorzitter. Het standpunt van Forum voor Democratie moge duidelijk zijn:
wij willen de Groningers ruimhartig compenseren voor geleden schaden. We
steunen dus de voorstellen daartoe. Daarbovenop willen wij de Groningse
huizen bevingsbestendig maken met nieuwe innovaties, zoals de
spouwdonut. Ook willen wij doorgaan met boren, zodat Groningen en de
rest van Nederland weer controle krijgen over de energievoorziening en
de energierekening. Dat is de enige verstandige keuze.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan zijn we aan het einde gekomen van de
eerste termijn aan de kant van de Kamer. We gaan nu schorsen, zodat de
kabinetsleden zich kunnen voorbereiden op de beantwoording in de eerste
termijn aan de kant van het kabinet. Het is 16.45 uur. Ik wil
voorstellen om tot 17.30 uur te schorsen. Ik zie u zo dadelijk
terug.
De vergadering wordt van 16.43 uur tot 17.31 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen
en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen
uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire
enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Dat gezegd hebbende: voordat
ik de minister het woord wil geven, wil ik graag mededelen dat wij
uiterlijk om 19.30 uur gaan pauzeren voor het diner. We gaan kijken hoe
het met de beantwoording gaat. Ik zie dat de minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties er helemaal klaar voor is om snel aan te
vangen. Ik zou hem dus graag als eerste het woord willen geven.
Minister Heerma:
Voorzitter. Ik houd die illusie graag hoog. Dit is het tweede
wetsvoorstel dat ik behandel sinds ik minister ben en het is van een
andere omvang. Ik denk dat ik tijdens de behandeling van het vorige
wetsvoorstel tien vragen had gekregen. Het waren er nu 80. Ik ga
proberen de vragen en de amendementen die daarbij horen, te combineren.
We gaan kijken hoever ik kom. Ik vraag enige clementie if I bodge
something up.
Voorzitter. Ik sta hier om namens het kabinet een belofte in te lossen
die drie jaar geleden is gedaan aan alle mensen in Groningen. De heer
Bushoff had het er volgens mij over dat het deze week letterlijk drie
jaar geleden is dat het debat was. De mensen in Groningen en
Noord-Drenthe hebben decennialang de last gedragen van de gaswinning uit
het Groningenveld. De overheid heeft te laat naar hen geluisterd. De
overheid heeft hun vertrouwen geschaad. De overheid heeft hun beloofd te
leren van de gemaakte fouten.
De gaswinning uit het Groningenveld is in 2024 definitief gestopt. In
deze Kamer stemden 146 leden daar twee jaar geleden voor. Daarmee is de
oorzaak van veel ellende weliswaar weggenomen, maar zijn de problemen
niet voorbij. Afgelopen november werden de mensen in Zeerijp en
omliggende dorpen er nog maar eens stevig aan herinnerd. Een beving van
3.4 op de schaal van Richter leidde tot duizenden nieuwe schademeldingen
en tot twaalf acuut onveilige situaties, waarbij direct maatregelen
nodig waren. De komende jaren moeten er nog duizenden huizen veilig
worden gemaakt en scheuren worden hersteld. Niet alleen gebouwen moeten
worden hersteld, maar ook gemeenschappen hebben tijd nodig voor
herstel.
Vandaag is een belangrijk moment, omdat we het wetsvoorstel bespreken
dat gaat over Groningen en Drenthe na de gaswinning, sociaal herstel en
perspectief voor de regio. Ook gaat het over hoe we lessen hebben
geleerd uit de parlementaire enquête en hoe we die vastleggen, zodat we
die lessen niet vergeten. Dat is de belofte die we aan Groningen en
Noord-Drenthe hebben gedaan bij Nij Begun. We stoppen met gas winnen en
we leren van de fouten die zijn gemaakt. Ook dit kabinet staat daarvoor.
Wat mij betreft is het wetsvoorstel dat we vandaag behandelen, daarom
cruciaal. Vandaag lossen we het tweede deel van onze belofte aan
Groningen en Noord-Drenthe in. We gaan een aantal zaken regelen om
gedupeerden voor lange tijd zekerheid en duidelijkheid te bieden. Dat
gaat ook om zaken waarmee de gedupeerden vooruit kunnen gaan
kijken.
Wat zijn de lessen uit de parlementaire enquête die we met dit
wetsvoorstel vastleggen? Diverse sprekers hebben in hun termijn
eigenlijk ook al aangegeven wat de drie belangrijkste zaken zijn. Het
eerste is dat Groningen een generatielange aanpak verdient. De opgave
van herstel in Groningen en Noord-Drenthe stopt niet bij gebouwen. De
bevindingen van de parlementaire enquêtecommissie laten zien dat de
bewoners door 60 jaar gaswinning veel leed is aangedaan. Dat is niet in
een paar jaar recht te zetten. Daarom beloofde de kabinetsreactie op de
parlementaire enquête een generatielange aanpak. Samen met de regio zijn
inmiddels een sociale en een economische agenda opgesteld. Daarmee wordt
de komende 30 jaar geïnvesteerd in sociaal herstel en
toekomstperspectief voor de regio. Die belofte krijgt met deze wet een
stevige basis.
Twee. We gaan schades herstellen zonder onderzoek naar de oorzaak. De
enquêtecommissie was hier duidelijk over: voorkom dat gedupeerden in
allerlei inhoudelijke en juridische discussies terechtkomen over de
oorzaak van schades in hun huis. Daarop heeft het vorige kabinet toen
gezegd: tot een bepaald bedrag doen we geen onderzoek naar de oorzaak.
Dat was indertijd €40.000. Na een motie van volgens mij D66 en het CDA
is dat opgehoogd naar €60.000. Daarmee ontstaat voor het overgrote deel
van de mensen, zo'n 98%, een makkelijke manier om alle schade in hun
huis in één keer op te lossen, met zo min mogelijk gedoe.
Drie. We moeten blijven leren. Mensen in Groningen en Drenthe hebben
niets aan mooie woorden. Zij verwachten een overheid die levert. Mensen
verwachten ook dat de overheid eerlijk is als er iets niet goed gaat.
Zij verwachten ook dat daar lessen uit worden getrokken. Daarom komt er
elk jaar een onafhankelijk onderzoek om te volgen hoe het gaat. Dat
onderzoek is de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. U ontvangt dit
onderzoek elk jaar rond april. Het kabinet legt aan uw Kamer
verantwoording af over de resultaten daarvan. Dat is belangrijk, want op
die manier houden we de vinger aan de pols en kunt u als Kamer bijsturen
indien dat nodig is.
De heer Kops gaf in zijn termijn aan dat het boterzacht is, maar alleen
dit al maakt dat het niet boterzacht is. We komen zo ook te spreken over
de vraag of het een zorgplicht of een resultaatsverplichting is, maar
het is niet boterzacht. Er is een proces waardoor de Kamer elk jaar
opnieuw kan controleren of de resultaten goed zijn en of er bijgestuurd
moet worden. Dat is onderdeel van deze aanpak.
Met dit wetsvoorstel leggen we deze en andere lessen vast. Daarmee doen
we recht aan de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie en doen
we bovenal recht aan de Groningers en de Drenten. We doen wat we hebben
beloofd in Nij Begun. Een nieuw begin kunnen we alleen maken als de
overheid woord houdt. Zo leggen we met deze wet een verdere basis voor
het herstel van het nog broze vertrouwen, om het zo maar te
zeggen.
Ik ga zo naar de beantwoording van de vragen. Die heb ik verdeeld in de
volgende blokjes. Het eerste blok is de zorgplicht en de Staat van
Groningen en Noord-Drenthe. Het tweede blok is schade. Het derde blok is
versterken en onaanvaardbare verschillen. Dan komt er een vierde blok en
dat is regeringscommissaris en overig. Ik heb geprobeerd om de
amendementen die aan de blokken raken te verwerken in de beantwoording
in dat blok, omdat het wat onnatuurlijk is om die appreciatie helemaal
aan het einde te doen terwijl de onderwerpen tussendoor aan de orde
kwamen.
Daarnaast zullen de minister van Klimaat en Groene Groei en de
staatssecretaris ingaan op de vragen die nog resten. Die vragen zien
volgens mij op één amendement en alle aspecten rondom mijnbouw in de
discussie waarvan mevrouw Beckerman aan het begin zei dat zij hoopte dat
die niet gevoerd zou worden. Zij wist toen zij die uitspraak deed
misschien ook wel dat dat een enigszins ijdele hoop was. Zij heeft zich
in dat debat kranig geweerd, maar daar zullen de bewindspersonen zo op
ingaan.
De voorzitter:
Dank voor de helderheid over de blokjes. We zullen dan wel tijdens het
debat goed stilstaan bij de appreciatie van ieder amendement, zodat het
helder is voor de Kamer wat die appreciatie precies is.
Minister Heerma:
De helderheid over de blokjes was er sowieso; ik ga mijn best doen om in
het vervolg ook helder te zijn. Nogmaals, als ik daar stralend in faal,
mag u mij altijd corrigeren.
Ik begin bij de zorgplichten. Er zijn door de fracties van
GroenLinks-PvdA — het blijft apart om niet al "PRO" te zeggen, maar tot
dat punt blijf ik het "GroenLinks-PvdA" noemen — SP, D66, SGP, JA21,
PVV, ChristenUnie en de Groep Markuszower vragen gesteld over de
zorgplichten. In de kern kwamen die neer op de vraag waarom het kabinet
geen resultaatsverplichting heeft vastgelegd maar zorgplichten. Ik stond
er in mijn inleidende tekst al kort bij stil: het rechtzetten van het
leed dat de Groningers en Noord-Drenten is aangedaan, is niet in een
paar jaar gebeurd. Er is daarom gekozen voor een generatielange aanpak;
30 jaar lang zet het kabinet zich hiervoor in. Dit wetsvoorstel legt die
generatielange aanpak voor die ereschuld aan Groningen en Noord-Drenthe
vast. Dit doen we door een aantal stappen, die ik nu zal
doorlopen.
We maken één coördinerende bewindspersoon aanspreekbaar op het
bevorderen van brede welvaart en verduurzaming in Groningen en
Noord-Drenthe. Die bewindspersoon staat hier. Die bewindspersoon is daar
niet minder verantwoordelijk voor omdat er een regeringscommissaris
komt; deze minister is en blijft politiek verantwoordelijk voor dit
dossier en voelt dat ook zo. Deze verantwoordelijkheid wordt uitgewerkt
in het Uitvoeringsprogramma Rijk, waarin concrete tussentijdse doelen en
streefwaarden worden opgenomen. Zo maken we concreet en meetbaar wat we
doen, zeg ik ook in antwoord op de vragen van de heer Köse van
D66.
Het monitoren van wat deze aanpak oplevert, gebeurt met de Staat van
Groningen en Noord-Drenthe. Over de resultaten gaan we vervolgens in
gesprek met bewoners, maatschappelijke organisaties en regionale en
lokale overheden. We nemen maatregelen als blijkt dat de aanpak niet tot
de gewenste resultaten leidt, om zo de tussentijdse doelen en
streefwaarden te bereiken. Jaarlijks wordt de Kamer hierover
geïnformeerd. Dit zijn geen symbolen, dit is niet boterzacht; het zijn
concrete maatregelen waarmee de Groningers zekerheid krijgen dat de
overheid haar woord houdt, zo antwoord ik ook in de richting van de heer
Clemminck van JA21. Dit is namelijk een manier om het vertrouwen te
herstellen.
Ik vind een resultaatsverplichting geen goed idee. Een wettelijk
vastgelegde resultaatsverplichting voor het Rijk om afrekenbare doelen
op het gebied van brede welvaart en verduurzaming te behalen, zal wat
mij betreft onrealistische verwachtingen wekken. De kritiek van de Raad
van de State op de zorgplicht ziet al op dit punt, maar met een
resultaatsverplichting suggereer je dat de overheid dit in haar eentje
kan. Het staat eigenlijk ook op gespannen voet met de werkwijze die we
de afgelopen jaren al hebben ingezet rondom de sociale en economische
agenda, waarbij er veel meer dan in het verleden juist wordt
samengewerkt met de regio. Ik vind daarom de keuze voor een zorgplicht
de meest verstandige keuze. Door het proces dat ik net schetste, is dat
concreet en afrekenbaar.
Ik twijfel of er nog twee amendementen zijn op dit punt. Er is namelijk
een amendement op stuk nr. 23, dat is omgezet naar een gezamenlijk
amendement, en er is nog steeds een amendement op stuk nr. 13. Ik krijg
hier nu bevestiging van. Ik moet het amendement van de heer Bushoff én
het amendement van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff allebei
ontraden. Het Rijk, de decentrale overheden, maatschappelijke
groeperingen, bedrijven en bewoners spelen allemaal een rol bij het
behalen van de doelen. Een resultaatsverplichting voor het bereiken van
de doelen moet daarom niet aan één partij worden opgelegd. Het kabinet
wil de toezeggingen nakomen die aan Groningen en Noord-Drenthe zijn
gedaan. Dat is belangrijk om vertrouwen te herstellen.
In antwoord op de vraag van de heer Heutink: dat is dan ook de reden dat
ervoor gekozen is om de zorgplichten niet uit het wetsvoorstel te
schrappen ondanks dat de Raad van State hier heel kritisch op was. Voor
de vraag of het kabinet aan zijn zorgplicht voldoet, is niet de uitkomst
maatgevend, maar de inzet en de input die het kabinet levert. Dit in
antwoord op de vraag van mevrouw Bikker, die er nu niet is. Zij vroeg
daar specifiek naar. Als de Kamer het kabinet zou verplichten om vooraf
bepaalde uitkomst voor brede welvaart te garanderen, wordt het kabinet
aan een verplichting gebonden die het Rijk niet eigenstandig waar kán
maken. Het wekt verkeerde verwachtingen, heeft juridische risico's en
verzwakt de generatielange aanpak die juist op gezamenlijkheid met de
regio stoelt. De doelen die het kabinet stelt zijn dus niet
vrijblijvend. U kunt het kabinet als Kamer blijven aanspreken op zijn
inspanningen om die doelen te halen en ik hoop ook dat u dat doet.
Het antwoord op de vraag van de heer Kops over de doelen, maatregelen,
streefwaarden en de wijze waarop deze verzameld worden en daarover
gerapporteerd wordt, is dat deze door de regio en het Rijk bij de
economische en sociale agenda zijn opgesteld en vastgesteld. Indicatoren
en streefwaarden zoals tevredenheid met de leefomgeving, ervaren
gezondheid en inkomens van huishoudens zijn voorgesteld door het
adviesbureau Rebel. Informatie wordt verzameld uit bronnen, zoals het
CBS, het SCP en de Leefbaarometer.
De heer Kops vroeg wat de zorgplicht betekent voor brede welvaart en wat
dit op lange termijn oplevert. Ik zie het als mijn primaire taak om de
maatregelen van de sociale en economische agenda op te starten en een
uitvoeringsstructuur neer te zetten voor beide agenda's. Op de lange
termijn richt ik mij op de gezamenlijke doelen en streefwaarden uit de
agenda's.
Onze inspanningen zien onder andere toe op het bevorderen van
werkgelegenheid, zoals de heer Flach terecht stelt. De
werkloosheidscijfers zijn hoog in Groningen en dat is mede aanleiding
geweest voor deze agenda's. Daarom zijn belangrijke elementen hierin
werk, behoud van talent en verdienvermogen. Ik denk hier aan maatregelen
zoals die er al zijn: de Nij Begunbanen, het Masterplan Campussen en het
helpen van jongeren aan een startkwalificatie. Vanuit de agenda's wordt
niet specifiek ingezet op het verplaatsen van rijkswerkgelegenheid. Daar
is ook een doelstelling voor, maar die zit niet in deze agenda's. Dat
was volgens mij nog een specifieke vraag.
Tot slot probeer ik realistische verwachtingen te scheppen door er
eerlijk over te zijn dat het kabinet hier niet in zijn eentje de brede
welvaart kan verhogen. Daarvoor is de inzet van vele partijen nodig. Het
verhogen van de brede welvaart is een proces van een lange adem en
daarom is een generatielange inzet nodig.
Ik wil zo ook nog iets over zeggen over de rol van de regio en de andere
amendementen, maar ik kan me voorstellen dat er nu vragen zijn over de
eerste twee amendementen.
De voorzitter:
Het gaat dus over het amendement op stuk nr. 13 van de heer Bushoff.
Minister Heerma:
Ja, en ik meen het amendement op stuk nr. 30.
De voorzitter:
Het amendement van de heer Bushoff op stuk nr. 13 is ontraden en het
amendement op stuk nr. 30, van Beckerman en Bushoff, is ook
ontraden.
Minister Heerma:
Ja.
De voorzitter:
Dan zou ik het woord willen geven aan mevrouw Beckerman. Gaat uw
gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mag ik eerst een heel klein stom dingetje zeggen, minister? Zou u Nij
Begun met een iets hardere g willen uitspreken, want anders is het een
nieuw pistool en wat moeten we met een nieuw pistool?
Minister Heerma:
Ik realiseer me dat ik het verkeerd deed. Dank.
Mevrouw Beckerman (SP):
Een nieuw pistool hebben we niet nodig. De minister geeft eigenlijk twee
argumenten voor waarom ons amendement voor een resultaatsverplichting
niet kan. Het ene is: we doen het niet alleen, we doen het met de regio.
Daarvan zou ik willen zeggen dat het juist de regio is die dit vraagt.
Je zou ook kunnen zeggen dat het over uw deel gaat, over het deel van de
Staat. Dan blijft eigenlijk alleen maar het argument over: we zijn bang
dat we het niet halen of niet waar kunnen maken. Dat is precies de reden
waarom we dit amendement indienen, natuurlijk. Dat is misschien niet de
angst voor deze minister, maar de angst voor wat er over tien jaar
gebeurt.
Minister Heerma:
Waarvoor dank.
Mevrouw Beckerman (SP):
U bent al blij dat u verdwijnt.
Minister Heerma:
Zo mooi ga ik ze vanavond niet meer krijgen, denk ik. Je moet incasseren
wat je krijgt. Ik ga zo iets zeggen over de regio, want ik snap de brief
van de regio heel goed. Ik snap dat heel goed gegeven de ervaringen die
er heel lang geweest zijn. Zij zien wel dat de verhoudingen met het Rijk
iets verbeterd zijn de afgelopen jaren, maar er is toch een zorg: straks
staan we er toch weer alleen voor en dan moeten wij aan onze bewoners
uitleggen dat zij alleen staan met lege handen. Dat maakt niet dat ik
daarmee die resultaatsverplichting verstandig vind. Dat vind ik namelijk
echt niet. Die resultaatsverplichting legt alleen bij het Rijk een
verantwoordelijkheid neer, terwijl de hele werkwijze die we met elkaar
gekozen hebben is dat we daar gezamenlijk voor staan. Ik kom zo op de
twee andere amendementen die hierop ingaan. Ik vind het onverstandig om
een resultaatsverplichting alleen bij het Rijk neer te leggen ten
aanzien van een ambitieuze doelstelling. Daarmee zeg ik niet "we gaan
het niet halen", want we hebben het helemaal ingericht — dat legde ik
net uit — in die fases, zodat de Kamer elk jaar opnieuw kan zeggen: hé,
de voortgang is niet goed. Ik weet dat de mensen aan de
interruptiemicrofoon niet hebben gesuggereerd dat het boterzacht is,
maar dat werd deels in de Kamer wel gesuggereerd en dat is niet waar. De
vraag is of je met het benoemen van een zorgplicht, waarvoor ik mij
verantwoordelijk voel en waar elke bewindspersoon zich wettelijk voor
verantwoordelijk moet voelen, kunt zeggen: ja, maar daarmee ga je het
niet halen en je regelt het wel als je een resultaatverplichting
enkelzijdig bij één van de verantwoordelijken legt. Ik ben daar niet
voor.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga zo nog iets zeggen over de Staat van Groningen. Ik heb, samen met
Bushoff, op dat punt ook een motie in voorbereiding. Toch vind ik het
ingewikkeld, want als je allemaal verantwoordelijk bent, is niemand
verantwoordelijk. Natuurlijk zijn wij voor de regio. Sterker nog, ik zou
nog verder willen gaan en nog meer zeggenschap van de inwoners hierin
willen. Maar uiteindelijk gaat het erom dat wij een noodklep willen in
die wet, zodat als er een kabinet komt dat het in z'n hoofd haalt om
maar eens wat minder te doen, je zeker weet dat die verplichting er is.
Het is wel zo dat je het met zo'n amendement sterker maakt. Zou de
minister dan willen meedenken over de vraag hoe je toch in de wet kunt
garanderen dat je dit sterker borgt? Die andere gaan namelijk over het
proces en niet over de inhoud. We hebben namelijk zo veel discussies
gehad over het proces. We hebben hier ook zo vaak zand in de ogen
gestrooid gekregen.
Minister Heerma:
Ik snap heel erg waar mevrouw Beckerman vandaan komt. Daarmee snap ik de
brief van de regio ook. Misschien dat ik zo in mijn antwoord op de
andere twee amendementen iets kan doen met de laatste vraag die mevrouw
Beckerman stelde. De Kamer gaat uiteindelijk over haar eigen stemgedrag,
maar ik ga niet zeggen dat ik het een goed idee vind, als ik het echt
geen goed idee vind. Een resultaatverplichting creëert het beeld dat de
Rijksoverheid in haar eentje, los van wie zich daarvoor inzet, los van
wat er allemaal in de werkelijkheid gebeurt, de resultaten kan
garanderen van iets waarvoor we een dertig jaar lange aanpak creëren met
ambitieuze doeleinden. Maar de zorgplicht en de manier waarop we het
vastleggen, gaan om de jarenlange inzet en de verantwoordelijkheid die
genomen moet worden. Mevrouw Beckerman vraagt: maar wat nou als iemand
er met de pet naar gaat gooien? Dat waren niet uw woorden, maar zo
interpreteer ik die. Dan treffen die bewindspersoon en dat kabinet eerst
de Kamer, elk jaar opnieuw. Er is namelijk wettelijk vastgelegd dat die
stappen doorlopen moeten worden. Op het moment dat de voortgang op het
uitvoeringsprogramma niet goed is, komt dat jaarlijks hier terug in de
Kamer en kan de Kamer daar wat van zeggen.
