[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is dit?]

Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (36836) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D16607, datum: 2026-04-08, bijgewerkt: 2026-04-09 09:50, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

Uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (36836).

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Allereerst wil ik de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Klimaat en Groene Groei en de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei hartelijk welkom heten. Ook welkom aan de leden.

Ik zie dat de heer Vermeer een punt van orde heeft.

De heer Vermeer (BBB):
Ja, voorzitter. Ik heb een verzoek aan de collega's, namelijk of ik als tweede spreker mag fungeren vanwege een externe afspraak die ik tussendoor moet doen en waar ik niet omheen kan.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden. Ik zie instemmend geknik.

De heer Vermeer (BBB):
Hartelijk dank.

De voorzitter:
Dan gaan we dat zo doen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Dan wil ik graag mevrouw Beckerman uitnodigen voor haar inbreng in de eerste termijn van de Kamer, die ik hiermee open. Het woord is aan u, mevrouw Beckerman. Ga uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. Groningen is een nij begun beloofd, een nieuw begin. Dat was de belofte na de vernietigende parlementaire enquête, die liet zien hoe Groningen misbruikt was als wingewest, hoe Groningen bewust en gekend onrecht was aangedaan. De financiële belangen van de Staat, Shell en Exxon gingen stelselmatig boven onze belangen, maar in april 2023 was daar Nij Begun, een grote belofte van het toenmalige kabinet. Vanaf dat moment zou er een nieuw begin komen. Nu, drie jaar later, komen die maatregelen pas in de wet.

Maar is het een nieuw begin? Voor veel zwaar gedupeerden, zeker in het kerngebied, is dat niet zo. Kijk naar de grote belofte in Nij Begun dat er een regeling zou komen om grote schades zonder causaliteitsonderzoek te herstellen. Daar zijn vorig jaar maar veertien mensen mee geholpen. Kijk naar de grote belofte uit Nij Begun dat er eindelijk een regeling zou komen voor funderingsschade. Daar zijn vorig jaar maar dertien mensen mee geholpen. Kijk naar de belofte dat de versterking van onveilige huizen sneller zou gaan. Er zijn nog zo'n 9.000 woningen onveilig. In al die jaren zijn er pas 5.147 daadwerkelijk versterkt opgeleverd.

Het systeemfalen gaat door. Terwijl een complete aardbevingsindustrie ervan profiteert, wachten vele zwaar gedupeerden al jaren. Nu is de eerste en misschien wel de belangrijkste vraag aan deze minister: vindt u werkelijk dat dit een nij begun is? Zo ja, waarom? En zo nee, wat gaat u doen? De wet die vandaag voorligt, doet Groningers beloftes, maar geeft ze geen garanties. Daarmee is deze wet voor de SP nog te slap. We vragen de minister of hij erkent dat wanneer je zegt een ereschuld te hebben, dit vraagt om een wet met harde garanties dat deze schuld wordt ingelost. De wet die nu voorligt, spreekt van een zorgplicht, maar Groningers willen resultaat. Steunt u daarom ons amendement voor een resultaatverplichting?

Voorzitter. Laat ik beginnen met de schadeafhandeling. Terwijl schadebureaus sinds 2018 bijna 600 miljoen hebben ontvangen, een van de aandeelhouders het eigen vermogen zag stijgen van 1 miljoen naar 61 miljoen en er boven op elke euro die de overheid uitgeeft aan schade nog steeds bijna 50% aan uitvoeringskosten zit, zien we dat juist zwaar gedupeerden vast blijven zitten in beschadigde huizen. Bij kleinere schades loopt het vaak beter, maar al die mooie aangekondigde maatregelen in Nij Begun, juist voor complexere schades, zijn nog steeds een drama. Ik noemde het net al: er zijn slechts veertien mensen geholpen met daadwerkelijk herstel en dertien mensen met de regeling voor funderingsschade. Er is veel vertrouwen in bedrijven en weinig in inwoners. Hoe gaat u dit keren, vragen we de minister. Hoe voorkomt u dat de schadeafhandeling een groot verdienmodel blijft van bedrijven? Hoe pakt u de perverse prikkels aan waardoor bedrijven verdienen en gedupeerden vast blijven zitten?

Het gaat mis door de regels die de overheid zelf heeft verbonden aan de schadeafhandeling, waaronder de finale kwijting die in deze wet zit. Ik wil u een verhaal vertellen over Ard en Margriet uit Ten Post. Vijf jaar geleden werd hun geliefde woning gesloopt. Het hele versterkingstraject was slopend voor hen, letterlijk slopend. Na de aardbeving in Zeerijp van eind vorig jaar ontdekten ze dat ook hun nieuwe woning schades heeft. Dat is natuurlijk al te pijnlijk voor woorden als je zo'n traject bent doorgegaan met zo'n strijd tegen de overheid. Ook je nieuwe huis heeft weer scheuren, terwijl je gehoopt had dat dat niet opnieuw zou gebeuren. Dan hoop je dat het na al die beloftes over milder, menselijker en makkelijker deze keer wel goed gaat. Het is namelijk al pijnlijk genoeg dat je er weer doorheen moet. Er kwam iemand langs. De schades werden erkend: 72 erkende scheuren. Maar vergoeden? De regels zeggen nee. Wat kunnen zij krijgen? Een kleine vaste vergoeding. Dan moeten ze ook nog tekenen voor finale kwijting. Erkent de minister dat dit werkelijk niks, maar dan ook niks te maken heeft met milder, menselijker en makkelijker? Steunt hij daarom ons amendement om deze bizarre regel, waardoor erkende schade midden in het bevingsgebied niet eerlijk vergoed kan worden, de zogenaamde finale kwijting, te schrappen uit de wet?

Dan het bewijsvermoeden. In maart was er een aardbeving bij Eleveld in Drenthe. Een deel van de mensen kan hun schade melden bij het IMG en een ander deel moet naar de Commissie Mijnbouwschade. Bij die laatste is het veel moeilijker om de schade vergoed te krijgen. Er zijn straten waar de ene kant van de straat onder de ene regeling valt en de andere kant van de straat onder de andere regeling. Al een tijd geleden werd onze motie aangenomen om overal het bewijsvermoeden in te voeren. Dat betekent: geen ongelijkheid tussen gedupeerden. Maar een uitvoering bleef uit. Daarom hebben de heer Bushoff en ik 'm opnieuw ingediend, maar nu als amendement. Wil de staatssecretaris ons amendement steunen en het bewijsvermoeden overal invoeren?

Dan de afhandelingstermijnen. Voor gedupeerden zijn deze kort. De overheid kan echt onverbiddelijk zijn als gedupeerden die niet halen. Tegelijkertijd geeft de overheid in deze wet zichzelf het recht om zich niet aan de termijnen te houden. Berucht is het verhaal van Carmen en Rick uit Wildervank. Het IMG had voor hen ruim €60.000 klaarstaan. Dat konden ze zien toen ze door een fout in het computersysteem even aan de achterkant van het systeem konden kijken. Ze dachten: hé, dit geld staat voor ons klaar. Dat is ook allemaal keurig erkend door het IMG. Maar omdat zij volgens het IMG net iets te laat waren met het indienen van hun bezwaar, krijgen zij dit geld niet. Erkent de minister opnieuw dat dit werkelijk niets maar dan ook niets met "milder, menselijker en makkelijker" te maken heeft?

In de wet die vandaag voorligt, krijgen IMG en NCG in artikel 1, onder d, de mogelijkheid om termijnen te verlengen. Wil de minister deze mogelijkheid beperken? Kan hij hieraan geen specifieke en redelijke termijn koppelen? Kan de minister ervoor zorgen dat bewoners zoals Carmen en Rick veel minder sterk aan termijnen worden gebonden, zodat de menselijke maat eindelijk voorop komt te staan? Het geeft immers toch geen pas dat bewoners aan strenge normen worden gehouden, terwijl de overheid kan dralen, dralen en dralen?

Voorzitter, dan de versterking. Ik vroeg een aantal mensen met wie ik de afgelopen jaren contact had hoe het nu loopt met de versterking van hun onveilige huis. Ik vroeg het Elsbeth uit Loppersum. In 2015 kwam de overheid in Loppersum aankondigen dat de versterking zou beginnen. Daar stonden ze, midden in Loppersum: "Hier gaat het beginnen mensen, hier in Loppersum. Dit is het begin." Het is elf jaar later en voor deze mensen, die in de kern van Loppersum wonen, is nog niks gedaan. In de straat achter Elsbeth worden woningen straks gesloopt en opnieuw gebouwd. Deze mensen zaten in hetzelfde cluster. Maar in deze straat, Schipsloot, zitten ze in grote onzekerheid. "We zijn verstrikt in een oeverloze semantische discussie", schrijft Elsbeth. "Het is inmiddels zo ingewikkeld geworden en de uitgangspunten van zowel de NCG als de gemeente zijn zo moeilijk te volgen, dat ik mij serieus afvraag of een overheid zich op deze manier tot haar burgers kan en mag verhouden."

Dan Jan uit Westerwijtwerd. Hij heeft inmiddels hartklachten en een stapel rapporten van allerhande experts, maar geen oplossing voor zijn huis, pal boven het epicentrum van de aardbeving in Westerwijtwerd. Ik noem ook Deborah uit 't Zandt. Zij zat vorig jaar met haar baby op de arm tijdens de aardbeving van Zeerijp. Haar verhaal was die avond overal op tv te zien. Maar nu de camera's weer weg zijn, blijft ook een oplossing uit. Overal in het dorp wordt er versterkt en herbouwd, maar haar huis niet, ondanks een draagbalk met zeven scheuren. Ik wil even haar hartverscheurende citaat met u delen. Zij schrijft: "Als moeder zorg ik voor het gezin, maar ik kan de veiligheid van het huis niet garanderen. Wat nou als er nog een beving komt? Wat nou als ik net niet snel genoeg bij de kinderen boven kan komen om ze te wekken? Wat nou als de balk in de keuken het als eerste begeeft?"

Kunt u die vragen beantwoorden, minister? Ik zei het net al, in al die jaren zijn er slechts 5.147 woningen daadwerkelijk versterkt of gesloopt en herbouwd. Zo'n 9.000 woningen moeten nog. Zelfs als je conservatief schat, moeten er nu nog meer woningen aangepakt worden dan er in al die jaren zijn gedaan. Hoe gaat u deze aanpak vlottrekken?

De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Clemminck. Ik zou de leden willen voorstellen om de interrupties in drieën te doen en graag kort. Gaat uw gang.

De heer Clemminck (JA21):
Kan mevrouw Beckerman aangeven hoeveel slachtoffers er tot nu toe zijn gevallen tijdens de aardbevingen, of hoeveel gewonden?

Mevrouw Beckerman (SP):
Daar is onderzoek naar gedaan door de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zeggen dat er mensen zijn die eerder overlijden door de manier waarop de overheid met hen omgaat en door de stress waarin ze zitten.

De heer Clemminck (JA21):
Ik concludeer toch echt dat er door de trillingen in Groningen geen slachtoffers zijn gevallen en ook geen gewonden. Ik heb dan toch wat moeite met het betoog van collega Beckerman omdat zij hier een schrikbeeld oproept, alsof mensen naar boven moeten rennen om de kinderen te redden vanwege instortingsgevaar. Daarmee zaait u angst, wat helemaal niet nodig is. Daar heb ik echt bezwaar tegen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is wonderlijk. JA21 komt altijd aan met: luister naar de wetenschap. Ik haal hier in antwoord op uw vraag meteen de wetenschap aan. Die vertelt wat dit met mensen doet. U zegt: dat is onzin. Dit is geen onzin. Vorig jaar nog was er, ondanks dat de gaskraan dicht was, een aardbeving bij Zeerijp en zijn er door het IMG acuut onveilige situaties geconstateerd. Die moeten met tempo veilig worden gesteld. Die versterking moet gebeuren en verloopt veel te traag. Ik vind het pijnlijk dat u niet verder komt dan dit af te doen als onzin.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Clemminck (JA21):
Ik constateer toch echt dat er geen slachtoffers en ook geen gewonden zijn gevallen door de aardbevingen in Groningen. U schetst hier een beeld alsof dat wel het geval zou zijn, alsof mensen moeten rennen in hun huizen om zich veilig te stellen. Dat is gewoon niet waar. U zaait hier angst die totaal buiten de waarheid is.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb hier antwoord op gegeven. De wetenschap was helder over wat het doet met mensen om zo behandeld te worden door de overheid. De wetenschap stelde dat er vroegtijdige overlijdens zijn. Ik vertelde u net over mensen die ziek zijn geworden door de manier waarop ze behandeld zijn, die hartklachten hebben. Ik vertelde net over de mensen met nieuwe schade in hun nieuwe woning. Die melden zij niet. Zij gaan dat bezwaar niet meer maken. Zij gaan niet eens meer de strijd aan met de overheid. Het interesseert JA21 werkelijk niets wat dit met mensen doet. Er is 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Mensen zitten nog steeds in de ellende. JA21 doet het af als onzin, terwijl de wetenschap helder is.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel. De ongelijkheid scheurt, net als de aardbevingen. Deze wet bevat clausules om dat aan te pakken. Dat is goed, maar er is daarmee geen zekerheid voor bewoners. De aanpak van ongelijkheid wordt de nieuwe bureaucratische dwaling voor veel gedupeerden. Kan de minister onze amendementen steunen om alle bewoners het afdwingbare recht te geven op een rechtvaardige aanpak en een veilig, schadevrij en duurzaam huis te garanderen?

Voorzitter. Vorig jaar werd eindelijk erkend — dat is goed — dat er fouten in rapporten zitten waarmee woningen veilig en op norm worden verklaard. Maar met die erkenning is er nog geen aanpak. Het rapport over de fouten in rapporten is inmiddels vertraagd, begrepen we. Maar ondertussen wachten gedupeerden, zoals Mark uit Ten Boer. Zijn rapport zat vol met fouten. Zijn huis zou een schoorsteen hebben. Die is er niet. Dat zou nog enigszins grappig zijn als het niet zo pijnlijk was. Op basis van zo'n slecht rapport gaat er een dikke streep door zijn versterking. Vorig jaar was hij hier en drong de toenmalige staatssecretaris erop aan dat de NCG met hem in gesprek zou gaan. Dat gesprek zou dit jaar in maart zijn, maar de NCG zegde het af. Deelt de minister onze mening dat de fouten in rapporten snel moeten worden aangepakt? Steunt hij daarom ons amendement om meteen te kunnen ingrijpen wanneer het rapport er is en niet eerst weer een heel traject van wetswijzigingen in te moeten? We hebben hier een amendement op ingediend.

Voorzitter. Dan huurders. Of ze nou bewoner of ondernemer zijn, ze zitten vast en hebben nog minder zeggenschap over de schade en onveiligheid van hun huis of bedrijf. Ik noemde in eerdere debatten de winkels aan het Koopmansplein in Ten Boer. Die zijn cruciaal voor de leefbaarheid van het dorp, maar de ondernemers zitten in een eindeloze lijdensweg wat de versterking van hun winkel betreft. Erkent de minister dat? Wat gaat hij hieraan doen? Steunt hij ons amendement om ook huurders het recht te geven op juridische steun en technisch en financieel advies?

Voorzitter. Eerst was het gas het verdienmodel. Er is 400 miljard verdiend door de Staat, Shell en Exxon. Nu lijkt de afhandeling van de ellende het verdienmodel. We zien miljoenenopbrengsten voor aandeelhouders en zwaar gedupeerden die vast blijven zitten, juist in het kerngebied, waar de ellende het grootst is. De overheid vertrouwt de bedrijven en wantrouwt inwoners. Het is de overheid die faalt en blijft falen. Een groot deel van de parlementaire enquête ging over het falen van de overheid. Toch zien we dit in deze wet die vandaag voorligt nauwelijks terug. Veel inwoners hebben terecht het gevoel dat Nij Begun niet over hen gaat. Ze zien dat het gaat over adviesbureaus, over projectontwikkelaars, over grote bedrijven. Ze zien dat het gaat over prestigeprojecten, over AI-fabrieken, over congressen in de stad en over grootschalige infrastructuur, maar het komt niet bij hen terecht. Bewoners en ondernemers hebben nog altijd schade aan hun huizen. Erkent de minister dit? Is de minister bereid om te komen tot een betere staat van Groningen? Wil hij bewoners daar ook meer zeggenschap in geven?

Voorzitter. De overheid kan eindeloos zaken beloven, maar we komen er niet als wantrouwen tegenover de inwoners de kern is. Laat ik één voorbeeld noemen. Het gaat om de meest simpele maatregel die in Nij Begun stond, echt de aller-, aller-, allersimpelste maatregel: maatregel zestien. Deze maatregel beloofde simpelweg, echt supersimpel, dat bewoners €2.500 zouden krijgen voor het lange wachten. Het is drie jaar later, maar bewoners wachten nog steeds op een compensatie voor het lange wachten. Dat bedenk je toch niet? Kafka kan er trots op zijn, maar bij zelfs de meest simpele maatregel de meest bizarre bureaucratie bedenken, is echt gruwelijk.

Ik herhaal wat ik drie jaar geleden zei: er is maar één manier om dit aan te pakken, en wel mét de gedupeerden, deur voor deur, straat voor straat. De econoom Mariana Mazzucato schrijft dat overheden tegenwoordig verzwakt zijn, uitgehold, bang, geïnfantiliseerd; ze zijn hun kennis kwijt en besteden alles uit aan steeds machtigere bedrijven. Maar zij beschrijft ook een alternatief: de maanlanding als voorbeeld. De overheid die bedacht om een mens op de maan te willen zetten, zette alles op alles om dat te doen, haalde de beste mensen bijeen en nam risico's. Daardoor kwamen we niet alleen op de maan, maar werd ook een golf van andere belangrijke ontdekkingen gedaan op tal van terreinen. Maak van Groningen zo'n missie. Haal de beste mensen uit het land bijeen: de beste architecten, de beste bouwers, de beste artsen en de beste begeleiders. Maak dit onze missie. Ga van deur naar deur. Vraag aan mensen: wat is hier gebeurd, wat is u aangedaan, wat is er nodig, wat gaan we doen? En doe dat vervolgens ook, met bewoners, met straten en met dorpen, en zo lang als dat nodig is voor de mensen, de huizen, de dorpen, het landschap en de economie. We konden dit ooit wel. Kijk naar de Deltawerken. Weet u waarom dat slaagde? Vanwege Groningen. Met het geld uit Groningen kon het. Gronings gasgeld heeft voor wereldwonderen gezorgd. Zorg nu voor ons.

Vandaag moet het gaan over oplossingen voor gedupeerden, een nij begun, niet over nieuwe ellende. Laat het vandaag dan ook niet gaan over eventuele plannen om opnieuw gas te winnen. Daar kun je over debatteren op andere momenten, maar deze wet gaat daar niet over. Als je nog de schijn wilt wekken dat je er ook wil zijn voor gedupeerde Groningers, dan is dát waar het vandaag over moet gaan: over oplossingen voor hen.

Voorzitter. Als ik grappig mag afsluiten: mijn missie vandaag is minister Van Veldhoven naar huis sturen, dit keer niet met een motie van wantrouwen maar omdat het eindelijk moet gaan over Groningers, en daar gaan de andere twee bewindspersonen over.

De heer Clemminck (JA21):
Mevrouw Beckerman had het over de wetenschap. Die is haar veel waard. Laat ik nou twee citaten hebben van twee gerenommeerde wetenschappers op het gebied van aardbevingen. Het eerste is van Julian Bommer, die zegt: "Whoever wrote this is clueless and far out of their depth. This is misinformation on a giant scale." Het andere is van de bekende geoloog Manuel Sintubin. Hij schrijft: "In Groningen is een alternatieve publiekswetenschap ontstaan die niks meer te maken heeft met de wetenschap." Een ander citaat. "Nergens ter wereld is zo veel geld uitgekeerd voor zulke kleine bevingen." Dit is de wetenschap. Er is geen enkel verband meer tussen wat wordt uitgekeerd en de schade die is ontstaan door trillingen veroorzaakt door de gaswinning. Ik ben wel benieuwd wat mevrouw Beckerman als liefhebber van de wetenschap daarvan denkt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik herken deze citaten en ik herken waar ze vandaan komen. Ik heb dat artikel gelezen. Ik vond het knap om zo veel missers te maken in één stuk. Het stuk begint bijvoorbeeld met: "Op zo'n grote afstand van het episch centrum van Huizingen wordt nog steeds schade gemeld, zelfs in Assen." Ik moest er een klein beetje om lachen. U haalt het ook aan. De schrijver had blijkbaar eventjes gemist dat daar vorige maand nog een aardbeving was, waarvan ook deze wetenschappers moeten erkennen dat die daadwerkelijk voor schade zorgt. Dat heeft hij waarschijnlijk even gemist. Een tweede misser — en die vond ik eigenlijk de pijnlijkste — was dat ze constateerden dat er nu heel veel schades gemeld worden iets verder van de kern en heel weinig in het kerngebied. Dat vonden die wetenschappers opmerkelijk. Weet u waarom dat is? Ik heb het u net verteld: omdat die zwaar gedupeerden die strijd niet meer aangaan en omdat de regelingen, die juist bedoeld zijn voor die zwaar gedupeerden, niet werken. Dat kunt u nalezen; de wetenschappers hebben het opgeschreven, ook in het IMG-jaarverslag. Vorig jaar zijn veertien mensen geholpen met die regeling, die zo mooi werd genoemd na de parlementaire enquête. Veertien mensen zijn ermee geholpen ... Dus inderdaad, het klopt: er zijn kleinere schades aan de rand, omdat heel veel mensen in het kerngebied zeggen "wij gaan die strijd niet meer aan" of vastzitten in zo'n regeling die niet werkt.

De heer Clemminck (JA21):
Een heel betoog, met heel veel woorden die niet ingaan op de kernconclusie van deze twee wetenschappers. U komt met een heel ander verhaal. Ik geef u een citaat van twee topwetenschappers als het gaat om de aardbevingen. Een is er zelfs verantwoordelijk geweest voor het Groningse model. Ze halen in datzelfde artikel, dat we allebei hebben gelezen uiteraard, elk wetenschappelijk fundament onder deze aanpak en de relatie tussen de schade die wij vergoeden en schade veroorzaakt door trillingen naar aanleiding van de gaswinning, onderuit. U reageert daar niet op en komt met een heel ander betoog. Tja, dan concludeer ik toch maar even, voorzitter, dat de SP blijkbaar helemaal niets van deze wetenschap wil hebben. Dat is prima, dat is een vrije politieke keuze, maar wees er dan ook eerlijk in dat u geen enkel verband meer kunt leggen tussen de schade waarvoor we uitkeren en de schade naar aanleiding van de gaswinning.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, ga uw gang. Graag korte antwoorden.

Mevrouw Beckerman (SP):
Volgens mij had ik een hele feitelijke reactie op dit artikel, maar u kunt er meer krijgen, want dit debat voeren we al een hele tijd. Het zijn Shell en Exxon die de rekening voor de ellende die is aangedaan in Groningen continu betwisten. En zij hebben inderdaad een aantal experts, waaronder die ene die u net aanhaalde, aan hun zijde voor een rechtszaak of rechtszaken tegen de Staat. Elke keer komen ze hiermee. Tegelijkertijd zijn er wetenschappers die de woningen zijn binnengegaan — ook in reactie op dit artikel overigens; ze hebben ook gereageerd hierop — die naar de mensen toe zijn gegaan, die naar het gebied toe zijn gegaan, die daar daadwerkelijk ter plekke onderzoek hebben gedaan, die zeggen: ja, inderdaad, wij staan versteld van wat deze aardbevingen hier aanrichtten; wij staan versteld van wat wij in ons lab niet hebben kunnen zien en hier, in de realiteit, wel. Dus ja, die experts die u aanhaalt, bestaan. Ze staan in een artikel waar ik grote blunders in zie. Ik kan er meer opnoemen. Maar wat ik ook zie, is dat er experts zijn die het tegenovergestelde doen. En wat ik pijnlijk vind, is dat Shell en Exxon zich hier niet bij neerleggen en nog steeds bezig zijn, na al die miljarden die zijn verdiend, met het bestrijden van die rekening.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Clemminck, afrondend.

De heer Clemminck (JA21):
Jazeker, voorzitter. De wet is de wet, en die geldt voor iedereen, hè. Je bent dus inderdaad alleen maar aansprakelijk voor de zaken waar je ook een oorzaak voor bent. De NAM staat dus geheel in haar recht om het te betwisten. Het is ons probleem, omdat wij meer uitbetalen dan we eigenlijk juridisch waar kunnen maken. Als het gaat om de schade die in woningen zit, de scheuren, dan zeggen alle adviseurs, iedereen die ook maar een woning binnenkomt, heel duidelijk: ik kan niet herleiden waar die scheur vandaan komt; ik kan die niet herleiden tot trillingen die mogelijk zijn veroorzaakt door de gaswinning. Als we kijken naar andere landen, dan wordt dat verband daar totaal niet gezien. U houdt zich vast aan een aantal wetenschappers omdat die aan uw kant staan — als dat al wetenschappers zijn, eerlijk gezegd. Ik heb het hier over topwetenschappers als het gaat om de aardbevingen, verantwoordelijk voor het Groningse model, en zij zeggen: geen enkel verband. Ze slaan eigenlijk alle grond weg onder elk wetenschappelijk verband dat hier wordt gelegd met de schadevergoedingen in Groningen.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman. En u praat niet tegen de voorzitter ...

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik wil hier een klein punt van orde over maken. "Als dat al wetenschappers zijn"? Ik haalde onder anderen prof. Postmes en zijn team aan, die intensief onderzoek hebben gedaan naar wat het met bewoners heeft gedaan, zo te worden behandeld door de overheid. En dan komt JA21 met: "Als dat al wetenschappers zijn"! Op het moment dat u mij iets vraagt over wetenschappers en u bent het er niet mee eens, geeft het geen pas om te twijfelen aan de kwaliteit van deze wetenschappers. En als ik mag reageren op uw vraag ... Je kunt zeggen: we gaan puur kijken naar het aansprakelijkheidsrecht. Maar we kunnen ook kijken naar het morele aspect. Er is door de Staat, Shell en Exxon — ik herhaal het maar — ruim 400 miljard verdiend aan de gaswinning. Als je dan nu nog steeds bewoners in ellende laat zitten, dan is daar een moreel oordeel over te vellen en dat vel ik al vele jaren.

De voorzitter:
Ik geef u nog even de ruimte om kort te reageren, meneer Clemminck. Ik verzoek ook om via de voorzitter te spreken.

Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus, voorzitter.

De heer Clemminck (JA21):
Even een correctie. Ik had het niet over de wetenschappers waaraan u refereerde in het kader van die gezondheidsonderzoeken. Ik had het ergens anders over.

Mevrouw Beckerman (SP):
Aha, dus u erkent toch dat er gezondheidsschade is?

De heer Clemminck (JA21):
Nee, dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik refereerde daar niet aan; ik refereerde aan de trillingen in verband met de schade.

De voorzitter:
Ik gaf niet de ruimte om door elkaar te heen praten, en graag via de voorzitter spreken.

Mevrouw Beckerman (SP):
U heeft gelijk, voorzitter.

De voorzitter:
Oké, mevrouw Beckerman. Gaat uw gang. Heeft u nog een reactie?

Mevrouw Beckerman (SP):
Nou, ik denk dat dit wel klaar is. Volgens mij voeren we deze discussie namelijk al vele jaren. Ik vind het ook wel jammer bij JA21 dat ze eigenlijk maar twee dingen doen: ze betwijfelen hoe het gaat met de gedupeerden en ze pleiten voor het heropenen van de gaskraan. Vandaag is een unieke dag, omdat we een wet bespreken waarmee we gedupeerden verder kunnen helpen. Ik heb gezien dat de heer Kops, de heer Bushoff en ikzelf de enigen zijn die daarop amendementen indienen en voorstellen hebben gedaan om mensen daadwerkelijk verder te helpen, zoals gevraagd wordt vanuit de regio. JA21 doet dat niet, maar komt hier weer gedupeerden en wetenschappers zwartmaken en pleit wellicht weer voor gaswinning. Wij strijden wél voor deze groep gedupeerden.

De voorzitter:
Ik zie dat de heer Clemminck wil reageren, maar ik zou willen zeggen: u mag na de interruptie van de heer Köse namens D66. Gaat uw gang, meneer Köse.

De heer Köse (D66):
Ik denk dat mevrouw Beckerman de spijker op zijn kop slaat. We zien hier gewoon hoe onmenselijk er door JA21 gekeken wordt naar deze situatie, met wantrouwen dat we al genoeg gezien hebben en artikelen die heel doelgericht gezocht worden. Maar het gaat hierbij heel erg over de directe schade; er lijdt niemand direct door. De NOS kopte laatst over het onderzoek van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen dat ook werd aangehaald door mevrouw Beckerman, over dat 28.000 Groningers last hebben van depressieve gevoelens, 37.000 Groningers kampen met rusteloosheid en nog eens 55.000 Groningers kampen met spanningen. Mevrouw Beckerman komt zelf uit de regio. Wellicht dat u de collega van JA21 kunt helpen door een beetje te duiden wat ook de indirecte schade hiervan is en dat die misschien nog wel veel groter is dan de directe schade.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb dat onderzoek niet aangehaald. Dat heeft ook te maken met dat het mij raakt. Ik vind dat namelijk echt heel zwaar. Er zijn namelijk mensen die echt ziek zijn van de manier waarop de overheid met hen is omgegaan. Dit leidt tot vroegtijdige overlijdens. Ik ken die mensen. Ik vind het altijd moeilijk om daarover te praten, zeker wanneer betwist wordt dat dit daadwerkelijk bestaat.

De heer Clemminck (JA21):
Ik hoor dat mijn collega mij verwijt dat ik onmenselijk ben. Ik hoor deze collega zeggen dat ik mensen zwartmaak. We hebben het gister nog over de taalgids van OCW gehad, dus ik weet niet of dat woord nog mag, maar het moet in ieder geval met een hoofdletter Z! Maar ik vind dit geen manier van debatteren. Kijk, u mag uw politieke keuzes maken en u mag moraliteit inbrengen in het debat, maar ik mag andere keuzes maken. Volgens mij zijn we daarvoor hier in gesprek met elkaar. Maar laten we dit soort verwijten niet maken.

Ik wil er ook nog even op wijzen dat JA21 bij de parlementaire enquête heeft gezegd de uitkomsten te steunen. We hadden daar een aantal kritische vragen over, maar de uitkomsten steunden we. We hebben ook altijd meegestemd bij moties en amendementen uit het verleden, ook met u over het pakket voor compensatie van Groningen, al maakten we daar enkele kritische kanttekeningen bij. Dus doe nou niet alsof JA21 helemaal niets heeft betekend voor de mensen in Groningen als het gaat om compensatie voor het echte leed dat daar is aangedaan.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik prob...

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, aan u het woord.

Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus.

Ik probeerde de heer Clemminck ook uit te dagen. Ik noemde het net al: ik heb samen met de heer Bushoff een groot aantal amendementen ingediend, omdat wij vinden dat deze wet te slap is. Deze wet heeft het bijvoorbeeld over een zorgplicht, maar wij willen een resultaatplicht. Wij hebben voorstellen daarvoor gedaan. U weet waarschijnlijk hoeveel werk het is om amendementen te maken. Wij hebben er behoorlijk veel gemaakt. Ik zie dat andere partijen dat nog niet hebben gedaan. Ik daag u uit om hiermee te komen, want we moeten zorgen dat we recht doen aan gedupeerde Groningers.

Laat ik het u dan maar direct vragen: steunt u de amendementen die wij hebben ingediend? Denk bijvoorbeeld aan: geen zorgplicht, maar een resultaatplicht; geen finale kwijting in de wet, waardoor zwaar gedupeerden blijven zitten met de schade; juridische steun, technisch advies en financieel advies voor huurders. Dat zijn zomaar drie amendementen die wij hebben ingediend. Ik vraag uw steun hiervoor.

De voorzitter:
Ik zou willen voorstellen dat u dat vraagt in de termijn van de heer Clemminck. Het lijkt me goed om dat zo netjes te doen. Zo voeren wij de debatten altijd met elkaar.

Ik zie dat er verder geen interrupties meer zijn. Ik dank u voor uw inbreng, mevrouw Beckerman, en geef het woord aan de heer Vermeer van de BBB-fractie.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Dit wetsvoorstel is geen technisch dossier. Het gaat over mensen die al jaren wachten, mensen die nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn en mensen die te vaak hebben gehoord dat het beter wordt, zonder dat ze dat zelf ook echt merkten. BBB ziet dat het kabinet met deze wetswijziging stappen zet. De generatielange aanpak wordt wettelijk vastgelegd. Schadeherstel en versterking worden koste wat kost uitgevoerd. Met de jaarlijkse Staat van Groningen komen er structureel inzicht en politieke verantwoording. Dat zijn belangrijke keuzes, maar wetten herstellen geen vertrouwen; dat doet de uitvoering. Daarom wil BBB vandaag vooral spreken over wat deze wet betekent in de praktijk voor bewoners, voor uitvoerders en voor de overheid zelf.

Voorzitter. Voordat ik inga op schade en herstel, wil ik eerst helderheid over de randvoorwaarden. In en rond dit debat wordt opnieuw gesproken over gaswinning uit het Groningenveld. BBB vindt het belangrijk om daar duidelijk over te zijn, juist om onrust bij inwoners te voorkomen. Voor BBB is veiligheid leidend. Niet politiek opportunisme of financiële overwegingen zijn leidend, maar veiligheid is leidend. Het oordeel over de veiligheid ligt niet bij politici, maar bij de onafhankelijke toezichthouder, het SodM, het Staatstoezicht op de Mijnen. Zij zijn helder: veilige gaswinning uit het Groningenveld kan niet worden gegarandeerd, ook niet door injectie in de bodem. Volgens SodM is er in ieder geval op korte en middellange termijn geen mogelijkheid om de gaswinning te hervatten. Bij de huidige praktijk zal de bodem nog jarenlang instabiel blijven en kunnen er nog aardbevingen plaatsvinden. Bij het hervatten van de gaswinning wordt de instabiliteit van de bodem, en daarmee de kans op aardbevingen, vele malen groter.

Daar komt nog eens bij dat bij de huizen die momenteel al versterkt en afgehandeld zijn, altijd rekening is gehouden met het scenario van geen extra gaswinning. Sommige partijen pleiten voor het hervatten van de gaswinning en ruimhartige compensatie voor de Groningers, maar in de praktijk betekent dit dat de afhandeling van de schade en de claims weer jaren terug in de tijd wordt geworpen. Als er iets is waar de Groningers niet op zitten te wachten, is dat het wel.

Voorzitter. Dat BBB op dit moment niet openstaat voor het hervatten van de gaswinning onder het Groningenveld, betekent niet dat BBB tegen gaswinning an sich is. We hebben op dit moment een aantal kleinere gasvelden, waar ook al jaren gas wordt gewonnen. Volgens SodM kan het winnen van gas in deze velden wel veilig. Daarom willen we daar ook mee doorgaan.

Voorzitter. Dan de kern voor veel mensen in Groningen en Noord-Drenthe: schadeafhandeling. In de memorie van toelichting gaat het over een mildere, makkelijkere en menselijkere aanpak. BBB onderschrijft die ambitie volledig, maar bewoners willen vooral antwoord op één vraag: gaat het nu sneller? De mogelijkheid van daadwerkelijk herstel zonder onderzoek naar de schadeoorzaak kan daarbij helpen. Minder discussie over causaliteit kan tijd schelen en stress verminderen. Dat ziet BBB als een belangrijke stap, maar tegelijkertijd roept dit ook vragen op. Kan het kabinet concreet maken welke versnelling in doorlooptijden het verwacht door deze nieuwe aanpak? Hoe wordt voorkomen dat bewoners alsnog vastlopen in uitzonderingen, aanvullende voorwaarden of ingewikkelde keuzemomenten? Is het kabinet bereid om vaker te werken met duidelijke standaardroutes, waarbij de overheid meer verantwoordelijkheid neemt en bewoners actief ontzorgt, in plaats van ze steeds opnieuw te laten kiezen?

Dan de versterking. Ook over de versterkingsoperatie heeft BBB zorgen. Uit de uitvoeringstoetsen blijkt hoe kwetsbaar de planning is. Elke extra verplichting, elk nieuw overlegmoment en elke aanvullende rapportage kan vertraging veroorzaken. Hoe borgt het kabinet dat deze wetswijziging niet leidt tot extra vertraging in de versterkingsoperatie? Hoe wordt voorkomen dat uitvoerende organisaties wel extra taken krijgen, maar onvoldoende ruimte om die uit te voeren? BBB wil dat deze wet versnelt en niet vertraagt. Dat vraagt om scherpe keuzes en duidelijke prioriteiten.

Voorzitter. BBB steunt het idee van een jaarlijkse Staat van Groningen. Inzicht is nodig, ook voor de Kamer, maar alleen als dat ook gevolgen heeft. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als doelen of streefwaarden niet worden gehaald? Welke concrete consequenties verbindt het kabinet daaraan? Hoe wordt de Kamer tijdig geïnformeerd, zodat bijsturen ook echt mogelijk is? BBB wil voorkomen dat de Staat van Groningen een papieren werkelijkheid wordt, waarin problemen wel worden beschreven, maar niet worden opgelost.

Tot slot, voorzitter. Alles overziend kan deze wet een stap vooruit zijn, maar alleen als deze leidt tot minder onzekerheid, minder wachttijd en meer duidelijkheid voor inwoners. Dat betekent geen nieuwe discussies over gaswinning zolang veiligheid niet gegarandeerd is, maximale focus op versnelling van schadeherstel en versterking en een overheid die verantwoordelijkheid neemt in plaats van doorschuift. BBB wil dat deze wet één duidelijke boodschap afgeeft aan de mensen in Groningen en Noord-Drenthe: het wordt rustiger, duidelijker en sneller. Dat is de meetlat die BBB hanteert bij de verdere behandeling van dit wetsvoorstel en het beoordelen van de amendementen.

Dank u wel.

De heer Clemminck (JA21):
Een korte vraag aan de BBB: is de heer Vermeer er voorstander van om de putten open te laten, zodat wij bijvoorbeeld stikstof zouden kunnen injecteren om de ondergrond te stabiliseren?

De heer Vermeer (BBB):
Zoals ik eerder in debatten ook al aan de heer Clemminck aangegeven heb, zijn wij bereid — we hebben daarover zelfs een motie gesteund — om experimenten met injecties uit te voeren, maar niet in het Groningenveld, want experts hebben duidelijk aangegeven dat dat veld van een heel andere orde van grootte is en dat je, als je al experimenten wilt doen, dat met nieuwe gasputten zult moeten doen, die kleiner zijn en waarvan de omvang beperkt is. Je moet dat dan ook testen. We moeten alles testen wat kan helpen om aan gaswinning te kunnen doen en veiligheid kan garanderen voor de mensen. Ik hoop dat dat duidelijk genoeg is.

De voorzitter:
Volgens mij is dat het; de heer Clemminck is weer gaan zitten. Dank u wel voor uw inbreng. Ik geef het woord aan de heer Bushoff namens de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Net buiten Middelstum heb je zo'n typische, prachtige herenboerderij op zo'n wierde, zo'n heuvel die we in de rest van het land een terp noemen. Expeditie Grunnen, een weekendprogramma van RTV Noord — ik raad het iedereen aan — besteedde dit paasweekend ook aandacht aan deze specifieke boerderij. Dat komt omdat het een best wel bijzonder voorbeeld is. Deze boerderij stond in 2017 namelijk nog op de nominatie om volledig gesloopt te worden door de NAM, totdat er een gezin was dat zei: laat dat nou niet gebeuren. Zij bonden de strijd aan met de NAM. Vandaag de dag wonen zij met hun gezin in die prachtige gerenoveerde en versterkte boerderij. De boerderij zelf is een typisch voorbeeld van zo'n mooie Groningse herenboerderij. De naam is misschien nog wel mooier, namelijk: Gronings Hoop. Als je in deze tijd van het jaar op het Groninger land komt, zeker in de vroege ochtend, dan wil er nog wel eens zo'n laag mist over het Groninger land hangen. Over die mist heen kijkend zie je dan de silhouetten van die mooie oude herenboerderijen op de heuveltjes, op de wierden, of van die eeuwenoude kerkjes waar Groningen zo bekend om staat. Bijna zou je bij dat verstilde Groninger landschap, de schoonheid van dat Groninger land, vergeten wat daar ook nog achter schuilgaat.

Voorzitter. Ik citeer. "Je wordt heel snel volwassen." "Ik voel me eigenlijk niet echt meer een mens." "Ik weet niet of ik eigenlijk nog wel bij Nederland hoor." "Ik kan niet verder kijken dan de middelbare school." Citaten van twee middelbare scholieren uit Appingedam. Schrijnende situaties die schuilgaan achter de schoonheid van dat prachtige Groninger land. Het werd ook heel scherp verwoord door de parlementaire enquêtecommissie drie jaar geleden. Het is deze week op de kop af drie jaar geleden dat de Kamer hier dat debat met de enquêtecommissie voerde. Na die enquêtecommissie en na het rapport van de enquêtecommissie was daar de kabinetsreactie Nij Begun. Een nieuw begin. Dat ging om 50 maatregelen om recht te doen aan Groningen, om de ereschuld in te lossen en om Groningen weer perspectief te bieden.

Voorzitter. Voordat ik daar verder op inga moet mij één ding van het hart dat eigenlijk niet tot de orde van dit debat hoort. Partijen die het nu hebben over het door blijven gaan met de gaswinning in Groningen, van PVV en JA21 tot SGP en Groep Markuszower, zou ik willen voorhouden: is dat nou echt een Nij Begun? Dat is nog meer van dezelfde ellende. Ik zou het kabinet dan ook vooral willen aansporen om door te gaan met het ontmantelen van de gasputten in Groningen, zodat we deze non-discussie, die het is, echt achter ons kunnen laten en alle focus in de Kamer en bij het kabinet kan gaan naar Nij Begun, naar een nieuw begin voor Groningers.

Voorzitter. Vandaag behandelen we dan ook een wet die een deel van deze 50 maatregelen wettelijk verankert. De wet regelt een aantal zaken, grofweg gezegd drie zaken. Aan de ene kant regelt de wet die vandaag voorligt daadwerkelijk herstel. Mensen hoeven tot €60.000 niet aan te tonen dat er een causaal verband is, maar krijgen hun schade hersteld. Dat wordt wettelijk vastgelegd. Deze wet regelt ook, zoals dat dan heet, een collegiaal bestuur bij het SodM en deze wet moet er ook voor zorgen dat de overheid de ereschuld aan Groningen nakomt door twee zorgplichten in het leven te roepen.

Voorzitter. Ik denk dat deze wet eigenlijk nog te slap is, om eerlijk te zijn. Die kan steviger, zodat de beloftes die aan Groningers gedaan zijn, ook echt worden nagekomen. Groningen wil nu garanties. Die garanties moeten steviger in deze wet verankerd worden. Daarvoor heb ik samen met mijn collega Beckerman een aantal verbetervoorstellen gedaan. Ik heb daarover ook een aantal vragen aan het kabinet. Die loop ik langs aan de hand van vier blokken. In de eerste plaats ga ik in op het nakomen van beloftes. In de tweede plaats wil ik het hebben over de ongelijkheid. In de derde plaats zal ik het ook nog hebben over de gelijke behandeling van de regio en het Rijk. In de vierde plaats wil ik stilstaan bij de uitvoering.

Allereerst het nakomen van de beloftes aan Groningen. Ik noemde het al. Deze wet regelt, om precies te zijn in hoofdstuk 5b, in artikel 13, dat er twee zorgplichten komen voor het kabinet: een om de ereschuld in te lossen die met name wordt ingevuld door de sociale en economische agenda — ik zie ondertussen dat er een interruptie is — en een zorgplicht die toeziet op het verduurzamen van de woningen.

De voorzitter:
Het klopt dat er een interruptie is aangekondigd, maar ik zocht even naar een natuurlijk moment om u te onderbreken. Meneer Heutink, ga uw gang.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
U heeft een zorgplicht om over de orde van de vergadering te gaan.

De voorzitter:
Daarom.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil even doorgaan op wat de heer Bushoff zei over de zorgplicht. We hebben het dan over de Groningers die echt het vertrouwen in de overheid hebben verloren. Terecht, want we zien wat er is gebeurd en hoeveel leed er is aangedaan. Tegelijkertijd denkt het kabinet met die zorgplicht weg te komen. Vindt meneer Bushoff het niet erg naïef van de overheid en had de overheid er niet scherper op moeten zijn, in de trant van: wij zijn toch wel fout geweest en misschien maken we dat wantrouwen er op deze manier niet beter op?

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Na de parlementaire enquête zijn er best wel grote beloftes gedaan aan Groningers. Het moest menselijker, milder en makkelijker. Er zou eindelijk perspectief komen voor Groningen. Een deel van die grote woorden heeft het kabinet proberen te vatten in deze wet. Het kabinet heeft geprobeerd een en ander wettelijk vast te leggen in de vorm van de zorgplicht. Ik vind dat eigenlijk te vrijblijvend. Ik vind het alsof je zegt: we doen ons best en we zien wel waar het schip strandt. Daarom maak ik ook mijn punt dat het veel scherper in deze wet moet worden vastgelegd, in de vorm van een resultaatverplichting, waar ik samen met mijn collega Beckerman ook een amendement over heb ingediend.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ben blij dat u dat amendement heeft ingediend, maar het gaat wel een stap verder dan dat. Het gaat namelijk ook over de houding en de mentaliteit van het kabinet. Het kabinet moet ook iets gaan leren en inzien wat het gevoel is in Groningen. Ik geloof echt wel dat men precies weet wat er speelt, maar dan begrijp ik niet dat het kabinet niet direct heeft gekozen voor een resultaatverplichting, maar dat het nu alleen gaat voor die zorgplicht. Hoe kijkt meneer Bushoff daarnaar? Moet het kabinet daar niet wat meer lering uit gaan trekken?

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat kan de heer Heutink straks ook aan het kabinet zelf vragen. Ik denk dat het belangrijk is dat als het kabinet met een wet komt waarvan sommige Kamerleden zeggen dat hij beter kan, het dan ook aan de Kamer is om daar zelf verantwoordelijkheid in te nemen. Als er één conclusie was van de parlementaire enquêtecommissie, dan was het dat niet alleen het kabinet, maar ook de Kamer veel steviger haar rol had moeten pakken bij alle ellende die is aangericht in Groningen. Ik vind dus ook dat de Kamer zelf een verantwoordelijkheid heeft om wetten die misschien niet goed zijn, beter te maken. Vandaar dat ik vandaag tal van verbetervoorstellen doe om de wet steviger te maken.

Tot slot. Ik denk dat het cruciaal is voor het vertrouwen van Groningers in de overheid, dat we de discussie over het herwinnen van gas uit het Groningerveld definitief achter ons laten, en dat alle partijen die er wel voor pleiten daarmee stoppen en zich richten op het oplossen van de ellende van de Groningers.

De voorzitter:
Helder. U vervolgt uw betoog.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Ik was gebleven bij de zorgplichten van dit kabinet. Ik had er al even een interruptiedebat over met de heer Heutink van Groep Markuszower. Ik vind dat het eigenlijk te slap is. Het lijkt zo veel te zijn als: we gaan ontzettend ons best doen en kijken dan of het goedkomt en waar het schip strandt.

Voorzitter. Op bladzijde 17 van de memorie van toelichting schrijft het kabinet dat een resultaatverplichting "een onrealistische verwachting" zou wekken. Mijn vraag aan het kabinet is: wat voor onrealistische verwachting? De Groningers mogen er toch van uitgaan dat de beloftes die zijn gedaan, daadwerkelijk door het kabinet worden nagekomen? Iets verderop wordt op bladzijde 17 van de memorie van toelichting gesteld dat de zorgplichten "toch ongeveer hetzelfde" zouden zijn als een resultaatverplichting. Mijn vraag aan het kabinet is dus: wat is het nou? Is het nu zo dat u zegt dat de beloften die zijn gedaan aan Groningen afrekenbaar zijn en dat u die gaat realiseren? Dat houdt in dat u net zo goed kan kiezen voor een resultaatplicht, overeenkomstig het voorstel van mevrouw Beckerman en mijzelf. Of is het zoals het kabinet eerder schreef in de memorie van toelichting, namelijk dat men de belofte toch niet echt hard durft te maken in deze wet? Welke van de twee is het? Ik hoop echt dat het kabinet de beloftes gaat nakomen. Als dat zo is, dan kunnen we ook kiezen voor een resultaatverplichting.

Voorzitter. Dan kom ik bij de ongelijkheid. Je hoeft bijvoorbeeld alleen maar naar Loppersum te gaan, waar ik een paar weken geleden nog was. Daar heb je de Schipsloot, met prachtige huisjes aan het water. Het heet niet voor niets Schipsloot. Achter de Schipsloot loopt de Middenstraat. De woningen daar worden allemaal aangepakt, maar de woningen bij de Schipsloot worden niet aangepakt. Onuitlegbaar. Ga je naar Appingedam, dan heb je daar de Westersingel. Ik was bij mensen binnen en ik zag dat het plafond eruit lag. Spullen stonden opgeslagen, omdat ze verwachtten dat hun huis zou moeten worden aangepakt. Ze hadden namelijk een brief gekregen dat hun woning niet veilig was. Nu krijgen ze een brief met de mededeling "uw huis is op norm". Ondertussen ligt het plafond er nog steeds uit en staan de spullen in de opslag, terwijl aan de Koninginnelaan, een straat verderop, de huizen wel worden aangepakt: een onuitlegbaar verschil. Ga naar de Stadsweg in Ten Boer. De hele wijk eromheen is aangepakt. De Fivelstraat staat er haaks op en de huizen daar kregen verduurzaming, maar op de Stadsweg in Ten Boer moesten inwoners zelf in actie komen om hun recht te halen: een onuitlegbaar verschil.