Daarnaast geldt dat ik de zorg van de regio heel erg snap en dat ik
daarom zo wil ingaan op de vragen die daarover gesteld zijn en de
amendementen die er daarover liggen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik dacht dat ik mijn derde vraag over de Staat van Groningen zou
stellen, maar ik raak nu minder overtuigd, omdat het argument heel erg
is: we moeten dit samen doen. Maar waarom doen we dit? We doen dit ook
om te voorkomen wat er na de mijnsluiting in Limburg is gebeurd. Toen
zei het kabinet ook: wij gaan ervoor zorgen dat de resultaten worden
geboekt; we hebben een zorgplicht en er komt een heel pakket. Kijk wat
het gedaan heeft. De littekens zijn er tot op de dag van vandaag. Er
moet geld aan uitgegeven worden via het NPLV, want sommige wijken in
Heerlen zijn zó op achterstand gekomen. En toch, die lessen … De
mijnstreek lijkt namelijk wat dat betreft zó op Groningen. Die pijn, die
nieuwe littekens door de overheid, moet je voorkomen. Ik wil toch nog
één keer dat appel doen. Welke lessen trekt het kabinet dan uit die
vorige aanpak? Ook daar bleven de resultaten namelijk keihard uit.
Sterker nog, ze werden in de ellende gestort.
Minister Heerma:
Ik zit te twijfelen. Ik kan nu met u de discussie gaan voeren over de
vraag of als er een resultaatverplichting had gelegen, het in de
praktijk anders geweest was of de teleurstelling nog groter geworden
was. Dit is precies het vraagstuk waar de Raad van State al voor
waarschuwt bij de zorgplicht zoals we die nu hebben. Ik wil ervoor
staan. Het een "resultaatverplichting" gaan noemen, staat haaks op de
werkwijze met de regio die we de afgelopen jaren ontwikkeld hebben, met
die sociale agenda en die economische agenda. Ik vind het gewoon niet
verstandig om te doen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook een vraag op dit punt. Het is overigens fijn dat de minister
de amendementen en de beantwoording een beetje bundelt. Dat is op
zichzelf altijd prettig.
Minister Heerma:
Ik doe mijn best.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is dan aan de Kamer om scherp te zijn, maar volgens mij is deze
Kamer dat wel. Dat gezegd hebbende, toch even een vraag over die
resultaatverplichting. Die ziet namelijk ook toe op de verduurzaming van
woningen in Groningen. Daar is die resultaatverplichting, of de
zorgplicht zoals die nu in het leven wordt geroepen door deze wet, ook
voor bedoeld. Ik kan mij heel goed voorstellen dat als je een rijtje
woningen hebt en iemand zijn woning niet wil verduurzamen, je dan niet
tegen het kabinet kan zeggen: u bent ervoor verantwoordelijk dat die
woning niet verduurzaamd is. Die uitzonderingsmogelijkheid moet je
natuurlijk behouden, maar aan de andere kant moet je er wel voor zorgen
dat het Rijk er alles aan heeft gedaan om iedereen in Groningen in staat
te stellen om die woningen te verduurzamen tot het niveau dat we zo
graag willen met z'n allen. Ik ben benieuwd of de minister dat met mij
eens is.
Minister Heerma:
De heer Bushoff geeft een mooi voorbeeld van waarom je het geen
"resultaatverplichting" moet noemen, want dan noem je het iets wat het
in de praktijk niet kan zijn. De heer Bushoff geeft een heel sprekend
voorbeeld van waarom dat zo is. Ik wil de hele tijd al het bruggetje
maken naar wat er eigenlijk achter het amendement zit. De Kamer gaat
zelf over de manier waarop zij stemt, maar ik denk dat wat erachter zit,
meer gaat over vertrouwen en de afwezigheid daarvan. De gedachte dat het
tot meer vertrouwen gaat leiden als je het een "resultaatverplichting"
noemt … De heer Bushoff geeft een voorbeeld van hoe dat in de praktijk
niet waar te maken is. We kunnen er met elkaar best lang over
discussiëren om nog meer voorbeelden te geven waar dat voor geldt, maar
voor mij blijft de kern dat we voor meer samenwerking met de regio's en
de provincies gaan in de werkwijze die we gekozen hebben. Ik snap ook
dat daar aan die kant het gevoel heerst van: seeing is believing. Dat is
namelijk jarenlang niet zo geweest.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het mooie van het voorbeeld dat ik gaf, is dat precies daarin wel wordt
voorzien in het amendement dat we hebben ingediend. Juist met het
amendement dat we hebben ingediend, staat het Rijk nog steeds niet aan
de lat als het gaat om het voorbeeld dat ik net gaf, maar regel je wel
die resultaatverplichting. De minister zegt dat het een prachtig
voorbeeld is. Precies die nuance hebben we gevonden in ons amendement.
Dat maakt dat ik nog niet helemaal begrijp wat er dan nog overblijft van
de argumentatie van het kabinet om tegen die resultaatverplichting te
zijn.
Minister Heerma:
Omdat er veel meer redenen te bedenken zijn waarom een Rijksoverheid in
z'n eentje niet verantwoordelijk kan zijn voor een
resultaatverplichting. Als we nou een hele brede zoektocht gaan doen
naar zorgplichten die we vervullen waar we dat heel belangrijk vinden,
dan zien we dat dat op best veel plekken gebeurt. En dat doen we alleen
als het echt heel serieus is. Dan kun je zelfs de discussie voeren of
dat eigenlijk wel in de wet thuishoort — daar was ook een vraag over —
maar dit is zo serieus dat het in een wet wordt opgeschreven. Welke
voorbeelden heeft de heer Bushoff waaruit blijkt dat het een
"resultaatverplichting" noemen leidt tot een verbetering in plaats van
tot een groter risico van afname van vertrouwen? Ik ben daar niet
positief over, dus ben ik er ook geen voorstander van.
De voorzitter:
De heer Bushoff, afsluitend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Afsluitend, voorzitter. Ik denk dan dat dit toch uitloopt op het feit
dat de minister zegt: ik wil die grote verantwoordelijkheid eigenlijk
niet op de schouders van het Rijk leggen met een
resultaatverplichting.
Minister Heerma:
Dat is niet het geval.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Daarvan denk ik dat het heel logisch is dat een regio en de mensen in
Groningen zeggen: we snappen best dat er voorbeelden zijn waarin we het
kabinet er niet verantwoordelijk voor kunnen houden dat een huis niet
verduurzaamd is, maar we willen in ieder geval dat het resultaat zou
moeten zijn dat het Rijk er alles aan heeft gedaan om elk huis in
Groningen dat daarvoor in aanmerking komt, te kunnen verduurzamen tot
een niveau dat we met z'n allen hebben afgesproken. Dat is toch niet een
hele gekke vraag?
Minister Heerma:
Dat je er alles aan doet, is de reden waarom we het proces inrichten
zoals we het inrichten. Dat is waarom ik uitleg wat we doen met de Staat
van Groningen. Feit is dat daar met maatschappelijke organisaties en met
de overheden over wordt gesproken, dat dat wordt gerapporteerd aan de
Kamer en dat de Kamer daar ook wat van kan vinden. Daarmee is geborgd
dat elk jaar opnieuw gekeken wordt of we doen wat we beloofd hebben en
of de overheid zich voldoende aan die zorgplicht houdt. Anders kan de
Kamer acteren.
De heer Flach (SGP):
Even een ander onderwerp, om wat te variëren. Volgens mij hebben alle
woordvoerders ingebracht hoe belangrijk het is dat er schadeafhandeling
en -herstel plaatsvindt voor de Groningers. Dat is volgens mij ook waar
zij het allermeest naar uitkijken. De SGP maakt zich wat zorgen over hoe
de focus verschuift naar termen als "brede welvaart", met daaraan
gekoppeld zelfs nog de SDG's en "verduurzaming". Ik heb zelf het
voorbeeld genoemd van het voorkomen van obesitas, maar ook
biodiversiteit is een van de indicatoren. Het gaat over hier en nu,
later en elders. U kunt zich voorstellen dat dat heel breed kan zijn.
Hoe voorkomen we nou dat Haagse prioriteiten, hier en daar zelfs Haagse
hobby's, het gaan overnemen van die zo broodnodige schadeafhandeling en
dat broodnodige herstel voor de Groningers?
Minister Heerma:
"Brede welvaart" is een relatief nieuw begrip. Een parlementaire
onderzoekscommissie heeft onderzoek gedaan naar hoe je daar een werkbare
set indicatoren voor kunt maken. Toevallig heb ik destijds in die
parlementaire onderzoekscommissie gezeten, dus ik snap de discussie over
dit onderwerp. Tegelijkertijd geldt dat er in de afgelopen periode in
die sociale en economische agenda juist samen met de regio is gewerkt
aan de basis voor wat we hier doen. Natuurlijk bestaat het gross
national product, het bruto binnenlands product, al heel lang. Dat is
uitgetrild, maar er is ook al heel lang discussie over dat dit een te
eenzijdige indicator is. Om de hele beweging richting brede welvaart,
die aan de basis staat van deze werkwijze, af te doen als "Haags
hobbyisme" ... Daar ben ik het niet mee eens. Oké, ik wilde u niet
verkeerd interpreteren, meneer Flach, maar die suggestie wekte u wel een
beetje. Ik vind al helemaal niet dat dit de verschuiving is naar een
andere prioriteit. Naar aanleiding van de parlementaire commissie is het
kabinet met 50 maatregelen aan de slag gegaan. Drie daarvan landen in
dit wetsvoorstel. Het is dus niet iets nieuws dat bedacht is om een
andere prioriteit weg te drukken.
De heer Flach (SGP):
De minister daagt me nu natuurlijk een beetje uit. Ik heb gezegd: hoe
voorkomen we dat dit verschuift? We hebben het over een generatielange
aanpak. Ik weet niet wat de ambities zijn van de minister, maar hij zal
er wellicht geen 30 jaar zitten.
Minister Heerma:
Ik hoop het niet.
De heer Flach (SGP):
Door de tientallen jaren heen kunnen er, juist door dat soort termen als
"brede welvaart", allerlei dingen in komen. Ik ken de Groningers als
nuchtere mensen. Die willen gewoon schadeafhandeling en -herstel. Waarom
blijven we niet daarbij? Waarom verbreden we het zo naar die
ongelofelijk brede set aan indicatoren, die zich als een plaag uitgerold
heeft over bestuurlijk Nederland? Daarmee bedoelt degene die ze in de
mond neemt, vaak iets anders dan degene die hij tegenover zich heeft.
Laat ik het dan met een concrete vraag afronden: is er een duidelijke,
harde afspraak met de regio en gemeenten over welke indicatoren relevant
zijn?
Minister Heerma:
Er is de afgelopen periode al aan een sociale en economische agenda
gewerkt. Ik heb al een aantal voorbeelden gegeven van wat daar uitkomt.
Daar zitten aspecten van brede welvaart in. Daar komt een
uitvoeringsprogramma uit voort, dat jaarlijks wordt gemonitord. Er is
ook een jaarlijks gesprek met de regio over. Ik wil niet helemaal
meegaan in de beeldvorming van de heer Flach, maar op het moment dat
daar dingen in komen te staan die te vaag zijn, dan kan de Kamer daar
wat van vinden. Ik ben daar zelf niet zo bezorgd over, omdat ik denk dat
die brede welvaart als insteek veel robuuster is dan de heer Flach
veronderstelt. Laat me daar nog één ding over zeggen, want het was een
vrij specifieke vraag. Ik denk dat zeggen "de Groningers willen alleen
dít en ze willen niet dát" een schijntegenstelling is. Mijn indruk is
dat in de afgelopen jaren in de regio juist het belang wordt erkend van
het feit dat die generatielange aanpak onderdeel is van die ereschuld en
dat er op die sociale en economische agenda geleverd wordt. Mijn indruk
is niet dat er gedacht wordt: hè, moeten we dit ook nog? Dat is niet
mijn beleving van dit onderdeel van de uitvoering van de ereschuld.
De heer Flach (SGP):
Dan lijkt het er wel op dat we dezelfde doelstelling hebben. Volgens mij
doen we dit om te bieden wat de Groningers graag willen. Juist als de
Kamer hier jaarlijks op kan bijsturen, heb ik er wel een beetje mijn
twijfels bij. Want hobbyisme is de Tweede Kamer niet vreemd. Ik zou de
minister daarom willen oproepen om er echt voor te zorgen dat de focus
op de afspraken die zijn gemaakt met de regio, ook echt in stand blijft.
Daarop moeten we blijven focussen. Ik wil de brede welvaart niet in zijn
totaliteit afschrijven, want er zitten hele waardevolle zaken in, maar
er zitten ook zaken in die met deze situatie helemaal niets van doen
hebben en die je eigenlijk in het hele land zou willen aanpakken. Mijn
oproep is: hou het zuiver, en vermeng het de komende jaren niet met
allerlei nieuwe dingen.
Minister Heerma:
De Kamer controleert het kabinet, en niet andersom. Dus als de heer
Flach aangeeft dat de Kamer ook aan hobbyisme doet, dan kan ik daar
vanuit mijn positie niet in meegaan. Dus op het moment dat fracties in
de Kamer onderling van elkaar vinden dat ze dat doen, dan moet dat debat
in de Kamer plaatsvinden. Voor het kabinet geldt dat de zorgplicht en de
manier waarop we die inrichten een serieuze zaak is en dat we dat dus
ook serieus zullen doen.
De voorzitter:
Dank u. Ik zou de minister willen verzoeken om te wachten totdat de
interruptie is afgerond en hij het woord van de voorzitter krijgt.
Minister Heerma:
Ja, u heeft gelijk.
De voorzitter:
U bent enthousiast; dat zie ik aan u. Daar ligt het niet aan.
Minister Heerma:
Ik was aangespoord om tempo te maken, maar ik zal me inhouden,
voorzitter.
De voorzitter:
We willen ook graag de beeldregie goed laten verlopen.
De heer Clemminck (JA21):
Ik kan de minister goed volgen, hoor, in zijn argumentatielijn waarom
hij niet kiest voor een resultaatsverplichting, maar wel voor een
zorgplicht. In de argumentatielijn mis ik nog een onderdeel. Ik ben even
benieuwd naar de reflectie van de minister. Ik mis namelijk dat je bij
een resultaatsverplichting ook een groot deel van de politieke ruimte
van deze Kamer, ook van toekomstige meerderheden in deze Kamer, kleiner
maakt, en ook het budgetrecht kleiner maakt. Het kan natuurlijk dat de
Tweede Kamer in de toekomst hierin een andere keus wil maken, omdat ze
met een andere context en een andere politieke samenstelling zit. Die
argumentatielijn miste ik nog. Ik ben benieuwd of de minister dat ook
een relevante argumentatielijn vindt voor de keuze die hij maakt.
Minister Heerma:
Formeel — dat is ook de discussie met de Raad van State geweest — heeft
de Kamer budgetrecht; dat is gewoon een feit. Dat verandert niet door de
keuze voor een zorgplicht of voor een resultaatplicht. In de eerste
termijn was soms ook de suggestie dat doordat de Kamer budgetrecht
heeft, dit een wassen neus zou zijn. Dat werp ik echt verre van me. Er
is feitelijk gewoon budgetrecht in de Kamer. Dat zou er in theorie ook
toe kunnen leiden dat de Kamer zegt: de ambities zijn te ambitieus. Ik
acht dat niet heel waarschijnlijk, ook niet over een aantal jaar. Maar
de Kamer heeft daar keuzes in te maken. Dat is niet afhankelijk van een
zorgplicht of een resultaatsverplichting. Stel dat de hypothetische
situatie zich voordoet dat het kabinet voor een doelstelling gaat en de
Kamer vraagt of het niet een onsje minder kan. Dat is een hele rare
situatie, en nogmaals: ik denk niet dat dat gaat gebeuren.
Zou ik het bruggetje mogen maken naar de gesprekken met de regio?
Daarover liggen ook twee amendementen voor. Verschillende fracties
hebben hier ook vragen over gesteld. Dat is niet zo gek, want de brief
die vanuit de regio, vanuit de gemeentes en de provincies, is gekomen,
gaat hier ook heel expliciet op in. Verschillende fracties hebben dus de
vraag gesteld hoe het kabinet het gesprek gaat voeren over de Staat van
Groningen en het uitvoeringsprogramma Rijk.
De BBB en het CDA hebben gevraagd naar de termijn waarbinnen het kabinet
een reactie stuurt op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Die
betreft inderdaad acht weken. In 2025 hebben we gezien dat dit een
realistische termijn is. Ik vind het ook belangrijk om niet te lang te
wachten met het bespreken van de bevindingen. Dat helpt om waar nodig
snel aan de slag te kunnen gaan met de conclusie.
De SGP heeft gevraagd of de reactie op de Staat van Groningen en
Noord-Drenthe gezamenlijk van het Rijk en de decentrale overheden is.
Dit is niet het geval. Waarom is dit niet het geval? Omdat het kabinet
verantwoording aflegt over de uitvoering van de taken en bevoegdheden
die de wet voor het kabinet heeft vastgelegd. Daarmee gaan wij ook naar
de Kamer toe. Het kabinet neemt de inbreng van de regio wel heel
serieus. De PVV heeft gevraagd uit te leggen of het overleg over de
Staat van Groningen en Noord-Drenthe verschilt van het overleg dat
plaatsvindt volgens de Gemeente- en Provinciewet. Juist vanwege de
specifieke verplichtingen die dit wetsvoorstel aan het kabinet oplegt,
heeft het overleg dat we hierover voeren een ander karakter. Het kabinet
wil niet over, maar mét Groningers en Noord-Drenthe over het beleid
praten.
Dat brengt mij bij de amendementen.
Ten eerste het amendement — dat is volgens mij het nieuwste amendement —
van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff dat volgens mij vanochtend
ingediend is, op stuk nr. 26. Dat gaat over de wederkerigheid van het
overleg. Dit is even het bruggetje van waarom ik tegen een
resultaatsverplichting ben en waarom ik wel respect en waardering heb
voor de brief die de provincie en gemeenten gestuurd hebben. Ik snap de
zorg heel erg: worden we serieus genoeg genomen? Onder anderen de heer
Flach gaf ook aan: dit overleg heeft misschien toch een ander karakter
dan andere overleggen, want het zijn medeoverheden; je staat samen voor
een verantwoordelijkheid. Ik wil daarbij zeggen dat ik het overleg met
de maatschappelijke organisaties in Groningen óók heel erg belangrijk
vind; daar wil ik niks aan afdoen. Tegelijkertijd snap ik de zorg van de
medeoverheden en ook die van de Kamer. Ik wil het amendement op stuk nr.
26 dus oordeel Kamer geven. Dit wetsvoorstel regelt een verplichting
voor het kabinet om in overleg te gaan over de Staat van Groningen en
Noord-Drenthe met de regionale overheden, maatschappelijke organisaties
en de vertegenwoordiging van bewoners. Dat bindt het kabinet om over de
resultaten te praten en verbetersuggesties op te halen. Indien daar
vanuit decentrale overheden behoefte aan is, kunnen zij zelf aanvullend
overleg initiëren. Het overleg vindt plaats op basis van wederkerigheid.
Dat betekent dat het kabinet gemotiveerd zal ingaan op de standpunten
die de decentrale overheden inbrengen. Dat betreffende het amendement op
stuk nr. 26.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 26: oordeel Kamer.
Minister Heerma:
Klopt.
Dan het amendement op stuk nr. 31 van de heer Bushoff en mevrouw
Beckerman. Dat gaat over het versterken van de rol van decentrale
overheden bij het uitvoeringsprogramma van het Rijk. Dit amendement
regelt dat de inbreng van decentrale overheden zwaarder weegt in de
totstandkoming van het uitvoeringsprogramma van het Rijk door ze een
grote rol te geven in het overleg hierover. Indien de minister
voornemens is af te wijken van de uitkomsten van het overleg, wordt de
minister verplicht dit gemotiveerd toe te lichten aan beide Kamers van
de Staten-Generaal.
Ik heb sympathie voor dit amendement, maar ik heb er ook een probleem
mee. Ik heb in mijn eerste wetsbehandeling een paar weken geleden met
mevrouw Bikker staan onderhandelen over een amendement, dus ik wil hier
ook kijken of we ergens kunnen komen. Het amendement zegt namelijk dat
"in overleg" wordt vervangen door "in op overeenstemming gericht
overleg". Het kan best zo zijn dat negen van de tien partijen aan tafel
het met elkaar eens zijn en één niet. Het kan ook zo zijn dat twee
medeoverheden het onderling met elkaar oneens zijn. Ik zou dit
amendement oordeel Kamer kunnen geven als het wordt aangepast. Ik denk
aan de aanpassing dat er alleen verantwoording wordt afgelegd aan beide
Kamers als er geen overstemming is bereikt over een standpunt dat de
regio als collectief heeft ingebracht. Daarmee voorkom je de situatie
dat er een reden is om wat het amendement verplicht te gaan doen als de
overgrote meerderheid het eens is, maar eentje niet. Dat is heel goed
mogelijk, want ook medeoverheden zijn het niet altijd met elkaar eens.
Tegelijkertijd snap ik dat een amendement dat meer de rol van de
medeoverheden borgt — dat vind ik eigenlijk in het verlengde van de
wederkerigheid — ook het vertrouwen en de balans in het gesprek kan
helpen. Met een dergelijke aanpassing zou ik het dus oordeel Kamer
kunnen geven.
De voorzitter:
We kijken even naar de indieners.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank voor het meedenken van de zijde van het kabinet op dit punt.
Inderdaad, het doel van dit amendement is natuurlijk om de positie van
de regio te versterken. Op het moment dat daar een andere opvatting
leeft dan bij het Rijk, wordt er in ieder geval aan beide Kamers gemeld:
we zijn het niet eens. De doelstelling is natuurlijk dat de positie van
de regio en het Rijk gelijkwaardig is en dat ze het wél eens worden.
Volgens mij vinden we elkaar daarin dus. Ik zal er even heel goed naar
kijken, want het gaat wel over wetgeving, maar ik denk dat we er met een
dergelijke formulering vast uit gaan komen.
De voorzitter:
Oké. Als ik het goed begrijp, wordt het amendement op stuk nr. 31
aangepast en kan het dan oordeel Kamer krijgen.
Minister Heerma:
Laten we dan voor de zuiverheid het volgende zeggen. Mocht het nodig
zijn dat er behoefte is aan meedenken van de kant van het departement,
zijn we daar altijd toe bereid. Als het amendement is ingediend, komen
wij in een brief nog met het definitieve oordeel op het amendement.
De voorzitter:
Ik word er even op gewezen dat het amendement technisch gezien nu
ontraden is, tenzij het aangepast wordt. Dan komt er nog een brief van
de zijde van het kabinet.
Minister Heerma:
Ik denk dat de griffier dit heel zuiver doet. Het is in zijn huidige
vorm ontraden. Als het aangepast wordt langs deze lijnen, kan ik het
oordeel Kamer geven. Mocht het aangepast zijn en opnieuw worden
ingediend, dan zullen we het oordeel schriftelijk nog doen
toekomen.
De BBB stelde de vraag wat er gebeurt als doelen en streefwaarden voor
brede welvaart en verduurzaming niet worden gehaald. "Welke concrete
consequenties verbindt het kabinet daaraan?" Als de doelen en
streefwaarden waaraan het kabinet zich met zijn generatielange inzet
heeft verbonden, niet worden gehaald, dan kunt u de minister, in dit
geval mij, daar politiek op aanspreken. Daarnaast wordt het kabinet met
dit wetsvoorstel jaarlijks verplicht om in de kabinetsreactie op de
Staat van Groningen en Noord-Drenthe aan te geven welke maatregelen
nodig zijn om de doelen wél te kunnen halen. Welke maatregelen dat zijn,
hangt af van de specifieke situatie. Dit is eigenlijk nog een
specificatie op het algemene verhaal dat ik al gedaan heb. Maar dit was
een vrij specifieke vraag.
De heer Kops vroeg hoe in de Staat van Groningen wordt gerapporteerd
over zaken als gezondheid en geletterdheid, waarbij veranderingen
geleidelijk plaatsvinden. De heer Kops maakt hier een terechte
opmerking. Veranderingen in brede welvaart, waaronder gezondheid en
opleidingsniveau, kosten tijd. Daarom kiest het kabinet ook voor een
generatielange aanpak. Als het gaat om het verhogen van brede welvaart,
zal het meerdere jaren duren voordat duidelijke trends in de data
zichtbaar worden. De Staat van Groningen zal elk jaar de meest recente
beschikbare data tonen. Maar het klopt: in de eerste jaren zal het
wellicht te vroeg zijn om op sommige onderdelen hieraan al conclusies te
kunnen verbinden. Voor overige onderwerpen in de Staat van Groningen
ligt dat overigens anders. Voor de voortgang in de schadeafhandeling en
de versterking- en de verduurzamingssubsidies geldt dat je daar sneller
op kan bijsturen.
Groep Markuszower had de vraag of de brede welvaart niet tot
rechtsongelijkheid kan leiden. Zij haalde daar de gemeente Tynaarlo bij
aan, want deze gemeente scoort al goed op brede welvaart. Heeft deze dan
geen recht op investeringen? Brede welvaart betekent dat iedereen mee
moet kunnen doen en dat rechtvaardigt soms aanvullende inzet op plekken
waar de opgave ten aanzien van het verhogen van de brede welvaart groter
is. Los van de kwaliteit van de initiatieven hebben we ook nadrukkelijk
oog voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen. Daar waar de noodzaak het
grootst is, investeren we extra. Dat zie ik niet als rechtsongelijkheid.
De focus van de agenda ligt niet op "wie krijgt hoeveel", maar op "hoe
versterken we samen de brede welvaart van de hele regio en de
achtergebleven plekken in het bijzonder".
Mevrouw Bikker en ik geloof ook de heer Bushoff hebben iets gevraagd
over de jeugd. Geldt ook in Groningen "de jeugd heeft de toekomst"? Hoe
wordt uitwerking gegeven aan de motie-Bikker om jongeren inspraak te
geven? Ja, de jeugd heeft de toekomst. Dat geldt ook voor Groningen. Het
betrekken van jongeren is een speerpunt voor het herstel van Groningen.
De sociale en economische agenda gaat over hen, de toekomstige
generatie. Daarom investeren we 30 jaar in deze agenda's. Er is al heel
veel gerealiseerd. Bij het opstellen van de agenda's zijn jongeren al
betrokken, bijvoorbeeld met hackathons en jongerentoppen. Volgend jaar
werk ik aan een structurele aanpak hiervoor. Ik verwacht deze zomer nog
aan de slag te gaan met jongeren. Ik informeer de Kamer hierover na de
zomer.
Dan ga ik naar het blokje schade. Mochten mensen nog over zorgplicht wat
willen vragen …
De voorzitter:
Ik zie dat dat niet het geval is.
Minister Heerma:
Die illusie had ik ook niet.
Bij de amendementen over daadwerkelijk herstel zijn er drie ingediend
die betrekking hebben op de €60.000 grens. Er is ook nog een amendement
over de finaliteit.
Allereerst de vragen. De heer Kops van de PVV vroeg: welke
ontwikkelingen anders dan prijzen kunnen leiden tot het aanpassen van
het grensbedrag van €60.000 bij daadwerkelijk herstel? Leidend voor het
vaststellen van het grensbedrag is dat het merendeel van de
schademeldingen binnen het grensbedrag kan worden hersteld. Op dit
moment is dat grensbedrag nagenoeg in alle gevallen toereikend om de
schade te kunnen herstellen. Dat gaat om 98%. Ik meen dat de gemiddelde
schade €16.000 bedraagt. Dat ligt dus echt veel lager dan de €60.000. Ik
heb het IMG gevraagd om te signaleren als er, om welke reden dan ook,
aanleiding is om het grensbedrag bij daadwerkelijk herstel aan te
passen, bijvoorbeeld als de maatregel niet meer past bij de omvang van
schades die het IMG tegenkomt.
Dan hebben zowel het CDA als GroenLinks-PvdA de vraag gesteld of ik het
beeld herken dat met de regeling rond veronderstelde schade en
daadwerkelijk herstel juist de zwaarst gedupeerden in deze constructie
relatief minder profijt hebben, en hoe de belangen van de zwaarst
gedupeerden meegewogen zijn in deze regeling. Er is bewust voor gekozen
om in het hele effectgebied te werken met één grensbedrag van €60.000,
in lijn met de aangenomen Kamermotie hierover. Het doel hiervan was om
nieuwe grenzen en verschillen juist zo veel mogelijk te voorkomen.
Veruit de meeste schademeldingen blijven onder dit grensbedrag. Bij een
kleine groep die hierboven komt, speelt de oppervlakte van de woning de
grootste rol, en een veel grotere rol dan de locatie van het
aardbevingsgebied. Bewoners die meer dan €60.000 schade hebben, kunnen
ervoor kiezen om in ieder geval de schade tot €60.000 te laten
herstellen met daadwerkelijk herstel, of kunnen kiezen voor de
maatwerkregeling. Ook in het gebied waar veel aardbevingen zich
voordoen, zal daadwerkelijk herstel tot €60.000 voor het overgrote deel
van de bewoners een oplossing zijn.
De heer Kops vroeg of de twee opties die er zijn bij daadwerkelijk
herstel kunnen leiden tot verschillende uitkomsten. Die leiden niet tot
verschillende uitkomsten. Het IMG stelt bij daadwerkelijk herstel vast
welk budget er nodig is voor het herstellen van schades. Het geraamde
budget is het uitgangspunt voor zowel de aannemer die de bewoner
aanstelt als voor de aannemer die het IMG inschakelt. Overigens wordt in
het geraamde budget altijd rekening gehouden met een deel
onvoorzien.
Groep Markuszower vroeg hoeveel geld het kabinet bij daadwerkelijk
herstel aan het Noorden denkt te kunnen overmaken. Tot hoever zijn onze
zakken gevuld en kunnen we de carte blanche invullen? Gaat deze
maatregel straks niet tot georganiseerde teleurstelling leiden? Laat ik
vooropstellen dat de schadeafhandeling koste wat kost en zo lang als
nodig is zal worden uitgevoerd. De schadeafhandeling wordt door het IMG
uitgevoerd, dat hier jaarlijks een kosteninschatting van maakt. Een
exacte inschatting hangt daarnaast af van de keuze uit de verschillende
fysieke maatregelen die kunnen worden aangevraagd. Ik kan daarom niet
exact aangeven hoeveel geld er voor daadwerkelijk herstel in de toekomst
uitgegeven zal worden en hoeveel er na 2031 nodig zal zijn.
De heer Bushoff en mevrouw Beckerman gingen vrij expliciet in op de
voortgang van duurzaam en vooral daadwerkelijk herstel. Dat aantal van
veertien werd door mevrouw Beckerman een aantal keer aangehaald. Hier
past een nuancering bij en die wil ik uitleggen. Zowel voor
daadwerkelijk herstel als voor duurzaam herstel geldt dat het IMG de
afgelopen jaren een volledig nieuwe werkwijze heeft moeten inrichten.
Voor duurzaam herstel gaat het om ingrijpende constructieve
verbouwingen. Ook de lage cijfers in 2025 bij daadwerkelijk herstel
verdienen dus nuancering. Voor daadwerkelijk herstel geldt dat het IMG
bijna 1.000 aanvragen heeft behandeld en toegekend. Deze bewoners hebben
vanaf dat moment vijf jaar de tijd om schades te laten herstellen. Zij
kunnen dit zelf inplannen in een periode die hen uitkomt, bijvoorbeeld
op een moment dat ze andere werkzaamheden aan hun pand laten verrichten.
Het aantal adressen dat vorig jaar is opgeleverd, de door mevrouw
Beckerman aangehaalde veertien, ziet alleen op de bewoners die het
herstel in hetzelfde jaar hebben afgerond. Ook heeft het IMG vorig jaar
een aantal zaken geconstateerd die de uitvoering eenvoudiger en sneller
kunnen maken. Hier zijn aanpassingen voor gedaan die moeten bijdragen
aan een verdere versnelling en versimpeling van de uitvoering, waar uw
Kamer volgens mij via een brief al over is geïnformeerd.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman heeft daar nog een vraag over, zie ik.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, dat klinkt natuurlijk als een mooie nuance: het ligt meer aan de
bewoners en het moment van kiezen. Dat bedoelde ik niet eens zo
vervelend. Het probleem is wel dat we over beide regelingen al
behoorlijk wat klachten van gedupeerden krijgen. Ik druk het kabinet wel
op het hart om daarnaar te luisteren. Neem het duurzame herstel. Ik weet
niet of deze minister daarbij was, maar ik heb hier zo vaak gestaan met
die poster, van: dit deel van de scheur, in de muur, wordt wel vergoed
en dit deel niet, terwijl het toch duidelijk één scheur is. Dat gaat nog
steeds niet goed, en bewoners worden ook nog eens heen en weer gestuurd:
past dit nou bij de NCG, die een deel doet, of bij het IMG? Dat wil ik
de regering wel even op het hart drukken. Er is niet alleen het verhaal
over wanneer de bewoner kiest. Het zit complexer in elkaar. Bij het
daadwerkelijke herstel hebben alle mensen die nu aan de beurt zijn
geweest twee rapporten moeten krijgen. Dat is niet zoals het ooit
beloofd is, en ik wil daar wel erkenning voor vragen.
Minister Heerma:
De nuancering die ik plaatste, was met name op dat getal veertien
gericht. Als je die veertien namelijk hoort, denk je: jeetje, er is maar
veertien keer gebruik van gemaakt. Het is bijna 1.000 keer, ruim 900
keer, behandeld en toegekend, en daarna is er vijf jaar de tijd voor.
Het is niet bedoeld om te zeggen: het ligt aan de bewoner. Dat was niet
de aard van wat ik probeerde te zeggen. Als dat beeld bij mevrouw
Beckerman is opgeroepen, wil ik dat nuanceren. Aan het einde van mijn
antwoord gaf ik ook aan dat het IMG vorig jaar een aantal zaken heeft
geconstateerd die niet goed gaan in de uitvoering en die eenvoudiger en
sneller moeten. Er is dus erkenning van het feit dat er dingen niet goed
gaan, en daar wordt ook aan gewerkt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga nog één keer door op dat duurzame herstel, omdat je daar echt
verhalen over hoort. Ik probeer het kort te houden. We hebben de
afgelopen jaren gezien dat bewoners vaak tussen twee instituten kwamen
te zitten, namelijk het IMG en de NCG. Ze kregen de belofte dat die twee
samenwerkten, maar kregen vervolgens aan de telefoon te horen: o, u wilt
een gezamenlijk dossier; dan moet u de derde persoon bellen, want die
gaat over de samenwerking. In plaats van één iemand kwamen er dus drie
mensen. We zien datzelfde eigenlijk ook weer een beetje gebeuren bij dat
duurzaam herstel. Daar worden rapporten voor gemaakt die binnen deze
regeling vallen, om te kijken hoe hoog uiteindelijk het totale
versterkingsbedrag uitvalt. Het is voor veel mensen — ik hoop dat de
minister dat erkent — weer een nieuw rapport waarop ze moeten wachten,
terwijl ze wachten op een aanpak voor dat ene huis waar ze al zo lang in
vastzitten.
Minister Heerma:
Vindt u het goed als ik hier in de tweede termijn op terugkom? Dit is
zo'n specifieke vraag.
De voorzitter:
U heeft nog een interruptie van mevrouw Armut van het CDA.
Mevrouw Armut (CDA):
Misschien nog even ter verduidelijking. We hadden het erover dat
daadwerkelijk herstel inderdaad voor ongeveer 98% afdoende is. De
minister voegde daar nog aan toe dat als mensen daarbuiten vallen, dat
vaak op basis van woonoppervlakte gebeurt. De vraag die onder anderen ik
stelde, betrof het feit dat de zwaarst gedupeerden erbuiten kunnen
vallen. Dat gaat dus niet over mensen die heel veel woonoppervlakte
hebben. Dat gaat echt om andere redenen, bijvoorbeeld omdat er gewoon
sprake is van heel veel schade. Zwaar gedupeerden dreigen er dus gewoon
buiten te vallen. De vraag is eigenlijk of de minister kan aangeven
welke afweging er in dat kader is gemaakt en of hij dat beeld ook
herkent.
Minister Heerma:
Om te beginnen: in het zwaarst getroffen gebied … Het is altijd heel
lastig om te zeggen wat nou de kern is, omdat aardbevingen op
verschillende plekken voorkomen. Als we proberen om dat zo goed mogelijk
te bekijken, zie je dat het percentage dat buiten die €60.000 valt,
juist iets groter is buiten de kern van het gebied. Dat is dus kleiner
dan die 2% in het kerngebied en wat groter daarbuiten, omdat de relatie
dus niet met de plek te maken heeft waar de zwaarste aardbevingen zijn.
De relatie is daadwerkelijk verbonden aan de grootte van de woningen. Ik
wil het niet te plat maken, maar de kans is groot dat je daar in Haren
sneller tegenaan loopt dan in Loppersum, vanwege de grootte van de
woningen. Dat zien wij in de cijfers.
Daarnaast — daarmee ga ik in op de vraag die wordt gesteld — is deze
regeling heel ruim. In het oorspronkelijke voorstel was het €40.000. Dat
is opgehoogd naar €60.000. Daarmee valt 98% erin. Het gaat erom dat we
alle schade herstellen, zonder te kijken naar de oorzaak ervan. De
werkwijze ligt een beetje in lijn met de vaste eenmalige
schadevergoeding, maar het is een veel ruimere vergoeding, waar de Raad
van State terecht over zegt — een deel van de inbreng van de heer
Clemminck ging daar ook over — dat de relatie tussen daadwerkelijke, aan
aardbeving en gaswinning gerelateerde schade hierdoor kleiner wordt.
Daarom heeft het kabinet in de beantwoording ook al aangegeven dat niet
alles hiervan op de NAM te verhalen is, omdat dat wordt losgelaten. Als
je kijkt naar de kaders die daarvoor gesteld worden, dan denk ik echt
dat die grens van €60.000 redelijk is. Daarnaast geldt dat er nog andere
mogelijkheden zijn. Mensen kunnen toch voor die €60.000 kiezen en een
deel niet herstellen of een deel zelf betalen. Maar ze kunnen ook gewoon
voor die maatwerkoptie kiezen, want die is er ook. Het is een hele grote
versimpeling die in veruit de meeste gevallen een oplossing biedt,
zonder het risico dat we doorschieten wat betreft de zaken waar de Raad
van State eigenlijk ook al voor waarschuwt bij de regeling die er nu al
geldt, zou ik bijna zeggen.
Mevrouw Armut (CDA):
Ik snap helemaal wat de minister zegt. Ik ben het daar ook mee eens. Dat
is heel ruimhartig en het is voor heel veel mensen afdoende. Ik ben wel
op zoek naar het volgende. We weten dus dat er mensen zijn die tussen
wal en schip vallen. Daar refereerde mevrouw Beckerman in haar
woordvoering volgens mij ook al aan. Ik denk dat we met z'n allen op
zoek zijn naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat we juist zulke zware
gevallen weten te bereiken. De mensen die het misschien niet zo heftig
hebben meegemaakt als zij weten we namelijk eerder te bereiken. Ik ben
daar dus naar op zoek. Ik snap het als dat een maatwerkregeling is, maar
is de minister het dan wel met het CDA eens dat de mensen die zo'n zwaar
geval hebben, niet totaal door de mangel gehaald moeten worden en dat we
ze op een of andere manier moeten helpen? Het kan dus niet zo zijn dat
het IMG en de NCG zeggen: dit is niet onze taak. Iemand moet het doen.
Iemand moet daar verantwoordelijkheid voor nemen.
Minister Heerma:
Daar zijn de afgelopen periode ook stappen in gezet. Er is een werkwijze
ontwikkeld. Daar is ook het noodteam voor. Er wordt dus aan gewerkt.
Deze regeling is niet specifiek daarvoor in het leven geroepen.
Ik zit te twijfelen welk amendement ik ga behandelen. Ik ga nu eerst
even de drie amendementen behandelen die hierop zien en dan maak ik even
de sprong richting finaliteit, omdat dat er niet helemaal los van gezien
kan worden. Er was een specifieke vraag over, maar ik behandel eerst de
drie amendementen.
De voorzitter:
Ik denk dat de heer Bushoff nog een interruptie heeft over de voorgaande
discussie.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, toch nog een vraag daarover. De minister gaf het best wel mooi aan.
In Nij Begun staat: we willen mensen eigenlijk niet meer belasten met al
die juridische procedures, we willen hen eigenlijk vrijwaren van al die
bureaucratie en dat wantrouwen. De minister zei: precies daarom leggen
we nu in deze wet vast dat tot €60.000 dat causaal verband niet hoeft te
worden aangetoond. Dat waren ongeveer de woorden van de minister. Hij
zei dat, terecht, bevlogen. Tegelijkertijd geldt dat voor een deel van
de mensen niet. Erkent de minister dat ook?
Minister Heerma:
Volgens mij heb ik dat zojuist in mijn beantwoording al gedaan. Ik heb
ook uitgelegd wat de reden daarvoor is en dat die grens al behoorlijk
omhoog is gegaan op verzoek van een Kamermeerderheid, met de risico's
waar de Raad van State op wijst en waar volgens mij de heer Clemminck in
ongeveer zijn hele inbreng naar verwees.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Zeker, maar om ook even het beeld weg te nemen … Ik zeg niet dat de
minister probeerde te zeggen dat alleen mensen in Haren dan in
aanmerking zouden komen. Maar voor de duidelijkheid: er zitten mensen in
Groningen echt in de ellende, ook in het kerngebied, maar in ieder geval
op plekken waar veel aardbevingen zijn. Dat gaat misschien inderdaad om
grote woningen. Ze zitten jarenlang vast; dan heb ik het over het moeten
bewijzen wat door aardbevingsschade komt. Zij zijn eigenlijk nog steeds
niet geholpen met de wet die nu voorligt. De vraag is: wat gaat er de
komende periode anders gebeuren om deze mensen wél te helpen en om
ervoor te zorgen dat zij niet in dat bureaucratisch moeras verdwijnen
waarin de afgelopen jaren te veel mensen zijn verzand?
Minister Heerma:
Het is terecht dat de heer Bushoff mij deze vraag stelt en naar de start
ervan vraagt. Wat ik wilde zeggen met mijn antwoord is dat het te
makkelijk is om te denken dat dit vooral in de kern van de aardbevingen
een probleem zou zijn. Ik wil het beeld dat dat het geval is,
ontkrachten. Onze cijfers laten iets anders zien. Ik moet daarmee ook
niet het beeld oproepen dat alleen mensen in villa's deze problemen
hebben. Als dat het beeld is wat ik bij de heer Bushoff heb opgeroepen,
dan wil ik dat rechtzetten. Het is wel zo dat op basis van wat wij zien
de grootte van de woning een veel grotere bepalende factor is dan de
vraag of er veel aardbevingen in de buurt zijn. En ja, het klopt dat
niet alle problemen met deze regeling opgelost worden, maar binnen de
grenzen van wat ik verstandig acht, is het een hele grote stap.
Daarnaast geldt dat je voor de hele moeilijke gevallen specifiek
aandacht moet hebben. De afgelopen jaren is daar al het nodige op
gedaan.
De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Er zijn natuurlijk ook grotere woningen in plattelandsgemeenten, dorpen
et cetera. Die zijn er ook. Laten we dat duidelijk hebben. Dat gezegd
hebbende, denk ik, als ik de minister zo beluister, dat uit de
appreciatie van de amendementen straks zal blijken dat een van de
voorstellen om het grensbedrag van €60.000 los te laten, waar mijn
collega Beckerman en ik voor pleiten, niet op de steun van de minister
kan rekenen. Hier worden we het op dit moment wellicht niet over eens.
Ik zoek nog wel naar iets meer. Wat gaat deze minister extra doen voor
de gevallen waar we het net over hadden? Hij zegt dat er in het verleden
al best wel wat aan is gedaan. Ik vraag me af of de mensen die nu nog
steeds in de ellende zitten en door de bomen het bos niet meer zien,
daar voldoende vertrouwen uit putten.
Minister Heerma:
Om te beginnen: wat we hier doen, is echt een goed voorstel. Dit gaat
echt problemen oplossen. De heer Bushoff vraagt of ik kan aangeven wat
ik nog extra ga doen. Daar kom ik, met enige clementie, in tweede
termijn op terug.
Dan de amendementen, te beginnen bij het amendement-Kops op stuk nr. 27.
Ik heb getwijfeld over het oordeel over dit amendement. Ik zou kunnen
zeggen dat het overbodig is, want de memorie van toelichting geeft al
aan dat het niet de bedoeling is dat het bedrag naar beneden kan gaan.
Ik zou dan in de discussie terecht kunnen komen dat ik de achterdeur
daarvoor open wil houden. Ik heb daarom besloten om dit amendement toch
oordeel Kamer te geven, waardoor elke suggestie — hoewel de memorie van
toelichting al duidelijk is — dat hier expliciet de ruimte wordt
opengelaten om het bedrag te verlagen wordt weggenomen. Dat is ook in
lijn met wat de Kamer zo expliciet gezegd heeft, namelijk: dit is de
grens die er moet zijn. De consequentie hiervan is wel dat, mocht de
Kamer dit in de toekomst anders zien, wat ik niet verwacht, je een
wetswijziging nodig hebt om dit te veranderen.
De voorzitter:
Daarmee krijgt het amendement op stuk nr. 27 oordeel Kamer?
Minister Heerma:
Ja, dat krijgt oordeel Kamer.
Ik heb hier een amendement-Bushoff staan, maar volgens mij zijn er geen
amendementen van de heer Bushoff meer. Dat zijn inmiddels
amendementen-Bushoff/Beckerman. In dit geval is het volgens mij het
amendement-Bushoff/Beckerman op stuk nr. 32. Aanvankelijk was dat wel
het amendement-Bushoff, onder een ander nummer. In het amendement op
stuk nr. 32 wordt voorgesteld om een voorhangprocedure in het
wetsvoorstel te amenderen. Dat kan ik ook oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 32 krijgt oordeel Kamer. Ik moet dat
herhalen, minister. Dat doe ik dus netjes, voor de orde van de
Kamer.