Voorzitter. Mijn vraag aan het kabinet, aan deze nieuwe bewindspersonen, is: wat vindt u hiervan? Vindt u deze in mijn ogen onuitlegbare verschillen aanvaardbaar of vindt u dat deze onuitlegbare verschillen inderdaad moeten worden weggewerkt?

In de wet die vandaag voorligt is — ik zeg uit mijn hoofd in artikel 19c — opgenomen dat nieuwe maatregelen geen nieuwe ongelijkheid mogen veroorzaken. Ik ben benieuwd of het kabinet kan reflecteren op de vraag of het inderdaad gaat lukken om na te komen wat in deze wet is opgenomen en hoe zich dat verhoudt tot bijvoorbeeld maatregel 29.

Voorzitter. Je ziet ook een ongelijkheid in de wet als het gaat om huurders en eigenaren. Aan de ene kant krijgen eigenaren juridische en financiële bijstand, maar aan de andere kant zie je dat dat voor huurders eigenlijk nog onvoldoende is geregeld, zeker als die huurders ook nog eens mkb'ers, ondernemers zijn. Mijn collega Beckerman en ik dienen daarom een voorstel in om die ongelijkheid uit deze wet te halen.

Voorzitter. Er zit nog zo'n ongelijkheid in deze wet. Op zich is het goed dat met deze wet ook verankerd wordt dat schades tot €60.000 zonder een causaal verband te hoeven aantonen daadwerkelijk hersteld kunnen gaan worden, maar wat zegt dat over de mensen in het kerngebied die zwaar getroffen zijn, de mensen met de zwaarste schades? Ik vraag het kabinet: hoe is het rechtvaardig dat zij niet in aanmerking komen voor zo'n regeling? Dat lijkt mij een onuitlegbaar verschil. Dat moet ook opgelost worden en daarvoor doen we dus ook een verbetervoorstel.

Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over ongelijkheid en over batch 1588. Ik heb het al vaker over batch 1588 gehad in Kamerdebatten. Mensen moesten nota bene geld inleggen voor de sloop van hun eigen woning, die er tot op de dag van vandaag nog steeds staat en nota bene verhuurd werd. Ze moesten een enorme strijd voeren om dat geld terug te krijgen. Ik ben benieuwd hoe het daarmee staat. Ik zou van het kabinet willen weten: heeft iedereen dat geld inmiddels terug? Ik lees ook — ik wil dat verifiëren bij het kabinet — dat batch 1588 straks in principe op dezelfde maatregelen aanspraak kan maken als ieder ander. Kan het kabinet aangeven of dat klopt? Hoe zit het dan met terugwerkende kracht, zou ik van het kabinet willen weten. Tot zover over die ongelijkheid in Groningen.

Ik wil ook nog ingaan op de rol van de regio in verhouding tot het Rijk. Groningers hadden altijd al gelijk. De mensen uit Groningen weten donders goed wat er goed gaat, wat er niet goed gaat en wat er beter kan. Ik denk dat de conclusie van de parlementaire enquête dat de stem en de belangen van Groningers structureel zijn genegeerd, gerechtvaardigd was. Als er zo'n harde conclusie wordt getrokken, moet je daar ook lering uit trekken. Dan moet je dus ook de stem van Groningers, de gemeente, de provincie en maatschappelijke organisaties een veel betere plek geven in overleggen. Dat betekent concreet twee dingen. Eén. Het overleg tussen Rijk, regio, gemeenten, provincies en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties moet gelijkwaardig zijn. Twee. Het moet op initiatief van de regio zelf geïnitieerd kunnen worden; dat is het tweede amendement dat wij indienen. Alleen dan doe je recht aan de stem van Groningers.

Voorzitter. Mijn vierde punt gaat over de uitvoering. Het was al een tijd geleden dat de SP en toen nog de PvdA … Inmiddels is het GroenLinks-PvdA en zo meteen is het Progressief Nederland in deze Kamer. De naam wil nog weleens veranderen, maar het punt dat ik wil maken blijft hetzelfde, namelijk dat de SP en de PvdA eigenlijk altijd het punt hebben gemaakt dat de aanpak die in Groningen is gekozen, namelijk schadeafhandeling en versterking apart organiseren, een verkeerde aanpak is, een verkeerd fundament. In de afgelopen jaren werd altijd gezegd dat er nu eenmaal is gekozen voor die aanpak, dat die niet meer veranderd kan worden en dat we daarbij moeten blijven. Langzaamaan lijkt nu toch erkend te worden, ook door dit kabinet, ook in de toelichting op deze wet en ook in de beantwoording van het schriftelijk overleg, dat het toch beter zou zijn als je schadeafhandeling, versterking en verduurzaming samenvoegt in een eenoverheidsaanpak of een totaalaanpak. Daar zijn de inwoners het meeste bij gebaat. Ik denk dat dat inderdaad waar is, maar het verbaast me wel dat het zo lang heeft geduurd voordat dat inzicht er is gekomen. Ik vraag dit kabinet en deze nieuwe bewindspersonen dan ook: is dit inderdaad de route die u verder wil bewandelen, dus de route van een eenoverheidsaanpak en een totaalaanpak? Zult u alles doen wat nodig is om die route te realiseren?

Voorzitter. Met betrekking tot de uitvoering denk ik het volgende. Omdat we in beginsel een verkeerde aanpak hebben gekozen, zitten we nu nog steeds met heel veel problemen en hebben we een enorm lange stilstand gezien met betrekking tot het daadwerkelijk herstellen van schade en het verstevigen van woningen. Nog steeds wonen duizenden mensen in beschadigde en onveilige huizen. De stilstand van de afgelopen jaren is niet gratis; dat heb ik eerder al in debatten gezegd. Als iemand van 95 te horen krijgt dat die nog twee jaar langer moet wachten, of als een ouder echtpaar op leeftijd jarenlang strijd moet voeren om te krijgen waar ze recht op hebben, kost dat hen belangrijke laatste levensjaren. Ik zeg dus nogmaals tegen het kabinet: die stilstand is niet gratis. We moeten nu dus heel snel voortgang maken. Ik vraag dit kabinet ook: wat verwachten deze bewindspersonen van de aangekondigde maatregelen voor duurzaam en daadwerkelijk herstel? Die hadden de grote gamechangers moeten zijn, maar blijven voorlopig echt nog achter. Wat verwacht het kabinet daarvan?

Met betrekking tot de uitvoering zou ik ook nog een punt willen maken over finale kwijting. Mijn collega Beckerman maakte dat punt ook al. Het is niet meer dan logisch dat Groningers, die in de afgelopen jaren misschien wel murw zijn geslagen door alle bureaucratische processen, de onzekerheid en het lange wachten, kiezen voor een makkelijkere route om in één keer van hun schades af te zijn of een vergoeding te krijgen, als ze daarvoor in aanmerking komen. Echter, het kan natuurlijk niet zo zijn dat ze daarmee afstand doen van hun recht om meer schade vergoed te krijgen als die er blijkt te zijn. Dat gebeurt wel als je die finale kwijting inbouwt in de wet. Ik vind dat we daar vanaf moeten. Daarvoor doen wij dus een verbetervoorstel.

Voorzitter. Dan nog één punt over de schadeafhandeling dat mij wel van het hart moet. Heel veel schadebureaus hebben heel veel geld verdiend aan de schadeafhandeling in Groningen. Naast dat ik dat moreel verwerpelijk vind — ik wil daarover ook graag een uitspraak van het kabinet — vind ik dat we daar paal en perk aan moeten stellen, zeker als je ziet dat een aantal mensen zich enorm hebben verrijkt. Deelt het kabinet mijn opvatting dat het niet zo kan zijn dat schadebureaus zo ongelofelijk veel geld verdienen over de rug van ons allemaal en zeker van de Groningers? Moeten we daar geen paal en perk aan stellen, vraag ik dit kabinet.

Voorzitter, ik kom tot een afronding. Groningers zijn doorgaans geen mensen die de deur wagenwijd openzetten en zeggen: kom maar kijken naar mijn problemen. Wij Groningers, wij doppen onze eigen boontjes wel. De afgelopen jaren ben ik veelvuldig bij mijn provinciegenoten over de vloer gekomen. Ik heb daar in hun huis aan hun keukentafel gezeten. Elke keer voelde dat een beetje ongemakkelijk, bij mensen in huis komen om zomaar een inkijkje in hun privéleven te krijgen. Ik zeg nadrukkelijk dat je bij hen in huis komt, want eigenlijk kom je niet bij ze thuis. De meeste mensen bij wie ik over de vloer kwam, zeiden: mijn thuis is dit allang niet meer. Het beste voorbeeld daarvan is misschien wel het gezin in Appingedam waar ik kwam. De moeder liet het huis zien: de voorkant staat twaalf centimeter hoger dan de achterkant, scheuren alom, deuren die niet meer sluiten, in de winter wordt het niet warmer dan 18 graden, tocht, vocht. De twee dochters kunnen, zo zei de moeder, niet meer meemaken dat ze in een fijn en veilig thuis wonen, omdat ze tegen die tijd het huis al uit zijn. Er wordt weleens gezegd dat de jeugd de toekomst heeft, maar ik wil afsluiten met de vraag aan het kabinet of dit ook geldt voor Groningen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw bijdrage. Dan zou ik graag het woord willen geven aan de heer Clemminck van de fractie van JA21.

De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Wie schade veroorzaakt, is verantwoordelijk voor schadeherstel en voor compensatie. In deze ene zin zit meer rechtvaardigheid, meer realisme en meer redelijkheid dan in de honderden pagina's van dit dossier. Schade door trillingen als gevolg van de gaswinning moet van JA21 menselijker, milder en makkelijker worden vergoed, punt. Tegen mevrouw Beckerman zeg ik nogmaals dat wij voorstellen daarover ook altijd hebben gesteund, ook haar amendement en moties. De politiek moet daartoe heldere randvoorwaarden creëren die juridisch houdbaar en financieel verantwoord zijn. Precies op deze punten gaat dit dossier in dit wetsvoorstel helemaal de verkeerde kant op.

Ten eerste. De schade die wordt uitgekeerd, raakt steeds verder los van de aantoonbare schade door gaswinning. Twee. "Menselijker, milder en makkelijker" is verworden tot "misplaatst, mateloos en misbruik". Drie. Het wetsvoorstel wekt bij Groningers de indruk van een generatielange zekerheid met miljarden, terwijl het budgetrecht van de Kamer gewoon overeind blijft. In die zin deel ik de kritiekpunten van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman. Alleen trekken we andere conclusies op het einde. Het klopt, het zijn vooral symbolische woorden, in werkelijkheid betekenen ze niets.

Voorzitter. Laat ik beginnen met het eerste, de schade-uitkering die steeds verder losraakt van de aantoonbare schade door gaswinning. Er is nog amper een verband tussen de miljarden aan vergoedingen en de echte schade veroorzaakt door trillingen als gevolg van de gaswinning. De regering schrijft het zelf. Er wordt voor miljoenen aan belastinggeld uitgegeven voor schade die "het gevolg van gaswinning zou kunnen zijn". "Zou kunnen zijn." Het IMG geeft miljoenen belastinggeld uit zonder onderzoek te doen naar de oorzaak van de geclaimde schade. Juist dan ontstaat het risico dat kosten niet of niet volledig op de NAM verhaalbaar blijken. Ondertussen is er een hele industrie ontstaan rondom de schadeafhandeling. Vier bureaus ontvingen in de periode 2018-2025 ruim 577 miljoen euro van de overheid. Eén aandeelhouder zag het eigen vermogen van zijn bedrijf stijgen van acht ton naar 13 miljoen. Bij een ander schoot het omhoog van zeven ton naar ruim 5 miljoen euro. Hoe kan het dat zo veel belastinggeld niet naar de echte gedupeerden gaat? Graag een reactie van de minister. De regering kiest er bovendien voor om expliciet af te wijken van de reguliere systematiek van artikel 6:98 en artikel 6:103 van het Burgerlijk Wetboek. Dat is niet niks. Dat betekent dat het gewone aansprakelijkheidsrecht hier bewust buitenspel wordt gezet.

Voorzitter. Dit is dan nog het bestuurlijke deel. Echt ontluisterend wordt het in het technische deel. Zijn de trillingen in Groningen wel echt zo exceptioneel, verwoestend en ontwrichtend als sommige Kamerleden hier altijd hebben beweerd? Is de minister bekend met het artikel in De Correspondent van 3 april? Zo ja, dan moet deze minister ook van zijn democratische ethos zijn gegaan, zich het leplazarus zijn geschrokken. In dit uitstekende journalistieke werk wordt geen spaan heel gelaten van de wetenschappelijke onderbouwing onder de uitkomsten van de parlementaire enquête.

Ik noem enkele voorbeelden uit het artikel, voorzitter. Na de aardbeving bij Huizinge in 2012 kwamen circa 2.000 meldingen binnen van schade. In 2024, het jaar met de laagste trillingen in ruim twee decennia, waren dat er 42.790. Van de 420.000 adressen is in de afgelopen 40 jaar minder dan 1%, ongeveer 2.600 adressen, echt blootgesteld aan piekgrondsnelheden van meer dan 20 millimeter per seconde. Dat is ongeveer een heipaal die naast je woning één keer afgaat. Zo'n 3.700 adressen, 2,6%, kregen trillingen van meer dan 10 millimeter per seconde te verduren. 57.363 adressen, zo'n 13,7%, zijn blootgesteld aan grondbewegingen van meer dan 3 millimeter per seconde. Dat is vergelijkbaar met ongeveer een denderende goederentrein langs je huis.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Is JA21 van mening dat de Groningers ook heel veel emotioneel leed is aangedaan door de overheid?

De heer Clemminck (JA21):
Ik ben zeker van mening dat de overheid in die jaren niet adequaat heeft gereageerd en de zorgen van de Groningers heeft opgepakt.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Snapt JA21 dan ook dat dat leed wat doet met mensen, dat die mensen daardoor ziek kunnen worden en dat het ook een taak is van de overheid om dat leed te compenseren?

De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Schade en leed die veroorzaakt zijn, maar dan wel echt veroorzaakt zijn door de trillingen naar aanleiding van de gaswinning, moeten worden gecompenseerd. Zeker.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik rond af, voorzitter. Hier komen we dan tot de kern van het betoog van JA21. JA21 houdt een zeer technisch verhaal dat de schade die gecompenseerd zou moeten worden aan de Groningers te herleiden is tot het aantal scheuren en het aantal centimeters waarop een woning wel of niet gezakt is. Dat is een zeer technisch verhaal, maar tegelijkertijd is er ook aantoonbare emotionele schade ontstaan door de gaswinning en door het verwijtbaar handelen van het kabinet destijds, waardoor die mensen ook daadwerkelijk in de shit zitten. Ik vraag aan JA21 om daar wel serieus naar te kijken door het niet te herleiden naar een aantal scheuren en het verzakken van een huis, maar om ook rekening te houden met die mensen, die ook daadwerkelijk in de problemen zitten en dat ook gecompenseerd moeten hebben.

De heer Clemminck (JA21):
JA21 gelooft in het recht. Het recht is inderdaad dat als je schade veroorzaakt, je verantwoordelijk bent voor de compensatie.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. Meer dan 70% van alle schadeclaims is afkomstig uit postcodes met een maximale grondbeweging van minder dan 2 millimeter per seconde. Dat is vergelijkbaar met een straaljager die over je huis vliegt. De schadekans is, zo zeggen de wetenschappers, nihil. Nihil. Hoe beziet de minister deze cijfers en welke gevolgen verbindt de minister daaraan?

Voorzitter. Wetenschappers uit de hele wereld lachen ons uit. De NAM, gedwongen door de Staat, investeerde maar liefst 200 miljoen euro in kennisontwikkeling. 200 miljoen euro! Dat is meer dan op elke andere plek op de wereld met veel zwaardere aardbevingen en waar veel vaker aardbevingen voorkomen. 200 miljoen euro aan belastinggeld. Hoe kan het? Hoe kan het dat onze Nederlandse nuchterheid, realisme en soberheid hebben plaatsgemaakt voor misschien wel de grootste politieke aflaat in de geschiedenis? Nergens ter wereld is zo veel geld uitgekeerd voor zulke kleine trillingen.

Voorzitter. Het emopopulisme waart rond als een besmettelijk virus in deze Kamer. Ik ben zojuist door de heer Köse van D66 uitgemaakt voor onmenselijk. Nou, dat lijkt mij niet een manier om je eigen collega-Kamerleden aan te spreken, maar ik kan er goed tegen, want de heer Köse en ik zijn allebei Brabanders. Ik stel voor dat de heer Köse mij vanavond op een biertje trakteert en dan is alles weer vergeten.

De voorzitter:
Volgens mij denkt de heer Köse daar anders over.

De heer Köse (D66):
Nee, dat kan zeker, maar ik heb een punt van orde, voorzitter. Ik noemde de heer Clemminck niet onmenselijk, ik noemde het beleid dat JA21 ambieert onmenselijk. Ik ben benieuwd hoe hij daarnaar kijkt.

De voorzitter:
Waarvan akte.

De heer Clemminck (JA21):
Waarvan akte. Ik hoop dat dat biertje nog steeds voor me klaarstaat. Helemaal goed, dan doen we dat!

Voorzitter. Dit is niet de Groningers aan te rekenen, zeker niet, maar wel een groot deel van de Kamer. Ik had het over het emopopulisme. Het belangrijkste voor een partij als D66 was dat ze nu eindelijk de rol van held konden spelen in dit dossier, in hun zelfgecreëerde klucht. Kijk ons eens deugen, kijk ons eens goeddoen. Wetenschappers uit de hele wereld maakten gehakt van de veronderstelde problemen in Nederland en Nederlandse wetenschappers durven zich nog amper uit te spreken. Ze worden bedreigd of hier in de Kamer weggezet als gevaarlijk. We hadden het daar al even over. Enkele citaten van wetenschappers. Julian Bommer schreef in 2022 in een beschouwing voor het Bulletin of Earthquake Engineering: "Het is een kolossaal fiasco geworden, het Gronings dossier, waarin wetenschap en techniek er niet in zijn geslaagd irrationaliteit te overwinnen." Een ander citaat. "Er is een alternatieve publiekswetenschap ontstaan", schreef geoloog Manuel Sintubin over Groningen in Seismological Research Letters. "Een publiekswetenschap die een eigen leven is gaan leiden en losgezongen is van de echte wetenschap." Als dat beeld klopt of ten dele zou kloppen, moet deze Kamer zich afvragen op basis van welke feiten zij jarenlang heeft geopereerd. Kan de minister reageren op reacties van diverse wetenschappers die dit hebben aangehaald met betrekking tot de technische onderbouwing van de parlementaire enquête?

Voorzitter. Dit wetsvoorstel bouwt voort op tijdelijke wetten, maar vooral op uitkomsten van die enquête en dat is bijzonder problematisch.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik vraag me af of JA21 naast het selectief citeren van de wetenschap — een gedeelte van de wetenschap heeft toch echt andere uitkomsten; dat is al gewisseld met mevrouw Beckerman — nu ook de bevindingen van deze hele Kamer, die unaniem de parlementaire enquête heeft onderschreven, buiten haken zet. Is die parlementaire enquête eigenlijk voor niks geweest?

De heer Clemminck (JA21):
Zeker niet. Ik wijs slechts op topwetenschappers die toch echt wel fundamentele kritiek hebben op het onderliggende onderzoek en de aannames van de parlementaire enquête. Het lijkt me goed om daar kritisch naar kijken.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
150 zetels in deze Kamer hebben na breed jarenlang onderzoek gezamenlijk gezegd … Dit betrof niet alleen het citeren van wetenschappelijke artikelen, maar ook het zelf op pad gaan om te zien, empirisch, wat er gebeurd is, en het duiken in de parlementaire geschiedenis om te kijken naar de verantwoordelijkheidsverdeling en de wijze van schadeafhandeling. Uit dat onderzoek zijn zeer ernstige conclusies gekomen. De positie van de premier wankelde niet voor niks in dat debat. Nu zegt JA21: er zitten aannames onder die niet goed zijn, dus zetten we die hele parlementaire enquête maar bij het grofvuil.

De heer Clemminck (JA21):
Dat is wel een heel overhaaste conclusie van mevrouw Bikker. Dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik heb gezegd dat er topwetenschappers op dit gebied zijn die echt fundamentele kritiek hebben op een aantal wetenschappelijke aannames die onder de parlementaire enquête liggen. Volgens mij is het goed om er kritisch naar te kijken. Tegelijkertijd is er buiten dat hele wetenschappelijke deel natuurlijk ook een relatie tussen overheid en vertrouwen bij Groningers. Dat is een ander deel. Dat is een politieke discussie. Nogmaals, ik heb al eerder aangegeven dat JA21 de uitkomst van de parlementaire enquête gewoon overgenomen heeft, maar wel met een aantal kritische punten, zoals dit.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker, afrondend.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dit is een soort mist waarin ik met de heer Clemminck rij. Aan de ene kant zegt hij namelijk: ik ben kritisch op de vooronderstellingen van de parlementaire enquête. Aan de andere kant zegt hij: JA21 onderschrijft de conclusies van de parlementaire enquête wel, maar toch ook weer niet. Ik ben dan even benieuwd: wat in de parlementaire enquête onderschrijft JA21 nu wel en wat niet? Daar ontstaat nu namelijk veel verwarring over. Ik heb collega Clemminck eerder dingen over "emopopulisme" horen zeggen. Ik zou het heel vervelend vinden als een van beiden dat de ander zou verwijten. Ik constateer wel dat het veel Groningers behoorlijk veel stress oplevert dat, waar men destijds na jarenlang wachten eindelijk erkenning kreeg voor het grote leed wat men ervaren heeft, er nu weer volksvertegenwoordigers zijn die ergens zeggen: ik weet niet of die enquête wel op de goede vooronderstellingen is gefundeerd en ik onderschrijf het wel, maar misschien toch ook niet. Beseft de heer Clemminck wel wat hij daarmee in zijn grote verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger teweegbrengt? Voorzitter, excuses voor het feit dat het twee vragen zijn. Wat onderschrijft JA21 nou wel en niet in de parlementaire enquête en beseft de heer Clemminck ook dat als hij daar wat aan af gaat doen, in tegenstelling tot wat eerder is gezegd, dat ook gevolgen heeft in Groningen?

De heer Clemminck (JA21):
Er is niks veranderd. We hebben altijd gezegd dat de overheid de Groningers te laat heeft erkend in de problemen die er zijn ontstaan. Ik heb er in een eerder debat met mevrouw Bikker ook al over gezegd dat dit mijn partij niet aan te rekenen is. Dat zijn een aantal andere partijen. We hebben dat altijd gezegd. Het klopt. Er is herstel van vertrouwen nodig. Daar hoort bij — dat heb ik net ook aangegeven — dat als je schade hebt opgelopen die aantoonbaar te maken heeft met de trillingen als gevolg van de gaswinning, je ruimhartig, goed, volledig, snel, menselijker, makkelijker en milder gecompenseerd hoort te worden. Dat is een element uit de parlementaire enquête waarvan JA21 heeft gezegd: dat moet gebeuren. We hebben ook amendementen en moties daarover van bijvoorbeeld mevrouw Beckerman gesteund. Maar er zitten inderdaad ook onderdelen in de parlementaire enquête waar we altijd kritisch op zijn geweest. Dat is de cruciale stap, namelijk het loslaten van de oorzakelijkheid tussen de schade die geclaimd en uitgekeerd wordt — het gaat om miljarden euro's — en de trillingen als gevolg van de aardbevingen. Daar heeft het feitelijk niks meer mee te maken.

De heer Köse (D66):
Ik ben een beetje in de war, want in het begin hoorde ik de heer Clemminck van JA21 zeggen: "Het moet menselijker. Het moet makkelijker. Het moet milder." Vervolgens komt er een barrage aan standpunten en argumenten. Eerst werd gezegd dat de parlementaire enquêtecommissie volledig onderschreven werd. Nu wordt er toch weer selectief teruggetrokken; niet alles zou helemaal kloppen. Vervolgens wordt er ook selectief geshopt in de onderzoeken die er zijn. Dat gebeurt weer heel selectief aan één kant. Maar toch hoor ik JA21 hier zeggen: menselijker, makkelijker, milder. We lijken heel erg terug te gaan naar een houding van wantrouwen: o wee als er maar één iemand te veel geld krijgt. Hij wil bijna een hele bureaucratie optuigen om het toch maar niet te gunnen aan de Groningers. Ik wil graag aan de heer Clemminck vragen: waar zit dat "menselijker, makkelijker, milder" van JA21 dan precies in?

De heer Clemminck (JA21):
In ieder geval door collega's niet als onmenselijk weg te zetten, zou ik zeggen tegen de heer Köse. Maar dan naar zijn vraag. Volgens mij is de kern heel simpel en bijna in één zin te vatten: schade die daadwerkelijk is opgelopen en waarbij er een verband is tussen de trillingen en de aanleiding, de gaswinning, moet gecompenseerd worden en moet worden hersteld. Dat mag op een makkelijkere, mildere en menselijkere manier. Makkelijker kan ik het voor de heer Köse niet maken.

De voorzitter:
Meneer Köse, korte interrupties.

De heer Köse (D66):
Ik had al het punt van orde gemaakt dat dat niet het geval was. Er wordt gewoon geen antwoord gegeven op mijn vraag. Waar zit dan het "menselijker, makkelijker, milder" in? Er wordt juist gezegd door JA21 dat we veel strenger moeten zijn voor de Groningers, dat we veel minder ruimte moeten geven, dat we heel veel mensen niet moeten compenseren die nu wel gecompenseerd worden. Waar zit dat "menselijker, makkelijker, milder" dan nog in? Ik vraag het nogmaals.

De heer Clemminck (JA21):
Een van de problemen waar het IMG tegen aanloopt, is dat wij hier zo ruim compenseren dat het helemaal losstaat van het daadwerkelijke causale verband tussen de schade en de claims. Het IMG heeft enorme achterstanden. Dat gaat ten koste van de mensen die juist wel echt schade hebben en die juist veel sneller geholpen zouden kunnen worden als we die operatie veel slimmer zouden aanpakken.

De heer Köse (D66):
We hebben in deze wet en ook al hiervoor in de uitvoering met elkaar afgesproken dat we overcompenseren, juist voor dat "menselijker, makkelijker, milder". Waarom? Omdat dat juist heel veel scheelt in de uitvoeringskosten. Dat scheelt niet alleen voor de mensen daar heel veel, maar ook voor de belastingbetaler. We hebben de taferelen gezien: met €440.000 aan uitvoeringskosten was er maar €80.000 uitgekeerd. Dat is waar JA21 naar streeft. We kunnen ook naar vertrouwen toe gaan en de uitvoeringskosten drukken of bijna laten verdwijnen, bijvoorbeeld met die €60.000-regeling of die €10.000-regeling. Dat doen we bijvoorbeeld niet — dan kom ik op mijn vraag — door Groningen in geval van nood opnieuw te willen openen. Hoe wordt daarnaar gekeken? Wat doet dat met dat "menselijker, makkelijker, milder"? Helpt dat mee in de discussie?

De heer Clemminck (JA21):
Ik heb net van mevrouw Beckerman gehoord dat wij het in dit debat over Groningen, het herstel en de versterking moeten hebben, en helemaal niet over de toekomst van het boren. Ik word uitgedaagd door de heer Köse. Het is heel simpel: daadwerkelijke schade moet inderdaad gecompenseerd worden. Dat zou makkelijker, menselijker en sneller kunnen als wij het daarbij houden en niet een heel circus optuigen. Blijkbaar is de heer Köse van D66 tevreden met het feit dat van elke euro die we uitkeren, de helft naar bureaucratie gaat.

De heer Vermeer (BBB):
De heer Clemminck gebruikt steeds bewust het woord "trillingen" in plaats van "bevingen". In ben benieuwd of JA21 bij Justitiedebatten ook in plaats van het woord "messteek" straks "schrammetje" gaat gebruiken, maar daarvoor zullen we de andere debatten afwachten. Als JA21 vindt dat er onterecht schade uitgekeerd wordt, als zij daar zo achter staan, welk voorstel gaat JA21 dan doen via amendementen op deze wet om te zorgen dat die afbakening beter gaat plaatsvinden?

De heer Clemminck (JA21):
Ik moet een beetje lachen, hoor. Gisteren stond een collega van de heer Vermeer nog over de taalgids van OCW te spreken en aan te geven wat je wel en niet mag zeggen. Volgens mij mag ik mijn eigen woorden kiezen. Volgens mij was dat gisteren ook het pleidooi van de BBB bij de taalgids van OCW.

Voorzitter, de vraag van de heer Vermeer. Weet u, de kern van deze wet is het loslaten van het causaal verband en het buiten werking stellen van twee artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Dat is de kern van dit wetsvoorstel. Ja, daar is niet tegenop te amenderen. Voor ons is het dan simpelweg zo: we stellen een aantal vragen, we luisteren goed naar de collega's, we luisteren straks goed naar het antwoord van het kabinet en dan zullen we een oordeel moeten vellen over deze wet. Maar deze wet is in de kern gebaseerd op iets waar wij inderdaad grote vraagtekens bij zetten. Daar kun je niet tegenop amenderen.

De heer Vermeer (BBB):
U gaat inderdaad over uw eigen woorden. Ik wilde even blootleggen welke woorden u kiest en wat daarvan de implicaties zijn. Nog even een ander punt, gezien de positie die JA21 inneemt inzake gaswinning uit het Groningenveld. Vindt JA21 ook dat wij per direct moeten starten met het doen van proefboringen naar schaliegas onder Den Haag, Leiden, Rotterdam, Tilburg, Den Bosch en Eindhoven?

De heer Clemminck (JA21):
Ja, voorzitter, dat is buiten de orde van dit debat. Daar ga ik niet op antwoorden. Daar is een ander debat voor. We moeten het nu hebben over de herstel- en versterkingsoperatie voor de Groningers.

De heer Vermeer (BBB):
Dat is wel heel zwak en slap. JA21 denkt makkelijk te kunnen praten over de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe, maar zodra het om een paar stedelijke gebieden gaat waarin zij zelf actief zijn, duikt de heer Clemminck. Dus nogmaals mijn vraag: gaat JA21 ook voorstellen om proefboringen naar schaliegas te doen onder Den Haag, Leiden, Rotterdam, Tilburg, Den Bosch en Eindhoven?

De heer Clemminck (JA21):
Ja, voorzitter, dat is buiten de orde, maar nogmaals: dit is nou precies het emopopulisme dat aan deze kant van de Kamer heel vaak voorkomt. U komt hier echt met een emotionele chantage, waar ik niet op inga. Nou ja, nu u Tilburg noemt: JA21 is helemaal niet actief in Tilburg. Ik heb er zelf jarenlang gewoond. Mijn vader woont er nog. Misschien dat hij eens in zijn achtertuin wil gaan kijken om te zien wat er mogelijk is.

De voorzitter:
U heeft uw derde interruptie al gebruikt, meneer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Ja, maar mij wordt hier emotionele chantage verweten.

De voorzitter:
Ja. Daarom geef ik u nog even het woord.

De heer Vermeer (BBB):
Daarop wou ik graag even een persoonlijk feit maken. Ik stel gewoon een feitelijke vraag. Iemand die mij kent, zou zeggen dat ik dat zonder emotie deed. Iemand die mij niet kent, zou dat misschien emotioneel noemen, maar dat ben ik helemaal niet. Ik stel gewoon een feitelijke vraag. Ik hoop daar dan ooit in een ander debat antwoord op te krijgen.

De heer Clemminck (JA21):
Dat is zeker. Die kans komt zeker. Ik begrijp dat ik met de heer Vermeer een biertje moet gaan drinken zodat we elkaar beter leren kennen.

De voorzitter:
Dat wordt een drukke bar, zo te horen.

De heer Clemminck (JA21):
Ja, het wordt gezellig en druk. Voorzitter, met uw goedkeuring ga ik verder.

De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.

De heer Clemminck (JA21):
Ja. "Dit betekent namelijk dat een aanzienlijk deel van de vergoedingen wellicht niet verhaald kan worden op de NAM.": daar was ik gebleven. De NAM wil zich namelijk aan de wet houden, en dat vind ik haar goed recht. Kan de minister aangeven welk deel van de schadevergoedingen naar verwachting niet of niet volledig op de NAM verhaalbaar is? Hoe groot is het financieel risico dat de Staat en daarmee dus ook de belastingbetaler loopt? Graag een reactie.

Voorzitter. Dit wetsvoorstel komt met ronkende teksten zoals "koste wat kost", "generaties lang", "zorgplicht" en "zo lang als nodig", maar het blijkt allemaal politieke retoriek te zijn, want na kritiek van de Raad van State, dictum C, paste de minister de memorie van toelichting aan. De zorgplicht blijkt juridisch gezien geen harde, individuele aanspraak te zijn. De collega's hebben daar terecht vragen over gesteld. De "generatielange aanpak" en "zo lang als nodig" blijven uiteindelijk altijd afhankelijk van de politieke meerderheden in deze Kamer, want de Kamer heeft immers het budgetrecht. Het was, zo schrijft de regering, "symbolisch" bedoeld richting de Groningers. Is dit nu de manier om het vertrouwen van Groningers te herstellen? Symboliek en grote woorden, terwijl de werkelijkheid anders is? Graag een reactie. Volgens mij helpt dat dus niet.

Voorzitter, ik rond af. JA21 blijft nuchter onder al het populisme dat we hier plaats zien vinden. Schade die bewezen veroorzaakt is door trillingen als gevolg van de gaswinning, moet 100% vergoed worden. Binnen die kaders mag het en moet het misschien ook gewoon menselijker, makkelijker en milder, maar de belastingbetaler laten opdraaien voor de fouten van vooral voormalig D66-staatssecretaris Vijlbrief is onacceptabel.

Voorzitter. De afhandeling van de schade in Groningen zoals vervat in deze wet, zou weleens de eerste parlementaire enquête kunnen worden naar aanleiding van een eerdere parlementaire enquête. Ons standpunt moge duidelijk zijn. JA21 is voor het behouden van toegang tot de gasputten als strategische reserve, voor het openhouden van de putten om de grond te kunnen stabiliseren met stikstofinjectie en voor het na de afronding van de herstel- en verstevigingsoperatie mogelijk weer boren in het Groningenveld.

Voorzitter, ik dank u.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik liep al naar voren voordat ik de laatste woorden van de heer Clemminck hoorde. Die veranderen misschien enigszins de aard van mijn interruptie. Is de heer Clemminck zich ervan bewust, vraag ik via u, voorzitter, dat je de facto gewoon moet blijven boren als je het Groningenveld als een soort reserve achter de hand wil houden, zoals hij voorstelt? Anders hou je namelijk onbruikbare putten. Is de heer Clemminck zich daarvan bewust?

De heer Clemminck (JA21):
Zeker. Mijn collega Daniël van den Berg is bezig met het voorbereiden van een initiatiefwet en hij hoopt daar voor de zomer mee te komen. U kunt dan ons voorstel precies op de inhoud beoordelen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is toch wel heel problematisch dat dus af en toe wordt gedaan — ik vind het belangrijk om dat hier in dit debat te duiden — alsof je Groningen wel eventjes achter de hand kan houden voor als het over drie jaar een keertje nodig zou zijn. Los van het feit dat dat niet veilig kan en los van alle beloftes die aan Groningen gedaan zijn, is het ook praktisch onuitvoerbaar. Daarmee zeg je namelijk dat je gas moet blijven boren als je Groningen inderdaad achter de hand wil houden. Daarmee zeg je dus tegen de Groningers dat je onveilig doorgaat met het winnen van gas, terwijl een parlementaire enquête, het zwaarste parlementaire middel, concludeert en het SodM adviseert dat je dat niet moet doen. Dat is wat JA21 voorstelt. Tegelijkertijd hoor ik geen enkel voorstel — daar was mijn interruptie op geënt — over wat JA21 dan wil doen om al die onveilige huizen in Groningen aan te pakken. Ik hoor geen enkel voorstel over wat JA21 wil doen om al die beschadigde huizen, waar mensen nog steeds in onzekerheid in wonen, aan te pakken.

De heer Clemminck (JA21):
Ik zou willen zeggen tegen de heer Bushoff: wacht onze initiatiewet af. Ik zou ook tegen de heer Bushoff willen zeggen: kijkt u eens even goed naar de stemmingslijsten van afgelopen jaren. Dan zult u zien dat JA21 vaak bij "voor" stond als het ging om de herstel- en verstevigingsoperatie van Groningen, overigens ook bij uw moties en amendementen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet wat ik erger vind: ofwel de onwetendheid die er blijkbaar zit aan de kant van JA21, ofwel het gemak waarmee er over het voorstel van JA21 heen wordt gestapt. Dat voorstel is namelijk: blijven boren in Groningen. Dat is wat u voorstelt. Ik wacht de initiatiefwet niet af, want dit is wat u voorstelt. Wees dan ook mans genoeg om het eerlijke verhaal te vertellen. Als u dat dan voorstelt, hoe kunt u dat dan voorstellen zonder één voorstel te doen voor het veilig maken van al die huizen in Groningen die nog onveilig zijn, zonder dat u vandaag in dit debat één voorstel doet om de schadeafhandeling vlot te trekken en zonder één voorstel te doen om perspectief te bieden aan de regio? Ik heb niks van dat alles gehoord.

De heer Clemminck (JA21):
Dat is dan blijkbaar de dank van de heer Bushoff voor het feit dat JA21 allerlei wetsvoorstellen, moties en amendementen in het verleden heeft gesteund wat betreft de versterking en het herstel van Groningen. Verder zou ik echt tegen de heer Bushoff willen zeggen: wacht even de initiatiefwet af.

De voorzitter:
U mag zo weer terugkeren als u dat wilt, meneer Bushoff. Ik wil u overigens niet uitnodigen om het debat langer te maken. Sorry, mevrouw Beckerman. Ik zeg dat even voor de helderheid. Ik zag dat de heer Bushoff niet in de gaten had dat zijn interrupties op waren. Ga uw gang, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil toch even iets zeggen over de opbrengst van de bijdrage van JA21. Als ik even heel feitelijk mag zijn, is het: gaskraan open. JA21 zegt het dus tussen de regels door, maar weet zelf ook dat dat betekent: permanent open. Je kunt niet even bij nood winnen. Dat is een deel van zijn bijdrage. Een ander deel is dat alle schades opnieuw op causaliteit moeten worden onderzocht. Ik denk dat hij ook zegt dat bewoners dat zelf dan maar moeten aantonen. Nogmaals, mijn vraag is of dit echt is wat JA21 wil.

De heer Clemminck (JA21):
Als het gaat om de strategische voorraad, dan gaat het feitelijk om de waakvlam. Ik wil het niet te technisch maken en ook niet buiten de orde van dit debat treden, voorzitter. Nogmaals, mijn collega is bezig met een initiatiefwet, die heel snel bekend zal worden. Alles wat betreft schade en versterking hebben we altijd gesteund. Wat versterkt en hersteld moet worden, moet versterkt en hersteld worden. Wij pleiten er wel voor dat er een causaal verband moet zitten tussen wat wij doen, wat wij uitkeren aan schadeclaims, en de trillingen als gevolg van de gaswinning. Dat betekent dat er nu een nieuw moment is. Er ligt een nieuw wetsvoorstel uit het kabinet. Dat gaan we beoordelen met die bril, voor de toekomst.

Mevrouw Beckerman (SP):
JA21 is wel goed met eufemismen, hè? Aardbevingen worden "trillingen", gaswinning wordt "een waakvlam". Dat maakt voor heel veel gedupeerden natuurlijk niet uit, want het betekent dat er dan gas gewonnen wordt en dat de kansen op onveiligheid toenemen. Aardbevingen worden dus "trillingen", gaswinning wordt "een waakvlam", en causaliteit wordt verpakt als "milder, menselijker, makkelijker". Maar dan ga ik dit heel concreet vragen. Ik heb in mijn spreektekst een aantal voorbeelden genoemd van mensen die in het kerngebied wonen en die nu, in hun nieuwe woning, na een lijdensweg door de overheid, er nog steeds mee te maken krijgen dat zij die causaliteit moeten aantonen. Bushoff en ik willen dat uit de wet halen voor dat kerngebied. Wij willen juist dat dit echt goede regelingen worden. Wat zegt JA21 nou werkelijk? Gaan ze opnieuw deze voorstellen steunen, of zeggen ze: "Nee, bewoners moeten weer die hele lijdensweg in van causaliteit aantonen"?

De heer Clemminck (JA21):
Die causaliteit is in ieder geval de kern van het Burgerlijk Wetboek. Als je schade veroorzaakt, dan ben je verantwoordelijk voor compensatie en herstel daarvan, maar dat is dan wel schade die je zelf hebt veroorzaakt. Dat lijkt me toch wel een belangrijk element daarin. Daar komt dit bij. Als voor dat kerngebied, waar het epicentrum zit van de trillingen, wel het bewijsvermoeden geldt als het boven de €60.000 zit, vind ik dat eigenlijk unfair, want daaronder hoeft dat niet. Er is geen enkel verband tussen de afstand van de trillingen en waar het geld terechtkomt. Het geld komt eigenlijk vooral terecht waar het niet terecht hoeft te komen, waar er een grote afstand is tot de trillingen. Volgens mij doen we de Groningers zelf daarmee echt tekort.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zou het antwoord ook ontwijken en het in eufemismen verpakken. JA21 zegt: ja, wij willen dat al die bewoners zelf opnieuw die causaliteit gaan aantonen en tegelijkertijd willen wij de gaskraan open. Dat is toch wat JA21 hier daadwerkelijk zegt? Er is inderdaad één regeling, die €60.000-regeling. Die heeft vorig jaar maar voor veertien mensen gewerkt. Veertien mensen maar! Maar toch zegt hij: "Nee, ik wil die causaliteit terug. Helaas vind ik een amendement te moeilijk." Wat is het nu, vraag ik aan JA21. Is dit echt wat JA21 wil? Opnieuw gas winnen? Mensen in onveiligheid brengen? Zorgen dat ze weer die hele lijdensweg in moeten van eindeloze onderzoeken naar causaliteit en een eindeloze strijd met de overheid?

De heer Clemminck (JA21):
Ik ben bang dat ik mijn betoog bijna opnieuw moet doen met deze misvattingen, deze soort samenvattingen van mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman heeft, denk ik, niet goed geluisterd, overigens ook niet naar de inbrengen van JA21 in het verleden. Wij hebben altijd gezegd: eerst versterken en herstel, daarna pas kijken wat er mogelijk is in de toekomst als het gaat om gaswinning. Dus niet tegelijk, zoals u net suggereerde. Ik wil niet mijn hele betoog opnieuw doen. Ik stel voor dat mevrouw Beckerman het misschien nog even terug gaat kijken op Debat Direct. Mijn belangrijkste punt blijft dat er een causaal verband moet zijn tussen de schade die er is en de claims die er liggen, en dat er ruimhartig en goed moet worden gecompenseerd.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Er moet dus volgens JA21 een causaal verband liggen. Nou, maatregel 3 van de 50 maatregelen in Nij Begun zegt: stoppen met het onderzoek naar de causaliteit van schades. Dat is precies een van de drie maatregelen die we vandaag wettelijk gaan verankeren. Dat maakt eigenlijk dat we de hele inbreng van JA21 terug kunnen leiden tot twee scenario's, namelijk: gaat JA21 een amendement indienen om die maatregel 3 uit dit wetsvoorstel te slopen of gaat JA21 dan tegen deze wet stemmen?

De heer Clemminck (JA21):
Ik heb altijd gezegd dat ik eerst goed ga luisteren naar de collega's en naar de reactie van het kabinet, voordat ik mijn conclusies trek. Dat zou de heer Heutink misschien ook weleens goed kunnen doen. Ten tweede is deze wet tot in de kern helemaal verweven met de vraag of je die causaliteit wel of niet activeert. Dat ziet niet alleen maar op één regel of één artikel en ook niet op één paragraafje in de memorie van toelichting, maar dat zit helemaal verweven in die hele wet. Daar is niet tegenop te amenderen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Allemaal leuk hoor, dat JA21 wacht op een reactie van het kabinet, maar ik heb geen enkele vraag gehoord richting het kabinet over of het bereid is om die clausule of dat artikel in deze wet eruit te halen. Het is dus een feit dat JA21 hierover een standpunt heeft ingenomen dat de heer Clemminck hier net duidelijk naar voren heeft gebracht, namelijk dat er causaliteit moet zijn ten aanzien van het herstel van de schade in relatie tot de trillingen. Dat is volgens mij een heel duidelijk standpunt. Dat betekent dat JA21 vandaag gewoon echt kleur moet gaan bekennen en niet volgende week bij de stemmingen. JA21 kan nu kleur bekennen. Gaan ze een amendement indienen? Of gaan ze tegen deze wet stemmen? Ik kan u namelijk op een briefje meegeven, zeg ik via u tegen JA21, voorzitter, dat het kabinet weinig aan deze wet gaat veranderen.

De heer Clemminck (JA21):
Tja, dat is een beetje pessimistisch van de heer Heutink. Overigens hebben we deze vragen gewoon expliciet gesteld, dus ik wacht het antwoord van het kabinet even af.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik luister natuurlijk goed naar de heer Clemminck. Hij zei: de versterking moet eerst klaar zijn en pas dan kunnen we weer gas winnen. Maar de versterking is gebaseerd op nul gaswinning en de huidige versterkingsoperatie is naar schatting in 2032 of 2034 klaar. Betekent dat ten eerste dat de initiatiefwet van JA21 pas ingaat na alle versterkingen, dus ook de extra versterking die nodig zal zijn als je weer gas gaat winnen? JA21 weet namelijk ook dat de huidige versterking plaatsvindt op basis van nul gaswinning. Nieuwe gaswinning betekent namelijk dat er ook heel veel extra versterkt moet worden.

De heer Clemminck (JA21):
Er zijn overigens ook rapporten die zeggen dat je op een bepaalde verantwoorde manier wel degelijk in de toekomst gas kunt winnen. De initiatiefwet gaat overigens niet over de gaswinning, zeg ik voor de zekerheid toch maar even, maar over toegang houden tot een strategische reserve. Dat is wat anders.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoorde JA21 zeggen: dan moet u maar luisteren naar mijn betoog. Hij zei letterlijk: "JA21 is altijd helder geweest: we gaan pas weer gas winnen nadat de versterking klaar is." Die is klaar in 2032 of 2034, gebaseerd op nul gaswinning. Ook de JA21-wet voor een noodvoorraad betekent gaswinning. Ook een noodreserve betekent dat je een waakvlam moet houden, zoals u net ook eerlijk hebt toegegeven, en een waakvlam betekent gaswinning. Ik vraag de voorzitter ook om de heer Clemminck te vragen om echt antwoord te geven, want het is een hele simpele vraag: wanneer gaat die initiatiefwet in?

De voorzitter:
Het is een goed gebruik om antwoord te geven. Meneer Clemminck, aan u het woord.

De heer Clemminck (JA21):
Ik ben niet anders aan het doen, voorzitter, met veel plezier trouwens. Het initiatiefwetsvoorstel gaat over een strategische reserve, dus niet over gaswinning. Daar is inderdaad een waakvlamsituatie voor nodig. Dat nemen we inderdaad mee: waar kun je dat op een verantwoordelijke manier doen? Ik wijs ook op een aantal rapporten — nogmaals, het is een beetje buiten de orde van dit debat — die aangeven dat dat inderdaad zou kunnen. Nou, dat nemen wij mee bij onze initiatiefwet.

Mevrouw Beckerman (SP):
Maar een waakvlam is gaswinning. Een waakvlam is gaswinning. Dat is dus de conclusie van vandaag. JA21 pleit voor gaswinning terwijl het niet veilig is, want een waakvlam is gaswinning. En voor de schade moeten mensen weer een hele lijdensweg in van het aantonen van causaliteit, ook op plekken waar allang aangetoond is dat het door gaswinning komt. Ten derde zal de versterkingsoperatie opnieuw moeten, maar niet klaar zijn voordat de JA21-wet voor gaswinning ingaat. Dit is de opbrengst van JA21: Groningen weer opnieuw in onveiligheid met nieuwe winning en geen oplossing voor die dramatisch verlopende schade- en versterkingsaanpak.

De heer Clemminck (JA21):
Mevrouw Beckerman lijkt een beetje op ChatGPT dat met een samenvatting komt waar inhoudelijk van alles niet aan klopt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, ik heb u gevraagd of de heer Clemminck ook antwoord kan geven, want dit zijn gewoon zijn eigen woorden.

De heer Clemminck (JA21):
Ik doe niet anders en ik doe het, nogmaals, met veel plezier. Ik geef elk antwoord op uw vragen dat ik kan geven.

De heer Köse (D66):
Ik snap dat het ongemakkelijk kan zijn als de waarheid aan het licht komt, want dat is momenteel het geval. We zien dat het JA21 helemaal niet om die noodreserve gaat. Dat is een heel mooi beeld dat in de panels te zien was: o, er staan best wel veel mensen achter, want het is best wel logisch. "Nood, maar wat is dan nood?" Maar de heer Clemminck en ik weten heel goed dat er niet zoiets is als de gaskraan even opendraaien om bij nood even te winnen en 'm dan weer heel snel dicht te draaien. Mevrouw Beckerman gaf dat net ook al aan: het is winnen of niet winnen. Dus wat is nou de waarheid volgens JA21? Ik zie de heer Clemminck nee schudden, maar wat is dan de waarheid? Wat wil JA21 nou echt? JA21 weet namelijk net zo goed als ik dat die noodknop niet om kan en dat het dan gewoon volledig winnen zal zijn, iets waar de partij JA21 altijd al voor heeft gestaan. Wees eens eerlijk: waar staat JA21 voor?