Minister Heerma:
Dat doet u heel goed. Vooral doorgaan. Iemand moet orde in deze chaos
scheppen. Dat is een schone taak.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Heerma:
Dat amendement geef ik oordeel Kamer. De ophoging van 40.000 naar 60.000
is tot stand gekomen onder de nadrukkelijke uitspraak van de Kamer. Ik
snap de wens dat als daar iets in verandert daarbij een
voorhangprocedure plaatsvindt.
De heer Bushoff liep er al op vooruit: het amendement op stuk nr. 33, om
het grensbedrag volledig los te laten, moet ik ontraden. Bij het
daadwerkelijke herstel wordt niet langer gekeken naar de schadeoorzaak.
Dat betekent dat ook schades die in heel Nederland voorkomen,
bijvoorbeeld door verdroging of ouderdom, worden hersteld, maar dan
alleen specifiek in Groningen en Noord-Drenthe. Daarnaast zorgt het
volledig loslaten van het grensbedrag voor nieuwe verschillen, zowel
binnen als buiten het effectgebied. Denk aan bewoners die net buiten het
gebied wonen waarin het IMG schades afhandelt. Ik heb al gezegd dat de
Raad van State in zijn advies überhaupt heeft gewaarschuwd voor deze
vorm van schadeafhandeling, ook omdat in 2024 de uitgekeerde causale
schade net onder de €16.000 zat. Ik vind de nu voorgestelde vormgeving
goed te verdedigen, maar dat zou anders worden als je het grensbedrag
totaal loslaat. Het grensbedrag is in lijn met de eerder aangenomen
Kamermotie. Uit de praktijk blijkt dat het zeer beperkt voorkomt dat
schades het grensbedrag overschrijden. Daarnaast zou dit amendement ook
financieel een enorm beslag hebben. Dat is allemaal waarschijnlijk niet
meer verhaalbaar op de NAM. Ik moet dit amendement dus ontraden,
indachtig alles wat ik hiervoor gezegd heb.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 33 is daarmee ontraden. Ik geef het woord aan
mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kijk even naar de drie argumenten. Geld. Dat vind ik een pijnlijke,
gezien "koste wat kost" en het feit dat dit gaat over schades die
daadwerkelijk bestaan. Dat erkent de minister ook. Dat is argument één.
Argument twee is nieuwe ongelijkheid. Dat is niet helemaal aan de
indieners te verwijten. Zij hebben dit vrij consequent gezegd, ook al
bij Nij Begun. Toen hebben we dit voorstel ook ingediend. Het derde punt
gaat over de rest van Nederland. Maar dat klopt niet, want dat geldt ook
voor de schades van 60.000, 40.000 en 16.000. Waarom wordt dit argument
wel bij deze groep zwaar gedupeerden gebruikt en niet bij die anderen?
Dit gaat namelijk gewoon mee in dezelfde logica als die andere schades,
die iets kleiner zijn.
Minister Heerma:
Ik heb meer argumenten gebruikt bij dit blok. Ik heb naar de Raad van
State verwezen. Ik heb ook verwezen naar het feit dat dit een heel ruime
regeling is, die veruit de meeste gevallen kent en die ook in lijn is
met de vormgeving van de eenmalige schaderegeling die er al was. Ik moet
dit amendement ontraden.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ook "de Raad van State" is natuurlijk een wat ingewikkeld argument, want
die is ook niet voor die regeling. Die vindt 50.000 ook een heel hoog
bedrag. De essentie blijft: waarom zou je die hele kleine groep zwaar
gedupeerden, die vaak al heel erg lang wachten, nou niet op eenzelfde
manier behandelen als anderen, wetende hoe zwaar die strijd voor heel
veel mensen al is?
Minister Heerma:
Omdat we met deze hele ruimhartige regeling de relatie loslaten. Er
wordt totaal geen onderzoek meer gedaan naar de oorzaak van schade. Er
was aanvankelijk een grens van 40.000 voorgesteld. Daar was de Raad van
State al heel kritisch op. De Kamer heeft er 60.000 van gemaakt. Ik vind
dit nog verdedigbaar, maar dat helemaal loslaten moet ik echt
ontraden.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.
Mevrouw Beckerman (SP):
Wat gaat de minister dan doen voor deze groep? Hij erkent natuurlijk wel
dat die bestaat.
Minister Heerma:
Ik heb zojuist tegen de heer Bushoff gezegd dat …
De voorzitter:
Minister, één moment. Mevrouw Beckerman was nog midden in haar
interruptie.
Minister Heerma:
O, excuus.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, maakt u uw interruptie af.
Mevrouw Beckerman (SP):
Als je erkent dat die groep bestaat — dit gaat echt over gedupeerden —
dan vind ik dat je echt met een betere aanpak moet komen. Als je daarbij
wel causaliteit gaat onderzoeken en moeilijk blijft doen, ook midden in
de kern van het gebied, dan maak je opnieuw iets kapot. Tegen de rest
van de mensen zeg je namelijk: voor u wel. Maar je zegt ook: voor u
helaas niet.
Minister Heerma:
Ik heb net al richting de heer Bushoff aangegeven dat er voor die hele
lastige gevallen al het nodige gedaan wordt. De aanvullende vraag was:
wat kunt u nog extra doen? Die vraag stelt u nu opnieuw. Daar kom ik in
de tweede termijn op terug.
Dan het amendement over de finaliteitsgrens, of eigenlijk het amendement
om de finale kwijting helemaal te stoppen. Er zijn onder andere door het
CDA vragen gesteld over de finaliteitsgrens. Er werd gevraagd hoe het
nou zit met de grens van 2 millimeter per seconde en voornamelijk met
die van 5 millimeter per seconde. Misschien is het beste voorbeeld dat
ik daarbij kan gebruiken, de beving van 3,4 in Zeerijp. De vraag was
namelijk als volgt. Stel, je zit aan die grens en er komt een beving.
Kun je dan opnieuw aanspraak doen? Wat is de voorwaardelijkheid van die
finale kwijting?
Bij de zwaarste van de twee bevingen die 14 november in Zeerijp hebben
plaatsgevonden, is de grens van 5 millimeter per seconde bij 52.000
adressen doorbroken. Bij een zware beving vervalt die finale kwijting.
Dat is ook onderdeel van de beantwoording van de vragen die mevrouw
Bikker en de heer Köse stelden. Hoe zit het nou met gedupeerden die
onverhaalbare schade hebben in dit soort situaties? De regels zijn
zodanig dat als er een echte beving plaatsvindt … Dat aantal van 52.000
geeft echt aan dat die grens niet heel hoog ligt.
Dat is ook de vraag die mevrouw Armut van het CDA stelde. Zij pakte een
hypothetische casus waarin je al voor €50.000 schade hebt. Het antwoord
daarop is ja. Als er een significante bodembeweging gerelateerd is aan
gaswinning, dus als er een aardbeving of bodemdaling plaatsvindt, dan
kunnen bewoners gewoon een nieuwe schademelding doen. Daar zit dus dat
voorbeeld van die beving in Zeerijp in. Voor daadwerkelijk herstel geldt
natuurlijk dat bewoners nieuwe schades die door mijnbouw zouden kunnen
zijn ontstaan, sowieso gedurende vijf jaar tot aan die grens van €60.000
kunnen melden, ook zonder een nieuwe bodembeweging. Het kan voorkomen
dat er tijdens deze periode een nieuwe bodembeweging plaatsvindt en de
schade niet binnen het grensbedrag van €60.000 kan worden hersteld. In
dat geval kunnen bewoners voor deze schade een nieuwe keuze maken tussen
daadwerkelijk herstel, een vaste herhaalvergoeding of een
maatwerktraject.
Het amendement rondom de finale kwijting moet ik ontraden. Dit
amendement zou leiden tot een grote ontregeling van de
schadeafhandeling. Bij maatwerk is al op voorhand duidelijk dat geen van
de schade vergoed zal worden als deze niet door een bodembeweging
veroorzaakt zou zijn. Dit kan tot hoge uitvoeringskosten en
teleurstelling bij bewoners leiden. Daarnaast zou dit amendement ertoe
leiden dat voor toekomstige kosten voor schadevergoedingen waarbij geen
onderzoek wordt gedaan naar de schadeoorzaak, zoals bij daadwerkelijk
herstel of forfaitaire vergoedingen, de schade niet langer te relateren
is aan gaswinning. Deze regelingen kunnen dan tot in het oneindige
worden aangevraagd. Hierdoor zullen deze schadevergoedingen niet langer
verhaalbaar zijn op de NAM. Daar is geen dekking voor.
Ik wil benadrukken dat ik begrip heb voor de zorgen die aan dit
amendement ten grondslag liggen, want natuurlijk moet nieuwe
mijnbouwschade gemeld en vergoed kunnen worden en natuurlijk moeten we
zorgen dat bewoners een goede keuze kunnen maken bij schadeafhandeling.
Dit staat niet ter discussie. Bij nieuwe significante bevingen kunnen
bewoners uiteraard nieuwe schades melden en vergoed krijgen, omdat de
finaliteit dan doorbroken is. Ik moet dit amendement ontraden, omdat het
echt tot hele grote consequenties en ontregeling van de
schadeafhandeling zal leiden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 28 is daarmee ontraden. Ik kijk even naar
mevrouw Beckerman, want ik denk dat zij er nog wat over wil vragen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, sorry. Het lastige hieraan is het volgende. Ik voel mee met wat de
minister zegt, namelijk dat er elke keer grote consequenties zijn.
Tegelijkertijd weten we natuurlijk dat er in Nij Begun stond dat we
eigenlijk af moeten van die trillingstool die gebruikt wordt. Die wordt
met zo'n finale kwijting toch weer geïntroduceerd. We spreken ook met de
juristen en advocaten die mensen bijstaan. Die zeggen: wij vinden dit
zo'n draak van een clausule, omdat we gewoon zien dat echte schades
hiermee moeilijker vergoed worden. Zou de minister niet ergens tot een
oplossing kunnen komen? Dit is namelijk weer een trillingstool en weer
een probleem waar gedupeerden tegenaan lopen.
Minister Heerma:
Ik moet oppassen dat ik niet te veel ga freewheelen. Over de
trillingstool is discussie geweest. Als de trillingstool in individuele
gevallen wordt ingezet, is dat alleen ten voordele van de bewoner. Als
we het hebben over trillingen van 5 millimeter per seconde, dan gaat het
over de aardbeving die plaatsvindt en het gebied waarbinnen die 5
millimeter per seconde plaatsvindt. Ik gaf het voorbeeld dat het bij de
zwaarste van de twee bevingen in Zeerijp zou gaan om 52.000 huizen
waarbij voorwaardelijke finale kwijting komt te vervallen. Maar het
woord "trillingstool" ging in de discussie daarover volgens mij over
individuele gevallen. Als de trillingstool in die gevallen wordt
gebruikt, is dat alleen maar ten gunste van de bewoner.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, waarbij de Kamer nooit heeft begrepen wat ten gunste van de bewoner
is, maar dat terzijde. De finale kwijting is gekoppeld aan een nieuwe
aardbeving. Dat is voor een heel groot deel logisch, maar voor een deel
ook niet, omdat we weten dat die schade niet alleen daardoor komt.
Misschien is dit iets voor de tweede termijn, maar ik wil hier echt een
keer over doorpraten met de minister, omdat we deze discussie eigenlijk
al dertien jaar aan het voeren zijn. Die discussie gaat erover dat het
instrument van trillingssnelheden niet afdoende is om alles te vatten en
dat finale kwijting problematisch kan zijn in heel veel schadezaken, die
ook met nieuw causaliteitsonderzoek gewoon worden erkend, alleen niet
worden vergoed.
Minister Heerma:
Ik vind het prima om in de tweede termijn iets te zeggen over deze
specifieke vraag. Wat blijft staan, is dat het helemaal loslaten van de
finale kwijting echt tot een enorm probleem in de schadeafhandeling zal
leiden. Het gaat dus geen ander oordeel over het amendement geven.
De voorzitter:
Helder. Klopt het dat wij bij het volgende blokje zijn?
Minister Heerma:
Ik ben heel even aan het bekijken of ik nog iets mis.
De voorzitter:
De minister heeft aangegeven dat hij er in de tweede termijn op
terugkomt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Klopt. We zitten op een oplossingsrichting te broeden. We snappen de
logica van de minister, namelijk: dan kun je alles melden. Onze logica
is niet dat alles wat geen mijnbouwschade is, vergoed moet worden. Onze
logica is dat mijnbouwschade vergoed moet worden. Wat je zou kunnen doen
— dat is een suggestie aan de minister — is het volgende. Je zorgt
ervoor dat er geen sprake is van finale kwijting, maar dat je wel een
andere route op moet. Ik bedoel dat er daadwerkelijk zwaarder onderzoek
moet plaatsvinden als je weer nieuwe schade meldt. Dan zou je namelijk
een logische route kunnen maken, waarbij je recht doet aan gedupeerden,
zonder dat je er finale kwijting in hebt zitten.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de minister om te zien of hij de vraag kan
beantwoorden. Anders kan het in de tweede termijn of na de
dinerpauze.
Minister Heerma:
Er is al voor een route gekozen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Daarin zit het probleem.
Minister Heerma:
Dit is wel hoe de systematiek werkt. Ik zie niet hoe het een voordeel
kan zijn als je daarna van route switcht. Ik snap uw zoektocht, maar het
amendement dat voorligt, moet ik echt ontraden. In de vormgeving van de
wet gaat dit echt leiden tot een enorme ontregeling van de
schadeafhandeling.
De voorzitter:
Helder. Ik kijk even waar we zijn in het debat.
Minister Heerma:
De heer Clemminck had het in zijn termijn over schadeafhandeling in
relatie tot een artikel in De Correspondent. Dat was een artikel van 3
april, geloof ik. Ik ben bekend met het artikel waar de heer Clemminck
zijn vraag op heeft gebaseerd. Het artikel betwist op een aantal punten
de technische en wetenschappelijke uitgangspunten die aan de
schadeafhandeling ten grondslag liggen. Dat mag. Dat gebeurt niet voor
het eerst. Een paar weken geleden stonden de Staat en de NAM nog
tegenover elkaar in de rechtszaal. Laat ik heel duidelijk zijn. Precies
hierom hebben we er destijds bij het Rijk voor gekozen om de
schadeafhandeling te beleggen bij een onafhankelijk instituut. Het IMG
voert die schadeafhandeling uit binnen de kaders die de wet
voorschrijft. Dit betekent een ruimhartigere schadeafhandeling dan
daarvoor. Dit gebeurt op basis van onafhankelijk wetenschappelijk en
deskundig advies. De werkwijze van het IMG is ook in verschillende
uitspraken van de Raad van State bevestigd. We kiezen daarbij bewust
voor een ruimhartige schadebehandeling. Ik loop daar niet voor weg. Dit
is een bewuste keuze om een einde te maken aan de eindeloze procedures
van bewoners tegen advocaten van de NAM. Ik sta nog steeds achter die
keuze.
Er zijn door verschillende fracties vragen gesteld over de inzet van
deskundigenbureaus bij de schadeafhandeling en bij de vergoedingen die
deze bureaus daarvoor krijgen. De inzet van deskundigen bij
schadeopnames is noodzakelijk omdat bewoners recht hebben op een
onafhankelijke en zorgvuldige schadeafhandeling. Er zijn helaas weinig
bureaus en deskundigen die geschikt zijn om dit specialistische werk te
doen. Het IMG heeft een Europese aanbesteding gedaan en heeft behalve
naar prijs ook gekeken naar deskundigheid, kwaliteit van werkzaamheden
en flexibiliteit. Op deze manier zijn concurrentie, een marktconforme
prijs, en deskundigheid en kwaliteit geborgd. De schadeopnames bij
bewoners moeten goed en volledig gebeuren. Het IMG controleert op
kwaliteit, prestatie en de consistentie van het werk van de bureaus. Ik
heb geen reden om te twijfelen aan de kwaliteit en de uitvoering van dat
werk.
Mevrouw Beckerman heeft vragen gesteld over de aanpassingen in dit
wetsvoorstel aangaande de beslistermijnen voor het IMG. Het klopt dat in
dit wetsvoorstel wordt geregeld dat de beslistermijnen van het IMG
kunnen worden opgeschorst. Deze opschorting heeft juist als doel om de
gedupeerden de tijd te geven om een geïnformeerde keuze te maken tussen
de verschillende vormen van schadeafhandeling. Op advies van de regio
zijn in het wetsvoorstel objectieve criteria opgenomen aangaande tot
wanneer de opschorting loopt, bijvoorbeeld tot het moment waarop de
bewoner een keuze heeft gemaakt of tot het moment dat een adviesrapport
is ontvangen in de maatwerkprocedure.
De heer Kops vroeg, volgens mij in lijn met een eerdere motie, naar de
stille gedupeerden. Er ligt een aangenomen motie van de heer Kops waarin
wordt verzocht om de stille gedupeerden in 2026 te benaderen. Als uw
Kamer instemt met dit wetsvoorstel, zal het IMG een pilot starten. Deze
pilot wordt momenteel voorbereid door het IMG. Om deze pilot mogelijk te
maken voordat de wet van kracht is, treedt deze bepaling met
terugwerkende kracht in werking. Nadat ook de Eerste Kamer heeft
ingestemd met het wetsvoorstel en het dan daadwerkelijk van kracht is,
zal de aanpak structureel worden uitgerold. Mijn ambtsvoorganger heeft
bij de motie waarnaar de heer Kops verwees, volgens mij zijn eigen
motie, de lezing gegeven dat in 2026 zal worden gestart met deze aanpak,
maar dat het niet mogelijk is om álle stille gedupeerden in 2026 te
hebben benaderd. Ik zal uw Kamer in de periodieke voortgangsbrief
informeren over de voortgang.
Dan kom ik bij het blokje versterken en onaanvaardbare verschillen. Dit
punt is grotendeels niet onderdeel van het wetsvoorstel, maar er zijn
wel veel vragen over gesteld. De eerste vraag was van mevrouw Beckerman.
Zij citeerde een moeder die zei: ik zorg voor het gezin, maar ik kan de
veiligheid van het huis niet garanderen. Ik begrijp de zorgen van de
moeder die mevrouw Beckerman aanhaalt heel goed. Veiligheid staat ook
voor mij voorop; versterking heeft de hoogste prioriteit. De versterking
is een complexe en tijdrovende operatie waarin veel samenkomt. Ik denk
dat we allemaal willen dat de versterking sneller gaat; ik wil dat ook.
Ik zie echter ook dat versnelling ten koste kan gaan van zorgvuldigheid
en daardoor kan leiden tot minder kwaliteit. Een bewoner is daarbij niet
gebaat. Ik zet daarom de lijn van mijn voorganger voort en voer een
aantal gerichte verbeteringen uit in de versterking. De NCG verbetert
zijn processen om betere kwaliteit te leveren en verbetert de
communicatie met de bewoners. Ik prioriteer complexe en langlopende
versterkingen.
D66 vroeg: hoe voorkomt de minister dat er alsnog nieuwe drempels of
vertragingen ontstaan in de uitvoering? Om snelheid te maken zijn rust
en stabiliteit essentieel. Uit het verleden heb ik geleerd dat grote
beleidswijzigingen kunnen leiden tot vertraging. Daarom wil ik vooral
gerichte verbeteringen doorvoeren. Ik prioriteer de complexe langlopende
zaken. NCG en IMG verbeteren hun processen om betere kwaliteit te kunnen
leveren. Communicatie met bewoners wordt verbeterd en moet ook worden
verbeterd. Ik zet in op een betere samenwerking met de regio in de
Agenda voor Herstel van Groningen.
De heer Vermeer vroeg hoe het kabinet borgt dat deze wetswijziging niet
zal leiden tot extra vertragingen, met name in de versterkingsoperatie.
De NCG heeft een uitvoeringstoets gedaan op de toepasbaarheid van het
wetsvoorstel en hier kwam niet uit naar voren dat dit zou leiden tot een
algemene vertraging in de versterkingsoperatie. Dit wetsvoorstel biedt
echter wel een grondslag voor het dempen van onaanvaardbare verschillen
en ondersteuning van huurders. Het wegnemen van verschillen kan tot
vertraging leiden, maar dat is niet per definitie zo. In ben bereid om
dit te accepteren, omdat bewoners dit belangrijk vinden. Ik zoek daarin
dus een balans tussen snelheid en kwaliteit. Verder geeft de wet
duidelijkheid aan bewoners en uitvoeringsorganisaties, wat het proces
ten goede komt.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel voor het antwoord, minister. Mag ik erop vertrouwen dat als
er toch indicaties zijn dat het tot vertraging leidt, de minister dat
zal melden en voorstellen doet voor hoe dit te tackelen?
Minister Heerma:
Sowieso geldt dat hierover periodiek geïnformeerd wordt en als
daarbinnen duidelijk wordt dat er gevolgen zijn, zullen we dat
vanzelfsprekend melden.
Mevrouw De Vos begon over de spouwdonut en vroeg of het kabinet die niet
zou willen toepassen. De spouwdonut is al langer bekend, maar is als
werkwijze achterhaald. De NCG heeft gekeken of het mogelijk is om dit
grootschalig toe te passen in de versterking, maar in de meeste gevallen
is dit inefficiënt. Andere methodes geven hetzelfde resultaat en kosten
minder. Wel wordt het als maatwerk soms toegepast, bijvoorbeeld in het
geval van monumenten.
De SGP vroeg hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat complexe gevallen
ook perspectief krijgen.
De voorzitter:
Ik zie mevrouw De Vos. Ik denk dat het over het vorige punt gaat.
Minister Heerma:
Dat denk ik ook.
De voorzitter:
De microfoon begeeft het ook.
Mevrouw De Vos (FVD):
De microfoon valt uit, dus ik probeer het bij een andere. Sorry, even
één verduidelijkende vraag. Ik hoor u zeggen dat andere methodes wel
worden toegepast. Welke methodes zijn dat dan, die geschikter zijn dan
de spouwdonut? Want daar sta ik in principe ook voor open, maar dan ben
ik wel benieuwd of die wel grootschalig worden toegepast en ook worden
gestimuleerd.
Minister Heerma:
Hier moet ik in tweede termijn op terugkomen.
Mevrouw De Vos (FVD):
Graag. Dank u wel.
Minister Heerma:
Ik was bij de vraag van de SGP over hoe het kabinet ervoor gaat zorgen
dat complexe gevallen ook perspectief krijgen zonder van het kastje naar
de muur gestuurd te worden. Ik vind het belangrijk dat er voor bewoners
met langlopende problemen snel een oplossing komt. Het werk dat mijn
voorganger hierop heeft verricht, zet ik voort. De NCG heeft de
afgelopen periode de meest complexe en langlopende casussen in beeld
gebracht. De eerste analyse hiervan is aan het einde van het eerste
kwartaal, dus zo ongeveer nu, afgerond en aan het eind van het tweede
kwartaal verwacht de NCG de analyse van de bekende bestaande adressen
afgerond te hebben. Op dit moment is de NCG het gesprek aangegaan met
alle bewoners wiens casus in deze analyse zit.
In het tweede kwartaal start tevens een casuïstiekrisico-inventarisatie.
Hierin wordt gekeken naar welke mijlpalen een risico vormen voor het
tijdig afronden van de versterking op een adres. Zo kan mogelijke
casuïstiek vroegtijdig worden opgespoord. Voor de langere termijn
optimaliseert de NCG bestaande processen, werkwijzen en beleid. Zo wordt
bij de NCG gewerkt aan het opzetten van een werkproces voor
casuïstiekadressen, inclusief maximale doorlooptijden. Ook het IMG heeft
langlopende casuïstiek in beeld en is de organisatie aan het inrichten
om dergelijke casuïstiek sneller opgelost te krijgen en vroegtijdig te
identificeren. In 2026 zouden voor een groot deel van de langlopende en
complexe casussen echte oplossingen gerealiseerd moeten zijn of ten
minste in beeld moeten zijn.
De heer Bushoff vroeg in het kader van batch 1588 of bewoners geld
terugkrijgen als zij dat hebben ingelegd voor de sloop van hun woning.
Bewoners betalen geen kosten uit eigen zak voor de sloop van hun woning
in het geval van versterking. Daarom is voor bewoners in batch 1588 een
vergoeding specifiek bestemd voor sloopkosten opgenomen in hun
bouwbudget. Soms hebben bewoners uit dit budget al betaald voor de
sloop, maar zien zij dat de woning nog niet is gesloopt. Ik kan mij
voorstellen dat dit vragen oproept. Deze situatie komt voor omdat de
gemeente pas een blok met woningen verantwoord kan slopen als de laatste
bewoners zijn verhuisd. Omdat er geen sprake is van inleg van eigen geld
voor sloop en de sloop nog zal plaatsvinden, is het terugkrijgen van
deze kosten dan ook niet aan de orde.
De voorzitter:
Ik stel voor dat we deze interruptie nog doen en dat we daarna de
interrupties aan het eind van het blokje doen, ook gezien de snelheid
die de minister maakt met zijn beantwoording. Daar is helemaal niks mis
mee.
Minister Heerma:
Ik dacht even dat het een kleine evaluatie was.
De voorzitter:
Nee, nee.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is duidelijk, voorzitter. Toch nog even: bewoners in batch 1588
hebben een budget gekregen voor de nieuwe woning. Van dat budget is
€10.000 ingehouden voor de sloop van hun oude woning. Dat is toch wel
wat raar, want mensen hebben er niet zelf voor gekozen om uit die oude
woning te gaan, maar er wordt wel geld ingehouden op het budget van de
nieuwe woning ten faveure van het slopen van hun oude woning. Erkent de
minister dat dit het geval is?
Minister Heerma:
Ik moet hier in de tweede termijn op terugkomen. Ik heb heel braaf
voorgelezen wat hier staat, maar ik kan de vervolgvraag eerlijk gezegd
niet beantwoorden.
De voorzitter:
Dan doen we dat in de tweede termijn.
Minister Heerma:
Ja! Ik ben nog niet de grootste specialist in batch 1588, maar ik doe
mijn best, helemaal omdat er nog een amendement speelt.
De heer Bushoff vroeg ook: klopt het dat iedereen uit batch 1588 straks
aanspraak kan maken op dezelfde maatregel als ieder ander en hoe zit dit
met terugwerkende kracht? Ja, de bewoners uit batch 1588 maken straks
aanspraak op dezelfde vergoedingen als bewoners in de reguliere
versterking, ook met terugwerkende kracht. In gesprekken met gemeenten
en de NCG is geïnventariseerd voor welke regelingen en vergoedingen nog
niets was geregeld voor bewoners uit batch 1588 en de Zandplatenbuurt
Zuid. Met hen is vastgesteld dat het gaat om de volgende regelingen:
overlastvergoeding en vergoeding voor eigen tijd en langer wachten — dat
zijn respectievelijk 12b en 16 — vergoedingen fiscale gevolgschade en
bijstand van advocaten via de Raad voor Rechtsbijstand en/of
onafhankelijke deskundigen. Bewoners zijn er reeds over geïnformeerd dat
zij nu ook recht hebben op deze vergoedingen. Deze ontvangen zij via hun
gemeente, de woningbouwcorporatie of de NCG.
Dan het amendement op stuk nr. 34 van mevrouw Beckerman en de heer
Bushoff, dat gaat over de wettelijke verankering van gelijke
behandeling. In het debat tussen de heer Bushoff en de heer Köse, geloof
ik, ging het net al over het volledig uitvoeren van de adviezen van de
commissie-Van Geel. Ik moet dit amendement ontraden, hoewel ik begrip
heb voor de intentie. Deze wet is juist gericht op het geven van een
wettelijk kader voor het afhandelen van schade, de versterking en de
verduurzaming. In die artikelen wordt uitvoering ingegaan op wat een
bewoner of ondernemer voor die zaken van de wetgever kan en mag
verwachten. Hierin zijn ook de adviezen van de commissie-Van Geel
verwerkt. Bij schade is dat in principe een geldende schadevergoeding en
voor verduurzaming is dat vaak een subsidie als de bewoner ervoor kiest
die aan te vragen. Dit amendement gaat echter veel verder en zorgt voor
een onbeperkt recht voor bewoners op een schadevrije, veilige en
verduurzaamde woning. Dit eindresultaat is voor schade en verduurzaming
afhankelijk van de bewoners zelf en kan ik niet garanderen. Voor
veiligheid is mijn verantwoordelijkheid beperkt tot de seismische
veiligheid van woningen. Daarmee is de bepaling in de praktijk veel
verstrekkender dan de huidige aanpak en daarmee niet uitvoerbaar, en er
is ook geen financiële dekking voor.
Tegelijkertijd doen we wel al heel veel in de aanpak van verschillen.
Het IMG zet in op zo veel mogelijk daadwerkelijk herstel van fysieke
schade. Dit draagt bij aan een gelijkwaardigere uitkomst. Bewoners die
in het verleden een lagere schadevergoeding hebben ontvangen dan €10.000
kunnen die door het IMG laten aanvullen tot maximaal die €10.000 per
adres, de aanvullende vaste vergoeding. Het IMG heeft de verschillen in
de vergoeding tussen immateriële schade binnen gezinnen en tussen
huurders en eigenaren rechtgetrokken. De NCG neemt de verduurzaming mee
in alle versterkingen die nog uitgevoerd moeten worden. De NCG past waar
nodig maatwerk toe om overblijvende onaanvaardbare verschillen in
versterking te dempen. In tegenstelling tot wat de indiener aangeeft, is
het ingediende artikel niet nodig voor de uitvoering van al deze zaken.
Daarvoor bieden de aangepaste artikelen voldoende basis. Er is met mijn
voorgangers veelvuldig gesproken over de commissie-Van Geel. Volgens mij
zijn 16 van de 22 adviezen van die commissie overgenomen. Er is al
herhaaldelijk aangegeven waarom niet het gehele rapport overgenomen kan
en zal worden. Ik volg daarin de lijn van mijn voorganger en moet dit
amendement dus ontraden.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 34 is daarmee ontraden.
Minister Heerma:
Dat brengt mij bij het amendement op stuk nr. 35. Dat is volgens mij van
de heer Bushoff en mevrouw Beckerman. Het gaat over het opnemen van
gelijke aanpak in De Staat van Groningen. Dit amendement voorziet in het
toevoegen van een verplichting voor de ministers om te laten rapporteren
over de effecten van beleid op het tegengaan en voorkomen van
onaanvaardbare verschillen in de jaarlijkse Staat van Groningen en
Noord-Drenthe. Dit amendement kan ik oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 35: oordeel Kamer.
Minister Heerma:
De Staat van Groningen en Noord-Drenthe is bedoeld om jaarlijks de
voortgang en de resultaten van de taken van de minister te monitoren.
Daaronder valt ook het tegengaan van onaanvaardbare verschillen. Dit
amendement is in lijn met de prioriteit die dit kabinet geeft aan de
aanpak van verschillen. Het is goed als in De Staat ook aandacht wordt
gegeven voor die aanpak en wordt geanalyseerd wat de effecten zijn voor
de schadeafhandeling en de versterking van gelijkwaardige
behandeling.
Dan kom ik op het amendement op stuk nr. 19. Dat amendement gaat over
batch 1588. Dit is een amendement van de heer Bushoff dat ik in zijn
huidige vorm moet ontraden. Tegelijkertijd wil ik ook hier kijken of we
er ergens met elkaar uit kunnen komen. Ik zou het amendement oordeel
Kamer kunnen geven als het op twee punten wordt aangepast. Het
amendement heeft het over de afhandeling van schade en over
verduurzaming. De bewoners van batch 1588 hebben hierin geen andere
positie dan bewoners van andere delen van het aardbevingsgebied. Alleen
voor versterking geldt dat dit anders is. Het eerste punt is dus dat het
amendement hierop specifieker wordt gemaakt. Het tweede punt is het
volgende. Het amendement zegt dat de bewoners van batch 1588 "ten
minste" hetzelfde moeten krijgen. Dat suggereert dat het ook meer zou
kunnen zijn. Daarmee zou je de andere kant op verschillen krijgen. Dus
op het moment dat de heer Bushoff en mevrouw Beckerman het specifiek
maken op het eerste punt en "ten minste" eruit halen en vervangen door
"hetzelfde krijgen", dan kan ik het amendement oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Daarmee is amendement 19 ontraden, tenzij de suggesties …
Minister Heerma:
Mocht dat aangepast worden, dan zal ik daar schriftelijk op reageren,
net zoals bij dat andere amendement.
Dan kom ik bij het amendement over de fouten in beoordelingsrapporten.
Dat is het amendement dat gaat over het aankomende ACVG-advies. Hoewel
ik het eens ben met de strekking, moet ik dit amendement toch ontraden.
Ik vind dat er snel gehandeld moet worden als blijkt dat er fouten in
een beoordeling zitten. Dat staat als een paal boven water. Daarvoor is
echter geen wetsbepaling nodig. Ieder besluit kan sowieso in samenspraak
met de bewoner worden herzien. Daarvoor zou ook geen toekomstige
wetswijziging nodig zijn, zoals mevrouw Beckerman in haar toelichting op
het amendement suggereert. Het toevoegen van een aanvullende grondslag
leidt daarmee tot juridificering en neemt ruimte en flexibiliteit weg om
in samenspraak met de bewoner tot een oplossing te komen. Ik begrijp uit
het amendement dat uw Kamer hierover te zijner tijd goed geïnformeerd
wil worden. Dat kan ik sowieso toezeggen.
De voorzitter:
Dan gaat het heel specifiek over het amendement op stuk nr. 25.
Minister Heerma:
Ja, het amendement op stuk nr. 25. Correct, voorzitter.
De voorzitter:
Dat is dan ontraden? Ja. Mevrouw Beckerman heeft daar een vraag
over.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is eigenlijk een amendement dat niet heel ver gaat. Daar hoeft u
niet bang voor te zijn bij dit amendement. Wat het doet, is een heel
klein haakje toevoegen in de wet. Mocht er nou een ACVG-rapport komen,
waar we al een tijdje op wachten, en mocht daaruit blijken dat dit een
probleem is, dan doet dit amendement maar één dingetje: een haakje maken
in de wet zodat de minister kan ingrijpen. Waarom doe ik dat? Daar ga ik
toch iets over zeggen. Bij 1588 en Zandplatenbuurt zei de vorige
staatssecretaris namelijk: ik wil wel aan de slag met al die voorstellen
waar Bushoff en Beckerman al zo lang om vragen, maar dan moet ik wel de
wet wijzigen. We hebben nu nog steeds een novelle liggen die daarover
gaat. In het debat daarover zei hij: nou ja, dit is nou eenmaal hoe het
gaat en soms moet je de wet wijzigen; dat is heel intensief en duurt
weer hartstikke lang. U hoeft bij mijn amendement de wet niet te
wijzigen als u een goede aanpak heeft, maar als er een wetswijziging
nodig is dan wil ik daar niet jaren op wachten. Dat is het enige wat dit
amendement doet.
Minister Heerma:
We gaan dan toch ... Er ligt een amendement over de mogelijkheid van een
ACVG-advies en het risico op basis van een eerdere casus dat er dan een
jarenlang proces overheen zou gaan. Ik zou zeggen: dit is sowieso
prematuur. Er ligt geen ACVG-advies. Ik heb aangegeven dat, mocht de
noodzaak er zijn om iets aan te passen, daar geen wetswijziging en geen
aanwijzing van de minister voor nodig is. Ik zou zeggen: zodra het
ACVG-advies er is, moeten we daar snel met elkaar over praten, maar we
moeten niet een amendement gaan indienen over iets wat er nog helemaal
niet is. Dus ik moet het amendement ontraden.
De voorzitter:
Een korte reactie nog.
Mevrouw Beckerman (SP):
Maar bij die Zandplatenbuurt zeiden wij ook: ga nou aan de slag, de hele
Kamer wil het. In ieder geval een groot deel wilde het; er was een
meerderheid voor. We zeiden: ga aan de slag, ga aan de slag, ga aan de
slag. Toen kregen we elke keer tegengeworpen: nee, dan moet er een
wetswijziging komen. Ik ben heel erg klaar met die discussie. Ik weet
niet wat er uit dat rapport gaat komen. Ik maak me zorgen over wat er
uit dat rapport gaat komen. Maar laten we het ook niet individualiseren
en laten we zorgen dat er een goede collectieve aanpak komt als daar
echt iets mis blijkt te zijn. We weten eigenlijk al dat er iets mis is,
want we weten dat er fouten zijn. Het gaat alleen over hoeveel en welke
aanpak er nodig is.
De voorzitter:
Een korte reactie nog van de minister. Dan gaan we door.
Minister Heerma:
Wat ik kan toezeggen, is dat zodra het ACVG-advies er is, we het serieus
gaan nemen en serieus met de Kamer gaan bespreken. Als er dan een
noodzaak tot handelen is, dan zal er gehandeld worden. Daar is een
wetswijziging niet voor nodig.
De voorzitter:
Ik kijk even. De heer Bushoff nog over dit punt?
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, kort nog over dit punt. Ik vraag me even af wat nou het bezwaar is,
even los van de fictieve situatie. Daar blijf ik even bij weg. Je
creëert in de wet een haakje voor een ministeriële regeling, die met een
voorhang nog aan de Kamer kan worden voorgelegd. Op zichzelf is dat geen
heel raar construct, want daar maakt het kabinet zelf ook heel vaak
gebruik van. Dus wat is er nou op tegen, op precies alleen dat
voorstel?
De voorzitter:
Dit is wel de laatste keer, want dit is de derde keer dat ongeveer
dezelfde vraag wordt gesteld. Ik kijk even naar de minister voor de
beantwoording en dan gaan we door.
Minister Heerma:
Als er een aanleiding is om een rapport te herzien, dan is dat ook
gewoon mogelijk op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Ik snap dat
de heer Bushoff heel handig zegt "even los van het feit dat het een
fictieve casus is", maar het is een fictieve casus. Als er een
ACVG-rapport is dat leidt tot serieuze bevindingen, dan gaan we ermee
aan de slag. Een wetswijziging is niet nodig. Als er iets nodig is, dan
kan dat via de Algemene wet bestuursrecht. Een amendement, dat
vooruitloopt op een mogelijk ACVG-advies om de wet te wijzigen, moet ik
ontraden.
De voorzitter:
Meneer Bushoff, u krijgt van mij altijd de mogelijkheid, maar ik wil
voorkomen dat we het in rondjes doen.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Nee, dan ga ik het anders proberen. Stel dat je zegt: we maken alleen
een amendement en alle toelichting halen we eruit. Het enige wat het
amendement dan zegt, is: we willen in de wet een haakje creëren, zodat
de minister in een ministeriële regeling, met een voorhang, aanpassingen
kan doen. Wat zou er dan op tegen zijn om precies dát te creëren in de
wet?
Minister Heerma:
Omdat die wetsbepaling niet nodig is. Het leidt tot verdere
juridificering. Het haalt juist de ruimte en de flexibiliteit weg om in
samenspraak met de bewoner tot een oplossing te komen. Het is niet
nodig.
Ik kom bij het laatste blokje. Dat noemde ik volgens mij
regeringscommissaris en overig.
De voorzitter:
Dat is heel fijn.
Minister Heerma:
De PVV stelde de vraag waarom er in dit kabinet geen bewindspersoon meer
is die er specifiek voor Groningen is. Verdwijnt Groningen dan niet naar
de achtergrond binnen het kabinet? Er is in het coalitieakkoord gekozen
voor een minister en een regeringscommissaris. Ik heb in het begin ook
al gezegd: het feit dat er een regeringscommissaris komt, maakt niet dat
ik mij minder verantwoordelijk voel voor Groningen en maakt ook niet dat
ik minder verantwoordelijk bén voor Groningen. De politieke
verantwoordelijkheid lag bij een staatssecretaris; die ligt nu bij een
minister. Wat in deze fase vooral nodig is, is rust, stabiliteit en
continuïteit in een complexe en langdurige opgave en dus niet steeds een
nieuwe minister en een nieuwe staatssecretaris; er zijn nogal wat
wisselingen geweest de afgelopen jaren. Daarom kiest het kabinet ervoor,
in lijn met het coalitieakkoord, om een regeringscommissaris aan te
stellen. De regeringscommissaris kan op enige afstand van de dagelijkse
politiek de voortgang van de herstelaanpak stimuleren en de sociale en
economische ontwikkelingen in de regio aanraken.
De ChristenUnie vroeg hoe de rol van de regeringscommissaris zich
verhoudt tot dit wetsvoorstel. Ik draag als minister de
verantwoordelijkheid voor de uitvoering van alle taken en bevoegdheden
in dit wetsvoorstel. U kunt mij hier politiek op aanspreken. De inzet
van de regeringscommissaris is hieraan ondersteunend. De
regeringscommissaris zorgt ervoor dat in Den Haag en in Groningen de
neuzen zo veel mogelijk dezelfde kant op blijven staan. De
regeringscommissaris kan mij gevraagd en ongevraagd adviseren en
partijen aanspreken of aanjagen. Als de regeringscommissaris is benoemd,
wordt de precieze opdracht vormgegeven in samenspraak met de
regeringscommissaris en de regio. Ik zal de Kamer hierover informeren
zodra daar meer duidelijkheid over is.
De vraag van de PVV, ook in aanvulling hierop, was: wat gaat de
regeringscommissaris doen naast wat de uitvoeringsorganisaties en de
minister al doen? De regeringscommissaris krijgt de taak en de tijd om
de voortgang en de samenhang van de hersteloperatie en de toekomstagenda
te bevorderen. De uitvoeringsorganisaties IMG en NCG blijven
verantwoordelijk voor de uitvoering van schadeherstel en versterking. De
minister blijft daarvoor politiek verantwoordelijk. De
regeringscommissaris kan op enige afstand van de politiek de voortgang
van de herstelaanpak stimuleren en partijen bij elkaar brengen of
partijen aanspreken als voortgang achterblijft. De regeringscommissaris
kan mij adviseren om knelpunten weg te nemen die de voortgang van
schadeafhandeling en versterking belemmeren. De regeringscommissaris
blijft dat voor een langere periode doen, onafhankelijk van een
eventuele kabinetswissel. Zo bevordert de regeringscommissaris voortgang
en stabiliteit. Daar heeft Groningen behoefte aan.
Hoe wordt geborgd dat de regeringscommissaris ook daadwerkelijk kan
ingrijpen wanneer het in de uitvoering misgaat, bijvoorbeeld in de meest
complexe casussen? Dat was een vraag vanuit D66. Zoals in de
profielschets is opgenomen, is het niet de bedoeling dat de
regeringscommissaris een ombudsfunctie krijgt in individuele casuïstiek,
want deze verantwoordelijkheid ligt primair bij NCG en IMG. Ik begrijp
echter wel de behoefte om de vinger aan de pols te houden.
Tegelijkertijd zie ik dat er op het gebied van casuïstiek door mijn
voorganger en de uitvoeringsorganisaties verbeteringen zijn aangebracht.
IMG en NCG hebben langlopende casuïstiek in beeld en zijn de
organisaties aan het inrichten om dergelijke casuïstiek sneller opgelost
te krijgen en vroegtijdig te identificeren. In 2026 zal bij een groot
deel van de langlopende complexe casussen echt de oplossing gerealiseerd
of in beeld moeten zijn, zoals ik zojuist ook al had aangegeven.
Wie krijgt de verantwoordelijkheid bij de maatwerkaanpak in relatie tot
gedupeerden die al …
De heer Köse (D66):
Ik heb nog een vraag bij de vraag over de regeringscommissaris die net
is beantwoord. Ziet de minister ruimte voor de regeringscommissaris om
iets te doen om voortgang te krijgen in de complexe casussen? Of is dat
echt iets voor de NCG en het IMG?
Minister Heerma:
Ik ga een beetje terughoudend zijn in mijn antwoord. Tegelijkertijd snap
ik waar de vraag vandaan komt. De regeringscommissaris moet nog geworven
worden. Dat probeer ik zo snel mogelijk te doen. Ik gaf net ook aan dat
de opdrachtverlening daarna in samenspraak vastgesteld wordt. Ik wil dat
nu dus niet te veel gaan invullen. Wat ik gezegd heb, is dat ik niet wil
dat de regeringscommissaris een ombudsman wordt en zich dus te veel met
individuele casuïstiek bezighoudt. Tegelijkertijd zit in het ongevraagde
en gevraagde advies en in het knelpunten kunnen aanwijzen wel degelijk
... Door zo'n regeringscommissaris zijn rode lijnen te vinden, omdat hij
daar permanent mee bezig is. Als hij ziet dat er problemen zijn, kan hij
dat gevraagd, maar vooral ook ongevraagd agenderen. Er ligt dus, niet op
individuele casuïstiek, maar wel op het bevorderen van de voortgang, wel
degelijk een taak. Over de precieze manier waarop we dat in de
opdrachtgeving gaan vormgeven, wil ik eerst met de aankomend
regeringscommissaris zelf spreken. Ik geef dus enigszins richting, maar
wil het tegelijkertijd niet helemaal vastkitten. Vanzelfsprekend ligt er
wel een verantwoordelijkheid.