De heer Clemminck (JA21):
Dan gaan we het nog een keer doen. We hebben gezegd dat we de toegang tot de gasputten open moeten laten. We moeten ze niet met beton volgieten. Dat is echt het stomste wat je kunt doen, zeker in deze geopolitieke situatie. Daar zijn andere debatten voor, maar volgens mij is het wel duidelijk dat het in deze tijden van onvoorspelbaarheid belangrijk is dat je toegang houdt tot een strategische reserve in geval van nood. We zullen maar terechtkomen in de situatie dat de ziekenhuizen niet meer kunnen draaien, dat de economie stilvalt en dat de mensen hun huis niet meer kunnen verwarmen. Op die kritieke momenten is het handig en goed dat je toegang hebt tot een strategische reserve. Dat is wat nodig is. Dan moet je dus geen beton in de putten gieten, zoals D66 graag wil, maar dan moet je toegang houden tot een aantal putten. Die moeten op de waakvlam, zodat je erbij kan als het echt nodig is.

De heer Köse (D66):
De waarheid is er met extra veel woorden uit gekomen: gewoon gas winnen. Geen nood, want dat kan niet. De waakvlam betekende 3 miljard kuub gas winnen per jaar. Dat was best flink en dat was, op een onveilig veld, ook best wel risicovol. U heeft zelf al heel vaak aangehaald dat ik u onmenselijk heb genoemd, maar het is het beleid dat onmenselijk is. Ik ben benieuwd hoe JA21 hiernaar kijkt, want hoe steekt het dan precies in elkaar? Warffum heeft een paar maanden stilgelegen. Het Groningenveld ligt al jaren stil. We zien dat dat helemaal onder water is gelopen. Er is een waakvlam nodig om te kunnen produceren, maar de leidingen zijn er niet voor gemaakt om lange tijd stil te staan. Er zijn ook leidingen weggehaald. Gasbehandelingsinstallaties zitten vol met lucht. De NAM zegt zelf: leuk, wat JA21 wil, maar wij gaan dat niet doen. We hebben dus de volgende situatie; ik maak het even heel makkelijk. We hebben een huis met een cv-ketel. Dat heeft u vast ook, zeg ik via de voorzitter. De cv-ketel doet het niet, de leiding naar de straat is weg en de aannemer, die in een juridische strijd is verwikkeld, zegt ook nog: ik ga het niet doen; ik hou me daar verre van. Hoe gaan we dit dan doen in geval van nood? U wilt gewoon gaan winnen.

De heer Clemminck (JA21):
En dat komt dan van de partij die er alles aan heeft gedaan om de toegang tot de gasputten onmogelijk te maken voor de toekomst, door de installaties weg te halen en gasputten vol te gieten met beton, zoals de heer Köse zegt. Gelukkig is die operatie nog niet afgerond. Dat weet de heer Köse ook. Er zijn nog putten die we op de waakvlam kunnen houden en wel degelijk kunnen gebruiken op strategische momenten, in nood, als dat nodig is. Dat is echt iets anders dan gas winnen. Ik wijs er ook nog even op dat er allerlei wetenschappelijke rapporten zijn, onder andere van TNO, waarin staat dat het wel degelijk op een verantwoorde manier zou kunnen.

De voorzitter:
Dat leidt niet tot een vervolginterruptie. Volgens mij was u aan het einde van uw betoog. Dat klopt, zie ik, dus dan dank ik u voor uw inbreng. Dan gaan we naar de heer Kops, die spreekt namens de PVV. Gaat uw gang.

De heer Kops (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Met dit wetsvoorstel worden enkele maatregelen uit Nij Begun, de kabinetsreactie op de parlementaire enquêtecommissie, wettelijk verankerd in de Tijdelijke wet Groningen, die vervolgens verandert in de wet Groningen. Dat het tijdelijke karakter van die wet verandert, zegt eigenlijk meerdere dingen, namelijk dat de ellende die in Groningen is veroorzaakt, ontzettend groot is, dusdanig groot dat er een generatielange aanpak nodig is. Die aanpak wordt met dit met voorstel nu dus wettelijk vastgelegd, maar waarom eigenlijk die wettelijke verankering? Nou, zodat ook toekomstige kabinetten gehouden zijn aan de generatielange aanpak, omdat in de loop der jaren — ik citeer uit de memorie van toelichting — "de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie naar de achtergrond kunnen verdwijnen".

Voorzitter. De eerste vraag is dan de volgende. Oké, de minister van BZK wordt primair verantwoordelijk, maar waarom is er in dit nieuwe kabinet eigenlijk geen bewindspersoon specifiek voor Groningen meer? Dat was in het vorige kabinet nog wel het geval. Deze minister heeft het ongetwijfeld heel druk met heel veel dingen, dus hoe wordt voorkomen dat hij het hele Groningendossier, met alle respect, "erbij gaat doen" en het dus niet nu al naar de achtergrond verdwijnt? Graag een reactie.

Voorzitter. Wel komt er een regeringscommissaris. In de brief van 13 maart jongstleden lezen we dat deze regeringscommissaris de opdracht krijgt "de schadeafhandeling soepel te laten verlopen en de versterkingsoperatie zo voortvarend mogelijk af te ronden". Ten eerste zijn dat nogal open deuren en is het wat dat betreft de afgelopen jaren vooral fout gegaan. Ten tweede zijn dat nou net de taken van IMG en NCG. Kortom, wat gaat die regeringscommissaris nu doen, anders dan die uitvoeringsinstanties en anders dan een bewindspersoon? Graag een reactie.

Voorzitter. Met dit wetsvoorstel krijgt de minister twee nieuwe taken: de ontwikkeling van zogeheten "brede welvaart" en verduurzaming. Het valt op dat we het hier dan meteen hebben over "zorgplichten". De eerste vraag is dan — het is misschien vragen naar de bekende weg — of het klopt dat een zorgplicht een inspanningsverplichting is en dus feitelijk niets hoeft te zeggen over de te behalen resultaten. Waarom is hier dus voor gekozen en niet voor bijvoorbeeld resultaatplichten? Bovendien: als je dit allemaal doet voor toekomstige kabinetten, als je dit voor de toekomst voor langere tijd wilt vastleggen, is een zorgplicht dan niet veel te vaag? Is die niet door alle toekomstige bewindspersonen totaal anders in te vullen? Hoe ziet de minister dat? Graag een reactie.

Voorzitter. Hoe wordt de uitvoering van die zorgplicht eigenlijk vormgegeven? Dat gebeurt in een zogeheten "uitvoeringsprogramma Rijk". Daarin worden dan, lezen we, tussentijdse doelen opgenomen, maar ook streefwaarden, noodzakelijke randvoorwaarden en voorgenomen maatregelen. Als ik dat zo lees … Kan de minister dat toelichten? Hoe worden die doelen opgesteld? Wat zijn eigenlijk precies streefwaarden? Hoe worden die bepaald? Hoe hard zijn die? Klopt het dat ergens naar streven helemaal niets hoeft te zeggen over de te behalen resultaten? Welke randvoorwaarden? Klopt het bovendien dat een "voorgenomen maatregel" — zo staat het geformuleerd — nog geen daadwerkelijk te nemen maatregel is? Kortom, vindt de minister het zelf ook niet allemaal boterzacht?

Voorzitter, dan kom ik bij de ontwikkeling van brede welvaart. Dat klinkt misschien heel leuk, maar tegelijkertijd is het ook heel vaag. Want wat is het eigenlijk concreet? Het CBS zegt daarover: "Brede welvaart gaat over alles wat het leven de moeite waard maakt." Dan weet je eigenlijk nog niks. Oftewel, het is heel breed en vooral heel subjectief, en dan ook nog eens vervat in een zorgplicht bedoeld voor een generatielange aanpak. Kortom, wat verwacht de minister dat dit concreet gaat opleveren, niet alleen onder zijn eigen bewind, maar ook bijvoorbeeld over tien jaar, onder een andere bewindspersoon? Graag een reactie.

We lezen in de memorie van toelichting dat het hier gaat om economie, gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie en persoonlijke ontplooiing. Ik vraag me dan het volgende af. Zaken als economische ontwikkeling of onderwijs kun je nog concreet maken, maar hoe meet je eigenlijk zaken als sociale cohesie of persoonlijke ontplooiing? Hoe verzamel je er überhaupt data over? En hoe ga je daar dan uiteindelijk over rapporteren, zeker periodiek, zoals de bedoeling is? Dat rapporteren gebeurt dan in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. De minister schrijft daarover: "Niet alle gegevens uit de Staat van Groningen en Noord-Drenthe worden jaarlijks van een update voorzien. Voor sommige gegevens — denk aan ervaren gezondheid, levensverwachting of geletterdheid — geldt immers dat een verandering geleidelijk plaatsvindt en dat een jaarlijkse meting onvoldoende meerwaarde heeft." Laat nou net zaken als gezondheid, levensverwachting en geletterdheid heel belangrijk zijn. Hoe vaak en op welke manier wordt daar dan wel over gerapporteerd en verantwoording over afgelegd?

Voorzitter. Nadat de Staat van Groningen en Noord-Drenthe is gepubliceerd volgt er overleg tussen de minister of ministers en bestuurders van decentrale overheden, zoals de gedeputeerden, burgemeesters en wethouders. In de memorie van toelichting lezen we dan, en ik citeer: "De term 'overleg' tussen het Rijk en de decentrale overheden kent in het voorliggende wetsvoorstel niet dezelfde betekenis als in de Gemeentewet en de Provinciewet. In de Gemeentewet en de Provinciewet veronderstelt de term meer wederkerigheid. Bovendien komt het bedoelde overleg tot stand op initiatief van het Rijk, anders dan in de organieke wetten." De eerste vraag is dan: kan de minister dat uitleggen? Wat wordt daar precies mee bedoeld? Oftewel, hoe gaat zo'n gesprek, zo'n overleg er dan in de praktijk aan toe, anders dan volgens de Gemeentewet en de Provinciewet?

Komt het er wat betreft die wederkerigheid of het blijkbare gebrek daaraan op neer dat de decentrale overheden hun zegje mogen doen over de te behalen resultaten waarna de kous af is? Of hoe gaat dat in de praktijk? Want — ik citeer opnieuw — "het overleg (…) is niet gericht op het afleggen van politieke verantwoording aan de regionale en lokale volksvertegenwoordiging, maar op het bespreken en analyseren van de resultaten, het identificeren van verbetermogelijkheden en het bespreken van voorstellen voor eventueel benodigde maatregelen". Ik heb er bijna moeite mee om het goed te kunnen uitspreken als ik dat zo oplees. We hebben het dus over bespreken, analyseren en identificeren; het klinkt allemaal zo ontzettend vaag. Mijn vraag daarbij aan de minister is dan: is het ook allemaal niet in de praktijk heel vrijblijvend? Want dat zou het dus juist niet moeten zijn.

Voorzitter. Met dit wetsvoorstel wordt ook — dat is heel belangrijk — daadwerkelijk herstel van veronderstelde schade geregeld, oftewel van schade waarbij het IMG afziet van onderzoek naar de oorzaak en dus wordt aangenomen dat het mijnbouwschade betreft. Aanvragers kunnen dan zelf een aannemer inschakelen, waarna het IMG de redelijke herstelkosten vergoedt, of aanvragers kunnen ervoor kiezen de schade door het IMG in natura te laten herstellen.

Ten eerste. Kunnen deze twee opties voor feitelijk dezelfde schade leiden tot verschillende uitkomsten? Daarmee bedoel ik: kan het bijvoorbeeld gebeuren dat schade die het IMG laat herstellen wel volledig wordt vergoed, maar niet als een aanvrager zelf een aannemer inschakelt? Oftewel, hoe wordt bij redelijke herstelkosten in de praktijk invulling gegeven aan het woord "redelijk"?

Voorzitter. Dan ten tweede. Dat grensbedrag, het maximumbedrag, wordt, zoals eerder door de Kamer verzocht, vastgesteld op €60.000. Althans, dat gebeurt niet nu, maar op een later moment per algemene maatregel van bestuur. Want — ik citeer — "vaststelling per algemene maatregel van bestuur biedt ruimte om op een uitvoerbare wijze rekening te houden met toekomstige (prijs)ontwikkelingen in de schadeafhandeling, waardoor het grensbedrag kan worden aangepast in verband met die ontwikkelingen".

In de memorie van toelichting gaat het over toekomstige prijsontwikkelingen, waarbij "prijs" tussen haakjes staat. Dat leidt dan meteen tot de vraag welke ontwikkelingen anders dan prijzen in de toekomst kunnen leiden tot aanpassing van dat grensbedrag. Dat grensbedrag kan natuurlijk vanwege prijsontwikkelingen in een later stadium worden aangepast, bijvoorbeeld omhoog, maar feitelijk kan het per AMvB ook omlaag. Het is misschien niet de bedoeling, maar het kan wel. Daarom heeft de PVV inmiddels een amendement ingediend dat regelt dat dat grensbedrag in ieder geval niet lager dan die €60.000 kan zijn, zoals eerder door de Kamer bepaald. Graag een reactie van de minister hierop.

Voorzitter. We moeten natuurlijk ook nog beseffen dat er heel veel stille gedupeerden zijn: mensen die recht hebben op schadevergoeding, maar daar tot dusverre geen aanvraag voor hebben gedaan. In verband met privacy en gegevensverwerking heeft het IMG nu niet de bevoegdheid om die mensen actief te benaderen. Maar krijgt het die bevoegdheid wel met dit wetsvoorstel? Hierop vooruitlopend heeft de Kamer begin februari een PVV-motie aangenomen die de regering verzoekt om hier alvast mee aan de slag te gaan en ervoor te zorgen dat alle stille gedupeerden in 2026 worden benaderd, zodat ook zij krijgen waar zij recht op hebben. Vraag één is dan of daar inmiddels al mee is begonnen, en vraag twee of het ook daadwerkelijk in 2026 gaat lukken.

Tot zover, voorzitter. Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Het woord is aan de heer Heutink namens de Groep Markuszower.

Bent u zover? Gaat uw gang.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Nederland heeft jarenlang mogen profiteren van het gas uit Groningen en uit Noord-Drenthe. Het Groninger gasveld was, maar is ook nog steeds een goudmijn. De baten gingen naar Den Haag, terwijl de lasten in het hoge Noorden achterbleven. Huizen scheurden, gezinnen leefden in onzekerheid en compensatie bleef uit. Hele families zijn verwoest omdat de overheid bleef cashen en het Noorden in de kou liet staan.

Voorzitter. Mijn fractie is dan ook blij dat de regering stappen zet om de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe te compenseren. Drie van de maatregelen uit Nij Begun worden nu wettelijk verankerd en deze wet staat vol met goede bedoelingen. Goede bedoelingen moeten echter niet gaan leiden tot georganiseerde teleurstelling; dat is precies wat we moeten gaan voorkomen. We moeten duidelijkheid scheppen, we moeten grenzen stellen en we moeten eerlijk zijn. Wij zeggen dat niet als enigen. Ook de Raad van State erkent dat er toch een behoorlijk aantal risico's aan deze wetgeving kleven.

Voorzitter. De vraag die we onszelf vandaag moeten stellen, en dat is gelukkig ook al gebeurd, is of dit wetsvoorstel er daadwerkelijk voor gaat zorgen dat de inwoners van Groningen en van Noord-Drenthe sneller, duidelijker en eerlijker geholpen gaan worden. Ik betwijfel dat. Laat me dat op basis van deze drie maatregelen uitleggen.

Allereerst het commitment van een generatielange aanpak om de ereschuld in de regio op te lossen. Deze aanpak vertaalt zich concreet in twee zorgplichten voor de minister van Binnenlandse Zaken. Neem bijvoorbeeld de zorgplicht om brede welvaart te realiseren. Dat is een verschrikkelijk vaag begrip en kan ook tot rechtsongelijkheid leiden. De regering wil met dit wetsvoorstel immers de gehele regio qua brede welvaart tot het landelijk gemiddelde laten behoren in 2055. Dat betekent dus dat er lokaal geïnvesteerd moet gaan worden, omdat brede welvaart per gemeente en per gebied verschilt. Het ene gebied zal dus meer nodig hebben dan het andere. Hoe zit het dan met die ene gemeente die reeds goed scoort op brede welvaart? Is daar dan geen zorgplicht meer om te zorgen dat ook zij iets terugzien van die jarenlange gasbaten? Laten we wel stellen: in theorie is het een prima en sympathiek einddoel. Zorgen voor een goed ontwikkeld Groningen en Noord-Drenthe, wie wil dat nou niet? In de praktijk betekent het echter weer een hoop onrechtvaardigheid. Kan de minister mij vertellen wat een gemeente als Tynaarlo — ik noem maar even een voorbeeld — die getroffen is door de bevingsschade, terug gaat zien van al die investeringen? Het is een gemeente die goed scoort op brede welvaart en dus volgens deze wet geen investeringen nodig zou hebben om tot het landelijk gemiddelde te komen. Wat vindt de minister hier eigenlijk van?

Bovendien lijkt het erop dat de verantwoordelijkheid door de regering wordt afgeschoven, door te spreken van een generatielange aanpak. Juist door te kiezen voor deze term, kan het kabinet ervoor kiezen om de aanpak naar een volgende generatie te schuiven. Een volgend kabinet is immers ook verantwoordelijk. Hoe zit dat dan? Gaat het kabinet daadwerkelijk dat commitment hebben?

Ook de zorgplicht is feitelijk een wassen neus. Laat mij u eraan herinneren dat de regering tal van zorgplichten heeft. Zo kent artikel 22 van de Grondwet de plicht toe aan de overheid om te zorgen voor voldoende goede en betaalbare woningen. Maar volgens mij weet iedereen in dit huis dat dit al jaren niet zo heel erg goed gaat. Het blijft meestal bij dit soort intenties en mooie passages in het coalitieakkoord, maar een betaalbare woning is voor heel veel Nederlanders al jarenlang een grote utopie. Daar ga je dan met je zorgplicht.

Dat geldt dus ook voor de zorgplicht uit deze wet. Ook hierbij moet het Noorden er maar op vertrouwen dat de overheid haar afspraken nakomt en het vertrouwen hebben dat de overheid daadwerkelijk gaat compenseren, daadwerkelijk de maatregelen neemt om het leven van mensen in het Noorden te verbeteren en dus de schade gaat herstellen. De zorgplichten uit dit wetsvoorstel leveren namelijk geen enkel recht op voor de burgers. Als ergens in de aanloop naar 2055 niet voldoende geld beschikbaar is voor deze brede welvaart, kunnen de getroffen regio's helemaal nergens aanspraak op maken. Waarom is er voor deze route gekozen, vraag ik aan het kabinet. Waarom zijn er geen concrete doelen gesteld waar de mensen de regering op kunnen afrekenen? Het lijkt er een beetje op dat het kabinet zichzelf indekt, omdat ze weten dat er misschien een kans bestaat dat ze die beloftes toch niet kunnen nakomen. Dat is zeer zorgelijk. Ja, hoeveel geld gaat er zijn? We hebben een minister van Financiën die dagelijks op de televisie zegt dat er geen geld is, dus de vraag is: hoe gaan we dat dan doen?

Dan ga ik naar de tweede maatregel: het Staatstoezicht op de Mijnen dat gaat werken met een collegiaal bestuur. De regering wil dat het SodM niet meer op één persoon leunt, maar op een klein bestuur van meerdere mensen. Kan de regering aangeven waarom zij ervoor kiest om het advies van de Raad van State, namelijk om de wijziging te regelen in een kaderwet, niet over te nemen? Kan de regering ook aangeven waarom deze wijziging eigenlijk nodig is? Wat functioneert er niet aan de huidige werkwijze en waarom denkt de regering dat een klein bestuur van meerdere mensen sterker en minder kwetsbaar zal zijn voor druk van buitenaf? Verder snappen wij niet dat daarnaast ook nog een extra adviescommissie wordt opgetuigd, een commissie op een commissie. Kan de regering mij uitleggen hoe het kabinet ervoor zorgdraagt dat zij nog op een verantwoorde manier de politieke verantwoordelijkheid kunnen dragen?

Voorzitter. Over de derde maatregel kunnen we kort zijn. Die gaat over het daadwerkelijk herstellen van de schade tot €60.000 zonder dat er een onderzoek is naar de schadeoorzaak. Hoeveel geld denkt het kabinet totaal aan het Noorden te kunnen overmaken? Ik heb het niet over wíllen overmaken, maar kúnnen overmaken. Ik spreek hier niet over de wenselijkheid, want die snappen we allemaal. Ik spreek over tot hoever de zakken van de Nederlandse overheid gevuld zijn om deze carte blanche — want dat is het en we gunnen het ze allemaal — te kunnen inwilligen. Is de regering niet bang dat deze maatregel gaat leiden tot wederom georganiseerde teleurstelling? Ik hoor graag een reactie.

Voorzitter. Dan kom ik bij het minder positieve verhaal. We moeten ook realistisch zijn. Dat we de mensen royaal en ruimhartig moeten compenseren, staat buiten kijf. De mensen zijn fors benadeeld door de overheid en de pijn in het Noorden is zichtbaar. Gezinnen zijn verwoest en mensenlevens zijn kapotgemaakt. Daarvoor moet de overheid diep in de buidel tasten. Maar we hebben ook te maken met een zorgplicht die gaat over leveringszekerheid. De overheid moet maatregelen nemen om de voorziening van elektriciteit en gas te kunnen garanderen, ook tijdens een crisis. We hebben de afgelopen weken een voorproefje gehad van wat ons staat te wachten op het moment dat er niet voldoende gas is. De gasprijs is enorm gestegen. Het kan onze hele economie in de prullenbak werpen. Mijn eerste vraag aan het kabinet hierover is hoe het kan dat wij onze gasvoorraad duur moeten gaan vullen, terwijl we tegelijkertijd nog steeds 30 miljard kuub gas per jaar exporteren naar Duitsland. Dat is Nederlands gas van Nederlandse bodem. Het is wellicht leuk verdienen en de Duitsers hebben in het verleden aangetoond royaal te willen betalen voor ons gas, maar waarom gebruiken we dit gas niet eerst om onze eigen gasvoorraad te vullen? We hebben gewoon gas in de gasvelden, niet alleen in het Groningerveld. Laten we dat eerst eens gebruiken om onze eigen voorraad aan te vullen, dan kost het ons niets. Nu moeten we tegen peperdure internationale prijzen onze eigen gasvoorraad vullen, terwijl er meer dan genoeg gas in de velden zit. Dat gas verpatsen we nu linea recta aan Duitsland. Dat is hoogst onverstandig.

Nu weten we dat de gasmarkt vanwege de geopolitieke situatie grillig is en ook geen genade aan ons toont. Het is daarom wel van een ongekende domheid om de gasvelden in Groningen nu permanent af te sluiten met beton. Natuurlijk kun je door beton heen boren, maar waarom zou je rücksichtslos de toegang blokkeren tot het Groningerveld met daarin voor 500 miljard euro aan gas, terwijl de mogelijkheid bestaat dat we straks door dat beton zouden moeten gaan boren? Dat is toch krankzinnig?

Voorzitter. Tegelijkertijd snap ik het natuurlijk. Ik snap dat het kabinet dingen heeft beloofd aan het Noorden. Wij zullen de allereerste zijn die zeggen dat het kabinet die beloftes moet nakomen, maar het is net als met deze hele wet: je moet wel beloftes doen die je ook daadwerkelijk kúnt nakomen en waarop de mensen kunnen terugvallen als blijkt dat het anders ligt. Het volstorten van het Groninger gasveld met beton is zo'n domme belofte. Je moet als overheid, met de zorgplicht van leveringszekerheid in ons achterhoofd, niet het Groningerveld volledig ontmantelen. Uiteindelijk heeft namelijk niet alleen het Noorden een groot probleem als we het gas echt nodig hebben, maar het hele land, heel Europa. Er is gewoon een reëel risico dat we ergens een keer extra gas nodig gaan hebben en dan hebben we het straks weggegeven. We hebben het eigenlijk nu al nodig. We zijn nu met peperduur gas onze gasvoorraad aan het vullen; ik zei het net al. Het is oliekoekendom om geen gebruik te maken van het vloeibare goud dat in het Groningenveld zit. Er zit nog ruim 550 miljard kuub in het Groningenveld. Moet je eens kijken hoeveel mensen we daarvan kunnen compenseren. We kunnen elke Groninger, als we dat zouden willen, miljonair maken. We kunnen de Lelylijn aanleggen. We kunnen dan echt werk maken van brede welvaart.

Voorzitter, nog een paar zinnen. We zeiden het daarom eerder al: drill, Stientje, drill. Dat menen we. Dat zeggen we niet omdat het een leuke boodschap is, zeker niet, want het liefst hadden we het Groningenveld met rust gelaten. We zeggen dat omdat het landsbelang daarom vraagt; daarom is het nodig.

De voorzitter:
Was u aan het einde van uw betoog?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik heb nog twee zinnen.

De voorzitter:
Maak het dan even af, zou ik willen voorstellen.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Concreet pleit mijn fractie voor twee dingen: help de mensen in Groningen en help de mensen in Noord-Drenthe. Help ze op een goede en waardevolle manier. Compenseer ze royaal en ruimhartig. Maak stevige en concrete doelen die de mensen zekerheid geven en — ik zeg het nog maar een keer — compenseer ze goed, nog beter dan dat nu het plan is.

Dank u wel.

De heer Köse (D66):
Ik hoor aan de ene kant misschien wel terechte kritiek: koste wat het kost ervoor zorgen dat we nu echt gaan compenseren en dat we ons daaraan gaan houden. Tegelijkertijd hoor ik een heel betoog over het peperdure gas en — ik hoorde ook iets over slechte beloftes — dat we dan toch maar die beloftes moeten breken aan de Groningers en toch maar gas moeten gaan winnen. Ik kan dat niet met elkaar rijmen: het "koste wat het kost"-principe en tegelijkertijd, omdat het ons geld zou kosten om voorraden aan te leggen en misschien wel te verduurzamen, zeggen dat we maar gaan boren, omdat dat ons geld oplevert. Hoe rijmt Groep Markuszower dat met elkaar?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is vrij simpel. Uit de parlementaire enquête blijkt nu dat de overheid jarenlang heeft genegeerd wat er speelde in Groningen. De mensen zijn daar oprecht in de problemen gekomen en het kabinet liet het lopen. Voor die schades, maar ook voor de emotionele schade, moet het kabinet echt ruim gaan compenseren, wat ons betreft ruimhartiger dan dat het nu doet. Dat is één. Wat ons betreft moeten we wel vooruitkijken. We moeten op een gegeven moment ook de geopolitieke situatie in ogenschouw nemen en kijken wat er om ons heen gebeurt. We hebben hier de afgelopen weken debatten gehad waarin we met elkaar spraken over een tekort aan gas — een tekort aan gas! Tegelijkertijd zeggen een aantal fracties in de Kamer "we gaan het Groningenveld volpompen met beton", terwijl er nog 550 miljard kuub gas in zit. Dat valt niet met elkaar te rijmen. We moeten al die Groningers zeker helpen en compenseren, maar ik sluit niet uit dat het en-en kan.

De heer Köse (D66):
Dat klinkt echt als dweilen met de kraan open. Aan de ene kant zegt de heer Heutink van Groep Markuszower: we gaan volledig compenseren, vol en ruimhartig. Ik hoop dat u daarachter blijft staan, zeg ik via de voorzitter.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker.

De heer Köse (D66):
Tegelijkertijd is Groep Markuszower ervoor om die onveiligheid, de reden waarom we moeten compenseren, nog lekker op te gaan voeren. "We gaan ervoor zorgen dat er meer schade komt en we gaan dat ook nog eens veel ruimer compenseren." Dat vind ik niet logisch. Ik kom op mijn vraag. Er werd net gezegd dat we vooruit moeten kijken. Ik denk dat Groningen openen achteruitkijken is. Als we echt vooruit willen kijken — dat vindt Groep Markuszower misschien niet leuk om te horen — zullen we moeten verduurzamen. Dat is echte onafhankelijkheid. Dan moeten we ervoor zorgen dat we inzetten op wind op zee en verduurzaming. Zo komen we echt van het gas af. Hoe kijkt Groep Markuszower ernaar om echt vooruit te kijken?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Op zich is met verduurzaming niet zo veel mis. We zijn tegen windmolens op zee, omdat ze volstrekt onrendabel zijn en ook nog eens foeilelijk en omdat ze de planeet daadwerkelijk kapotmaken. Dat is één. Twee. Als je gaat verduurzamen op een goede manier, doet dat wat voor de portemonnee van de mensen. Vanuit dat perspectief steunen we dat volledig. Een van de weinige goede plannen in het coalitieakkoord, waar onder andere D66 een handtekening onder heeft gezet, is kernenergie. Ik kan niet wachten om samen met meneer Köse in deze kabinetsperiode de eerste kerncentrale te openen. Daar heb ik echt heel erg veel zin in. Ook dat is een vorm van duurzame energie waar we groot voorstander van zijn. Maar — dat ik wil ik toch even gezegd hebben — verstandig omgaan met duurzame energie die daadwerkelijk leidt tot lagere lasten voor de mensen thuis, is iets anders dan klimaatbeleid als religie door de strotten van mensen te duwen. Op dat laatste zit niemand te wachten.

De voorzitter:
De heer Köse, afrondend.

De heer Köse (D66):
Afrondend, voorzitter. Binnen nu en vijf jaar kan het. Binnen nu en vijf jaar kunnen we door te verduurzamen — daar hoort wind op zee bij — onafhankelijk worden van de lng-import. Dan hebben we alleen nog wat import via de leiding vanuit Noorwegen en we hebben de huidige productie uit de kleine velden, waar het veilig kan. Dan zijn we er. Hier hoor ik dat windmolens slecht zijn voor de natuur en dat we daarom maar moeten gaan boren in Groningen. Daar kan ik met mijn verstand niet bij.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Je hebt elektriciteit en gas nodig. Zolang de huizen nog niet allemaal van het gas af zijn, zul je gas nodig hebben. Dat is gewoon een realiteit waarmee we te dealen hebben. Als we nu al debatten hebben over scenario's waarin mogelijk een tekort aan gas is, dan is het toch redelijk om de vraag te stellen of we nog wel voldoende gas hebben en te kijken naar alternatieven? Ben ik groot voorstander van het opengooien van het Groningenveld? Nee, natuurlijk niet. Natuurlijk wil je die optie niet, maar ik vind wel dat we hier verstandig beleid met elkaar moeten maken. We moeten niet als een kip zonder kop de toegang gaan blokkeren, want misschien hebben we dat gas straks in tijden van echte crisis keihard nodig.

De voorzitter:
Meneer Bushoff, in drieën.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter, voor de herinnering. Ik constateer dat er partijen zijn die zeggen dat we het Groningenveld achter de hand moeten houden, wat technisch niet kan, tenzij je blijft boren. Dat is één. Twee. Er zijn geen partijen die het Groningenveld willen exploiteren. Drie. Het kan niet veilig. Pleit de heer Heutink van de Groep Markuszower nou voor die optie, voor blijven boren, ondanks dat het niet veilig kan en ondanks dat er geen partijen zijn die het willen exploiteren? Of zegt hij "nee, gooi het maar helemaal open"? Dat wordt mij eigenlijk helemaal niet duidelijk uit het betoog.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
In tegenstelling tot JA21 durf ik wel openlijk toe te geven dat je gewoon moet boren. Heeft dat onze voorkeur? Nee, zeker niet. Maar ik vind wel dat dat nodig is en onze fractie ook.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dat schept in ieder geval meer helderheid dan de fractie van JA21, die om de hete brij heen draait en geen antwoord geeft. Inderdaad, dat is wat je moet doen. De heer Heutink is tenminste mans genoeg om dat toe te geven. Tegelijkertijd, en dan wil ik toch terug naar de kern van dit debat ... We kunnen hierover heel lang van mening verschillen en dat doen we ook enorm, maar op dit moment zijn heel veel woningen in Groningen nog onveilig. Wat stelt de heer Heutink voor om de woningen die nu nog onveilig zijn, sneller en beter veilig te maken?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
We gaan eerst eens beginnen met deze wet aannemen. Daarna gaan we kijken of we de goede amendementen van de heer Bushoff kunnen steunen om het allemaal vlot te trekken. Op het moment dat we de gasbaten wel kunnen gaan exploiteren via welke route dan ook — ik ben geen aardgasdeskundige, maar we hebben hier een kabinet zitten dat heel veel deskundige mensen op de ministeries heeft werken — dan zijn er ook miljarden te verdelen. Dan kunnen we ook zonder de hand aan de knip te houden daadwerkelijk wat gaan doen om al die mensen te helpen.

De voorzitter:
Meneer Bushoff, afrondend.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, voorzitter, afrondend. Dit vind ik dus best wel problematisch. Is het niet zo dat we nu al koste wat het kost mensen in Groningen moeten helpen aan een schadevrij en veilig huis? Nu wordt de indruk gewekt dat we dat alleen gaan doen als we, nadat er al voor 400 miljard in Groningen uit de grond is gehaald, nog meer geld uit Groningen halen. Ik zou heel helder van de heer Heutink willen weten of het principe van koste wat het kost wat de Groep Markuszower betreft telt als het gaat om schadeafhandeling, als het gaat om versterking en als het gaat om verduurzaming.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
We willen nog even kijken naar verduurzaming, naar wat voor maatregelen dat dan zouden zijn. Ze moeten wel daadwerkelijk effectief zijn. Maar ik kan meneer Bushoff geruststellen: wij vinden dat de Groningers na al het leed dat ze is aangedaan — de overheid heeft ze gewoon keihard gepakt — moeten krijgen wat ze verdienen. Moet de overheid daar enorm de portemonnee voor trekken? Nou, dat weet ik wel zeker. Ik hoop dat dat meneer Bushoff geruststelt. Ik kan u zeggen dat ook wij ervoor zullen zorgen dat die Groningers financieel uiteindelijk niks tekortkomen.

De voorzitter:
Moment.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter.

De voorzitter:
Een moment. Ik zie dat mevrouw Beckerman zich naar voren spoedt voor een interruptie.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat dacht ik! Wanneer mag er dan gas gewonnen worden? Met andere woorden, gaan we afwachten tot de versterkingsoperatie klaar is, inclusief alle woningen die je extra moet doen om weer gas te kunnen winnen? De huidige versterking is immers op basis van nul gaswinning.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voordat er überhaupt gas gewonnen kan worden, zal er eerst wat moeten gebeuren, hè. Leidingen zijn weg, de kranen zijn weg. Je hebt dat dus niet van de ene op de andere dag geregeld. Zo realistisch zijn we ook. Ik ben ook zo realistisch om te snappen dat er geen meerderheid is in deze Tweede Kamer om dat te realiseren, dus het gaat niet gebeuren. Dat neemt niet weg dat wij vinden dat het zou moeten gebeuren, puur en alleen omdat wij kijken naar de geopolitieke situatie en omdat wij het niet op ons geweten willen hebben dat er zo meteen een tekort is aan gas omdat wij hier als een kip zonder kop de Groninger gasvelden permanent dicht hebben gegooid.

Mevrouw Beckerman (SP):
Meneer Heutink kreeg net het compliment van de heer Bushoff dat hij ten minste wél antwoord geeft. Mijn vraag was: wilt u Groningers in extra onveiligheid brengen? Die woningen zijn nog onveilig. Er zijn nog 9.000 woningen die wachten op versterking en dat worden er meer op het moment dat je de gaskraan opendraait. De simpele vraag is: wacht u af tot die hele versterking af is, dus de huidige die in 2032 of 2034 klaar is én alles wat extra moet, of wilt u Groningers opnieuw in onveiligheid brengen?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is nooit de intentie om Groningers in onveiligheid te brengen. Op het moment dat de geopolitieke situatie erom vraagt, moeten we direct kunnen beginnen met boren. Dat is wat ik zeg. Als er wordt gevraagd naar die waakvlam en dat je iets moet gaan opboren, is het antwoord: ja, dat moeten we dan gaan doen; zeker weten. Ik kan niet uitsluiten dat we dit tegelijkertijd doen met de hersteloperatie, want we weten niet wanneer het echt prangend wordt. We hebben gezien hoe grillig het is. We hebben gezien wat de olie- en gasprijzen op dit moment doen. We hebben gezien hoeveel tankers … Afgelopen week lag er volgens mij nog één schip met lng in de Rotterdamse haven. En dan? Dan is het op. Ik kan niet zeggen wanneer, omdat ik het gewoon niet weet en omdat de geopolitieke situatie mij ook niet zegt wanneer dat zo is. Wist ik het maar, want dan konden we erop sturen.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat maakt het natuurlijk zo pijnlijk, dat het eerlijke verhaal eigenlijk is dat ook de Groep Markuszower opnieuw kiest voor onveiligheid. Als je hier een heel verhaal houdt dat je zo graag recht wil doen aan Groningen en zo graag wil dat het kabinet extra dingen doet, maar je tegelijkertijd kiest voor extra onveiligheid, dan werk je helemaal niet aan herstel van vertrouwen. De reden dat heel veel Groningers het zo zwaar hebben, is dat de overheid onbetrouwbaar is geweest en elke keer gas boven Groningers stelde. Daar kiest ook de Groep Markuszower nu opnieuw voor.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is ook een pijnlijk verhaal. Het is een heel pijnlijk verhaal. Denkt u dat wij het leuk vinden om dit voor te stellen? Maar wat we wel zien, is dat het nodig is. We zien dat als we een tekort hebben aan gas, we een uitwijkoptie moeten hebben. We zeggen daarom: ga aan de slag met alle maatregelen die we voorstellen. Ga de Groningers helpen, maar laten we niet blind zijn voor de mogelijke consequenties die de geopolitieke spanningen met zich mee kunnen brengen. Dat is echt het laatste dat we hier moeten willen.

De voorzitter:
Dank u wel voor … O, ik wilde u bijna bedanken, maar ik zie toch de heer Bushoff nog opspringen. Ik geef hem het woord voor een interruptie.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het collectieve geheugen van de Kamer lijkt echt ongelofelijk kort te zijn. Nog geen drie jaar geleden was er de parlementaire enquêtecommissie, die heel duidelijk maakte dat argumenten rondom leveringszekerheid telkens een rookgordijn optrokken en daarmee de belangen van Groningers structureel zijn genegeerd. Het lijkt wel alsof die zinsnede — het is volgens mij zelfs de letterlijke zinsnede uit het rapport — totaal vergeten wordt door een deel van deze Kamer. Mijn vraag is heel simpel: hoe is het met het geheugen van de heer Heutink gesteld?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het gaat prima met mijn geheugen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Kunt u dan ook reageren op bijvoorbeeld deze zinsnede uit de parlementaire enquête?

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Zeker. Als dat uw vraag was, had u niet die eerste vervelende vraag hoeven te stellen. Dat had u weer een interruptie gescheeld. Maar het is heel simpel: we hebben nog nooit zo'n groot probleem gehad met gas. We hebben nog nooit zo'n groot probleem gehad. Het feit is wel dat de overheid destijds ook blind was voor de gevolgen en die inderdaad leveringszekerheid op één zette, maar wij weten nu allemaal toch precies wat er gebeurd is? We weten toch precies hoe de overheid gehandeld heeft? We weten toch precies wat de overheid de Groningers heeft aangedaan door ze structureel te negeren? De oproep zou moeten zijn, en dat is ook een opdracht aan het kabinet, dat het kabinet moet zorgen voor leveringszekerheid van gas. Dat is zelfs een opdracht van het kabinet. Dat neemt niet weg dat ze niet dezelfde fouten hoeven te gaan maken. Het is naïef om te denken dat het kabinet dat dan wel gaat doen. Ik verwacht en ik hoop ook dat het kabinet leert van zijn fouten.

De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik vond het een beetje een warrig antwoord en veel woorden om te zeggen: we zijn eigenlijk de conclusie van de parlementaire enquêtecommissie dat het argument van leveringszekerheid misbruikt werd, weer vergeten en we gooien het nu weer in de arena. Mijn oproep zou zijn: doe dat nou niet. Het leidt namelijk ook af van waar het echt om moet gaan, namelijk het helpen van Groningers die nog steeds in een kapot en beschadigd huis zitten. Daar zouden we het over moeten hebben in plaats van zo'n stuk rood vlees in de arena te gooien. Het kan namelijk helemaal niet eens.

De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik constateerde dat er net vragen werden gesteld over mijn geheugen, maar als er toch problemen zijn en het onthouden van drie zinnen tekst al moeilijk wordt, begin ik mij ook zorgen te maken over andermans geheugen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Köse namens D66. Gaat uw gang.

De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met een citaat. "De Groningers hadden altijd al gelijk. De gaswinning, de oorzaak van alle ellende, stopt. De schade aan uw huizen zullen we herstellen. Er is erkenning voor uw leed." Dat waren de woorden van mijn ambtsgenoot Vijlbrief op 25 april 2023. Achter die woorden sta ik hier vandaag nog steeds met volle overtuiging. Groningen is de laatste weken veel in het nieuws. De discussie over gaswinning laait weer op en dat nog geen twee jaar na de definitieve sluiting van het Groningenveld. Zo dreigt de politiek mensen in Groningen weer tegenover de rest van het land te zetten.

Voorzitter. De beloftes die we gedaan hebben aan de Groningers zijn niet vrijblijvend. Die komen we na. Laten we helder zijn: het opnieuw openen van Groningen of het veld als noodreserve achter de hand houden is geen echte oplossing. Het is hooguit uitstelgedrag. De echte oplossing is het structureel verlagen van onze gasvraag door versneld te verduurzamen. Dat kan. Dat hebben we al bewezen. In vijf jaar tijd ging Nederland van 40 miljard naar 30 miljard kuub gasverbruik. Die lijn kunnen we doorzetten. Met duurzame energie van eigen bodem worden we bovendien weerbaarder tegen prijsschokken en minder afhankelijk van fossiele energie uit onvrije regimes. Zo bouwen we stap voor stap aan echte leveringszekerheid: niet terug naar Groningen, maar vooruit, weg van die fossiele verslaving.

Voorzitter. Ik was onlangs, op 20 en 21 maart, in Groningen voor een werkbezoek en wat ik daar zag, laat me niet los. In plaatsen als Warffum en Loppersum zag ik schade aan vrijwel ieder huis, echt aan bijna elk huis. Bewoners noemden het zelf "de handtekening van de NAM". Zelf zie ik het meer als de littekens van de NAM. Als je verder kijkt, zie je grote ongelijkheid. In het ene dorp staan prachtige nieuwe woningen als resultaat van sloopnieuwbouw, huizen in alle soorten en maten, van jarenzestigstijl tot modern. Het staat in schril contrast met het dorp dat er letterlijk naast ligt. Nou hoorde ik het verhaal van een man die drie jaar heeft moeten vechten voor een fatsoenlijke aanpak van zijn woning. Hij woonde in een prachtig, typisch Gronings landschap. Er liep een gracht voor het huis langs. Zijn vrijstaande woning was zichtbaar verouderd en op meerdere plekken getekend met de littekens van de NAM. Het was moeilijk om de beschadiging van het karakteristieke Groningse dorp te aanschouwen. Het leek eindelijk de goede kant op te gaan voor deze man, maar toen ze bijna rond waren over de aanpak van zijn huis, kreeg hij een hersenbloeding.

Voorzitter. Dit soort verhalen horen we veel te vaak. Ik zal niet te ver uitweiden met mijn voorbeelden. We hebben ze net ook al gehoord en mijn collega's Beckerman en Bushoff kunnen dit ook veel beter dan ik, maar door het zelf te zien en de verhalen van dichtbij te horen, weet ik één ding zeker: ik sta pal naast de Groningers. Ik ben dan ook blij dat we vandaag deze wet behandelen, want die beloftes zijn niet vrijblijvend; we gaan ze waarmaken.

Ik weet dat veel Nederlanders kritisch en met spanning naar dit debat en deze wet kijken. Wat ik zag tijdens mijn bezoek, benadrukt precies de urgentie van het probleem dat we allemaal al heel lang zien rondom dit dossier: wantrouwen. We weten allemaal dat het vertrouwen in de overheid laag is in Groningen. Dat is ook niet zo vreemd. Vertrouwen moet namelijk van twee kanten komen. De afgelopen jaren is er juist iets heel anders gebeurd. Veel te lang heeft geld geprevaleerd boven de veiligheid van Groningers. In plaats van problemen op te lossen werden er stapels papier op stapels papier gelegd. Dure onderzoeken, eindeloze procedures: allemaal omdat we het vooral belangrijk vonden dat niemand per ongeluk te veel zou krijgen.

Het begon bij de NAM. Toen kwam het CVW. Daarna kwam de TCMG. Nu hebben we het IMG. Al die loketten en instanties laten zien hoe complex en grillig dit pad is geweest: steeds weer nieuwe regelingen, steeds weer andere voorwaarden. Het was een bureaucratisch wespennest voor inwoners. Het gevolg: onaanvaardbare verschillen tussen mensen die in dezelfde penibele situatie zitten. Misschien is dat ergens verklaarbaar in de papieren werkelijkheid, maar voor de mensen die er al jaren in leven, is het simpelweg onaanvaardbaar. We hebben een systeem gebouwd op wantrouwen. Deze wet is de kans om dat eindelijk om te draaien naar vertrouwen. Juist daarom is deze wet zo belangrijk. Met deze wet kiezen we voor meer duidelijkheid, minder regels en vooral meer vertrouwen in bewoners. Ook is het goed dat we met de Staat van Groningen jaarlijks inzicht krijgen in de voortgang van de aanpak van verschillen, zodat we hier als Kamer scherp op kunnen blijven sturen.

Voorzitter. Daar heb ik wel een aantal vragen bij. Op welke manier is de minister van plan om nieuwe verschillen te voorkomen en bestaande onaanvaardbare verschillen daadwerkelijk aan te pakken? Op welke wijze is de minister van plan de Kamer te informeren over de voortgang van de aanpak van verschillen?

Daarnaast moet de regeringscommissaris ook duidelijkere verantwoordelijkheden krijgen, zodat we dit niet alleen beloven, maar ook blijven doen. Daarover heb ik de volgende vragen. Welke rol ziet de minister voor de regeringscommissaris in het bewaken van de voortgang en het voorkomen van nieuwe onaanvaardbare verschillen? Hoe wordt geborgd dat deze rol ook daadwerkelijk kan ingrijpen wanneer het in de uitvoering misgaat, bijvoorbeeld bij de meest complexe casussen?

Voorzitter. De aardbevingen zijn één ding, maar de naschokken in het systeem zijn misschien nog wel het ergste. Inwoners kregen eerst te maken met schade en daarna met wantrouwen. Wat we nu zien gebeuren, is kenmerkend. Als het vertrouwen in de overheid laag is, ontstaat er ruimte voor anderen om daarin te stappen. Uit onderzoek van RTV Noord, Follow the Money en RTV Drenthe blijkt dat schadebureaus samen honderden miljoenen euro's hebben gedeclareerd; ik hoorde het net ook al. Dat is geld dat niet direct bij de gedupeerden terechtkomt. Het is begrijpelijk dat ook deze bedrijven geld verdienen met het werk dat ze leveren, maar dit laat wel zien dat er te veel geld blijft hangen in het systeem eromheen en niet terechtkomt bij de mensen om wie het gaat. Dat kan en dat moet anders door het eenvoudiger te maken, door sneller te werken en vooral door weer uit te gaan van vertrouwen, zodat het geld terechtkomt waar het hoort: bij de mensen in Groningen.

Het is daarom goed dat nu in de wet vastgelegd wordt dat schade tot €60.000 direct kan worden hersteld zonder discussie over de oorzaak. Dat betekent dat er sneller duidelijkheid komt, dat er minder procedures zullen zijn en dat Groningers sneller weer een veilig thuis hebben. We kiezen daarmee voor eenvoud en snelheid. Daarover heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe voorkomt de minister dat er alsnog nieuwe drempels of vertragingen ontstaan in de uitvoering? Voorziet de minister dat gedupeerden met onverhaalbare schade kunnen komen te zitten ten gevolge van de finale of voorwaardelijke kwijting? Hoe zorgen we dat middelen maximaal terechtkomen bij bewoners, in plaats van in het systeem eromheen?

De voorzitter:
Ik zit nu toch even te twijfelen wie er als eerste was. Het is natuurlijk altijd verder lopen voor mevrouw Beckerman. Kijk, dit gaat goed. Mevrouw Beckerman laat de heer Bushoff voorgaan. Meneer Bushoff, gaat uw gang.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is mij om het even, voorzitter. Ik schreef even mee met een van de zinsnedes die ik de heer Köse van D66 hoorde zeggen, namelijk: "Beloftes zijn niet vrijblijvend; we gaan ze waarmaken." Dan is mijn simpele vraag: zou je niet precies daarom, zoals Groningen ook vraagt, een resultaatverplichting moeten opnemen in deze wet in plaats van een vrijblijvende zorgplicht?