De vraag van de VVD en D66 was wie de verantwoordelijkheid krijgt bij
maatwerkaanpak in relatie tot de gedupeerden die al heel lang in
onzekerheid zitten. De verantwoordelijkheid voor de afhandeling van
complexe casuïstiek ligt primair bij de NCG en het IMG. Dat wil ik zo
houden. Ik zie natuurlijk dat er op het gebied van langlopende en
complexe casuïstiek verbetering is aangebracht door mijn voorganger in
de uitvoeringsorganisaties. Zoals ik zojuist ook al aangaf, wordt het
sneller geïdentificeerd en opgelost. In 2026 zou voor het grootste deel
van de langstlopende complexe casussen een oplossing gerealiseerd of in
beeld moeten zijn.
De BBB vroeg hoe wordt voorkomen dat uitvoeringsorganisaties extra taken
krijgen zonder de ruimte om die uit te voeren. Uitvoeringsorganisaties
worden tijdig betrokken bij beleidsontwikkeling. Daarnaast wordt een
nieuw wetsvoorstel vooraf getoetst op uitvoerbaarheid en de benodigde
capaciteit door middel van een uitvoeringstoets. Op basis van zo'n
uitvoeringstoets kunnen aanvullende maatregelen worden genomen of kan
besloten worden om bepaalde beleidsvoornemens niet uit te voeren.
De heer Bushoff vroeg ook nog naar de eenoverheidsaanpak. Of dat de
route is "die de minister van Binnenlandse Zaken wil bewandelen", was
volgens mij zijn bewoording. Met de provincie Groningen, de
versterkingsgemeenten, de NCG, het IMG en het Rijk werken we beter als
één overheid samen. Daarin worden gedupeerden centraal gezet. Hiertoe
hebben we in juni 2025 gezamenlijk de agenda voor herstel ondertekend.
In deze agenda zetten we niet in op een grote stelselwijziging, maar
maken we nu al slimmer gebruik van de mogelijkheden die er al zijn. We
weten elkaar beter te vinden. Knelpunten worden gezamenlijk besproken.
Dit is terug te zien in bijvoorbeeld de verkenning rond complexe
casuïstiek mkb/agro en het daaruit voortgekomen regio-overleg agro. Ik
zal uw Kamer periodiek informeren over de voortgang van de agenda voor
herstel.
Ik hoop dat ik het correct zeg als ik zeg dat ik één amendement nog niet
geapprecieerd heb. Dit is het moment waarop, als ik er een gemist heb,
mensen zeggen: je hebt je best gedaan, maar het is toch niet gelukt.
Vooralsnog gebeurt dat niet, zie ik. Het betreft het amendement op stuk
nr. 29 ten aanzien van huurders. Oorspronkelijk was dat het
amendement-Beckerman, maar volgens mij is het inmiddels het
amendement-Beckerman/Bushoff. Dit amendement beoogt op wetsniveau vast
te leggen dat huurders, naast eigenaren, in alle gevallen recht op
rechtsbijstand en bijstand door overige deskundigen hebben. Ik moet dit
amendement ontraden. Op basis van dit amendement krijgt de huurder ook
een vergoeding van bijstand bij een besluit voor een eigenaar. Dit
amendement leidt daarmee tot een stapeling van procedures, tot verdere
juridificering en tot een verlenging van doorlooptijden bij NCG en IMG.
Bouwkundigen, bodemkundigen, hydrologen en ecologen spelen geen rol in
besluiten die tot de huurders zijn gericht, aangezien die geen
betrekking hebben op de fysieke staat van het gebouw. Verder zou het
amendement de verhaalbaarheid van deze regeling op de NAM onder druk
zetten, omdat het twee personen, de eigenaar en de huurder, allebei een
vergoeding geeft bij dezelfde besluiten van het IMG en de NCG. Wel ben
ik van plan om in de AMvB te regelen dat ook huurders die een
schadevergoeding van het IMG hebben ontvangen, recht hebben op een
vergoeding voor financiële bijstand, omdat een schadevergoeding mogelijk
invloed heeft op hun inkomen. Voor huurders met schade door versterken
is deze vorm van bijstand al geregeld.
De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 29 krijgt het oordeel ontraden. Mevrouw
Beckerman heeft daar een vraag over.
Mevrouw Beckerman (SP):
Op dat laatste punt heb ik een vraag. Maar ik ben hier eigenlijk ook een
klein beetje boos over. Het is helemaal niet zo heel grappig. Op dat
laatste punt zit namelijk iets héél venijnigs. Ik weet dat de minister
het niet bedoelt, maar het is echt heel venijnig. Al een paar jaar lang,
zo lang ik dit dossier doe, vraag ik hier aandacht voor. Er zijn mensen
die een schadevergoeding krijgen en daarna gekort worden op belastingen
en toeslagen of extra belasting moeten betalen. Elke keer moest ik hier
met casuïstiek langskomen van mensen die … De andere minister herkent
het uit haar tijd in de Kamer. Er waren echt nare zaken bij. Mensen
kregen, boem, een rekening, een blauwe envelop op de mat, door het
schadeherstel. Als je nu in plaats van dat te regelen zegt "o, maar daar
geef ik juridische steun voor", dan is het pas juridiseren. Ik wil dat
dat stuk nou echt eens een keer opgelost wordt en dat het niet meer
voorkomt dat mensen van de overheid, want dat is de Belastingdienst, een
brief krijgen omdat ze eindelijk steun krijgen. Ik zou de minister
willen vragen om dat stuk echt nog eens een keer te bezien. Het is echt
heel naar dat dat nog steeds gebeurt.
Minister Heerma:
Het was geenszins mijn bedoeling om mevrouw Beckerman boos te maken. Ik
kom hier in tweede termijn even op terug. Ik ben dus van plan om iets in
een AMvB te regelen, maar daarvan zegt u: ik ben daar boos over, omdat
het op een andere manier geregeld moet worden. Ik kan daar nu niet uit
mijn blote hoofd iets over zeggen. Ik heb het amendement ontraden om de
redenen die ik noemde. Ik kom in de tweede termijn terug op het laatste
punt, waar u boos over bent.
De voorzitter:
In de tweede termijn komt u daarop terug.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga nog een vraag stellen over het amendement. U mag het best per AMvB
regelen, zeg ik via de voorzitter. Het punt is alleen dat het niet nodig
zou moeten zijn. Daar zit mijn woede eigenlijk. Er zijn nog steeds
gedupeerden die een blauwe envelop op de mat vinden met een aanslag van
de overheid, omdat ze eindelijk die vergoeding hebben gekregen van de
overheid. Je moet je dat voorstellen. Je strijdt jaren voor een
vergoeding. Dan krijg je 'm eindelijk en dan krijg je daarna van een
andere overheidsinstantie die blauwe envelop. Daar zit mijn punt.
De voorzitter:
Uw punt is helder.
Minister Heerma:
Dat is een ander punt dan het amendement, maar u had ook nog een vraag
over het amendement.
Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag zit op dit punt. Het klinkt heel onlogisch. Waarom zou je
huurders dit recht geven? Totdat je gedupeerden spreekt. Ik haalde een
voorbeeld aan. Ik zou de minister willen uitnodigen om daar te gaan
kijken. Het gaat over de winkels aan het Koopmansplein in Ten Boer. Die
zijn cruciaal voor de leefbaarheid. Die zitten helemaal vast in de
versterking. Maar omdat dit soort ondernemers huurders zijn, komen ze
niet verder en hebben ze geen rechten. Dat is de achtergrond van dit
amendement. Het geldt overigens voor meer ondernemers en huurders. Ze
zitten echt vast tussen een onwillige verhuurder aan de ene kant en de
onwillige overheid aan de andere kant. Daar sta je met je
onderneming.
Minister Heerma:
Ik blijf het amendement ontraden om huurders toegang te geven om bezwaar
te maken tegen zaken die richting de verhuurder gericht zijn. De
uitnodiging om daar samen een keer langs te gaan neem ik van harte
aan.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het kan zeker ook aan mij liggen, maar de appreciaties op de
amendementen op de stukken nrs. 37 en 38 krijgen we volgens mij
schriftelijk, maar ik mis nog het amendement op stuk nr. 36. Ik kan het
ook gewoon gemist hebben.
De voorzitter:
Dat klopt. Die gaat de staatssecretaris straks appreciëren.
Minister Heerma:
Ik had heel even een schrikmoment dat het me toch niet gelukt was. Eén
amendement was gericht aan de staatssecretaris.
De voorzitter:
Mevrouw De Vos, heeft u nog een interruptie voor de minister?
Mevrouw De Vos (FVD):
Ja, ik heb even een praktische vraag. De minister gaf net aan in de
tweede termijn op mijn vraag te willen reageren. Ik vind het prima dat
er later op wordt gereageerd, maar ik vroeg me af of dat misschien na
het blokje van de staatssecretaris al kan, omdat ik overweeg om in
tweede termijn hier een voorstel over in te dienen. Het is dan wel heel
handig om die informatie alvast te hebben.
Minister Heerma:
Ik zou zeggen: als u een motie wilt indienen, wilt u een motie indienen.
Ik moet echt nog een aantal dingen uitzoeken voor de tweede termijn.
Mijn inschatting is dat de beide bewindspersonen niet per se heel lang
aan het woord hoeven te zijn, want het aantal vragen dat aan hen gesteld
is, is op één hand te tellen. Ik kan dat niet op dergelijke korte
termijn toezeggen. Excuus.
De voorzitter:
Helder. Dank u wel voor de beantwoording in de eerste termijn. Dan kijk
ik even. Allereerst is de staatssecretaris aan het woord. Gaat uw
gang.
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter, dank. Mooi dat u mijn lengte al kent; het spreekgestoelte
gaat automatisch omlaag. Na de heer Heerma is het beter om 'm iets
omlaag te doen. De verhoudingen waren niet helemaal eerlijk, want ik heb
welgeteld één vraag en één amendement, na alles wat de heer Heerma al
heeft beantwoord.
De vraag was van de heer Heutink. Waarom regelt het kabinet deze
wijziging niet in een kaderwet? Dat gaat dan om de wijziging van het
collegiaal bestuur. De kaderwet is er simpelweg nog niet en die geeft
overigens ook alleen een haakje. De opdracht was ook om het zo snel
mogelijk te regelen, dus vandaar dat we het op dit moment op deze manier
regelen. Dan was er ook nog de vraag, eigenlijk een vervolgvraag daarop,
waarom er überhaupt een nieuwe adviescommissie moet komen. Dat was nou
juist uit de parlementaire enquête naar voren gekomen, en daarmee willen
we rechtdoen aan datgene dat is opgemerkt. Op deze manier hopen we het
verder vorm te geven. Overigens is dit ook iets wat bij meerdere
inspecties zal worden vormgegeven. In die zin doen we hier dus precies
wat is afgesproken. Dat was de vraag.
Dan was er nog een amendement, het amendement op stuk nr. 36 inderdaad,
over de schadeafhandeling en het bewijsvermoeden. Dit is ook geen nieuw
onderwerp; er is eerder een motie over ingediend. Op die motie is ruim
een jaar geleden uitgebreid gereageerd. Het amendement moet ik ontraden,
allereerst omdat er geen gerechtvaardigd belang is voor de uitbreiding
van de bewijsvoering naar álle mijnbouwschade, terwijl je die
uitbreiding toch echt wel nodig hebt. Dat heeft ermee te maken dat ook
de Raad van State heeft geconcludeerd dat die uitbreiding juridisch niet
houdbaar is. De gaswinning in Groningen, Norg en Grijpskerk is echt een
hele bijzondere situatie. Ook het grote aantal schadegevallen is niet
gelijksoortig van aard met al het andere in het land. Daarmee is het
gewoon niet aan de orde in de rest van Nederland. Ten tweede zou de
uitbreiding er ook juist toe kunnen leiden dat de bewoners buiten
Groningen slechter af zijn, omdat rechters het bewijsvermoeden misschien
zelfs buiten toepassing gaan laten omdat het in strijd zou zijn met het
recht op eigendom van de mijnbouwexploitanten. Dat maakt dan de
onzekerheid alleen maar groter en zal ook de proceskosten verhogen. Dan
heb je eigenlijk alleen maar meer teleurstelling. Daarom zetten wij in
op een andere manier van werken, dat wel; de commissie mijnbouwschade is
daarvoor ingesteld en die zal ook juist proberen tegemoet te komen aan
de toepassing van bewijsvermoeden op een andere manier. Daarmee ontraden
wij dit amendement.
De voorzitter:
Dank u wel. Het amendement op stuk nr. 36 is daarmee ontraden. Dan wil
ik nog even het woord geven aan de minister van Klimaat en Groene Groei
voor de beantwoording van de overgebleven vragen.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Een aantal van u heeft gerefereerd aan de
gaswinning in Groningen. Voordat ik bij één specifieke vraag kom, wil ik
even terugkomen op waar mevrouw Bikker eigenlijk over begon. Een aantal
van u heeft daaraan gerefereerd. Dan gaat het om de belangrijke
conclusies van de parlementaire enquête van Groningen. Die gaf aan — de
heer Kops en de heer Vermeer refereerden daar ook aan — dat het zo
belangrijk is dat we die conclusies ook hebben vertaald in wetgeving om
te voorkomen dat het weer wegzakt, wat natuurlijk ook gebeurt. Die
belangrijke conclusies waren de volgende. De ernst van de problemen is
eigenlijk structureel onderschat. De tweede conclusie was dat geld
eigenlijk dominant was; er zit ook zo veel geld in die gaswinning. Ten
slotte was de derde conclusie dat leveringszekerheid werd gebruikt als
een rookgordijn om toch maar op die koers door te gaan. Het
wetsvoorstel, dat met 146 voorstemmen is aangenomen, zorgt ervoor dat
dit niet meer kan gebeuren en dat wettelijk wordt geborgd dat de
gaswinning wordt gesloten. Het kabinet heeft zich daarbij aangesloten.
In het coalitieakkoord staat dit ook nog een keertje onderstreept.
Voorzitter. De wens om goed te denken aan de leveringszekerheid wordt
natuurlijk breed gedeeld in uw Kamer. Ook het kabinet begrijpt dat. Het
is overigens niet zo dat we nog nooit zulke problemen hebben gehad.
Tegen de heer Heutink zeg ik dat vlak voor het moment dat de wet werd
aangenomen, de crisis uitbrak in verband met de oorlog in Oekraïne. Toen
waren er vele malen sterkere effecten op de gasleveranties dan nu. Ook
toen is dit dus meegenomen. De leveringszekerheid is uiteindelijk
meegewogen in het oordeel dat de Kamer heeft gegeven. Desalniettemin
zien we natuurlijk dat de wereld verandert. Dat betekent ook dat de
Europese gasmarkt voor Nederland des te belangrijker is geworden, want
je staat als Europa alleen gezamenlijk sterk in deze geopolitiek
dynamische omgeving. Nederland is onderdeel van die gasmarkt. Daar
spelen wij dus op. En de solidariteit die binnen die gasmarkt is
geregeld, betekent dat je geen gas voor jezelf kunt houden. Het betekent
ook dat er weinig effect is op de prijs. Die twee dingen wilde ik nog
wel even meegeven.
Als we de situatie rond olie vergelijken met die rond gas, zien we wel
dat Europa heeft afgesproken om voor olie strategische voorraden te
hebben. Zo'n afspraak hebben we eigenlijk in Europa nog niet op die
manier over gas gemaakt, terwijl we toch zo met elkaar verknoopt zijn.
Daar zijn natuurlijk kosten mee gemoeid. Sommige landen hebben
opslagcapaciteiten, zoals Nederland. Die heeft niet elk land. Maar
natuurlijk zou ook Europa tot de conclusie kunnen komen dat elk land aan
de kosten van zo'n strategische voorraad meebetaalt, en dat we kijken
waar die kan worden opgeslagen. Dat gesprek ga ik zeker in Europa
aan.
Ik heb de Kamer bijvoorbeeld al aangegeven — dit is het allerlaatste,
voorzitter — dat ik bij het nadenken over een strategische voorraad ook
zal onderzoeken of het kussengas dat nu nog in de gasopslagen zit,
eventueel als strategische voorraad benut kan worden. Maar nogmaals, als
dat uiteindelijk betekent dat er kosten zijn en als het uiteindelijk
iets is wat effect heeft op een Europese markt, zou ik het fair vinden
als de kosten daarvan niet alleen bij de Nederlandse belastingbetaler
terechtkomen. Vandaar dat ik parallel aan dat onderzoek het gesprek over
die strategische onafhankelijkheid van Europa versterk in de context van
de gesprekken met de Commissie.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dan dank ik de bewindslieden voor de beantwoording in de eerste termijn
van de kant van het kabinet. Dan zijn we aangekomen op het tijdstip om
met elkaar te eten. Ik zou willen voorstellen dat wij elkaar hier om
20.15 uur weer terugzien. Ik schors dus tot 20.15 uur voor de
dinerpauze.
De vergadering wordt van 19.34 uur tot 20.16 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen
en de Mijnbouwwet. Ik nodig iedereen uit om zijn plaats in te nemen,
want we zijn toe aan de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik
nodig mevrouw Beckerman van de SP uit voor haar inbreng in de tweede
termijn. Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, dank. Ik begin even met het indienen van een aantal
moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in deze wet veel aandacht wordt besteed aan schade,
versterking, brede welvaart en verduurzaming, en veel minder aan het
realiseren van een "betere overheid", een van de zes centrale pijlers
van de Staat van Groningen;
constaterende dat het kabinet jaarlijks verantwoording aflegt in de
Staat van Groningen en dit document daarom zo goed mogelijk moet zijn om
te kunnen monitoren en bijsturen;
verzoekt de regering:
ook wetenschappelijk advies te betrekken in dit proces, zoals uitgewerkt door het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen;
duidelijkheid te geven over de voorwaarden waaronder het consortium dat de Staat van Groningen moet opstellen en opleveren opereert om te waarborgen dat er gedegen onderzoek wordt gedaan;
te borgen dat er integraal wordt gekeken naar de resultaten en effecten van schadeherstel, versterking, verduurzaming en brede welvaart;
brede betrokkenheid van de regio, bewoners en maatschappelijke organisaties te borgen;
in lijn met het voorstel van de GBB te komen tot het vormen van democratische invloed die inwoners nauwer betrekken bij en meer zeggenschap geven over de herstelopgave,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 39 (36836) (#1).
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vraag even om een pen, want ik heb op elke motie "gehoor de
beraadslaging" geschreven. Excuus. De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er fouten zijn geconstateerd in versterkingsadviezen
opgeleverd door de NCG en er vele miljoenen worden bijgeschreven door
aandeelhouders van bedrijven ingehuurd door het IMG;
constaterende dat dit het vertrouwen van gedupeerde Groningers verder
schaadt;
verzoekt de regering te borgen dat het toezicht op externe inhuur door
IMG en NCG wordt versterkt en daarbij zowel in te zetten op beter
toezicht op de kwaliteit als op de kosten, en de Kamer te informeren
over de vormgeving hiervan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 40 (36836) (#2).
Mevrouw Beckerman (SP):
De derde motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in maatregel één van Nij Begun staat dat eindeloze
discussies over causaliteit van schades gestopt moeten worden en dat
maatregel drie "Stoppen met onderzoek naar causaliteit van schades"
heet;
constaterende dat drie jaar later bewoners nog steeds te maken krijgen
met causaliteitsonderzoeken;
verzoekt de regering te stoppen met causaliteitsonderzoeken in het
kerngebied,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 41 (36836) (#3).
Mevrouw Beckerman (SP):
En de laatste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat gedupeerden soms streng worden gehouden aan termijnen
opgelegd door IMG en NCG;
constaterende dat de wet aan de andere kant de mogelijkheid biedt dat de
overheid zich niet aan de termijnen houdt door de
opschortingsmogelijkheid opgenomen in artikel I onder d;
verzoekt de regering:
te voorzien in een specifieke en redelijke termijn van opschorting zodat de overheid gedupeerden niet eindeloos kan laten wachten;
daadwerkelijk milder, menselijker en makkelijker om te gaan met gedupeerden die termijnen niet halen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.
Zij krijgt nr. 42 (36836) (#4).
Mevrouw Beckerman (SP):
Dan nog een laatste paar opmerkingen. Ik vind het altijd lastig bij zo'n
debat, omdat ik me afvraag wat we nou zijn opgeschoten. Ik heb soms het
gevoel dat we met discussies echt terug in de tijd gaan. Ik vind het
heel pijnlijk dat je hier eindeloos hetzelfde debat moet herhalen,
terwijl mensen thuis zitten te kijken en denken: wat schiet ik hier nou
mee op, hoe helpt deze wet mij nou verder?
De minister komt nog terug op een aantal punten uit de eerste termijn,
maar ik zou hem ook willen vragen om in tweede termijn in te gaan op de
bureaucratie die mensen echt ervaren, die mensen het leven zuur maakt.
Zij zeggen: ik moet continu mijn deur openen voor weer een expert, weer
een expert, weer een expert. Dat gaat door, ook met deze regelingen. Hoe
mooi sommige regelingen ook zijn, het blijft een stapeling. Gedupeerden
hebben dan het gevoel: wat komt er voor mij van terecht? En als je dan
berichten leest dat er tegelijkertijd miljoenen eigen vermogens worden
bijgeschreven, doet dat pijn. Mensen zien dat er wordt geprofiteerd en
vragen: waar is mijn deel? Daar ga ik het in tweede termijn bij
laten.
Bij de eerste motie wil ik nog een oproep doen. Alles wat we nu
praktisch uitwerken, heeft één reden: de overheid heeft gefaald. En dat
punt, het falen van de overheid, kun je niet hard maken in een wet. Dat
kun je alleen maar doen met daden. Maar die oproep zit wel heel
duidelijk in de eerste motie. Toen ik de eerste Staat van Groningen
kreeg, dacht ik: is dit het nou? Prachtige illustraties, maar van de
tekst werd ik niet wijzer. Dat is mijn oproep en de opdracht aan dit
kabinet.
Dank u wel. Ik zal de pen trouwens teruggeven.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Bushoff, die spreekt namens GroenLinks-Partij
van de Arbeid, in tweede termijn.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik begin ook met de moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het huidige wetsvoorstel vastlegt in artikel 19c dat
nieuwe maatregelen niet mogen leiden tot grotere verschillen tussen
gedupeerden;
verzoekt de regering om bij de inwerkingtreding van het huidige
wetsvoorstel maatregel 29 te toetsen aan artikel 19c van de wet
Groningen en zo nodig hiermee in lijn te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.
Zij krijgt nr. 43 (36836) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat schadebureaus die betrokken zijn bij het opnemen van
aardbevingsschade zeer grote bedragen aan publiek geld hebben
ontvangen;
overwegende dat uit onderzoek blijkt dat de eigen vermogens van deze
bureaus en betrokken bestuurders fors zijn toegenomen en met publiek
geld grote private winst is behaald;
verzoekt de regering in de aanbesteding een winstnormbepaling op te
nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.