De heer Köse (D66):
Ik snap deze vraag heel goed. Ik denk dat in ieder geval wij tweeën, en een ruime meerderheid, er ook echt wel voor staan dat we datgene wat we in die zorgplicht hebben opgenomen, ook echt gaan behalen. Daar staan wij zeker achter. Als ik kijk naar die zorgplicht, dan zie ik dat dit niet zomaar een zorgplicht is. Dat is in dit debat al eerder aangehaald: dit is niet zomaar een zorgplicht. De minister krijgt twee taken. Er is een duidelijk doel en er is langdurig geld, een generatie lang, 30 jaar lang. Er is 7,5 miljard en er is een duidelijke politieke wil die niet alleen voor dit kabinet geldt, maar ook voor komende debatten. Alles bij elkaar hebben wij dus een doel, een plan en een verantwoordelijkheid waar u en ik en deze Kamer dit kabinet en het volgend kabinet aan kunnen houden.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, maar er zit een mate van vrijblijvendheid in. Als dit het pleidooi is van de heer Köse, dan vraag ik mij af wat er dan tegen zou zijn om in de wet een resultaatsverplichting op te nemen. Die zorgplicht wordt dan dus vervangen door een resultaatsverplichting. Wat is er dan heel specifiek tegen die resultaatsverplichting?

De heer Köse (D66):
Heel specifiek: dat zou de Groningers niet helpen. Waarom niet, zult u willen vragen. We kunnen het schrijven zoals we willen en we kunnen hier een semantische discussie voeren over de vraag of we het een resultaatsverplichting of een zorgplicht moeten noemen, maar het gaat erom dat we geld hebben en dat we een duidelijk doel hebben dat niet slechts tot de volgende begroting vaststaat. Het gaat erom dat we een duidelijk plan hebben en de middelen daarvoor. Die hebben we nu. Als wij ons werk in de Kamer goed doen en het kabinet zijn werk goed doet, dan gaat het kabinet ook voor resultaten en dat is het uiteindelijke doel.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Afrondend dan, voorzitter. Groningen zegt zelf: wij willen graag een resultaatsverplichting, want daarmee wordt harder gegarandeerd dat de beloftes daadwerkelijk worden waargemaakt. Uit de beantwoording van de heer Köse is mij nog steeds niet duidelijk geworden wat daar dan op tegen is. Hij zegt "het zou de Groningers niet helpen", maar dan zou een zorgplicht ook niet helpen. Een resultaatsverplichting zou in ieder geval al beter helpen dan die vrijblijvende zorgplicht. Precies dat is het pleidooi dat je ook in Groningen hoort. Dan blijft toch een vraag boven de markt hangen waar nog geen antwoord op is gekomen: waarom zouden we in de wet dan niet in plaats van een zorgplicht een resultaatsverplichting opnemen?

De heer Köse (D66):
Ik had hier eigenlijk al antwoord op gegeven. Het antwoord is misschien niet bevallen; dat kan ik begrijpen. Daar kijken wij dan anders naar. Door het een resultaatsverplichting te noemen hebben we niet in één keer garanties voor Groningers. Dat verandert niks aan de werkelijkheid. Zorgplicht of resultaatsverplichting: het komt erop neer dat we geld en een duidelijk plan hebben. Het verschil tussen resultaatsverplichting en zorgplicht doet daar niks aan af.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoorde de heer Köse zeggen — ik moet eerlijk zeggen dat dat wel als een soort erkenning voelde — dat dit systeem gebouwd is op wantrouwen. Dat is precies wat ik hier al jarenlang betoog, maar vaak werd daarover ook wel gezegd: dat klopt niet; aan het systeem moet je niks doen, dat is prima. Erkent de heer Köse dat zowel in deze wet als in de uitvoering van Nij Begun nog steeds heel veel wantrouwen jegens de inwoners zit?

De heer Köse (D66):
Ik zag het wantrouwen. Ik somde net alle instanties op, hè? Het begon zelfs bij de NAM, en daarna bij het CVW, dat eigenlijk een verlengstuk van de NAM was. Je zag dat daar echt heel veel wantrouwen was. We zien nog steeds wel voorbeelden waarvan ik zelf zou zeggen: daar zit nog wat wantrouwen tegenover de burger. De commissie mijnbouwschade meldt bijvoorbeeld — ik haalde dit tijdens de interruptie ook al aan — dat de uitvoeringskosten in het gebied €440.000 waren, terwijl €80.000 is uitgekeerd. Waarom? We willen heel zeker weten dat wat we uitkeren, ook écht voor die mensen is. Dat is iets wat ik juist bij deze wet zie veranderen: we zetten een stap naar vertrouwen, bijvoorbeeld door die €60.000-regeling, door af te spreken dat we overcompenseren en niet gaan kijken wat de oorzaak nou precies is. Dat bespaart uitvoeringskosten, maar nog veel belangrijker: dat helpt de mensen.

Mevrouw Beckerman (SP):
De heer Köse noemt twee voorbeelden. Het eerste is het wantrouwen dat zit ingebakken na de aardbeving die heeft plaatsgevonden in Eleveld, in Drenthe bij Assen. Daar doet deze wet niks aan. Het andere voorbeeld is de €60.000-regeling. Daar zijn vorig jaar veertien mensen mee geholpen. Véél te weinig! Dat was de grote belofte van Vijlbrief: de regeling zonder causaliteit. Veertien mensen, omdat de uitwerking nog steeds bureaucratisch en wantrouwend is. Ik heb samen met de heer Bushoff een groot aantal amendementen ingediend waarbij het juist gaat om dat wantrouwen. Dat is er bij die €60.000-grens, want daarboven zit je nog steeds vast, maar bijvoorbeeld ook omdat de causaliteit in het kerngebied nog steeds wordt onderzocht. Erkent de heer Köse dat dit een probleem is? Wil hij meegaan in de voorstellen die wij hebben gedaan, juist om het wantrouwen dat nu zo erkend wordt, uit deze aanpak te slopen?

De heer Köse (D66):
Als ik kijk naar de reactie van de Raad van State op dit wetsvoorstel, dan zie ik dat die best wel kritisch is: dictum c. Er wordt eigenlijk gezegd, even heel vrij vertaald: "Kabinet, u gaat best ver. U doet best wel beloftes. Gaat u die kunnen waarmaken? Doet dit niet iets af aan het budgetrecht en noem het maar op?" Ik zie, ook in de reactie van het kabinet daarop, een kabinet dat echt hard staat voor de Groningers en tegen de Raad van State zegt: nee, wij gaan het niet aanpassen, maar zetten in op een generatielange aanpak, maken daar geld voor vrij en gaan daar stappen op zetten, gebaseerd op vertrouwen. Ook de causaliteit, waar u het over heeft, zeg ik via de voorzitter, wordt betwist. Ik denk dus dat dit kabinet met deze wet juist een hele grote stap in de goede richting zet. Er is altijd ruimte voor het verbeteren van het met elkaar uitwerken van de details. Dat zouden we dan case by case moeten bekijken.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, voorzitter, daar ga ik niet mee akkoord. Nou ja, wel met "afrondend", maar niet met het antwoord van de heer Köse.

De voorzitter:
Dat had ik begrepen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Kijk, deze doet pijn. De erkenning dat het systeem gebaseerd is op wantrouwen, is groots. Als je vervolgens bij alle voorstellen die er worden gedaan, over dat wantrouwen zegt: ja, maar de Raad van State is kritisch op deze wet en we moeten het case by case bekijken … In dat cirkeltje heb ik als woordvoerder jarenlang rondgedraaid. Dan kwam je met een voorbeeld en werd er gezegd: we gaan niet in op individuele zaken. Dan kwam je met een amendement waar je hard aan gewerkt had en werd er gezegd: de Raad van State is kritisch. Die heeft niks over ons amendement gezegd. De grote belofte — laat ik daar nog één keer op terugkomen — was: die mooie regeling over het niet meer kijken naar causaliteit. Er zijn daar veertien mensen mee geholpen. De andere grote regeling was: we gaan eindelijk iets doen aan de fundering. Ik heb hier jarenlang gestaan met plaatjes van scheuren die in de muur zaten. Het deel uit de muur werd vergoed en het deel uit de fundering niet. Er zijn dertien mensen mee geholpen.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

Mevrouw Beckerman (SP):
Je kunt niet zeggen dat het systeem faalt als je vervolgens de wet intact laat en geen oplossing wil bieden. Ik vraag dus aan de heer Köse: wil hij onze voorstellen steunen of komt hij met eigen voorstellen om het wantrouwen hieruit te halen?

De heer Köse (D66):
Ik ga daar niet in mee. We doen een wetswijziging. We verankeren Nij Begun in deze wet. We gaan uit van veel meer vertrouwen dan voorheen, zelfs zo erg dat de Raad van State zegt dat het ver gaat. Het kabinet houdt voet bij stuk. Daar sta ik achter. Het is een goede stap in de goede richting. U vraagt of ik voorstellen van u wil steunen. Ik heb aangegeven een van de amendementen mede te willen indienen. Ik sta daar dus heel open in. Ik denk dat we aan dezelfde kant staan, dus laten we vooral met elkaar bekijken wat we daarin kunnen doen. Dat moet wel redelijk blijven en er moet niet pleister op pleister geplakt worden, want dat gaat ook niet helpen in de duidelijkheid en het perspectief.

De voorzitter:
Graag korte interrupties.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dit laatste lokt een beetje uit om te vragen wat dan "pleisters plakken" zou zijn aan onze amendementen en wat er niet "redelijk" zou zijn.

De heer Köse (D66):
Met "pleister op pleister plakken" bedoel ik dat we eigenlijk doen wat er al heel lang gebeurd is. We zaten met een regeling die uitging van wantrouwen. De Groningers waren daar eigenlijk niet mee geholpen. Dat willen we oplossen, ook wat betreft: lokaal elke keer weer een andere regeling. Uiteindelijk krijg je de situatie waarin je onaanvaardbare verschillen ziet. Dat gaf ik ook in mijn betoog aan. Door steeds maar weer met een nieuwe regeling te komen, door steeds maar te amenderen, ook vanuit de Kamer, en door dan weer omhoog en dan weer omlaag te gaan, krijg je gewoon verschillen tussen mensen, die niet uit te leggen zijn. Dat bedoel ik met rust en perspectief bieden. Laten we uitgaan van deze wet, die een hele mooie basis biedt. Laten we daar met z'n allen achter staan en gewoon vooruitgaan. Dat is wat ik daarmee bedoel.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het wordt me niet helemaal duidelijk wat dan "onredelijk" of "pleisters plakken" zou zijn aan de amendementen die we hebben ingediend. Wat betreft het punt van de onuitlegbare verschillen is het misschien wel bijna onuitlegbaar dat de mensen met de ernstigste schades niet in aanmerking komen voor het herstellen van de schade zonder dat causale verband te hoeven aantonen. Dat is een onuitlegbaar verschil, dat gecreëerd wordt met deze wet. In de woorden van de heer Köse van D66: je zou dat dus uit deze wet moeten slopen om ervoor te zorgen dat die rust en duidelijkheid werkelijkheid worden voor alle Groningers. Staat u daar achter?

De heer Köse (D66):
Het klopt niet wat er nu geschetst wordt. Die duidelijkheid bieden we door door te gaan op de voet van het vertrouwen dat we nu gevormd hebben. Door daar nu weer aan te gaan trekken en tornen ... Ik kijk gerust mee met de amendementen. Ik zeg niet dat die per se pleister op pleister zijn, maar steeds maar gaan morrelen aan afspraken en regelingen, gaat denk ik niet helpen. Ik denk dat we aan dezelfde kant staan en dat we allebei het beste willen. Zoals gezegd steun ik al een van de amendementen. Ik sta daar dus zeker open in.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Tot slot. Ik vind het best wel problematisch dat voorstellen die worden gedaan om de ongelijkheid te verkleinen, verbetervoorstellen die worden gedaan om Groningers te geven waar ze recht op hebben, nu worden afgedaan als "daarmee wijzig je iets van de wet, wat we niet zouden moeten willen". Een van de lessen uit de parlementaire enquête was toch ook dat de Kamer te lam was en dat de Kamer zelf ook initiatieven moet nemen op het moment dat er iets niet goed gaat? Precies dat is wat wij hier doen, en dat wordt dan afgedaan als "we zouden geen wetten en regels moeten veranderen met amendementen uit de Kamer". Ik kan er echt met mijn hoofd niet bij dat je de Kamer dan reduceert tot een applausmachine van dit kabinet, voor alles wat er van de zijde van vak K zou komen.

De heer Köse (D66):
Hier ga ik totaal niet in mee, in dit frame. Dit vind ik eigenlijk niet oké. U heeft denk ik de verkeerde tegenstander voor zich, of u kiest misschien de verkeerde tegenstanders. Ik denk dat wij heel veel dingen hetzelfde willen. Ik denk dat wij op heel veel punten ook samenwerken, bijvoorbeeld op het amendement. Ook ik zal met voorstellen komen. Maar sommige voorstellen gaan zo ver dat ook het kabinet en de Raad van State zeggen: dat moeten we niet doen. Dat bedoel ik met "pleister op pleister plakken". We hebben dat in het verleden al genoeg gezien. Dat kan niet ontkend worden.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, excuus dat ik erop terugkom, maar ik vind het vreemd om te horen dat amendementen of voorstellen die we hebben gedaan, onredelijk zouden zijn of "pleister op pleister". Als er partijen zijn die dit fundamentele onrecht eigenlijk steeds hebben aangekaart, ook al voordat de parlementaire enquête uit was, dan waren wij dat. Wij hebben continu gewezen op het systeemfalen. Ik was blij om te horen dat de heer Köse nu zegt dat het inderdaad een wantrouwig systeem is en dat hij ook voorbeelden aanhaalt uit het hier en nu, dus van na de parlementaire enquête, waarin dat nog steeds doorgaat. Ik ga het hem toch heel concreet vragen. Stel, je woont in dat kerngebied — het zijn de voorbeelden die de heer Köse heeft aangehaald — en je hebt een schade van €80.000 of €100.000. Dat kan, hè. Waarom zou je er in het voorstel van de heer Köse dan nog steeds met die wantrouwende regeling voor in aanmerking komen? Je valt namelijk niet onder die mooie regeling zonder causaliteit.

De voorzitter:
Ik vind het geen probleem dat u op iets terugkomt, maar wel dat uw interrupties steeds meer dan een minuut zijn. Daar wil ik echt graag aandacht voor vragen. De tijd gaat natuurlijk door en u heeft alle ruimte om uw interrupties te doen, maar wel graag korte interrupties en ook korte antwoorden. De heer Köse.

De heer Köse (D66):
Voorzitter, heel kort dan. Ook vanuit mijzelf zie ik hier gewoon ruimhartig beleid. Door eraan te morrelen, krijg je daar geen eenheid in. Vervolgens krijg je mensen die dat proces hebben doorlopen en mensen die daarna wel weer met alles te maken krijgen. Met alle voorbeelden die u net heeft aangehaald, denk ik dat dat niet gaat helpen. Ik denk dat we met deze wet een goede basis hebben voor ruimhartig beleid. Daar wil ik gewoon niet te extreme voorstellen voor doen — overigens wel waar dat enigszins kan — want dat gaat niemand helpen.

Mevrouw Beckerman (SP):
"Morrelen" en "extreme voorstellen" ... Wij deden dit soort voorstellen ook al voordat die regeling van kracht werd. De heer Köse constateert zelf, na zijn bezoek in het bevingsgebied, in het kerngebied, dat er wantrouwen is, dat er onrecht is, maar zegt nu: ja, maar als we morrelen aan de wet, dan is het niet goed. Je kunt toch geen onrecht laten bestaan, terwijl je weet dat het bestaat? Waarom zou je dat niet doen voor die groep zwaarst gedupeerden? Ik maak het heel concreet: waarom zou je voor mensen die voor €80.000, €100.000 of misschien wel grotere schades hebben, niet alsnog deze goede regeling openstellen?

De heer Köse (D66):
Er worden een soort van — tja, wat is het? — bijna tegenstellingen gecreëerd die er niet zijn. Het is niet of onrecht of iets doen. We doen al iets: we wijzigen de wet, ruimhartig, waarvan ook de Raad van State dat zegt. Daar sta ik volledig achter. Ik kom met voorstellen en ik steun voorstellen van u. Ik wil niet in dat frame geduwd worden, waarbij het lijkt alsof wij alles tegenhouden. Wij zijn misschien wel de meest meewerkende partij. Als het goede voorstellen zijn, gaan we daar zeker in mee. Wat er vergeten is te zeggen, is wat ik ook gezien heb, namelijk die grote verschillen. Wat misschien nog meer kapotgemaakt heeft dan de aardbevingen, is hoe we hiermee zijn omgegaan. Dat is ook te wijten aan deze Kamer, namelijk door steeds pleister op pleister te plakken, waardoor die onaanvaardbare verschillen zijn ontstaan. Dat wil ik voorkomen door alleen te kijken naar de juiste voorstellen. Daarvan zeggen wij: oké, dit kunnen we goed doen, daar lossen we problemen mee op en daar helpen we de mensen mee. We willen niet weer onduidelijkheid en vervaging van perspectief. Dat is waarvoor ik sta.

Mevrouw Beckerman (SP):
Excuseer mij, voorzitter, want deze interruptie gaat toch iets langer worden.

De voorzitter:
O jee.

Mevrouw Beckerman (SP):
Het spijt me echt, voorzitter, maar dit is wel de kern.

De voorzitter:
Ik zou zeggen: doe uw best om dat niet te doen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat zal ik doen, voorzitter.

We krijgen nu het verwijt dat die ongelijkheid is gecreëerd door voorstellen uit de Kamer, maar vanaf de schadeafhandeling door de NAM hebben wij gewezen op het systeemfalen. Elke keer opnieuw hebben we gezegd: dit is niet onafhankelijk, dit is een systeem dat faalt, dit duwt en brengt mensen in de ellende. We hebben altijd gepleit voor dezelfde aanpak, of het nou over het toeslagenschandaal ging of over Groningen. Elke keer als er een nieuw instituut werd opgetuigd, zoals toen het van de NAM naar CVW ging en van CVW naar ... Voor de kortheid: u weet welke instituten het allemaal waren. In het begin werd gezegd: de SP is zo negatief. Na een halfjaar werd gezegd: o ja, wij zien ook wel wat problemen, maar als je nu aan het systeem gaat morrelen, krijg je vertraging.

De voorzitter:
Uw vraag?

Mevrouw Beckerman (SP):
Na anderhalf jaar werd gezegd: o, dit is toch niet het goede systeem. Erkent de heer Köse dat het echt een bizar verwijt is om dit tegen de partijen te zeggen die keer op keer hebben gezegd "het enige wat werkt, is een systeem waarin vertrouwen vooropstaat en waarin je van deur tot deur gaat en zorgt dat iedereen recht krijgt op een schadevrije, veilige en duurzame woning"? Dat staat overigens in een amendement waarvoor ik u van harte uitnodig om dat ook te ondertekenen, want dat is hoe je echt zorgt voor gelijkheid.

De heer Köse (D66):
Ik maak totaal geen verwijten. Dit hoeft ook niet zo hoog opgenomen te worden. Ik sta achter de woorden dat iedere Groninger een veilig huis krijgt. Daar doen wij ons best voor. Daarvoor zal ik met voorstellen komen en daarvoor zal ik een aantal voorstellen van u steunen. Daarom zal ik ook deze wet steunen. Daar wil ik het graag bij laten.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Welke drie concrete voorstellen van mijn hand of, om het makkelijker te maken, van de zijde van de Kamer hebben de ongelijkheid dan vergroot volgens de heer Köse van D66?

De heer Köse (D66):
Waar ik op doel, is ... Ik zal het nog eens herhalen, want het blijft blijkbaar niet plakken ...

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Noem drie voorstellen. Het is heel simpel. Dat was het verwijt, dus dan is dit ook een eerlijke vraag.

De heer Köse (D66):
Ik ga over mijn eigen antwoorden.

De voorzitter:
Ja, en laten we niet door elkaar heen praten. We doen een ordentelijk debat. Dat betekent dat u het woord krijgt van de voorzitter en niet zelf het woord neemt. Het woord is aan de heer Köse.

De heer Köse (D66):
Waar ik op doel, is dat er heel veel verschillende regelingen zijn geweest en er door de tijd heen heel veel gewisseld is. Dat heb ik ook letterlijk gezien toen ik twee dagen in Groningen was. Ik ben ook naar Zeerijp geweest; daar zag ik het ook. Je ziet letterlijk in het landschap dat er een verschillende aanpak is geweest. Er zijn wijken die totale nieuwbouwwijken zijn en daarnaast staat dan letterlijk een wijk waar nog niks is gebeurd. Dat zijn die onaanvaardbare verschillen. Dat heeft met allerlei zaken te maken. Dat komt niet alleen door deze Kamer; er zit heel veel achter. Dat snap ik. Er zijn vanuit deze Kamer ook hele goede voorstellen gedaan, vanuit mijn partij maar ook vanuit uw partij. Dat wil ik ook gezegd hebben. Daar staan we allemaal achter; dat is iets waar we samen achter staan. Maar je ziet wel dat er in het begin heel veel wantrouwen was en we nu eindelijk goede stappen zetten richting vertrouwen, bijvoorbeeld door die €60.000-regeling. Dat gaat helpen. Dat is waar ik op doel. Met dat in het achterhoofd weeg ik dus heel goed af wat ik wel en niet steun.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Maar dit soort inbrengen, dit soort woorden, raken me wel. Je laat ergens boven de markt hangen of insinueert eigenlijk dat voorstellen vanuit de Kamer, zonder dan een concreet antwoord daarover te geven, hebben bijgedragen aan die onuitlegbare verschillen. Als er één voorstel is geweest vanuit deze Kamer om die onuitlegbare verschillen weg te nemen, dan is dat het voorstel voor het volledig uitvoeren van het rapport-Van Geel. Is D66 daar dan voorstander van?

De heer Köse (D66):
Grote delen daarvan zie ik zeker als bevorderend, maar zoals ik al zei, wegen wij alles af. Daar worden ook stappen voor gezet. Met deze wet worden namelijk ook drie maatregelen uit Nij Begun verankerd.

De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Als die onuitlegbare verschillen voor D66 echt onaanvaardbaar zijn, dan zou er maar één oplossing zijn, namelijk het rapport-Van Geel onverkort uitvoeren, maar daar draait u omheen, want daar bent u nu nog steeds geen voorstander van.

De heer Köse (D66):
Nee, ik zie dat we hele mooie stappen zetten met deze wet: 7,5 miljard, een generatielange aanpak, inzetten op brede welvaart — dat is een punt dat in het rapport-Van Geel wordt genoemd — inzetten op de economie, een hele herstelagenda die daarvoor opgetuigd is. Ik zie dat dus anders.

De voorzitter:
U heeft een punt van orde, begrijp ik.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Kijk, je mag best gaan over je eigen antwoorden, maar dan wil ik toch constateren dat er totaal geen antwoord wordt gegeven op mijn simpele vraag: steunt u onverkort het uitvoeren van het rapport-Van Geel om de onuitlegbare verschillen weg te nemen, ja of nee? U mag over uw eigen antwoorden gaan, u mag eromheen draaien, maar het is een simpele vraag, waar u met een ja of nee op had kunnen antwoorden of zou kunnen antwoorden.

De voorzitter:
Waarvan akte, zou ik zeggen bij een punt van orde.

De heer Köse (D66):
Ja, en ik heb er al antwoord op gegeven.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Köse (D66):
Voorzitter. Het grootste onrecht zit 'm niet alleen in schade of compensatie. Het grootste onrecht is dat we als overheid het belangrijkste wat een mens heeft, ongevraagd van deze mensen hebben afgenomen: tijd. Of iemand nu wordt overgecompenseerd of juist jarenlang vastzit in een traject waar een einde aan komt, iedereen raakt kostbare tijd kwijt. Dat raakt alles: brede welvaart, gezondheid, relaties, onderwijs, het verenigingsleven en de lokale economie. Stress, sociale spanning en onzekerheid trekken door hele gemeenschappen heen. Dat zag ik niet alleen aan de lege buurthuizen in de regio, maar ook recent onderzoek van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen toont dit aan. 28.000 Groningers hebben last van depressieve gevoelens door de voortdurende aardbevingen, 37.000 Groningers kampen met rusteloosheid en nog eens 55.000 mensen kampen met spanningen.

Juist daarom is het goed dat we vandaag deze stap zetten. We leggen met deze wet een generatielange inzet vast, een duidelijke afspraak met Groningen, die individuele kabinetten overstijgt. We investeren de komende 30 jaar in herstel en in een sterke toekomst voor de regio. Het gaat namelijk niet alleen over schade; het gaat over een ereschuld. Tegelijkertijd snap ik goed dat veel Groningers zeggen: eerst zien, dan geloven. Dat is terecht. Juist daarom moeten we nu laten zien dat we het menen. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de doelen binnen de zorgplichten niet alleen mooi op papier staan, maar ook daadwerkelijk gehaald worden? Hoe worden deze zorgplichten concreet, toetsbaar en afdwingbaar in de uitvoering, zodat Groningers niet opnieuw afhankelijk worden van goede bedoelingen, maar kunnen rekenen op echte resultaten?

Voorzitter, tot slot. Groningen heeft lang genoeg te maken gehad met wantrouwen. Het is tijd om te kiezen voor vertrouwen en duidelijkheid. Dat betekent dat we eerlijk zijn over de keuzes die we maken, dat we die baseren op feiten en dat we goed uitleggen waarom we doen wat we doen. Zo voorkomen en verhelpen we grote verschillen en brengen we meer rust in de regio. Deze wet is een belangrijke stap, maar het echte werk zit in de uitvoering. Die vraagt de komende jaren inzet en doorzettingsvermogen van dit kabinet en de kabinetten na ons. Ik zal ze daar constant scherp op houden. De aardbevingen zijn nog niet voorbij, maar we kunnen er wel alles aan doen om de schade te herstellen en het vertrouwen stap voor stap terug te brengen. Met deze wet is er een basis voor ruimhartig beleid, gestoeld op vertrouwen. Daarmee komt rechtvaardigheid voor de Groningers eindelijk in zicht. Laten we zo snel mogelijk aan de slag gaan om het waar te maken.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik hoorde de heer Köse aan het kabinet vragen hoe we de zorgplicht afdwingbaar kunnen maken. Toen dacht ik: kan dat niet juist met zo'n resultaatsverplichting? Als die er niet is, wat is dan het voorstel van de heer Köse om die zorgplichten afdwingbaar te maken?

De heer Köse (D66):
Ik zal het kort houden, want we hebben hier natuurlijk al een discussie over gehad. Ik zie dat er voor de zorgplicht echt wel de juiste maatregelen worden genomen: geld, doel, plan, verantwoordelijkheid. Ik vraag de minister hoe ze dat gaan doen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
We willen dus dat die zorgplichten steviger afdwingbaar worden. Een resultaatsverplichting zou een oplossing kunnen zijn, maar daar wil D66 niet aan, dus dan vraagt de heer Köse maar hoe het dan wel kan. Zouden we niet zelf juist met een voorstel moeten komen? Ik waardeer samenwerking waar we die maar kunnen vinden. Zouden we hierop niet samen nog tot een voorstel kunnen komen?

De heer Köse (D66):
Ik kijk altijd graag mee met een voorstel, zeker.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dan gaan we dat doen.

De voorzitter:
We wachten even tot mevrouw Beckerman bij de microfoon is.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kom toch nog even terug op dat laatste punt. Je wilt geen nieuwe ongelijkheid. We kregen zelfs het verwijt dat de Kamer voor verschillen had gezorgd. Nou, dat werd niet concreet gemaakt. Het zou eigenlijk een hele logische keuze zijn om vandaag te zeggen: die grens van €60.000 is heel gek, want die zorgt voor nieuwe ongelijkheid. Stel dat mijn buurman Bushoff voor €60.000 schade heeft, dan valt-ie onder de regeling. Heb ik schade voor €80.000 of €100.000, dan val ik er niet onder. Als je zo'n pleidooi houdt dat de Kamer geen ongelijkheid moet veroorzaken, waarom zou je die ongelijkheid dan in de wet inbakken?

De heer Köse (D66):
Ik snap niet helemaal waar mevrouw Beckerman naartoe wil. Er was een ongewenste situatie. Daar is het, met een hele omweg, naartoe gebracht. Dat was eigenlijk mijn pleidooi. Ik verwijt het niet de Kamer; ik verwijt het ons allemaal. Het kabinet, het hele systeem heeft daarin gefaald. Mevrouw Beckerman heeft dat zelf ook aangegeven. We zijn dat nu aan het herstellen. Juist door die €60.000 — die wordt dus al in uitvoering gebracht — ook nog eens te veranderen … Ik snap niet helemaal wat daar de vraag van is. Het zal niet helpen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Het zal zeker helpen. Als jij een hele grote schade hebt en je woont in de kern van het gebied, bijvoorbeeld in Loppersum, dan kan een hele kleine schade makkelijk vergoed worden. Daar hebben we een vergoeding voor. Je ziet dat tot €60.000 makkelijk vergoed wordt, maar als jij die hele grote schade hebt, dan geldt dat niet. Het is een hele simpele vraag: waarom niet? Waarom zou je er juist in dat kerngebied, waarvan we weten dat er grote schades voor kunnen komen, niet ook op dezelfde manier mee omgaan, zonder causaliteitsonderzoek en de schade gewoon onderzoeken en vergoeden?

De heer Köse (D66):
Dat is zo voor duidelijkheid en perspectief. Dat is doorzetten op de lijn die we nu hebben, op basis van vertrouwen. Daarmee kunnen we heel veel gevallen, kleine, wat grotere, tot die €60.000, sowieso goed oppakken.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.

Mevrouw Beckerman (SP):
Je wilt toch dat de zwaarste gedupeerden ook dat vertrouwen kunnen krijgen? Ik begrijp de keuze gewoon niet, om juist die zwaarst gedupeerden … Ik heb het echt over een kerngebied, hè, met grote schades. Ik snap niet waarom je die groep zou willen uitzonderen. Als vertrouwen en het tegengaan van ongelijkheid zo de kern is van je betoog en je geen systeem met wantrouwen wilt, waarom wantrouw je dan nog steeds die allerzwaarst gedupeerden? Waarom ga je ze wel door die mal van het oude systeem drukken en kies je niet voor die eerlijkere oplossing?

De heer Köse (D66):
Ik erken natuurlijk dat je met die grote, complexe casussen iets moet. Daar zou bijvoorbeeld de regeringscommissaris wat in kunnen betekenen. We zijn ook aan het kijken naar voorstellen daarvoor. Dat kan ook door huidige processen te versnellen. Dat is iets waar dit kabinet druk mee bezig is. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt, maar daar is natuurlijk aandacht voor; dat is bekend.

De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw inbreng gekomen? Dat is het geval. Dank u wel voor uw inbreng. Dan nodig ik mevrouw Bikker uit voor haar inbreng namens de ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. De belangen van de Groningers zijn structureel genegeerd bij de aardgaswinning in Groningen. Dit heeft voor hen rampzalige gevolgen. Ik moest terugdenken aan de hoofdconclusies van de parlementaire enquête tijdens het debat dat we hier de afgelopen uren hebben gevoerd. Ik dacht vooral aan de eerste vier hoofdconclusies. Eén. De ernst van de problemen in Groningen is structureel onderschat. Twee. Geld is dominant bij besluiten over gaswinning. Drie. Leveringszekerheid is gebruikt als rookgordijn. Vier. De onveiligheid in Groningen duurt onacceptabel lang.

Voorzitter. Ik zou zo nog even kunnen doorgaan, maar ik vind het zwaar frustrerend om te merken dat al deze conclusies op de helling worden gezet door weer allerlei voorstellen te doen over het opnieuw gaan oppompen van gas of het beschikbaar maken daarvan, terwijl dit debat nog zou moeten gaan over het verbeteren van het herstel, over de schade die is aangericht in Groningen en over de mensen bij wie we nog steeds zien dat de schade niet op orde is. Denk aan de boer die ik sprak. De mestkelder lekt en het wordt maar niet opgelost. Inmiddels kampt hij zelf met gezondheidsklachten en hij weet niet waar hij het zoeken moet.

Voorzitter. Als de prijzen aan de pomp omhooggaan, is het goed voorstelbaar dat allerlei Nederlanders naar de Kamer toe komen om te vragen: "Kunt u met ons meedenken? Wat kunnen we doen om deze problemen op te lossen?" Soms kan de overheid een oplossing bieden voor de mensen die daardoor echt diep in de portemonnee geraakt worden en door het ijs zakken. Soms zal de overheid eerlijk moeten zijn dat we niet alle pijn kunnen oplossen, maar laat één ding helder zijn: wij hebben hier met 150 zetels gezegd dat we een ereschuld hebben aan Groningen. Ik zit me dan toch plaatsvervangend te schamen tegenover de mensen die vanuit het bevingsgebied naar dit debat kijken en weer allerlei discussies horen die afleiden van "eerst dat schadeherstel op orde krijgen".

Voorzitter. Nadat de parlementaire enquêtecommissie haar rapport presenteerde, werd er continu "Groningers boven gas" gezegd. Dat is terecht, want Nederland heeft een ereschuld aan Groningen. Het was hard noodzakelijk dat de gaswinning helemaal stopte, dat het herstel zo goed mogelijk werd ingezet en dat er gekeken werd hoe een gebied dat Nederland zo lang welvaart heeft gegeven, daar zelf ook de goede vruchten van plukt in plaats van de wrange vruchten.

Vandaag ligt er een wetsvoorstel dat daar een beetje aan bij wil dragen. In de afgelopen weken sprak ik opnieuw met meerdere Groningers in het bevingsgebied. Wat merkte ik? De recente grote beving van 14 november 2025 heeft alle nachtmerries weer teruggebracht. Waar het stoppen van de gaswinning zware bevingen zal verminderen, weten we nu ook weer opnieuw dat de bodem nog niet tot rust is gekomen. Heftiger is dat zo'n beving toch weer een klap geeft voor het vertrouwen dat het nu eindelijk beter zal gaan. We weten dat die bevingen minder zullen worden, maar het zal ook nog duren, wat telkens weer stress teweegbrengt.

De recente analyse van UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen laat zien: hoe meer aardbevingen iemand over de jaren heeft meegemaakt, hoe meer symptomen van depressie en angst hij of zij rapporteert. Dan gaat het niet om officieel vastgestelde psychische stoornissen, maar wel om klachten als somberheid, verlies van interesse, concentratieproblemen, rusteloosheid en spanning. Tussen 2007 en 2021 gaat het om tienduizenden extra gemeten depressieve en angstklachten onder inwoners van het getroffen gebied. Een van de onderzoekers schrijft daarom dat de gevolgen verder reiken dan de individuele bewoners. Het gaat om een gebied waar de onderlinge samenhang groot is. Als veel inwoners kampen met somberheid of spanning, werkt dat door in gezinnen, op het werk, maar bijvoorbeeld ook in het verenigingsleven.

Voorzitter. Juist daarom vindt de ChristenUniefractie dit wetsvoorstel belangrijk. Het herstel in Groningen gaat namelijk niet alleen om schade aan huizen of het blijvend stoppen van de gaswinning; het gaat ook om het herstel van de gezondheid van een samenleving die bij elke beving opnieuw beproefd wordt. Het is goed dat het kabinet verder werk maakt van Nij Begun. Dat had sneller gekund, want een van mijn frustraties is wel de traagheid en de bureaucratie, waardoor bewoners op alle relevante terreinen lang moeten wachten, maar het is goed dat het kabinet zich committeert aan een generatielange aanpak om de ereschuld aan de regio in te lossen.

Ik heb daar wel de volgende vragen bij. Het kabinet kiest voor een zorgplicht voor brede welvaart en een zorgplicht voor verduurzaming door isolatie. Er wordt uitgebreid in de schriftelijke stukken betoogd dat alle tussentijdse doelen, streefwaarden en randvoorwaarden in het uitvoeringsprogramma passen. Bedoelt het kabinet dan dat er in dat uitvoeringsprogramma wel een resultaatverplichting geldt? Hoe wordt de zorgplicht nu gehandhaafd? Wat is nu de juridische waarde en de verantwoordelijkheid die het kabinet hiermee uitspreekt? Kan de minister heel concreet schetsen wat de zorgplicht inhoudt?

Stel dat de brede welvaart minder wordt, is de zorgplicht dan geschonden? De ChristenUniefractie heeft namelijk best begrip voor de huiverigheid in de regio om opnieuw vagere open normen te gebruiken in de wet, waarbij onvoldoende helder is wat we nu exact aan elkaar beloven en wat een teleurstelling kan vormen in de uitwerking. Daarom stel ik in alle scherpte de vraag: wat gaat er nou mis volgens het kabinet als de amendementen van collega's Beckerman en Bushoff worden aangenomen? Tot nu toe vind ik de redenering van het kabinet nog onvoldoende overtuigend, maar ik zeg erbij dat ik aandachtig ga luisteren.

Voorzitter. Een van de meest indrukwekkende momenten van mijn werkbezoeken aan Groningen was wel in de gemeente Eemsdelta. We spraken toen over de gevolgen voor jongeren en hoorden hun indrukwekkende verhalen over stress bij hun ouders, tijdelijke woningen en onzekerheid over de toekomst. Jongeren kozen er dan maar voor om hun ouders in die stressvolle tijd niet te belasten met de dingen waar zij mee tobben, met alle gevolgen van dien. Ik zou alle nieuwe woordvoerders willen aanraden om de documentaire Barst, die is gemaakt door jongeren zelf in het bevingsgebied, te kijken. De zorg van de ChristenUnie-fractie is namelijk dat bij de besteding van de middelen voor de brede welvaart toch al snel de bestuurlijke constructies weer zeer actief zijn. Ik ben hen overigens dankbaar voor alle inzet, daar niet van, maar het gevaar is dat inwoners zich er te weinig in herkennen. Hoe wordt dan bijvoorbeeld uitvoering gegeven aan de motie-Boulakjar/Bikker, die de regering verzoekt om jongeren ook zelf aan tafel te zetten en hen 1% van de beschikbare middelen te laten begroten en inzetten?

Voorzitter. De zorgen van de ChristenUnie zien dus op de vaagheid van de zorgplicht, waar ik net mijn vragen over stelde, op het betrokken houden van de bewoners zelf in plaats van alleen de bestuurders en ten derde op de manier waarop hierop gestuurd wordt. Deze wet is immers voorbereid in een tijd dat we een staatssecretaris hadden die juist ook het Gronings herstel in zijn portefeuille had. Er werd nog niet gedacht aan de regeringscommissaris die het kabinet binnenkort benoemt. Deze commissaris moet toezien op de uitvoering van Nij Begun. Hoe verhoudt de regeringscommissaris zich tot dit wetsvoorstel? Is het de regeringscommissaris die tussentijds aan de bel trekt als doelen uit beeld raken? Welke rol heeft de regeringscommissaris bij de evaluatie, oftewel de jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe?

Als ik in de profielschets kijk, zie ik namelijk wel dat deze regeringscommissaris de functie van aanjager, helper, meedenker en verbinder in het kader van de sociale en economische agenda en de verduurzamings- en isolatieaanpak heeft en dat de regeringscommissaris kan fungeren als inspiratiebron en verbinder naar interessante partijen in Den Haag en in de EU die de regio tot bloei kunnen laten komen. Kan het kabinet heel precies toelichten hoe deze nieuwe figuur zich binnen dit wetsvoorstel gaat bewegen en vraagt dat nog ergens aanpassing van de Groningenwet?

Voorzitter. De evaluatiebepaling is geschrapt en er komt een jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe, maar wie gaat er dan af en toe met iets meer afstand naar kijken? Waarom wordt voor een wetsvoorstel dat tot 2055 loopt, niet eens in de vijf of tien jaar wat meer op de lange lijnen geëvalueerd?

Voorzitter, mijn laatste punt. In het wetsvoorstel wordt een nieuw hoofdstuk aan de Groningenwet toegevoegd dat heet "Voorkomen verschillen"; uit mijn hoofd is dat hoofdstuk 7a. Juist op dat punt hebben de gemeenten in het bevingsgebied grote zorgen geuit dat bij de schadeafhandeling de coulance naar inwoners groter is naarmate iemand minder gedupeerd is, zowel in het proces, want je kan eenvoudiger en sneller een besluit nemen, als in de vergoeding. Gedupeerde inwoners kunnen door de voorwaarde van finale kwijting met onverhaalbare mijnbouwschade geconfronteerd worden. Vindt de regering dit, net als de fractie van de ChristenUnie, een onacceptabele uitkomst? Klopt de stelling van de betrokken gemeenten dat de kans hierop groter is in de kern van het aardbevingsgebied voor de zwaarst gedupeerden? Als dat zo is, zou volgens mij het tegenovergestelde worden bereikt van wat beoogd is met het wetsvoorstel, dus ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dit ziet.

Voorzitter, ik rond af. De Groningenwet moet bijdragen aan vertrouwen. Bij het schadeherstel tot nu toe kijken we telkens in de spiegel van een overheid die het door bureaucratie en regeldichtheid maar niet lukt om te komen tot een snel en vertrouwenwekkend herstel. We kijken ook in de spiegel van een Kamer met maar een beperkt geheugen, terwijl het eigenlijk de komende jaren erop aankomt, zelfs als er nieuwe bevingen zijn. Zullen we dan staan voor de beloften die we in de afgelopen jaren hebben gedaan aan Groningen of niet? De ChristenUnie wil kiezen voor een milder, makkelijker en menselijker beleid, oftewel: Groningers boven gas. Dat neemt niet weg dat je de geopolitieke omstandigheden in de ogen moet kijken, maar altijd ook met het oog op de beloften die je hebt gedaan aan mensen die nog steeds in de knel zitten. Daar wil ik voor staan.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ik dank u wel voor uw inbreng. Voordat we gaan luisteren naar de inbreng van de heer Flach schors ik het debat kort, voor vijf minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet. We zijn nog in de eerste termijn aan de kant van de Kamer. Het woord is aan de heer Flach voor de inbreng namens de SGP.

De heer Flach (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Het is vandaag een belangrijke dag voor onze noordelijkste provincie. In deze zaal gaat vandaag even "niets boven Groningen". Het is een cliché om te zeggen dat de aardbevingsproblematiek veel impact heeft. Er ligt een dure plicht om Groningers te steunen. Daarbij denkt de SGP vooral aan adequate schadeafhandeling en aan doorpakken met duurzaam herstel en versterking. Dat helpt getroffen Groningers meer dan het wettelijk vastleggen van een zorgplicht voor brede welvaart en het isoleren van huizen.

Voor eenvoudige schades is in het wetsvoorstel een genereuze aanpak opgenomen, die de bewijslast weghaalt bij de bewoners. Dat is een goede zaak, al moeten we scherp blijven op misbruik. Voor de meer complexe schadegevallen blijft de huidige aanpak wringen. Versterking en schadeafhandeling zijn twee aparte sporen, maar het gaat wel om hetzelfde huis. Bij de schadeafhandeling worden schades na elke beving apart beoordeeld: gaat het om mijnbouwschade of is er een andere oorzaak? Maar in de praktijk is dat niet met een schaartje te knippen. Andere veranderingen in de ondergrond, zoals bodemdaling, maken een huis kwetsbaar voor aardbevingsschade. De schades kunnen elke keer worden weggewerkt, maar door de tijd heen is er ondertussen wel sprake van een verzwakking van het huis. In de praktijk worden elke keer tienduizenden euro's uitgegeven aan schadeherstel, terwijl duurzaam herstel, door bijvoorbeeld vernieuwing van de fundering, vooruitgeschoven wordt. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat complexe gevallen ook perspectief krijgen, zonder van het kastje naar de muur te worden gestuurd? Wat zijn de mogelijkheden om in de kern van het aardbevingsgebied bij woningen die kwetsbaar zijn voor bevingen de bewijslast weg te halen bij bewoners?

Voorzitter. De SGP vindt het belangrijk dat het Rijk samen optrekt met de betrokken medeoverheden in Groningen en Drenthe. In het wetsvoorstel staat dat het Rijk bij het opstellen van een reactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe overleg voert met provinciale bestuurders, met maatschappelijke organisaties en met vertegenwoordigers van bewoners. Mag ik ervan uitgaan dat het overleg met medeoverheden in deze regio van een andere orde is dan het overleg met maatschappelijke organisaties en bewoners? Overheden staan samen aan de lat om verschillende opgaven in het gebied tot een goed einde te brengen. Mijn vraag is of er wordt aangestuurd op, zo mogelijk, een gezamenlijke reactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.

Vanuit het oogpunt van het bewaken van de kwaliteit van wetgeving zet ik, evenals de Raad van State, vraagtekens bij het in de wet opnemen van de zorgplicht voor brede welvaart. Brede welvaart is een plaag in de bestuurskunde. Het is zo'n beetje het meest misbruikte containerbegrip in bestuurlijke stukken, met acht thema's en 46 indicatoren, waaronder het voorkomen van obesitas. Hier is deze wet toch niet voor nodig? Enerzijds zegt de regering dat de zorgplichten in de artikelen 13o en 13p niet meer zijn dan een vastlegging dat de minister van Binnenlandse Zaken het aanspreekpunt is voor de brede welvaart in Groningen en de genoemde Drentse gemeenten, en dat er een verplichting is om iets te doen met de brede welvaart hier. Anderzijds geeft de regering aan dat de vaststelling van het uitvoeringsprogramma niet kan zonder het opnemen van datgene dat moet worden uitgevoerd: een zorgplicht. Dat geeft de zorgplicht een veel meer inhoudelijke lading. Ik hoor graag een nadere duiding van de zorgplichtbepaling. Wat heeft dit juridisch te betekenen?

Wetgeving is wat de SGP betreft niet bedoeld voor het opnemen van allerlei beleidsdoelstellingen en zelfbindende verplichtingen, waaraan burgers geen rechten kunnen ontlenen. We moeten voorkomen dat de waarde van wat in beleidsnota's wordt opgeschreven, wordt ondermijnd door te doen alsof beleidsdoelstellingen pas serieus zijn als ze in de wet zijn opgenomen. Hoe ziet de minister van Binnenlandse Zaken dat?

Wat gaat de verplichting om via een uitvoeringsprogramma "het niveau van brede welvaart uiterlijk in 2055 op ten minste het landelijk gemiddelde te brengen" precies betekenen? Het begrip "brede welvaart" is veelomvattend, misschien wel té veelomvattend wat de SGP betreft. Een belangrijk onderdeel van brede welvaart is bijvoorbeeld wél het werkloosheidscijfer. De provincie Groningen heeft een hoog werkloosheidscijfer. Dat kun je niet naar beneden bijstellen met het draaien aan een paar knoppen. Wat zou het kabinet moeten doen om dit op het landelijk gemiddelde te krijgen? Zou de minister daarvoor ook eens willen kijken naar een oproep die ik al eerder met een aantal andere partijen heb omgezet in een aangenomen motie, namelijk om meer rijkswerkgelegenheid naar de genoemde provincies te krijgen? Hoe ziet de minister van Binnenlandse Zaken dit voor zich? Hoe gaat hij voorkomen dat er verwachtingen worden geschept die niet kunnen worden waargemaakt?

Voorzitter, ik rond af. We hebben een dure plicht om de bewoners van gebieden die kampen met aardbevingsproblematiek als gevolg van jarenlange gaswinning te steunen. We moeten ons daarbij niet verliezen in het scheppen van verwachtingen die we niet kunnen waarmaken, maar vooral inzetten op adequate en ruimhartige schadeafhandeling en doorpakken met duurzaam herstel en versterking.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw Den Hollander van de VVD-fractie.

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Voorzitter. De afgelopen week is veel tijd gaan zitten in het nog eens goed doornemen van de wetswijziging, het advies van de Raad van State en de nota naar aanleiding van het verslag. Voordat we deze wet in de Kamer bespreken, zijn er al heel veel vragen gesteld en beantwoord. Er zijn ook een aantal amendementen op de wet ingediend, zelfs tot zeer kort geleden.

Het standpunt van de VVD over het onderwerp herstel Groningen berust op drie pijlers. De VVD steunt het definitief sluiten van het Groningenveld. We staan voor een snelle en eerlijke schadeafhandeling, een breder herstel en een toekomst voor Groningers via Nij Begun. Het is duidelijk dat de overheid in het verleden tekortgeschoten is. Nu ligt er een gewijzigd wetsvoorstel dat belangrijke maatregelen uit Nij Begun regelt. Daarin steunt de VVD het kabinet. Het is goed dat daadwerkelijk schadeherstel mogelijk wordt gemaakt en dat er een generatielange aanpak komt, met monitoring via de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.

De Raad van State wijst op enkele zaken waarmee we volgens hen het risico lopen dat er weer nieuwe onaanvaardbare verschillen ontstaan. De vraag die zij oproepen is in hoeverre we daarmee niet in een juridisch moeras belanden, met meer juridisering en meer onvrede onder inwoners van Groningen en Noord-Drenthe. We zien echter ook hoe het kabinet dit advies apprecieert. Dat steunen we ook in grote lijnen, maar naar aanleiding van het advies rest voor ons wel nog een belangrijke vraag. Bij daadwerkelijk schadeherstel gaat gewerkt worden volgens de methode van veronderstelde schade. De regering heeft daarbij vastgesteld dat waarschijnlijk niet alle kosten te verhalen zullen zijn op de NAM, omdat het onderzoek naar mijnbouwgerelateerde schade wordt losgelaten. In januari van dit jaar kon er nog geen inzicht worden verschaft in wat hierbij het risico voor de Staat is. Daarmee ontstaat feitelijk een blanco cheque, waarbij we geen grip hebben op het financiële risico dat de Staat hiermee loopt. Ik hoor dan ook graag van de minister of hier inmiddels wel meer duidelijkheid over te geven is.

Voorzitter. Er zijn door een aantal fracties amendementen ingediend om het wetsvoorstel nog verder aan te scherpen. De VVD heeft de indruk dat sommige amendementen kunnen leiden tot toenemende kosten zonder aangetoonde causaliteit of aangetoond belang, maar ook tot beleidswijzigingen, wat weer kan zorgen voor bureaucratie of inefficiëntie. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat de VVD vindt dat de gedupeerden goed en snel geholpen moeten worden, maar dat hier nog een schep bovenop doen niet altijd wenselijk en nodig is. Wij staan voor de huidige aanpak, maar wij gaan niet zomaar mee in extra stappen. We zijn dan ook erg benieuwd hoe de minister hierover denkt en wachten de appreciatie van alle amendementen af.

Voorzitter. Ondanks dat het debat feitelijk gaat over de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet, is het goed om ook kort in te gaan op de hersteloperatie in Groningen zelf. Het overallbeeld met betrekking tot zowel de versterkingsoperatie als het schadeherstel is dat er duidelijk vooruitgang zichtbaar is, maar dat het tempo nog steeds te laag ligt. Veel bewoners wachten nog steeds op afronding. Vooral voor de meest complexe gevallen — denk aan hoge schades, erfgoed of agrarische objecten — is maatwerk nodig. De generieke aanpak waar de wet op toeziet, helpt hier onvoldoende. De VVD wil daarom van de minister horen wie de verantwoordelijkheid voor de maatwerkaanpak krijgt en hoe dit praktisch wordt georganiseerd, zodat zwaar gedupeerden niet opnieuw jarenlang in onzekerheid hoeven te zitten. Om deze groep gedupeerden te ondersteunen zullen wij in de tweede termijn een motie indienen.

Voorzitter. Tot slot wil ik nogmaals aandacht vragen voor de verhouding tussen daadwerkelijk herstel en uitvoeringskosten. Er gaat nog steeds te veel geld naar bureaucratie en de uitvoering blijft traag en complex. Afgelopen week zijn er nog twee nieuwsberichten verschenen over hoe schadebureaus miljoenen konden verdienen in het aardbevingsgebied en hoe weinig controle er is op de werkzaamheden van de schadebureaus. Mijn laatste vraag aan de minister is dan ook op welke wijze dergelijke praktijken worden voorkomen in de nieuwe aanpak van dit kabinet.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan nodig ik mevrouw Armut uit. Zij spreekt namens het CDA.

Mevrouw Armut (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over wetgeving. Dat is in de Kamer vaak iets technisch, maar voor mensen in mijn provincie Groningen en voor de inwoners van Noord-Drenthe is het vandaag veel meer dan dat. Dit gaat over de veiligheid van je eigen huis, over de plek waar je bent opgegroeid, waar je je kinderen ziet opgroeien en waar je oud wilt worden. In Groningen is wat voor veel mensen vanzelfsprekend is, bruut verstoord door decennialange gaswinning. Want in Groningen is het op bepaalde plekken niet vanzelfsprekend dat je in je eigen huis kunt blijven wonen. Sommigen zien hun huis gesloopt worden en moeten jarenlang verblijven in een tijdelijke woning, met al hun herinneringen en spullen in een opslag, in onzekerheid over wanneer ze terug kunnen. En dan heb ik het alleen nog over het materiële aspect.

Veel gedupeerden hebben het immers ook mentaal zwaar te verduren gehad. Het is de onbeschrijfelijke machteloosheid die ouders voelen als ze zich 's nachts zorgen maken over de veiligheid van het dak van hun huis waar hun kinderen onder slapen. Het zijn de oneindige afspraken met elke keer weer nieuwe mensen om te krijgen waar je recht op hebt, namelijk een veilig huis, en om te vechten waar je nooit om had willen vechten. Groningers hebben hier immers nooit om gevraagd. Toch hebben ze jarenlang moeten vechten voor erkenning, voor rechtvaardigheid en voor duidelijkheid. De vele gebroken beloftes hebben diepe sporen achtergelaten: in gezinnen, qua gezondheid en qua vertrouwen in de overheid.

Voorzitter. Met dit wetsvoorstel geeft de regering weer een nieuw gevolg aan Nij Begun, de belofte van de overheid aan Groningen en Noord-Drenthe. In dit wetsvoorstel worden maatregelen uit Nij Begun dan ook daadwerkelijk in de wet vastgelegd. Het CDA is blij met deze belangrijke stap.

Met deze wet worden een aantal beloftes wettelijk vastgelegd, allereerst ten aanzien van schadeherstel en versterking, koste wat kost en voor zolang als het duurt. Dat is iets waar de Kamer een aantal jaren geleden bijna unaniem om heeft gevraagd. Daarnaast worden in de wet ook twee zorgplichten vastgelegd, namelijk voor het bevorderen van brede welvaart van Groningen en Noord-Drenthe en voor het bevorderen van de verduurzaming. Over deze zorgplichten is wel het een en ander te stellen. Aan de ene kant stelt de Raad van State dat met deze zorgplichten een verwachting wordt gewekt die mogelijk niet kan worden waargemaakt. Aan de andere kant zijn er regionale bestuurders die aangeven dat het nog niet hard genoeg lijkt. Dit schetst een dilemma waar de politiek volgens mij voor staat. De Groningers verdienen rust, stabiliteit en duidelijkheid, nu en op de lange termijn. De regering moet dit bieden. De nieuwe regeringscommissaris gaat daar hopelijk ook een goede rol in kunnen spelen.

Voorzitter. Het is in die zin uitzonderlijk wat hier staat te gebeuren. Wij gaan daar niet lichtzinnig over doen, want deze wet voor Groningen en Noord-Drenthe is van fundamentele waarde en doet recht aan gemaakte beloftes. In de wet wordt ook de jaarlijkse Staat van Groningen vastgelegd. Daarmee wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over de schadeafhandeling, de versterkingsoperatie en de investeringen in Groningen en Noord-Drenthe. Mijn fractie vindt het goed dat in dit proces naast een rol voor bewoners ook een rol is vastgelegd voor de volksvertegenwoordiging van de provincies, de gemeenten en de relevante maatschappelijke organisaties. De regering moet eerst met hen in gesprek over de Staat van Groningen voordat zij met een kabinetsreactie komt. Hierover heb ik een aantal vragen.

Aangezien de regering binnen acht weken moet reageren op de Staat van Groningen, is het van belang dat de overleggen met bewoners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden op tijd plaatsvinden. Kunnen we ervan uitgaan dat deze overleggen tijdig zullen plaatsvinden? Dit vraag ik omdat het belangrijk is dat recht wordt gedaan aan deze gesprekken. Dan is voldoende tijd belangrijk. In het verlengde hiervan heb ik dan ook de vraag of de regering kan bevestigen dat in de Staat van Groningen daadwerkelijk gereflecteerd zal worden op de inbreng van gesprekspartners.

Het volgende punt raakt ook hieraan. De regionale overheden hebben in een brief aan de Tweede Kamer ook hun zorgen over de overlegpositie van de regionale overheden in het geheel aangegeven. Hierover heb ik de volgende vragen. Kan de regering bevestigen dat regionale overheden zelf kunnen bepalen hoe zij zich laten vertegenwoordigen? Gezien de rol van de lokale overheden in de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie kunnen wij ons voorstellen dat gesprekken met medeoverheden een andere vorm zullen moeten krijgen. Kan de regering uitleggen hoe dit overleg zich verhoudt tot de gesprekken met maatschappelijke organisaties? Wordt er voor regionale overheden voor een andere structuur gekozen?

Een van de zaken die met dit wetsvoorstel geregeld wordt, is het mogelijk maken …

De voorzitter:
Dat is heel netjes, mevrouw Armut, want de heer Flach was nog in aantocht. U krijgt alle ruimte zo te zien, meneer Flach. Gaat uw gang.

De heer Flach (SGP):
Het was niet de bedoeling om mevrouw Armut midden in haar zin te laten stoppen. Maar ik wilde inderdaad even aanhaken op dit punt, van het betrekken van de medeoverheden. Ik deel de zorgen die mevrouw Armut uit namens het CDA. In een brief van de provincie Groningen zie ik die zorg ook letterlijk verwoord staan. Er staat: "In het wetsvoorstel is opgenomen dat het kabinet praat met de regionale overheden, maar de memorie van toelichting zegt: het is op initiatief van het Rijk, het is niet wederkerig en op één lijn." Dat betekent dus dat je een gesprek mag afwachten, maar wat er precies mee gebeurt, is eigenlijk onduidelijk. Ik heb er zelf voor gepleit om te kijken of je niet met een gezamenlijke reactie zou kunnen komen. Is dat ook iets waar het CDA aan denkt?

Mevrouw Armut (CDA):
Ik weet niet of dat laatste, de gezamenlijke reactie, precies is waar ik aan denk, maar ik denk wel dat we delen dat we het belangrijk vinden dat gesprekken niet alleen symbolisch zijn, maar dat het elkaar ook daadwerkelijk versterkt en dat je er vervolgens ook iets aan hebt. Wat het CDA betreft kan het initiatief wel van beide kanten komen, maar ik ben ook benieuwd hoe de minister dat beziet.

De heer Flach (SGP):
Dat snap ik ook. Daarom heb ik het zojuist ook min of meer vragend gesteld in mijn bijdrage. Tegelijkertijd denk ik dat het belangrijk is dat de overheid zo dicht mogelijk bij de getroffen inwoners komt. De gemeente is vaak het meest dichtbij, maar ook de provincies hebben zich in dit geval echt vierkant achter hun inwoners opgesteld, waar het Rijk echt een behoorlijke vertrouwensbreuk heeft ondergaan, als ik het even eufemistisch zeg. Ik denk dat het goed is dat we samen optrekken om het belang van die goede samenwerking met de regionale overheden te blijven benadrukken.

Mevrouw Armut (CDA):
Helemaal eens dat die samenwerking zeer belangrijk is. Daarom ben ik zeer benieuwd naar de beantwoording van de vragen van onder anderen de heer Flach die hier ook over gingen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik kan mij op zichzelf goed voorstellen dat mevrouw Armut hierover nog een aantal vragen heeft, aangezien zij, net als ikzelf, in dezelfde medeoverheid of een vertegenwoordigend orgaan daarvan zitting heeft gehad, in de Groningse gemeenteraad. Ik snap deze bevlogenheid en betrokkenheid bij de medeoverheden vanuit het CDA heel goed. Ik hoorde dat het CDA vindt dat het overleg ook op initiatief van de medeoverheden moet kunnen plaatsvinden. Daarover stelde u wat vragen aan de minister. Dat was één deel van het pleidooi van de regio. Het tweede deel van het pleidooi van de regio was: wij willen dat wij een gelijkwaardige positie in die overleggen hebben. Deelt mevrouw Armut dat dat inderdaad de bedoeling moet zijn?

Mevrouw Armut (CDA):
Ik wil in ieder geval de zorgen overbrengen die regionale bestuurders daarover hebben, want ik snap dat. Ik weet niet of het de heer Bushoff of de heer Flach was die zei dat deze mensen ontzettend dicht bij de inwoners staan. Welke vorm dat precies zal krijgen, hoor ik graag van de minister. Wel moet duidelijk zijn dat zij gehoord worden en daadwerkelijk iets te zeggen hebben. De exacte vorm ga ik nu niet vanaf hier bepalen, maar ik hoop dat de zorgen die ik daarover heb, duidelijk zijn.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Op zich zijn we het dan volgens mij eens. Het is inderdaad belangrijk dat ze daadwerkelijk iets te zeggen hebben. Als ik dat ook van het CDA hoor, denk ik dat we daar wel uit komen. Ik herken de bevlogenheid bij de medeoverheden. Volgens mij gaan we hier uit komen.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Armut (CDA):
Dank, voorzitter. Een van de zaken die met dit wetsvoorstel geregeld wordt, is het mogelijk maken van daadwerkelijk schadeherstel bij veronderstelde schade tot €60.000 zonder onderzoek rondom het weerleggen. Hier is het in de Kamer al vaker over gegaan, zoals in het debat over het rapport van de parlementaire enquêtecommissie. Voor het overgrote deel van de gedupeerden zal dit afdoende zijn. Ik las dat dat voor ongeveer 98% het geval is. Deze mensen worden niet meer geconfronteerd met de onzekerheid en stress waarmee een dergelijk onderzoek gepaard gaat. Dat vindt het CDA goed. Daarvoor heeft onder andere mijn voorganger Eline Vedder haar best gedaan.

Het wringt wel dat juist de zwaarst gedupeerden niet kunnen profiteren van een simpele regeling of dat ze, als ze dat wél doen, een risico lopen, omdat ze schade hebben voor een groter bedrag dan €60.000 en omdat bij hen het risico op vervolgschade juist het grootst is. Er lijkt een finale kwijting aan gekoppeld te zijn. Daarover heb ik een aantal vragen. Herkent de minister het beeld dat juist de zwaarst gedupeerden in deze constructie minder profijt hebben? Kan de minister aangeven welke afweging in dit kader is gemaakt ten opzichte van de belangen van de zwaarst gedupeerden? Kan de minister aangeven welke voorwaarden voor finale kwijting gehanteerd zullen worden? Ziet het CDA het goed dat het voor gedupeerden nog steeds mogelijk is om straks een nieuwe claim in te dienen als zij schade hebben na een nieuwe beving of bodemdaling? Stel, je hebt €50.000 daadwerkelijk schadeherstel gehad en je hebt op een later punt, bijvoorbeeld na een aardbeving, nieuwe schade. Dan kun je weer een nieuwe claim indienen. Kan de minister een voorbeeld geven van een situatie waarin men daarvoor in aanmerking komt?

Voorzitter, tot slot. Wat het CDA betreft zetten we hier een belangrijke en goede stap. Wij zien het als een bevestiging van de toewijding aan de hersteloperatie. Groningen en Noord-Drenthe hebben hier recht op.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank voor het mooie betoog van mevrouw Armut. Ik denk dat het klopt dat het vandaag voor heel veel Groningers niet over een wet gaat, maar over de toekomst. Dank voor de aandacht voor de zwaarst gedupeerden en de finale kwijting. Ik ben benieuwd of het CDA al zo ver is dat het onze voorstellen hierin kan steunen. Dit debat is al eerder gevoerd en we hebben die antwoorden al vaker gevraagd van het kabinet en ook wel gekregen. We weten dat een kleine groep van de zwaarst gedupeerden wordt uitgesloten.

Mevrouw Armut (CDA):
Ik herken heel erg wat mevrouw Beckerman zegt over de zwaarst gedupeerden. Ik moet zeggen dat dat echt het nare en slepende aan dit dossier blijft. We regelen het voor best veel mensen aardig, maar je hoort steeds de verhalen van mensen die totaal door het slijk worden gehaald als ze hun recht willen halen. Volgens mij moeten we heel veel focus hebben op het helpen van die mensen. Hoe we dat precies kunnen doen en hoe we dat simpel kunnen oplossen, daar heb ik niet meteen het antwoord op. Ik weet dat mevrouw Beckerman en de heer Bushoff samen bijna twintig amendementen hebben ingediend. Ik ga daar goed naar kijken. Ik denk ook dat de minister daarop ingaat. Dat kan ik me zo voorstellen. Mevrouw Beckerman kan ervan uitgaan dat wij dit ook zwaar wegen, want ook wij zitten met de zwaarst gedupeerden in onze maag.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik loop hier natuurlijk al wat langer mee. Daarom hebben wij deze zorg. Toen we spraken over Nij Begun is deze groep eigenlijk uitgesloten, terwijl die zorg er toen ook was. Zij dreigen nu weer uitgesloten te worden van deze regeling. Het is goed dat het CDA hiernaar gaat kijken, maar ik wil verder gaan dan dat. Volgens mij moeten we hen onderdeel maken van de regeling.

Mijn tweede vraag gaat over de finale kwijting. Ik heb daar een voorbeeld bij genoemd van mensen die een nieuw huis hebben. Hun eigen huis is gesloopt, hun eigen gezondheid is gesloopt en nu lopen ze ertegenaan dat nieuwe schade niet vergoed wordt. Daarbij doet het IMG een beroep op allerlei bureaucratie. Erkent mevrouw Armut dat dit een probleem is en dat we hierin als Kamer het verschil zouden kunnen maken?

Mevrouw Armut (CDA):
Ik heb daar bewust vragen over gesteld. Ik moet zeggen dat ik me aardig kon vinden in de nota naar aanleiding van het verslag, waarin wat verder werd ingegaan op de voorwaarden om opnieuw in aanmerking te komen voor een schadevergoeding. De drempels waren best laag. De kans op nieuwe schade is best klein, staat daar dan; als die kans er is, mag je opnieuw een aanvraag doen. Ik vraag bewust aan de minister of hij dat kan bevestigen. Het is logisch dat er ooit nog een keer opnieuw een zware aardbeving zal zijn en dat, als er dan schade is, bewoners daarbij wel gewoon een beroep op de regeling kunnen doen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn angst gaat meer over het verschil tussen theorie en praktijk. Ik heb hier tegenover Rutte gestaan. Hij zei: ik doe het netjes, maar het bleek helemaal niet netjes te gaan. Ik geloof de memorie van toelichting, maar tegelijkertijd hebben we als Kamer niet heel veel kansen meer om in te grijpen in de wet als die eenmaal klaar is. Dat zei de ChristenUnie net ook. Nou hebben we die kansen natuurlijk altijd, maar we kunnen het het beste nu zo goed mogelijk regelen. Ik kom nu al situaties tegen waarin mensen zeggen: op papier klopt het, maar in de praktijk moeten we weer de hele strijd aangaan. Dit is misschien niet per se een vraag, maar wel een appel om hier nog een keer heel goed naar te kijken, omdat wij deze discussie hier al zo lang voeren. Als Kamer zijn we te vaak het bos in gestuurd met mooie woorden.

Mevrouw Armut (CDA):
Het was inderdaad niet per se een vraag, maar ik hoor het appel. Ik sluit me er natuurlijk volledig bij aan dat als iets op papier staat, het in de praktijk ook zo moet werken, en dat er ook oog moet zijn voor mensen die tussen wal en schip dreigen te raken. Daar moeten we echt oog voor hebben en daadkracht voor tonen. Daar ben ik het helemaal mee eens.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. We gaan naar de laatste spreker aan de kant van de Kamer in de eerste termijn: mevrouw De Vos namens FVD. Gaat uw gang.

Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Dat de Groningers met de afhandeling van de Groningse gasaffaire onrecht is aangedaan, daarover is deze Kamer het volgens mij unaniem eens. Jarenlang zijn ze van het kastje naar de muur gestuurd en velen van hen zijn nog altijd niet fatsoenlijk geholpen. Hoewel ik de emoties van de Groningers hierover volledig begrijp, zouden de politiek, het kabinet en mijn ambtgenoten in deze zaal in staat moeten zijn op rationele wijze tot een oplossing te komen. Het tegenovergestelde gebeurt echter, met desastreuze gevolgen. Twee jaar geleden werden de Groningse gasvelden gesloten en werd begonnen met het afbreken van de winningsinfrastructuur. Sinds 2019 zijn tientallen putten dichtgestort met honderden meters beton. Inmiddels worden de ontmantelde installaties zelfs geleverd aan Oekraïne. Ondertussen zien de Groningers hun problemen nog niet altijd niet opgelost worden. Men steggelt in deze Kamer nog steeds over de compensatie van de schade. Vandaag spreken we over een voorstel om die schade te vergoeden in de vorm van verduurzamingsmaatregelen, isolatiemaatregelen en het voorbereiden van woningen op het "van het gas af"-beleid van dit kabinet.

Waar kijken we nu eigenlijk naar? De pijn van de Groningers zit 'm, volkomen terecht, in de afhandeling van de schade: in de onduidelijkheid, in de vele loketten die ze af moeten voor een antwoord dat vaak niet komt, en in het eindeloze wachten. Zoals de parlementaire enquêtecommissie concludeert: "Het wachten geeft niet alleen onrust, het heeft ook voortdurend effect op beslissingen in het dagelijks leven. Het is niet logisch om de woonkamer te schilderen terwijl de schade nog niet is hersteld, of om te solliciteren naar een nieuwe baan ergens anders wanneer onduidelijk is of het huis verkocht kan worden. De aanhoudende onzekerheid frustreert enorm." Dit wachten moet stoppen. Dat kan ook.

Forum voor Democratie pleit al sinds 2018 voor compensatie, voor voortvarend herstel van de schade en voor bestendig maken tegen eventuele toekomstige bevingen. Het prijskaartje is zo'n 8,8 miljard euro. Als alle partijen die vandaag hoog van de toren blazen over ereschuld, waaronder de coalitiepartijen CDA, VVD en D66, onze voorstellen hadden gesteund, hadden we dit probleem acht jaar geleden al kunnen oplossen. Dat hadden we bijvoorbeeld kunnen doen met de installatie van een zogeheten spouwdonut, die in 2015 werd ontwikkeld en waarmee woningen zonder zware ingrepen bestand kunnen worden gemaakt tegen eventuele bevingen. Er werd niets mee gedaan. Niets! Ik hoor graag van het kabinet of men van plan is deze innovatie alsnog te gaan toepassen.

Voorzitter. Compensatie, voortvarend herstel en bestand maken tegen eventuele toekomstige bevingen was de enige juiste, rationele keuze geweest. In plaats daarvan heeft een meerderheid van deze Kamer een emotionele keuze gemaakt. Een gasbel waarin nog voor honderden miljarden euro's, misschien zelfs voor 1.000 miljard euro aan gas zit, wordt dichtgemetseld. De winningsinfrastructuur van de grootste gasbel van Europa, die zich onder onze voeten bevindt, wordt afgebroken, terwijl we dagelijks aan de pomp en op onze energierekening het prijskaartje zien van de afhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen. De bevingen stoppen niet zodra het boren stopt, dus de overlast wordt niet minder. Sterker nog, als de putten eenmaal zijn dichtgemetseld, vervalt ook de mogelijkheid om de bodem te stabiliseren door middel van bijvoorbeeld injectietechnieken.

Voorzitter. Een meerderheid van deze Kamer maakt nogmaals een emotionele keuze, die gigantische schade aanricht voor heel Nederland, juist ook voor Groningers. Het is bovendien een ideologische keuze, want onder het mom van herstel in Groningen wordt in het vandaag voorliggende wetsvoorstel ook de energietransitie via een sluiproute meegenomen, bijvoorbeeld met isolatie en het aardgasvrij maken van woningen. De ereschuld aan de Groningers wordt gebruikt, misbruikt, voor klimaatbeleid. Precies de partijen die met een moreel opgeheven vingertje naar politici wijzen die niet alleen het onrecht dat de Groningers is aangedaan willen rechtzetten maar ook de energiezekerheid van Groningers en alle Nederlanders zeker willen stellen, misbruiken de Groningers voor hun obsessie met CO2-beleid. Het gasveld is niet gesloten om de Groningers te helpen, maar omdat de kartelpartijen dit land van het gas af willen hebben.

Voorzitter. Het standpunt van Forum voor Democratie moge duidelijk zijn: wij willen de Groningers ruimhartig compenseren voor geleden schaden. We steunen dus de voorstellen daartoe. Daarbovenop willen wij de Groningse huizen bevingsbestendig maken met nieuwe innovaties, zoals de spouwdonut. Ook willen wij doorgaan met boren, zodat Groningen en de rest van Nederland weer controle krijgen over de energievoorziening en de energierekening. Dat is de enige verstandige keuze.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn aan de kant van de Kamer. We gaan nu schorsen, zodat de kabinetsleden zich kunnen voorbereiden op de beantwoording in de eerste termijn aan de kant van het kabinet. Het is 16.45 uur. Ik wil voorstellen om tot 17.30 uur te schorsen. Ik zie u zo dadelijk terug.

De vergadering wordt van 16.43 uur tot 17.31 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Dat gezegd hebbende: voordat ik de minister het woord wil geven, wil ik graag mededelen dat wij uiterlijk om 19.30 uur gaan pauzeren voor het diner. We gaan kijken hoe het met de beantwoording gaat. Ik zie dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties er helemaal klaar voor is om snel aan te vangen. Ik zou hem dus graag als eerste het woord willen geven.

Minister Heerma:
Voorzitter. Ik houd die illusie graag hoog. Dit is het tweede wetsvoorstel dat ik behandel sinds ik minister ben en het is van een andere omvang. Ik denk dat ik tijdens de behandeling van het vorige wetsvoorstel tien vragen had gekregen. Het waren er nu 80. Ik ga proberen de vragen en de amendementen die daarbij horen, te combineren. We gaan kijken hoever ik kom. Ik vraag enige clementie if I bodge something up.

Voorzitter. Ik sta hier om namens het kabinet een belofte in te lossen die drie jaar geleden is gedaan aan alle mensen in Groningen. De heer Bushoff had het er volgens mij over dat het deze week letterlijk drie jaar geleden is dat het debat was. De mensen in Groningen en Noord-Drenthe hebben decennialang de last gedragen van de gaswinning uit het Groningenveld. De overheid heeft te laat naar hen geluisterd. De overheid heeft hun vertrouwen geschaad. De overheid heeft hun beloofd te leren van de gemaakte fouten.

De gaswinning uit het Groningenveld is in 2024 definitief gestopt. In deze Kamer stemden 146 leden daar twee jaar geleden voor. Daarmee is de oorzaak van veel ellende weliswaar weggenomen, maar zijn de problemen niet voorbij. Afgelopen november werden de mensen in Zeerijp en omliggende dorpen er nog maar eens stevig aan herinnerd. Een beving van 3.4 op de schaal van Richter leidde tot duizenden nieuwe schademeldingen en tot twaalf acuut onveilige situaties, waarbij direct maatregelen nodig waren. De komende jaren moeten er nog duizenden huizen veilig worden gemaakt en scheuren worden hersteld. Niet alleen gebouwen moeten worden hersteld, maar ook gemeenschappen hebben tijd nodig voor herstel.

Vandaag is een belangrijk moment, omdat we het wetsvoorstel bespreken dat gaat over Groningen en Drenthe na de gaswinning, sociaal herstel en perspectief voor de regio. Ook gaat het over hoe we lessen hebben geleerd uit de parlementaire enquête en hoe we die vastleggen, zodat we die lessen niet vergeten. Dat is de belofte die we aan Groningen en Noord-Drenthe hebben gedaan bij Nij Begun. We stoppen met gas winnen en we leren van de fouten die zijn gemaakt. Ook dit kabinet staat daarvoor. Wat mij betreft is het wetsvoorstel dat we vandaag behandelen, daarom cruciaal. Vandaag lossen we het tweede deel van onze belofte aan Groningen en Noord-Drenthe in. We gaan een aantal zaken regelen om gedupeerden voor lange tijd zekerheid en duidelijkheid te bieden. Dat gaat ook om zaken waarmee de gedupeerden vooruit kunnen gaan kijken.

Wat zijn de lessen uit de parlementaire enquête die we met dit wetsvoorstel vastleggen? Diverse sprekers hebben in hun termijn eigenlijk ook al aangegeven wat de drie belangrijkste zaken zijn. Het eerste is dat Groningen een generatielange aanpak verdient. De opgave van herstel in Groningen en Noord-Drenthe stopt niet bij gebouwen. De bevindingen van de parlementaire enquêtecommissie laten zien dat de bewoners door 60 jaar gaswinning veel leed is aangedaan. Dat is niet in een paar jaar recht te zetten. Daarom beloofde de kabinetsreactie op de parlementaire enquête een generatielange aanpak. Samen met de regio zijn inmiddels een sociale en een economische agenda opgesteld. Daarmee wordt de komende 30 jaar geïnvesteerd in sociaal herstel en toekomstperspectief voor de regio. Die belofte krijgt met deze wet een stevige basis.

Twee. We gaan schades herstellen zonder onderzoek naar de oorzaak. De enquêtecommissie was hier duidelijk over: voorkom dat gedupeerden in allerlei inhoudelijke en juridische discussies terechtkomen over de oorzaak van schades in hun huis. Daarop heeft het vorige kabinet toen gezegd: tot een bepaald bedrag doen we geen onderzoek naar de oorzaak. Dat was indertijd €40.000. Na een motie van volgens mij D66 en het CDA is dat opgehoogd naar €60.000. Daarmee ontstaat voor het overgrote deel van de mensen, zo'n 98%, een makkelijke manier om alle schade in hun huis in één keer op te lossen, met zo min mogelijk gedoe.

Drie. We moeten blijven leren. Mensen in Groningen en Drenthe hebben niets aan mooie woorden. Zij verwachten een overheid die levert. Mensen verwachten ook dat de overheid eerlijk is als er iets niet goed gaat. Zij verwachten ook dat daar lessen uit worden getrokken. Daarom komt er elk jaar een onafhankelijk onderzoek om te volgen hoe het gaat. Dat onderzoek is de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. U ontvangt dit onderzoek elk jaar rond april. Het kabinet legt aan uw Kamer verantwoording af over de resultaten daarvan. Dat is belangrijk, want op die manier houden we de vinger aan de pols en kunt u als Kamer bijsturen indien dat nodig is.

De heer Kops gaf in zijn termijn aan dat het boterzacht is, maar alleen dit al maakt dat het niet boterzacht is. We komen zo ook te spreken over de vraag of het een zorgplicht of een resultaatsverplichting is, maar het is niet boterzacht. Er is een proces waardoor de Kamer elk jaar opnieuw kan controleren of de resultaten goed zijn en of er bijgestuurd moet worden. Dat is onderdeel van deze aanpak.

Met dit wetsvoorstel leggen we deze en andere lessen vast. Daarmee doen we recht aan de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie en doen we bovenal recht aan de Groningers en de Drenten. We doen wat we hebben beloofd in Nij Begun. Een nieuw begin kunnen we alleen maken als de overheid woord houdt. Zo leggen we met deze wet een verdere basis voor het herstel van het nog broze vertrouwen, om het zo maar te zeggen.

Ik ga zo naar de beantwoording van de vragen. Die heb ik verdeeld in de volgende blokjes. Het eerste blok is de zorgplicht en de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Het tweede blok is schade. Het derde blok is versterken en onaanvaardbare verschillen. Dan komt er een vierde blok en dat is regeringscommissaris en overig. Ik heb geprobeerd om de amendementen die aan de blokken raken te verwerken in de beantwoording in dat blok, omdat het wat onnatuurlijk is om die appreciatie helemaal aan het einde te doen terwijl de onderwerpen tussendoor aan de orde kwamen.

Daarnaast zullen de minister van Klimaat en Groene Groei en de staatssecretaris ingaan op de vragen die nog resten. Die vragen zien volgens mij op één amendement en alle aspecten rondom mijnbouw in de discussie waarvan mevrouw Beckerman aan het begin zei dat zij hoopte dat die niet gevoerd zou worden. Zij wist toen zij die uitspraak deed misschien ook wel dat dat een enigszins ijdele hoop was. Zij heeft zich in dat debat kranig geweerd, maar daar zullen de bewindspersonen zo op ingaan.

De voorzitter:
Dank voor de helderheid over de blokjes. We zullen dan wel tijdens het debat goed stilstaan bij de appreciatie van ieder amendement, zodat het helder is voor de Kamer wat die appreciatie precies is.

Minister Heerma:
De helderheid over de blokjes was er sowieso; ik ga mijn best doen om in het vervolg ook helder te zijn. Nogmaals, als ik daar stralend in faal, mag u mij altijd corrigeren.

Ik begin bij de zorgplichten. Er zijn door de fracties van GroenLinks-PvdA — het blijft apart om niet al "PRO" te zeggen, maar tot dat punt blijf ik het "GroenLinks-PvdA" noemen — SP, D66, SGP, JA21, PVV, ChristenUnie en de Groep Markuszower vragen gesteld over de zorgplichten. In de kern kwamen die neer op de vraag waarom het kabinet geen resultaatsverplichting heeft vastgelegd maar zorgplichten. Ik stond er in mijn inleidende tekst al kort bij stil: het rechtzetten van het leed dat de Groningers en Noord-Drenten is aangedaan, is niet in een paar jaar gebeurd. Er is daarom gekozen voor een generatielange aanpak; 30 jaar lang zet het kabinet zich hiervoor in. Dit wetsvoorstel legt die generatielange aanpak voor die ereschuld aan Groningen en Noord-Drenthe vast. Dit doen we door een aantal stappen, die ik nu zal doorlopen.

We maken één coördinerende bewindspersoon aanspreekbaar op het bevorderen van brede welvaart en verduurzaming in Groningen en Noord-Drenthe. Die bewindspersoon staat hier. Die bewindspersoon is daar niet minder verantwoordelijk voor omdat er een regeringscommissaris komt; deze minister is en blijft politiek verantwoordelijk voor dit dossier en voelt dat ook zo. Deze verantwoordelijkheid wordt uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Rijk, waarin concrete tussentijdse doelen en streefwaarden worden opgenomen. Zo maken we concreet en meetbaar wat we doen, zeg ik ook in antwoord op de vragen van de heer Köse van D66.

Het monitoren van wat deze aanpak oplevert, gebeurt met de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Over de resultaten gaan we vervolgens in gesprek met bewoners, maatschappelijke organisaties en regionale en lokale overheden. We nemen maatregelen als blijkt dat de aanpak niet tot de gewenste resultaten leidt, om zo de tussentijdse doelen en streefwaarden te bereiken. Jaarlijks wordt de Kamer hierover geïnformeerd. Dit zijn geen symbolen, dit is niet boterzacht; het zijn concrete maatregelen waarmee de Groningers zekerheid krijgen dat de overheid haar woord houdt, zo antwoord ik ook in de richting van de heer Clemminck van JA21. Dit is namelijk een manier om het vertrouwen te herstellen.

Ik vind een resultaatsverplichting geen goed idee. Een wettelijk vastgelegde resultaatsverplichting voor het Rijk om afrekenbare doelen op het gebied van brede welvaart en verduurzaming te behalen, zal wat mij betreft onrealistische verwachtingen wekken. De kritiek van de Raad van de State op de zorgplicht ziet al op dit punt, maar met een resultaatsverplichting suggereer je dat de overheid dit in haar eentje kan. Het staat eigenlijk ook op gespannen voet met de werkwijze die we de afgelopen jaren al hebben ingezet rondom de sociale en economische agenda, waarbij er veel meer dan in het verleden juist wordt samengewerkt met de regio. Ik vind daarom de keuze voor een zorgplicht de meest verstandige keuze. Door het proces dat ik net schetste, is dat concreet en afrekenbaar.

Ik twijfel of er nog twee amendementen zijn op dit punt. Er is namelijk een amendement op stuk nr. 23, dat is omgezet naar een gezamenlijk amendement, en er is nog steeds een amendement op stuk nr. 13. Ik krijg hier nu bevestiging van. Ik moet het amendement van de heer Bushoff én het amendement van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff allebei ontraden. Het Rijk, de decentrale overheden, maatschappelijke groeperingen, bedrijven en bewoners spelen allemaal een rol bij het behalen van de doelen. Een resultaatsverplichting voor het bereiken van de doelen moet daarom niet aan één partij worden opgelegd. Het kabinet wil de toezeggingen nakomen die aan Groningen en Noord-Drenthe zijn gedaan. Dat is belangrijk om vertrouwen te herstellen.

In antwoord op de vraag van de heer Heutink: dat is dan ook de reden dat ervoor gekozen is om de zorgplichten niet uit het wetsvoorstel te schrappen ondanks dat de Raad van State hier heel kritisch op was. Voor de vraag of het kabinet aan zijn zorgplicht voldoet, is niet de uitkomst maatgevend, maar de inzet en de input die het kabinet levert. Dit in antwoord op de vraag van mevrouw Bikker, die er nu niet is. Zij vroeg daar specifiek naar. Als de Kamer het kabinet zou verplichten om vooraf bepaalde uitkomst voor brede welvaart te garanderen, wordt het kabinet aan een verplichting gebonden die het Rijk niet eigenstandig waar kán maken. Het wekt verkeerde verwachtingen, heeft juridische risico's en verzwakt de generatielange aanpak die juist op gezamenlijkheid met de regio stoelt. De doelen die het kabinet stelt zijn dus niet vrijblijvend. U kunt het kabinet als Kamer blijven aanspreken op zijn inspanningen om die doelen te halen en ik hoop ook dat u dat doet.

Het antwoord op de vraag van de heer Kops over de doelen, maatregelen, streefwaarden en de wijze waarop deze verzameld worden en daarover gerapporteerd wordt, is dat deze door de regio en het Rijk bij de economische en sociale agenda zijn opgesteld en vastgesteld. Indicatoren en streefwaarden zoals tevredenheid met de leefomgeving, ervaren gezondheid en inkomens van huishoudens zijn voorgesteld door het adviesbureau Rebel. Informatie wordt verzameld uit bronnen, zoals het CBS, het SCP en de Leefbaarometer.

De heer Kops vroeg wat de zorgplicht betekent voor brede welvaart en wat dit op lange termijn oplevert. Ik zie het als mijn primaire taak om de maatregelen van de sociale en economische agenda op te starten en een uitvoeringsstructuur neer te zetten voor beide agenda's. Op de lange termijn richt ik mij op de gezamenlijke doelen en streefwaarden uit de agenda's.

Onze inspanningen zien onder andere toe op het bevorderen van werkgelegenheid, zoals de heer Flach terecht stelt. De werkloosheidscijfers zijn hoog in Groningen en dat is mede aanleiding geweest voor deze agenda's. Daarom zijn belangrijke elementen hierin werk, behoud van talent en verdienvermogen. Ik denk hier aan maatregelen zoals die er al zijn: de Nij Begunbanen, het Masterplan Campussen en het helpen van jongeren aan een startkwalificatie. Vanuit de agenda's wordt niet specifiek ingezet op het verplaatsen van rijkswerkgelegenheid. Daar is ook een doelstelling voor, maar die zit niet in deze agenda's. Dat was volgens mij nog een specifieke vraag.

Tot slot probeer ik realistische verwachtingen te scheppen door er eerlijk over te zijn dat het kabinet hier niet in zijn eentje de brede welvaart kan verhogen. Daarvoor is de inzet van vele partijen nodig. Het verhogen van de brede welvaart is een proces van een lange adem en daarom is een generatielange inzet nodig.

Ik wil zo ook nog iets over zeggen over de rol van de regio en de andere amendementen, maar ik kan me voorstellen dat er nu vragen zijn over de eerste twee amendementen.

De voorzitter:
Het gaat dus over het amendement op stuk nr. 13 van de heer Bushoff.

Minister Heerma:
Ja, en ik meen het amendement op stuk nr. 30.

De voorzitter:
Het amendement van de heer Bushoff op stuk nr. 13 is ontraden en het amendement op stuk nr. 30, van Beckerman en Bushoff, is ook ontraden.

Minister Heerma:
Ja.

De voorzitter:
Dan zou ik het woord willen geven aan mevrouw Beckerman. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):
Mag ik eerst een heel klein stom dingetje zeggen, minister? Zou u Nij Begun met een iets hardere g willen uitspreken, want anders is het een nieuw pistool en wat moeten we met een nieuw pistool?

Minister Heerma:
Ik realiseer me dat ik het verkeerd deed. Dank.

Mevrouw Beckerman (SP):
Een nieuw pistool hebben we niet nodig. De minister geeft eigenlijk twee argumenten voor waarom ons amendement voor een resultaatsverplichting niet kan. Het ene is: we doen het niet alleen, we doen het met de regio. Daarvan zou ik willen zeggen dat het juist de regio is die dit vraagt. Je zou ook kunnen zeggen dat het over uw deel gaat, over het deel van de Staat. Dan blijft eigenlijk alleen maar het argument over: we zijn bang dat we het niet halen of niet waar kunnen maken. Dat is precies de reden waarom we dit amendement indienen, natuurlijk. Dat is misschien niet de angst voor deze minister, maar de angst voor wat er over tien jaar gebeurt.

Minister Heerma:
Waarvoor dank.

Mevrouw Beckerman (SP):
U bent al blij dat u verdwijnt.

Minister Heerma:
Zo mooi ga ik ze vanavond niet meer krijgen, denk ik. Je moet incasseren wat je krijgt. Ik ga zo iets zeggen over de regio, want ik snap de brief van de regio heel goed. Ik snap dat heel goed gegeven de ervaringen die er heel lang geweest zijn. Zij zien wel dat de verhoudingen met het Rijk iets verbeterd zijn de afgelopen jaren, maar er is toch een zorg: straks staan we er toch weer alleen voor en dan moeten wij aan onze bewoners uitleggen dat zij alleen staan met lege handen. Dat maakt niet dat ik daarmee die resultaatsverplichting verstandig vind. Dat vind ik namelijk echt niet. Die resultaatsverplichting legt alleen bij het Rijk een verantwoordelijkheid neer, terwijl de hele werkwijze die we met elkaar gekozen hebben is dat we daar gezamenlijk voor staan. Ik kom zo op de twee andere amendementen die hierop ingaan. Ik vind het onverstandig om een resultaatsverplichting alleen bij het Rijk neer te leggen ten aanzien van een ambitieuze doelstelling. Daarmee zeg ik niet "we gaan het niet halen", want we hebben het helemaal ingericht — dat legde ik net uit — in die fases, zodat de Kamer elk jaar opnieuw kan zeggen: hé, de voortgang is niet goed. Ik weet dat de mensen aan de interruptiemicrofoon niet hebben gesuggereerd dat het boterzacht is, maar dat werd deels in de Kamer wel gesuggereerd en dat is niet waar. De vraag is of je met het benoemen van een zorgplicht, waarvoor ik mij verantwoordelijk voel en waar elke bewindspersoon zich wettelijk voor verantwoordelijk moet voelen, kunt zeggen: ja, maar daarmee ga je het niet halen en je regelt het wel als je een resultaatverplichting enkelzijdig bij één van de verantwoordelijken legt. Ik ben daar niet voor.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga zo nog iets zeggen over de Staat van Groningen. Ik heb, samen met Bushoff, op dat punt ook een motie in voorbereiding. Toch vind ik het ingewikkeld, want als je allemaal verantwoordelijk bent, is niemand verantwoordelijk. Natuurlijk zijn wij voor de regio. Sterker nog, ik zou nog verder willen gaan en nog meer zeggenschap van de inwoners hierin willen. Maar uiteindelijk gaat het erom dat wij een noodklep willen in die wet, zodat als er een kabinet komt dat het in z'n hoofd haalt om maar eens wat minder te doen, je zeker weet dat die verplichting er is. Het is wel zo dat je het met zo'n amendement sterker maakt. Zou de minister dan willen meedenken over de vraag hoe je toch in de wet kunt garanderen dat je dit sterker borgt? Die andere gaan namelijk over het proces en niet over de inhoud. We hebben namelijk zo veel discussies gehad over het proces. We hebben hier ook zo vaak zand in de ogen gestrooid gekregen.

Minister Heerma:
Ik snap heel erg waar mevrouw Beckerman vandaan komt. Daarmee snap ik de brief van de regio ook. Misschien dat ik zo in mijn antwoord op de andere twee amendementen iets kan doen met de laatste vraag die mevrouw Beckerman stelde. De Kamer gaat uiteindelijk over haar eigen stemgedrag, maar ik ga niet zeggen dat ik het een goed idee vind, als ik het echt geen goed idee vind. Een resultaatverplichting creëert het beeld dat de Rijksoverheid in haar eentje, los van wie zich daarvoor inzet, los van wat er allemaal in de werkelijkheid gebeurt, de resultaten kan garanderen van iets waarvoor we een dertig jaar lange aanpak creëren met ambitieuze doeleinden. Maar de zorgplicht en de manier waarop we het vastleggen, gaan om de jarenlange inzet en de verantwoordelijkheid die genomen moet worden. Mevrouw Beckerman vraagt: maar wat nou als iemand er met de pet naar gaat gooien? Dat waren niet uw woorden, maar zo interpreteer ik die. Dan treffen die bewindspersoon en dat kabinet eerst de Kamer, elk jaar opnieuw. Er is namelijk wettelijk vastgelegd dat die stappen doorlopen moeten worden. Op het moment dat de voortgang op het uitvoeringsprogramma niet goed is, komt dat jaarlijks hier terug in de Kamer en kan de Kamer daar wat van zeggen.

Daarnaast geldt dat ik de zorg van de regio heel erg snap en dat ik daarom zo wil ingaan op de vragen die daarover gesteld zijn en de amendementen die er daarover liggen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik dacht dat ik mijn derde vraag over de Staat van Groningen zou stellen, maar ik raak nu minder overtuigd, omdat het argument heel erg is: we moeten dit samen doen. Maar waarom doen we dit? We doen dit ook om te voorkomen wat er na de mijnsluiting in Limburg is gebeurd. Toen zei het kabinet ook: wij gaan ervoor zorgen dat de resultaten worden geboekt; we hebben een zorgplicht en er komt een heel pakket. Kijk wat het gedaan heeft. De littekens zijn er tot op de dag van vandaag. Er moet geld aan uitgegeven worden via het NPLV, want sommige wijken in Heerlen zijn zó op achterstand gekomen. En toch, die lessen … De mijnstreek lijkt namelijk wat dat betreft zó op Groningen. Die pijn, die nieuwe littekens door de overheid, moet je voorkomen. Ik wil toch nog één keer dat appel doen. Welke lessen trekt het kabinet dan uit die vorige aanpak? Ook daar bleven de resultaten namelijk keihard uit. Sterker nog, ze werden in de ellende gestort.

Minister Heerma:
Ik zit te twijfelen. Ik kan nu met u de discussie gaan voeren over de vraag of als er een resultaatverplichting had gelegen, het in de praktijk anders geweest was of de teleurstelling nog groter geworden was. Dit is precies het vraagstuk waar de Raad van State al voor waarschuwt bij de zorgplicht zoals we die nu hebben. Ik wil ervoor staan. Het een "resultaatverplichting" gaan noemen, staat haaks op de werkwijze met de regio die we de afgelopen jaren ontwikkeld hebben, met die sociale agenda en die economische agenda. Ik vind het gewoon niet verstandig om te doen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik heb ook een vraag op dit punt. Het is overigens fijn dat de minister de amendementen en de beantwoording een beetje bundelt. Dat is op zichzelf altijd prettig.

Minister Heerma:
Ik doe mijn best.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is dan aan de Kamer om scherp te zijn, maar volgens mij is deze Kamer dat wel. Dat gezegd hebbende, toch even een vraag over die resultaatverplichting. Die ziet namelijk ook toe op de verduurzaming van woningen in Groningen. Daar is die resultaatverplichting, of de zorgplicht zoals die nu in het leven wordt geroepen door deze wet, ook voor bedoeld. Ik kan mij heel goed voorstellen dat als je een rijtje woningen hebt en iemand zijn woning niet wil verduurzamen, je dan niet tegen het kabinet kan zeggen: u bent ervoor verantwoordelijk dat die woning niet verduurzaamd is. Die uitzonderingsmogelijkheid moet je natuurlijk behouden, maar aan de andere kant moet je er wel voor zorgen dat het Rijk er alles aan heeft gedaan om iedereen in Groningen in staat te stellen om die woningen te verduurzamen tot het niveau dat we zo graag willen met z'n allen. Ik ben benieuwd of de minister dat met mij eens is.

Minister Heerma:
De heer Bushoff geeft een mooi voorbeeld van waarom je het geen "resultaatverplichting" moet noemen, want dan noem je het iets wat het in de praktijk niet kan zijn. De heer Bushoff geeft een heel sprekend voorbeeld van waarom dat zo is. Ik wil de hele tijd al het bruggetje maken naar wat er eigenlijk achter het amendement zit. De Kamer gaat zelf over de manier waarop zij stemt, maar ik denk dat wat erachter zit, meer gaat over vertrouwen en de afwezigheid daarvan. De gedachte dat het tot meer vertrouwen gaat leiden als je het een "resultaatverplichting" noemt … De heer Bushoff geeft een voorbeeld van hoe dat in de praktijk niet waar te maken is. We kunnen er met elkaar best lang over discussiëren om nog meer voorbeelden te geven waar dat voor geldt, maar voor mij blijft de kern dat we voor meer samenwerking met de regio's en de provincies gaan in de werkwijze die we gekozen hebben. Ik snap ook dat daar aan die kant het gevoel heerst van: seeing is believing. Dat is namelijk jarenlang niet zo geweest.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het mooie van het voorbeeld dat ik gaf, is dat precies daarin wel wordt voorzien in het amendement dat we hebben ingediend. Juist met het amendement dat we hebben ingediend, staat het Rijk nog steeds niet aan de lat als het gaat om het voorbeeld dat ik net gaf, maar regel je wel die resultaatverplichting. De minister zegt dat het een prachtig voorbeeld is. Precies die nuance hebben we gevonden in ons amendement. Dat maakt dat ik nog niet helemaal begrijp wat er dan nog overblijft van de argumentatie van het kabinet om tegen die resultaatverplichting te zijn.

Minister Heerma:
Omdat er veel meer redenen te bedenken zijn waarom een Rijksoverheid in z'n eentje niet verantwoordelijk kan zijn voor een resultaatverplichting. Als we nou een hele brede zoektocht gaan doen naar zorgplichten die we vervullen waar we dat heel belangrijk vinden, dan zien we dat dat op best veel plekken gebeurt. En dat doen we alleen als het echt heel serieus is. Dan kun je zelfs de discussie voeren of dat eigenlijk wel in de wet thuishoort — daar was ook een vraag over — maar dit is zo serieus dat het in een wet wordt opgeschreven. Welke voorbeelden heeft de heer Bushoff waaruit blijkt dat het een "resultaatverplichting" noemen leidt tot een verbetering in plaats van tot een groter risico van afname van vertrouwen? Ik ben daar niet positief over, dus ben ik er ook geen voorstander van.

De voorzitter:
De heer Bushoff, afsluitend.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Afsluitend, voorzitter. Ik denk dan dat dit toch uitloopt op het feit dat de minister zegt: ik wil die grote verantwoordelijkheid eigenlijk niet op de schouders van het Rijk leggen met een resultaatverplichting.