Zij krijgt nr. 44 (36836) (#6).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat schadebureaus er financieel baat bij hebben zo veel
mogelijk uren tijd te schrijven voor schaderapporten;
overwegende dat dit een perverse prikkel vormt, omdat zowel het opnemen
van zo veel mogelijk schade als het opleveren van een ondeugdelijk
eerste rapport (met vervolgopname als gevolg) kan leiden tot extra
tijdsbesteding en daarmee extra vergoeding;
verzoekt de regering deze perverse financiële prikkel zo spoedig
mogelijk aan te passen, zodat misbruik wordt tegengegaan en het belang
van bewoners altijd vooropstaat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.
Zij krijgt nr. 45 (36836) (#7).
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, tot zover de moties. Dan nog een paar korte woorden in deze
tweede termijn. Laat ik beginnen met dank voor de beantwoording van de
bewindslieden. De een was wat uitvoeriger dan de ander. Ik moet erbij
zeggen dat ik vond dat de minister van Binnenlandse Zaken de
beantwoording op een prettige manier deed door de vragen te bundelen en
ze te combineren met de amendementen. Dat was prettig. Je hoeft het niet
altijd eens te zijn, maar dan heb je ten minste een goed debat. Dat is
fijn.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende nog één ding over het wetsvoorstel dat
voorligt. Ik denk dat het wetsvoorstel op zichzelf een stapje in de
goede richting is. Wel vind ik dat het eigenlijk nog best slap is. Daar
heeft de regio ook best wat zorgen over geuit. Precies om die reden
hebben we een aantal verbetervoorstellen ingediend. Dat is om het
wetsvoorstel te verstevigen, met twee doelen: aan de ene kant om
Groningen nu echt de garanties te geven die Groningers vragen, en aan de
andere kant om de wereld van beslissers — zo noem ik het maar even — wat
dichter bij de wereld van bewoners te brengen. Ik denk dat dat met de
verbetervoorstellen die wij hebben ingediend gaat lukken. Ik hoop dat de
Kamer de meeste van deze verbetervoorstellen gaat steunen. Dit zal ook
de komende tijd de grote uitdaging blijven waarvoor we vol aan de bak
moeten.
Tot slot kijk ik nog uit naar de beantwoording van een aantal vragen die
precies deze principes raken, bijvoorbeeld als het gaat om batch 1588 en
de wereld van beslissers dichter bij de wereld van bewoners brengen.
Daar zou de minister in tweede termijn nog op terugkomen. Daar kijk ik
erg naar uit.
De voorzitter:
Ik dank u wel. De heer Clemminck namens JA21, gaat uw gang.
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst dank aan de beantwoording door de
kabinetsleden, in het bijzonder aan de minister van Binnenlandse Zaken
voor zijn tour de force. Dat ging volgens mij helemaal goed.
Ik heb nog twee moties en daarna nog wat algemene opmerkingen als ik nog
tijd heb. De eerste motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het wetsvoorstel bij daadwerkelijk herstel afwijkt van
de gewone civielrechtelijke causaliteitsbenadering van onder meer
artikel 6:98 BW, zodat schade die naar haar aard redelijkerwijs
mijnbouwschade zou kunnen zijn zonder onderzoek naar de schadeoorzaak
kan worden hersteld;
constaterende dat hierdoor het risico toeneemt dat kosten moeilijker of
niet volledig op de NAM kunnen worden verhaald, terwijl de financiële
omvang van die ontwikkeling voor de Kamer niet vooraf helder is;
overwegende dat voorkomen moet worden dat een ruimhartige regeling voor
bewoners leidt tot een open einde voor de belastingbetaler;
verzoekt de regering om jaarlijks, gelijktijdig met de Staat van
Groningen en Noord-Drenthe of anderszins, in de begrotingsstukken aan de
Kamer te rapporteren over:
de totale omvang van toegekende en uitgekeerde schadevergoedingen onder de verruimde regeling;
het bedrag dat daadwerkelijk op de NAM is verhaald;
het bedrag dat niet verhaalbaar blijkt;
de belangrijkste juridische en feitelijke oorzaken daarvan,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 46 (36836) (#8).
De heer Clemminck (JA21):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een recente publicatie beschrijft dat op ruim 56% van
de adressen in het aardbevingsgebied inmiddels schade is vergoed en dat
meer dan 70% van de schadeclaims afkomstig zou zijn uit postcodegebieden
met zeer beperkte maximale grondbeweging;
overwegende dat draagvlak voor ruimhartig herstel alleen overeind blijft
als het systeem uitlegbaar en controleerbaar is;
verzoekt de regering om jaarlijks op geaggregeerd niveau te rapporteren
over de geografische spreiding van de schadevergoedingen en de mate
waarin daarin statistische samenhang zichtbaar is met gemeten of
gemodelleerde grondbewegingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.
Zij krijgt nr. 47 (36836) (#9).
De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. Dan nog wat algemene opmerkingen naar aanleiding van de
eerste termijn aan de kant van het kabinet. Als JA21 zijn we absoluut
voor de versterking van de brede welvaart in het aardbevingsgebied in
Groningen en Noord-Drenthe. Ik merk daarbij wel op dat er wat JA21
betreft structureel meer geld gaat naar alle regio's en alle gemeenten
via het gemeentefonds en via het Nationaal Programma Vitale Regio's, en
niet maar naar één of een aantal regio's. De minister weet dit, omdat we
het eerder in een commissiedebat hebben gedeeld. We komen zeker nog over
de ontwikkeling van de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe te
spreken, maar het gaat om alle gemeenten en regio's. Dan nog even over
het tweede punt, de zorgplicht en de resultaatplicht. Mijn opmerking was
meer als volgt bedoeld. Een resultaatplicht kan niet alleen de politieke
ruimte en het budgetrecht verkleinen. Ik me ook zorgen over de mogelijke
juridische ruimte die daardoor ontstaat. Mijn zorg is dat er op het
moment dat resultaten die logischerwijs door de overheid in haar eentje
niet te behalen zijn, niet geboekt worden, juridische claims kunnen
ontstaan, waardoor de politieke ruimte uiteindelijk ook kleiner
wordt.
Voorzitter. Dat was het naar aanleiding van de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Vermeer voor de tweede termijn
namens BBB. Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. De ministers, de staatssecretaris en hun teams:
bedankt voor de antwoorden. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er volgens Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)
onvoldoende wetenschappelijk onderzoek is naar de langetermijneffecten
op de bodem in het voormalige gaswinningsgebied;
overwegende dat de Tweede Kamer geen volledige afweging kan maken over
politieke vraagstukken zonder de langetermijneffecten op de bodem te
kennen;
verzoekt de regering in samenspraak met SodM het onderzoek naar
langetermijneffecten op de bodem in het voormalige gaswinningsgebied te
intensiveren;
verzoekt de regering de Tweede Kamer hierover jaarlijks te rapporteren
bij de behandeling van de Staat van Groningen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 48 (36836) (#10).
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Ik weet niet helemaal zeker of de minister van Binnenlandse
Zaken de volgende motie zal zien als een vastlegging van het hetgeen hij
al in het debat toegezegd heeft. Dan mag hij de motie met alle plezier
overnemen. Anders hoor ik graag zijn commentaar.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet
Groningen beoogt te komen tot een mildere, makkelijkere en menselijkere
afhandeling van schade en versterking;
overwegende dat de bewoners in Groningen en Noord-Drenthe vooral
behoefte hebben aan kortere wachttijden, minder onzekerheid en meer
ontzorging in de praktijk;
overwegende dat nieuwe werkwijzen en monitoring alleen waarde hebben als
zij leiden tot versnelling en tijdig bijsturen mogelijk maken;
verzoekt de regering in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe de
ontwikkeling in doorlooptijden van schadeafhandeling en versterking
inzichtelijk te maken;
verzoekt de regering bij de behandeling van de Staat van Groningen en
Noord-Drenthe aan te geven wanneer welke maatregelen genomen worden om
bij te sturen, daarbij rekening houdend met andere factoren zoals
kwaliteit, keuzevrijheid en bewonerstevredenheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 49 (36836) (#11).
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Köse voor de inbreng namens D66
in de tweede termijn. Gaat uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties vanuit mijn kant. Allereerst dank
aan de minister en de staatssecretaris voor de fijne
beantwoording.
Ik heb als eerste een motie over de finale kwijting. Ik denk dat de
minister daar al redelijk wat invulling aan heeft gegeven. Met die
invulling en de beantwoording van de vragen zijn we wel blij, maar ik
heb alsnog een motie om het wat concreter te maken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat finale kwijting kan bijdragen aan snellere en
doelmatigere afronding van schadezaken, doordat reeds afgehandelde zaken
in beginsel niet opnieuw in behandeling hoeven te worden genomen zolang
zich geen nieuwe bodembeweging voordoet;
overwegende dat finale kwijting er nooit toe mag leiden dat bewoners
geen aanspraak meer kunnen maken op herstel dat later noodzakelijk
blijkt vanwege veiligheid, constructieve noodzaak of later blijkende
schade die bij de schadeopname meegenomen had moeten worden;
verzoekt de regering in de uitvoering te borgen dat finale kwijting
nimmer in de weg staat aan noodzakelijk schadeherstel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Köse.
Zij krijgt nr. 50 (36836) (#12).
De heer Köse (D66):
Dan heb ik een motie om naar aanleiding van het debat dat we zojuist
hebben gehad wat meer invulling te geven aan de uitgestrekte hand.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het uitvoeringsprogramma van het Rijk de invulling
vormt van de zorgplichten voor brede welvaart en verduurzaming in
Groningen en Noord-Drenthe, en doelen, streefwaarden en indicatoren
bevat;
overwegende dat bewoners recht hebben op zichtbare en merkbare
verbetering van hun leefomgeving en brede welvaart;
overwegende dat het van belang is te voorkomen dat het
uitvoeringsprogramma een papieren exercitie blijft;
overwegende dat het kabinet verantwoordelijk moet kunnen worden gehouden
voor dẹ uitvoering van de maatregelen uit het
uitvoeringsprogramma;
verzoekt de regering om er zorg voor te dragen dat het
uitvoeringsprogramma aantoonbaar leidt tot concrete en merkbare
resultaten voor bewoners in Groningen en Noord-Drenthe,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Köse.
Zij krijgt nr. 51 (36836) (#13).
Ik dank u wel. Mevrouw Den Hollander, ik nodig u graag uit voor uw bijdrage in de tweede termijn namens de VVD-fractie. Gaat uw gang.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ook namens de VVD van harte dank voor de heldere beantwoording en het
goede debat dat gevoerd is in de eerste termijn.
Ook van onze kant is er een motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij zowel de versterkingsoperatie als het
schadeherstel vooruitgang zichtbaar is, maar het tempo te laag ligt en
veel bewoners nog wachten op afronding;
overwegende dat met name de meest complexe gevallen, zoals hoge schades,
erfgoed en agrarische objecten, vaak maatwerk vereisen;
constaterende dat in 2026 voor een groot deel van de bekende complexe
casussen een oplossing gerealiseerd of in beeld moet zijn;
verzoekt het kabinet de regeringscommissaris te laten adviseren hoe de
afhandeling van de meest complexe casussen zo snel en zorgvuldig
mogelijk kan worden gerealiseerd;
verzoekt het kabinet daarbij te waarborgen dat de regeringscommissaris
samen met de NCG en het IMG de werkwijze voor deze casuïstiek tegen het
licht houdt, verbeterpunten aandraagt en voorkomt dat zaken onnodig
escaleren naar vangnetten of taskforces,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander en Köse.
Zij krijgt nr. 52 (36836) (#14).
Als u een moment heeft? Volgens mij heeft u namelijk een interruptie van mevrouw Beckerman.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is niet omdat ik per se tegen die motie ben, maar ik krijg zo'n
déjà-vugevoel. Er zijn hier al heel veel moties ingediend over grote
schades, erfgoed, boerderijen en monumenten. Dat laatste is trouwens
erfgoed. Daar zijn al zo veel moties over ingediend. Ik mis eigenlijk de
termijnen en de stok achter de deur. Herkent mevrouw Den Hollander
dat?
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het déjà-vugevoel herkennen wij, ook op andere gebieden. Volgens mij is
in deze motie de rol van de regeringscommissaris nieuw. Deze motie richt
zich daar specifiek op. Wij vragen of de regeringscommissaris hier een
verantwoordelijkheid en een adviserende rol in wil nemen. Daarmee is
deze motie volgens ons toch nieuw.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik denk niet dat er zo veel mis is met de wens om dit te regelen, want
die hebben we allemaal. De vraag is alleen: moeten we ons er als Kamer
niet verantwoordelijk voor voelen dat dat ook gebeurt? Het op een nieuwe
persoon zijn bordje leggen … Nou ja, daar kunnen we ook een debat over
voeren. Mij gaat het er echter om wanneer we het kabinet hier nou echt
aan gaan houden. We roepen dit als Kamer al jaren en het gebeurt
niet.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Volgens mij stimuleren we het kabinet om hier extra aandacht voor te
hebben, want wij vinden dat het daar echt nog aan ontbreekt, zoals wij
ook in de eerste termijn hebben aangegeven. We zien dat er heel veel
dingen beter geregeld worden met de Tijdelijke wet Groningen. Daar
hebben we in de eerste termijn ook uitvoerig over gesproken. Juist voor
de mensen met de meest complexe schade zien we dat er nog wel wat
verbetering mogelijk is. We vragen in ieder geval het kabinet om daarop
toe te zien. Het blijft complex. Dat veranderen we niet van vandaag op
morgen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Tot slot. Ik denk dat meerdere mensen tijdens zo'n debat contact hebben
met mensen in Groningen. Ik heb contact met iemand die in zo'n
monumentaal pand woont. Die wacht na tien jaar nog steeds. Dat is een
heel actief iemand, die er eindeloos om heeft gevraagd, maar die wacht
nog steeds. Die werd zelfs heel eventjes uit de versterking gezet en die
moest toen die strijd weer aan. Dat komt weer goed, maar dat is
vreselijk. Mijn vraag is eigenlijk: is mevrouw Den Hollander bereid om
de motie iets fermer op termijnen te zetten? Wij hebben geprobeerd om
heel veel in amendementen te zetten, omdat je dan meer zekerheid hebt.
We dienen ook een paar moties in. "Aandacht hebben voor" is heel goed,
maar wat nou als het weer niet lukt? We blijven hier namelijk maar
staan.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik begrijp wat mevrouw Beckerman zegt. We hebben de motie nu ingediend,
maar ik ben wel bereid om samen met mevrouw Beckerman te bekijken of het
mogelijk is om die aan te scherpen en of we een haalbare vraag aan het
kabinet stellen. De vraag is namelijk wel of het uiteindelijk haalbaar
is.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Ik geef het woord aan mevrouw De Vos van
FVD, voor haar tweede termijn. Zij is de laatste spreker in de tweede
termijn van de Kamer. Daarna gaan we schorsen. Gaat uw gang.
Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Eén motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de energieprijzen in Nederland extreem hoog
zijn;
constaterende dat er veel onrust in de wereld is, waardoor de
leveringszekerheid van importgas onder druk staat;
overwegende dat het essentieel is om Nederlanders van goedkope en
betrouwbare energie te voorzien;
verzoekt de regering de Groningers ruimhartig en voortvarend te
compenseren, gebouwen bevingsbestendig te maken en de gaswinning in het
Groningenveld te hervatten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Vos.
Zij krijgt nr. 53 (36836) (#15).
Ik dank u wel. Ik begrijp dat er geen moties zijn gericht aan de
minister van KGG. Daarmee zal de minister van KGG niet terugkeren in de
tweede termijn van het kabinet, als ik het goed heb. Ik kijk even rond
en zie dat dat wel op instemming kan rekenen. Ik begrijp dat de minister
morgen weer een debat voor de boeg heeft en dat zij gisteren al tot laat
een debat heeft gevoerd, dus bij dezen.
Dan gaan wij nu schorsen tot 21.00 uur voor de voorbereiding van de
beantwoording van de moties. Ik zie jullie zo meteen terug.
De vergadering wordt van 20.38 uur tot 20.59 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat over de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen
en de Mijnbouwwet. We zijn aangekomen bij de tweede termijn van de kant
van het kabinet. Ik geef graag het woord aan de minister. Gaat uw
gang.
Minister Heerma:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb mijn best gedaan om een aanvulling te
kunnen geven op de vragen uit de eerste termijn die zijn blijven liggen.
Ik zal daarnaast een dertiental moties van een beoordeling voorzien en
nog twee aangepaste amendementen beoordelen, waardoor een van de
schriftelijke beoordelingen sowieso komt te vervallen. Daarna zal de
staatssecretaris de laatste twee moties, die gericht waren aan de
minister en de staatssecretaris van KGG, beantwoorden.
Mevrouw Beckerman en ik hadden het over de trillingstool. Ik heb al
antwoord gegeven op haar vraag, maar had ook gezegd dat ik er nog op
terug zou komen. De trillingstool wordt alleen bij maatwerk ingezet als
aanvullende toets om te beoordelen of schade waarvoor een andere oorzaak
is aangetoond, niet tóch door aardbevingen kan zijn ontstaan of
verergerd. De trillingstool kan daarmee de autonome oorzaak overrulen in
het voordeel van de bewoners.
Mevrouw Beckerman vroeg me ook wat er is voor gedupeerden boven de
€60.000. In situaties waar bij de schadeopname de omvang van de totale
schade groter is dan €60.000, zijn er nog steeds goede mogelijkheden
voor de bewoners. Naast alsnog kiezen voor daadwerkelijk herstel of voor
maatwerk, zijn er voor individuele knelpunten of bijzondere situaties
ook mogelijkheden bij het IMG om schades af te handelen en bewoners
tegemoet te komen. Zo kan het IMG de knelpuntenregeling of Team Op Maat
inzetten. Team Op Maat pakt complexe en vastgelopen dossiers op en
probeert die met maximale creativiteit op te lossen, zo nodig in
samenwerking met andere instanties. Daarbij blijft het punt dat bij
beperkte gevallen boven de €60.000 niet een specifieke groep is aan te
wijzen. Boven de €60.000 zitten complexe situaties, grote woningen,
agrariërs. Dit kan soms gaan om heel grote bedragen. Dit maakt het
loslaten of het ophogen van het grensbedrag niet wenselijk. Ook wil ik
benadrukken dat daar waar de seismiciteit hoog is, een heel groot deel
van de schades al causaal zijn. Dat zijn er heel veel. Maatwerk is daar
een goed alternatief.
Dan is er nog de vraag van mevrouw Beckerman waarom je finaliteit niet
kunt loslaten. Dan vergoed je toch gewoon causale schades bij maatwerk?
Als er geen significante bodembeweging is geweest die opnieuw tot schade
heeft kunnen leiden, worden schades ook bij maatwerk afgewezen. Juist in
die gebieden waar nog veel seismiciteit is, kan de bewoner gewoon
terugkomen bij het IMG voor schadeafhandeling, want dan is de finaliteit
doorbroken. Met finaliteit voorkomen we dat het IMG naar schademeldingen
wordt gestuurd die op voorhand worden afgewezen omdat ze niet kunnen
zijn veroorzaakt door gaswinning.
Dan batch 1588. Ik weet niet of mijn antwoord de heer Bushoff tevreden
gaat stellen. In het budget wordt rekening gehouden met de kosten voor
de sloop van de woningen. De kosten voor de sloop gaan dus niet ten
nadele van de versterking en worden ook niet betaald door de bewoners
zelf.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat antwoord krijgen we al jaren en we weten toch dat het niet klopt.
Dat is heel pijnlijk. Ik vraag de minister echt om zich hierin te
verdiepen. Die batch 1588 … Er zijn al heel veel moties van mijzelf, van
de heer Bushoff en van ons gezamenlijk op ingediend. Het is zó'n
pijnlijke kwestie en mensen strijden al zolang voor dat herstel. Ik wil
iets vragen over die finale kwijting en misschien wil ik de minister ook
wel uitnodigen om gezamenlijk naar mensen toe te gaan. Het klinkt op
papier zo goed. Ik vertelde het verhaal van een echtpaar dat hun
geliefde woning kwijt is geraakt; die is gesloopt. Zij hebben nu schade
en die wordt ook wel erkend, maar het aanbod dat zij krijgen, is zo'n
aanvullende vaste vergoeding. Dat is het enige wat hen nu aangeboden
wordt en dan moeten ze tekenen voor kwijting. Dan heb je een bedrag dat
te laag is om de schade te vergoeden. Je zit dan dus vast. Theorie en
praktijk, de Haagse werkelijkheid en de Groningse realiteit: het raakt
elkaar nog steeds niet, ook niet als het op papier klopt. Ik snap de
worsteling van de minister nu, maar ik wil hem echt ook uitnodigen om
naar dit soort zaken te gaan kijken. Deze mensen zeggen namelijk dat zij
die strijd niet meer aangaan en dan blijven ze dus na al die jaren weer
in een kapot huis zitten.
Minister Heerma:
Ik snap dat mevrouw Beckerman hier niet naar op zoek is, maar in
algemene zin weet ik, ook van allerlei andere dossiers, dat het heel
ingewikkeld is om heel diep op individuele casuïstiek in te gaan. Daar
zitten namelijk soms ook aspecten aan waar je in de publiciteit niet
iets over kunt zeggen. Ik wil het daarom algemener formuleren. Mevrouw
Beckerman gaf aan, volgens mij in eerste instantie in antwoord op een
vraag van de heer Bushoff, dat ze de minister zou willen vragen zich er
nader in te verdiepen. Ik zou willen voorstellen dat ik op beide vragen
in de eerstkomende verzamelbrief nog even terugkom. Dan kan het antwoord
nog steeds iets zijn waar u niet tevreden mee bent, maar dan heb ik er
in ieder geval nogmaals naar gekeken.
De voorzitter:
Ja. Mevrouw Beckerman, nog een aanvulling daarop?
Mevrouw Beckerman (SP):
Dank daarvoor. Dit is altijd lastig, want we horen bewindspersonen
altijd zeggen: we kunnen niet ingaan op individuele zaken. Nu halen we
collectief zaken bij elkaar en wordt er weer gesproken over
precedentwerking. Bij die 1588 en ook dit, dus nieuwe schade in een
nieuw huis terwijl je oude huis weg is, wordt de ellende voor die mensen
op elkaar gestapeld en daar moet een oplossing voor komen. Dat moet voor
elk individu, maar uiteindelijk is het gewoon een collectieve
ereschuld.
Minister Heerma:
Ik heb bij beide aangegeven dat ik er in de verzamelbrief op terugkom.
In mijn referentie aan individuele zaken verwees ik niet naar
precedentwerking. Ik heb hier twaalf jaar rondgelopen als woordvoerder
Sociale Zaken en ik weet uit die commissie dat individuele zaken vaak
erg ingewikkeld zijn, om meer redenen dan alleen precedentwerking.
Tegelijkertijd heb ik de toezegging gedaan rondom de verzamelbrief,
waarin ik er op terugkom.
Dan was er een vraag van mevrouw De Vos van FVD, die er niet meer is.