Minister Heerma:
Dat is niet het geval.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Daarvan denk ik dat het heel logisch is dat een regio en de mensen in Groningen zeggen: we snappen best dat er voorbeelden zijn waarin we het kabinet er niet verantwoordelijk voor kunnen houden dat een huis niet verduurzaamd is, maar we willen in ieder geval dat het resultaat zou moeten zijn dat het Rijk er alles aan heeft gedaan om elk huis in Groningen dat daarvoor in aanmerking komt, te kunnen verduurzamen tot een niveau dat we met z'n allen hebben afgesproken. Dat is toch niet een hele gekke vraag?

Minister Heerma:
Dat je er alles aan doet, is de reden waarom we het proces inrichten zoals we het inrichten. Dat is waarom ik uitleg wat we doen met de Staat van Groningen. Feit is dat daar met maatschappelijke organisaties en met de overheden over wordt gesproken, dat dat wordt gerapporteerd aan de Kamer en dat de Kamer daar ook wat van kan vinden. Daarmee is geborgd dat elk jaar opnieuw gekeken wordt of we doen wat we beloofd hebben en of de overheid zich voldoende aan die zorgplicht houdt. Anders kan de Kamer acteren.

De heer Flach (SGP):
Even een ander onderwerp, om wat te variëren. Volgens mij hebben alle woordvoerders ingebracht hoe belangrijk het is dat er schadeafhandeling en -herstel plaatsvindt voor de Groningers. Dat is volgens mij ook waar zij het allermeest naar uitkijken. De SGP maakt zich wat zorgen over hoe de focus verschuift naar termen als "brede welvaart", met daaraan gekoppeld zelfs nog de SDG's en "verduurzaming". Ik heb zelf het voorbeeld genoemd van het voorkomen van obesitas, maar ook biodiversiteit is een van de indicatoren. Het gaat over hier en nu, later en elders. U kunt zich voorstellen dat dat heel breed kan zijn. Hoe voorkomen we nou dat Haagse prioriteiten, hier en daar zelfs Haagse hobby's, het gaan overnemen van die zo broodnodige schadeafhandeling en dat broodnodige herstel voor de Groningers?

Minister Heerma:
"Brede welvaart" is een relatief nieuw begrip. Een parlementaire onderzoekscommissie heeft onderzoek gedaan naar hoe je daar een werkbare set indicatoren voor kunt maken. Toevallig heb ik destijds in die parlementaire onderzoekscommissie gezeten, dus ik snap de discussie over dit onderwerp. Tegelijkertijd geldt dat er in de afgelopen periode in die sociale en economische agenda juist samen met de regio is gewerkt aan de basis voor wat we hier doen. Natuurlijk bestaat het gross national product, het bruto binnenlands product, al heel lang. Dat is uitgetrild, maar er is ook al heel lang discussie over dat dit een te eenzijdige indicator is. Om de hele beweging richting brede welvaart, die aan de basis staat van deze werkwijze, af te doen als "Haags hobbyisme" ... Daar ben ik het niet mee eens. Oké, ik wilde u niet verkeerd interpreteren, meneer Flach, maar die suggestie wekte u wel een beetje. Ik vind al helemaal niet dat dit de verschuiving is naar een andere prioriteit. Naar aanleiding van de parlementaire commissie is het kabinet met 50 maatregelen aan de slag gegaan. Drie daarvan landen in dit wetsvoorstel. Het is dus niet iets nieuws dat bedacht is om een andere prioriteit weg te drukken.

De heer Flach (SGP):
De minister daagt me nu natuurlijk een beetje uit. Ik heb gezegd: hoe voorkomen we dat dit verschuift? We hebben het over een generatielange aanpak. Ik weet niet wat de ambities zijn van de minister, maar hij zal er wellicht geen 30 jaar zitten.

Minister Heerma:
Ik hoop het niet.

De heer Flach (SGP):
Door de tientallen jaren heen kunnen er, juist door dat soort termen als "brede welvaart", allerlei dingen in komen. Ik ken de Groningers als nuchtere mensen. Die willen gewoon schadeafhandeling en -herstel. Waarom blijven we niet daarbij? Waarom verbreden we het zo naar die ongelofelijk brede set aan indicatoren, die zich als een plaag uitgerold heeft over bestuurlijk Nederland? Daarmee bedoelt degene die ze in de mond neemt, vaak iets anders dan degene die hij tegenover zich heeft. Laat ik het dan met een concrete vraag afronden: is er een duidelijke, harde afspraak met de regio en gemeenten over welke indicatoren relevant zijn?

Minister Heerma:
Er is de afgelopen periode al aan een sociale en economische agenda gewerkt. Ik heb al een aantal voorbeelden gegeven van wat daar uitkomt. Daar zitten aspecten van brede welvaart in. Daar komt een uitvoeringsprogramma uit voort, dat jaarlijks wordt gemonitord. Er is ook een jaarlijks gesprek met de regio over. Ik wil niet helemaal meegaan in de beeldvorming van de heer Flach, maar op het moment dat daar dingen in komen te staan die te vaag zijn, dan kan de Kamer daar wat van vinden. Ik ben daar zelf niet zo bezorgd over, omdat ik denk dat die brede welvaart als insteek veel robuuster is dan de heer Flach veronderstelt. Laat me daar nog één ding over zeggen, want het was een vrij specifieke vraag. Ik denk dat zeggen "de Groningers willen alleen dít en ze willen niet dát" een schijntegenstelling is. Mijn indruk is dat in de afgelopen jaren in de regio juist het belang wordt erkend van het feit dat die generatielange aanpak onderdeel is van die ereschuld en dat er op die sociale en economische agenda geleverd wordt. Mijn indruk is niet dat er gedacht wordt: hè, moeten we dit ook nog? Dat is niet mijn beleving van dit onderdeel van de uitvoering van de ereschuld.

De heer Flach (SGP):
Dan lijkt het er wel op dat we dezelfde doelstelling hebben. Volgens mij doen we dit om te bieden wat de Groningers graag willen. Juist als de Kamer hier jaarlijks op kan bijsturen, heb ik er wel een beetje mijn twijfels bij. Want hobbyisme is de Tweede Kamer niet vreemd. Ik zou de minister daarom willen oproepen om er echt voor te zorgen dat de focus op de afspraken die zijn gemaakt met de regio, ook echt in stand blijft. Daarop moeten we blijven focussen. Ik wil de brede welvaart niet in zijn totaliteit afschrijven, want er zitten hele waardevolle zaken in, maar er zitten ook zaken in die met deze situatie helemaal niets van doen hebben en die je eigenlijk in het hele land zou willen aanpakken. Mijn oproep is: hou het zuiver, en vermeng het de komende jaren niet met allerlei nieuwe dingen.

Minister Heerma:
De Kamer controleert het kabinet, en niet andersom. Dus als de heer Flach aangeeft dat de Kamer ook aan hobbyisme doet, dan kan ik daar vanuit mijn positie niet in meegaan. Dus op het moment dat fracties in de Kamer onderling van elkaar vinden dat ze dat doen, dan moet dat debat in de Kamer plaatsvinden. Voor het kabinet geldt dat de zorgplicht en de manier waarop we die inrichten een serieuze zaak is en dat we dat dus ook serieus zullen doen.

De voorzitter:
Dank u. Ik zou de minister willen verzoeken om te wachten totdat de interruptie is afgerond en hij het woord van de voorzitter krijgt.

Minister Heerma:
Ja, u heeft gelijk.

De voorzitter:
U bent enthousiast; dat zie ik aan u. Daar ligt het niet aan.

Minister Heerma:
Ik was aangespoord om tempo te maken, maar ik zal me inhouden, voorzitter.

De voorzitter:
We willen ook graag de beeldregie goed laten verlopen.

De heer Clemminck (JA21):
Ik kan de minister goed volgen, hoor, in zijn argumentatielijn waarom hij niet kiest voor een resultaatsverplichting, maar wel voor een zorgplicht. In de argumentatielijn mis ik nog een onderdeel. Ik ben even benieuwd naar de reflectie van de minister. Ik mis namelijk dat je bij een resultaatsverplichting ook een groot deel van de politieke ruimte van deze Kamer, ook van toekomstige meerderheden in deze Kamer, kleiner maakt, en ook het budgetrecht kleiner maakt. Het kan natuurlijk dat de Tweede Kamer in de toekomst hierin een andere keus wil maken, omdat ze met een andere context en een andere politieke samenstelling zit. Die argumentatielijn miste ik nog. Ik ben benieuwd of de minister dat ook een relevante argumentatielijn vindt voor de keuze die hij maakt.

Minister Heerma:
Formeel — dat is ook de discussie met de Raad van State geweest — heeft de Kamer budgetrecht; dat is gewoon een feit. Dat verandert niet door de keuze voor een zorgplicht of voor een resultaatplicht. In de eerste termijn was soms ook de suggestie dat doordat de Kamer budgetrecht heeft, dit een wassen neus zou zijn. Dat werp ik echt verre van me. Er is feitelijk gewoon budgetrecht in de Kamer. Dat zou er in theorie ook toe kunnen leiden dat de Kamer zegt: de ambities zijn te ambitieus. Ik acht dat niet heel waarschijnlijk, ook niet over een aantal jaar. Maar de Kamer heeft daar keuzes in te maken. Dat is niet afhankelijk van een zorgplicht of een resultaatsverplichting. Stel dat de hypothetische situatie zich voordoet dat het kabinet voor een doelstelling gaat en de Kamer vraagt of het niet een onsje minder kan. Dat is een hele rare situatie, en nogmaals: ik denk niet dat dat gaat gebeuren.

Zou ik het bruggetje mogen maken naar de gesprekken met de regio? Daarover liggen ook twee amendementen voor. Verschillende fracties hebben hier ook vragen over gesteld. Dat is niet zo gek, want de brief die vanuit de regio, vanuit de gemeentes en de provincies, is gekomen, gaat hier ook heel expliciet op in. Verschillende fracties hebben dus de vraag gesteld hoe het kabinet het gesprek gaat voeren over de Staat van Groningen en het uitvoeringsprogramma Rijk.

De BBB en het CDA hebben gevraagd naar de termijn waarbinnen het kabinet een reactie stuurt op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Die betreft inderdaad acht weken. In 2025 hebben we gezien dat dit een realistische termijn is. Ik vind het ook belangrijk om niet te lang te wachten met het bespreken van de bevindingen. Dat helpt om waar nodig snel aan de slag te kunnen gaan met de conclusie.

De SGP heeft gevraagd of de reactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe gezamenlijk van het Rijk en de decentrale overheden is. Dit is niet het geval. Waarom is dit niet het geval? Omdat het kabinet verantwoording aflegt over de uitvoering van de taken en bevoegdheden die de wet voor het kabinet heeft vastgelegd. Daarmee gaan wij ook naar de Kamer toe. Het kabinet neemt de inbreng van de regio wel heel serieus. De PVV heeft gevraagd uit te leggen of het overleg over de Staat van Groningen en Noord-Drenthe verschilt van het overleg dat plaatsvindt volgens de Gemeente- en Provinciewet. Juist vanwege de specifieke verplichtingen die dit wetsvoorstel aan het kabinet oplegt, heeft het overleg dat we hierover voeren een ander karakter. Het kabinet wil niet over, maar mét Groningers en Noord-Drenthe over het beleid praten.

Dat brengt mij bij de amendementen.

Ten eerste het amendement — dat is volgens mij het nieuwste amendement — van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff dat volgens mij vanochtend ingediend is, op stuk nr. 26. Dat gaat over de wederkerigheid van het overleg. Dit is even het bruggetje van waarom ik tegen een resultaatsverplichting ben en waarom ik wel respect en waardering heb voor de brief die de provincie en gemeenten gestuurd hebben. Ik snap de zorg heel erg: worden we serieus genoeg genomen? Onder anderen de heer Flach gaf ook aan: dit overleg heeft misschien toch een ander karakter dan andere overleggen, want het zijn medeoverheden; je staat samen voor een verantwoordelijkheid. Ik wil daarbij zeggen dat ik het overleg met de maatschappelijke organisaties in Groningen óók heel erg belangrijk vind; daar wil ik niks aan afdoen. Tegelijkertijd snap ik de zorg van de medeoverheden en ook die van de Kamer. Ik wil het amendement op stuk nr. 26 dus oordeel Kamer geven. Dit wetsvoorstel regelt een verplichting voor het kabinet om in overleg te gaan over de Staat van Groningen en Noord-Drenthe met de regionale overheden, maatschappelijke organisaties en de vertegenwoordiging van bewoners. Dat bindt het kabinet om over de resultaten te praten en verbetersuggesties op te halen. Indien daar vanuit decentrale overheden behoefte aan is, kunnen zij zelf aanvullend overleg initiëren. Het overleg vindt plaats op basis van wederkerigheid. Dat betekent dat het kabinet gemotiveerd zal ingaan op de standpunten die de decentrale overheden inbrengen. Dat betreffende het amendement op stuk nr. 26.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 26: oordeel Kamer.

Minister Heerma:
Klopt.

Dan het amendement op stuk nr. 31 van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman. Dat gaat over het versterken van de rol van decentrale overheden bij het uitvoeringsprogramma van het Rijk. Dit amendement regelt dat de inbreng van decentrale overheden zwaarder weegt in de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma van het Rijk door ze een grote rol te geven in het overleg hierover. Indien de minister voornemens is af te wijken van de uitkomsten van het overleg, wordt de minister verplicht dit gemotiveerd toe te lichten aan beide Kamers van de Staten-Generaal.

Ik heb sympathie voor dit amendement, maar ik heb er ook een probleem mee. Ik heb in mijn eerste wetsbehandeling een paar weken geleden met mevrouw Bikker staan onderhandelen over een amendement, dus ik wil hier ook kijken of we ergens kunnen komen. Het amendement zegt namelijk dat "in overleg" wordt vervangen door "in op overeenstemming gericht overleg". Het kan best zo zijn dat negen van de tien partijen aan tafel het met elkaar eens zijn en één niet. Het kan ook zo zijn dat twee medeoverheden het onderling met elkaar oneens zijn. Ik zou dit amendement oordeel Kamer kunnen geven als het wordt aangepast. Ik denk aan de aanpassing dat er alleen verantwoording wordt afgelegd aan beide Kamers als er geen overstemming is bereikt over een standpunt dat de regio als collectief heeft ingebracht. Daarmee voorkom je de situatie dat er een reden is om wat het amendement verplicht te gaan doen als de overgrote meerderheid het eens is, maar eentje niet. Dat is heel goed mogelijk, want ook medeoverheden zijn het niet altijd met elkaar eens. Tegelijkertijd snap ik dat een amendement dat meer de rol van de medeoverheden borgt — dat vind ik eigenlijk in het verlengde van de wederkerigheid — ook het vertrouwen en de balans in het gesprek kan helpen. Met een dergelijke aanpassing zou ik het dus oordeel Kamer kunnen geven.

De voorzitter:
We kijken even naar de indieners.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Dank voor het meedenken van de zijde van het kabinet op dit punt. Inderdaad, het doel van dit amendement is natuurlijk om de positie van de regio te versterken. Op het moment dat daar een andere opvatting leeft dan bij het Rijk, wordt er in ieder geval aan beide Kamers gemeld: we zijn het niet eens. De doelstelling is natuurlijk dat de positie van de regio en het Rijk gelijkwaardig is en dat ze het wél eens worden. Volgens mij vinden we elkaar daarin dus. Ik zal er even heel goed naar kijken, want het gaat wel over wetgeving, maar ik denk dat we er met een dergelijke formulering vast uit gaan komen.

De voorzitter:
Oké. Als ik het goed begrijp, wordt het amendement op stuk nr. 31 aangepast en kan het dan oordeel Kamer krijgen.

Minister Heerma:
Laten we dan voor de zuiverheid het volgende zeggen. Mocht het nodig zijn dat er behoefte is aan meedenken van de kant van het departement, zijn we daar altijd toe bereid. Als het amendement is ingediend, komen wij in een brief nog met het definitieve oordeel op het amendement.

De voorzitter:
Ik word er even op gewezen dat het amendement technisch gezien nu ontraden is, tenzij het aangepast wordt. Dan komt er nog een brief van de zijde van het kabinet.

Minister Heerma:
Ik denk dat de griffier dit heel zuiver doet. Het is in zijn huidige vorm ontraden. Als het aangepast wordt langs deze lijnen, kan ik het oordeel Kamer geven. Mocht het aangepast zijn en opnieuw worden ingediend, dan zullen we het oordeel schriftelijk nog doen toekomen.

De BBB stelde de vraag wat er gebeurt als doelen en streefwaarden voor brede welvaart en verduurzaming niet worden gehaald. "Welke concrete consequenties verbindt het kabinet daaraan?" Als de doelen en streefwaarden waaraan het kabinet zich met zijn generatielange inzet heeft verbonden, niet worden gehaald, dan kunt u de minister, in dit geval mij, daar politiek op aanspreken. Daarnaast wordt het kabinet met dit wetsvoorstel jaarlijks verplicht om in de kabinetsreactie op de Staat van Groningen en Noord-Drenthe aan te geven welke maatregelen nodig zijn om de doelen wél te kunnen halen. Welke maatregelen dat zijn, hangt af van de specifieke situatie. Dit is eigenlijk nog een specificatie op het algemene verhaal dat ik al gedaan heb. Maar dit was een vrij specifieke vraag.

De heer Kops vroeg hoe in de Staat van Groningen wordt gerapporteerd over zaken als gezondheid en geletterdheid, waarbij veranderingen geleidelijk plaatsvinden. De heer Kops maakt hier een terechte opmerking. Veranderingen in brede welvaart, waaronder gezondheid en opleidingsniveau, kosten tijd. Daarom kiest het kabinet ook voor een generatielange aanpak. Als het gaat om het verhogen van brede welvaart, zal het meerdere jaren duren voordat duidelijke trends in de data zichtbaar worden. De Staat van Groningen zal elk jaar de meest recente beschikbare data tonen. Maar het klopt: in de eerste jaren zal het wellicht te vroeg zijn om op sommige onderdelen hieraan al conclusies te kunnen verbinden. Voor overige onderwerpen in de Staat van Groningen ligt dat overigens anders. Voor de voortgang in de schadeafhandeling en de versterking- en de verduurzamingssubsidies geldt dat je daar sneller op kan bijsturen.

Groep Markuszower had de vraag of de brede welvaart niet tot rechtsongelijkheid kan leiden. Zij haalde daar de gemeente Tynaarlo bij aan, want deze gemeente scoort al goed op brede welvaart. Heeft deze dan geen recht op investeringen? Brede welvaart betekent dat iedereen mee moet kunnen doen en dat rechtvaardigt soms aanvullende inzet op plekken waar de opgave ten aanzien van het verhogen van de brede welvaart groter is. Los van de kwaliteit van de initiatieven hebben we ook nadrukkelijk oog voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen. Daar waar de noodzaak het grootst is, investeren we extra. Dat zie ik niet als rechtsongelijkheid. De focus van de agenda ligt niet op "wie krijgt hoeveel", maar op "hoe versterken we samen de brede welvaart van de hele regio en de achtergebleven plekken in het bijzonder".

Mevrouw Bikker en ik geloof ook de heer Bushoff hebben iets gevraagd over de jeugd. Geldt ook in Groningen "de jeugd heeft de toekomst"? Hoe wordt uitwerking gegeven aan de motie-Bikker om jongeren inspraak te geven? Ja, de jeugd heeft de toekomst. Dat geldt ook voor Groningen. Het betrekken van jongeren is een speerpunt voor het herstel van Groningen. De sociale en economische agenda gaat over hen, de toekomstige generatie. Daarom investeren we 30 jaar in deze agenda's. Er is al heel veel gerealiseerd. Bij het opstellen van de agenda's zijn jongeren al betrokken, bijvoorbeeld met hackathons en jongerentoppen. Volgend jaar werk ik aan een structurele aanpak hiervoor. Ik verwacht deze zomer nog aan de slag te gaan met jongeren. Ik informeer de Kamer hierover na de zomer.

Dan ga ik naar het blokje schade. Mochten mensen nog over zorgplicht wat willen vragen …

De voorzitter:
Ik zie dat dat niet het geval is.

Minister Heerma:
Die illusie had ik ook niet.

Bij de amendementen over daadwerkelijk herstel zijn er drie ingediend die betrekking hebben op de €60.000 grens. Er is ook nog een amendement over de finaliteit.

Allereerst de vragen. De heer Kops van de PVV vroeg: welke ontwikkelingen anders dan prijzen kunnen leiden tot het aanpassen van het grensbedrag van €60.000 bij daadwerkelijk herstel? Leidend voor het vaststellen van het grensbedrag is dat het merendeel van de schademeldingen binnen het grensbedrag kan worden hersteld. Op dit moment is dat grensbedrag nagenoeg in alle gevallen toereikend om de schade te kunnen herstellen. Dat gaat om 98%. Ik meen dat de gemiddelde schade €16.000 bedraagt. Dat ligt dus echt veel lager dan de €60.000. Ik heb het IMG gevraagd om te signaleren als er, om welke reden dan ook, aanleiding is om het grensbedrag bij daadwerkelijk herstel aan te passen, bijvoorbeeld als de maatregel niet meer past bij de omvang van schades die het IMG tegenkomt.

Dan hebben zowel het CDA als GroenLinks-PvdA de vraag gesteld of ik het beeld herken dat met de regeling rond veronderstelde schade en daadwerkelijk herstel juist de zwaarst gedupeerden in deze constructie relatief minder profijt hebben, en hoe de belangen van de zwaarst gedupeerden meegewogen zijn in deze regeling. Er is bewust voor gekozen om in het hele effectgebied te werken met één grensbedrag van €60.000, in lijn met de aangenomen Kamermotie hierover. Het doel hiervan was om nieuwe grenzen en verschillen juist zo veel mogelijk te voorkomen. Veruit de meeste schademeldingen blijven onder dit grensbedrag. Bij een kleine groep die hierboven komt, speelt de oppervlakte van de woning de grootste rol, en een veel grotere rol dan de locatie van het aardbevingsgebied. Bewoners die meer dan €60.000 schade hebben, kunnen ervoor kiezen om in ieder geval de schade tot €60.000 te laten herstellen met daadwerkelijk herstel, of kunnen kiezen voor de maatwerkregeling. Ook in het gebied waar veel aardbevingen zich voordoen, zal daadwerkelijk herstel tot €60.000 voor het overgrote deel van de bewoners een oplossing zijn.

De heer Kops vroeg of de twee opties die er zijn bij daadwerkelijk herstel kunnen leiden tot verschillende uitkomsten. Die leiden niet tot verschillende uitkomsten. Het IMG stelt bij daadwerkelijk herstel vast welk budget er nodig is voor het herstellen van schades. Het geraamde budget is het uitgangspunt voor zowel de aannemer die de bewoner aanstelt als voor de aannemer die het IMG inschakelt. Overigens wordt in het geraamde budget altijd rekening gehouden met een deel onvoorzien.

Groep Markuszower vroeg hoeveel geld het kabinet bij daadwerkelijk herstel aan het Noorden denkt te kunnen overmaken. Tot hoever zijn onze zakken gevuld en kunnen we de carte blanche invullen? Gaat deze maatregel straks niet tot georganiseerde teleurstelling leiden? Laat ik vooropstellen dat de schadeafhandeling koste wat kost en zo lang als nodig is zal worden uitgevoerd. De schadeafhandeling wordt door het IMG uitgevoerd, dat hier jaarlijks een kosteninschatting van maakt. Een exacte inschatting hangt daarnaast af van de keuze uit de verschillende fysieke maatregelen die kunnen worden aangevraagd. Ik kan daarom niet exact aangeven hoeveel geld er voor daadwerkelijk herstel in de toekomst uitgegeven zal worden en hoeveel er na 2031 nodig zal zijn.

De heer Bushoff en mevrouw Beckerman gingen vrij expliciet in op de voortgang van duurzaam en vooral daadwerkelijk herstel. Dat aantal van veertien werd door mevrouw Beckerman een aantal keer aangehaald. Hier past een nuancering bij en die wil ik uitleggen. Zowel voor daadwerkelijk herstel als voor duurzaam herstel geldt dat het IMG de afgelopen jaren een volledig nieuwe werkwijze heeft moeten inrichten. Voor duurzaam herstel gaat het om ingrijpende constructieve verbouwingen. Ook de lage cijfers in 2025 bij daadwerkelijk herstel verdienen dus nuancering. Voor daadwerkelijk herstel geldt dat het IMG bijna 1.000 aanvragen heeft behandeld en toegekend. Deze bewoners hebben vanaf dat moment vijf jaar de tijd om schades te laten herstellen. Zij kunnen dit zelf inplannen in een periode die hen uitkomt, bijvoorbeeld op een moment dat ze andere werkzaamheden aan hun pand laten verrichten. Het aantal adressen dat vorig jaar is opgeleverd, de door mevrouw Beckerman aangehaalde veertien, ziet alleen op de bewoners die het herstel in hetzelfde jaar hebben afgerond. Ook heeft het IMG vorig jaar een aantal zaken geconstateerd die de uitvoering eenvoudiger en sneller kunnen maken. Hier zijn aanpassingen voor gedaan die moeten bijdragen aan een verdere versnelling en versimpeling van de uitvoering, waar uw Kamer volgens mij via een brief al over is geïnformeerd.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman heeft daar nog een vraag over, zie ik.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, dat klinkt natuurlijk als een mooie nuance: het ligt meer aan de bewoners en het moment van kiezen. Dat bedoelde ik niet eens zo vervelend. Het probleem is wel dat we over beide regelingen al behoorlijk wat klachten van gedupeerden krijgen. Ik druk het kabinet wel op het hart om daarnaar te luisteren. Neem het duurzame herstel. Ik weet niet of deze minister daarbij was, maar ik heb hier zo vaak gestaan met die poster, van: dit deel van de scheur, in de muur, wordt wel vergoed en dit deel niet, terwijl het toch duidelijk één scheur is. Dat gaat nog steeds niet goed, en bewoners worden ook nog eens heen en weer gestuurd: past dit nou bij de NCG, die een deel doet, of bij het IMG? Dat wil ik de regering wel even op het hart drukken. Er is niet alleen het verhaal over wanneer de bewoner kiest. Het zit complexer in elkaar. Bij het daadwerkelijke herstel hebben alle mensen die nu aan de beurt zijn geweest twee rapporten moeten krijgen. Dat is niet zoals het ooit beloofd is, en ik wil daar wel erkenning voor vragen.

Minister Heerma:
De nuancering die ik plaatste, was met name op dat getal veertien gericht. Als je die veertien namelijk hoort, denk je: jeetje, er is maar veertien keer gebruik van gemaakt. Het is bijna 1.000 keer, ruim 900 keer, behandeld en toegekend, en daarna is er vijf jaar de tijd voor. Het is niet bedoeld om te zeggen: het ligt aan de bewoner. Dat was niet de aard van wat ik probeerde te zeggen. Als dat beeld bij mevrouw Beckerman is opgeroepen, wil ik dat nuanceren. Aan het einde van mijn antwoord gaf ik ook aan dat het IMG vorig jaar een aantal zaken heeft geconstateerd die niet goed gaan in de uitvoering en die eenvoudiger en sneller moeten. Er is dus erkenning van het feit dat er dingen niet goed gaan, en daar wordt ook aan gewerkt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga nog één keer door op dat duurzame herstel, omdat je daar echt verhalen over hoort. Ik probeer het kort te houden. We hebben de afgelopen jaren gezien dat bewoners vaak tussen twee instituten kwamen te zitten, namelijk het IMG en de NCG. Ze kregen de belofte dat die twee samenwerkten, maar kregen vervolgens aan de telefoon te horen: o, u wilt een gezamenlijk dossier; dan moet u de derde persoon bellen, want die gaat over de samenwerking. In plaats van één iemand kwamen er dus drie mensen. We zien datzelfde eigenlijk ook weer een beetje gebeuren bij dat duurzaam herstel. Daar worden rapporten voor gemaakt die binnen deze regeling vallen, om te kijken hoe hoog uiteindelijk het totale versterkingsbedrag uitvalt. Het is voor veel mensen — ik hoop dat de minister dat erkent — weer een nieuw rapport waarop ze moeten wachten, terwijl ze wachten op een aanpak voor dat ene huis waar ze al zo lang in vastzitten.

Minister Heerma:
Vindt u het goed als ik hier in de tweede termijn op terugkom? Dit is zo'n specifieke vraag.

De voorzitter:
U heeft nog een interruptie van mevrouw Armut van het CDA.

Mevrouw Armut (CDA):
Misschien nog even ter verduidelijking. We hadden het erover dat daadwerkelijk herstel inderdaad voor ongeveer 98% afdoende is. De minister voegde daar nog aan toe dat als mensen daarbuiten vallen, dat vaak op basis van woonoppervlakte gebeurt. De vraag die onder anderen ik stelde, betrof het feit dat de zwaarst gedupeerden erbuiten kunnen vallen. Dat gaat dus niet over mensen die heel veel woonoppervlakte hebben. Dat gaat echt om andere redenen, bijvoorbeeld omdat er gewoon sprake is van heel veel schade. Zwaar gedupeerden dreigen er dus gewoon buiten te vallen. De vraag is eigenlijk of de minister kan aangeven welke afweging er in dat kader is gemaakt en of hij dat beeld ook herkent.

Minister Heerma:
Om te beginnen: in het zwaarst getroffen gebied … Het is altijd heel lastig om te zeggen wat nou de kern is, omdat aardbevingen op verschillende plekken voorkomen. Als we proberen om dat zo goed mogelijk te bekijken, zie je dat het percentage dat buiten die €60.000 valt, juist iets groter is buiten de kern van het gebied. Dat is dus kleiner dan die 2% in het kerngebied en wat groter daarbuiten, omdat de relatie dus niet met de plek te maken heeft waar de zwaarste aardbevingen zijn. De relatie is daadwerkelijk verbonden aan de grootte van de woningen. Ik wil het niet te plat maken, maar de kans is groot dat je daar in Haren sneller tegenaan loopt dan in Loppersum, vanwege de grootte van de woningen. Dat zien wij in de cijfers.

Daarnaast — daarmee ga ik in op de vraag die wordt gesteld — is deze regeling heel ruim. In het oorspronkelijke voorstel was het €40.000. Dat is opgehoogd naar €60.000. Daarmee valt 98% erin. Het gaat erom dat we alle schade herstellen, zonder te kijken naar de oorzaak ervan. De werkwijze ligt een beetje in lijn met de vaste eenmalige schadevergoeding, maar het is een veel ruimere vergoeding, waar de Raad van State terecht over zegt — een deel van de inbreng van de heer Clemminck ging daar ook over — dat de relatie tussen daadwerkelijke, aan aardbeving en gaswinning gerelateerde schade hierdoor kleiner wordt. Daarom heeft het kabinet in de beantwoording ook al aangegeven dat niet alles hiervan op de NAM te verhalen is, omdat dat wordt losgelaten. Als je kijkt naar de kaders die daarvoor gesteld worden, dan denk ik echt dat die grens van €60.000 redelijk is. Daarnaast geldt dat er nog andere mogelijkheden zijn. Mensen kunnen toch voor die €60.000 kiezen en een deel niet herstellen of een deel zelf betalen. Maar ze kunnen ook gewoon voor die maatwerkoptie kiezen, want die is er ook. Het is een hele grote versimpeling die in veruit de meeste gevallen een oplossing biedt, zonder het risico dat we doorschieten wat betreft de zaken waar de Raad van State eigenlijk ook al voor waarschuwt bij de regeling die er nu al geldt, zou ik bijna zeggen.

Mevrouw Armut (CDA):
Ik snap helemaal wat de minister zegt. Ik ben het daar ook mee eens. Dat is heel ruimhartig en het is voor heel veel mensen afdoende. Ik ben wel op zoek naar het volgende. We weten dus dat er mensen zijn die tussen wal en schip vallen. Daar refereerde mevrouw Beckerman in haar woordvoering volgens mij ook al aan. Ik denk dat we met z'n allen op zoek zijn naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat we juist zulke zware gevallen weten te bereiken. De mensen die het misschien niet zo heftig hebben meegemaakt als zij weten we namelijk eerder te bereiken. Ik ben daar dus naar op zoek. Ik snap het als dat een maatwerkregeling is, maar is de minister het dan wel met het CDA eens dat de mensen die zo'n zwaar geval hebben, niet totaal door de mangel gehaald moeten worden en dat we ze op een of andere manier moeten helpen? Het kan dus niet zo zijn dat het IMG en de NCG zeggen: dit is niet onze taak. Iemand moet het doen. Iemand moet daar verantwoordelijkheid voor nemen.

Minister Heerma:
Daar zijn de afgelopen periode ook stappen in gezet. Er is een werkwijze ontwikkeld. Daar is ook het noodteam voor. Er wordt dus aan gewerkt. Deze regeling is niet specifiek daarvoor in het leven geroepen.

Ik zit te twijfelen welk amendement ik ga behandelen. Ik ga nu eerst even de drie amendementen behandelen die hierop zien en dan maak ik even de sprong richting finaliteit, omdat dat er niet helemaal los van gezien kan worden. Er was een specifieke vraag over, maar ik behandel eerst de drie amendementen.

De voorzitter:
Ik denk dat de heer Bushoff nog een interruptie heeft over de voorgaande discussie.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, toch nog een vraag daarover. De minister gaf het best wel mooi aan. In Nij Begun staat: we willen mensen eigenlijk niet meer belasten met al die juridische procedures, we willen hen eigenlijk vrijwaren van al die bureaucratie en dat wantrouwen. De minister zei: precies daarom leggen we nu in deze wet vast dat tot €60.000 dat causaal verband niet hoeft te worden aangetoond. Dat waren ongeveer de woorden van de minister. Hij zei dat, terecht, bevlogen. Tegelijkertijd geldt dat voor een deel van de mensen niet. Erkent de minister dat ook?

Minister Heerma:
Volgens mij heb ik dat zojuist in mijn beantwoording al gedaan. Ik heb ook uitgelegd wat de reden daarvoor is en dat die grens al behoorlijk omhoog is gegaan op verzoek van een Kamermeerderheid, met de risico's waar de Raad van State op wijst en waar volgens mij de heer Clemminck in ongeveer zijn hele inbreng naar verwees.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Zeker, maar om ook even het beeld weg te nemen … Ik zeg niet dat de minister probeerde te zeggen dat alleen mensen in Haren dan in aanmerking zouden komen. Maar voor de duidelijkheid: er zitten mensen in Groningen echt in de ellende, ook in het kerngebied, maar in ieder geval op plekken waar veel aardbevingen zijn. Dat gaat misschien inderdaad om grote woningen. Ze zitten jarenlang vast; dan heb ik het over het moeten bewijzen wat door aardbevingsschade komt. Zij zijn eigenlijk nog steeds niet geholpen met de wet die nu voorligt. De vraag is: wat gaat er de komende periode anders gebeuren om deze mensen wél te helpen en om ervoor te zorgen dat zij niet in dat bureaucratisch moeras verdwijnen waarin de afgelopen jaren te veel mensen zijn verzand?

Minister Heerma:
Het is terecht dat de heer Bushoff mij deze vraag stelt en naar de start ervan vraagt. Wat ik wilde zeggen met mijn antwoord is dat het te makkelijk is om te denken dat dit vooral in de kern van de aardbevingen een probleem zou zijn. Ik wil het beeld dat dat het geval is, ontkrachten. Onze cijfers laten iets anders zien. Ik moet daarmee ook niet het beeld oproepen dat alleen mensen in villa's deze problemen hebben. Als dat het beeld is wat ik bij de heer Bushoff heb opgeroepen, dan wil ik dat rechtzetten. Het is wel zo dat op basis van wat wij zien de grootte van de woning een veel grotere bepalende factor is dan de vraag of er veel aardbevingen in de buurt zijn. En ja, het klopt dat niet alle problemen met deze regeling opgelost worden, maar binnen de grenzen van wat ik verstandig acht, is het een hele grote stap. Daarnaast geldt dat je voor de hele moeilijke gevallen specifiek aandacht moet hebben. De afgelopen jaren is daar al het nodige op gedaan.

De voorzitter:
De heer Bushoff, afrondend.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Er zijn natuurlijk ook grotere woningen in plattelandsgemeenten, dorpen et cetera. Die zijn er ook. Laten we dat duidelijk hebben. Dat gezegd hebbende, denk ik, als ik de minister zo beluister, dat uit de appreciatie van de amendementen straks zal blijken dat een van de voorstellen om het grensbedrag van €60.000 los te laten, waar mijn collega Beckerman en ik voor pleiten, niet op de steun van de minister kan rekenen. Hier worden we het op dit moment wellicht niet over eens. Ik zoek nog wel naar iets meer. Wat gaat deze minister extra doen voor de gevallen waar we het net over hadden? Hij zegt dat er in het verleden al best wel wat aan is gedaan. Ik vraag me af of de mensen die nu nog steeds in de ellende zitten en door de bomen het bos niet meer zien, daar voldoende vertrouwen uit putten.

Minister Heerma:
Om te beginnen: wat we hier doen, is echt een goed voorstel. Dit gaat echt problemen oplossen. De heer Bushoff vraagt of ik kan aangeven wat ik nog extra ga doen. Daar kom ik, met enige clementie, in tweede termijn op terug.

Dan de amendementen, te beginnen bij het amendement-Kops op stuk nr. 27. Ik heb getwijfeld over het oordeel over dit amendement. Ik zou kunnen zeggen dat het overbodig is, want de memorie van toelichting geeft al aan dat het niet de bedoeling is dat het bedrag naar beneden kan gaan. Ik zou dan in de discussie terecht kunnen komen dat ik de achterdeur daarvoor open wil houden. Ik heb daarom besloten om dit amendement toch oordeel Kamer te geven, waardoor elke suggestie — hoewel de memorie van toelichting al duidelijk is — dat hier expliciet de ruimte wordt opengelaten om het bedrag te verlagen wordt weggenomen. Dat is ook in lijn met wat de Kamer zo expliciet gezegd heeft, namelijk: dit is de grens die er moet zijn. De consequentie hiervan is wel dat, mocht de Kamer dit in de toekomst anders zien, wat ik niet verwacht, je een wetswijziging nodig hebt om dit te veranderen.

De voorzitter:
Daarmee krijgt het amendement op stuk nr. 27 oordeel Kamer?

Minister Heerma:
Ja, dat krijgt oordeel Kamer.

Ik heb hier een amendement-Bushoff staan, maar volgens mij zijn er geen amendementen van de heer Bushoff meer. Dat zijn inmiddels amendementen-Bushoff/Beckerman. In dit geval is het volgens mij het amendement-Bushoff/Beckerman op stuk nr. 32. Aanvankelijk was dat wel het amendement-Bushoff, onder een ander nummer. In het amendement op stuk nr. 32 wordt voorgesteld om een voorhangprocedure in het wetsvoorstel te amenderen. Dat kan ik ook oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 32 krijgt oordeel Kamer. Ik moet dat herhalen, minister. Dat doe ik dus netjes, voor de orde van de Kamer.

Minister Heerma:
Dat doet u heel goed. Vooral doorgaan. Iemand moet orde in deze chaos scheppen. Dat is een schone taak.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Heerma:
Dat amendement geef ik oordeel Kamer. De ophoging van 40.000 naar 60.000 is tot stand gekomen onder de nadrukkelijke uitspraak van de Kamer. Ik snap de wens dat als daar iets in verandert daarbij een voorhangprocedure plaatsvindt.

De heer Bushoff liep er al op vooruit: het amendement op stuk nr. 33, om het grensbedrag volledig los te laten, moet ik ontraden. Bij het daadwerkelijke herstel wordt niet langer gekeken naar de schadeoorzaak. Dat betekent dat ook schades die in heel Nederland voorkomen, bijvoorbeeld door verdroging of ouderdom, worden hersteld, maar dan alleen specifiek in Groningen en Noord-Drenthe. Daarnaast zorgt het volledig loslaten van het grensbedrag voor nieuwe verschillen, zowel binnen als buiten het effectgebied. Denk aan bewoners die net buiten het gebied wonen waarin het IMG schades afhandelt. Ik heb al gezegd dat de Raad van State in zijn advies überhaupt heeft gewaarschuwd voor deze vorm van schadeafhandeling, ook omdat in 2024 de uitgekeerde causale schade net onder de €16.000 zat. Ik vind de nu voorgestelde vormgeving goed te verdedigen, maar dat zou anders worden als je het grensbedrag totaal loslaat. Het grensbedrag is in lijn met de eerder aangenomen Kamermotie. Uit de praktijk blijkt dat het zeer beperkt voorkomt dat schades het grensbedrag overschrijden. Daarnaast zou dit amendement ook financieel een enorm beslag hebben. Dat is allemaal waarschijnlijk niet meer verhaalbaar op de NAM. Ik moet dit amendement dus ontraden, indachtig alles wat ik hiervoor gezegd heb.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 33 is daarmee ontraden. Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik kijk even naar de drie argumenten. Geld. Dat vind ik een pijnlijke, gezien "koste wat kost" en het feit dat dit gaat over schades die daadwerkelijk bestaan. Dat erkent de minister ook. Dat is argument één. Argument twee is nieuwe ongelijkheid. Dat is niet helemaal aan de indieners te verwijten. Zij hebben dit vrij consequent gezegd, ook al bij Nij Begun. Toen hebben we dit voorstel ook ingediend. Het derde punt gaat over de rest van Nederland. Maar dat klopt niet, want dat geldt ook voor de schades van 60.000, 40.000 en 16.000. Waarom wordt dit argument wel bij deze groep zwaar gedupeerden gebruikt en niet bij die anderen? Dit gaat namelijk gewoon mee in dezelfde logica als die andere schades, die iets kleiner zijn.

Minister Heerma:
Ik heb meer argumenten gebruikt bij dit blok. Ik heb naar de Raad van State verwezen. Ik heb ook verwezen naar het feit dat dit een heel ruime regeling is, die veruit de meeste gevallen kent en die ook in lijn is met de vormgeving van de eenmalige schaderegeling die er al was. Ik moet dit amendement ontraden.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ook "de Raad van State" is natuurlijk een wat ingewikkeld argument, want die is ook niet voor die regeling. Die vindt 50.000 ook een heel hoog bedrag. De essentie blijft: waarom zou je die hele kleine groep zwaar gedupeerden, die vaak al heel erg lang wachten, nou niet op eenzelfde manier behandelen als anderen, wetende hoe zwaar die strijd voor heel veel mensen al is?

Minister Heerma:
Omdat we met deze hele ruimhartige regeling de relatie loslaten. Er wordt totaal geen onderzoek meer gedaan naar de oorzaak van schade. Er was aanvankelijk een grens van 40.000 voorgesteld. Daar was de Raad van State al heel kritisch op. De Kamer heeft er 60.000 van gemaakt. Ik vind dit nog verdedigbaar, maar dat helemaal loslaten moet ik echt ontraden.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, afrondend.

Mevrouw Beckerman (SP):
Wat gaat de minister dan doen voor deze groep? Hij erkent natuurlijk wel dat die bestaat.

Minister Heerma:
Ik heb zojuist tegen de heer Bushoff gezegd dat …

De voorzitter:
Minister, één moment. Mevrouw Beckerman was nog midden in haar interruptie.

Minister Heerma:
O, excuus.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, maakt u uw interruptie af.

Mevrouw Beckerman (SP):
Als je erkent dat die groep bestaat — dit gaat echt over gedupeerden — dan vind ik dat je echt met een betere aanpak moet komen. Als je daarbij wel causaliteit gaat onderzoeken en moeilijk blijft doen, ook midden in de kern van het gebied, dan maak je opnieuw iets kapot. Tegen de rest van de mensen zeg je namelijk: voor u wel. Maar je zegt ook: voor u helaas niet.

Minister Heerma:
Ik heb net al richting de heer Bushoff aangegeven dat er voor die hele lastige gevallen al het nodige gedaan wordt. De aanvullende vraag was: wat kunt u nog extra doen? Die vraag stelt u nu opnieuw. Daar kom ik in de tweede termijn op terug.

Dan het amendement over de finaliteitsgrens, of eigenlijk het amendement om de finale kwijting helemaal te stoppen. Er zijn onder andere door het CDA vragen gesteld over de finaliteitsgrens. Er werd gevraagd hoe het nou zit met de grens van 2 millimeter per seconde en voornamelijk met die van 5 millimeter per seconde. Misschien is het beste voorbeeld dat ik daarbij kan gebruiken, de beving van 3,4 in Zeerijp. De vraag was namelijk als volgt. Stel, je zit aan die grens en er komt een beving. Kun je dan opnieuw aanspraak doen? Wat is de voorwaardelijkheid van die finale kwijting?

Bij de zwaarste van de twee bevingen die 14 november in Zeerijp hebben plaatsgevonden, is de grens van 5 millimeter per seconde bij 52.000 adressen doorbroken. Bij een zware beving vervalt die finale kwijting. Dat is ook onderdeel van de beantwoording van de vragen die mevrouw Bikker en de heer Köse stelden. Hoe zit het nou met gedupeerden die onverhaalbare schade hebben in dit soort situaties? De regels zijn zodanig dat als er een echte beving plaatsvindt … Dat aantal van 52.000 geeft echt aan dat die grens niet heel hoog ligt.

Dat is ook de vraag die mevrouw Armut van het CDA stelde. Zij pakte een hypothetische casus waarin je al voor €50.000 schade hebt. Het antwoord daarop is ja. Als er een significante bodembeweging gerelateerd is aan gaswinning, dus als er een aardbeving of bodemdaling plaatsvindt, dan kunnen bewoners gewoon een nieuwe schademelding doen. Daar zit dus dat voorbeeld van die beving in Zeerijp in. Voor daadwerkelijk herstel geldt natuurlijk dat bewoners nieuwe schades die door mijnbouw zouden kunnen zijn ontstaan, sowieso gedurende vijf jaar tot aan die grens van €60.000 kunnen melden, ook zonder een nieuwe bodembeweging. Het kan voorkomen dat er tijdens deze periode een nieuwe bodembeweging plaatsvindt en de schade niet binnen het grensbedrag van €60.000 kan worden hersteld. In dat geval kunnen bewoners voor deze schade een nieuwe keuze maken tussen daadwerkelijk herstel, een vaste herhaalvergoeding of een maatwerktraject.

Het amendement rondom de finale kwijting moet ik ontraden. Dit amendement zou leiden tot een grote ontregeling van de schadeafhandeling. Bij maatwerk is al op voorhand duidelijk dat geen van de schade vergoed zal worden als deze niet door een bodembeweging veroorzaakt zou zijn. Dit kan tot hoge uitvoeringskosten en teleurstelling bij bewoners leiden. Daarnaast zou dit amendement ertoe leiden dat voor toekomstige kosten voor schadevergoedingen waarbij geen onderzoek wordt gedaan naar de schadeoorzaak, zoals bij daadwerkelijk herstel of forfaitaire vergoedingen, de schade niet langer te relateren is aan gaswinning. Deze regelingen kunnen dan tot in het oneindige worden aangevraagd. Hierdoor zullen deze schadevergoedingen niet langer verhaalbaar zijn op de NAM. Daar is geen dekking voor.

Ik wil benadrukken dat ik begrip heb voor de zorgen die aan dit amendement ten grondslag liggen, want natuurlijk moet nieuwe mijnbouwschade gemeld en vergoed kunnen worden en natuurlijk moeten we zorgen dat bewoners een goede keuze kunnen maken bij schadeafhandeling. Dit staat niet ter discussie. Bij nieuwe significante bevingen kunnen bewoners uiteraard nieuwe schades melden en vergoed krijgen, omdat de finaliteit dan doorbroken is. Ik moet dit amendement ontraden, omdat het echt tot hele grote consequenties en ontregeling van de schadeafhandeling zal leiden.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 28 is daarmee ontraden. Ik kijk even naar mevrouw Beckerman, want ik denk dat zij er nog wat over wil vragen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, sorry. Het lastige hieraan is het volgende. Ik voel mee met wat de minister zegt, namelijk dat er elke keer grote consequenties zijn. Tegelijkertijd weten we natuurlijk dat er in Nij Begun stond dat we eigenlijk af moeten van die trillingstool die gebruikt wordt. Die wordt met zo'n finale kwijting toch weer geïntroduceerd. We spreken ook met de juristen en advocaten die mensen bijstaan. Die zeggen: wij vinden dit zo'n draak van een clausule, omdat we gewoon zien dat echte schades hiermee moeilijker vergoed worden. Zou de minister niet ergens tot een oplossing kunnen komen? Dit is namelijk weer een trillingstool en weer een probleem waar gedupeerden tegenaan lopen.

Minister Heerma:
Ik moet oppassen dat ik niet te veel ga freewheelen. Over de trillingstool is discussie geweest. Als de trillingstool in individuele gevallen wordt ingezet, is dat alleen ten voordele van de bewoner. Als we het hebben over trillingen van 5 millimeter per seconde, dan gaat het over de aardbeving die plaatsvindt en het gebied waarbinnen die 5 millimeter per seconde plaatsvindt. Ik gaf het voorbeeld dat het bij de zwaarste van de twee bevingen in Zeerijp zou gaan om 52.000 huizen waarbij voorwaardelijke finale kwijting komt te vervallen. Maar het woord "trillingstool" ging in de discussie daarover volgens mij over individuele gevallen. Als de trillingstool in die gevallen wordt gebruikt, is dat alleen maar ten gunste van de bewoner.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, waarbij de Kamer nooit heeft begrepen wat ten gunste van de bewoner is, maar dat terzijde. De finale kwijting is gekoppeld aan een nieuwe aardbeving. Dat is voor een heel groot deel logisch, maar voor een deel ook niet, omdat we weten dat die schade niet alleen daardoor komt. Misschien is dit iets voor de tweede termijn, maar ik wil hier echt een keer over doorpraten met de minister, omdat we deze discussie eigenlijk al dertien jaar aan het voeren zijn. Die discussie gaat erover dat het instrument van trillingssnelheden niet afdoende is om alles te vatten en dat finale kwijting problematisch kan zijn in heel veel schadezaken, die ook met nieuw causaliteitsonderzoek gewoon worden erkend, alleen niet worden vergoed.

Minister Heerma:
Ik vind het prima om in de tweede termijn iets te zeggen over deze specifieke vraag. Wat blijft staan, is dat het helemaal loslaten van de finale kwijting echt tot een enorm probleem in de schadeafhandeling zal leiden. Het gaat dus geen ander oordeel over het amendement geven.

De voorzitter:
Helder. Klopt het dat wij bij het volgende blokje zijn?

Minister Heerma:
Ik ben heel even aan het bekijken of ik nog iets mis.

De voorzitter:
De minister heeft aangegeven dat hij er in de tweede termijn op terugkomt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Klopt. We zitten op een oplossingsrichting te broeden. We snappen de logica van de minister, namelijk: dan kun je alles melden. Onze logica is niet dat alles wat geen mijnbouwschade is, vergoed moet worden. Onze logica is dat mijnbouwschade vergoed moet worden. Wat je zou kunnen doen — dat is een suggestie aan de minister — is het volgende. Je zorgt ervoor dat er geen sprake is van finale kwijting, maar dat je wel een andere route op moet. Ik bedoel dat er daadwerkelijk zwaarder onderzoek moet plaatsvinden als je weer nieuwe schade meldt. Dan zou je namelijk een logische route kunnen maken, waarbij je recht doet aan gedupeerden, zonder dat je er finale kwijting in hebt zitten.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de minister om te zien of hij de vraag kan beantwoorden. Anders kan het in de tweede termijn of na de dinerpauze.

Minister Heerma:
Er is al voor een route gekozen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Daarin zit het probleem.

Minister Heerma:
Dit is wel hoe de systematiek werkt. Ik zie niet hoe het een voordeel kan zijn als je daarna van route switcht. Ik snap uw zoektocht, maar het amendement dat voorligt, moet ik echt ontraden. In de vormgeving van de wet gaat dit echt leiden tot een enorme ontregeling van de schadeafhandeling.

De voorzitter:
Helder. Ik kijk even waar we zijn in het debat.

Minister Heerma:
De heer Clemminck had het in zijn termijn over schadeafhandeling in relatie tot een artikel in De Correspondent. Dat was een artikel van 3 april, geloof ik. Ik ben bekend met het artikel waar de heer Clemminck zijn vraag op heeft gebaseerd. Het artikel betwist op een aantal punten de technische en wetenschappelijke uitgangspunten die aan de schadeafhandeling ten grondslag liggen. Dat mag. Dat gebeurt niet voor het eerst. Een paar weken geleden stonden de Staat en de NAM nog tegenover elkaar in de rechtszaal. Laat ik heel duidelijk zijn. Precies hierom hebben we er destijds bij het Rijk voor gekozen om de schadeafhandeling te beleggen bij een onafhankelijk instituut. Het IMG voert die schadeafhandeling uit binnen de kaders die de wet voorschrijft. Dit betekent een ruimhartigere schadeafhandeling dan daarvoor. Dit gebeurt op basis van onafhankelijk wetenschappelijk en deskundig advies. De werkwijze van het IMG is ook in verschillende uitspraken van de Raad van State bevestigd. We kiezen daarbij bewust voor een ruimhartige schadebehandeling. Ik loop daar niet voor weg. Dit is een bewuste keuze om een einde te maken aan de eindeloze procedures van bewoners tegen advocaten van de NAM. Ik sta nog steeds achter die keuze.

Er zijn door verschillende fracties vragen gesteld over de inzet van deskundigenbureaus bij de schadeafhandeling en bij de vergoedingen die deze bureaus daarvoor krijgen. De inzet van deskundigen bij schadeopnames is noodzakelijk omdat bewoners recht hebben op een onafhankelijke en zorgvuldige schadeafhandeling. Er zijn helaas weinig bureaus en deskundigen die geschikt zijn om dit specialistische werk te doen. Het IMG heeft een Europese aanbesteding gedaan en heeft behalve naar prijs ook gekeken naar deskundigheid, kwaliteit van werkzaamheden en flexibiliteit. Op deze manier zijn concurrentie, een marktconforme prijs, en deskundigheid en kwaliteit geborgd. De schadeopnames bij bewoners moeten goed en volledig gebeuren. Het IMG controleert op kwaliteit, prestatie en de consistentie van het werk van de bureaus. Ik heb geen reden om te twijfelen aan de kwaliteit en de uitvoering van dat werk.

Mevrouw Beckerman heeft vragen gesteld over de aanpassingen in dit wetsvoorstel aangaande de beslistermijnen voor het IMG. Het klopt dat in dit wetsvoorstel wordt geregeld dat de beslistermijnen van het IMG kunnen worden opgeschorst. Deze opschorting heeft juist als doel om de gedupeerden de tijd te geven om een geïnformeerde keuze te maken tussen de verschillende vormen van schadeafhandeling. Op advies van de regio zijn in het wetsvoorstel objectieve criteria opgenomen aangaande tot wanneer de opschorting loopt, bijvoorbeeld tot het moment waarop de bewoner een keuze heeft gemaakt of tot het moment dat een adviesrapport is ontvangen in de maatwerkprocedure.

De heer Kops vroeg, volgens mij in lijn met een eerdere motie, naar de stille gedupeerden. Er ligt een aangenomen motie van de heer Kops waarin wordt verzocht om de stille gedupeerden in 2026 te benaderen. Als uw Kamer instemt met dit wetsvoorstel, zal het IMG een pilot starten. Deze pilot wordt momenteel voorbereid door het IMG. Om deze pilot mogelijk te maken voordat de wet van kracht is, treedt deze bepaling met terugwerkende kracht in werking. Nadat ook de Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel en het dan daadwerkelijk van kracht is, zal de aanpak structureel worden uitgerold. Mijn ambtsvoorganger heeft bij de motie waarnaar de heer Kops verwees, volgens mij zijn eigen motie, de lezing gegeven dat in 2026 zal worden gestart met deze aanpak, maar dat het niet mogelijk is om álle stille gedupeerden in 2026 te hebben benaderd. Ik zal uw Kamer in de periodieke voortgangsbrief informeren over de voortgang.

Dan kom ik bij het blokje versterken en onaanvaardbare verschillen. Dit punt is grotendeels niet onderdeel van het wetsvoorstel, maar er zijn wel veel vragen over gesteld. De eerste vraag was van mevrouw Beckerman. Zij citeerde een moeder die zei: ik zorg voor het gezin, maar ik kan de veiligheid van het huis niet garanderen. Ik begrijp de zorgen van de moeder die mevrouw Beckerman aanhaalt heel goed. Veiligheid staat ook voor mij voorop; versterking heeft de hoogste prioriteit. De versterking is een complexe en tijdrovende operatie waarin veel samenkomt. Ik denk dat we allemaal willen dat de versterking sneller gaat; ik wil dat ook. Ik zie echter ook dat versnelling ten koste kan gaan van zorgvuldigheid en daardoor kan leiden tot minder kwaliteit. Een bewoner is daarbij niet gebaat. Ik zet daarom de lijn van mijn voorganger voort en voer een aantal gerichte verbeteringen uit in de versterking. De NCG verbetert zijn processen om betere kwaliteit te leveren en verbetert de communicatie met de bewoners. Ik prioriteer complexe en langlopende versterkingen.

D66 vroeg: hoe voorkomt de minister dat er alsnog nieuwe drempels of vertragingen ontstaan in de uitvoering? Om snelheid te maken zijn rust en stabiliteit essentieel. Uit het verleden heb ik geleerd dat grote beleidswijzigingen kunnen leiden tot vertraging. Daarom wil ik vooral gerichte verbeteringen doorvoeren. Ik prioriteer de complexe langlopende zaken. NCG en IMG verbeteren hun processen om betere kwaliteit te kunnen leveren. Communicatie met bewoners wordt verbeterd en moet ook worden verbeterd. Ik zet in op een betere samenwerking met de regio in de Agenda voor Herstel van Groningen.

De heer Vermeer vroeg hoe het kabinet borgt dat deze wetswijziging niet zal leiden tot extra vertragingen, met name in de versterkingsoperatie. De NCG heeft een uitvoeringstoets gedaan op de toepasbaarheid van het wetsvoorstel en hier kwam niet uit naar voren dat dit zou leiden tot een algemene vertraging in de versterkingsoperatie. Dit wetsvoorstel biedt echter wel een grondslag voor het dempen van onaanvaardbare verschillen en ondersteuning van huurders. Het wegnemen van verschillen kan tot vertraging leiden, maar dat is niet per definitie zo. In ben bereid om dit te accepteren, omdat bewoners dit belangrijk vinden. Ik zoek daarin dus een balans tussen snelheid en kwaliteit. Verder geeft de wet duidelijkheid aan bewoners en uitvoeringsorganisaties, wat het proces ten goede komt.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel voor het antwoord, minister. Mag ik erop vertrouwen dat als er toch indicaties zijn dat het tot vertraging leidt, de minister dat zal melden en voorstellen doet voor hoe dit te tackelen?

Minister Heerma:
Sowieso geldt dat hierover periodiek geïnformeerd wordt en als daarbinnen duidelijk wordt dat er gevolgen zijn, zullen we dat vanzelfsprekend melden.

Mevrouw De Vos begon over de spouwdonut en vroeg of het kabinet die niet zou willen toepassen. De spouwdonut is al langer bekend, maar is als werkwijze achterhaald. De NCG heeft gekeken of het mogelijk is om dit grootschalig toe te passen in de versterking, maar in de meeste gevallen is dit inefficiënt. Andere methodes geven hetzelfde resultaat en kosten minder. Wel wordt het als maatwerk soms toegepast, bijvoorbeeld in het geval van monumenten.

De SGP vroeg hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat complexe gevallen ook perspectief krijgen.

De voorzitter:
Ik zie mevrouw De Vos. Ik denk dat het over het vorige punt gaat.

Minister Heerma:
Dat denk ik ook.

De voorzitter:
De microfoon begeeft het ook.

Mevrouw De Vos (FVD):
De microfoon valt uit, dus ik probeer het bij een andere. Sorry, even één verduidelijkende vraag. Ik hoor u zeggen dat andere methodes wel worden toegepast. Welke methodes zijn dat dan, die geschikter zijn dan de spouwdonut? Want daar sta ik in principe ook voor open, maar dan ben ik wel benieuwd of die wel grootschalig worden toegepast en ook worden gestimuleerd.

Minister Heerma:
Hier moet ik in tweede termijn op terugkomen.

Mevrouw De Vos (FVD):
Graag. Dank u wel.

Minister Heerma:
Ik was bij de vraag van de SGP over hoe het kabinet ervoor gaat zorgen dat complexe gevallen ook perspectief krijgen zonder van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Ik vind het belangrijk dat er voor bewoners met langlopende problemen snel een oplossing komt. Het werk dat mijn voorganger hierop heeft verricht, zet ik voort. De NCG heeft de afgelopen periode de meest complexe en langlopende casussen in beeld gebracht. De eerste analyse hiervan is aan het einde van het eerste kwartaal, dus zo ongeveer nu, afgerond en aan het eind van het tweede kwartaal verwacht de NCG de analyse van de bekende bestaande adressen afgerond te hebben. Op dit moment is de NCG het gesprek aangegaan met alle bewoners wiens casus in deze analyse zit.

In het tweede kwartaal start tevens een casuïstiekrisico-inventarisatie. Hierin wordt gekeken naar welke mijlpalen een risico vormen voor het tijdig afronden van de versterking op een adres. Zo kan mogelijke casuïstiek vroegtijdig worden opgespoord. Voor de langere termijn optimaliseert de NCG bestaande processen, werkwijzen en beleid. Zo wordt bij de NCG gewerkt aan het opzetten van een werkproces voor casuïstiekadressen, inclusief maximale doorlooptijden. Ook het IMG heeft langlopende casuïstiek in beeld en is de organisatie aan het inrichten om dergelijke casuïstiek sneller opgelost te krijgen en vroegtijdig te identificeren. In 2026 zouden voor een groot deel van de langlopende en complexe casussen echte oplossingen gerealiseerd moeten zijn of ten minste in beeld moeten zijn.

De heer Bushoff vroeg in het kader van batch 1588 of bewoners geld terugkrijgen als zij dat hebben ingelegd voor de sloop van hun woning. Bewoners betalen geen kosten uit eigen zak voor de sloop van hun woning in het geval van versterking. Daarom is voor bewoners in batch 1588 een vergoeding specifiek bestemd voor sloopkosten opgenomen in hun bouwbudget. Soms hebben bewoners uit dit budget al betaald voor de sloop, maar zien zij dat de woning nog niet is gesloopt. Ik kan mij voorstellen dat dit vragen oproept. Deze situatie komt voor omdat de gemeente pas een blok met woningen verantwoord kan slopen als de laatste bewoners zijn verhuisd. Omdat er geen sprake is van inleg van eigen geld voor sloop en de sloop nog zal plaatsvinden, is het terugkrijgen van deze kosten dan ook niet aan de orde.

De voorzitter:
Ik stel voor dat we deze interruptie nog doen en dat we daarna de interrupties aan het eind van het blokje doen, ook gezien de snelheid die de minister maakt met zijn beantwoording. Daar is helemaal niks mis mee.

Minister Heerma:
Ik dacht even dat het een kleine evaluatie was.

De voorzitter:
Nee, nee.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Het is duidelijk, voorzitter. Toch nog even: bewoners in batch 1588 hebben een budget gekregen voor de nieuwe woning. Van dat budget is €10.000 ingehouden voor de sloop van hun oude woning. Dat is toch wel wat raar, want mensen hebben er niet zelf voor gekozen om uit die oude woning te gaan, maar er wordt wel geld ingehouden op het budget van de nieuwe woning ten faveure van het slopen van hun oude woning. Erkent de minister dat dit het geval is?

Minister Heerma:
Ik moet hier in de tweede termijn op terugkomen. Ik heb heel braaf voorgelezen wat hier staat, maar ik kan de vervolgvraag eerlijk gezegd niet beantwoorden.

De voorzitter:
Dan doen we dat in de tweede termijn.

Minister Heerma:
Ja! Ik ben nog niet de grootste specialist in batch 1588, maar ik doe mijn best, helemaal omdat er nog een amendement speelt.

De heer Bushoff vroeg ook: klopt het dat iedereen uit batch 1588 straks aanspraak kan maken op dezelfde maatregel als ieder ander en hoe zit dit met terugwerkende kracht? Ja, de bewoners uit batch 1588 maken straks aanspraak op dezelfde vergoedingen als bewoners in de reguliere versterking, ook met terugwerkende kracht. In gesprekken met gemeenten en de NCG is geïnventariseerd voor welke regelingen en vergoedingen nog niets was geregeld voor bewoners uit batch 1588 en de Zandplatenbuurt Zuid. Met hen is vastgesteld dat het gaat om de volgende regelingen: overlastvergoeding en vergoeding voor eigen tijd en langer wachten — dat zijn respectievelijk 12b en 16 — vergoedingen fiscale gevolgschade en bijstand van advocaten via de Raad voor Rechtsbijstand en/of onafhankelijke deskundigen. Bewoners zijn er reeds over geïnformeerd dat zij nu ook recht hebben op deze vergoedingen. Deze ontvangen zij via hun gemeente, de woningbouwcorporatie of de NCG.

Dan het amendement op stuk nr. 34 van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff, dat gaat over de wettelijke verankering van gelijke behandeling. In het debat tussen de heer Bushoff en de heer Köse, geloof ik, ging het net al over het volledig uitvoeren van de adviezen van de commissie-Van Geel. Ik moet dit amendement ontraden, hoewel ik begrip heb voor de intentie. Deze wet is juist gericht op het geven van een wettelijk kader voor het afhandelen van schade, de versterking en de verduurzaming. In die artikelen wordt uitvoering ingegaan op wat een bewoner of ondernemer voor die zaken van de wetgever kan en mag verwachten. Hierin zijn ook de adviezen van de commissie-Van Geel verwerkt. Bij schade is dat in principe een geldende schadevergoeding en voor verduurzaming is dat vaak een subsidie als de bewoner ervoor kiest die aan te vragen. Dit amendement gaat echter veel verder en zorgt voor een onbeperkt recht voor bewoners op een schadevrije, veilige en verduurzaamde woning. Dit eindresultaat is voor schade en verduurzaming afhankelijk van de bewoners zelf en kan ik niet garanderen. Voor veiligheid is mijn verantwoordelijkheid beperkt tot de seismische veiligheid van woningen. Daarmee is de bepaling in de praktijk veel verstrekkender dan de huidige aanpak en daarmee niet uitvoerbaar, en er is ook geen financiële dekking voor.

Tegelijkertijd doen we wel al heel veel in de aanpak van verschillen. Het IMG zet in op zo veel mogelijk daadwerkelijk herstel van fysieke schade. Dit draagt bij aan een gelijkwaardigere uitkomst. Bewoners die in het verleden een lagere schadevergoeding hebben ontvangen dan €10.000 kunnen die door het IMG laten aanvullen tot maximaal die €10.000 per adres, de aanvullende vaste vergoeding. Het IMG heeft de verschillen in de vergoeding tussen immateriële schade binnen gezinnen en tussen huurders en eigenaren rechtgetrokken. De NCG neemt de verduurzaming mee in alle versterkingen die nog uitgevoerd moeten worden. De NCG past waar nodig maatwerk toe om overblijvende onaanvaardbare verschillen in versterking te dempen. In tegenstelling tot wat de indiener aangeeft, is het ingediende artikel niet nodig voor de uitvoering van al deze zaken. Daarvoor bieden de aangepaste artikelen voldoende basis. Er is met mijn voorgangers veelvuldig gesproken over de commissie-Van Geel. Volgens mij zijn 16 van de 22 adviezen van die commissie overgenomen. Er is al herhaaldelijk aangegeven waarom niet het gehele rapport overgenomen kan en zal worden. Ik volg daarin de lijn van mijn voorganger en moet dit amendement dus ontraden.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 34 is daarmee ontraden.

Minister Heerma:
Dat brengt mij bij het amendement op stuk nr. 35. Dat is volgens mij van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman. Het gaat over het opnemen van gelijke aanpak in De Staat van Groningen. Dit amendement voorziet in het toevoegen van een verplichting voor de ministers om te laten rapporteren over de effecten van beleid op het tegengaan en voorkomen van onaanvaardbare verschillen in de jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Dit amendement kan ik oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 35: oordeel Kamer.

Minister Heerma:
De Staat van Groningen en Noord-Drenthe is bedoeld om jaarlijks de voortgang en de resultaten van de taken van de minister te monitoren. Daaronder valt ook het tegengaan van onaanvaardbare verschillen. Dit amendement is in lijn met de prioriteit die dit kabinet geeft aan de aanpak van verschillen. Het is goed als in De Staat ook aandacht wordt gegeven voor die aanpak en wordt geanalyseerd wat de effecten zijn voor de schadeafhandeling en de versterking van gelijkwaardige behandeling.

Dan kom ik op het amendement op stuk nr. 19. Dat amendement gaat over batch 1588. Dit is een amendement van de heer Bushoff dat ik in zijn huidige vorm moet ontraden. Tegelijkertijd wil ik ook hier kijken of we er ergens met elkaar uit kunnen komen. Ik zou het amendement oordeel Kamer kunnen geven als het op twee punten wordt aangepast. Het amendement heeft het over de afhandeling van schade en over verduurzaming. De bewoners van batch 1588 hebben hierin geen andere positie dan bewoners van andere delen van het aardbevingsgebied. Alleen voor versterking geldt dat dit anders is. Het eerste punt is dus dat het amendement hierop specifieker wordt gemaakt. Het tweede punt is het volgende. Het amendement zegt dat de bewoners van batch 1588 "ten minste" hetzelfde moeten krijgen. Dat suggereert dat het ook meer zou kunnen zijn. Daarmee zou je de andere kant op verschillen krijgen. Dus op het moment dat de heer Bushoff en mevrouw Beckerman het specifiek maken op het eerste punt en "ten minste" eruit halen en vervangen door "hetzelfde krijgen", dan kan ik het amendement oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Daarmee is amendement 19 ontraden, tenzij de suggesties …

Minister Heerma:
Mocht dat aangepast worden, dan zal ik daar schriftelijk op reageren, net zoals bij dat andere amendement.

Dan kom ik bij het amendement over de fouten in beoordelingsrapporten. Dat is het amendement dat gaat over het aankomende ACVG-advies. Hoewel ik het eens ben met de strekking, moet ik dit amendement toch ontraden. Ik vind dat er snel gehandeld moet worden als blijkt dat er fouten in een beoordeling zitten. Dat staat als een paal boven water. Daarvoor is echter geen wetsbepaling nodig. Ieder besluit kan sowieso in samenspraak met de bewoner worden herzien. Daarvoor zou ook geen toekomstige wetswijziging nodig zijn, zoals mevrouw Beckerman in haar toelichting op het amendement suggereert. Het toevoegen van een aanvullende grondslag leidt daarmee tot juridificering en neemt ruimte en flexibiliteit weg om in samenspraak met de bewoner tot een oplossing te komen. Ik begrijp uit het amendement dat uw Kamer hierover te zijner tijd goed geïnformeerd wil worden. Dat kan ik sowieso toezeggen.

De voorzitter:
Dan gaat het heel specifiek over het amendement op stuk nr. 25.

Minister Heerma:
Ja, het amendement op stuk nr. 25. Correct, voorzitter.

De voorzitter:
Dat is dan ontraden? Ja. Mevrouw Beckerman heeft daar een vraag over.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is eigenlijk een amendement dat niet heel ver gaat. Daar hoeft u niet bang voor te zijn bij dit amendement. Wat het doet, is een heel klein haakje toevoegen in de wet. Mocht er nou een ACVG-rapport komen, waar we al een tijdje op wachten, en mocht daaruit blijken dat dit een probleem is, dan doet dit amendement maar één dingetje: een haakje maken in de wet zodat de minister kan ingrijpen. Waarom doe ik dat? Daar ga ik toch iets over zeggen. Bij 1588 en Zandplatenbuurt zei de vorige staatssecretaris namelijk: ik wil wel aan de slag met al die voorstellen waar Bushoff en Beckerman al zo lang om vragen, maar dan moet ik wel de wet wijzigen. We hebben nu nog steeds een novelle liggen die daarover gaat. In het debat daarover zei hij: nou ja, dit is nou eenmaal hoe het gaat en soms moet je de wet wijzigen; dat is heel intensief en duurt weer hartstikke lang. U hoeft bij mijn amendement de wet niet te wijzigen als u een goede aanpak heeft, maar als er een wetswijziging nodig is dan wil ik daar niet jaren op wachten. Dat is het enige wat dit amendement doet.

Minister Heerma:
We gaan dan toch ... Er ligt een amendement over de mogelijkheid van een ACVG-advies en het risico op basis van een eerdere casus dat er dan een jarenlang proces overheen zou gaan. Ik zou zeggen: dit is sowieso prematuur. Er ligt geen ACVG-advies. Ik heb aangegeven dat, mocht de noodzaak er zijn om iets aan te passen, daar geen wetswijziging en geen aanwijzing van de minister voor nodig is. Ik zou zeggen: zodra het ACVG-advies er is, moeten we daar snel met elkaar over praten, maar we moeten niet een amendement gaan indienen over iets wat er nog helemaal niet is. Dus ik moet het amendement ontraden.

De voorzitter:
Een korte reactie nog.

Mevrouw Beckerman (SP):
Maar bij die Zandplatenbuurt zeiden wij ook: ga nou aan de slag, de hele Kamer wil het. In ieder geval een groot deel wilde het; er was een meerderheid voor. We zeiden: ga aan de slag, ga aan de slag, ga aan de slag. Toen kregen we elke keer tegengeworpen: nee, dan moet er een wetswijziging komen. Ik ben heel erg klaar met die discussie. Ik weet niet wat er uit dat rapport gaat komen. Ik maak me zorgen over wat er uit dat rapport gaat komen. Maar laten we het ook niet individualiseren en laten we zorgen dat er een goede collectieve aanpak komt als daar echt iets mis blijkt te zijn. We weten eigenlijk al dat er iets mis is, want we weten dat er fouten zijn. Het gaat alleen over hoeveel en welke aanpak er nodig is.

De voorzitter:
Een korte reactie nog van de minister. Dan gaan we door.

Minister Heerma:
Wat ik kan toezeggen, is dat zodra het ACVG-advies er is, we het serieus gaan nemen en serieus met de Kamer gaan bespreken. Als er dan een noodzaak tot handelen is, dan zal er gehandeld worden. Daar is een wetswijziging niet voor nodig.

De voorzitter:
Ik kijk even. De heer Bushoff nog over dit punt?

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ja, kort nog over dit punt. Ik vraag me even af wat nou het bezwaar is, even los van de fictieve situatie. Daar blijf ik even bij weg. Je creëert in de wet een haakje voor een ministeriële regeling, die met een voorhang nog aan de Kamer kan worden voorgelegd. Op zichzelf is dat geen heel raar construct, want daar maakt het kabinet zelf ook heel vaak gebruik van. Dus wat is er nou op tegen, op precies alleen dat voorstel?

De voorzitter:
Dit is wel de laatste keer, want dit is de derde keer dat ongeveer dezelfde vraag wordt gesteld. Ik kijk even naar de minister voor de beantwoording en dan gaan we door.

Minister Heerma:
Als er een aanleiding is om een rapport te herzien, dan is dat ook gewoon mogelijk op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Ik snap dat de heer Bushoff heel handig zegt "even los van het feit dat het een fictieve casus is", maar het is een fictieve casus. Als er een ACVG-rapport is dat leidt tot serieuze bevindingen, dan gaan we ermee aan de slag. Een wetswijziging is niet nodig. Als er iets nodig is, dan kan dat via de Algemene wet bestuursrecht. Een amendement, dat vooruitloopt op een mogelijk ACVG-advies om de wet te wijzigen, moet ik ontraden.

De voorzitter:
Meneer Bushoff, u krijgt van mij altijd de mogelijkheid, maar ik wil voorkomen dat we het in rondjes doen.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Nee, dan ga ik het anders proberen. Stel dat je zegt: we maken alleen een amendement en alle toelichting halen we eruit. Het enige wat het amendement dan zegt, is: we willen in de wet een haakje creëren, zodat de minister in een ministeriële regeling, met een voorhang, aanpassingen kan doen. Wat zou er dan op tegen zijn om precies dát te creëren in de wet?

Minister Heerma:
Omdat die wetsbepaling niet nodig is. Het leidt tot verdere juridificering. Het haalt juist de ruimte en de flexibiliteit weg om in samenspraak met de bewoner tot een oplossing te komen. Het is niet nodig.

Ik kom bij het laatste blokje. Dat noemde ik volgens mij regeringscommissaris en overig.

De voorzitter:
Dat is heel fijn.

Minister Heerma:
De PVV stelde de vraag waarom er in dit kabinet geen bewindspersoon meer is die er specifiek voor Groningen is. Verdwijnt Groningen dan niet naar de achtergrond binnen het kabinet? Er is in het coalitieakkoord gekozen voor een minister en een regeringscommissaris. Ik heb in het begin ook al gezegd: het feit dat er een regeringscommissaris komt, maakt niet dat ik mij minder verantwoordelijk voel voor Groningen en maakt ook niet dat ik minder verantwoordelijk bén voor Groningen. De politieke verantwoordelijkheid lag bij een staatssecretaris; die ligt nu bij een minister. Wat in deze fase vooral nodig is, is rust, stabiliteit en continuïteit in een complexe en langdurige opgave en dus niet steeds een nieuwe minister en een nieuwe staatssecretaris; er zijn nogal wat wisselingen geweest de afgelopen jaren. Daarom kiest het kabinet ervoor, in lijn met het coalitieakkoord, om een regeringscommissaris aan te stellen. De regeringscommissaris kan op enige afstand van de dagelijkse politiek de voortgang van de herstelaanpak stimuleren en de sociale en economische ontwikkelingen in de regio aanraken.

De ChristenUnie vroeg hoe de rol van de regeringscommissaris zich verhoudt tot dit wetsvoorstel. Ik draag als minister de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van alle taken en bevoegdheden in dit wetsvoorstel. U kunt mij hier politiek op aanspreken. De inzet van de regeringscommissaris is hieraan ondersteunend. De regeringscommissaris zorgt ervoor dat in Den Haag en in Groningen de neuzen zo veel mogelijk dezelfde kant op blijven staan. De regeringscommissaris kan mij gevraagd en ongevraagd adviseren en partijen aanspreken of aanjagen. Als de regeringscommissaris is benoemd, wordt de precieze opdracht vormgegeven in samenspraak met de regeringscommissaris en de regio. Ik zal de Kamer hierover informeren zodra daar meer duidelijkheid over is.

De vraag van de PVV, ook in aanvulling hierop, was: wat gaat de regeringscommissaris doen naast wat de uitvoeringsorganisaties en de minister al doen? De regeringscommissaris krijgt de taak en de tijd om de voortgang en de samenhang van de hersteloperatie en de toekomstagenda te bevorderen. De uitvoeringsorganisaties IMG en NCG blijven verantwoordelijk voor de uitvoering van schadeherstel en versterking. De minister blijft daarvoor politiek verantwoordelijk. De regeringscommissaris kan op enige afstand van de politiek de voortgang van de herstelaanpak stimuleren en partijen bij elkaar brengen of partijen aanspreken als voortgang achterblijft. De regeringscommissaris kan mij adviseren om knelpunten weg te nemen die de voortgang van schadeafhandeling en versterking belemmeren. De regeringscommissaris blijft dat voor een langere periode doen, onafhankelijk van een eventuele kabinetswissel. Zo bevordert de regeringscommissaris voortgang en stabiliteit. Daar heeft Groningen behoefte aan.

Hoe wordt geborgd dat de regeringscommissaris ook daadwerkelijk kan ingrijpen wanneer het in de uitvoering misgaat, bijvoorbeeld in de meest complexe casussen? Dat was een vraag vanuit D66. Zoals in de profielschets is opgenomen, is het niet de bedoeling dat de regeringscommissaris een ombudsfunctie krijgt in individuele casuïstiek, want deze verantwoordelijkheid ligt primair bij NCG en IMG. Ik begrijp echter wel de behoefte om de vinger aan de pols te houden. Tegelijkertijd zie ik dat er op het gebied van casuïstiek door mijn voorganger en de uitvoeringsorganisaties verbeteringen zijn aangebracht. IMG en NCG hebben langlopende casuïstiek in beeld en zijn de organisaties aan het inrichten om dergelijke casuïstiek sneller opgelost te krijgen en vroegtijdig te identificeren. In 2026 zal bij een groot deel van de langlopende complexe casussen echt de oplossing gerealiseerd of in beeld moeten zijn, zoals ik zojuist ook al had aangegeven.

Wie krijgt de verantwoordelijkheid bij de maatwerkaanpak in relatie tot gedupeerden die al …

De heer Köse (D66):
Ik heb nog een vraag bij de vraag over de regeringscommissaris die net is beantwoord. Ziet de minister ruimte voor de regeringscommissaris om iets te doen om voortgang te krijgen in de complexe casussen? Of is dat echt iets voor de NCG en het IMG?

Minister Heerma:
Ik ga een beetje terughoudend zijn in mijn antwoord. Tegelijkertijd snap ik waar de vraag vandaan komt. De regeringscommissaris moet nog geworven worden. Dat probeer ik zo snel mogelijk te doen. Ik gaf net ook aan dat de opdrachtverlening daarna in samenspraak vastgesteld wordt. Ik wil dat nu dus niet te veel gaan invullen. Wat ik gezegd heb, is dat ik niet wil dat de regeringscommissaris een ombudsman wordt en zich dus te veel met individuele casuïstiek bezighoudt. Tegelijkertijd zit in het ongevraagde en gevraagde advies en in het knelpunten kunnen aanwijzen wel degelijk ... Door zo'n regeringscommissaris zijn rode lijnen te vinden, omdat hij daar permanent mee bezig is. Als hij ziet dat er problemen zijn, kan hij dat gevraagd, maar vooral ook ongevraagd agenderen. Er ligt dus, niet op individuele casuïstiek, maar wel op het bevorderen van de voortgang, wel degelijk een taak. Over de precieze manier waarop we dat in de opdrachtgeving gaan vormgeven, wil ik eerst met de aankomend regeringscommissaris zelf spreken. Ik geef dus enigszins richting, maar wil het tegelijkertijd niet helemaal vastkitten. Vanzelfsprekend ligt er wel een verantwoordelijkheid.

De vraag van de VVD en D66 was wie de verantwoordelijkheid krijgt bij maatwerkaanpak in relatie tot de gedupeerden die al heel lang in onzekerheid zitten. De verantwoordelijkheid voor de afhandeling van complexe casuïstiek ligt primair bij de NCG en het IMG. Dat wil ik zo houden. Ik zie natuurlijk dat er op het gebied van langlopende en complexe casuïstiek verbetering is aangebracht door mijn voorganger in de uitvoeringsorganisaties. Zoals ik zojuist ook al aangaf, wordt het sneller geïdentificeerd en opgelost. In 2026 zou voor het grootste deel van de langstlopende complexe casussen een oplossing gerealiseerd of in beeld moeten zijn.

De BBB vroeg hoe wordt voorkomen dat uitvoeringsorganisaties extra taken krijgen zonder de ruimte om die uit te voeren. Uitvoeringsorganisaties worden tijdig betrokken bij beleidsontwikkeling. Daarnaast wordt een nieuw wetsvoorstel vooraf getoetst op uitvoerbaarheid en de benodigde capaciteit door middel van een uitvoeringstoets. Op basis van zo'n uitvoeringstoets kunnen aanvullende maatregelen worden genomen of kan besloten worden om bepaalde beleidsvoornemens niet uit te voeren.

De heer Bushoff vroeg ook nog naar de eenoverheidsaanpak. Of dat de route is "die de minister van Binnenlandse Zaken wil bewandelen", was volgens mij zijn bewoording. Met de provincie Groningen, de versterkingsgemeenten, de NCG, het IMG en het Rijk werken we beter als één overheid samen. Daarin worden gedupeerden centraal gezet. Hiertoe hebben we in juni 2025 gezamenlijk de agenda voor herstel ondertekend. In deze agenda zetten we niet in op een grote stelselwijziging, maar maken we nu al slimmer gebruik van de mogelijkheden die er al zijn. We weten elkaar beter te vinden. Knelpunten worden gezamenlijk besproken. Dit is terug te zien in bijvoorbeeld de verkenning rond complexe casuïstiek mkb/agro en het daaruit voortgekomen regio-overleg agro. Ik zal uw Kamer periodiek informeren over de voortgang van de agenda voor herstel.

Ik hoop dat ik het correct zeg als ik zeg dat ik één amendement nog niet geapprecieerd heb. Dit is het moment waarop, als ik er een gemist heb, mensen zeggen: je hebt je best gedaan, maar het is toch niet gelukt. Vooralsnog gebeurt dat niet, zie ik. Het betreft het amendement op stuk nr. 29 ten aanzien van huurders. Oorspronkelijk was dat het amendement-Beckerman, maar volgens mij is het inmiddels het amendement-Beckerman/Bushoff. Dit amendement beoogt op wetsniveau vast te leggen dat huurders, naast eigenaren, in alle gevallen recht op rechtsbijstand en bijstand door overige deskundigen hebben. Ik moet dit amendement ontraden. Op basis van dit amendement krijgt de huurder ook een vergoeding van bijstand bij een besluit voor een eigenaar. Dit amendement leidt daarmee tot een stapeling van procedures, tot verdere juridificering en tot een verlenging van doorlooptijden bij NCG en IMG. Bouwkundigen, bodemkundigen, hydrologen en ecologen spelen geen rol in besluiten die tot de huurders zijn gericht, aangezien die geen betrekking hebben op de fysieke staat van het gebouw. Verder zou het amendement de verhaalbaarheid van deze regeling op de NAM onder druk zetten, omdat het twee personen, de eigenaar en de huurder, allebei een vergoeding geeft bij dezelfde besluiten van het IMG en de NCG. Wel ben ik van plan om in de AMvB te regelen dat ook huurders die een schadevergoeding van het IMG hebben ontvangen, recht hebben op een vergoeding voor financiële bijstand, omdat een schadevergoeding mogelijk invloed heeft op hun inkomen. Voor huurders met schade door versterken is deze vorm van bijstand al geregeld.

De voorzitter:
Het amendement op stuk nr. 29 krijgt het oordeel ontraden. Mevrouw Beckerman heeft daar een vraag over.

Mevrouw Beckerman (SP):
Op dat laatste punt heb ik een vraag. Maar ik ben hier eigenlijk ook een klein beetje boos over. Het is helemaal niet zo heel grappig. Op dat laatste punt zit namelijk iets héél venijnigs. Ik weet dat de minister het niet bedoelt, maar het is echt heel venijnig. Al een paar jaar lang, zo lang ik dit dossier doe, vraag ik hier aandacht voor. Er zijn mensen die een schadevergoeding krijgen en daarna gekort worden op belastingen en toeslagen of extra belasting moeten betalen. Elke keer moest ik hier met casuïstiek langskomen van mensen die … De andere minister herkent het uit haar tijd in de Kamer. Er waren echt nare zaken bij. Mensen kregen, boem, een rekening, een blauwe envelop op de mat, door het schadeherstel. Als je nu in plaats van dat te regelen zegt "o, maar daar geef ik juridische steun voor", dan is het pas juridiseren. Ik wil dat dat stuk nou echt eens een keer opgelost wordt en dat het niet meer voorkomt dat mensen van de overheid, want dat is de Belastingdienst, een brief krijgen omdat ze eindelijk steun krijgen. Ik zou de minister willen vragen om dat stuk echt nog eens een keer te bezien. Het is echt heel naar dat dat nog steeds gebeurt.

Minister Heerma:
Het was geenszins mijn bedoeling om mevrouw Beckerman boos te maken. Ik kom hier in tweede termijn even op terug. Ik ben dus van plan om iets in een AMvB te regelen, maar daarvan zegt u: ik ben daar boos over, omdat het op een andere manier geregeld moet worden. Ik kan daar nu niet uit mijn blote hoofd iets over zeggen. Ik heb het amendement ontraden om de redenen die ik noemde. Ik kom in de tweede termijn terug op het laatste punt, waar u boos over bent.

De voorzitter:
In de tweede termijn komt u daarop terug.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga nog een vraag stellen over het amendement. U mag het best per AMvB regelen, zeg ik via de voorzitter. Het punt is alleen dat het niet nodig zou moeten zijn. Daar zit mijn woede eigenlijk. Er zijn nog steeds gedupeerden die een blauwe envelop op de mat vinden met een aanslag van de overheid, omdat ze eindelijk die vergoeding hebben gekregen van de overheid. Je moet je dat voorstellen. Je strijdt jaren voor een vergoeding. Dan krijg je 'm eindelijk en dan krijg je daarna van een andere overheidsinstantie die blauwe envelop. Daar zit mijn punt.

De voorzitter:
Uw punt is helder.

Minister Heerma:
Dat is een ander punt dan het amendement, maar u had ook nog een vraag over het amendement.

Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn vraag zit op dit punt. Het klinkt heel onlogisch. Waarom zou je huurders dit recht geven? Totdat je gedupeerden spreekt. Ik haalde een voorbeeld aan. Ik zou de minister willen uitnodigen om daar te gaan kijken. Het gaat over de winkels aan het Koopmansplein in Ten Boer. Die zijn cruciaal voor de leefbaarheid. Die zitten helemaal vast in de versterking. Maar omdat dit soort ondernemers huurders zijn, komen ze niet verder en hebben ze geen rechten. Dat is de achtergrond van dit amendement. Het geldt overigens voor meer ondernemers en huurders. Ze zitten echt vast tussen een onwillige verhuurder aan de ene kant en de onwillige overheid aan de andere kant. Daar sta je met je onderneming.

Minister Heerma:
Ik blijf het amendement ontraden om huurders toegang te geven om bezwaar te maken tegen zaken die richting de verhuurder gericht zijn. De uitnodiging om daar samen een keer langs te gaan neem ik van harte aan.

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het kan zeker ook aan mij liggen, maar de appreciaties op de amendementen op de stukken nrs. 37 en 38 krijgen we volgens mij schriftelijk, maar ik mis nog het amendement op stuk nr. 36. Ik kan het ook gewoon gemist hebben.

De voorzitter:
Dat klopt. Die gaat de staatssecretaris straks appreciëren.

Minister Heerma:
Ik had heel even een schrikmoment dat het me toch niet gelukt was. Eén amendement was gericht aan de staatssecretaris.

De voorzitter:
Mevrouw De Vos, heeft u nog een interruptie voor de minister?

Mevrouw De Vos (FVD):
Ja, ik heb even een praktische vraag. De minister gaf net aan in de tweede termijn op mijn vraag te willen reageren. Ik vind het prima dat er later op wordt gereageerd, maar ik vroeg me af of dat misschien na het blokje van de staatssecretaris al kan, omdat ik overweeg om in tweede termijn hier een voorstel over in te dienen. Het is dan wel heel handig om die informatie alvast te hebben.

Minister Heerma:
Ik zou zeggen: als u een motie wilt indienen, wilt u een motie indienen. Ik moet echt nog een aantal dingen uitzoeken voor de tweede termijn. Mijn inschatting is dat de beide bewindspersonen niet per se heel lang aan het woord hoeven te zijn, want het aantal vragen dat aan hen gesteld is, is op één hand te tellen. Ik kan dat niet op dergelijke korte termijn toezeggen. Excuus.

De voorzitter:
Helder. Dank u wel voor de beantwoording in de eerste termijn. Dan kijk ik even. Allereerst is de staatssecretaris aan het woord. Gaat uw gang.

Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter, dank. Mooi dat u mijn lengte al kent; het spreekgestoelte gaat automatisch omlaag. Na de heer Heerma is het beter om 'm iets omlaag te doen. De verhoudingen waren niet helemaal eerlijk, want ik heb welgeteld één vraag en één amendement, na alles wat de heer Heerma al heeft beantwoord.

De vraag was van de heer Heutink. Waarom regelt het kabinet deze wijziging niet in een kaderwet? Dat gaat dan om de wijziging van het collegiaal bestuur. De kaderwet is er simpelweg nog niet en die geeft overigens ook alleen een haakje. De opdracht was ook om het zo snel mogelijk te regelen, dus vandaar dat we het op dit moment op deze manier regelen. Dan was er ook nog de vraag, eigenlijk een vervolgvraag daarop, waarom er überhaupt een nieuwe adviescommissie moet komen. Dat was nou juist uit de parlementaire enquête naar voren gekomen, en daarmee willen we rechtdoen aan datgene dat is opgemerkt. Op deze manier hopen we het verder vorm te geven. Overigens is dit ook iets wat bij meerdere inspecties zal worden vormgegeven. In die zin doen we hier dus precies wat is afgesproken. Dat was de vraag.

Dan was er nog een amendement, het amendement op stuk nr. 36 inderdaad, over de schadeafhandeling en het bewijsvermoeden. Dit is ook geen nieuw onderwerp; er is eerder een motie over ingediend. Op die motie is ruim een jaar geleden uitgebreid gereageerd. Het amendement moet ik ontraden, allereerst omdat er geen gerechtvaardigd belang is voor de uitbreiding van de bewijsvoering naar álle mijnbouwschade, terwijl je die uitbreiding toch echt wel nodig hebt. Dat heeft ermee te maken dat ook de Raad van State heeft geconcludeerd dat die uitbreiding juridisch niet houdbaar is. De gaswinning in Groningen, Norg en Grijpskerk is echt een hele bijzondere situatie. Ook het grote aantal schadegevallen is niet gelijksoortig van aard met al het andere in het land. Daarmee is het gewoon niet aan de orde in de rest van Nederland. Ten tweede zou de uitbreiding er ook juist toe kunnen leiden dat de bewoners buiten Groningen slechter af zijn, omdat rechters het bewijsvermoeden misschien zelfs buiten toepassing gaan laten omdat het in strijd zou zijn met het recht op eigendom van de mijnbouwexploitanten. Dat maakt dan de onzekerheid alleen maar groter en zal ook de proceskosten verhogen. Dan heb je eigenlijk alleen maar meer teleurstelling. Daarom zetten wij in op een andere manier van werken, dat wel; de commissie mijnbouwschade is daarvoor ingesteld en die zal ook juist proberen tegemoet te komen aan de toepassing van bewijsvermoeden op een andere manier. Daarmee ontraden wij dit amendement.

De voorzitter:
Dank u wel. Het amendement op stuk nr. 36 is daarmee ontraden. Dan wil ik nog even het woord geven aan de minister van Klimaat en Groene Groei voor de beantwoording van de overgebleven vragen.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Een aantal van u heeft gerefereerd aan de gaswinning in Groningen. Voordat ik bij één specifieke vraag kom, wil ik even terugkomen op waar mevrouw Bikker eigenlijk over begon. Een aantal van u heeft daaraan gerefereerd. Dan gaat het om de belangrijke conclusies van de parlementaire enquête van Groningen. Die gaf aan — de heer Kops en de heer Vermeer refereerden daar ook aan — dat het zo belangrijk is dat we die conclusies ook hebben vertaald in wetgeving om te voorkomen dat het weer wegzakt, wat natuurlijk ook gebeurt. Die belangrijke conclusies waren de volgende. De ernst van de problemen is eigenlijk structureel onderschat. De tweede conclusie was dat geld eigenlijk dominant was; er zit ook zo veel geld in die gaswinning. Ten slotte was de derde conclusie dat leveringszekerheid werd gebruikt als een rookgordijn om toch maar op die koers door te gaan. Het wetsvoorstel, dat met 146 voorstemmen is aangenomen, zorgt ervoor dat dit niet meer kan gebeuren en dat wettelijk wordt geborgd dat de gaswinning wordt gesloten. Het kabinet heeft zich daarbij aangesloten. In het coalitieakkoord staat dit ook nog een keertje onderstreept.

Voorzitter. De wens om goed te denken aan de leveringszekerheid wordt natuurlijk breed gedeeld in uw Kamer. Ook het kabinet begrijpt dat. Het is overigens niet zo dat we nog nooit zulke problemen hebben gehad. Tegen de heer Heutink zeg ik dat vlak voor het moment dat de wet werd aangenomen, de crisis uitbrak in verband met de oorlog in Oekraïne. Toen waren er vele malen sterkere effecten op de gasleveranties dan nu. Ook toen is dit dus meegenomen. De leveringszekerheid is uiteindelijk meegewogen in het oordeel dat de Kamer heeft gegeven. Desalniettemin zien we natuurlijk dat de wereld verandert. Dat betekent ook dat de Europese gasmarkt voor Nederland des te belangrijker is geworden, want je staat als Europa alleen gezamenlijk sterk in deze geopolitiek dynamische omgeving. Nederland is onderdeel van die gasmarkt. Daar spelen wij dus op. En de solidariteit die binnen die gasmarkt is geregeld, betekent dat je geen gas voor jezelf kunt houden. Het betekent ook dat er weinig effect is op de prijs. Die twee dingen wilde ik nog wel even meegeven.

Als we de situatie rond olie vergelijken met die rond gas, zien we wel dat Europa heeft afgesproken om voor olie strategische voorraden te hebben. Zo'n afspraak hebben we eigenlijk in Europa nog niet op die manier over gas gemaakt, terwijl we toch zo met elkaar verknoopt zijn. Daar zijn natuurlijk kosten mee gemoeid. Sommige landen hebben opslagcapaciteiten, zoals Nederland. Die heeft niet elk land. Maar natuurlijk zou ook Europa tot de conclusie kunnen komen dat elk land aan de kosten van zo'n strategische voorraad meebetaalt, en dat we kijken waar die kan worden opgeslagen. Dat gesprek ga ik zeker in Europa aan.

Ik heb de Kamer bijvoorbeeld al aangegeven — dit is het allerlaatste, voorzitter — dat ik bij het nadenken over een strategische voorraad ook zal onderzoeken of het kussengas dat nu nog in de gasopslagen zit, eventueel als strategische voorraad benut kan worden. Maar nogmaals, als dat uiteindelijk betekent dat er kosten zijn en als het uiteindelijk iets is wat effect heeft op een Europese markt, zou ik het fair vinden als de kosten daarvan niet alleen bij de Nederlandse belastingbetaler terechtkomen. Vandaar dat ik parallel aan dat onderzoek het gesprek over die strategische onafhankelijkheid van Europa versterk in de context van de gesprekken met de Commissie.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dan dank ik de bewindslieden voor de beantwoording in de eerste termijn van de kant van het kabinet. Dan zijn we aangekomen op het tijdstip om met elkaar te eten. Ik zou willen voorstellen dat wij elkaar hier om 20.15 uur weer terugzien. Ik schors dus tot 20.15 uur voor de dinerpauze.

De vergadering wordt van 19.34 uur tot 20.16 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen het debat over de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet. Ik nodig iedereen uit om zijn plaats in te nemen, want we zijn toe aan de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik nodig mevrouw Beckerman van de SP uit voor haar inbreng in de tweede termijn. Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, dank. Ik begin even met het indienen van een aantal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in deze wet veel aandacht wordt besteed aan schade, versterking, brede welvaart en verduurzaming, en veel minder aan het realiseren van een "betere overheid", een van de zes centrale pijlers van de Staat van Groningen;

constaterende dat het kabinet jaarlijks verantwoording aflegt in de Staat van Groningen en dit document daarom zo goed mogelijk moet zijn om te kunnen monitoren en bijsturen;

verzoekt de regering:

  • ook wetenschappelijk advies te betrekken in dit proces, zoals uitgewerkt door het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen;

  • duidelijkheid te geven over de voorwaarden waaronder het consortium dat de Staat van Groningen moet opstellen en opleveren opereert om te waarborgen dat er gedegen onderzoek wordt gedaan;

  • te borgen dat er integraal wordt gekeken naar de resultaten en effecten van schadeherstel, versterking, verduurzaming en brede welvaart;

  • brede betrokkenheid van de regio, bewoners en maatschappelijke organisaties te borgen;

  • in lijn met het voorstel van de GBB te komen tot het vormen van democratische invloed die inwoners nauwer betrekken bij en meer zeggenschap geven over de herstelopgave,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.