Zij vroeg naar alternatieve methoden voor de spouwdonut. Ik heb er een.
Een veelvoorkomend alternatief is een spouwanker. Dit is een metalen
staafje waarmee de binnen- en buitenmuur met elkaar worden verbonden.
Zij kan het nakijken of teruglezen in de Handelingen.
Mevrouw Beckerman werd aan het einde van mijn termijn wat boos en ik
weet niet of mijn antwoord dat gaat wegnemen, maar ik heb wel een
aanvullend antwoord. We willen aan de voorkant zo veel mogelijk
voorkomen dat er fiscale gevolgschade ontstaat door vergoedingen van de
NCG en het IMG. Dit is niet overal mogelijk. Bij toeslagen blijkt het
uitvoeringstechnisch niet goed mogelijk te voorkomen dat dit gebeurt. In
die situaties wordt de fiscale gevolgschade vergoed door de NCG en het
IMG. Voor de bijstand hebben vergoedingen bijvoorbeeld geen gevolg meer.
In de situaties die ik beschreef waar dit behulpzaam is richting zowel
de eigenaar als de huurder, wil ik via een AMvB regelen dat een
financieel adviseur beschikbaar komt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik begrijp het antwoord wel, maar we hebben één overheid in Nederland,
hoe vaak het ook verschillende overheden zijn. Als je van ene overheid,
diezelfde overheid, eindelijk die schadevergoeding krijgt, je vervolgens
die blauwe envelop van de Belastingdienst krijgt en die overheid na tien
jaar nog steeds zegt "het lukt ons niet om het op te lossen", dan zegt
dat iets over de overheid die we geworden zijn. Het is hier ook = mooi
dat de mogelijkheid er is om dat weer aan te kaarten, maar je zegt
eigenlijk tegen inwoners: oké, u heeft nu gestreden voor die
schadevergoeding en u heeft 'm gekregen, vervolgens kreeg u een rekening
en nu mag u weer die strijd aan. Het is goed dat dat kan hoor, maar kom
op! Dit moet toch beter kunnen dan dat?
Minister Heerma:
Ik vind het heel lastig aan te geven wat er wel en niet
uitvoeringstechnisch mogelijk is voor de Belastingdienst. Het is
uitvoeringstechnisch — er is naar veel gekeken — niet mogelijk voor de
Belastingdienst om dit te voorkomen. Er wordt dus rekening gehouden met
fiscale gevolgschade door de vergoedingen die de NCG en het IMG geven.
Daar wordt op die manier een oplossing voor gevonden. Daarnaast is er
een financieel adviseur beschikbaar om te helpen. Het punt van mevrouw
Beckerman blijft staan. Dit is wat ik erover kan zeggen.
De voorzitter:
Vervolgt u? Mevrouw Beckerman, u stelt dezelfde vragen als u in de
eerste termijn heeft gesteld. Als u een andere vraag hierover heeft, ga
uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, voorzitter. Dat probeer ik. Als wij een amendement indienen, een
voorstel indienen, waarmee we juridische steun voor mensen vragen, dan
is eigenlijk altijd de reactie: niet juridificeren. Of juridiseren. Het
maakt niet uit hoe je het uitspreekt. Dat is altijd de reactie: we
moeten dit probleem niet juridiseren. Tegelijkertijd, als ik nu naar
zo'n antwoord luister, juridiseert de overheid eigenlijk het probleem.
Ik wil daarvan af en dan maakt het gek dat je dus amendementen moet
indienen om mensen juridische steun te geven, want je wil eigenlijk dat
dit aan de voorkant goed geregeld is. Begrijpt de minister dat dit
eigenlijk de achtergrond is, ook van dat bredere amendement? We zien hoe
vaak er geroepen wordt: niet juridiseren en we komen met een oplossing,
ook voor ondernemers in de knel die huurder zijn. Maar uiteindelijk
lukte het niet en daarom hebben we dit steuntje in de rug nodig. Het is
aan de minister om te voorkomen dat de juridische regeling gebruikt
wordt, maar houd 'm dan achter de hand, want we weten gewoon — de
minister erkent dat zelf — dat het niet gelukt is om alles op te lossen
in al die jaren.
Minister Heerma:
Het is voor de Belastingdienst uitvoeringstechnisch niet mogelijk. Ik
heb aangegeven welke alternatieven er zijn gevonden om ervoor te zorgen
dat mensen er zo min mogelijk last van hebben.
Dan ga ik naar de moties en ik begin bij de motie op stuk nr. 39 van
mevrouw Beckerman en de heer Bushoff waarin eigenlijk toch best een
lange waslijst van randvoorwaarden wordt opgenoemd — ik zie trots bij
mevrouw Beckerman — die worden meegegeven voor de Staat van Groningen.
Zoals de motie nu is, kan ik die geen oordeel Kamer geven. Dit zit 'm in
de laatste bullet. Ik ga gelijk aangeven wat ik wel kan en dan moet
mevrouw Beckerman kijken wat zij ermee wil. Als de laatste bullet wordt
geschrapt, zou ik 'm oordeel Kamer kunnen geven. Ik ben het ermee eens
dat de wetenschappelijke kennis bij de Staat van Groningen en
Noord-Drenthe een prominente plek moet krijgen. Onderdeel van de Staat
van Groningen en Noord-Drenthe is daarbij een jaarlijkse staat van de
kennis, die moet zorgen voor een integrale blik. In de kabinetsreactie
op de Staat van Groningen van dit jaar zal ik ingaan op de voorwaarden
die zijn gesteld aan het consortium en de betrokkenheid die de regionale
overheden en maatschappelijke organisaties hebben gehad, maar
schadeherstel is onafhankelijk, ook van de Staat, en leent zich daarmee
niet voor democratische invloed. Dit heeft betrekking op de laatste
bullet. Dus als mevrouw Beckerman en de heer Bushoff de laatste bullet
zouden schrappen, kan ik 'm oordeel Kamer geven en anders moet ik 'm
ontraden.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, wat gaat u met de motie doen?
Mevrouw Beckerman (SP):
O, voorzitter, nou moet ik een wens van de Groninger Bodem Beweging
schrappen, wat ik heel pijnlijk vind. Ik denk dat ik dit kan doen, maar
… Ja, dan komt de maar. Al deze bullets komen eigenlijk uit de
consultatiereactie en de laatste kwam uit een recente brief. Ik vind
namelijk dit punt namelijk wel heel erg van belang. Ik snap ook dat dit
niet in de Staat past. Dus ik wil die voor nu wel schrappen met daarbij
de oproep aan de minister om dit wel op een andere manier vorm te geven.
Het hoeft niet direct gelinkt te zijn aan de Staat, maar wel aan de
manier waarop we die aanpak vorm gaan geven.
Minister Heerma:
Als mevrouw Beckerman deze bullet hier schrapt, dan kan ik de motie op
stuk nr. 39 oordeel Kamer geven. Ik weet niet of het lukt in de
eerstvolgende verzamelbrief, maar ik zeg toe op een later moment terug
te komen op die laatste bullet.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik pas hem aan.
Minister Heerma:
Dan de tweede motie van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff, namelijk
de motie op stuk nr. 40, die gaat over het toezicht op externe inhuur.
Deze motie kan ik oordeel Kamer geven. Laat ik daarbij vooropstellen dat
er al veel toezicht en controle is op de externe inhuur van bureaus. De
deskundigenbureaus zijn Europees aanbesteed, dus er gebeurt al heel
veel. Voor de versterkingsadviezen geldt dat ik dit meeneem in de
reactie op het rapport van het ACGV, maar de motie op stuk nr. 40 kan ik
dus oordeel Kamer geven.
De motie op stuk nr. 41 over het stoppen met causaliteitsonderzoek in
kerngebied moet ik ontraden. Het onderscheid tussen kern en rand is niet
goed te maken. Elke beving heeft een eigen epicentrum. Daarnaast leidt
het tot een oneindige vergoeding van schade die niet door mijnbouw
veroorzaakt is en zoals ik zojuist ook al aangaf: in de kern is al heel
veel causaal.
Dan de motie op stuk nr. 42 van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff,
die verzoekt om een specifieke en redelijke termijn. Ook voor deze motie
geldt dat ik een beetje in dubio ben. Ik zou deze motie oordeel Kamer
kunnen geven, maar ten aanzien van het eerste deel van het dictum vind
ik een specifieke termijn opnemen niet wenselijk. De opschorting is
afhankelijk van de individuele situatie. De opschorting van
beslistermijnen die in wetsvoorstel worden geregeld hebben voornamelijk
als doel om bewoners een geïnformeerde keuze te kunnen laten maken. Ik
wil hier geen specifieke termijn aan hangen. Ten aanzien van het tweede
deel van de motie onderschrijf ik dat het IMG en de NCG soepel omgaan,
en ook soepel moeten omgaan, met de bewoners die de termijnen niet
halen.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dat verbaast me dus. We waren eigenlijk bezig met een amendement op dit
punt, maar dat was nog niet helemaal af. Dat was lastig. Het geldt ook
voor de motie. Natuurlijk snap ik die interpretatie wel, alleen willen
mensen natuurlijk weten hoelang er opgeschort wordt. Dat je daar niet
één termijn aan kan koppelen, is ook nog wel te begrijpen, maar wat we
nu zien … Ik heb net weer individuele casuïstiek laten horen. Mensen die
in de achterkant van het systeem konden kijken — dat is een tijdelijke
fout geweest bij het IMG — zagen daar staan dat er een vergoeding voor
ze klaarstond, maar dat ze die niet kregen omdat het IMG zei dat hun
advocaat te laat was met bezwaar maken. Dat is een hele bekende zaak.
Het gevoel dat hierachter zit, is: de overheid rekt maar en rekt maar en
rekt maar en wij moeten ons elke keer aan die termijn houden. "Oordeel
Kamer" is mooi, maar je moet als overheid wel redelijk blijven in je
eigen termijnen.
Minister Heerma:
"Oordeel Kamer" is er dus onder de premisse dat ik me niet wil
committeren aan een specifieke termijn. Voor de rest valt de toelichting
die mevrouw Beckerman bedoelt volgens mij onder de tweede bullet en
krijgt de motie oordeel Kamer.
De voorzitter:
Misschien moeten we het even heel precies doen, minister. Misschien dat
er nu onduidelijkheid ontstaat of de motie ontraden is en aangepast moet
worden of dat de motie oordeel Kamer krijgt met die interpretatie van de
minister.
Minister Heerma:
Als mevrouw Beckerman en de heer Bushoff ermee akkoord kunnen gaan dat
ik niet meega in "een specifieke termijn van opschorting", kan ik 'm
onder die lezing oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de indieners. Ik wil daar als voorzitter wel een
knikje op hebben.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb daarop geknikt, met de toevoeging dat wij misschien ook nog met
een amendement hierop komen omdat het specifieke zit op duidelijkheid,
voorspelbaarheid, dat "milder, menselijker, makkelijker".
De voorzitter:
Dat is helder.
Mevrouw Beckerman (SP):
Je wil weten waar je aan toe bent.
De voorzitter:
Ik had het knikje niet gezien. Dat was mijn fout.
Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik vind het wel ingewikkeld. In de motie staat "specifiek". Is het dan
niet een interpretatie om het "niet specifiek" te noemen? Is het dan
niet beter om gewoon met een nieuwe motie te komen? Want dit is
natuurlijk wel de motie waarover gestemd wordt. Die verandert dus
feitelijk niet.
Minister Heerma:
Ik snap wat u zegt. Tegelijkertijd ben ik niet een novum aan het creëren
met het duiden van een motie en er een interpretatie aan geven. Dit is
onderdeel van het gesprek tussen Kamer en kabinet. Sterker nog, ik heb
in de eerste termijn iets over een motie van de heer Kops gezegd. Hij
diende een motie in die mijn voorganger geduid heeft op een bepaalde
manier. Daar is mee akkoord gegaan. Daar heb ik zojuist naar
verwezen.
De voorzitter:
Het gaat om de interpretatie van een motie door de minister. Dat is de
afspraak die hier nu gemaakt wordt. Daarmee kan de motie oordeel Kamer
krijgen en afgedaan worden. Ik kijk even naar de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dat klopt allemaal formeel gezien, maar het gaat ook om de verwachtingen
die gewekt worden bij mensen die daarna alleen de tekst zien. Dan zou ik
toch echt de collega's willen vragen om de motie straks gewoon even aan
te passen. Dat is één mailtje naar de Griffie. Dan staat de motie er ook
gewoon goed in. Juist in dit hele dossier moeten we ervoor zorgen dat
verwachtingen goed gemanaged worden.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de collega.
Mevrouw Beckerman (SP):
Als dat helpt om de motie aangenomen te krijgen, prima. Maar ik zeg ook
tegen de collega's dat wij ook nog over een amendement nadenken omdat
wij het logisch vinden dat je dit ook in de wet opneemt.
De voorzitter:
Dan hechten we het nu zo af dat de motie ontraden is en oordeel Kamer
krijgt als die aangepast wordt. Sorry, minister. Dit is een handeling in
de Kamer zelf, een afspraak die de Kamer in de vergadering maakt over
hoe dit af te handelen. Tot zover, zou ik willen zeggen.
Vervolgt u uw appreciaties.
Minister Heerma:
Dan de motie op stuk nr. 43. Die gaat over maatregel 29 toetsen aan
artikel 19c van de Tijdelijke wet Groningen. Deze motie moet ik
ontraden. Zoals aangegeven hecht ik sterk aan het voorkomen en wegnemen
van verschillen. Alle bewoners in het versterkingsgebied krijgen
isolatie tot de standaard vergoed. Bij bewoners bij wie de versterking
nog plaats moet vinden, worden isolatiemaatregelen meegenomen en
vergoed. Alle bewoners in het versterkingsgebied krijgen 100% vergoed
tot een maximum van €40.000. Dit geldt ook voor bewoners in het hele
gebied die minder dan 140% van het wml verdienen. Bewoners buiten het
versterkingsgebied krijgen 50% vergoed tot een maximum van €20.000. Dit
leidt inderdaad tot verschillen, maar die acht het kabinet rechtvaardig,
gelet op de veel grotere effecten van de bevingen op bewoners in de
kern. Zoals de commissie-Van Geel, in het debat op andere manieren al
aangehaald, zelf ook stelt kunnen niet alle verschillen weggenomen
worden. Hiermee zorgen we wel voor een gelijkwaardige uitkomst.
De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
De crux zit 'm er natuurlijk in dat dit een regeling is die al bestaat
en dat de wet straks nieuw is. Dus op zichzelf zou je kunnen zeggen dat
het logisch is dat je oude regelingen niet aan nieuwe wetgeving toetst,
maar de vraag is natuurlijk wel hoe zich dit verhoudt tot precies dat
artikel 19c in de wet. Staat de minister wel volledig achter de hele wet
en dus ook dat artikel 19c?
Minister Heerma:
Ik leg uit waarom dit verschil gerechtvaardigd is binnen de wet. Dat is
de interpretatie. De Kamer zal er zelf over moeten oordelen, maar daarom
heb ik de motie ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 44 van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman
over het opnemen van een winstnormbepaling in de aanbesteding. Deze
motie moet ik ontraden. Zoals ik in de beantwoording van de vragen die u
mij heeft gesteld, al heb gezegd, is de inzet van deskundigen bij
schadeopnames noodzakelijk, omdat bewoners recht hebben op een
onafhankelijke en zorgvuldige schadeafhandeling. Er zijn helaas weinig
bureaus en deskundigen die geschikt zijn voor dit specialistische werk.
Het IMG heeft een Europese aanbesteding gedaan en heeft behalve naar
prijs ook gekeken naar deskundigheid, kwaliteit van de werkzaamheden en
flexibiliteit. Op deze manier zijn concurrentie, marktconforme prijs,
deskundigheid, kwaliteit en flexibiliteit geborgd. Daarnaast is ons
beeld ook niet dat de bureaus zich verrijken ten koste van gedupeerden.
Zij vragen een marktconforme vergoeding. Daarnaast krijgen zij wel heel
veel opdrachten, want er zijn er niet heel veel van. Zij verrichten dus
veel werk voor het IMG. Dit zie je terug in de bedrijfsresultaten, maar
ik zie geen reden om daaraan te tornen.
Dan de motie op stuk nr. 45 over perverse prikkels, ook rondom de
schadebureaus. Ook deze moet ik ontraden. Ik herken het beeld dat
geschetst wordt niet. Daarnaast is daar binnen de aanbesteding waar ik
zojuist al naar verwees, rekening mee gehouden.
Dan de motie-Clemminck, op stuk nr. 46, over civielrechtelijke
causaliteitsbenadering. Die gaat in op ongeveer de hele eerste termijn
van de heer Clemminck. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven. Het IMG
rapporteert in het jaarverslag over verschillende schadevergoedingen.
Over hetgeen wordt verhaald op de NAM kan de Kamer worden geïnformeerd
na het opleggen van het heffingsbesluit.
Dan de motie op stuk nr. 47, van de heer Clemminck. Hier wordt iets
gevraagd wat niet kan. Daarom moet ik 'm ontraden. Het IMG kan op het
niveau van een postcodegebied inzichtelijk maken waar schadevergoedingen
zijn uitgekeerd. Ze doen dit ook in het jaarverslag. Een bewoner kan
zijn schade echter op ieder moment melden. Dit kan ook enkele jaren na
de schadeveroorzakende beving gebeuren. Daardoor is het niet mogelijk om
vergoedingen te relateren aan specifiek gemeten of gemodelleerde
grondbewegingen.
De motie op stuk nr. 48 wordt door de staatssecretaris gedaan.
De tweede motie van de heer Vermeer, op stuk nr. 49, gaat over de
doorlooptijden. Die kan ik oordeel Kamer geven. Het lijkt mij een goed
idee om dit inzichtelijk te maken in de Staat van Groningen en
Noord-Drenthe. Kortere doorlooptijden in algemene zin zijn geen doel van
de schadeafhandeling en versterking. Er zijn ook andere factoren om
rekening mee te houden. Het gaat om een balans tussen snelheid en
kwaliteit, en bij de schadeafhandeling ook om snelheid en keuzevrijheid.
Andere factoren spelen ook een rol, zoals bewonerstevredenheid. Als ik
maatregelen neem, dan neem ik meerdere factoren mee in de afweging. Daar
heeft de heer Vermeer in de formulering van zijn motie ook rekening mee
gehouden.
Dan ga ik naar de eerste motie van het lid Köse, op stuk nr. 50, om te
borgen dat in de uitvoering "finale kwijting nimmer in de weg staat van
noodzakelijk schadeherstel." Deze geef ik oordeel Kamer. Noodzakelijk
schadeherstel als gevolg van gaswinning kan altijd plaatsvinden.
Dan de tweede motie van het lid Köse, op stuk nr. 51, over dat het
uitvoeringsprogramma "geen papieren exercitie is maar leidt tot concrete
en merkbare resultaten". Ook deze geef ik oordeel Kamer. Het
uitvoeringsprogramma van het Rijk geeft aan hoe het kabinet invulling
geeft aan het behalen van de gezamenlijke doelen, streefwaarden en
maatregelen van de agenda's. De jaarlijkse Staat van Groningen en
Noord-Drenthe monitort de voortgang hiervan. Daarop mag uw Kamer het
kabinet, en mij in het bijzonder, aanspreken.
De motie van de VVD, op stuk nr. 52, gaat over de regeringscommissaris.
Ik heb daar in een interruptiedebat met de heer Köse aan het einde van
de eerste termijn ook al iets over gezegd. Dat in gedachten nemend zal
ik deze motie toch oordeel Kamer geven. Het is belangrijk dat complexe
casuïstiek voortvarend wordt opgelost. Hiervoor is het belangrijk dat
het systeem goed staat. Daarom is het goed dat de regeringscommissaris
hier ook naar gaat kijken met de twee organisaties.
Dan waren er nog twee amendementen.
Het eerste amendement is het amendement op stuk nr. 37 ter vervanging
van het amendement op stuk nr. 13. Dat was misschien wel een omissie tot
nu toe, want alle amendementen-Bushoff waren Bushoff/Beckerman geworden
en alle amendementen-Beckerman waren Beckerman/Bushoff geworden. Dat is
nu met het amendement op stuk nr. 13 ook gebeurd. Met verwijzing naar
mijn eerste termijn blijft het oordeel "ontraden", maar dan nu wel bij
het correcte amendement, namelijk het amendement op stuk nr. 37.
Dan het amendement op stuk nr. 38; dat is weer ter vervanging van het
amendement op stuk nr. 14. Daarvoor geldt dat het amendement van de heer
Bushoff over het versterken van de rol van decentrale overheden in het
uitvoeringsprogramma Rijk is aangepast conform wat er besproken is in
eerste termijn. Daarom kan ik het oordeel Kamer geven. Daar hoeft dus
geen brief meer over te komen.
De voorzitter:
Kijk aan. Het amendement op stuk nr. 37: ongewijzigd ontraden. Het
amendement op stuk nr. 38: oordeel Kamer. Ik zie dat u nog een
interruptie krijgt van mevrouw Beckerman. De minister kan gaan zitten,
zegt ze. Kijk eens aan. Dank aan de minister voor de beantwoording in de
tweede termijn. U heeft een punt van orde, begrijp ik.
Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, ik wil een amendement intrekken. Dat moet hier, toch?
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Beckerman (SP):
Het amendement op stuk nr. 30.
De voorzitter:
Het amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 30) is ingetrokken.
Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.
Dan geef ik graag het woord aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.
Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter. Ik heb nog twee moties.
De eerste is die van de heer Vermeer op stuk nr. 48 met het verzoek om
in samenspraak met het SodM het onderzoek naar de langetermijneffecten
van de bodem te intensiveren en daarover te rapporteren. Dat doen we al.
Het is in die zin dus een overbodige motie, omdat we die meenemen in het
Kennisprogramma Effecten Mijnbouw. In dat onderzoek binnen het
kennisprogramma nemen we mee wat anderen kunnen aandragen, dus zowel
SodM als EZK kunnen daar onderwerpen voor aandragen. Dat geldt ook voor
de vervolgstudie. In die zin is datgene wat u vraagt dus al staand
beleid en is de motie daarmee overbodig.
Dan nog de motie op stuk nr. 53, de motie van mevrouw De Vos. Met
verwijzing naar het debat wil ik die motie ontraden.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van het debat over
de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet.
Uiteraard dank ik voor de beantwoording in de tweede termijn.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik wil de Kamer meegeven dat de stemmingen over de moties, de
amendementen en de wet op dinsdag 21 april zijn, dus dat duurt nog even.
Dan wil ik de minister, de staatssecretaris, de leden, de Griffie en ook
de ondersteuning danken voor het mogelijk maken van dit debat. Ik wil
ook de mensen die dit op de publieke tribune hebben gevolgd en de mensen
op afstand hartelijk danken. Daarmee sluit ik de vergadering van
woensdag 8 april.
Sluiting
Sluiting 21.26 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|