Zij krijgt nr. 39 (36836) (#1).

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik vraag even om een pen, want ik heb op elke motie "gehoor de beraadslaging" geschreven. Excuus. De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er fouten zijn geconstateerd in versterkingsadviezen opgeleverd door de NCG en er vele miljoenen worden bijgeschreven door aandeelhouders van bedrijven ingehuurd door het IMG;

constaterende dat dit het vertrouwen van gedupeerde Groningers verder schaadt;

verzoekt de regering te borgen dat het toezicht op externe inhuur door IMG en NCG wordt versterkt en daarbij zowel in te zetten op beter toezicht op de kwaliteit als op de kosten, en de Kamer te informeren over de vormgeving hiervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.

Zij krijgt nr. 40 (36836) (#2).

Mevrouw Beckerman (SP):
De derde motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in maatregel één van Nij Begun staat dat eindeloze discussies over causaliteit van schades gestopt moeten worden en dat maatregel drie "Stoppen met onderzoek naar causaliteit van schades" heet;

constaterende dat drie jaar later bewoners nog steeds te maken krijgen met causaliteitsonderzoeken;

verzoekt de regering te stoppen met causaliteitsonderzoeken in het kerngebied,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.

Zij krijgt nr. 41 (36836) (#3).

Mevrouw Beckerman (SP):
En de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gedupeerden soms streng worden gehouden aan termijnen opgelegd door IMG en NCG;

constaterende dat de wet aan de andere kant de mogelijkheid biedt dat de overheid zich niet aan de termijnen houdt door de opschortingsmogelijkheid opgenomen in artikel I onder d;

verzoekt de regering:

  • te voorzien in een specifieke en redelijke termijn van opschorting zodat de overheid gedupeerden niet eindeloos kan laten wachten;

  • daadwerkelijk milder, menselijker en makkelijker om te gaan met gedupeerden die termijnen niet halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Bushoff.

Zij krijgt nr. 42 (36836) (#4).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dan nog een laatste paar opmerkingen. Ik vind het altijd lastig bij zo'n debat, omdat ik me afvraag wat we nou zijn opgeschoten. Ik heb soms het gevoel dat we met discussies echt terug in de tijd gaan. Ik vind het heel pijnlijk dat je hier eindeloos hetzelfde debat moet herhalen, terwijl mensen thuis zitten te kijken en denken: wat schiet ik hier nou mee op, hoe helpt deze wet mij nou verder?

De minister komt nog terug op een aantal punten uit de eerste termijn, maar ik zou hem ook willen vragen om in tweede termijn in te gaan op de bureaucratie die mensen echt ervaren, die mensen het leven zuur maakt. Zij zeggen: ik moet continu mijn deur openen voor weer een expert, weer een expert, weer een expert. Dat gaat door, ook met deze regelingen. Hoe mooi sommige regelingen ook zijn, het blijft een stapeling. Gedupeerden hebben dan het gevoel: wat komt er voor mij van terecht? En als je dan berichten leest dat er tegelijkertijd miljoenen eigen vermogens worden bijgeschreven, doet dat pijn. Mensen zien dat er wordt geprofiteerd en vragen: waar is mijn deel? Daar ga ik het in tweede termijn bij laten.

Bij de eerste motie wil ik nog een oproep doen. Alles wat we nu praktisch uitwerken, heeft één reden: de overheid heeft gefaald. En dat punt, het falen van de overheid, kun je niet hard maken in een wet. Dat kun je alleen maar doen met daden. Maar die oproep zit wel heel duidelijk in de eerste motie. Toen ik de eerste Staat van Groningen kreeg, dacht ik: is dit het nou? Prachtige illustraties, maar van de tekst werd ik niet wijzer. Dat is mijn oproep en de opdracht aan dit kabinet.

Dank u wel. Ik zal de pen trouwens teruggeven.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Bushoff, die spreekt namens GroenLinks-Partij van de Arbeid, in tweede termijn.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Ik begin ook met de moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het huidige wetsvoorstel vastlegt in artikel 19c dat nieuwe maatregelen niet mogen leiden tot grotere verschillen tussen gedupeerden;

verzoekt de regering om bij de inwerkingtreding van het huidige wetsvoorstel maatregel 29 te toetsen aan artikel 19c van de wet Groningen en zo nodig hiermee in lijn te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.

Zij krijgt nr. 43 (36836) (#5).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat schadebureaus die betrokken zijn bij het opnemen van aardbevingsschade zeer grote bedragen aan publiek geld hebben ontvangen;

overwegende dat uit onderzoek blijkt dat de eigen vermogens van deze bureaus en betrokken bestuurders fors zijn toegenomen en met publiek geld grote private winst is behaald;

verzoekt de regering in de aanbesteding een winstnormbepaling op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.

Zij krijgt nr. 44 (36836) (#6).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat schadebureaus er financieel baat bij hebben zo veel mogelijk uren tijd te schrijven voor schaderapporten;

overwegende dat dit een perverse prikkel vormt, omdat zowel het opnemen van zo veel mogelijk schade als het opleveren van een ondeugdelijk eerste rapport (met vervolgopname als gevolg) kan leiden tot extra tijdsbesteding en daarmee extra vergoeding;

verzoekt de regering deze perverse financiële prikkel zo spoedig mogelijk aan te passen, zodat misbruik wordt tegengegaan en het belang van bewoners altijd vooropstaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bushoff en Beckerman.

Zij krijgt nr. 45 (36836) (#7).

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, tot zover de moties. Dan nog een paar korte woorden in deze tweede termijn. Laat ik beginnen met dank voor de beantwoording van de bewindslieden. De een was wat uitvoeriger dan de ander. Ik moet erbij zeggen dat ik vond dat de minister van Binnenlandse Zaken de beantwoording op een prettige manier deed door de vragen te bundelen en ze te combineren met de amendementen. Dat was prettig. Je hoeft het niet altijd eens te zijn, maar dan heb je ten minste een goed debat. Dat is fijn.

Voorzitter. Dat gezegd hebbende nog één ding over het wetsvoorstel dat voorligt. Ik denk dat het wetsvoorstel op zichzelf een stapje in de goede richting is. Wel vind ik dat het eigenlijk nog best slap is. Daar heeft de regio ook best wat zorgen over geuit. Precies om die reden hebben we een aantal verbetervoorstellen ingediend. Dat is om het wetsvoorstel te verstevigen, met twee doelen: aan de ene kant om Groningen nu echt de garanties te geven die Groningers vragen, en aan de andere kant om de wereld van beslissers — zo noem ik het maar even — wat dichter bij de wereld van bewoners te brengen. Ik denk dat dat met de verbetervoorstellen die wij hebben ingediend gaat lukken. Ik hoop dat de Kamer de meeste van deze verbetervoorstellen gaat steunen. Dit zal ook de komende tijd de grote uitdaging blijven waarvoor we vol aan de bak moeten.

Tot slot kijk ik nog uit naar de beantwoording van een aantal vragen die precies deze principes raken, bijvoorbeeld als het gaat om batch 1588 en de wereld van beslissers dichter bij de wereld van bewoners brengen. Daar zou de minister in tweede termijn nog op terugkomen. Daar kijk ik erg naar uit.

De voorzitter:
Ik dank u wel. De heer Clemminck namens JA21, gaat uw gang.

De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst dank aan de beantwoording door de kabinetsleden, in het bijzonder aan de minister van Binnenlandse Zaken voor zijn tour de force. Dat ging volgens mij helemaal goed.

Ik heb nog twee moties en daarna nog wat algemene opmerkingen als ik nog tijd heb. De eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel bij daadwerkelijk herstel afwijkt van de gewone civielrechtelijke causaliteitsbenadering van onder meer artikel 6:98 BW, zodat schade die naar haar aard redelijkerwijs mijnbouwschade zou kunnen zijn zonder onderzoek naar de schadeoorzaak kan worden hersteld;

constaterende dat hierdoor het risico toeneemt dat kosten moeilijker of niet volledig op de NAM kunnen worden verhaald, terwijl de financiële omvang van die ontwikkeling voor de Kamer niet vooraf helder is;

overwegende dat voorkomen moet worden dat een ruimhartige regeling voor bewoners leidt tot een open einde voor de belastingbetaler;

verzoekt de regering om jaarlijks, gelijktijdig met de Staat van Groningen en Noord-Drenthe of anderszins, in de begrotingsstukken aan de Kamer te rapporteren over:

  • de totale omvang van toegekende en uitgekeerde schadevergoedingen onder de verruimde regeling;

  • het bedrag dat daadwerkelijk op de NAM is verhaald;

  • het bedrag dat niet verhaalbaar blijkt;

  • de belangrijkste juridische en feitelijke oorzaken daarvan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.

Zij krijgt nr. 46 (36836) (#8).

De heer Clemminck (JA21):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een recente publicatie beschrijft dat op ruim 56% van de adressen in het aardbevingsgebied inmiddels schade is vergoed en dat meer dan 70% van de schadeclaims afkomstig zou zijn uit postcodegebieden met zeer beperkte maximale grondbeweging;

overwegende dat draagvlak voor ruimhartig herstel alleen overeind blijft als het systeem uitlegbaar en controleerbaar is;

verzoekt de regering om jaarlijks op geaggregeerd niveau te rapporteren over de geografische spreiding van de schadevergoedingen en de mate waarin daarin statistische samenhang zichtbaar is met gemeten of gemodelleerde grondbewegingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.

Zij krijgt nr. 47 (36836) (#9).

De heer Clemminck (JA21):
Voorzitter. Dan nog wat algemene opmerkingen naar aanleiding van de eerste termijn aan de kant van het kabinet. Als JA21 zijn we absoluut voor de versterking van de brede welvaart in het aardbevingsgebied in Groningen en Noord-Drenthe. Ik merk daarbij wel op dat er wat JA21 betreft structureel meer geld gaat naar alle regio's en alle gemeenten via het gemeentefonds en via het Nationaal Programma Vitale Regio's, en niet maar naar één of een aantal regio's. De minister weet dit, omdat we het eerder in een commissiedebat hebben gedeeld. We komen zeker nog over de ontwikkeling van de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe te spreken, maar het gaat om alle gemeenten en regio's. Dan nog even over het tweede punt, de zorgplicht en de resultaatplicht. Mijn opmerking was meer als volgt bedoeld. Een resultaatplicht kan niet alleen de politieke ruimte en het budgetrecht verkleinen. Ik me ook zorgen over de mogelijke juridische ruimte die daardoor ontstaat. Mijn zorg is dat er op het moment dat resultaten die logischerwijs door de overheid in haar eentje niet te behalen zijn, niet geboekt worden, juridische claims kunnen ontstaan, waardoor de politieke ruimte uiteindelijk ook kleiner wordt.

Voorzitter. Dat was het naar aanleiding van de beantwoording.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Vermeer voor de tweede termijn namens BBB. Gaat uw gang.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. De ministers, de staatssecretaris en hun teams: bedankt voor de antwoorden. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er volgens Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) onvoldoende wetenschappelijk onderzoek is naar de langetermijneffecten op de bodem in het voormalige gaswinningsgebied;

overwegende dat de Tweede Kamer geen volledige afweging kan maken over politieke vraagstukken zonder de langetermijneffecten op de bodem te kennen;

verzoekt de regering in samenspraak met SodM het onderzoek naar langetermijneffecten op de bodem in het voormalige gaswinningsgebied te intensiveren;

verzoekt de regering de Tweede Kamer hierover jaarlijks te rapporteren bij de behandeling van de Staat van Groningen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 48 (36836) (#10).

De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter. Ik weet niet helemaal zeker of de minister van Binnenlandse Zaken de volgende motie zal zien als een vastlegging van het hetgeen hij al in het debat toegezegd heeft. Dan mag hij de motie met alle plezier overnemen. Anders hoor ik graag zijn commentaar.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen beoogt te komen tot een mildere, makkelijkere en menselijkere afhandeling van schade en versterking;

overwegende dat de bewoners in Groningen en Noord-Drenthe vooral behoefte hebben aan kortere wachttijden, minder onzekerheid en meer ontzorging in de praktijk;

overwegende dat nieuwe werkwijzen en monitoring alleen waarde hebben als zij leiden tot versnelling en tijdig bijsturen mogelijk maken;

verzoekt de regering in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe de ontwikkeling in doorlooptijden van schadeafhandeling en versterking inzichtelijk te maken;

verzoekt de regering bij de behandeling van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe aan te geven wanneer welke maatregelen genomen worden om bij te sturen, daarbij rekening houdend met andere factoren zoals kwaliteit, keuzevrijheid en bewonerstevredenheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 49 (36836) (#11).

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.

De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Köse voor de inbreng namens D66 in de tweede termijn. Gaat uw gang.

De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties vanuit mijn kant. Allereerst dank aan de minister en de staatssecretaris voor de fijne beantwoording.

Ik heb als eerste een motie over de finale kwijting. Ik denk dat de minister daar al redelijk wat invulling aan heeft gegeven. Met die invulling en de beantwoording van de vragen zijn we wel blij, maar ik heb alsnog een motie om het wat concreter te maken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat finale kwijting kan bijdragen aan snellere en doelmatigere afronding van schadezaken, doordat reeds afgehandelde zaken in beginsel niet opnieuw in behandeling hoeven te worden genomen zolang zich geen nieuwe bodembeweging voordoet;

overwegende dat finale kwijting er nooit toe mag leiden dat bewoners geen aanspraak meer kunnen maken op herstel dat later noodzakelijk blijkt vanwege veiligheid, constructieve noodzaak of later blijkende schade die bij de schadeopname meegenomen had moeten worden;

verzoekt de regering in de uitvoering te borgen dat finale kwijting nimmer in de weg staat aan noodzakelijk schadeherstel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Köse.

Zij krijgt nr. 50 (36836) (#12).

De heer Köse (D66):
Dan heb ik een motie om naar aanleiding van het debat dat we zojuist hebben gehad wat meer invulling te geven aan de uitgestrekte hand.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het uitvoeringsprogramma van het Rijk de invulling vormt van de zorgplichten voor brede welvaart en verduurzaming in Groningen en Noord-Drenthe, en doelen, streefwaarden en indicatoren bevat;

overwegende dat bewoners recht hebben op zichtbare en merkbare verbetering van hun leefomgeving en brede welvaart;

overwegende dat het van belang is te voorkomen dat het uitvoeringsprogramma een papieren exercitie blijft;

overwegende dat het kabinet verantwoordelijk moet kunnen worden gehouden voor dẹ uitvoering van de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma;

verzoekt de regering om er zorg voor te dragen dat het uitvoeringsprogramma aantoonbaar leidt tot concrete en merkbare resultaten voor bewoners in Groningen en Noord-Drenthe,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Köse.

Zij krijgt nr. 51 (36836) (#13).

Ik dank u wel. Mevrouw Den Hollander, ik nodig u graag uit voor uw bijdrage in de tweede termijn namens de VVD-fractie. Gaat uw gang.

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ook namens de VVD van harte dank voor de heldere beantwoording en het goede debat dat gevoerd is in de eerste termijn.

Ook van onze kant is er een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij zowel de versterkingsoperatie als het schadeherstel vooruitgang zichtbaar is, maar het tempo te laag ligt en veel bewoners nog wachten op afronding;

overwegende dat met name de meest complexe gevallen, zoals hoge schades, erfgoed en agrarische objecten, vaak maatwerk vereisen;

constaterende dat in 2026 voor een groot deel van de bekende complexe casussen een oplossing gerealiseerd of in beeld moet zijn;

verzoekt het kabinet de regeringscommissaris te laten adviseren hoe de afhandeling van de meest complexe casussen zo snel en zorgvuldig mogelijk kan worden gerealiseerd;

verzoekt het kabinet daarbij te waarborgen dat de regeringscommissaris samen met de NCG en het IMG de werkwijze voor deze casuïstiek tegen het licht houdt, verbeterpunten aandraagt en voorkomt dat zaken onnodig escaleren naar vangnetten of taskforces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Hollander en Köse.

Zij krijgt nr. 52 (36836) (#14).

Als u een moment heeft? Volgens mij heeft u namelijk een interruptie van mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is niet omdat ik per se tegen die motie ben, maar ik krijg zo'n déjà-vugevoel. Er zijn hier al heel veel moties ingediend over grote schades, erfgoed, boerderijen en monumenten. Dat laatste is trouwens erfgoed. Daar zijn al zo veel moties over ingediend. Ik mis eigenlijk de termijnen en de stok achter de deur. Herkent mevrouw Den Hollander dat?

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Het déjà-vugevoel herkennen wij, ook op andere gebieden. Volgens mij is in deze motie de rol van de regeringscommissaris nieuw. Deze motie richt zich daar specifiek op. Wij vragen of de regeringscommissaris hier een verantwoordelijkheid en een adviserende rol in wil nemen. Daarmee is deze motie volgens ons toch nieuw.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik denk niet dat er zo veel mis is met de wens om dit te regelen, want die hebben we allemaal. De vraag is alleen: moeten we ons er als Kamer niet verantwoordelijk voor voelen dat dat ook gebeurt? Het op een nieuwe persoon zijn bordje leggen … Nou ja, daar kunnen we ook een debat over voeren. Mij gaat het er echter om wanneer we het kabinet hier nou echt aan gaan houden. We roepen dit als Kamer al jaren en het gebeurt niet.

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Volgens mij stimuleren we het kabinet om hier extra aandacht voor te hebben, want wij vinden dat het daar echt nog aan ontbreekt, zoals wij ook in de eerste termijn hebben aangegeven. We zien dat er heel veel dingen beter geregeld worden met de Tijdelijke wet Groningen. Daar hebben we in de eerste termijn ook uitvoerig over gesproken. Juist voor de mensen met de meest complexe schade zien we dat er nog wel wat verbetering mogelijk is. We vragen in ieder geval het kabinet om daarop toe te zien. Het blijft complex. Dat veranderen we niet van vandaag op morgen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Tot slot. Ik denk dat meerdere mensen tijdens zo'n debat contact hebben met mensen in Groningen. Ik heb contact met iemand die in zo'n monumentaal pand woont. Die wacht na tien jaar nog steeds. Dat is een heel actief iemand, die er eindeloos om heeft gevraagd, maar die wacht nog steeds. Die werd zelfs heel eventjes uit de versterking gezet en die moest toen die strijd weer aan. Dat komt weer goed, maar dat is vreselijk. Mijn vraag is eigenlijk: is mevrouw Den Hollander bereid om de motie iets fermer op termijnen te zetten? Wij hebben geprobeerd om heel veel in amendementen te zetten, omdat je dan meer zekerheid hebt. We dienen ook een paar moties in. "Aandacht hebben voor" is heel goed, maar wat nou als het weer niet lukt? We blijven hier namelijk maar staan.

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik begrijp wat mevrouw Beckerman zegt. We hebben de motie nu ingediend, maar ik ben wel bereid om samen met mevrouw Beckerman te bekijken of het mogelijk is om die aan te scherpen en of we een haalbare vraag aan het kabinet stellen. De vraag is namelijk wel of het uiteindelijk haalbaar is.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Ik geef het woord aan mevrouw De Vos van FVD, voor haar tweede termijn. Zij is de laatste spreker in de tweede termijn van de Kamer. Daarna gaan we schorsen. Gaat uw gang.

Mevrouw De Vos (FVD):
Dank, voorzitter. Eén motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de energieprijzen in Nederland extreem hoog zijn;

constaterende dat er veel onrust in de wereld is, waardoor de leveringszekerheid van importgas onder druk staat;

overwegende dat het essentieel is om Nederlanders van goedkope en betrouwbare energie te voorzien;

verzoekt de regering de Groningers ruimhartig en voortvarend te compenseren, gebouwen bevingsbestendig te maken en de gaswinning in het Groningenveld te hervatten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Vos.

Zij krijgt nr. 53 (36836) (#15).

Ik dank u wel. Ik begrijp dat er geen moties zijn gericht aan de minister van KGG. Daarmee zal de minister van KGG niet terugkeren in de tweede termijn van het kabinet, als ik het goed heb. Ik kijk even rond en zie dat dat wel op instemming kan rekenen. Ik begrijp dat de minister morgen weer een debat voor de boeg heeft en dat zij gisteren al tot laat een debat heeft gevoerd, dus bij dezen.

Dan gaan wij nu schorsen tot 21.00 uur voor de voorbereiding van de beantwoording van de moties. Ik zie jullie zo meteen terug.

De vergadering wordt van 20.38 uur tot 20.59 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen het debat over de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet. We zijn aangekomen bij de tweede termijn van de kant van het kabinet. Ik geef graag het woord aan de minister. Gaat uw gang.

Minister Heerma:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb mijn best gedaan om een aanvulling te kunnen geven op de vragen uit de eerste termijn die zijn blijven liggen. Ik zal daarnaast een dertiental moties van een beoordeling voorzien en nog twee aangepaste amendementen beoordelen, waardoor een van de schriftelijke beoordelingen sowieso komt te vervallen. Daarna zal de staatssecretaris de laatste twee moties, die gericht waren aan de minister en de staatssecretaris van KGG, beantwoorden.

Mevrouw Beckerman en ik hadden het over de trillingstool. Ik heb al antwoord gegeven op haar vraag, maar had ook gezegd dat ik er nog op terug zou komen. De trillingstool wordt alleen bij maatwerk ingezet als aanvullende toets om te beoordelen of schade waarvoor een andere oorzaak is aangetoond, niet tóch door aardbevingen kan zijn ontstaan of verergerd. De trillingstool kan daarmee de autonome oorzaak overrulen in het voordeel van de bewoners.

Mevrouw Beckerman vroeg me ook wat er is voor gedupeerden boven de €60.000. In situaties waar bij de schadeopname de omvang van de totale schade groter is dan €60.000, zijn er nog steeds goede mogelijkheden voor de bewoners. Naast alsnog kiezen voor daadwerkelijk herstel of voor maatwerk, zijn er voor individuele knelpunten of bijzondere situaties ook mogelijkheden bij het IMG om schades af te handelen en bewoners tegemoet te komen. Zo kan het IMG de knelpuntenregeling of Team Op Maat inzetten. Team Op Maat pakt complexe en vastgelopen dossiers op en probeert die met maximale creativiteit op te lossen, zo nodig in samenwerking met andere instanties. Daarbij blijft het punt dat bij beperkte gevallen boven de €60.000 niet een specifieke groep is aan te wijzen. Boven de €60.000 zitten complexe situaties, grote woningen, agrariërs. Dit kan soms gaan om heel grote bedragen. Dit maakt het loslaten of het ophogen van het grensbedrag niet wenselijk. Ook wil ik benadrukken dat daar waar de seismiciteit hoog is, een heel groot deel van de schades al causaal zijn. Dat zijn er heel veel. Maatwerk is daar een goed alternatief.

Dan is er nog de vraag van mevrouw Beckerman waarom je finaliteit niet kunt loslaten. Dan vergoed je toch gewoon causale schades bij maatwerk? Als er geen significante bodembeweging is geweest die opnieuw tot schade heeft kunnen leiden, worden schades ook bij maatwerk afgewezen. Juist in die gebieden waar nog veel seismiciteit is, kan de bewoner gewoon terugkomen bij het IMG voor schadeafhandeling, want dan is de finaliteit doorbroken. Met finaliteit voorkomen we dat het IMG naar schademeldingen wordt gestuurd die op voorhand worden afgewezen omdat ze niet kunnen zijn veroorzaakt door gaswinning.

Dan batch 1588. Ik weet niet of mijn antwoord de heer Bushoff tevreden gaat stellen. In het budget wordt rekening gehouden met de kosten voor de sloop van de woningen. De kosten voor de sloop gaan dus niet ten nadele van de versterking en worden ook niet betaald door de bewoners zelf.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat antwoord krijgen we al jaren en we weten toch dat het niet klopt. Dat is heel pijnlijk. Ik vraag de minister echt om zich hierin te verdiepen. Die batch 1588 … Er zijn al heel veel moties van mijzelf, van de heer Bushoff en van ons gezamenlijk op ingediend. Het is zó'n pijnlijke kwestie en mensen strijden al zolang voor dat herstel. Ik wil iets vragen over die finale kwijting en misschien wil ik de minister ook wel uitnodigen om gezamenlijk naar mensen toe te gaan. Het klinkt op papier zo goed. Ik vertelde het verhaal van een echtpaar dat hun geliefde woning kwijt is geraakt; die is gesloopt. Zij hebben nu schade en die wordt ook wel erkend, maar het aanbod dat zij krijgen, is zo'n aanvullende vaste vergoeding. Dat is het enige wat hen nu aangeboden wordt en dan moeten ze tekenen voor kwijting. Dan heb je een bedrag dat te laag is om de schade te vergoeden. Je zit dan dus vast. Theorie en praktijk, de Haagse werkelijkheid en de Groningse realiteit: het raakt elkaar nog steeds niet, ook niet als het op papier klopt. Ik snap de worsteling van de minister nu, maar ik wil hem echt ook uitnodigen om naar dit soort zaken te gaan kijken. Deze mensen zeggen namelijk dat zij die strijd niet meer aangaan en dan blijven ze dus na al die jaren weer in een kapot huis zitten.

Minister Heerma:
Ik snap dat mevrouw Beckerman hier niet naar op zoek is, maar in algemene zin weet ik, ook van allerlei andere dossiers, dat het heel ingewikkeld is om heel diep op individuele casuïstiek in te gaan. Daar zitten namelijk soms ook aspecten aan waar je in de publiciteit niet iets over kunt zeggen. Ik wil het daarom algemener formuleren. Mevrouw Beckerman gaf aan, volgens mij in eerste instantie in antwoord op een vraag van de heer Bushoff, dat ze de minister zou willen vragen zich er nader in te verdiepen. Ik zou willen voorstellen dat ik op beide vragen in de eerstkomende verzamelbrief nog even terugkom. Dan kan het antwoord nog steeds iets zijn waar u niet tevreden mee bent, maar dan heb ik er in ieder geval nogmaals naar gekeken.

De voorzitter:
Ja. Mevrouw Beckerman, nog een aanvulling daarop?

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank daarvoor. Dit is altijd lastig, want we horen bewindspersonen altijd zeggen: we kunnen niet ingaan op individuele zaken. Nu halen we collectief zaken bij elkaar en wordt er weer gesproken over precedentwerking. Bij die 1588 en ook dit, dus nieuwe schade in een nieuw huis terwijl je oude huis weg is, wordt de ellende voor die mensen op elkaar gestapeld en daar moet een oplossing voor komen. Dat moet voor elk individu, maar uiteindelijk is het gewoon een collectieve ereschuld.

Minister Heerma:
Ik heb bij beide aangegeven dat ik er in de verzamelbrief op terugkom. In mijn referentie aan individuele zaken verwees ik niet naar precedentwerking. Ik heb hier twaalf jaar rondgelopen als woordvoerder Sociale Zaken en ik weet uit die commissie dat individuele zaken vaak erg ingewikkeld zijn, om meer redenen dan alleen precedentwerking. Tegelijkertijd heb ik de toezegging gedaan rondom de verzamelbrief, waarin ik er op terugkom.

Dan was er een vraag van mevrouw De Vos van FVD, die er niet meer is. Zij vroeg naar alternatieve methoden voor de spouwdonut. Ik heb er een. Een veelvoorkomend alternatief is een spouwanker. Dit is een metalen staafje waarmee de binnen- en buitenmuur met elkaar worden verbonden. Zij kan het nakijken of teruglezen in de Handelingen.

Mevrouw Beckerman werd aan het einde van mijn termijn wat boos en ik weet niet of mijn antwoord dat gaat wegnemen, maar ik heb wel een aanvullend antwoord. We willen aan de voorkant zo veel mogelijk voorkomen dat er fiscale gevolgschade ontstaat door vergoedingen van de NCG en het IMG. Dit is niet overal mogelijk. Bij toeslagen blijkt het uitvoeringstechnisch niet goed mogelijk te voorkomen dat dit gebeurt. In die situaties wordt de fiscale gevolgschade vergoed door de NCG en het IMG. Voor de bijstand hebben vergoedingen bijvoorbeeld geen gevolg meer. In de situaties die ik beschreef waar dit behulpzaam is richting zowel de eigenaar als de huurder, wil ik via een AMvB regelen dat een financieel adviseur beschikbaar komt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik begrijp het antwoord wel, maar we hebben één overheid in Nederland, hoe vaak het ook verschillende overheden zijn. Als je van ene overheid, diezelfde overheid, eindelijk die schadevergoeding krijgt, je vervolgens die blauwe envelop van de Belastingdienst krijgt en die overheid na tien jaar nog steeds zegt "het lukt ons niet om het op te lossen", dan zegt dat iets over de overheid die we geworden zijn. Het is hier ook = mooi dat de mogelijkheid er is om dat weer aan te kaarten, maar je zegt eigenlijk tegen inwoners: oké, u heeft nu gestreden voor die schadevergoeding en u heeft 'm gekregen, vervolgens kreeg u een rekening en nu mag u weer die strijd aan. Het is goed dat dat kan hoor, maar kom op! Dit moet toch beter kunnen dan dat?

Minister Heerma:
Ik vind het heel lastig aan te geven wat er wel en niet uitvoeringstechnisch mogelijk is voor de Belastingdienst. Het is uitvoeringstechnisch — er is naar veel gekeken — niet mogelijk voor de Belastingdienst om dit te voorkomen. Er wordt dus rekening gehouden met fiscale gevolgschade door de vergoedingen die de NCG en het IMG geven. Daar wordt op die manier een oplossing voor gevonden. Daarnaast is er een financieel adviseur beschikbaar om te helpen. Het punt van mevrouw Beckerman blijft staan. Dit is wat ik erover kan zeggen.

De voorzitter:
Vervolgt u? Mevrouw Beckerman, u stelt dezelfde vragen als u in de eerste termijn heeft gesteld. Als u een andere vraag hierover heeft, ga uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, voorzitter. Dat probeer ik. Als wij een amendement indienen, een voorstel indienen, waarmee we juridische steun voor mensen vragen, dan is eigenlijk altijd de reactie: niet juridificeren. Of juridiseren. Het maakt niet uit hoe je het uitspreekt. Dat is altijd de reactie: we moeten dit probleem niet juridiseren. Tegelijkertijd, als ik nu naar zo'n antwoord luister, juridiseert de overheid eigenlijk het probleem. Ik wil daarvan af en dan maakt het gek dat je dus amendementen moet indienen om mensen juridische steun te geven, want je wil eigenlijk dat dit aan de voorkant goed geregeld is. Begrijpt de minister dat dit eigenlijk de achtergrond is, ook van dat bredere amendement? We zien hoe vaak er geroepen wordt: niet juridiseren en we komen met een oplossing, ook voor ondernemers in de knel die huurder zijn. Maar uiteindelijk lukte het niet en daarom hebben we dit steuntje in de rug nodig. Het is aan de minister om te voorkomen dat de juridische regeling gebruikt wordt, maar houd 'm dan achter de hand, want we weten gewoon — de minister erkent dat zelf — dat het niet gelukt is om alles op te lossen in al die jaren.

Minister Heerma:
Het is voor de Belastingdienst uitvoeringstechnisch niet mogelijk. Ik heb aangegeven welke alternatieven er zijn gevonden om ervoor te zorgen dat mensen er zo min mogelijk last van hebben.

Dan ga ik naar de moties en ik begin bij de motie op stuk nr. 39 van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff waarin eigenlijk toch best een lange waslijst van randvoorwaarden wordt opgenoemd — ik zie trots bij mevrouw Beckerman — die worden meegegeven voor de Staat van Groningen. Zoals de motie nu is, kan ik die geen oordeel Kamer geven. Dit zit 'm in de laatste bullet. Ik ga gelijk aangeven wat ik wel kan en dan moet mevrouw Beckerman kijken wat zij ermee wil. Als de laatste bullet wordt geschrapt, zou ik 'm oordeel Kamer kunnen geven. Ik ben het ermee eens dat de wetenschappelijke kennis bij de Staat van Groningen en Noord-Drenthe een prominente plek moet krijgen. Onderdeel van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe is daarbij een jaarlijkse staat van de kennis, die moet zorgen voor een integrale blik. In de kabinetsreactie op de Staat van Groningen van dit jaar zal ik ingaan op de voorwaarden die zijn gesteld aan het consortium en de betrokkenheid die de regionale overheden en maatschappelijke organisaties hebben gehad, maar schadeherstel is onafhankelijk, ook van de Staat, en leent zich daarmee niet voor democratische invloed. Dit heeft betrekking op de laatste bullet. Dus als mevrouw Beckerman en de heer Bushoff de laatste bullet zouden schrappen, kan ik 'm oordeel Kamer geven en anders moet ik 'm ontraden.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, wat gaat u met de motie doen?

Mevrouw Beckerman (SP):
O, voorzitter, nou moet ik een wens van de Groninger Bodem Beweging schrappen, wat ik heel pijnlijk vind. Ik denk dat ik dit kan doen, maar … Ja, dan komt de maar. Al deze bullets komen eigenlijk uit de consultatiereactie en de laatste kwam uit een recente brief. Ik vind namelijk dit punt namelijk wel heel erg van belang. Ik snap ook dat dit niet in de Staat past. Dus ik wil die voor nu wel schrappen met daarbij de oproep aan de minister om dit wel op een andere manier vorm te geven. Het hoeft niet direct gelinkt te zijn aan de Staat, maar wel aan de manier waarop we die aanpak vorm gaan geven.

Minister Heerma:
Als mevrouw Beckerman deze bullet hier schrapt, dan kan ik de motie op stuk nr. 39 oordeel Kamer geven. Ik weet niet of het lukt in de eerstvolgende verzamelbrief, maar ik zeg toe op een later moment terug te komen op die laatste bullet.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik pas hem aan.

Minister Heerma:
Dan de tweede motie van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff, namelijk de motie op stuk nr. 40, die gaat over het toezicht op externe inhuur. Deze motie kan ik oordeel Kamer geven. Laat ik daarbij vooropstellen dat er al veel toezicht en controle is op de externe inhuur van bureaus. De deskundigenbureaus zijn Europees aanbesteed, dus er gebeurt al heel veel. Voor de versterkingsadviezen geldt dat ik dit meeneem in de reactie op het rapport van het ACGV, maar de motie op stuk nr. 40 kan ik dus oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 41 over het stoppen met causaliteitsonderzoek in kerngebied moet ik ontraden. Het onderscheid tussen kern en rand is niet goed te maken. Elke beving heeft een eigen epicentrum. Daarnaast leidt het tot een oneindige vergoeding van schade die niet door mijnbouw veroorzaakt is en zoals ik zojuist ook al aangaf: in de kern is al heel veel causaal.

Dan de motie op stuk nr. 42 van mevrouw Beckerman en de heer Bushoff, die verzoekt om een specifieke en redelijke termijn. Ook voor deze motie geldt dat ik een beetje in dubio ben. Ik zou deze motie oordeel Kamer kunnen geven, maar ten aanzien van het eerste deel van het dictum vind ik een specifieke termijn opnemen niet wenselijk. De opschorting is afhankelijk van de individuele situatie. De opschorting van beslistermijnen die in wetsvoorstel worden geregeld hebben voornamelijk als doel om bewoners een geïnformeerde keuze te kunnen laten maken. Ik wil hier geen specifieke termijn aan hangen. Ten aanzien van het tweede deel van de motie onderschrijf ik dat het IMG en de NCG soepel omgaan, en ook soepel moeten omgaan, met de bewoners die de termijnen niet halen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat verbaast me dus. We waren eigenlijk bezig met een amendement op dit punt, maar dat was nog niet helemaal af. Dat was lastig. Het geldt ook voor de motie. Natuurlijk snap ik die interpretatie wel, alleen willen mensen natuurlijk weten hoelang er opgeschort wordt. Dat je daar niet één termijn aan kan koppelen, is ook nog wel te begrijpen, maar wat we nu zien … Ik heb net weer individuele casuïstiek laten horen. Mensen die in de achterkant van het systeem konden kijken — dat is een tijdelijke fout geweest bij het IMG — zagen daar staan dat er een vergoeding voor ze klaarstond, maar dat ze die niet kregen omdat het IMG zei dat hun advocaat te laat was met bezwaar maken. Dat is een hele bekende zaak. Het gevoel dat hierachter zit, is: de overheid rekt maar en rekt maar en rekt maar en wij moeten ons elke keer aan die termijn houden. "Oordeel Kamer" is mooi, maar je moet als overheid wel redelijk blijven in je eigen termijnen.

Minister Heerma:
"Oordeel Kamer" is er dus onder de premisse dat ik me niet wil committeren aan een specifieke termijn. Voor de rest valt de toelichting die mevrouw Beckerman bedoelt volgens mij onder de tweede bullet en krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
Misschien moeten we het even heel precies doen, minister. Misschien dat er nu onduidelijkheid ontstaat of de motie ontraden is en aangepast moet worden of dat de motie oordeel Kamer krijgt met die interpretatie van de minister.

Minister Heerma:
Als mevrouw Beckerman en de heer Bushoff ermee akkoord kunnen gaan dat ik niet meega in "een specifieke termijn van opschorting", kan ik 'm onder die lezing oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de indieners. Ik wil daar als voorzitter wel een knikje op hebben.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik heb daarop geknikt, met de toevoeging dat wij misschien ook nog met een amendement hierop komen omdat het specifieke zit op duidelijkheid, voorspelbaarheid, dat "milder, menselijker, makkelijker".

De voorzitter:
Dat is helder.

Mevrouw Beckerman (SP):
Je wil weten waar je aan toe bent.

De voorzitter:
Ik had het knikje niet gezien. Dat was mijn fout.

Mevrouw Den Hollander (VVD):
Ik vind het wel ingewikkeld. In de motie staat "specifiek". Is het dan niet een interpretatie om het "niet specifiek" te noemen? Is het dan niet beter om gewoon met een nieuwe motie te komen? Want dit is natuurlijk wel de motie waarover gestemd wordt. Die verandert dus feitelijk niet.

Minister Heerma:
Ik snap wat u zegt. Tegelijkertijd ben ik niet een novum aan het creëren met het duiden van een motie en er een interpretatie aan geven. Dit is onderdeel van het gesprek tussen Kamer en kabinet. Sterker nog, ik heb in de eerste termijn iets over een motie van de heer Kops gezegd. Hij diende een motie in die mijn voorganger geduid heeft op een bepaalde manier. Daar is mee akkoord gegaan. Daar heb ik zojuist naar verwezen.

De voorzitter:
Het gaat om de interpretatie van een motie door de minister. Dat is de afspraak die hier nu gemaakt wordt. Daarmee kan de motie oordeel Kamer krijgen en afgedaan worden. Ik kijk even naar de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
Dat klopt allemaal formeel gezien, maar het gaat ook om de verwachtingen die gewekt worden bij mensen die daarna alleen de tekst zien. Dan zou ik toch echt de collega's willen vragen om de motie straks gewoon even aan te passen. Dat is één mailtje naar de Griffie. Dan staat de motie er ook gewoon goed in. Juist in dit hele dossier moeten we ervoor zorgen dat verwachtingen goed gemanaged worden.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de collega.

Mevrouw Beckerman (SP):
Als dat helpt om de motie aangenomen te krijgen, prima. Maar ik zeg ook tegen de collega's dat wij ook nog over een amendement nadenken omdat wij het logisch vinden dat je dit ook in de wet opneemt.

De voorzitter:
Dan hechten we het nu zo af dat de motie ontraden is en oordeel Kamer krijgt als die aangepast wordt. Sorry, minister. Dit is een handeling in de Kamer zelf, een afspraak die de Kamer in de vergadering maakt over hoe dit af te handelen. Tot zover, zou ik willen zeggen.

Vervolgt u uw appreciaties.

Minister Heerma:
Dan de motie op stuk nr. 43. Die gaat over maatregel 29 toetsen aan artikel 19c van de Tijdelijke wet Groningen. Deze motie moet ik ontraden. Zoals aangegeven hecht ik sterk aan het voorkomen en wegnemen van verschillen. Alle bewoners in het versterkingsgebied krijgen isolatie tot de standaard vergoed. Bij bewoners bij wie de versterking nog plaats moet vinden, worden isolatiemaatregelen meegenomen en vergoed. Alle bewoners in het versterkingsgebied krijgen 100% vergoed tot een maximum van €40.000. Dit geldt ook voor bewoners in het hele gebied die minder dan 140% van het wml verdienen. Bewoners buiten het versterkingsgebied krijgen 50% vergoed tot een maximum van €20.000. Dit leidt inderdaad tot verschillen, maar die acht het kabinet rechtvaardig, gelet op de veel grotere effecten van de bevingen op bewoners in de kern. Zoals de commissie-Van Geel, in het debat op andere manieren al aangehaald, zelf ook stelt kunnen niet alle verschillen weggenomen worden. Hiermee zorgen we wel voor een gelijkwaardige uitkomst.

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA):
De crux zit 'm er natuurlijk in dat dit een regeling is die al bestaat en dat de wet straks nieuw is. Dus op zichzelf zou je kunnen zeggen dat het logisch is dat je oude regelingen niet aan nieuwe wetgeving toetst, maar de vraag is natuurlijk wel hoe zich dit verhoudt tot precies dat artikel 19c in de wet. Staat de minister wel volledig achter de hele wet en dus ook dat artikel 19c?

Minister Heerma:
Ik leg uit waarom dit verschil gerechtvaardigd is binnen de wet. Dat is de interpretatie. De Kamer zal er zelf over moeten oordelen, maar daarom heb ik de motie ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 44 van de heer Bushoff en mevrouw Beckerman over het opnemen van een winstnormbepaling in de aanbesteding. Deze motie moet ik ontraden. Zoals ik in de beantwoording van de vragen die u mij heeft gesteld, al heb gezegd, is de inzet van deskundigen bij schadeopnames noodzakelijk, omdat bewoners recht hebben op een onafhankelijke en zorgvuldige schadeafhandeling. Er zijn helaas weinig bureaus en deskundigen die geschikt zijn voor dit specialistische werk. Het IMG heeft een Europese aanbesteding gedaan en heeft behalve naar prijs ook gekeken naar deskundigheid, kwaliteit van de werkzaamheden en flexibiliteit. Op deze manier zijn concurrentie, marktconforme prijs, deskundigheid, kwaliteit en flexibiliteit geborgd. Daarnaast is ons beeld ook niet dat de bureaus zich verrijken ten koste van gedupeerden. Zij vragen een marktconforme vergoeding. Daarnaast krijgen zij wel heel veel opdrachten, want er zijn er niet heel veel van. Zij verrichten dus veel werk voor het IMG. Dit zie je terug in de bedrijfsresultaten, maar ik zie geen reden om daaraan te tornen.

Dan de motie op stuk nr. 45 over perverse prikkels, ook rondom de schadebureaus. Ook deze moet ik ontraden. Ik herken het beeld dat geschetst wordt niet. Daarnaast is daar binnen de aanbesteding waar ik zojuist al naar verwees, rekening mee gehouden.

Dan de motie-Clemminck, op stuk nr. 46, over civielrechtelijke causaliteitsbenadering. Die gaat in op ongeveer de hele eerste termijn van de heer Clemminck. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven. Het IMG rapporteert in het jaarverslag over verschillende schadevergoedingen. Over hetgeen wordt verhaald op de NAM kan de Kamer worden geïnformeerd na het opleggen van het heffingsbesluit.

Dan de motie op stuk nr. 47, van de heer Clemminck. Hier wordt iets gevraagd wat niet kan. Daarom moet ik 'm ontraden. Het IMG kan op het niveau van een postcodegebied inzichtelijk maken waar schadevergoedingen zijn uitgekeerd. Ze doen dit ook in het jaarverslag. Een bewoner kan zijn schade echter op ieder moment melden. Dit kan ook enkele jaren na de schadeveroorzakende beving gebeuren. Daardoor is het niet mogelijk om vergoedingen te relateren aan specifiek gemeten of gemodelleerde grondbewegingen.

De motie op stuk nr. 48 wordt door de staatssecretaris gedaan.

De tweede motie van de heer Vermeer, op stuk nr. 49, gaat over de doorlooptijden. Die kan ik oordeel Kamer geven. Het lijkt mij een goed idee om dit inzichtelijk te maken in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Kortere doorlooptijden in algemene zin zijn geen doel van de schadeafhandeling en versterking. Er zijn ook andere factoren om rekening mee te houden. Het gaat om een balans tussen snelheid en kwaliteit, en bij de schadeafhandeling ook om snelheid en keuzevrijheid. Andere factoren spelen ook een rol, zoals bewonerstevredenheid. Als ik maatregelen neem, dan neem ik meerdere factoren mee in de afweging. Daar heeft de heer Vermeer in de formulering van zijn motie ook rekening mee gehouden.

Dan ga ik naar de eerste motie van het lid Köse, op stuk nr. 50, om te borgen dat in de uitvoering "finale kwijting nimmer in de weg staat van noodzakelijk schadeherstel." Deze geef ik oordeel Kamer. Noodzakelijk schadeherstel als gevolg van gaswinning kan altijd plaatsvinden.

Dan de tweede motie van het lid Köse, op stuk nr. 51, over dat het uitvoeringsprogramma "geen papieren exercitie is maar leidt tot concrete en merkbare resultaten". Ook deze geef ik oordeel Kamer. Het uitvoeringsprogramma van het Rijk geeft aan hoe het kabinet invulling geeft aan het behalen van de gezamenlijke doelen, streefwaarden en maatregelen van de agenda's. De jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe monitort de voortgang hiervan. Daarop mag uw Kamer het kabinet, en mij in het bijzonder, aanspreken.

De motie van de VVD, op stuk nr. 52, gaat over de regeringscommissaris. Ik heb daar in een interruptiedebat met de heer Köse aan het einde van de eerste termijn ook al iets over gezegd. Dat in gedachten nemend zal ik deze motie toch oordeel Kamer geven. Het is belangrijk dat complexe casuïstiek voortvarend wordt opgelost. Hiervoor is het belangrijk dat het systeem goed staat. Daarom is het goed dat de regeringscommissaris hier ook naar gaat kijken met de twee organisaties.

Dan waren er nog twee amendementen.

Het eerste amendement is het amendement op stuk nr. 37 ter vervanging van het amendement op stuk nr. 13. Dat was misschien wel een omissie tot nu toe, want alle amendementen-Bushoff waren Bushoff/Beckerman geworden en alle amendementen-Beckerman waren Beckerman/Bushoff geworden. Dat is nu met het amendement op stuk nr. 13 ook gebeurd. Met verwijzing naar mijn eerste termijn blijft het oordeel "ontraden", maar dan nu wel bij het correcte amendement, namelijk het amendement op stuk nr. 37.

Dan het amendement op stuk nr. 38; dat is weer ter vervanging van het amendement op stuk nr. 14. Daarvoor geldt dat het amendement van de heer Bushoff over het versterken van de rol van decentrale overheden in het uitvoeringsprogramma Rijk is aangepast conform wat er besproken is in eerste termijn. Daarom kan ik het oordeel Kamer geven. Daar hoeft dus geen brief meer over te komen.

De voorzitter:
Kijk aan. Het amendement op stuk nr. 37: ongewijzigd ontraden. Het amendement op stuk nr. 38: oordeel Kamer. Ik zie dat u nog een interruptie krijgt van mevrouw Beckerman. De minister kan gaan zitten, zegt ze. Kijk eens aan. Dank aan de minister voor de beantwoording in de tweede termijn. U heeft een punt van orde, begrijp ik.

Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, ik wil een amendement intrekken. Dat moet hier, toch?

De voorzitter:
Gaat uw gang.

Mevrouw Beckerman (SP):
Het amendement op stuk nr. 30.

De voorzitter:
Het amendement-Beckerman/Bushoff (stuk nr. 30) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

Dan geef ik graag het woord aan de staatssecretaris. Gaat uw gang.

Staatssecretaris De Bat:
Voorzitter. Ik heb nog twee moties.

De eerste is die van de heer Vermeer op stuk nr. 48 met het verzoek om in samenspraak met het SodM het onderzoek naar de langetermijneffecten van de bodem te intensiveren en daarover te rapporteren. Dat doen we al. Het is in die zin dus een overbodige motie, omdat we die meenemen in het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw. In dat onderzoek binnen het kennisprogramma nemen we mee wat anderen kunnen aandragen, dus zowel SodM als EZK kunnen daar onderwerpen voor aandragen. Dat geldt ook voor de vervolgstudie. In die zin is datgene wat u vraagt dus al staand beleid en is de motie daarmee overbodig.

Dan nog de motie op stuk nr. 53, de motie van mevrouw De Vos. Met verwijzing naar het debat wil ik die motie ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van het debat over de wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet. Uiteraard dank ik voor de beantwoording in de tweede termijn.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik wil de Kamer meegeven dat de stemmingen over de moties, de amendementen en de wet op dinsdag 21 april zijn, dus dat duurt nog even. Dan wil ik de minister, de staatssecretaris, de leden, de Griffie en ook de ondersteuning danken voor het mogelijk maken van dit debat. Ik wil ook de mensen die dit op de publieke tribune hebben gevolgd en de mensen op afstand hartelijk danken. Daarmee sluit ik de vergadering van woensdag 8 april.

Sluiting

Sluiting 21.26 uur.

ONGECORRIGEERD STENOGRAM
Verslag TK 61 - 2025-2026

Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend.
Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd.